MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Genres / Electronic / De dance top 100 van...

zoeken in:
avatar van trebremmit
Conforce is erg goed inderdaad, binnenkort komt er een nieuw album van hem uit.

Zijn hoezen zijn trouwens ook altijd mooi.

avatar van Gyzzz
35. Deepchord presents Echospace – Sunset [2007]

Overbekende moderne dubtechno die volgens mij geen aanbeveling of introductie meer nodig heeft: Echospace is – met een kleine doch bezeten groep fanboys op discogs en allerlei forums – voor velen de heilige graal van de 21ste eeuwse dub. Voor mij was het juist even wennen aan dit duo dat erg sterk leunt op ruis en echo, en waarbij de wervelwinden voor mij in eerste instantie juist af en toe wat plastic aandeden. Niet had ik kunnen vermoeden dat deze track (en eigenlijk het hele album – The Coldest Season) mijn coconnetje voor weer en wind zou worden: ‘Sunset’ is volgens mijn last.fm mijn meest beluisterde track ooit. Dat klopt niet, want ik heb hem niet op 12” – maar het is wel goed voor een mooie notering in deze lijst.

34. Romanthony – The Wanderer [1994]

Romanthony, helaas een aantal jaar geleden overleden, was een mysterieuze figuur. Want de man die verantwoordelijk is voor de superdominante vocaal op (het m.i stomvervelende) ‘One More Time’ van Daft Punk, blijkt in het voorgaande decennium een aantal prachtige en juist subtiele houseplaten gemaakt te hebben. De mooiste daarvan is ‘The Wanderer’, waar Romanthony met ook relatief cheesy vocalen een hele mooie balans heeft gevonden. De uitkomst is een hele zalvende, positive vocale houseplaat die zich langzaam in mijn systeem gegrift heeft.

33. Pod – Northern Lights [1992]

Kenny Larkin kwam al eerder in deze lijst terug met hele pure, heldere en schone techno zonder daarbij direct in het 4x4 op 125-135 BPM-gareel te schieten onder het alias Lark met ‘Tedra’. Dit is zijn tweede en laatste notering in deze lijst, en ook die voldoet aan die beschrijving: ‘Northern Lights’ is de essentie van techno zonder het dansvloerconcept daarvoor van stal te halen. Zeldzame kwaliteit waarvoor Kenny Larkin zijn hele identiteit in een track gestopt lijkt te hebben, afkomstig van ‘The Vanguard EP’ die in 1992 (ondanks de hele ‘first wave’ in de jaren daarvoor) zijn tijd ver vooruit is. Diep emotionele technische funk om jezelf in op te sluiten: dit is er een voor de repeatknop.

32. Kyle Hall – Ghosten [2010]

Lang niet alles van Kyle Hall vind ik even goed. Soms neemt deze voormalige superbelofte uit de zoveelste detroit wave daarvoor wat teveel hooi op zijn vork en is niet alles even coherent. Maar dat maakt allemaal niets uit omdat hij ‘Ghosten’ heeft gemaakt: een absolute superplaat die je helpt om de hele wereld te relativeren. Pure rust en kalmte, berusting in de situatie zoals hij is.

Toen ik in Boston woonde kreeg ik daar regelmatig het gevoel dat iedereen haast had; de voelbare stress van New York zonder dat de stad daar in uiterlijk enige aanleiding toe leek te geven. Op die momenten is ‘Ghosten’ het enige antwoord dat je nodig hebt, de mogelijkheid om afstand te nemen en overal de schoonheid in te zien. Veelzijdig in al zijn eenvoud en een bron van warmte, rust en levenslust.

31. Underworld – Dirty Epic [1994]

In mijn jonge jaren ben ik talloze keren in Engeland geweest. We verbleven dan altijd in een dorpje dat het verval van de Engelse rafelranden (of eigenlijk: alles meer dan 50 kilometer buiten Londen) treffend weergaf. Winkels die keer op keer failliet gingen, 1-pound-stores die opdoken, stranden en tennisbanen waar sinds goedkope vliegtickets naar Spanje geen mens meer kwam. En fish & chips afhaalwinkels waar uit angst voor dronken hooligans alle eigen zitplaatsen uit voorzorg gewoon verwijderd werden.

Zoals wel vaker heeft die tragiek ook iets prachtigs, zeker op een vakantiebestemming waar je niet je hele leven doorbrengt. En nog mooier: die tragiek heeft een perfecte soundtrack in de vorm van Dirty Epic. Hoewel het nummer zich in en rond Londen afspeelt (”In a big screen satellite disappearing down the tube hole on Farringdon Street”, ”Ride the sainted rhythms on the midnight train to Romford”) tekent de track verveling alom. Het verwarde, platte gemijmer van Karl Hyde sluit naadloos aan bij de rauwe realiteit waarin weinig plaats is voor schoonheid. Underworld verbeeldt de grauwe kant van Engeland in de jaren ’90, mannen die om 10 uur ’s ochtends met een pint bier in de Greater Anglia-treinen zitten te lallen. Niet toevallig leerde ik Underworld kennen door een verzamelaar, op de gok gekocht bij een pawnbroker in een achteraf straatje van Colchester.

In het licht van bovenstaande was het een logische keuze van Danny Boyle om Underworld’s Born Slippy tot een van de hoofdthema’s van Trainspotting te bombarderen. Wat mij betreft had Dirty Epic, dat minder puntig, lamlendiger en simpelweg briljanter is, daar prima aan toegevoegd kunnen worden. Dit is geen muziek voor in clubs, dit is muziek voor op de stoep bij gebrek aan geld voor of uberhaupt aan de aanwezigheid van een acceptabele club. Zelden werd de trieste kant van Engeland beter vertolkt.

avatar van Gyzzz
30. Rhythm & Sound – No Partial [2001]

Het is niet erg origineel om dit te zeggen, maar iedere andere suggestie zou evengoed belachelijk zijn: Moritz von Oswald en Mark Ernestus zijn vermoedelijk de twee grootste genieën uit de elektronische dansmuziek. De Berlijnse pioniers zetten achtereenvolgens techno (Basic Channel), house (Round One-Five), minimal techno (Maurizio), dub en reggae (Rhythm & Sound) volledig naar hun hand. Binnen (maar ook tussen) ieder van deze genres maakten ze op z’n minst enkele definities ofwel prototypes van hoe die stijl hóórt te klinken. Het is onvoorstelbaar hoe het duo van ieder van deze genres al bij de eerste plaat tot de absolute basale essentie komt. Verspreid over het wereldwijde web zijn er nogal wat fanboys van dit verder relatief anonieme duo, maar hoe kan het ook anders als je in 1993 al tracks maakt die in 2017 nog steeds vooruitstrevend klinken. Pas in de afgelopen jaren scheidden de wegen van het duo, waarbij Von Oswald meer richting minimale jazz bewoog (Moritz von Oswald Trio), terwijl Ernestus zich stortte op sterk ritmische Afrikaanse muziek met zijn Ndagga Rhythm Force.

