Een vrij duidelijke Sheer Heart Attack 2.0: het idee om bijna alle nummers in een eigen stijl te gieten wordt hier opnieuw toegepast, en uiteindelijk zelfs sterk verbeterd. Geen twee nummers klinken ook maar bijna als elkaar; je gaat van stevige hardrock naar mierzoete pop naar folk, van een stevige prog-epic naar een kleverige pianoballad naar een ukelele-vaudeville act. Alles kan, het hoeft niet logisch te zijn. Maar er zijn twee grote verbeteringen ten opzichte van de voorganger: niet alleen worden alle individuele stijlen prachtig toegepast zonder echte zwakke momenten, maar het loopt vooral als album véél beter. A Night at the Opera is vooral ook wat de titel zegt: één nacht. Waar je bij Sheer Heart Attack toch vooral onderling nummers samen ging groeperen, loopt dit album van begin tot eind als een trein. Alle nummers voegen aan elkaar toe, in plaats van dat ze onderling breuklijnen gaan vormen.
Het cabareteske van Bring Back that Leroy Brown wordt hier bijvoorbeeld doorgetrokken naar drie nummers. Aan de aftrap is Lazing on a Sunday Afternoon een heerlijk vrolijk intermezzo, dat met zijn karikaturale pompeuze Brits ook een beetje grappig is. Net zoals het vocale instrumentale middenstuk van Seaside Rendezvous: grappig, maar ook leuk genoeg zodat het nooit gaat storen, en bovenal klinkt het nog eens leuk ook. En dan dat tapdansen, jongens toch. Die frivoliteit, daar ga je toch spontaan van glimlachen? Naar het einde van het album toe rondt Good Company het trio dan weer af met de meest uitgebouwde song van de drie, waar de ukelele mij om een of andere reden opnieuw aan Abbey Road doet denken (en serieus: May klinkt hier toch ook wel redelijk wat als MacCartney op bijvoorbeeld Maxwell's Silver Hammer, of ligt dat aan mij?) Wat in Sheer Heart Attack nog een leuk tussendoortje was, is hier uitgebouwd en uitgebalanceerd over het hele album.
Verder is het gewoon indrukwekkend hoe elk nummer gewoon compleet zijn eigen ding is. Een eigen wereld die volledig afgewerkt wordt, op zo'n manier dat je er volledig in op kan gaan, maar aan het einde van het nummer sta je toch ook weer volledig open voor wat er kan komen. En dat kan alles zijn. Death on Two Legs is hevig, snerend en agressief, Love of my Life is zo enorm mierzoet dat als je er teveel naar luistert je waarschijnlijk diabetes kan ontwikkelen, maar ik hou er zoveel van. Melodramatisch, zwaar overdreven, kitscherig en in slechte smaak? Kan misschien wel zijn, maar het is zo enorm leuk en hangt zo goed aan elkaar (die ingetogen solo van May die evolueert naar één bombastische uitbarsting!) dat je dat echt geen bal kan spelen. Roger Taylor kan zich het ene moment schor staan schreeuwen (en hoe!) in I'm in Love with my Car, er daarna kan je dan weer verdrinken in de ultra-poppy sound van You're My Best Friend. Die laatste is misschien niet mijn favoriete nummer van het album, maar het is zo onschuldig, braaf en catchy dat het je onmogelijk kan storen terwijl je aan het luisteren bent. Je kijkt er misschien niet naar uit, maar het is ook niets wat echt frustratie creëert.
Het allerbeste nummer van het album, en ik zou zelfs durven zeggen van de hele band tot op dit punt, is May zijn folknummer '39. Best grappig, omdat het zo enorm ontypisch Queen is, maar wat leveren de mannen hier een huzarenstukje af zeg. Dat dromerige sfeertje door de riff en backing vocals, die belachelijk bolle bas, die zanglijnen waar je spontaan van begint te grinniken (en op de achtergrond Taylor die daar nog eens een flinke schep bovenop doet). Het is zo heerlijk ingetogen, maar op hetzelfde moment toch volgepropt met sfeer dat het op elk ogenblik aan de naden kan scheuren. Prachtnummer. Dat ik dit May's beste toevoeging aan het album vind is waarschijnlijk een eenzame positie, want grote favoriet hier The Prophet's Song staat voor mij toch wel een trapje lager. Episch, heavy, fantastische opbouw en wederom die heerlijke zanglijnen. Allemaal schitterend, maar die vocale canon van ruim twee minuten is voor mij toch dat éne momentje op het album waar Queen nèt een stapje te ver gaat. Er zijn een stuk of vijf passages te onderscheiden, en uiteindelijk doet het eigenlijk weinig meer dan het nummer even - zonder al te veel reden - opbreken. Het klinkt niet slecht, maar voor wat het is, vind ik het gewoon eventjes overkill.
Op dat vlak doen ze het dan toch beter met Bohemian Rhapsody. Daar is de legendarische overgang beheerster (qua lengte en passages), maar ook een duidelijke overgang van ballad naar rock. Want ja, we kunnen ondertussen allemaal cynisch en neerkijkend doen over Rhapsody, maar het is een feit dat bijna iedereen ter wereld ooit tot over zijn oren verliefd is geweest op dit nummer. Dat zegt toch wel genoeg? En daarbij: hoeveel lef moet je eigenlijk niet hebben om iets dat - in theorie - zo ontoegankelijk is als eerste single uit te brengen? In de rest van al die top-weetikhoeveel lijstjes elk jaar zullen er maar weinig nummers te horen zijn die zo progressief zijn als Bohemian Rhapsody. Klassieker, door zijn status een beetje vergruisd, maar stiekem gewoon niet kapot te draaien.
A Night at the Opera is voor mij misschien wel de culminatie van alles wat de band tot op dit punt was. Een bende hypergetalenteerde muzikanten die teveel ideeën hadden, teveel dingen wouden doen, om zich te lang op één ding te kunnen focussen. Logischerwijs waren er dan ook wel eens wat problemen met de balans, of werden bepaalde zaken niet genoeg ontwikkeld maar dat stoorde nooit door het ritme en de energie. Wel, hier hebben ze die houding zo goed als geperfectioneerd. Praktisch als elk nummer, elk moment, klinkt fris en spannend. Van zo'n beetje elk nummer zou je met plezier een album op zich kunnen luisteren, maar tegelijkertijd ben je ook altijd weer benieuwd welke verrassingen er nog gaan volgen. Het is een heel interessante dynamiek die je maar op weinig albums tegenkomt.
+ '39, Lazing on a Sunday Afternoon, Seaside Rendezvous, Love of my Life, The Prophet's Song, Bohemian Rhapsody, Death on Two Legs, I'm In Love With my Car,
- You're My Best Friend (maar dat is echt een redelijk klein minnetje hoor)