Muziek / Toplijsten en favorieten / De top 100 van... (Shaky)
zoeken in:
0
geplaatst: 11 mei 2014, 20:21 uur
Mij een beetje veel jaren 80... maar dat nummer van Reed en Cale is wel geweldig ja!
0
geplaatst: 11 mei 2014, 20:32 uur
Ik vond die eerste paar albums van Paul Young ook wel leuk en Kangaroo is gewoon top.
Mooi om uit "B"kantjes zo'n leuke lijst te maken
Mooi om uit "B"kantjes zo'n leuke lijst te maken

0
Casartelli (moderator)
geplaatst: 11 mei 2014, 22:43 uur
dazzler schreef:
Nochtans vind ik dat laatste nummer een beter uitgewerkte compositie. Je kon hem terugvinden op de 12" single van Chance of op het voor de US markt bestemde, maar ook in Nederland naar aanleiding van de single Wonderland uitgebrachte Mini-Album.
Nochtans vind ik dat laatste nummer een beter uitgewerkte compositie. Je kon hem terugvinden op de 12" single van Chance of op het voor de US markt bestemde, maar ook in Nederland naar aanleiding van de single Wonderland uitgebrachte Mini-Album.
...of sinds de "rode" remaster gewoon daarop. Fijn nummer.
0
geplaatst: 11 mei 2014, 22:59 uur
The Scientist schreef:
Mij een beetje veel jaren 80... maar dat nummer van Reed en Cale is wel geweldig ja!
Mij een beetje veel jaren 80... maar dat nummer van Reed en Cale is wel geweldig ja!
Dat was ook het uitgangspunt: de periode 1977-1992.
Maar dat had je misschien al gelezen toen ik aan het avontuur begon.
Mijn b-kantjes kennis beperkt zich tot die periode, de periode waarvan ik zelf singles bezit.
0
geplaatst: 12 mei 2014, 12:17 uur
Vanuit jouw perspectief snap ik het ook prima hoor, en vind het ook wel een leuk idee.. Alleen zijn we er volgens mij al wel vaker achtergekomen dat onze smaken enigszins verschillen 
Verder heeft het begrip "b-kantje" voor (veel) mensen van mijn leeftijd weinig tot geen betekenis meer (zo heb ikzelf welgeteld 2 singletjes)

Verder heeft het begrip "b-kantje" voor (veel) mensen van mijn leeftijd weinig tot geen betekenis meer (zo heb ikzelf welgeteld 2 singletjes)
0
geplaatst: 12 mei 2014, 12:26 uur
41. Stan Ridgway - Salesman [1986 Camouflage]
In sommige landen was Salesman een single. In andere landen was het de b-kant van Camouflage en samen met die top 10 hit afkomstig van het dringend eens door de trouwe lezer te ontdekken album The Big Heat. Stan Ridgway, in een vorig leven lid van het new wave collectief Wall of Voodoo, verzamelde op zijn debuutalbum negen uit het leven gegrepen portretten van the american way of life in bijna evenzoveel stijlen. Zo heeft die vette funkbas van Salesman weinig gemeen met de folkdeun van Camouflage. Stan zingt alsof hij constant op een bubblegum zit te kauwen. In zijn teksten is hij lekker ironisch en door die zelfrelativering wint deze rasechte Amerikaan meteen aan respect. Let in het arrangement op het moment dat de protagonist zich op glad ijs waagt en bijna over een bananenschil uitglijdt. Naast Camouflage verschenen ook de zwart-wit film The Big Heat, de vrijgezellen ballade Walkin' Home Alone en het nog het dichtst bij new wave aanschurkende Drive She Said op 7".
42. Midnight Oil - Gunbarrel Highway [1987 Beds Are Burning]
Er is iets geks aan de hand met dit nummer. Ik verklaar me nader. De b-kant van Beds Are Burning is als bonustrack terug te vinden op het uitmuntende Diesel and Dust album van de Australiërs. En hoewel het allemaal weer vlot en geëngageerd klinkt, is het voor mij telkens net dat ene nummer te veel. Ik ben in tegenstelling tot veel puristen een voorstander van bonustracks op een cd-heruitgave. Wil je het originele album zonder de ballast, moet je maar programmeren, roep ik dan tegen de tegenstanders. Maar dit keer stoort het mij dus wel. Waarom ik het nummer dan toch aan mijn lijst van 100 b-kanten toevoeg? Omdat het album zelf zo puntgaaf is dat ik er nog eens even reclame wil voor maken. In een wedstrijdje de mensheid en de politieke leiders een geweten schoppen reikt Bono Vox nog niet tot aan de enkels van Peter Garrett. Beds Are Burning, Put Down That Weapon, The Dead Heart en Sometimes zijn maar enkele voorbeelden van een band die het terecht opnam voor de rechten van de Aboriginal.
43. The Sisters of Mercy - Floorshow [1982 Alice]
Floorshow behoort samen met Alice, Body Electric, Temple of Love en Lights tot mijn favoriete Sisters tracks uit de eerste periode, van voor het debuutalbum dus, dat ik dan toch weer een niveautje hoger inschat. De zusters gaan disco. Doctor Avalanche pakt uit met een bijzonder opzwepende ritme dat mij in combinatie met het ijzingwekkende gitaarspel van Gary Marx en de grafstem van Andrew Eldritch in het stroboscopische licht van de dansvloer tot een soort epileptische lichaamsexpressie wist te bewegen. Eenzelfde ritmepatroon (de dokter was beperkt in zijn pres-sets) vinden we terug op het instrumentale Phantom (zie de 12" release van Alice, waarop ook de Stooges cover 1969 stond). De Sisters lieten hun songs in den beginne per single of ep op het publiek los, zodat het kaf altijd met het koren werd opgediend. Op later albumwerk, toen echte muzikanten zoals Craig Adams en Wayne Hussey elders hun missie hadden gevonden, viel de compositorische bloedarmoede me meer op.
44. Men Without Hats - Freeways [1982 I Got the Message]
In 1980 debuteerde het Canadese Men without Hats met de ep Folk of the 80's. Het bekendste nummer van die release was Antarctica, een song die in hun verdere carrière nog een paar keer het levenslicht zou zien. uit dezelfde periode stamt het erg Kraftwerkiaanse Freeways. Dat nummer verscheen voor het eerst op plaat als b-kant van de Europese 12" van I Got the Message, één van de vier singles afkomstig van Rhythm of Youth (met oa The Safety Dance, Living in China en I Like). Synthesizers en de krachtige stem van Ivan Doroschuk voeren de boventoon bij Men without Hats. De nummers hebben vaak een hoge dansbaarheidsfactor waardoor de omschrijving Folk of the 80s (ook terug te vinden in de titel van hun tweede album) enigszins opgaat. Freeways zou in 1985 heruitgebracht worden in vier verschillende remixen, waarvan de meertalige versie (Euromix getiteld) die uit 1982 is. Vermoedelijk is de oerversie volledig Franstalig (niet gek voor een Canadese band) en luistert naar de naam Route Nationale 7.
45. Kraftwerk - Franz Schubert [1977 Trans Europe Express]
De verleiding was groot om hier The Model te plaatsen. Het uit 1978 daterende nummer begon in 1981 als b-kant van Computer Love aan een tweede leven. Deze drie minuten popsong stond in contrast met de doorgaans langere composities van de groep. Aldus groeide The Model uit tot het "model" voor de synthpop hit van de jaren 80. Maar ik koos dus voor Franz Schubert van mijn favoriete Kraftwerk album Trans Europe Express. Een plaat waarop alles in evenwicht is: de klare lijn van de elektronische composities en de subtiele humor en schijnbare eenvoud waarmee de Duitsers het nooit te zwaar of saai laten worden. Van tintelende melodie-rijkdom (Europe Endless) over minimalisme (Hall of Mirrors) naar syntpop (Showroom Dummies) en van strakke beats (Trans Europe Express en Metal on Metal) tot aan Franz Schubert. Een sferische ode aan de Duitse componist van het romantische lied. Die insteek brengt het album na de sissende technologie weer op een organisch spoor. Zo mooi.
In sommige landen was Salesman een single. In andere landen was het de b-kant van Camouflage en samen met die top 10 hit afkomstig van het dringend eens door de trouwe lezer te ontdekken album The Big Heat. Stan Ridgway, in een vorig leven lid van het new wave collectief Wall of Voodoo, verzamelde op zijn debuutalbum negen uit het leven gegrepen portretten van the american way of life in bijna evenzoveel stijlen. Zo heeft die vette funkbas van Salesman weinig gemeen met de folkdeun van Camouflage. Stan zingt alsof hij constant op een bubblegum zit te kauwen. In zijn teksten is hij lekker ironisch en door die zelfrelativering wint deze rasechte Amerikaan meteen aan respect. Let in het arrangement op het moment dat de protagonist zich op glad ijs waagt en bijna over een bananenschil uitglijdt. Naast Camouflage verschenen ook de zwart-wit film The Big Heat, de vrijgezellen ballade Walkin' Home Alone en het nog het dichtst bij new wave aanschurkende Drive She Said op 7".
42. Midnight Oil - Gunbarrel Highway [1987 Beds Are Burning]
Er is iets geks aan de hand met dit nummer. Ik verklaar me nader. De b-kant van Beds Are Burning is als bonustrack terug te vinden op het uitmuntende Diesel and Dust album van de Australiërs. En hoewel het allemaal weer vlot en geëngageerd klinkt, is het voor mij telkens net dat ene nummer te veel. Ik ben in tegenstelling tot veel puristen een voorstander van bonustracks op een cd-heruitgave. Wil je het originele album zonder de ballast, moet je maar programmeren, roep ik dan tegen de tegenstanders. Maar dit keer stoort het mij dus wel. Waarom ik het nummer dan toch aan mijn lijst van 100 b-kanten toevoeg? Omdat het album zelf zo puntgaaf is dat ik er nog eens even reclame wil voor maken. In een wedstrijdje de mensheid en de politieke leiders een geweten schoppen reikt Bono Vox nog niet tot aan de enkels van Peter Garrett. Beds Are Burning, Put Down That Weapon, The Dead Heart en Sometimes zijn maar enkele voorbeelden van een band die het terecht opnam voor de rechten van de Aboriginal.
43. The Sisters of Mercy - Floorshow [1982 Alice]
Floorshow behoort samen met Alice, Body Electric, Temple of Love en Lights tot mijn favoriete Sisters tracks uit de eerste periode, van voor het debuutalbum dus, dat ik dan toch weer een niveautje hoger inschat. De zusters gaan disco. Doctor Avalanche pakt uit met een bijzonder opzwepende ritme dat mij in combinatie met het ijzingwekkende gitaarspel van Gary Marx en de grafstem van Andrew Eldritch in het stroboscopische licht van de dansvloer tot een soort epileptische lichaamsexpressie wist te bewegen. Eenzelfde ritmepatroon (de dokter was beperkt in zijn pres-sets) vinden we terug op het instrumentale Phantom (zie de 12" release van Alice, waarop ook de Stooges cover 1969 stond). De Sisters lieten hun songs in den beginne per single of ep op het publiek los, zodat het kaf altijd met het koren werd opgediend. Op later albumwerk, toen echte muzikanten zoals Craig Adams en Wayne Hussey elders hun missie hadden gevonden, viel de compositorische bloedarmoede me meer op.
44. Men Without Hats - Freeways [1982 I Got the Message]
In 1980 debuteerde het Canadese Men without Hats met de ep Folk of the 80's. Het bekendste nummer van die release was Antarctica, een song die in hun verdere carrière nog een paar keer het levenslicht zou zien. uit dezelfde periode stamt het erg Kraftwerkiaanse Freeways. Dat nummer verscheen voor het eerst op plaat als b-kant van de Europese 12" van I Got the Message, één van de vier singles afkomstig van Rhythm of Youth (met oa The Safety Dance, Living in China en I Like). Synthesizers en de krachtige stem van Ivan Doroschuk voeren de boventoon bij Men without Hats. De nummers hebben vaak een hoge dansbaarheidsfactor waardoor de omschrijving Folk of the 80s (ook terug te vinden in de titel van hun tweede album) enigszins opgaat. Freeways zou in 1985 heruitgebracht worden in vier verschillende remixen, waarvan de meertalige versie (Euromix getiteld) die uit 1982 is. Vermoedelijk is de oerversie volledig Franstalig (niet gek voor een Canadese band) en luistert naar de naam Route Nationale 7.
45. Kraftwerk - Franz Schubert [1977 Trans Europe Express]
De verleiding was groot om hier The Model te plaatsen. Het uit 1978 daterende nummer begon in 1981 als b-kant van Computer Love aan een tweede leven. Deze drie minuten popsong stond in contrast met de doorgaans langere composities van de groep. Aldus groeide The Model uit tot het "model" voor de synthpop hit van de jaren 80. Maar ik koos dus voor Franz Schubert van mijn favoriete Kraftwerk album Trans Europe Express. Een plaat waarop alles in evenwicht is: de klare lijn van de elektronische composities en de subtiele humor en schijnbare eenvoud waarmee de Duitsers het nooit te zwaar of saai laten worden. Van tintelende melodie-rijkdom (Europe Endless) over minimalisme (Hall of Mirrors) naar syntpop (Showroom Dummies) en van strakke beats (Trans Europe Express en Metal on Metal) tot aan Franz Schubert. Een sferische ode aan de Duitse componist van het romantische lied. Die insteek brengt het album na de sissende technologie weer op een organisch spoor. Zo mooi.
0
geplaatst: 12 mei 2014, 20:53 uur
46. Electric Light Orchestra - Here Is the News [1981 Ticket to the Moon]
We waren bij Kraftwerk gebleven. De door het werk van de Duitsers geïnspireerde intro van dit voor de rest wel erg naar George Harisson ruikende nummer was al jaren bij me bekend van de Nederlandse televisie. Voor de komst van VTM werd er in Vlaanderen massaal naar Nederland 1 en 2 (toen nog zonder 3) gekeken. Het is pas door een Greatest Hits editie over ELO vorig jaar (bij deze mijn dank aan de bedenker van het spel) dat ik een artiest en titel op die tune kon kleven. Meer nog, ik viel van mijn stoel toen ik me realiseerde dat het geen losstaande jingle betrof, maar de intro van een catchy popsong. Vergelijkbaar met het moment waarop ik al heel wat langer geleden besefte dat Chriet Titulaer iets had met Spiral van Vangelis en Extra Time, het sportprogramma van de toenmalige BRT, werd ingeleid door Peaches van The Stranglers. Pop in televisietunes, een interessant uitgangspunt voor één of ander topic.