Toen ik Rhythm & Sound ontdekte via de zelfgetitelde verzamelaar van eerder uitgebrachte 12”s realiseerde ik mij niet dat Ernestus en Von Oswald achter de knoppen zaten. Dit volkomen publiciteitsschuwe duo zijn twee van de weinige artiesten waarover je met recht kunt zeggen dat hun muziek volledig centraal staat, zichzelf uitdrukt en de perfectie benadert met een paar ogenschijnlijk simpele grooves. Met elk nieuw alias waarmee ze op de proppen komen denk je opnieuw: dit is precies de essentie van het genre dat ze maken. Vaak geïmiteerd, maar nooit geëvenaard.

‘No Partial’ is super-elementair. Robuuste, stoere blokken van geluid dubben en echoën zich een weg uit de boxen. Zoals ik zware apparaten met veel metaal verkies boven plastic rommel, zo verkies ik ‘No Partial’ boven het gros van de dub(techno). Hier straalt zoveel zelfvertrouwen van uit, zo weinig expliciete dadendrang of ingewikkelde probeersels die je bij navolgers veel hoort. Nee: gewoon een hele diepe groove, die tot pure perfectie is uitgehouwen en bijgeslepen.

29. Mr. Flagio – Take a Chance [1983]

Zoals bijna iedereen die fan is van italo disco ben ik groot deel van mijn waardering voor dit wonderlijke genre verschuldigd aan I-F’s Mixed Up in The Hague vol. 1, de compilatie die een speels en soms knullig genre voorzag van een serieuze positie in danceland. En net zoals iedereen die fan is van italo disco vind ik ‘Take a Chance’ van Mr. Flagio het absolute hoogtepunt uit het genre. Het is niet erg origineel, maar het is gewoon waar. En zo kon het dat ik harde technosets in club Trouw afgesloten heb horen worden met deze plaat, al is het maar omdat de DJ van dienst het niet kon laten om deze nog even over het geluidssysteem te kunnen jagen.

Omdat hij zo veelgedraaid is vergeet je bijna hoe bizar deze track echter is. De vocalen slaan werkelijk helemaal nergens op, zowel in klank, tekst als structuur. De vocoder is supercheesy. De esthetiek van artwork en label vallen amper ergens aan te relateren. En wat de beat zo goed maakt valt ook met geen mogelijkheid uit te leggen. Dat dit samenkomt in iets zo universeels en uitdagends is eigenlijk een enorm raadsel. Een foutje van de geschiedenis in ons voordeel.

28. Underground Resistance – Transition [2002]

Hoe vaak worden zes vragen achter elkaar gesteld die je elk van je stuk brengen? In hoeveel memorabele tracks wordt überhaupt actief gepredikt; dwingend op de luisteraar ingesproken? Ik ken er maar één, en dat is deze klassieker van het grootste formaat: “Transition” van Galaxy 2 Galaxy, een track die ik leerde kennen ingebed in een Richie Hawtin-mix (getiteld DE9: Transitions) en voor mij een belangrijk zwaartepunt in de techno.

There will come a time in your life, when you will ask yourself a series of questions.
Am I happy with who I am?
Am I happy with the people around me?
Am I happy with what I am doing?
Am I happy with the way my life is going?
Do I have a life? Or am I just living?


Transition is een ijkpunt dat met enkele zinnen aangeeft waar die muziek, en het leven in ringen daaromheen, om draait. De titel van Hawtins veel gevierde mixplaat kan dan ook niets anders dan een ode zijn aan wat voor mij Underground Resistance’s allerbeste output is (en dat zegt nogal wat met onder meer The Final Frontier en Jaguar in het kielzog). Ik moest er even aan wennen, want de DE9-versie is microscopisch en onderdrukt, terwijl dit origineel van Mike Banks en consorten bol staat van de springende energie die op volle kracht uitgeblazen moet worden en ook wordt. Maar juist de vocalen, die herkenbare levensbeschouwingen, in geschreven vorm op het randje van clichématig maar omgeven door de diep doordringende vrouwenstem als bezinkende echo zo geniaal, die drongen het eerste bij me binnen.

Do I spend too much thinking and not enough doing?
Did I try the hardest at any of my dreams?
Did I purposely let others discourage me, when I knew I could?
Will I die, never knowing what I could have been, or could have done?


Het klinkt misschien raar voor een technotrack, maar Transition is zonder twijfel de track geweest waar ik in mijn leven het meest aan gehad heb. De universaliteit, de overtuiging zonder pathetisch te worden, de verpletterende eenvoud, de lichtheid, en bovenal natuurlijk de waarheid: ze zijn allen ontwapenend. Maar dit alles was natuurlijk lang niet zo krachtig geweest zonder de energie die als een stoommachine op maximale kracht van deze plaat afblaast. Transition is een pakketje overtuigingskracht met de basale kracht en mystiek van een energiequantum. Eenvoudig in uiteindelijke vorm en tempo, maar toch een ongrijpbare creatie.

Do not let these questions restrain or trouble you
Point yourself in the direction of your dreams
Find your strength in the sound
And make your transition


Transition is niet het nummer waarvan ik het meest geniet (dat wordt de nummer 1), maar wel mijn 'levenslied' - als er zoiets bestaat. Ik weet het niet en zal het ook niet meer kunnen achterhalen, maar ik houd er rekening mee dat Transition een drijvende kracht geweest is achter veel van mijn keuzes en beslissingen in de afgelopen 10 jaar. Een ontzettend belangrijk nummer.