47. Laid Back - White Horse [1983 Sunshine Reggae]
De Deense formatie Laid Back brak in de nazomer van 1983 in Europa door met het stralende Sunshine Reggae (een soort synthpop pastiche van 10cc's Dreadlock Holiday). Op de b-kant van die single stond White Horse, een Deense single uit 1982. Maar dat lokale hitje viel zo in de smaak bij de scratchende en breakdancende jongelui dat het in 1984 als volwaardige a-kant met bijhorende remixen zou uitgroeien tot één van de fijnste dansplaten van de jaren 80. Of hoe je in 1983 nietsvermoedend met één 45-toerenplaatje de twee grootste hits van één band kon scoren. Eind jaren 80 kwam daar nog het vaak in clubs gedraaide Bakerman bij. Ik vind de euro-pop zoals ze in de eighties gemaakt werd foute muziek van de allerfijnste soort. Puur vermaak dat voor de rest weinig meer om het lijf heeft. Maar geldt dat laatste niet voor bijna alles wat de hormonen op hol doet slaan. Ju, paardje, ju!
48. ULTRAVOX - Paths and Angels [1981 The Voice]
Dat er de Ultravox gelederen klassiek geschoolde muzikanten zaten is wellicht geen geheim meer. Op deze b-kant komt het hen typerende huwelijk tussen piano en viool enerzijds en de kille naar de Schotse mist verwijzende Gothic klanken anderzijds zoals in hit Vienna weer optimaal tot zijn recht. Vocaal blijft het nummer iets te veel steken in hetzelfde akkoord, maar atmosferisch vind ik dit toch wel geslaagd. Ritmisch niet zo opdringerig en stuiterend als heel wat andere Ultravox-composities uit deze periode. Ik hoor Ultravox het liefst als Midge Ure ook zijn gitaar durft in te zetten zoals op het album Lament, al waren de songs toen minder sterk dan voorheen. Het solo-werk van Ure spreekt me veel minder aan. En ook van de soms wel erg beredeneerde aanpak van Ultravox loop ik niet altijd even warm. Maar hun comeback album Brilliant van twee jaar geleden viel me heel erg mee. Toch een kwartet dat van wanten weet.
49. Prince & The Revolution - God [1984 Purple Rain]
Nu kan je van de purperen geilneef tig b-kanten tevoorschijn toveren die een plaats verdienen in dit overzicht. Maar de manier waarop God zich aan mij openbaarde (ik hou wel van een dubbele bodem in mijn schrijfsels) bezorgt me nog steeds kippenvel. Ten eerste blijkt Prince een begenadigd soulzanger, zelfs als hij in het overschakelen van falset naar de wat diepere keelklanken klinkt als een koorknaap met de baard in de keel. Maar er valt me nog niets op in dit voor de rest erg kaal gearrangeerd nummer. De heer Nelson gebruikt zijn stem als instrument, meer bepaald als gitaar. Want sommige passages lijken wel vocale gitaarsolo's te zijn. Ik zit al heel lang te wachten tot het werk van Prince eens opgepoetst en met de nodige extra's zal verschijnen, maar Rogers eigenzinnigheid heeft daar tot nu toe altijd een stokje voor gestoken. Goed nieuws dus dat nota bene Purple Rain dit jaar dan toch een deluxe behandeling gaat krijgen. Hopelijk volgt de rest ook, dan kan ik eindelijk eens in zijn werk duiken.
50. Steve Miller Band - Winter Time [1977 Swingtown]
Winter Time begint waar Swingtown eindigt: met een ijskoude wind. Zijn comeback hit Abracadabra stond in de eerste hitparade waarbij ik een lege cassette in aanslag had staan. Goed nummer met die magische gitaarsolo. Millers zachte stem spreekt me trouwens ook wel aan. De albums Fly Like an Eagle en Book of Dreams verschenen na een jarenlange stilte. Een periode van herbronning waarop Miller zijn blueswortels ontgroeid leek en zich ging interesseren in de steeds groeiende mogelijkheden van de opnamestudio. Hij schreef genoeg songs om twee albums mee te vullen die ook klinken alsof ze familie zijn van elkaar. Hij bleef zolang schaven aan het songmateriaal dat je van beide platen één schijf kunt maken die klinkt als een best of van de gitarist met de zonnebril. De muziek van Steve Miller associeer ik net als die van Alan Parsons met de allereerste cd's. Popmuzak van het aangenaamste soort.
We waren bij Kraftwerk gebleven. De door het werk van de Duitsers geïnspireerde intro van dit voor de rest wel erg naar George Harisson ruikende nummer was al jaren bij me bekend van de Nederlandse televisie. Voor de komst van VTM werd er in Vlaanderen massaal naar Nederland 1 en 2 (toen nog zonder 3) gekeken. Het is pas door een Greatest Hits editie over ELO vorig jaar (bij deze mijn dank aan de bedenker van het spel) dat ik een artiest en titel op die tune kon kleven. Meer nog, ik viel van mijn stoel toen ik me realiseerde dat het geen losstaande jingle betrof, maar de intro van een catchy popsong. Vergelijkbaar met het moment waarop ik al heel wat langer geleden besefte dat Chriet Titulaer iets had met Spiral van Vangelis en Extra Time, het sportprogramma van de toenmalige BRT, werd ingeleid door Peaches van The Stranglers. Pop in televisietunes, een interessant uitgangspunt voor één of ander topic.
47. Laid Back - White Horse [1983 Sunshine Reggae]
De Deense formatie Laid Back brak in de nazomer van 1983 in Europa door met het stralende Sunshine Reggae (een soort synthpop pastiche van 10cc's Dreadlock Holiday). Op de b-kant van die single stond White Horse, een Deense single uit 1982. Maar dat lokale hitje viel zo in de smaak bij de scratchende en breakdancende jongelui dat het in 1984 als volwaardige a-kant met bijhorende remixen zou uitgroeien tot één van de fijnste dansplaten van de jaren 80. Of hoe je in 1983 nietsvermoedend met één 45-toerenplaatje de twee grootste hits van één band kon scoren. Eind jaren 80 kwam daar nog het vaak in clubs gedraaide Bakerman bij. Ik vind de euro-pop zoals ze in de eighties gemaakt werd foute muziek van de allerfijnste soort. Puur vermaak dat voor de rest weinig meer om het lijf heeft. Maar geldt dat laatste niet voor bijna alles wat de hormonen op hol doet slaan. Ju, paardje, ju!
48. ULTRAVOX - Paths and Angels [1981 The Voice]
Dat er de Ultravox gelederen klassiek geschoolde muzikanten zaten is wellicht geen geheim meer. Op deze b-kant komt het hen typerende huwelijk tussen piano en viool enerzijds en de kille naar de Schotse mist verwijzende Gothic klanken anderzijds zoals in hit Vienna weer optimaal tot zijn recht. Vocaal blijft het nummer iets te veel steken in hetzelfde akkoord, maar atmosferisch vind ik dit toch wel geslaagd. Ritmisch niet zo opdringerig en stuiterend als heel wat andere Ultravox-composities uit deze periode. Ik hoor Ultravox het liefst als Midge Ure ook zijn gitaar durft in te zetten zoals op het album Lament, al waren de songs toen minder sterk dan voorheen. Het solo-werk van Ure spreekt me veel minder aan. En ook van de soms wel erg beredeneerde aanpak van Ultravox loop ik niet altijd even warm. Maar hun comeback album Brilliant van twee jaar geleden viel me heel erg mee. Toch een kwartet dat van wanten weet.
49. Prince & The Revolution - God [1984 Purple Rain]
Nu kan je van de purperen geilneef tig b-kanten tevoorschijn toveren die een plaats verdienen in dit overzicht. Maar de manier waarop God zich aan mij openbaarde (ik hou wel van een dubbele bodem in mijn schrijfsels) bezorgt me nog steeds kippenvel. Ten eerste blijkt Prince een begenadigd soulzanger, zelfs als hij in het overschakelen van falset naar de wat diepere keelklanken klinkt als een koorknaap met de baard in de keel. Maar er valt me nog niets op in dit voor de rest erg kaal gearrangeerd nummer. De heer Nelson gebruikt zijn stem als instrument, meer bepaald als gitaar. Want sommige passages lijken wel vocale gitaarsolo's te zijn. Ik zit al heel lang te wachten tot het werk van Prince eens opgepoetst en met de nodige extra's zal verschijnen, maar Rogers eigenzinnigheid heeft daar tot nu toe altijd een stokje voor gestoken. Goed nieuws dus dat nota bene Purple Rain dit jaar dan toch een deluxe behandeling gaat krijgen. Hopelijk volgt de rest ook, dan kan ik eindelijk eens in zijn werk duiken.
50. Steve Miller Band - Winter Time [1977 Swingtown]
Winter Time begint waar Swingtown eindigt: met een ijskoude wind. Zijn comeback hit Abracadabra stond in de eerste hitparade waarbij ik een lege cassette in aanslag had staan. Goed nummer met die magische gitaarsolo. Millers zachte stem spreekt me trouwens ook wel aan. De albums Fly Like an Eagle en Book of Dreams verschenen na een jarenlange stilte. Een periode van herbronning waarop Miller zijn blueswortels ontgroeid leek en zich ging interesseren in de steeds groeiende mogelijkheden van de opnamestudio. Hij schreef genoeg songs om twee albums mee te vullen die ook klinken alsof ze familie zijn van elkaar. Hij bleef zolang schaven aan het songmateriaal dat je van beide platen één schijf kunt maken die klinkt als een best of van de gitarist met de zonnebril. De muziek van Steve Miller associeer ik net als die van Alan Parsons met de allereerste cd's. Popmuzak van het aangenaamste soort.
0
geplaatst: 13 mei 2014, 19:23 uur
51. The Smiths - Asleep [1985 The Boy with the Thorn in His Side]
Geloof het of niet, maar uitgerekend dit was het eerste nummer van The Smiths dat ik ooit in huis haalde. Gekregen van een new wave deejay die speciaal voor mij en een paar vrienden een mixtape had samengesteld. Het nummer was één van de rustpunten op die cassette en viel daardoor meteen op. Hoewel het mistroostige thema anders doet vermoeden, haalt Morrissey hier niet zijn eeuwige klaagzang boven. Hij zingt het nummer eerder berustend, op een gewone manier zelfs. Daardoor wint de song aan kracht vind ik. Dat gejammer blijft voor mij een struikelblok op het debuut van The Smiths. En Meat of Murder vind ik, als liefhebber van een goed doorspekte bbq, soms te confronterend. De luisteraar een geweten schoppen is één ding, maar tegen de schenen doet het ook nog eens pijn. De twee laatste studio-albums, alsmede het eerste solo-album van Morrissey scoren bij mij wel hoog. Alsof daar de balans tussen gitaren en vocalen wel aanwezig is. Maar bovenal blijft The Smiths toch een heerlijke singles-groep.
52. The Cure - The Exploding Boy [1985 Inbetween Days]
Hoog in mijn b-kantjes top 10 vinden we The Exploding Boy van The Cure. Geen betere wederhelft denkbaar van Inbetween Days dan dit door een sublieme saxofoonlijn opgeblazen juweeltje. Met die klaterende, akoestische gitaren in dit uit volle borst gezongen nummer krijg je me meteen de dansvloer op. Eerst even met beide handen door de haardos natuurlijk. Ze moeten niet onderdoen voor de meeste albumtracks. Smithje Smee stond als titel boven de recensie van Kuifje journalist Ronald Grossey, die me in de jaren 80 niet alleen inwijdde in de betere new wave, maar eveneens de liefde voor een vlot geschreven recensie bijbracht. Op The Head on the Door bewees Robert immers dat hij in wezen een uitstekend popsongsmid is. De vier b-kantjes uit de sessies (met verder A Few Hours after This, A Man Inside My Mouth en Stop Dead) hadden perfect in de tracklijst van de langspeler gepast.
53. The Style Council - Big Boss Groove [1984 Groovin' (You're the Best Thing)]
Af en toe koos Paul Weller voor de dubbele a-kant formule. Wellicht omdat hij vond dat hij een bijzonder groovy stuk muziek had klaar liggen dat voldoende swingde om op het radiopubliek los te laten, maar misschien niet commercieel genoeg klonk om de hitparade te halen. Dan koppelde hij dat aan een hitgevoeliger nummer. Ik ben te weinig thuis in het genre om dit inderdaad lekkere nummer juist in te schatten. Weller had met toetsenist Mick Talbot een verbond gesloten om de door synthesizers gedomineerde jaren 80 opnieuw een "ziel" te geven. Maar bezit een nummer als Big Boss Groove voldoende authenticiteit of blijft het niet wat hangen bij een goedbedoelde, maar wat doorzichtige verzameling clichés? Want alles is aanwezig in het arrangement: het iets te opdringerige vocale vuurwerk, prima gitaarlikjes, de verplichte blazers, een zuigende mondharmonica en sprankelende piano-franjes. The Style Council op albumformaat vind ik net als The Jam vaak iets te veel van het goede.
54. Talk Talk - It's Getting Late in the Evening [1986 Life's What You Make It]
Wat zou er gebeuren als je Talk Talks b-kanten uit de Colour of Spring sessies zou integreren in de tracklijst van het album? Ik heb de oefening nog niet gemaakt, maar ik merk dat It's Getting Late in the Evening exact dezelfde atmosfeer uitademt als de acht nummers op de elpee. De andere twee kandidaten zijn For What It's Worth en Pictures of Bernadette (van die laatste bestaat ook een extended versie). Dat laatste nummer heeft dan ook veel meer een pop-feel die zelfs doet terugdenken aan de vorige elpee It's My Life. For What It's Worth kabbelt rustig verder en hoewel Mark Hollis accenten aanbrengt (de ingehouden adem, zowel muzikaal als vocaal en het voorzichtig soleren van enkele instrumenten), die hij op Spirit of Eden nog meer zal beklemtonen, blijft de muziek uit deze sessies nog altijd trouw aan de wetten van de betere popsong. En precies daarom kan ik meer van dit album genieten dan van Spirit of Eden.
55. Allez Allez - African Queen [1981 Allez Allez]
Het valt misschien op dat ik nog geen belpop had opgenomen in de lijst. Hoofdzakelijk omdat een aantal b-kanten niet op YouTube te vinden zijn en ik twijfelde of het daarom wel de moeite zou zijn. Maar er zijn nu eenmaal van die kansen die je niet kan laten liggen. African Queen, de zwoele titelsong van Allez Allez' mini-album debuut werd in edit formaat (in de link krijgt u van mij de integrale versie) als b-kant van Allez Allez gebruikt. Een beetje verwarrend misschien dat een groep een song heeft die naar zichzelf getiteld is. Maar deed Talk Talk niet hetzelfde? Allez Allez zou hierna maar één full album maken dat minder tribal, maar nog steeds funky klonk. Daarna trouwde de vanuit Engeland geïmporteerde zangeres Sarah Osborne met de producer, Glenn Gregory van Heaven 17. Als ik u zeg dat African Queen een eerbetoon is aan Grace Jones, had u dat zelf misschien al kunnen raden. De titel is dan ook voluit African Queen (pour la Grace).
Geloof het of niet, maar uitgerekend dit was het eerste nummer van The Smiths dat ik ooit in huis haalde. Gekregen van een new wave deejay die speciaal voor mij en een paar vrienden een mixtape had samengesteld. Het nummer was één van de rustpunten op die cassette en viel daardoor meteen op. Hoewel het mistroostige thema anders doet vermoeden, haalt Morrissey hier niet zijn eeuwige klaagzang boven. Hij zingt het nummer eerder berustend, op een gewone manier zelfs. Daardoor wint de song aan kracht vind ik. Dat gejammer blijft voor mij een struikelblok op het debuut van The Smiths. En Meat of Murder vind ik, als liefhebber van een goed doorspekte bbq, soms te confronterend. De luisteraar een geweten schoppen is één ding, maar tegen de schenen doet het ook nog eens pijn. De twee laatste studio-albums, alsmede het eerste solo-album van Morrissey scoren bij mij wel hoog. Alsof daar de balans tussen gitaren en vocalen wel aanwezig is. Maar bovenal blijft The Smiths toch een heerlijke singles-groep.
52. The Cure - The Exploding Boy [1985 Inbetween Days]
Hoog in mijn b-kantjes top 10 vinden we The Exploding Boy van The Cure. Geen betere wederhelft denkbaar van Inbetween Days dan dit door een sublieme saxofoonlijn opgeblazen juweeltje. Met die klaterende, akoestische gitaren in dit uit volle borst gezongen nummer krijg je me meteen de dansvloer op. Eerst even met beide handen door de haardos natuurlijk. Ze moeten niet onderdoen voor de meeste albumtracks. Smithje Smee stond als titel boven de recensie van Kuifje journalist Ronald Grossey, die me in de jaren 80 niet alleen inwijdde in de betere new wave, maar eveneens de liefde voor een vlot geschreven recensie bijbracht. Op The Head on the Door bewees Robert immers dat hij in wezen een uitstekend popsongsmid is. De vier b-kantjes uit de sessies (met verder A Few Hours after This, A Man Inside My Mouth en Stop Dead) hadden perfect in de tracklijst van de langspeler gepast.
53. The Style Council - Big Boss Groove [1984 Groovin' (You're the Best Thing)]
Af en toe koos Paul Weller voor de dubbele a-kant formule. Wellicht omdat hij vond dat hij een bijzonder groovy stuk muziek had klaar liggen dat voldoende swingde om op het radiopubliek los te laten, maar misschien niet commercieel genoeg klonk om de hitparade te halen. Dan koppelde hij dat aan een hitgevoeliger nummer. Ik ben te weinig thuis in het genre om dit inderdaad lekkere nummer juist in te schatten. Weller had met toetsenist Mick Talbot een verbond gesloten om de door synthesizers gedomineerde jaren 80 opnieuw een "ziel" te geven. Maar bezit een nummer als Big Boss Groove voldoende authenticiteit of blijft het niet wat hangen bij een goedbedoelde, maar wat doorzichtige verzameling clichés? Want alles is aanwezig in het arrangement: het iets te opdringerige vocale vuurwerk, prima gitaarlikjes, de verplichte blazers, een zuigende mondharmonica en sprankelende piano-franjes. The Style Council op albumformaat vind ik net als The Jam vaak iets te veel van het goede.
54. Talk Talk - It's Getting Late in the Evening [1986 Life's What You Make It]
Wat zou er gebeuren als je Talk Talks b-kanten uit de Colour of Spring sessies zou integreren in de tracklijst van het album? Ik heb de oefening nog niet gemaakt, maar ik merk dat It's Getting Late in the Evening exact dezelfde atmosfeer uitademt als de acht nummers op de elpee. De andere twee kandidaten zijn For What It's Worth en Pictures of Bernadette (van die laatste bestaat ook een extended versie). Dat laatste nummer heeft dan ook veel meer een pop-feel die zelfs doet terugdenken aan de vorige elpee It's My Life. For What It's Worth kabbelt rustig verder en hoewel Mark Hollis accenten aanbrengt (de ingehouden adem, zowel muzikaal als vocaal en het voorzichtig soleren van enkele instrumenten), die hij op Spirit of Eden nog meer zal beklemtonen, blijft de muziek uit deze sessies nog altijd trouw aan de wetten van de betere popsong. En precies daarom kan ik meer van dit album genieten dan van Spirit of Eden.
55. Allez Allez - African Queen [1981 Allez Allez]
Het valt misschien op dat ik nog geen belpop had opgenomen in de lijst. Hoofdzakelijk omdat een aantal b-kanten niet op YouTube te vinden zijn en ik twijfelde of het daarom wel de moeite zou zijn. Maar er zijn nu eenmaal van die kansen die je niet kan laten liggen. African Queen, de zwoele titelsong van Allez Allez' mini-album debuut werd in edit formaat (in de link krijgt u van mij de integrale versie) als b-kant van Allez Allez gebruikt. Een beetje verwarrend misschien dat een groep een song heeft die naar zichzelf getiteld is. Maar deed Talk Talk niet hetzelfde? Allez Allez zou hierna maar één full album maken dat minder tribal, maar nog steeds funky klonk. Daarna trouwde de vanuit Engeland geïmporteerde zangeres Sarah Osborne met de producer, Glenn Gregory van Heaven 17. Als ik u zeg dat African Queen een eerbetoon is aan Grace Jones, had u dat zelf misschien al kunnen raden. De titel is dan ook voluit African Queen (pour la Grace).
0
geplaatst: 14 mei 2014, 16:34 uur
56. 2 Belgen - Fever [1983 The Third from the Left in the Top Row]
2 Belgen en Lena. Ze zijn in Nederland voldoende bekend, want deze belpop klassieker won onlangs de belpop ladder op het forum. 2 Belgen was aanvankelijk ook een duo met als drijvende kracht de bebrilde Gentenaar Rembert De Smet. De andere Belg was drummer en met de gitaar en bijhorende elektronische effecten haalden ze de finale van Humo's Rock Rally, editie 1982. De opname van Fever is dan ook een live-regristratie uit die finale. Op het tweede, zwaar onderschatte album Soulsmasking zou De Smet alle mogelijkheden van de synthesizer verkennen. Internationaal succes kwam er met de singles Opération Coup de Poing en Lena en het bijhorende hitalbum Trop Petit. Na de elpee Sweet and Sour en club-succes met de dansklassieker In the Night ging De Smet zich toeleggen op het producen van new beat gerelateerd materiaal. Eens die hype voorbij was, trok hij tot op heden als Esta Loco met een flamenco-programma rond in België. De klassieker Lena wordt trouwens nog steeds, zij het in een aangepaste jas, live gebracht.
57. Gorky - Ria [1991 Lieve Kleine Piranha]
Enkel terug te vinden op de cd-single van Lieve Kleine Piranha. Ria (en dus niet Mia) ligt precies in het verlengde van het onvolprezen Gorky (toen nog met "y") debuut. Van de veertien songs groeide er één derde uit tot klassiekers, een ander derde mag het predicaat onvergetelijke albumtrack dragen en het andere derde bleek gewoon goed. De nog jonge Luc De Vos naakt op elektrische gitaar en voor de rest enkel zijn gevleugelde woorden. Sta op en wandel / Je bent genezen / Misschien voor altijd / Misschien maar voor één dag / Maar je moet me wel geloven / Doe maar wat / Soms lukt het en dan weer niet / Maar je moet we geloven / Ria, kom bij mij / Ria, kom bij mij / Je stopt je mooie kleren / In de wasmachine / Met rommel van de zeepfabriek / En de kleuren verdrinken / En je liefje is verdwenen / Met alles wat hij beloofde / Maar elke nieuwe wereldramp / Ben je morgen vergeten / Ria, kom bij mij / Ria, kom bij mij. Hoe stelp je het gewonde hart van een vriendin? Ik heb er geen woorden voor, De Vos gelukkig wel.
58. T.C. Matic - Living on My Instinct [1983 Putain Putain]
Nu speel ik een beetje vals. Want van het geschifte Putain Putain bestaat enkel een 12" release met de zogenaamde Euromix. Daarop is van de b-kant Living on My Instinct ook een grotendeels instrumentale remix terug te vinden en die vind ik niet geschikt voor mijn topic. Ik kies dus voor de albumversie, want wat is TC Matic zonder het dadaïstische jargon van Arno Hintjes? Hij profileert zich bijna als rapper op dit lekker hakkend nummer. Zoals steeds zorgt de gitaar van Jean-Marie Aerts voor een onorthodoxe inkleuring. Eigenlijk is het die gitaar die zingt en Arno bralt een paar fraai gevonden quotes aan elkaar. Op die manier een waardige tegenhanger voor Putain Putain. Over het dadaïsme in Arno's teksten, maakte Hugo Matthijsen (aka Clement Peerens) begin jaren 90 dit lijstje: O La La La, Viva Boema, Willie Willie, Que Pasa, Rip Off Popoff, Là-bas, Ha Ha, Ugh Ugh, Yeh Yeh, Chi Boem, Yooh en Ratata. Juist, allemaal titels van songs of albums. The more you know about it, the more you play with it, ratatatatata ratatatata.
59. Pas de Deux - Cardiocleptomanie [1983 Mani Meme]
Rendez-Vous, de fel gecontesteerde Belgische inzending voor het Eurovisiesongfestival uit 1983 werd al snel een belpop klassieker. Voor de Eurosong preselecties moesten de deelnemende artiesten het echter met een paar verschillende nummers tegen elkaar opnemen. Het meer timide Cardiocleptomanie was een andere kandidaat van Pas de Deux. Het nummer leende zich niet zoals de winnaar tot een big band bewerking en viel daarom wellicht naast de prijzen. Maar het is wel een prachtig staaltje belpop uit de vroege jaren 80. Het verscheen alsnog op vinyl als b-kant van Mani Meme (lees: Maar Niet met Mij), de single van het mini-album Des Tailles (meteen ook het enige reguliere wapenfeit op 33 toeren van Pas de Deux. Al het originele vinylwerk van deze door video-cineast Walter Verdin bedachte formatie is perfect op één cd-schijfje te verzamelen. Maar zoals met veel belpop werk uit die tijd het geval is, is dat jammer genoeg nog steeds niet gebeurd. Dus behelpen we ons met vinyl rips.
60. Nacht und Nebel - Ancient Times [1984 Etoile du Nord]
Patrick Schoofs (aka Patrick Marina Nebel) was eigenlijk een drummer. Op de eerste platen van Nacht Und Nebel bespeelt hij dat instrument ook zelf met de voor hem kenmerkende onrust. Op Ancient Times hoor je dat heel goed. De drums strompelen sneller dan de zanglijn toelaat. Zijn teksten waren vaak zeer direct en eerlijk, soms op het randje van kinderlijk. Ancient Times lijkt mij op het eerste gehoor bij de sessies van het mini-elpee Casablanca te horen. Of uit de demo-sessies voor hun succesalbum Beats of Love. De twee eerste 33 toeren platen verschenen een aantal jaren geleden integraal op cd alsmede een live album dat uit twee optredens was samengesteld. Jammer genoeg is heel wat single-werk en het laatste album nog niet volledig gedigitaliseerd. En luister eens naar Patricks stem. Daar schuilt, net zoals in de epiek van Ancient Times een soort Verfremdungseffekt in dat doet denken aan het werk van Brecht en Weill.
2 Belgen en Lena. Ze zijn in Nederland voldoende bekend, want deze belpop klassieker won onlangs de belpop ladder op het forum. 2 Belgen was aanvankelijk ook een duo met als drijvende kracht de bebrilde Gentenaar Rembert De Smet. De andere Belg was drummer en met de gitaar en bijhorende elektronische effecten haalden ze de finale van Humo's Rock Rally, editie 1982. De opname van Fever is dan ook een live-regristratie uit die finale. Op het tweede, zwaar onderschatte album Soulsmasking zou De Smet alle mogelijkheden van de synthesizer verkennen. Internationaal succes kwam er met de singles Opération Coup de Poing en Lena en het bijhorende hitalbum Trop Petit. Na de elpee Sweet and Sour en club-succes met de dansklassieker In the Night ging De Smet zich toeleggen op het producen van new beat gerelateerd materiaal. Eens die hype voorbij was, trok hij tot op heden als Esta Loco met een flamenco-programma rond in België. De klassieker Lena wordt trouwens nog steeds, zij het in een aangepaste jas, live gebracht.
57. Gorky - Ria [1991 Lieve Kleine Piranha]
Enkel terug te vinden op de cd-single van Lieve Kleine Piranha. Ria (en dus niet Mia) ligt precies in het verlengde van het onvolprezen Gorky (toen nog met "y") debuut. Van de veertien songs groeide er één derde uit tot klassiekers, een ander derde mag het predicaat onvergetelijke albumtrack dragen en het andere derde bleek gewoon goed. De nog jonge Luc De Vos naakt op elektrische gitaar en voor de rest enkel zijn gevleugelde woorden. Sta op en wandel / Je bent genezen / Misschien voor altijd / Misschien maar voor één dag / Maar je moet me wel geloven / Doe maar wat / Soms lukt het en dan weer niet / Maar je moet we geloven / Ria, kom bij mij / Ria, kom bij mij / Je stopt je mooie kleren / In de wasmachine / Met rommel van de zeepfabriek / En de kleuren verdrinken / En je liefje is verdwenen / Met alles wat hij beloofde / Maar elke nieuwe wereldramp / Ben je morgen vergeten / Ria, kom bij mij / Ria, kom bij mij. Hoe stelp je het gewonde hart van een vriendin? Ik heb er geen woorden voor, De Vos gelukkig wel.
58. T.C. Matic - Living on My Instinct [1983 Putain Putain]
Nu speel ik een beetje vals. Want van het geschifte Putain Putain bestaat enkel een 12" release met de zogenaamde Euromix. Daarop is van de b-kant Living on My Instinct ook een grotendeels instrumentale remix terug te vinden en die vind ik niet geschikt voor mijn topic. Ik kies dus voor de albumversie, want wat is TC Matic zonder het dadaïstische jargon van Arno Hintjes? Hij profileert zich bijna als rapper op dit lekker hakkend nummer. Zoals steeds zorgt de gitaar van Jean-Marie Aerts voor een onorthodoxe inkleuring. Eigenlijk is het die gitaar die zingt en Arno bralt een paar fraai gevonden quotes aan elkaar. Op die manier een waardige tegenhanger voor Putain Putain. Over het dadaïsme in Arno's teksten, maakte Hugo Matthijsen (aka Clement Peerens) begin jaren 90 dit lijstje: O La La La, Viva Boema, Willie Willie, Que Pasa, Rip Off Popoff, Là-bas, Ha Ha, Ugh Ugh, Yeh Yeh, Chi Boem, Yooh en Ratata. Juist, allemaal titels van songs of albums. The more you know about it, the more you play with it, ratatatatata ratatatata.