27. CV313 – Beyond the Clouds (Reprise) [2010]

Toen Rod Modell en Stephen Hitchell halverwege de jaren ’00 opdoken met een enorme stroom aan futuristische dubtechno 12”s, werden ze door een groot deel van het kritische publiek van dit subgenre onthaald als de troonopvolgers van het Basic Channel-geluid. Deepchord, Echospace, cv313: aan welk alias of solo-project de twee ook werkten, ze konden rekenen op de steun van enkele tienduizenden zeer trouwe volgers wereldwijd. IJkpunt in die onoverzichtelijke (en naar mijn idee soms ook kwaliteit in de weg staande) lading platen was ‘The Coldest Season’, een volwaardig album dat ook door popcritici unaniem geprezen werd. Nu is dubtechno in het algemeen het meer nerdy, teruggetrokken broertje van techno, dat vaak niet de brede waardering krijgt dat het verdient, maar dat nu juist The Coldest Season die lof ten deel moest vallen verbaasde mij, kwam zelfs een beetje willekeurig op me over. Ik vond het veelal aardige concepten, maar vond – in tegenstelling tot Basic Channel, Porter Ricks, Convextion en de Chain Reaction-uitlopers – het geluid te plastic, te gepolijst en te doordacht. Kwam er eindelijk euforie over een van mijn meest geliefde genres, kon ik daar niet in meedelen…

Een paar jaar later, in 2010, kreeg ik cv313’s 12” ‘Seconds to Forever’ ter overname aangeboden van een vriend die in al zijn enthousiasme twee exemplaren besteld had. Het was me niet helemaal duidelijk of hij dit expres gedaan had, maar hij zat er duidelijk bovenop, wat geen overbodige luxe is in de vijver van hongerige fans die de vaak gelimiteerde releases binnen enkele dagen doen uitverkopen. Aarzelend legde ik het aanlokkelijke transparante vinyl op de speler. Vervolgens heb ik de plaat de hele dag niet meer stopgezet. Omdraaien en omdraaien, gevangen in de eindeloosheid van CV313 (Stephen Hitchell solo), die hier naar mijn idee meer naturel klinkt dan Deepchord of Echospace meestal doen. Uiteindelijk zette ik vooral de 23-minuten lange B-kant ‘Beyond the Clouds (Reprise)’ met gemak uren achter elkaar op. Een eindeloze geluidssoep van zwevende, veeldimensionale grijstinten. In een keer begreep ik de loftuitingen. En dat gold voor meer critici van het gehele genre, getuige het volgende commentaar van discogs-user maroko: Never was into dub techno and the whole "let-the-wind-hiss-through-my-headphones-for-twelve-minutes" aesthetic, but this record is something else.

Nu blijft ‘Beyond the Clouds’ een aparte plaat: het is meer een kunstwerk dan een track – je blijft er in hangen en kunt bijna niet meer loskomen; het geluid is een magnetisch veld waar je mentaal niet uit kunt of wilt stappen. Een veld waar je langzaam naar het centrum leviteert en in een steeds stabielere, meditatieve toestand komt. Het nummer zou zich daarmee prima lenen om in een museum overal permanent aan te staan (al zul je het gros van de bezoekers er vast gek mee maken). Het is fysiek aangename muziek en daarmee nog altijd het beste uit de Echospace-hoek (al is The Coldest Season de laatste jaren ook eindelijk geland).

26. Legowelt – Cruise Till the Sun Shines [2014]

Zoals ik bij nummer 41 uit deze lijst al vermeldde, begaf ik mij in 2015/2016 gedurende een half jaar (gelukkig in de Nederlandse winter) veelvuldig op de snelwegen van Riyadh. Vanuit werk hadden we een vast groepje Pakistaanse, Sudanese en Bangladeshi chauffeurs die allen, gescheiden van hun familie in het thuisland, probeerden in korte tijd een goed inkomen te verdienen om eenmaal terug een beter leven te kunnen leiden. Van mijn Australische teamgenoot leerde ik dat veel chauffeurs een AUX-kabel in hun belachelijk grote maar in de woestijn blijkbaar normale GMC Yukon XL of Nissan Patrol bewaarden. Soms vroeg ik die chauffeurs wat van hun eigen favoriete muziek op te zetten, en soms besloot ik zelf geschikte platen voor de situatie uit te kiezen. Hierdoor was enige eventuele ongemakkelijkheid vaak al snel als sneeuw voor de zon verdwenen en beleefden we mooie ritten in een zee van rode achterlichten naar het King Khalid International Airport.

De mooiste track die deze herinneringen heeft vormgegeven en die gemaakt is voor dit soort gelegenheden is ‘Cruise Till the Sun Shines’ van Legowelt, de Nederlandse electrogrootmeester. Deze heerlijke zee van warmte uit een van Legowelts miljoenen synthesizers is één grote brok nostalgie.

avatar van -SprayIt-
Prachtige verhalen bij supertracks, complimenten. Het is smullen met deze lijst.

avatar van Dance Lover
Veel tracks die ik niet ken, goed nieuws dus; binnenkort even alles bij luisteren.

Deepchord/Underworld & Mr. Flagio uiteraard geniaal!

avatar van GrafGantz
Heb al veel mooie lijsten langs zien komen hier, maar met deze heb ik veruit de meeste raakvlakken. En dan ook nog die fantastische stukjes ❤

avatar van Gyzzz
25. Round Two – New Day (Vocal Mix) [1995]

Vanaf 2008 of 2009 was het een wens van mij om Moritz von Oswald eens in actie te zien. Helaas stond hij zelden tot nooit ergens op het affiche, en vond ik het ook weer wat overdreven om voor een korte DJ-set naar verre landen te reizen. Toen ik in 2014 in New York was en keek wat er in de ‘Bunker’ club in Williamsburg te beleven was, zag ik tot mijn stomme verbazing Moritz von Oswald met een 3uur-set op het affiche staan. Ik maakte mijn Russische hostelgenoot wijs (en geloofde zelf ook daadwerkelijk) dat hij dit absoluut niet mocht missen, en zo togen we gezamenlijk met de L-train richting deze inmiddels ter ziele club.

Daar draaide Moritz met één hand (de andere is verlamd of iets dergelijks?) op een wat verveelde wijze een beetje plaatjes vanaf zijn macbook. Buiten het feit dat zijn set getuigde van een geweldige smaak en het een prachtige avond was, was het een bijna plezierige desillusie om deze levende legende zo verveeld en onbewogen achter zijn laptop te zien zitten. Alsof hij een potje Patience aan het spelen was. Mijn Russische gelegenheidsvriend begreep er dan ook weinig van en was ik binnen een uur kwijt – ik denk dat hij teleurgesteld is weggegaan – en heb ik sindsdien nooit meer gezien. Zelf verliet ik de tent echter voldaan en een geweldige ervaring rijker en raakte ik nog verdwaald in een dubieuze buurt op weg naar de metro. Het was het evengoed waard.

Round Two’s New Day is een perfecte vocale houseplaat. Opnieuw een prototype. En ja: ook deze komt van de hand van Von Oswald en Ernestus – het wordt bijna saai, maar vooral is het terecht dat de aliassen van dit duo stuk voor stuk voorbij komen in de hogere regionen van deze lijst.