59. Pas de Deux - Cardiocleptomanie [1983 Mani Meme]
Rendez-Vous, de fel gecontesteerde Belgische inzending voor het Eurovisiesongfestival uit 1983 werd al snel een belpop klassieker. Voor de Eurosong preselecties moesten de deelnemende artiesten het echter met een paar verschillende nummers tegen elkaar opnemen. Het meer timide Cardiocleptomanie was een andere kandidaat van Pas de Deux. Het nummer leende zich niet zoals de winnaar tot een big band bewerking en viel daarom wellicht naast de prijzen. Maar het is wel een prachtig staaltje belpop uit de vroege jaren 80. Het verscheen alsnog op vinyl als b-kant van Mani Meme (lees: Maar Niet met Mij), de single van het mini-album Des Tailles (meteen ook het enige reguliere wapenfeit op 33 toeren van Pas de Deux. Al het originele vinylwerk van deze door video-cineast Walter Verdin bedachte formatie is perfect op één cd-schijfje te verzamelen. Maar zoals met veel belpop werk uit die tijd het geval is, is dat jammer genoeg nog steeds niet gebeurd. Dus behelpen we ons met vinyl rips.
60. Nacht und Nebel - Ancient Times [1984 Etoile du Nord]
Patrick Schoofs (aka Patrick Marina Nebel) was eigenlijk een drummer. Op de eerste platen van Nacht Und Nebel bespeelt hij dat instrument ook zelf met de voor hem kenmerkende onrust. Op Ancient Times hoor je dat heel goed. De drums strompelen sneller dan de zanglijn toelaat. Zijn teksten waren vaak zeer direct en eerlijk, soms op het randje van kinderlijk. Ancient Times lijkt mij op het eerste gehoor bij de sessies van het mini-elpee Casablanca te horen. Of uit de demo-sessies voor hun succesalbum Beats of Love. De twee eerste 33 toeren platen verschenen een aantal jaren geleden integraal op cd alsmede een live album dat uit twee optredens was samengesteld. Jammer genoeg is heel wat single-werk en het laatste album nog niet volledig gedigitaliseerd. En luister eens naar Patricks stem. Daar schuilt, net zoals in de epiek van Ancient Times een soort Verfremdungseffekt in dat doet denken aan het werk van Brecht en Weill.
0
geplaatst: 15 mei 2014, 19:11 uur
61. Jona Lewie - Laughing Tonight [1980 Stop the Cavalry]
Wie kent Jona Lewie nog, van de kerstsingle Stop the Cavalry? Of van de new wave pastiche You'll Always Find Me in the Kitchen at Parties? Van het aanstekelijke Louise, een nummer 1 hit in Zuid-Afrika nota bene? Jona Lewie was na Madness één van de meest succesvolle artiesten op het onafhankelijke Stiff label. Daarvoor al actief als Terry Dactyl & The Dinosaurs met bescheiden UK hitsucces. Lewie kwam uit het pubrock circuit en schuwde het betere boogie werk niet. Een wizzard aan de piano en meteen bij de pinken van zodra de synthesizer de mogelijkheden op klavier uitbreidde. Zijn singles zijn stuk voor stuk humoristisch vormgegeven. Altijd klinkt er wel een folkdeuntje zoals in het zydeco Laughing Tonight dat afkomstig was van zijn eerste album On the Other Hand There's a Fist. Het tweede album Heart Skips Beat kwam er pas twee jaar later. Daarop onder meer de beroemde kersthit. Twee singles verder trok Jona zich definitief terug in zijn kelder vanwaar hij maar mondjesmaat van zich laat horen.
62. Yazoo - State Farm [1983 Nobody's Diary]
Nobody's Diary zou de laatste single van Yazoo worden. Zijn dubbele a-kant heette State Farm en was niet op het bijhorende album You and Me Both te vinden. Een tweede Situation (de legendarische b-kant van die andere ballad Only You) zou State Farm niet worden, maar ik blijf het nog steeds een erg sterk nummer vinden. Het arrangement werd gekleurd met geluiden die ook te horen waren op de eerste hiphop platen. En Alison Moyet blaft de mannelijk concurrentie het hondenhok in. Tijdens de sessies van zowel de single als het album bestond Yazoo niet meer. Vince en Alf namen hun partijen onafhankelijk van elkaar op. En toch is de magische symbiose van hun beide talenten zo nadrukkelijk aanwezig. De weemoedige tekst van Moyet en de typische synth-signatuur van Clarke op de a-kant. Een compositorisch staaltje van Vince en dat unieke stemgeluid van Moyet op de b-kant. Dat waren nog eens singles.
63. Depeche Mode - Flexible [1985 Shake the Disease]
Wie Vince Clarke zegt, denk aan Depeche Mode. Shake the Disease trof me diep toen de single in lente van 1985 zijn weg zocht door de ether. Meteen de single gekocht, nadat ik een paar maanden eerder ook Some Great Reward in huis had gehaald. Shake the Disease liet eenzelfde door draaibanken gestuurde, industriële geluid horen als People Are People, Master and Servant en Blasphemous Rumours. Maar het gaat hier over de b-kant Flexible dat een heel andere aanpak liet horen. Een rammelbak van een song, alsof alle moeren en bouten los zaten. De stem van Dave Gahan fungeert als schroevendraaier en houdt de verrassend dansbare compositie samen. Als ik het nummer draai, vind ik het aanvankelijk altijd een wat matige indruk maken, maar aan het einde van het gaatje, draai ik hem geheid nog een paar keer opnieuw. Hij blijft zo lekker hangen. I asked myself / Is it a sin / Be flexible / When the Boat Comes In. Het heeft vast met hun hedonistische levensstijl te maken. En ik zing lekker mee.
64. Culture Club - Love Is Cold (You Were Never No Good) [1982 Do You Really Want to Hurt Me]
Het is omdat u hierboven de titel kan lezen, dat u weet over wie het gaat. Maar geef toe dat u verrast was door die niet onaardige groove waarmee het nummer startte. Vet funky nummer dus van Boy George en zijn Culture Club. Misschien iets te eendimensionaal bevonden voor het debuutalbum Kissing to Be Clever dat wat kleurrijker uit de verf probeerde te komen. Ik schrijf wel degelijk "probeerde", want eigenlijk vind ik dat debuut helemaal niet zo sterk. De bas zit me te hoog in de mix en het ratelt allemaal wat chaotisch. Het enige rustpunt is de inderhaast bij elkaar gepende klassieker Do You Really Want to Hurt Me omdat men nog een rustig nummer nodig had aan het einde van de album sessies. De rest is geschiedenis. Culture Club verdient best wat meer respect. En niet alleen als 80s icoon, maar ook voor hun muziek. Een aantal puike singles en een genietbaar album (Colour by Numbers) mag ik nog steeds graag horen.
65. Doe Maar - Dans met Mij [1979 Anita ???]
Een Doe Maar b-kantje uit het pre-Vrienten tijdperk en voor mij ook meteen beter dan de meeste songs op het debuutalbum. Die eerste van Doe Maar twijfelt tussen de punkrock van gitarist Piet Dekker en de Carraïbische steeldrum pop (Anita, Politiekman en Ik Zou Het Willen Doen) van Ernst Jantz. In de verte schemeren een paar reggae-schema's en die songs (Regen, Als de Morgen Komt en Hé Hé) blijven dan ook het beste hangen. Op de beginselverklaring Het Leven Gaat Door / Er Verandert Niks en de b-kant Dans met Mij zet Jantz zich ongegeneerd aan de piano en krijgen we de songschrijver te horen die hij nooit helemaal geworden is. Ernst stond altijd wat in de schaduw van de artiesten die hij deskundig begeleidde. Met zijn romantische insteek zorgde hij voor het nodige tegengewicht bij Doe Maar dat het anders enkel van Vrientens strakkere analyses moest hebben. Dans met Mij is gewoon een heel mooi liedje en toen al met aandacht voor de gekke backings en de zuivere gitaarsolo.
ps. Ik las ooit dat Dans met Mij als b-kant van een eerste versie van Anita verscheen.
Ik vind daar nu nergens meer bevestiging van. Overal wordt Dans met Mij als een onuitgebracht lied
van de eerste albumsessie beschouwd. Misschien dan toch geen echte b-kant, maar ik tel hem toch mee.
Wie kent Jona Lewie nog, van de kerstsingle Stop the Cavalry? Of van de new wave pastiche You'll Always Find Me in the Kitchen at Parties? Van het aanstekelijke Louise, een nummer 1 hit in Zuid-Afrika nota bene? Jona Lewie was na Madness één van de meest succesvolle artiesten op het onafhankelijke Stiff label. Daarvoor al actief als Terry Dactyl & The Dinosaurs met bescheiden UK hitsucces. Lewie kwam uit het pubrock circuit en schuwde het betere boogie werk niet. Een wizzard aan de piano en meteen bij de pinken van zodra de synthesizer de mogelijkheden op klavier uitbreidde. Zijn singles zijn stuk voor stuk humoristisch vormgegeven. Altijd klinkt er wel een folkdeuntje zoals in het zydeco Laughing Tonight dat afkomstig was van zijn eerste album On the Other Hand There's a Fist. Het tweede album Heart Skips Beat kwam er pas twee jaar later. Daarop onder meer de beroemde kersthit. Twee singles verder trok Jona zich definitief terug in zijn kelder vanwaar hij maar mondjesmaat van zich laat horen.
62. Yazoo - State Farm [1983 Nobody's Diary]
Nobody's Diary zou de laatste single van Yazoo worden. Zijn dubbele a-kant heette State Farm en was niet op het bijhorende album You and Me Both te vinden. Een tweede Situation (de legendarische b-kant van die andere ballad Only You) zou State Farm niet worden, maar ik blijf het nog steeds een erg sterk nummer vinden. Het arrangement werd gekleurd met geluiden die ook te horen waren op de eerste hiphop platen. En Alison Moyet blaft de mannelijk concurrentie het hondenhok in. Tijdens de sessies van zowel de single als het album bestond Yazoo niet meer. Vince en Alf namen hun partijen onafhankelijk van elkaar op. En toch is de magische symbiose van hun beide talenten zo nadrukkelijk aanwezig. De weemoedige tekst van Moyet en de typische synth-signatuur van Clarke op de a-kant. Een compositorisch staaltje van Vince en dat unieke stemgeluid van Moyet op de b-kant. Dat waren nog eens singles.
63. Depeche Mode - Flexible [1985 Shake the Disease]
Wie Vince Clarke zegt, denk aan Depeche Mode. Shake the Disease trof me diep toen de single in lente van 1985 zijn weg zocht door de ether. Meteen de single gekocht, nadat ik een paar maanden eerder ook Some Great Reward in huis had gehaald. Shake the Disease liet eenzelfde door draaibanken gestuurde, industriële geluid horen als People Are People, Master and Servant en Blasphemous Rumours. Maar het gaat hier over de b-kant Flexible dat een heel andere aanpak liet horen. Een rammelbak van een song, alsof alle moeren en bouten los zaten. De stem van Dave Gahan fungeert als schroevendraaier en houdt de verrassend dansbare compositie samen. Als ik het nummer draai, vind ik het aanvankelijk altijd een wat matige indruk maken, maar aan het einde van het gaatje, draai ik hem geheid nog een paar keer opnieuw. Hij blijft zo lekker hangen. I asked myself / Is it a sin / Be flexible / When the Boat Comes In. Het heeft vast met hun hedonistische levensstijl te maken. En ik zing lekker mee.
64. Culture Club - Love Is Cold (You Were Never No Good) [1982 Do You Really Want to Hurt Me]
Het is omdat u hierboven de titel kan lezen, dat u weet over wie het gaat. Maar geef toe dat u verrast was door die niet onaardige groove waarmee het nummer startte. Vet funky nummer dus van Boy George en zijn Culture Club. Misschien iets te eendimensionaal bevonden voor het debuutalbum Kissing to Be Clever dat wat kleurrijker uit de verf probeerde te komen. Ik schrijf wel degelijk "probeerde", want eigenlijk vind ik dat debuut helemaal niet zo sterk. De bas zit me te hoog in de mix en het ratelt allemaal wat chaotisch. Het enige rustpunt is de inderhaast bij elkaar gepende klassieker Do You Really Want to Hurt Me omdat men nog een rustig nummer nodig had aan het einde van de album sessies. De rest is geschiedenis. Culture Club verdient best wat meer respect. En niet alleen als 80s icoon, maar ook voor hun muziek. Een aantal puike singles en een genietbaar album (Colour by Numbers) mag ik nog steeds graag horen.
65. Doe Maar - Dans met Mij [1979 Anita ???]
Een Doe Maar b-kantje uit het pre-Vrienten tijdperk en voor mij ook meteen beter dan de meeste songs op het debuutalbum. Die eerste van Doe Maar twijfelt tussen de punkrock van gitarist Piet Dekker en de Carraïbische steeldrum pop (Anita, Politiekman en Ik Zou Het Willen Doen) van Ernst Jantz. In de verte schemeren een paar reggae-schema's en die songs (Regen, Als de Morgen Komt en Hé Hé) blijven dan ook het beste hangen. Op de beginselverklaring Het Leven Gaat Door / Er Verandert Niks en de b-kant Dans met Mij zet Jantz zich ongegeneerd aan de piano en krijgen we de songschrijver te horen die hij nooit helemaal geworden is. Ernst stond altijd wat in de schaduw van de artiesten die hij deskundig begeleidde. Met zijn romantische insteek zorgde hij voor het nodige tegengewicht bij Doe Maar dat het anders enkel van Vrientens strakkere analyses moest hebben. Dans met Mij is gewoon een heel mooi liedje en toen al met aandacht voor de gekke backings en de zuivere gitaarsolo.
ps. Ik las ooit dat Dans met Mij als b-kant van een eerste versie van Anita verscheen.
Ik vind daar nu nergens meer bevestiging van. Overal wordt Dans met Mij als een onuitgebracht lied
van de eerste albumsessie beschouwd. Misschien dan toch geen echte b-kant, maar ik tel hem toch mee.
0
zaaf
geplaatst: 15 mei 2014, 20:26 uur
ocharm. jona lewie!!! 
leuk om m weer eens tegen te komen, en m.i. terecht vermeld. leuk dazzler!

leuk om m weer eens tegen te komen, en m.i. terecht vermeld. leuk dazzler!
0
geplaatst: 15 mei 2014, 20:35 uur
Het is duidelijk zichtbaar dat je er veel werk in steekt. Daarom wederom een diepe buiging en m'n petje af.
Ik vind het ook fijn dat er zoveel tussenzit dat ik niet ken. Genoeg te ontdekken dus.
Enne die van Doe Maar. Wat je schrijft moet om en nabij wel kloppen. Ik luisterde dit nummer vroeger namelijk al op mn walkman als klein mannetje lang voordat 'Alles' uitgebracht werd. Maar kan er ook niets meer over terug vinden. Ik herinner me hem ook als een wat minder gladde versie waarbij vooral het laatste gedeelte 'Dag Merel......' wat rauwer en daardoor passender overkwam. Nah ja. In ieder geval is het een schitterend nummer. Misschien weet lennon hoe het zit.
Ik vind het ook fijn dat er zoveel tussenzit dat ik niet ken. Genoeg te ontdekken dus.
Enne die van Doe Maar. Wat je schrijft moet om en nabij wel kloppen. Ik luisterde dit nummer vroeger namelijk al op mn walkman als klein mannetje lang voordat 'Alles' uitgebracht werd. Maar kan er ook niets meer over terug vinden. Ik herinner me hem ook als een wat minder gladde versie waarbij vooral het laatste gedeelte 'Dag Merel......' wat rauwer en daardoor passender overkwam. Nah ja. In ieder geval is het een schitterend nummer. Misschien weet lennon hoe het zit.
0
geplaatst: 16 mei 2014, 01:02 uur
Mooi werk Dazzler. Ik heb e.e.a. met plezier beluisterd. Tof die versie van African Queen. Het nummer van Split Enz was ook een fijne ontdekking.
0
geplaatst: 16 mei 2014, 10:33 uur
wordt vervolgd
66. Pet Shop Boys - Paninaro [1986 Suburbia]
De b-kant die het tien jaar later in een remix zou schoppen tot a-kant. En met hitsucces. Een nummer dat met stip stond genoteerd om in dit overzicht opgenomen te worden, maar me na al die jaren toch een beetje tegenviel. De repetitieve vocale input van Neil Tennant vind ik een beetje storend. Muzikaal een okee track met die gitaarsound melodie in de achtergrond. Met de jongens uit de dierenwinkel heb ik een wat steriele relatie. Ik vind hun hitsingles vaak erg goed, maar ze trekken me onvoldoende aan om één van hun albums ter harte nemen. Ik heb er wel een paar op vinyl en mp3, maar die heb ik nog nooit integraal beluisterd. Met al die verschillende versies (album, 7", 12" en nog wat alternatieve remixen) ook een vermoeiende bezigheid. Eigenlijk zou ik de hits moeten skippen en inzoemen op de albumtracks en b-kanten. Nochtans is hun muziek erg vakkundig gemaakt en hielden zij de synthpop duo formule langer actueel dan pioniers als OMD, Soft Cell, Yazoo, Blancmange en Yello om er maar een paar te noemen.
67. Mano Negra - Soledad [1989 King Kong Five]
Toen Shane MacGowan voor pampus lag en The Pogues op apegapen (tussen If I Should Fall from Grace with God en Peace and Love was dat jammer genoeg het geval), werkte Manu Chao zich met zijn Mano Negra in de schijnwerpers als de nieuwe feestgroep. Geen Ierse folkwortels, maar Frans-Arabisch chanson met Spaanse Pepers. The Clash van Joe Strummer was voor beide groepen een inspiratiebron. Het hiphoppende King Kong Five werd een top 10 hit in Europa en het bijhorende album Puta's Fever een veel gedraaide schijf in jeugdhuizen. Ik mocht ze live zien op Rock Werchter, maar als opener toen de weide nog vol katers stond van de nacht daarvoor. Hoewel de elpee 18 tracks telt, verveelt hij voor geen millimeter. Kort en krachtig is de leuze. Een echte aanrader die nogal eens in de uitverkoopbakken zit te wachten op slimme schattenjagers zoals u. Toen het vlooiencircus uitgespeeld was, ging Manu Chao solo de Marxistisch geëngageerde tour op. Af en toe goed voor een fijne radiohit.
68. The Sundays - I Kicked a Boy [1989 Can't Be Sure]
One hit wonders. Groepjes die je met één album ontroeren, waarna de magie wegebt en de volgende platen alleen maar kunnen tegenvallen. Het aantal artiesten dat ik een (groot stuk van hun) carrière lang trouw bleef is eerder beperkt. Het zijn er niet meer dan twintig denk ik. Voor de rest verzamel ik muziek graag in de breedte. Het beste van elke artiest. Voor hitparade-acts probeer ik de beste compilatie in huis te halen. Van andere bands het classic album. Reading Writing and Arithmetic is zo'n album. Cocteau Twins meets The Smiths. Fijnbesnaarde lovesongs met een twist. En meteen is het weer 1990. Het studentenleven en de liefde. Met twee van de allerliefste radiohits. Can't Be sure had nog een andere mooie albumtrack op de b-kant. I Kicked a Boy... dat moet "hem" pijn gedaan hebben, maar zo charmant gezongen dat je meteen partij kiest voor "haar". Die plaat van The Sundays klinkt als een zonnige lentebries, of beter nog, de echo van een zomerliefde. Here's where the Story Ends.
69. Maria and the Iceman [1992 Ting]
Stilte en een diepe buiging. Mijn liefde voor de Nederlandse Nits kent weinig grenzen. Hun album Ting uit 1992 sloeg me met verstomming. Hun toen al unieke geluid werd op die plaat nog verder uitgekristalliseerd. Wat overbleef was een piano, een stem, percussiegeluiden en het grijze gruis van een zingende steen. Kamerpop met af en toe een strijker. Het ritselen van de herfstbladeren, het condenseren van de adem in de eerste vrieskou. Ik ontmoet op deze site veel mensen die struikelen over het arty farty gehalte van Henk, Rob en Robert-Jan. Ik voel me als Belg helemaal thuis in het surrealistische wereldje. Popmuzikanten van de klare lijn, Kuifje (here comes the young reporter in his overcoat) in muziekland. Maar toch altijd met de liefde voor hun eigen "vlakke land" (in the Dutch mountains). Van de Ting sessies verschenen naast 15 albumtracks ook nog eens 9 bonustracks, verdeeld over vier verschillende cd-single releases. Die nummers zijn niet alleen experimenteler, maar minstens zo interessant omdat er soms gevarieerd wordt op thema's van het album. Maria and the Iceman is uit die selectie mijn grootste favoriet.
70. Japan - The Experience of Swimming [1980 Gentlemen Take Polaroids]
De 100 b-kantjes uit dit overzicht rangschikken van goed naar subliem is voor mij onbegonnen werk. Maar The Experience of Swimming zou waarschijnlijk wel op 1 eindigen. Ik kende Japan maar heel vaag eigenlijk, voor ik in mij hier in de zomer van 2008 voor het eerst kwam aanmelden. Flarden van Gentlemen Take Polaroids en Tin Drum. Op die twee albums en de voorganger Quiet Life ben ik ondertussen smoorverliefd geworden. En de instrumentale bonustracks weten me zowaar nog dieper te raken. Als ik probeer te begrijpen waarom The Experience of Swimming zo'n indruk op me maakt, kan ik daar moeilijk een verklaring voor vinden. Is het omdat zij zich hier zo vakkundig op het kruispunt van minimalisme, synthpop, new wave en klassiek begeven? Of werd dit nummer gedraaid op een radioprogramma dat ik als tiener op maandagavond tussen de lakens aanbad. Een programma waarin synthesizermuziek werd gespeeld, deels door luisteraars gecomponeerd en ingezonden en deels door artiesten waarvan ik de namen al lang vergeten ben. De naam van het programma ken ik nog wel. U raadt het nooit: Manoeuvres in het Donker.
66. Pet Shop Boys - Paninaro [1986 Suburbia]
De b-kant die het tien jaar later in een remix zou schoppen tot a-kant. En met hitsucces. Een nummer dat met stip stond genoteerd om in dit overzicht opgenomen te worden, maar me na al die jaren toch een beetje tegenviel. De repetitieve vocale input van Neil Tennant vind ik een beetje storend. Muzikaal een okee track met die gitaarsound melodie in de achtergrond. Met de jongens uit de dierenwinkel heb ik een wat steriele relatie. Ik vind hun hitsingles vaak erg goed, maar ze trekken me onvoldoende aan om één van hun albums ter harte nemen. Ik heb er wel een paar op vinyl en mp3, maar die heb ik nog nooit integraal beluisterd. Met al die verschillende versies (album, 7", 12" en nog wat alternatieve remixen) ook een vermoeiende bezigheid. Eigenlijk zou ik de hits moeten skippen en inzoemen op de albumtracks en b-kanten. Nochtans is hun muziek erg vakkundig gemaakt en hielden zij de synthpop duo formule langer actueel dan pioniers als OMD, Soft Cell, Yazoo, Blancmange en Yello om er maar een paar te noemen.
67. Mano Negra - Soledad [1989 King Kong Five]
Toen Shane MacGowan voor pampus lag en The Pogues op apegapen (tussen If I Should Fall from Grace with God en Peace and Love was dat jammer genoeg het geval), werkte Manu Chao zich met zijn Mano Negra in de schijnwerpers als de nieuwe feestgroep. Geen Ierse folkwortels, maar Frans-Arabisch chanson met Spaanse Pepers. The Clash van Joe Strummer was voor beide groepen een inspiratiebron. Het hiphoppende King Kong Five werd een top 10 hit in Europa en het bijhorende album Puta's Fever een veel gedraaide schijf in jeugdhuizen. Ik mocht ze live zien op Rock Werchter, maar als opener toen de weide nog vol katers stond van de nacht daarvoor. Hoewel de elpee 18 tracks telt, verveelt hij voor geen millimeter. Kort en krachtig is de leuze. Een echte aanrader die nogal eens in de uitverkoopbakken zit te wachten op slimme schattenjagers zoals u. Toen het vlooiencircus uitgespeeld was, ging Manu Chao solo de Marxistisch geëngageerde tour op. Af en toe goed voor een fijne radiohit.
68. The Sundays - I Kicked a Boy [1989 Can't Be Sure]
One hit wonders. Groepjes die je met één album ontroeren, waarna de magie wegebt en de volgende platen alleen maar kunnen tegenvallen. Het aantal artiesten dat ik een (groot stuk van hun) carrière lang trouw bleef is eerder beperkt. Het zijn er niet meer dan twintig denk ik. Voor de rest verzamel ik muziek graag in de breedte. Het beste van elke artiest. Voor hitparade-acts probeer ik de beste compilatie in huis te halen. Van andere bands het classic album. Reading Writing and Arithmetic is zo'n album. Cocteau Twins meets The Smiths. Fijnbesnaarde lovesongs met een twist. En meteen is het weer 1990. Het studentenleven en de liefde. Met twee van de allerliefste radiohits. Can't Be sure had nog een andere mooie albumtrack op de b-kant. I Kicked a Boy... dat moet "hem" pijn gedaan hebben, maar zo charmant gezongen dat je meteen partij kiest voor "haar". Die plaat van The Sundays klinkt als een zonnige lentebries, of beter nog, de echo van een zomerliefde. Here's where the Story Ends.
69. Maria and the Iceman [1992 Ting]
Stilte en een diepe buiging. Mijn liefde voor de Nederlandse Nits kent weinig grenzen. Hun album Ting uit 1992 sloeg me met verstomming. Hun toen al unieke geluid werd op die plaat nog verder uitgekristalliseerd. Wat overbleef was een piano, een stem, percussiegeluiden en het grijze gruis van een zingende steen. Kamerpop met af en toe een strijker. Het ritselen van de herfstbladeren, het condenseren van de adem in de eerste vrieskou. Ik ontmoet op deze site veel mensen die struikelen over het arty farty gehalte van Henk, Rob en Robert-Jan. Ik voel me als Belg helemaal thuis in het surrealistische wereldje. Popmuzikanten van de klare lijn, Kuifje (here comes the young reporter in his overcoat) in muziekland. Maar toch altijd met de liefde voor hun eigen "vlakke land" (in the Dutch mountains). Van de Ting sessies verschenen naast 15 albumtracks ook nog eens 9 bonustracks, verdeeld over vier verschillende cd-single releases. Die nummers zijn niet alleen experimenteler, maar minstens zo interessant omdat er soms gevarieerd wordt op thema's van het album. Maria and the Iceman is uit die selectie mijn grootste favoriet.
70. Japan - The Experience of Swimming [1980 Gentlemen Take Polaroids]
De 100 b-kantjes uit dit overzicht rangschikken van goed naar subliem is voor mij onbegonnen werk. Maar The Experience of Swimming zou waarschijnlijk wel op 1 eindigen. Ik kende Japan maar heel vaag eigenlijk, voor ik in mij hier in de zomer van 2008 voor het eerst kwam aanmelden. Flarden van Gentlemen Take Polaroids en Tin Drum. Op die twee albums en de voorganger Quiet Life ben ik ondertussen smoorverliefd geworden. En de instrumentale bonustracks weten me zowaar nog dieper te raken. Als ik probeer te begrijpen waarom The Experience of Swimming zo'n indruk op me maakt, kan ik daar moeilijk een verklaring voor vinden. Is het omdat zij zich hier zo vakkundig op het kruispunt van minimalisme, synthpop, new wave en klassiek begeven? Of werd dit nummer gedraaid op een radioprogramma dat ik als tiener op maandagavond tussen de lakens aanbad. Een programma waarin synthesizermuziek werd gespeeld, deels door luisteraars gecomponeerd en ingezonden en deels door artiesten waarvan ik de namen al lang vergeten ben. De naam van het programma ken ik nog wel. U raadt het nooit: Manoeuvres in het Donker.
0
geplaatst: 16 mei 2014, 10:35 uur
Het grootste gedeelte van Paninaro wordt gezongen door Chris Lowe (die andere zeg maar), enkel Paninaro en ooh ooohh oohh komt van Tennant! van de zomer overigens twee keer te zien in Nederland, of dit nummer dan ook voorbij zal komen vraag ik me af 

0
geplaatst: 16 mei 2014, 16:23 uur
vigil schreef:
Het grootste gedeelte van Paninaro wordt gezongen door Chris Lowe (die andere zeg maar), enkel Paninaro en ooh ooohh oohh komt van Tennant!
Dat de rap van die andere was, had ik niet in de gaten. Het grootste gedeelte van Paninaro wordt gezongen door Chris Lowe (die andere zeg maar), enkel Paninaro en ooh ooohh oohh komt van Tennant!
Maar waar ik me aan stoorde was wel degelijk dat eindeloze "paninero ooh ooohh oohh".
Ik vergelijk Pet Shop Boys qua duo-formule graag met Soft Cell. De coolness van Dave Ball, is terug te vinden bij Lowe. Beiden ook muzikaal architect van hun groepje. En de gay-gerelateerde performance van Mark Almond komt terug bij Tennant. Beiden ook begenadigd met een doordringende tenor. Marc zingt met een kunstmatig vibrato, Neil zelfs zonder. Daardoor wordt de stem van die laatste onderdeel van de algemene sound van Pet Shop Boys. Enfin, vind ik dus allemaal, hé...
0
Casartelli (moderator)
geplaatst: 16 mei 2014, 16:35 uur
dazzler schreef:
Ik vergelijk Pet Shop Boys qua duo-formule graag met Soft Cell.
Ik vergelijk Pet Shop Boys qua duo-formule graag met Soft Cell.
Dat mag. Dan heb je wat mij betreft wel twee kwalitatieve uitersten te pakken.

De originele Paninaro vind ik wel in orde (in elk geval beter dan de remix die idd later een hit werd). Maar het duo is wat mij betreft toch op zijn best als ze gewoon popliedjes maken, terwijl het vaak wat minder interessant wordt als ze te dicht tegen de house aankruipen - de nummers worden niet zelden te lang of het wordt om een andere reden potsierlijk. Die voorkeur zou in een albumaanrader van mijn kant wel terug te vinden zijn: wel Actually, geen Introspective; wel Release, geen Nightlife, etc.