24. Rhythm & Sound – Carrier [1999]

Alweer een notering van Rhythm & Sound; dit is de tweede en laatste van deze lijst. ‘Carrier’ is het epicentrum van de instrumentale dub: een heerlijk kolkende geluidssoep van schuivende en pruttelende geluidjes. Deze track legt een enorm gewicht in de schaal, voelt loodzwaar aan en is ondertussen toch zwevend en schuivend. Tijdloze contrasten van een buitenaardse orde. Het is terecht zelfvertrouwen dat dit Duitse dubduo zich de naam ‘Rhythm & Sound’ heeft toegeëigend. Want als iemand het prototype mengsel van die twee op de kaart heeft gezet, zijn zij het.

23. Burial – Raver [2007]

Mijn favoriete Burial-plaat en een rechtlijnige en gepaste afsluiter van prachtplaat ‘Untrue’. Ik heb mijn vrouw ontmoet bij de klanken van deze track, dus dat is op zich voldoende rechtvaardiging van deze notering. Maar ook los daarvan is de directe koppeling van emoties aan klank iets dat niemand Burial nadoet. Het is een cliché geworden omdat het zo ontzettend waar is: dit is de perfecte muziek voor nachtelijke stadswandelingen door Amsterdam (of nog beter, door Londen). Muziek voor het donker, voor verlaten en desolate buurten die niettemin grootstedelijkheid ademen.

22. Plastikman – Psyk [1998]

Dan is het nu tijd voor de – ogenschijnlijk – eenvoudigste track van deze hele lijst. ‘Psyk’ van Plastikman is als het ware het basale ijkpunt voor zowel de acid als de minimal techno: een zwaargeladen en stompende bas en lichtvoetige drumtikken ter ondersteuning van een eindeloos doormodulerende, perfect cirkelvormige klank uit de Roland’s befaamde TB-303. Nu en dan duikt er een soort tegenmotiefje op, dat al even wiebelig en rond klinkt, om tegen de majestueuze hoofdloop in te sturen. De kunst van de eenvoud en de kracht van de machine worden hier in vol ornaat tentoongesteld. Het vormt een mooie overgang van Richie Hawtin die als kale nerd druk experimenteerde met zijn machines naar de blonde mooiboy op Ibiza. In dit middelpunt lijkt hij totale vrijheid te ervaren, niet geremd door de mode, noch door de beperkingen van zijn apparatuur, is dit een elektronische freestyle van episch formaat.

Psyk is het ultieme bewijs dat het dagenlang slijpen aan de perfecte loop, de perfecte groove, een niet mis te verstane kunstvorm is. Zet dit hard aan over de speakers, laat het door het hele huis galmen, en je bent diep teleurgesteld zodra de 8 en een halve minuut aan repetitie voorbij zijn. En daar zit de kunst: hoe kun je minutenlange repetitie met minimale accenten interessant houden? Hoe krijg je een monumentale klassieker vol gevoel uit een drumcomputer en basmachine? Mijn favoriete Plastikmanplaat en een die ik eindeloos opnieuw kan luisteren – hier zit zo ontzettend veel in.

21. Nick Holder – Feelin’ Sad [1998]

Rond 2009 begon ik voor het eerst meer uit te gaan dan een incidentele nacht in Melkweg of Paradiso. Trouw, de club waar ik achteraf het meest zou vertoeven, opende net en ook in Studio80 kwam ik graag. En hoewel het Amsterdamse nachtleven meer dan ooit te voren lijkt te bloeien zijn die beide clubs inmiddels helaas gesloten. De mooiste avonden beleefde ik echter in de – al een stuk langer ter ziele – Bunker aan de NDSM-Werf. Vanwege discutabele redenen als geluidsoverlast (moeilijk voor te stellen in een destijds nog afgelegen terrein als de NSDM) en brandgevaar (het gevaarte was letterlijk een bunker, voor nagenoeg 100% van gewapend beton) besloot Stadsdeel Noord begin 2011 een einde te maken aan de spannende, industriële plek op die toen nog verlaten scheepswerf. Vooral jammer omdat ik de smaak net te pakken begon te krijgen, en er tot mijn spijt slechts 3 clubnachten heb mogen meemaken. Maar wat een prachtige sessies waren dat: elke is nu nog te vinden in mijn 10 mooiste muziekherinneringen.

Wat zo mooi was aan de Bunker was dat de club wars van heersende trends was. Waar andere clubs, ook de betere, hoofdzakelijk nog minimal techno draaiden, stortte de Bunker zich op oldschool Detroit-materiaal met sets van (de mij tot dan toe onbekende) DJ Bone en DJ 3000, aangevuld met Nederlandse inbreng van onder meer vaste gast Dimi Angelis. Door hen maakte ik kennis met beukende oude klassiekers, zoals Vainqueur’s Lyot en Phylyps Trak, in een atmosfeer die daar alleen maar aan bijdroeg. Uitgesproken maximale techno, dwars tegen de minimalrage in, in die grote, grijze betonnen bak met dat kleine rode bordje 'Garage'.

Waarom staat dit verhaal dan bij een onderdrukte, subtiele houseplaat? Dat komt omdat ik juist in de maanden van de Bunker helemaal in de ban was van deze plaat. Perfect geschikt als voorafje, als opwarmer voor die clubavonden, maar ook ideaal om mee tot rust te komen na afloop. De eenvoud brengt je zowel in de stemming als tot rust. Eenvoud en subtiliteit van Nick Holder. Prachtige zachte repetities die langzaam inwerken, gesterkt door een soulvolle, weeïge soul sample en een vederlichte jazzy blazer. ‘So Sad’ gaat ontzettend ver de diepte in met zulke eenvoudige middelen. Deep House die zijn naam eer aan doet, en die mij ook zes jaar na dato nog doet terugverlangen aan de avonden in de NDSM Bunker.

avatar van Gyzzz
20. Pépé Bradock – Deep Burnt [1999]

De deephouse-plaat aller deephouse-platen is wat mij betreft (en dit is niet zo’n originele mening) Deep Burnt van Pépé Bradock. Mijn mooiste herinnering aan deze plaat is ook alweer bijna 10 jaar oud, van een studentenfeestje op een oude rondvaartboot op het IJ. De golvende en repetitieve klanken bij een ondergaande zon op het IJ maakten een perfecte setting om deze (al klungelend met een oude versie van Traktor) aan te slingeren. Dit is zo’n plaat waar je in één keer van snapt dat hij gewoon klopt: waterig zonnetje, biertje erbij, totale ontspanning. En toch niet gimmicky – al is het maar omdat deze plaat in 1999 een hele golf van muziek in deze stemming en sfeer voor was.

19. Musicology – Hall of Mirrors [1992]

Deze plaat is meer bekend onder het alias B12, het Britse duo midden tussen Detroit Techno en Warp IDM (maar meer neigend naar het eeste) dat deze track ook op debuutalbum Electro-Soma zette. Lekker concrete en gecontroleerde kwaliteitstechno – licht gedateerd maar toch een blauwdruk voor heel veel later materiaal. Dit is rechtlijnige en elementaire muziek voor zowel lichaam als geest.

18. E.R.P. – Lament Subrosa [2007]

Melodieuze en diep-emotionele electro in de geest van Drexciya, maar dan als een soort vederlichte versie daarop. Waar Drexciya serieus en zwaar is, legt E.R.P. hier net zoveel gewicht in de schaal, maar dan in melancholiek en euforie door elkaar. De muziek van Gerard Hanson is van een andere orde, en met (spoiler!) nog een notering hoger dan deze heb ik er weinig anders over te melden dan hoe vreselijk onderschat deze man wordt.

17. Chic – I Want Your Love [1978]

De ultieme discoplaat, en ook los daarvan misschien wel de ultieme dansplaat. Ik houd helemaal niet zo van disco, maar deze overbekende classic van Chic is van een andere orde. Oneindig vaak gesampled in allerlei contexten, en nooit geëvenaard. Terwijl ik soms het gevoel krijg dat mijn smaak in een eigenaardig uithoekje van het muziekspectrum ligt, is dit juist het epicentrum van heel veel van die spectra. Prachtige plaat om op feestjes te draaien bovendien.

16. 154 – Sun [2004]

De hoogste notering van Newworldaquarium, en wel onder het alias 154. Deze plaat, en het hele album Strike staat vol met gedreven luistermuziek in de stijl van Gas en zijn vroege Kompakt-navolgers Ulf Lohmann en Markus Güntner, op de scheidslijn tussen ambient en techno. En waar ik bij dat Duitse gezelschap toch meer een ambient-gevoel ervaar (daarom geen plek in deze lijst), krijg ik van ‘Sun’ juist een sterk gevoel van beweging en expliciete dynamiek.

Deze track heb ik heel veel geluisterd tijdens een interrail-trip naar Noord-Noorwegen: via Hamburg, trein op boot naar Kopenhagen en vervolgens Lund-Stockholm-Kiruna-Narvik. Tot slot met de bus door tot Tromso, en daarna via Berlijn terug naar huis. Prachtige reis, met 154 als begeleiding tussen eindeloze loof- en naaldbossen als ritme. Winters landschap in de zomer, kolenmijnen en kolentreinen in noord-Zweden, de zon die nooit ondergaat en op elk moment van de dag deze track als soundtrack van de laaghangende zon. Ik realiseer me nu pas waarom deze track ‘Sun’ heet.

avatar van jordidj1
Raver ❤️❤️❤️❤️❤️

avatar van Gyzzz
15. Underground Resistance – The Final Frontier [1991]

Een paar plekken in deze lijst zijn gereserveerd voor de echte basis: standaardwerken die aanvoelen als startpunt waar andere tracks dan op kunnen bouwen. In termen van ’standing on the shoulders of giants’ is Mike Banks zo’n gigant – ook al komt deze plaat ‘pas’ uit 1991. ‘The Final Frontier’ vult een lege ruimte en is waarschijnlijk de meeste epische en grootse plaat van deze hele lijst. Een avontuur in een ruimteschip dat met behulp van een badje van acid gelanceerd wordt. “Launched from Detroit” staat veelzeggend op de 12”. Superclassic.

14. Jeremy – So Peaceful [2002]

Heb je stress, om wat voor reden dan ook? Zet dan So Peaceful van Jeremy op: de ultieme ontspanning, niet met trucjes maar smaakvol. Niet met de zenuwachtige onderlaag van sommige ambient, maar totale kalmte en controle. Het is zo knap hoe deze man zoiets zalvends en kalmerends kan maken zonder daarbij enige clichés uit de kast te halen. Dit is dan ook het summum van de kleine en superkwalitatieve Driftwood-catalogus. Hoog in de wolken, zacht en warm – als een dekentje waar je je in kunt verstoppen.

13. Basic Channel – Phylyps Trak [1993]

In de periode dat ik vaak bij Rush Hour in Amsterdam en regelmatig bij Clone in Rotterdam kwam had ik een paar regels om te zorgen dat mijn aankoopgedrag een beetje binnen de perken zou blijven. Ik nam me bijvoorbeeld voorafgaand aan een bezoek voor om niet meer dan 3 platen te kopen (en dat werden er dan toch 4 of 5). Maar ook ben ik volgens mij nog nooit met lege handen de winkel uitgelopen. Daarvoor was een eenvoudige reden: als geen van de beluisterde nieuwe of onbekende platen me voldoende beviel om tot aanschaf over te gaan, kocht ik gewoon blind één van de (altijd voorradige) platen uit de Basic Channel- of Maurizio-catalogus.

Gevolg is dat ik zowel de Basic Channel reeks van ’93-’96 als de M-Series van Maurizio nagenoeg compleet heb. Omdat die platen altijd voorradig zijn, zijn het niet de meest verrassende aankopen die voor kortetermijn-plezier zorgen. Maar op de lange termijn zijn het simpelweg de allerbeste platen. Zo ook deze wild klapperende Phylyps Trak. Op hoog tempo slaat deze plaat wild maar gecontroleerd om zich heen. Deze track uit 1993 is zijn tijd lichtjaren vooruit, en ook nu – in 2019 – heb ik eigenlijk nog nooit iets gehoord dat hier ook maar een beetje in de buurt komt, in klank danwel kwaliteit. En dat alles ergens rond 140 bpm.

12. Soul Capsule – Lady Science (NYC Sunrise) [1999]

In de metro na een geslaagd feest. Zonsopkomst, dauw en een rustige, gelaten sfeer. Naar verluidt inspireerde deze vast voor velen herkenbare Berlijnse sfeerschets Ellen Allien bij het maken van haar debuutplaat Stadtkind. Maar hoewel diens titeltrack en het briljante 'Licht' lang kanshebbers voor deze lijst waren, gaat dat beeld voor mij pas echt hand in hand met het ingetogenere, implicietere 'Lady Science (NYC Sunrise)' van Soul Capsule: zware ledematen; muziek die nog na echoot in je hersenen; Het lichte ongemak van aangeschoten slaperigheid waar je eigenlijk alweer overheen begint te raken. Lady Science omvat het allemaal.