0
geplaatst: 17 mei 2014, 20:13 uur
71. ABC - Alphabet Soup [1981 Tears Are Not Enough]
Kennen jullie dat blauwe mannetje uit Sesamstraat nog? Hij bestelde een bord lettersoep in het restaurant van onze klungelige vriend Grover. En van zodra er een letter ontbrak begon de nooit ophoudende heisa. De kommaneuker en de ADHD-ober. We kregen deze uit het leven gegrepen karakters met de soeplepel mee in onze opvoeding. Op Alphabet Soup klinkt het anders zo geraffineerde ABC behoorlijk loos. Met de verbetenheid van een stelletje punkers wordt hier de funk bedreven zoals menig new waver hem weet te smaken. De a-kant van hun debuutsingle Tears Are Not Enough zou voor The Lexicon of Love in een nieuw en passend glittervestje gestoken worden. Maar Martin Fry en de zijnen klonken dus aanvankelijk zo rouw en onversneden als je in de link kan horen. Omdat de soep door het grote publiek meestal niet zo warm wordt gegeten als ze wordt opgediend, viel de b-kant buiten de tracklijst van het album.
72. The Police - Murder by Numbers [1983 Every Breath You Take]
Op de b-kantjes van de Police singles vind je opvallend veel composities van Andy Summers of Stewart Copeland terug die het album niet mochten halen. Meestal is de kwaliteit van die songs ook bedenkelijk. Veel verder dan een aardig jam-gevoel krijg ik er niet bij. Het b-kantje dat me het meest kan bekoren werd niet toevallig als bonustrack aan de cd-versie van Synchronicity toegevoegd. Murder by Numbers valt op doordat Sting duidelijker dan ooit tevoren durft flirten met zijn eerste liefde, de jazz muziek. De strofes balanceren op het randje van dissonant, maar de melodie van het refrein trekt het nummer weer recht. Ik heb altijd gevonden dat Stings licht rokerige stem beter tot zijn recht komt in een jazz-sfeer. Qua rijmelarij zit het refrein niet ver van De Do Do Do De Da Da Da. Een soort voorbode van zijn solo-werk waarmee hij weldra de wereld een tweede keer zou veroveren. En vooral als dusdanig een interessant nummer.
73. 10,000 Maniacs - Planned Obsolescence [1983 My Mother the War]
De Amerikaanse groep rond de kleine Natalie Merchant heeft een postpunk verleden. Op hun eerste singles en ep's is de schaduw van Joy Division merkbaar aanwezig. Het uitstekende My Mother the War vormt samen met Planned Obsolescence een ijzersterk new wave duo. Het is die als een hyena lachende gitaar die de luisteraar bij het nekvel neemt en niet meer loslaat tot de song aan het eind in duigen valt. Heerlijke baslijn waarop het in postpunk middens altijd aangenaam dansen is. Ik heb me eigenlijk nooit zo verdiept in het verdere oeuvre van 10,000 Maniacs. Ik heb In My Tribe in de kast staan en als ik toch eens even probeer te luisteren, hoor ik de connectie met hun donkerkleurige beginperiode niet meteen. Maar wat ik hier schrijf berust op ervaringen van lang geleden. Misschien toch nog eens proberen binnenkort.
74. Tears for Fears - The Marauders [1983 The Way You Are]
Oordeel niet te snel over een verloren gewaande single. Toen Tears for Fears in 1983 The Way You Are op de wereld losliet, lag het indrukwekkende debuut The Hurting al een tijdje achter hen. Bedoeling is dan dat een groep haar geluid verder ontwikkelt. Het zou nog een jaar duren voor met wereldhits als Shout en Everybody Wants to Rule the World een groter publiek werd aangeboord. The Marauders is een instrumentaal nummer dat zich weliswaar traag maar erg organisch voortbeweegt. Op zich toch een fraai stukje muziek dat de vermoeiende tocht door het niemandsland van een inspiratieloze periode kenmerkt. Heel wat TFF b-kantjes uit deze periode zijn niet verder uitgewerkte demo's, vaak korte fragmentjes die in tegenstelling tot de stadionpop-productie van Songs from the Big Chair bescheiden en klein klinken. Ook de overstap van het grote hitsucces naar de door flower power en soul beïnvloede derde elpee The Seeds of Love zou de nodige jaren van wikken en wegen in beslag nemen.
75. New Fast Automatic Daffodils - I Found Myself in Another Room [1991 Get Better]
Een van de grootst bewaarde geheimen uit mijn platenkast is het debuutalbum van New Fast Automatic Daffodils (een nog gekkere naam dan pakweg Orchestral Manoeuvers in the Dark). Op Pigeonhole brengt de groep uit Manchester een onwaarschijnlijk sublieme mix tussen beats en gitaren. Er is maar één groep die op dat terrein de inspirator kan geweest zijn en dat is New Order. Niet toevallig ook uit Manchester en nog minder toevallig werkten de New Fads met producer Michael Johnson die Blue Monday en Power, Corruption & Lies vorm gaf. Een van de cd-bonustracks heet I Found Myself in Another Room. Ik heb het geluk dat ik van alle cd-singles die het album omringen ook de bonustracks op mp3 heb. Voor wie dit nummertje uit mijn lijst van 100 b-kantjes de moeite waard vind, is het album zeker een aanrader. Sommige singles zoals Get Better, Fishes Eyes en Big klinken op de elpee wat slomer dan in hun energetische 7"versie of 12" remix. Het album wil dan ook bewust een totaalervaring bewerkstelligen.
Kennen jullie dat blauwe mannetje uit Sesamstraat nog? Hij bestelde een bord lettersoep in het restaurant van onze klungelige vriend Grover. En van zodra er een letter ontbrak begon de nooit ophoudende heisa. De kommaneuker en de ADHD-ober. We kregen deze uit het leven gegrepen karakters met de soeplepel mee in onze opvoeding. Op Alphabet Soup klinkt het anders zo geraffineerde ABC behoorlijk loos. Met de verbetenheid van een stelletje punkers wordt hier de funk bedreven zoals menig new waver hem weet te smaken. De a-kant van hun debuutsingle Tears Are Not Enough zou voor The Lexicon of Love in een nieuw en passend glittervestje gestoken worden. Maar Martin Fry en de zijnen klonken dus aanvankelijk zo rouw en onversneden als je in de link kan horen. Omdat de soep door het grote publiek meestal niet zo warm wordt gegeten als ze wordt opgediend, viel de b-kant buiten de tracklijst van het album.
72. The Police - Murder by Numbers [1983 Every Breath You Take]
Op de b-kantjes van de Police singles vind je opvallend veel composities van Andy Summers of Stewart Copeland terug die het album niet mochten halen. Meestal is de kwaliteit van die songs ook bedenkelijk. Veel verder dan een aardig jam-gevoel krijg ik er niet bij. Het b-kantje dat me het meest kan bekoren werd niet toevallig als bonustrack aan de cd-versie van Synchronicity toegevoegd. Murder by Numbers valt op doordat Sting duidelijker dan ooit tevoren durft flirten met zijn eerste liefde, de jazz muziek. De strofes balanceren op het randje van dissonant, maar de melodie van het refrein trekt het nummer weer recht. Ik heb altijd gevonden dat Stings licht rokerige stem beter tot zijn recht komt in een jazz-sfeer. Qua rijmelarij zit het refrein niet ver van De Do Do Do De Da Da Da. Een soort voorbode van zijn solo-werk waarmee hij weldra de wereld een tweede keer zou veroveren. En vooral als dusdanig een interessant nummer.
73. 10,000 Maniacs - Planned Obsolescence [1983 My Mother the War]
De Amerikaanse groep rond de kleine Natalie Merchant heeft een postpunk verleden. Op hun eerste singles en ep's is de schaduw van Joy Division merkbaar aanwezig. Het uitstekende My Mother the War vormt samen met Planned Obsolescence een ijzersterk new wave duo. Het is die als een hyena lachende gitaar die de luisteraar bij het nekvel neemt en niet meer loslaat tot de song aan het eind in duigen valt. Heerlijke baslijn waarop het in postpunk middens altijd aangenaam dansen is. Ik heb me eigenlijk nooit zo verdiept in het verdere oeuvre van 10,000 Maniacs. Ik heb In My Tribe in de kast staan en als ik toch eens even probeer te luisteren, hoor ik de connectie met hun donkerkleurige beginperiode niet meteen. Maar wat ik hier schrijf berust op ervaringen van lang geleden. Misschien toch nog eens proberen binnenkort.
74. Tears for Fears - The Marauders [1983 The Way You Are]
Oordeel niet te snel over een verloren gewaande single. Toen Tears for Fears in 1983 The Way You Are op de wereld losliet, lag het indrukwekkende debuut The Hurting al een tijdje achter hen. Bedoeling is dan dat een groep haar geluid verder ontwikkelt. Het zou nog een jaar duren voor met wereldhits als Shout en Everybody Wants to Rule the World een groter publiek werd aangeboord. The Marauders is een instrumentaal nummer dat zich weliswaar traag maar erg organisch voortbeweegt. Op zich toch een fraai stukje muziek dat de vermoeiende tocht door het niemandsland van een inspiratieloze periode kenmerkt. Heel wat TFF b-kantjes uit deze periode zijn niet verder uitgewerkte demo's, vaak korte fragmentjes die in tegenstelling tot de stadionpop-productie van Songs from the Big Chair bescheiden en klein klinken. Ook de overstap van het grote hitsucces naar de door flower power en soul beïnvloede derde elpee The Seeds of Love zou de nodige jaren van wikken en wegen in beslag nemen.
75. New Fast Automatic Daffodils - I Found Myself in Another Room [1991 Get Better]
Een van de grootst bewaarde geheimen uit mijn platenkast is het debuutalbum van New Fast Automatic Daffodils (een nog gekkere naam dan pakweg Orchestral Manoeuvers in the Dark). Op Pigeonhole brengt de groep uit Manchester een onwaarschijnlijk sublieme mix tussen beats en gitaren. Er is maar één groep die op dat terrein de inspirator kan geweest zijn en dat is New Order. Niet toevallig ook uit Manchester en nog minder toevallig werkten de New Fads met producer Michael Johnson die Blue Monday en Power, Corruption & Lies vorm gaf. Een van de cd-bonustracks heet I Found Myself in Another Room. Ik heb het geluk dat ik van alle cd-singles die het album omringen ook de bonustracks op mp3 heb. Voor wie dit nummertje uit mijn lijst van 100 b-kantjes de moeite waard vind, is het album zeker een aanrader. Sommige singles zoals Get Better, Fishes Eyes en Big klinken op de elpee wat slomer dan in hun energetische 7"versie of 12" remix. Het album wil dan ook bewust een totaalervaring bewerkstelligen.
0
geplaatst: 17 mei 2014, 20:41 uur
Zit veel moois tussen, Steve Miller staat hier veel op vandaag. Ga zo door!
0
geplaatst: 18 mei 2014, 11:42 uur
in de maak
76. Kate Bush - The Handsome Cabin Boy [1986 Hounds of Love]
Je zou zweren dat Kate Bush hier een Ierse traditional vertolkt. Maar de credits wijzen het lied wel degelijk aan haar toe. Merkwaardig toch dat zo'n diamantje op geen enkel regulier album is terug te vinden. Op Hounds of Love had Bush de supervorm van haar debuut weer te pakken. Goeie songs, waarvan er een handje vol als b-kant zouden gebruikt worden, met een vlot arrangement en dus de nodige hitpotentie. Een album als Lionheart leunde te veel op leftovers van haar beginperiode. Never for Ever had een paar sterke momenten, maar was druk gearrangeerd. En The Dreaming klinkt als een geslaagd experiment, maar er wordt nog iets te vaak gestoeid met de synthesizers. Die zet Kate op Hounds of Love veel geraffineerder in, ter ondersteuning van de songs die daarnaast voldoende opgesmukt worden door traditionele instrumenten. Na het verschijnen van haar vooralsnog enige compilatie The Whole Story verdween Kate als elfje in de mist van het steeds diverser wordende, muzikale landschap om haar heen.
77. Duran Duran - Late Bar [1981 Planet Earth]
Op elke Duran Duran album staan wel een paar minder beklijvende composities. Zelfs hun klassieker Rio heeft me nooit voor de volle 5 sterren kunnen overtuigen. Tussen de niet op de reguliere albums terug te vinden b-kantjes zit dan ook meer kaf dan koren. Eigenlijk is de b-kant van hun debuutsingle nog het meest geslaagd, vind ik. Er is het new romantic decor waarbinnen, anders dan bij de zuivere synthpop, de gitaren een rock-impuls mogen toevoegen aan het geluid. Duran Duran is op haar best als de synthtoetsen van Nick Rhodes en de gitaarinjecties van Andy Taylor (erg creatief bezig in Late Bar) elkaar in evenwicht houden. Het gejank van zanger Simon Le Bon mag ik niet te lang horen, maar maakt natuurlijk wel deel uit van hun onmiskenbare sound. Ten tijde van het debuut vond ik hun muzikale palet het interessants, al heeft Rio misschien toch de betere songs aan boord. Voor de rest gewoon een erg fijne singles groep.
78. Talking Heads - Television Man [1985 Road to Nowhere]
Little Creatures is het eerste album dat ik van Talking Heads leerde kennen. Met de radiohits The Lady Don't Mind, Road to Nowhere en And She Was. Die hadden alle drie een albumtrack op de b-kant (Give Me Back My Name, Prefect World en Television Man). Vooral dat laatste nummer, ook in extended remix terug te vinden op de 12" single, was meteen een favoriet van mij. Als opperbrein David Byrne zijn sociologische bril opzet, krijg je boeiend tekstmateriaal. En dat is precies wat er gebeurt op dit zevende studio-album van deze Amerikaanse new wave pioniers. Het accent ligt niet meer op de neurotische grootstad wave of de Afrikaanse grooves, maar op de teksten. Byrne brengt op Little Creatures verslag uit van het dagelijks leven van Jan Modaal en zijn gezin in de US. Dat daarbij country-invloeden een boventoon spelen, is niet meer dan passend. Televisie als venster op de wereld zet ons tegelijk oogkleppen op. Doet me denken aan die cartoon van Monty Python: I told you television was bad for your eyes.
79. Madness - Madness [1979 The Prince]
De b-kant van hun debuutsingle was een soort beginselverklaring waarop Madness haar eigen bandnaam toelichtte. Op de a-kant stond een eerbetoon aan Prince Buster, hun grote ska-voorbeeld. De grootste verdienste van Madness was de manier waarop zij deze ska-invloeden wisten te koppelen aan liedjes die de zorgen van de Britse Jan met de Pet scherp kenschetsten. Uiteindelijk zou dat zelfs tot een soort pop-sound leiden. Songs als Our House hebben dat ska-element helemaal geabsorbeerd in een eigen, muzikale stijl. De zeven jongens van Madness hadden ook bijna allemaal hun aandeel in het songschrijven. Zo wist de groep voldoende accenten te leggen in hun muziek waardoor ze een langere houdbaarheidsdatum bezaten dan veel van hun tijdgenoten. De laatste jaren hebben de working class heroes er met een eigen musical en talloze comeback platen en reunie-concerten hun pensioen weten te verzekeren.