Of de referentie in de titel toevallig is weet ik niet - het lijkt me niet - maar de langzaam verdampende schaduwen van euforische uitroepen, de laatste bliepjes van de nacht en de verweg liggende 'let's go'-samples ademen het begin van een nieuwe dag na het einde van een lange nacht.

'Lady Science' is niet alleen de soundtrack van de late nacht annex vroege ochtend - het is ook een van de schatten van het wereldwijde web. Terwijl rond 2000 voor bijna ieder genre wel een tijdschrift bestond, slimme videoclips werden uitgebracht of goede podia de namen letterlijk en figuurlijk op het affiche zetten, zijn er in de house en techno vele parels uitgebracht die gedoemd waren rechtstreeks de vergetelheid in te tuimelen. Uitgegeven op 12" want ongeschikt voor het albumformat. Zonder videoclip want enkel geschikt voor in clubs (of dus eigenlijk meer voor daarna). En nooit op de voorgrond omdat juist de anonimiteit en eindeloosheid haast voorwaardelijk verbonden zijn met de schoonheid. Daarvoor is met name youtube een ongelofelijke uitkomst geworden, via welke ik onder meer de volledige Driftwood-catalogus ontdekte: stuk voor stuk briljante deephouse 12"s die op geen enkele manier te promoten zijn, maar daardoor bijna nog waardevoller in consistentie en puur vakmanschap. En dat geldt natuurlijk bij uitstek voor deze NYC Sunrise: een anonieme feestuitgeleide van de buitencategorie.

11. Tin Man – Nonneo (RA Session) [2017]

Ik heb een zwak voor artiesten die zich apparatuur zo eigen maken dat ze totale controle krijgen over de machine – het hele beeld van de Mensch-Maschine (in 1978 al zo mooi op plaat gezet door Kraftwerk en in Detroit vervolgens nog veel groter gemaakt) spreekt mij erg aan. Daarom krijg ik altijd kippenvel bij deze liveset van Tin Man, die een uitvoerige bewerking op zijn klassieke plaat ‘Nonneo’ maakt in live uitvoering voor resident advisor’s Sessions-serie. Met een hele batterij aan 303’s, 606’s en synthesizers staat hij als een edelsmid te schaven aan rondpingelende geluiden. Als tussen de 10 en 12 minuten de klankkleur van het laatste motiefje zich een weg uit de track moduleert is dat om te watertanden. Epische sessie met ongelofelijke overgangen en klankkleuren van deze acidkoning.


avatar van Gyzzz
https://img.discogs.com/X5RVoDuVImSYolJwJ1gW_zFdQG4=/fit-in/600x600/filters:strip_icc():format(jpeg):mode_rgb():quality(90)/discogs-images/R-11280-1541885134-5238.jpeg.jpg

10. Porter Ricks – Port Gentil [1996]

De ultieme symbiose tussen donkere dubtechno en gruizig & prettig geluid is Port Gentil van Porter Ricks. Dit duo, waar de minimale geluidskunstenaar Thomas Köner onderdeel van uitmaakt, maakt mysterieuze, soms ontoegankelijke maar graniet-harde, superrobuuste elektronica. Ruwere genres als industrial, breakcore komen wat mij betreft nooit in de buurt van de stevigheid die hier voorgeschoteld wordt. De ritmes liggen diep verstopt in een laag van gruis en stof, noise- en ambientgeluid onderdrukt de bassen en kicks tot diep onder de oppervlak en toch is dit hele pure techno. Pure power, met een zalvend en berustend effect. Zeldzame contrasten binnen een diepe en gelaagde schoonheid.

avatar van Gyzzz
https://img.discogs.com/LrhjVHLL-BCtUBfeRBsPgNgkVd0=/fit-in/600x600/filters:strip_icc():format(jpeg):mode_rgb():quality(90)/discogs-images/R-2750358-1318759956.jpeg.jpg

9. June – Lost Area (DJ Sprinkles’ Lost Dancefloor) [2011]

De meest expliciet emotionele plaat uit deze lijst is – hoe kan het ook anders – een DJ Sprinkles bewerking van June’s Lost Area. Dit is house van een compleet andere orde, die de sfeer, thematiek en elementen (tot klassieke acidgeluidjes aan toe) behoudt maar totaal andere kaders gebruikt om tot een eindproduct te komen. De schreeuw snijdt door alles en iedereen heen, en de klankkleuren overspoelen je als een gigantische golf op een verlaten strandje. Diep geladen aanzwellende geluidsstromen smelten samen met gekke geluidjes. Als vonken tussen twee zwaar geladen condensatorplaten voelt de muziek als ontlading van een diepgelegen spanning. De uiteindelijke ontlading is de geweldige piano die er na zeven en een halve minuut inglijdt en vervolgens rustig mag doorontwikkelen.

avatar van Gyzzz
https://img.discogs.com/K8ciR7MlgWnEb7m5LoN45QRKtDQ=/fit-in/600x597/filters:strip_icc():format(jpeg):mode_rgb():quality(90)/discogs-images/R-919801-1556825238-2508.png.jpg

8. Substance & Vainqueur – Reverberate [2007]

Daar is hij weer: Vainqueur, de grote held van de metalen, kleurloze dub. Met een beperkt en afgemeten palet van auditieve grijstinten trekt deze man, hier in onvolprezen samenwerking met Substance, echomuren op om u tegen te zeggen. Zoals #11 Tin Man acid tot in de vingers beheerst en zich volledig eigen heeft gemaakt, zo is Vainqueur de edelsmid van de dubtechno. Ondanks een relatief beperkt repertoire zetten zijn platen de toon en bepalen het spectrum.

Reverberate is daar het mooiste voorbeeld van: genoemd naar ‘galm’, het effect zelf, pakken Substance & Vainqueur dit element, kleden het uit, keren het binnenstebuiten, optimaliseren het en smeden er vervolgens een nagenoeg perfecte dubplaat van. De plaat is onderdeel van een reeks briljante platen van dit duo, allemaal rond 2007 uitgebracht in een vlaag van inspiratie op het eigen Scion Versions label.

avatar van Gyzzz
https://www.musicmeter.nl/images/cover/434000/434688.jpg

7. E.R.P. – Tuga [2013]

In mijn geheugen gegrift staat een filmpje van een liveset van Convextion a.k.a. E.R.P. op het Labyrinth Festival in Japan. Op dit schijnbaar roemruchte festival draait de schuwe Gerard Hanson plaatjes in de vroege moren vanuit een grote tipi op een nagenoeg uitgestorven terrein. In het filmpje van nog geen kwartier draait de man vier of vijf van de mooiste tracks die ik ooit gehoord heb. Als gevolg spoor ik al het E.R.P.- en Convextion-werk op dat ik nog niet ken, maar zonder enig resultaat. De tracks blijken helemaal nooit uitgebracht te zijn.

In 2013 verschijnt echter de Pith EP van E.R.P., waarop enkele van de tracks uit het filmpje staan. De allermooiste is Tuga: diep emotionele electro die alleen in klankkleur al vrijwel alles direct achter zich laat. Positieve, schone electro vol melodie, drukte en kracht. De derde en hoogste notering in de lijst van deze man, en dan heb ik nog flink moeten schrappen.

avatar van Gyzzz
https://www.musicmeter.nl/images/cover/34000/34056.jpg

6. Closer Musik – Departures [2002]

Eerder in deze lijst beschreef ik reizen naar Keulen voor Kompakt Total en Gas, mijn voorkeur voor stoere muziek de de melodie niet schuwt en voor donkere en diep emotionele muziek. Departures van Closer Musik (Matias Aguayo + Dirk Leyers) is waar dit alles samenkomt en wat in een vroeg stadium mijn voorliefde voor house, techno en aanverwante definitief maakte. Een unieke plaat met een dynamiek die niemand dit duo nadoet. Donkere emotie voor het uitgaan en een warm bad in roerige tijden.

Bijna iedere artiest die zo expliciet en uitgesproken met bassen en klanken tekeer gaat verliest de subtiliteit gaandeweg uit het oog, maar Closer Musik niet. Unieke plaat die in al die jaren niets aan kracht verliest en vaandeldrager van het hele Kompakt-erfgoed.

avatar van Gyzzz
https://img.discogs.com/Hwwl7sUZzL6k3MNhLHJrCR68bz8=/fit-in/600x600/filters:strip_icc():format(jpeg):mode_rgb():quality(90)/discogs-images/R-155113-1356018148-3577.jpeg.jpg

5. Luomo – Shelter [2003]

Op 5 een plaat in het zelden memorable “vocal house” genre (is dat eigenlijk een genre), waarbij ik bij eerste beluistering helemaal ellendig werd van de extreem zoetgevooisde vocalen. Dat zou vreemd zijn, ware het niet dat Sasu Ripatti a.k.a. Luomo (en Vladislav Delay, Uusitalo, etc.) met Shelter voor mij de architectonische perfectie benadert. Shelter klopt niet gewoon goed, Shelter klopt precies en loopt als een Zwitsers uurwerk. Het kostte me een aantal keer luisteren om me te realiseren dat de supergladde vocalen juist precies kloppen bij zulke aantrekkelijke perfecties. Dit is geen muziek zonder rauwe randjes; dit is überhaupt muziek zonder randjes. Op zo’n manier zijn alle imperfecties weggewerkt dat iets heel zeldzaams en sexy's overblijft – want dat lukt bijna niemand.

Het mooiste moment in de track waarop die haast angstwekkende perfectie naar voren komt is vanaf 4:50, wanneer allerlei schuivende panelen schier vrijelijk bewegen. Op een bijna jazzy manier lijken de klanken vrije keuzes te maken, om vervolgens – samen met die gladde vocaal – rond 5:30 weer strak in het gareel getrokken te worden en na zes minuten weer in een hermetisch afgesloten kluisje opgesloten te worden. Dit is werkelijk een belachelijk strakke plaat – klinisch en strak in de beste zin van het woord.

avatar van Gyzzz
https://img.discogs.com/D_jGvKOwEjb4OawUZe8V7fDCYvs=/fit-in/597x600/filters:strip_icc():format(jpeg):mode_rgb():quality(90)/discogs-images/R-2166-1128949128.jpeg.jpg

4. Basic Channel - Quadrant Dub [1994]

Quadrant Dub – uitgesmeerd over twee plaatkanten maar volgens dezelfde motieven en aanpak – is een 36-minuten lange dubtechno-exercitie. Kant A is meer dubben, kant B is meer dansen, richting deep house zelfs – maar ze zijn eigenlijk onmogelijk los van elkaar te beschouwen. Een soort tutorial, geschreven in 1994, die al het daarop volgende instantaan nagenoeg overbodig maakt.

Dub is het soort plaat die een soort locked groove in je hoofd pakt, zich daarin nestelt, en daarom eindeloos door mag gaan. Funkier, expressiever en toch ook strakker en coherenter dan vrijwel alle techno die in de 25 daarop volgende jaren zou volgen. Diepe, bezwerende en verrassend organische house en techno voor lichaam en geest.

avatar van panjoe
panjoe (moderator)
Niets dan lof voor deze lijst, Gijs! Wat een selectie aan diepe en niet voor de hand liggende platen, en die mooie stukjes erbij maken het helemaal af.

avatar van -SprayIt-
Ja, zeer kwalitatieve selectie, bedankt voor de mooie ontdekkingen!

avatar van GrafGantz
Mooie dag vandaag, Vainqueur, E.R.P., Closer Musik, Luomo en BC zijn allemaal superfavorieten hier ❤

avatar van herman
Ik sluit me daarbij aan. Erg fraaie lijst en mooie verhalen.

GrafGantz schreef:
Closet Musik
Die laat andere producers wel een poepie ruiken inderdaad.

avatar van jordidj1
Deze lijst is wel echt een schatkist, moet hier gauw eens in duiken.

avatar van pureshores
Geweldige stukjes om te lezen

Ook leuk om Chic ertussen te zien swingen

avatar van Gyzzz
https://img.discogs.com/WzDQndET-F4iyKoQJKwdgaAUanc=/fit-in/600x600/filters:strip_icc():format(jpeg):mode_rgb():quality(90)/discogs-images/R-2944-1425685558-9870.jpeg.jpg

3. Derrick May – Icon [1991]

De meest meeslepende, zwaargeladen en epische plaat uit deze lijst is wat mij betreft Icon van Derrick May – een relatief nakomertje gezien het zwaartepunt van de releases van deze technocoryfee tussen 1986 en 1991. Hij is overigens pas in 1996 op 12” uitgebracht, maar verscheen tussendoor op de Virtualsex compilatie uit ’93. Deze plaat kan je op een willekeurige dinsdagmiddag in een diepe emotieve toestand brengen, is zuivere Detroit techno, brengt je emotioneel en lichamelijk in beweging – en dat alles zonder een kickdrum te gebruiken. Complex, zwaar en diep maar toch lichtvoetig en geschikt om verschillende keren op te zetten.