80. Tanita Tikaram - Valentine Heart [1988 Good Tradition]
Ik tel op Ancient Heart, het debuut van Tanita Tikaram, naast de vier sterke singles Good Tradition, Cathedral Song, Twist in My Sobriety en World outside Your Window nog een paar mooie liedjes, zoals deze kleine parel. Met een cello-arrangement dat doet denken aan het werk van This Mortal Coil wint deze ogenschijnlijk tedere ballad aan zwaarmoedigheid, waardoor hij dieper op je inwerkt. Tanita Tikaram behoort tot de schare vrouwelijke singer-songwriters die in het kielzog van Suzanne Vega doorbraken in de tweede helft van de jaren 80. Tracy Chapman is nog zo'n voorbeeld. Een traditie die in de jaren 90 een vervolg zou krijgen in het werk van onder meer Alanis Morissette en Tori Amos. Het meisje met de ebbenhouten stem verdient het om herontdekt te worden. Eerlijkheidshalve dient te worden gezegd dat op de Good Tradition single een demo-versie (wellicht zonder strijkers) is te vinden. Maar ach, voor zoveel moois knijpen we gewoon een oogje dicht.
76. Kate Bush - The Handsome Cabin Boy [1986 Hounds of Love]
Je zou zweren dat Kate Bush hier een Ierse traditional vertolkt. Maar de credits wijzen het lied wel degelijk aan haar toe. Merkwaardig toch dat zo'n diamantje op geen enkel regulier album is terug te vinden. Op Hounds of Love had Bush de supervorm van haar debuut weer te pakken. Goeie songs, waarvan er een handje vol als b-kant zouden gebruikt worden, met een vlot arrangement en dus de nodige hitpotentie. Een album als Lionheart leunde te veel op leftovers van haar beginperiode. Never for Ever had een paar sterke momenten, maar was druk gearrangeerd. En The Dreaming klinkt als een geslaagd experiment, maar er wordt nog iets te vaak gestoeid met de synthesizers. Die zet Kate op Hounds of Love veel geraffineerder in, ter ondersteuning van de songs die daarnaast voldoende opgesmukt worden door traditionele instrumenten. Na het verschijnen van haar vooralsnog enige compilatie The Whole Story verdween Kate als elfje in de mist van het steeds diverser wordende, muzikale landschap om haar heen.
77. Duran Duran - Late Bar [1981 Planet Earth]
Op elke Duran Duran album staan wel een paar minder beklijvende composities. Zelfs hun klassieker Rio heeft me nooit voor de volle 5 sterren kunnen overtuigen. Tussen de niet op de reguliere albums terug te vinden b-kantjes zit dan ook meer kaf dan koren. Eigenlijk is de b-kant van hun debuutsingle nog het meest geslaagd, vind ik. Er is het new romantic decor waarbinnen, anders dan bij de zuivere synthpop, de gitaren een rock-impuls mogen toevoegen aan het geluid. Duran Duran is op haar best als de synthtoetsen van Nick Rhodes en de gitaarinjecties van Andy Taylor (erg creatief bezig in Late Bar) elkaar in evenwicht houden. Het gejank van zanger Simon Le Bon mag ik niet te lang horen, maar maakt natuurlijk wel deel uit van hun onmiskenbare sound. Ten tijde van het debuut vond ik hun muzikale palet het interessants, al heeft Rio misschien toch de betere songs aan boord. Voor de rest gewoon een erg fijne singles groep.
78. Talking Heads - Television Man [1985 Road to Nowhere]
Little Creatures is het eerste album dat ik van Talking Heads leerde kennen. Met de radiohits The Lady Don't Mind, Road to Nowhere en And She Was. Die hadden alle drie een albumtrack op de b-kant (Give Me Back My Name, Prefect World en Television Man). Vooral dat laatste nummer, ook in extended remix terug te vinden op de 12" single, was meteen een favoriet van mij. Als opperbrein David Byrne zijn sociologische bril opzet, krijg je boeiend tekstmateriaal. En dat is precies wat er gebeurt op dit zevende studio-album van deze Amerikaanse new wave pioniers. Het accent ligt niet meer op de neurotische grootstad wave of de Afrikaanse grooves, maar op de teksten. Byrne brengt op Little Creatures verslag uit van het dagelijks leven van Jan Modaal en zijn gezin in de US. Dat daarbij country-invloeden een boventoon spelen, is niet meer dan passend. Televisie als venster op de wereld zet ons tegelijk oogkleppen op. Doet me denken aan die cartoon van Monty Python: I told you television was bad for your eyes.
79. Madness - Madness [1979 The Prince]
De b-kant van hun debuutsingle was een soort beginselverklaring waarop Madness haar eigen bandnaam toelichtte. Op de a-kant stond een eerbetoon aan Prince Buster, hun grote ska-voorbeeld. De grootste verdienste van Madness was de manier waarop zij deze ska-invloeden wisten te koppelen aan liedjes die de zorgen van de Britse Jan met de Pet scherp kenschetsten. Uiteindelijk zou dat zelfs tot een soort pop-sound leiden. Songs als Our House hebben dat ska-element helemaal geabsorbeerd in een eigen, muzikale stijl. De zeven jongens van Madness hadden ook bijna allemaal hun aandeel in het songschrijven. Zo wist de groep voldoende accenten te leggen in hun muziek waardoor ze een langere houdbaarheidsdatum bezaten dan veel van hun tijdgenoten. De laatste jaren hebben de working class heroes er met een eigen musical en talloze comeback platen en reunie-concerten hun pensioen weten te verzekeren.
80. Tanita Tikaram - Valentine Heart [1988 Good Tradition]
Ik tel op Ancient Heart, het debuut van Tanita Tikaram, naast de vier sterke singles Good Tradition, Cathedral Song, Twist in My Sobriety en World outside Your Window nog een paar mooie liedjes, zoals deze kleine parel. Met een cello-arrangement dat doet denken aan het werk van This Mortal Coil wint deze ogenschijnlijk tedere ballad aan zwaarmoedigheid, waardoor hij dieper op je inwerkt. Tanita Tikaram behoort tot de schare vrouwelijke singer-songwriters die in het kielzog van Suzanne Vega doorbraken in de tweede helft van de jaren 80. Tracy Chapman is nog zo'n voorbeeld. Een traditie die in de jaren 90 een vervolg zou krijgen in het werk van onder meer Alanis Morissette en Tori Amos. Het meisje met de ebbenhouten stem verdient het om herontdekt te worden. Eerlijkheidshalve dient te worden gezegd dat op de Good Tradition single een demo-versie (wellicht zonder strijkers) is te vinden. Maar ach, voor zoveel moois knijpen we gewoon een oogje dicht.
0
geplaatst: 19 mei 2014, 20:18 uur
81. Clan of Xymox - Michelle [1986 Louise]
Clan of Xymox was een paar albums lang de 4AD sensatie uit Nederland. Ze staan in het stoffige geheugen van heel wat new wave vrienden gegrift als een elektro-wave band (denk maar aan de club-mix van A Day). Maar op hun hoogtepunt Medusa mochten de gitaren lekker mee gieren. De songs bleven meer dan overeind en de zwaar met echo's beladen stem zorgde voor de gothic touch. Op het album staan een paar sfeervolle instrumentale thema's en een paar instant klassiekers zoals het onvolprezen, en door mij in duizend talen aanbeden Louise en het swingende Michelle. Beide nummers verschenen in Nederland op single. Op dergelijke nummers vertoeft Clan of Xymox in het gezelschap van labelgenoten Cocteau Twins (Treasure periode), de zwarte jassen-pathetiek van The Sisters of Mercy (First and Last and Always) en de zonnebril coolness van The Jesus and Mary Chain. De akoestische aanpak zorgt ervoor dat een song als Michelle niet te zwaar gaat klinken. En dan kan je als new wave artiest altijd op mij rekenen.
82. The Normal - Warm Leatherette [1978 T V O D]
Hij bracht één single uit en dan nog wel in eigen beheer. Hij is Daniel Miller en dat eigen beheer zou Mute Records worden. Pure elektrowave die minder warm klonk dan de titel deed vermoeden. Een soort Devo on synths waarop je machinaal kon dansen. Wie het jaartal 1978 in de smiezen houdt, weet dat dit b-kantje in het rijtje elektro-wave klassiekers met onder andere Nag Nag Nag (Cabaret Voltaire) en Being Boiled (The Human League) thuishoort. Hoewel Warm Leatherette een culthit bleek in new wave kringen en daarbij een handje geholpen werd door de warmbloedige coverversie van Grace Jones, begreep Miller dat voor hem vooral een toekomst achter de scherm wachtte. Als bezieler van het genoemde, independent label zou hij al snel Fad Gadget en in 1981 Depeche Mode een contract aanbieden. De rest is geschiedenis.
83. Fischer-Z - Right Hand Men [1981 Marliese]
Een leftover uit de sessies die zouden leiden tot het sterke, politiek geladen derde album Red Skies over Paradise. Opvallend bijtend nummer dat druipt van de punk attitude. Weg zijn de synthschema's van het debuut en de reggaepatronen van het tweede album. Natuurlijk zijn er die heerlijke zanglijnen van John Watts die hun onmiskenbare stempel drukken op deze ultrakorte song. Een regelrechte schande dat deze tot op heden in de UK ondergewaardeerde epigonen van de new wave nog steeds zitten te wachten op expanded heruitgaven van hun eerste drie albums. Bonusmateriaal genoeg en met alle teksten netjes in het boekje toch iets om naar uit te kijken. I don't work for tumble dryers. I don't want a bigger car. Sell yourself for what you like now. But I'll stay here for something more. Muzikaal erfgoed moet gekoesterd worden. Wanneer gaat EMI daar eens ernstig werk van maken? Multinationals Bite!
84. Spandau Ballet - Gently [1982 Instinction]
In de reeks "dat had je niet van deze artiest verwacht, hé" serveer ik vandaag een verloren geraakt b-kantje van Spandau Ballet. Een ballad met allures die je eerder van een classic rock groep zou verwachten. Akoestische gitaren in de hoofdrol, een klokkenspel dat wat sprankelende accenten wil leggen, een herdersfluit en een saxofoon die te ver in de achtergrond is gemixt. Het mag duidelijk zijn dat het hier om een overgangspoging gaat. Van hun stomende new romantic funk op de twee eerste albums naar de soul meets pop aanpak van het succesalbum True. Toen bleek dat de new romantic scene eind 1982 over haar hoogtepunt heen was, besloot componist Gary Kemp definitief de commerciële kaart te trekken. Gently laat een schuchtere poging tot een meer traditionele ballad horen, met een Tony Hadley die me in het timide vocale werk altijd een beetje teleurstelt. Ik hoor hem liever schallen.
85. Cabaret Voltaire - Crackdown [1983 Just Fascination]
Ik kocht in 1985 het album The Crackdown van Cabaret Voltaire omdat de groep vermeld werd in een recensie van een OMD album. Het was wel even op de tanden bijten om deze eigenzinnige muziek tot mij te laten doordringen. Nochtans bevond het duo uit Sheffield zich, onder contract bij Virgin, in de meest commerciële fase uit haar carrière. Wat mij op de platen uit die periode 1983-1985 (met ook de albums Microphonies en The Covenant, The Sword and the Arm of the Lord) zo aanspreekt is de manier waarop ze de op strakke synthesizerritmes gespannen composities accentueren. Dat gebeurt steevast met een schroevend basgeluid, puntige gitaaraccenten en een fluisterstem. In de link hoor je de albumversie van de titelsong Crackdown, omdat het volgens mij de meest urgente versie van het nummer is. Op single was het kiezen tussen een 7" edit of een 12" remix die toch weer wat minder vlotte accenten legt.
Clan of Xymox was een paar albums lang de 4AD sensatie uit Nederland. Ze staan in het stoffige geheugen van heel wat new wave vrienden gegrift als een elektro-wave band (denk maar aan de club-mix van A Day). Maar op hun hoogtepunt Medusa mochten de gitaren lekker mee gieren. De songs bleven meer dan overeind en de zwaar met echo's beladen stem zorgde voor de gothic touch. Op het album staan een paar sfeervolle instrumentale thema's en een paar instant klassiekers zoals het onvolprezen, en door mij in duizend talen aanbeden Louise en het swingende Michelle. Beide nummers verschenen in Nederland op single. Op dergelijke nummers vertoeft Clan of Xymox in het gezelschap van labelgenoten Cocteau Twins (Treasure periode), de zwarte jassen-pathetiek van The Sisters of Mercy (First and Last and Always) en de zonnebril coolness van The Jesus and Mary Chain. De akoestische aanpak zorgt ervoor dat een song als Michelle niet te zwaar gaat klinken. En dan kan je als new wave artiest altijd op mij rekenen.
82. The Normal - Warm Leatherette [1978 T V O D]
Hij bracht één single uit en dan nog wel in eigen beheer. Hij is Daniel Miller en dat eigen beheer zou Mute Records worden. Pure elektrowave die minder warm klonk dan de titel deed vermoeden. Een soort Devo on synths waarop je machinaal kon dansen. Wie het jaartal 1978 in de smiezen houdt, weet dat dit b-kantje in het rijtje elektro-wave klassiekers met onder andere Nag Nag Nag (Cabaret Voltaire) en Being Boiled (The Human League) thuishoort. Hoewel Warm Leatherette een culthit bleek in new wave kringen en daarbij een handje geholpen werd door de warmbloedige coverversie van Grace Jones, begreep Miller dat voor hem vooral een toekomst achter de scherm wachtte. Als bezieler van het genoemde, independent label zou hij al snel Fad Gadget en in 1981 Depeche Mode een contract aanbieden. De rest is geschiedenis.
83. Fischer-Z - Right Hand Men [1981 Marliese]
Een leftover uit de sessies die zouden leiden tot het sterke, politiek geladen derde album Red Skies over Paradise. Opvallend bijtend nummer dat druipt van de punk attitude. Weg zijn de synthschema's van het debuut en de reggaepatronen van het tweede album. Natuurlijk zijn er die heerlijke zanglijnen van John Watts die hun onmiskenbare stempel drukken op deze ultrakorte song. Een regelrechte schande dat deze tot op heden in de UK ondergewaardeerde epigonen van de new wave nog steeds zitten te wachten op expanded heruitgaven van hun eerste drie albums. Bonusmateriaal genoeg en met alle teksten netjes in het boekje toch iets om naar uit te kijken. I don't work for tumble dryers. I don't want a bigger car. Sell yourself for what you like now. But I'll stay here for something more. Muzikaal erfgoed moet gekoesterd worden. Wanneer gaat EMI daar eens ernstig werk van maken? Multinationals Bite!