Er bestaan overigens verschillende versies van deze track – allen geweldig maar met een verschillende focus. Het origineel, Icon als Rhythim Is Rhythim, is het meest complex, druk, overlopend van ideeen en kortweg gefreakt. De misschien nog wel betere ‘Montage Mix’ (link bovenaan) is coherenter – minder gevarieerd maar nog wel explicieter emotioneel met meer ruimte voor de melodie. De recente reconstruction door Vince Watson is tot slot ook een geweldig chique, piano-gelardeerde versie. Dat bewijst dan ook eens te meer hoe solide, variabel en kwalitatief de basis is.

avatar van Gyzzz
https://www.musicmaniarecords.be/media/coverart-big/83232-m4.jpg

2. Maurizio – M4 [1995]

Hoewel ik graag platen draai en allerlei mensen vol overgave probeer te vertellen wat voor prachtigs ze allemaal zouden moeten luisteren, reikt mijn platendraaigeschiedenis in het algemeen niet verder dan feestjes en partijen van jarige of promoverende vrienden of – in het verleden – relatief kleine studentenfeestjes. Toch vroeg een ondernemende en wat serieuzer muziekmakende vriend in 2012 een keer uit het niets of ik niet samen met hem platen wilde draaien op een door hem georganiseerd feest in een ronddraaiende club diep in de Bijlmer - lekker underground. Wonderlijke vraag, spannend ook want hij pakte het vrij uitgebreid aan en met vinyl draaien op een groter feest had ik in de verste verte nooit gedaan (mijn mixvaardigheden waren bovendien verre van vlekkeloos).

Het feest heette ‘Orbit’ en deze vriend – die ik helaas zelden meer zie – en ikzelf hadden bedacht dat we onszelf ROTOR zouden noemen (tot mijn lol en verrassing zie ik dat dit feest met poster en al en aftermovie nog terug te vinden is). We openden het feest, met een uitgebreide en rustige ingeleide van dub en techno tussen tien en half één. Ik vond het een mooie en wonderlijke ervaring om met totale carte blanche mijn favoriete platen de zaal in te kunnen slingeren.

Toch staan er nog maar een paar momenten van die avond in mijn herinnering gegrift, en één daarvan is de kans om op een groot en goed geluidssysteem in een donkere club M4 van Maurizio op te kunnen leggen. De ultieme minimale dubplaat, de essentie van dansvloer en thuis. Het allerbeste van Moritz von Oswald – de man die in al zovaak langskwam in de hogere regionen van deze lijst. Toen ik deze eens op had staan veerde zelfs mijn moeder op met de vraag wat dit voor spannends en kunstzinnigs was. Er zit een hele aparte magie in deze track die amper te vatten is. Het geluid is zo diep en rijk dat minimaal geluid voor een maximale ervaring zorgt. Dit contrast van minimaal dat zich binnenstebuiten keert manifesteert zich het heftigst op 4:15 in de track – waar de klank wordt uitgerekt en een ontzettend kleine actie voor compleet kippevel zorgt.

Ik heb deze 12” helemaal grijsgedraaid, vaak vele keren achter elkaar, heb ook de tussenvariant M4.5 aangeschaft en draai het geheel regelmatig integraal achter elkaar. M4 is de ultieme vinylplaat, de ultieme dansvloerplaat, heeft de beste groove en is een geweldig kunstwerk. Het was vrijwel ondoenlijk om deze af te wegen met de uiteindelijke nummer 1 van deze lijst, maar ik kan wel zeggen dat hij daar eigenlijk ex aequo staat.

avatar van Gyzzz
https://img.discogs.com/r1UxsUSgBUZs-_L2w4t2HZTKmpY=/fit-in/600x595/filters:strip_icc():format(jpeg):mode_rgb():quality(90)/discogs-images/R-15703-1419194655-2102.jpeg.jpg

1. Carl Craig - Domina (C. Craig's Mind Mix) [1993]

De eerste plaats heb ik ingeruimd voor Domina: niet alleen de beste, maar ook de meest veelzijdige plaat van deze lijst. Domina is afkomstig van een 12" in de M-Series van Maurizio (het is in feite M3), maar beide kanten van die plaat zijn onherkenbare bewerkingen van een Manuel Gottsching-project uit 1981. Goed overigens om de naam Gottsching genoemd te hebben - want zijn E2-E4 had eigenlijk ook een plaats in deze lijst verdiend. Het project waar dit meesterwerk op gebaseerd is, is echter Die Dominas, een zeer mystieke en vrolijk vervreemdende plaat met coverart van 'Karl B. und Ralf H.' (is dat toeval, of zijn twee Kraftwerkers ook grafisch ontwerper op aanvraag geweest?). In de track 'Herr Ralfi und Herr Karl' van deze EP worden ze bovendien absurdistisch en psychedelisch bezongen. Kortom: vervreemding alom.

Vervolgens besluiten Maurizio en Carl Craig om voor de M-Series elk een eigen bewerking van deze Duitse inmiddels-cultklassieker te maken. Zowel de Maurizio-mix als C. Craigs Mind Mix lijken bijzonder weinig op elkaar en op welk dan ook van de originele tracks. Waar de Maurizio-mix op gebaseerd is, is me een raadsel, maar de #1 van deze lijst lijkt zijn oorsprong te vinden in Die Wespendomina. Het vocale deel is sterk versneld en lijkt helemaal vast te lopen wanneer er een warme gloed en eigenlijk vrij klassieke technobeat invalt.

De rest bevat alle ingredienten die dansmuziek zo mooi maken: pure en schone techno, de combinatie Detroit-Berlijn, de perfectie voor een clubsetting, beeldschone melodieën waarmee de track minutenlang uitgeleid worden en referenties naar oude klassiekers. Waarschijnlijk is dit mijn meestgedraaide plaat - want het is nog een groeier ook.

avatar van trebremmit
Prachtige nummer 1, ook een favoriet van mij.
Verder ook een hele mooie lijst geworden, ik heb het met plezier gelezen, bedankt!

avatar van Mjuman
pureshores schreef:
Geweldige stukjes om te lezen

Ook leuk om Chic ertussen te zien swingen


Ja, Club Chic is goede tent voor partnerruil

Mooie lijst voor ontdekkingen - vind mezelf een hele Sjaak da'k van de toptien 5 namen ken/muziek in huis heb

avatar van Noere
Domina, geweldige plaat natuurlijk. Zeer mooie lijst

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 01:29 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 01:29 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.