84. Spandau Ballet - Gently [1982 Instinction]
In de reeks "dat had je niet van deze artiest verwacht, hé" serveer ik vandaag een verloren geraakt b-kantje van Spandau Ballet. Een ballad met allures die je eerder van een classic rock groep zou verwachten. Akoestische gitaren in de hoofdrol, een klokkenspel dat wat sprankelende accenten wil leggen, een herdersfluit en een saxofoon die te ver in de achtergrond is gemixt. Het mag duidelijk zijn dat het hier om een overgangspoging gaat. Van hun stomende new romantic funk op de twee eerste albums naar de soul meets pop aanpak van het succesalbum True. Toen bleek dat de new romantic scene eind 1982 over haar hoogtepunt heen was, besloot componist Gary Kemp definitief de commerciële kaart te trekken. Gently laat een schuchtere poging tot een meer traditionele ballad horen, met een Tony Hadley die me in het timide vocale werk altijd een beetje teleurstelt. Ik hoor hem liever schallen.
85. Cabaret Voltaire - Crackdown [1983 Just Fascination]
Ik kocht in 1985 het album The Crackdown van Cabaret Voltaire omdat de groep vermeld werd in een recensie van een OMD album. Het was wel even op de tanden bijten om deze eigenzinnige muziek tot mij te laten doordringen. Nochtans bevond het duo uit Sheffield zich, onder contract bij Virgin, in de meest commerciële fase uit haar carrière. Wat mij op de platen uit die periode 1983-1985 (met ook de albums Microphonies en The Covenant, The Sword and the Arm of the Lord) zo aanspreekt is de manier waarop ze de op strakke synthesizerritmes gespannen composities accentueren. Dat gebeurt steevast met een schroevend basgeluid, puntige gitaaraccenten en een fluisterstem. In de link hoor je de albumversie van de titelsong Crackdown, omdat het volgens mij de meest urgente versie van het nummer is. Op single was het kiezen tussen een 7" edit of een 12" remix die toch weer wat minder vlotte accenten legt.
0
zaaf
geplaatst: 19 mei 2014, 21:14 uur
dazzler schreef:
83. Fischer-Z - Right Hand Men [1981 Marliese]
Een leftover uit de sessies die zouden leiden tot het sterke, politiek geladen derde album Red Skies over Paradise. Opvallend bijtend nummer dat druipt van de punk attitude. Weg zijn de synthlijnen van het debuut en de reggaepatronen van het tweede album. Natuurlijk zijn er die heerlijke zanglijnen van John Watts die hun onmiskenbare stempel drukken op deze ultrakorte song. Een regelrechte schande dat deze tot op heden in de UK ondergewaardeerde epigonen van de new wave nog steeds zitten te wachten op expanded heruitgaven van hun eerste drie albums. Bonusmateriaal genoeg en met alle teksten netjes in het boekje toch iets om naar uit te kijken. I don't work for tumble dryers. I don't want a bigger car. Sell yourself for what you like now. But I'll stay here for something more. Muzikaal erfgoed moet gekoesterd worden. Wanneer gaat EMI daar eens ernstig werk van maken? Multinationals Bite!
83. Fischer-Z - Right Hand Men [1981 Marliese]
Een leftover uit de sessies die zouden leiden tot het sterke, politiek geladen derde album Red Skies over Paradise. Opvallend bijtend nummer dat druipt van de punk attitude. Weg zijn de synthlijnen van het debuut en de reggaepatronen van het tweede album. Natuurlijk zijn er die heerlijke zanglijnen van John Watts die hun onmiskenbare stempel drukken op deze ultrakorte song. Een regelrechte schande dat deze tot op heden in de UK ondergewaardeerde epigonen van de new wave nog steeds zitten te wachten op expanded heruitgaven van hun eerste drie albums. Bonusmateriaal genoeg en met alle teksten netjes in het boekje toch iets om naar uit te kijken. I don't work for tumble dryers. I don't want a bigger car. Sell yourself for what you like now. But I'll stay here for something more. Muzikaal erfgoed moet gekoesterd worden. Wanneer gaat EMI daar eens ernstig werk van maken? Multinationals Bite!
En hier nog een! Mooi geschreven dazzler!
0
geplaatst: 19 mei 2014, 21:17 uur
Dank, al kan "synthlijnen" en "zanglijnen" (twee keer lijnen dus) beter. Ik pas dat even aan.
En "synthpatronen" kan ook niet, want ik heb het al over "reggaepatronen". Het blijft schaven.
0
zaaf
geplaatst: 19 mei 2014, 21:23 uur
hahaha, ik bedoelde ook meer de inhoud te becommentariëren en niet zozeer je stijl - moet ik dan op mijn beurt ook niet schrijven: mooi geschreven 
kortom, ik hoop ook al een tijd op een recht doende uitgave.

kortom, ik hoop ook al een tijd op een recht doende uitgave.
0
geplaatst: 20 mei 2014, 17:25 uur
86. Adam & The Ants - Beat My Guest [1981 Stand and Deliver]
Punker, piraat, struikrover, dandy en stoeipoes. De succesjaren van Adam Ant zijn in vijf karikaturen samen te vatten. Toen Malcolm McLaren de helft van zijn mierennest leeg roofde om te beproefde Burundi-drum sound over te planten op Bow Wow Wow, sloegen Adam en zijn rechterhand Marco Pironi dubbel en dwars terug. De gitarist zou ook na het ontbinden van The Ants trouw aan Adams zijde blijven staan om de ene na de andere hit uit de mouw te schudden. Op albumformaat wordt het narrenschip van Adam Ant me meer dan eens te vermoeiend, maar er zitten toch best potige songs tussen. Sommige nummers zijn niet veel meer dan pose, andere tracks ballen onverwacht de rock 'n' roll vuisten. Zoals de b-kant Beat My Guest bijvoorbeeld. Daar kan je toch moeilijk flauw over doen vind ik. Ik hoor de paarden al draven. En als de oorlogsverf en de pluimen goed zitten, vind ik Adam muzikaal best een schatje.
87. Nik Kershaw - Dark Glasses [1983 I Won't Let the Sun Go Down on Me]
Het lijkt wel alsof hij een vrolijk fluitje heeft ingeslikt, als kleine Nik in zijn humeur is. Kershaw is een begenadigd songschrijver die op zijn twee eerste albums en bijhorende b-kanten bewees dat hij het geheime recept voor een catchy popsong met de paplepel kreeg ingegeven. Een polletje piekhaar die net als klavier-wonder Howard Jones zijn muziek grotendeels zelf inspeelde. Nik beheerst meerdere instrumenten en laat daarom ook graag een gitaar door zijn liedjes soleren. Dark Glasses heeft alles van de betere 80s popsong in zich. Het nummer is vlot, meezingbaar en voldoende creatief gearrangeerd om niet onopgemerkt voorbij te gaan. Het integreert daardoor echter zoveel ingrediënten die op andere albumtracks meer uitgewerkt zijn, dat het naast de tracklijst van de eerste elpee viel. Wie de albums Human Racing en The Riddle in de uitverkoop ziet liggen, hoeft niet te aarzelen.
88. Daryl Hall & John Oates - One on One [1983 Family Man]
Dit zou het meest succesvolle duo uit de US hitparade-geschiedenis zijn. Met een zestal nummer 1 hits (Rich Girl, Kiss on My List, Private Eyes, I Can't Go for That (No Can Do), Maneater en Out of Touch) op het palmares en dubbel zoveel top 10 hits. Maneater werd hun grootste internationale hit, maar de opvolgers van die single stierven een stille dood in de Europese hitlijsten. In de US wel succes voor de ballad One on One en de Mike Oldfield cover Family Man. In Europa twijfelde men. Trok men de kaart van de cover of ging men voor de ballad? In sommige landen werden daarom beide songs op één enkele 7" release gezet. Zo kon de luisteraar zelf beslissen. De Mike Oldfield fan in mij gaat natuurlijk liever voor het origineel. En daarom kies ik One on One als kandidaat voor mijn top 100. Sommigen vinden het kleffe, witte soul (het refrein is op het randje), maar ik vind de zanglijn in de strofes bijzonder mooi. En de eenvoudige, elektronische begeleiding doet het nummer tegelijk gedateerd en nostalgisch klinken.
89. Simple Minds - Soundtrack for Every Heaven [1982 Someone Somewhere in Summertime]
Ik heb niet zo'n hoge pet op van Simple Minds, maar ik ken de groep dan ook nog steeds onvoldoende voor wat hun beginperiode betreft. Er zit veel kaf tussen het Schotse koren. Maar het koren zelf kan me wel (binnenkoppertje) "be-koren". Met die goudgele halmen die een album als New Gold Dream best de moeite waard maken. Ik mag gewoon de fout niet maken om inhoudelijk dieper te willen graven. Jim Kerr suggereert graag dat er meer is dan enkel mist en wolken. Soundtrack for Every Heaven draagt alle clichés van de Simple Minds sound in zich. Je zou haast denken dat het hier om namaak gaat. Muziek die wel eens gedraaid wordt voor het optreden van de artiest in kwestie. Ik hou wel van de manier waarop ze synthesizers proberen te integreren in hun wat grijze wave-geluid uit de begindagen. Simple Minds synths tillen een compositie altijd een beetje op. De bas maakt hier bokkensprongen en laat niet toe dat de zanger woorden kan toevoegen. Maar de New Gold Dream sfeer is volop aanwezig.
90. Sex Pistols - No Fun [1977 Pretty Vacant]
Goeie covers zijn zeldzaam. Ofwel vinden ze de bestaande song opnieuw uit door het nummer in een nieuw en verrassend arrangement te gieten. Ofwel vertalen ze de essentie van het oude lied naar een nieuwe tijdsgeest. De Sex Pistols slagen met grote onderscheiding in dat laatste. De versie van The Stooges klonk zoals garagerock moest klinken: raw power, maar met een snuifje ironie. De Pistols blijven het nummer muzikaal trouw, maar vergroten de impact ervan door er een geut sarcasme overheen te gooien, als ware het de benzine waarmee je de tent helemaal in de fik kan zetten. Wie met de nodige pogo-expressie een lekker potje om zich heen dacht te kunnen stampen, wordt door de lengte van het nummer bij de gepiercete neus genomen. Als de vermoeidheid toeslaat, sluipt ook de tragiek in de ledematen. Want het is ook echt niet "pretty" om jong en "vacant" te zijn in donkere crisistijden. Verdomd energetische muziek van een veel te gemakkelijk vergeten band.
Punker, piraat, struikrover, dandy en stoeipoes. De succesjaren van Adam Ant zijn in vijf karikaturen samen te vatten. Toen Malcolm McLaren de helft van zijn mierennest leeg roofde om te beproefde Burundi-drum sound over te planten op Bow Wow Wow, sloegen Adam en zijn rechterhand Marco Pironi dubbel en dwars terug. De gitarist zou ook na het ontbinden van The Ants trouw aan Adams zijde blijven staan om de ene na de andere hit uit de mouw te schudden. Op albumformaat wordt het narrenschip van Adam Ant me meer dan eens te vermoeiend, maar er zitten toch best potige songs tussen. Sommige nummers zijn niet veel meer dan pose, andere tracks ballen onverwacht de rock 'n' roll vuisten. Zoals de b-kant Beat My Guest bijvoorbeeld. Daar kan je toch moeilijk flauw over doen vind ik. Ik hoor de paarden al draven. En als de oorlogsverf en de pluimen goed zitten, vind ik Adam muzikaal best een schatje.
87. Nik Kershaw - Dark Glasses [1983 I Won't Let the Sun Go Down on Me]
Het lijkt wel alsof hij een vrolijk fluitje heeft ingeslikt, als kleine Nik in zijn humeur is. Kershaw is een begenadigd songschrijver die op zijn twee eerste albums en bijhorende b-kanten bewees dat hij het geheime recept voor een catchy popsong met de paplepel kreeg ingegeven. Een polletje piekhaar die net als klavier-wonder Howard Jones zijn muziek grotendeels zelf inspeelde. Nik beheerst meerdere instrumenten en laat daarom ook graag een gitaar door zijn liedjes soleren. Dark Glasses heeft alles van de betere 80s popsong in zich. Het nummer is vlot, meezingbaar en voldoende creatief gearrangeerd om niet onopgemerkt voorbij te gaan. Het integreert daardoor echter zoveel ingrediënten die op andere albumtracks meer uitgewerkt zijn, dat het naast de tracklijst van de eerste elpee viel. Wie de albums Human Racing en The Riddle in de uitverkoop ziet liggen, hoeft niet te aarzelen.
88. Daryl Hall & John Oates - One on One [1983 Family Man]
Dit zou het meest succesvolle duo uit de US hitparade-geschiedenis zijn. Met een zestal nummer 1 hits (Rich Girl, Kiss on My List, Private Eyes, I Can't Go for That (No Can Do), Maneater en Out of Touch) op het palmares en dubbel zoveel top 10 hits. Maneater werd hun grootste internationale hit, maar de opvolgers van die single stierven een stille dood in de Europese hitlijsten. In de US wel succes voor de ballad One on One en de Mike Oldfield cover Family Man. In Europa twijfelde men. Trok men de kaart van de cover of ging men voor de ballad? In sommige landen werden daarom beide songs op één enkele 7" release gezet. Zo kon de luisteraar zelf beslissen. De Mike Oldfield fan in mij gaat natuurlijk liever voor het origineel. En daarom kies ik One on One als kandidaat voor mijn top 100. Sommigen vinden het kleffe, witte soul (het refrein is op het randje), maar ik vind de zanglijn in de strofes bijzonder mooi. En de eenvoudige, elektronische begeleiding doet het nummer tegelijk gedateerd en nostalgisch klinken.
89. Simple Minds - Soundtrack for Every Heaven [1982 Someone Somewhere in Summertime]
Ik heb niet zo'n hoge pet op van Simple Minds, maar ik ken de groep dan ook nog steeds onvoldoende voor wat hun beginperiode betreft. Er zit veel kaf tussen het Schotse koren. Maar het koren zelf kan me wel (binnenkoppertje) "be-koren". Met die goudgele halmen die een album als New Gold Dream best de moeite waard maken. Ik mag gewoon de fout niet maken om inhoudelijk dieper te willen graven. Jim Kerr suggereert graag dat er meer is dan enkel mist en wolken. Soundtrack for Every Heaven draagt alle clichés van de Simple Minds sound in zich. Je zou haast denken dat het hier om namaak gaat. Muziek die wel eens gedraaid wordt voor het optreden van de artiest in kwestie. Ik hou wel van de manier waarop ze synthesizers proberen te integreren in hun wat grijze wave-geluid uit de begindagen. Simple Minds synths tillen een compositie altijd een beetje op. De bas maakt hier bokkensprongen en laat niet toe dat de zanger woorden kan toevoegen. Maar de New Gold Dream sfeer is volop aanwezig.
90. Sex Pistols - No Fun [1977 Pretty Vacant]
Goeie covers zijn zeldzaam. Ofwel vinden ze de bestaande song opnieuw uit door het nummer in een nieuw en verrassend arrangement te gieten. Ofwel vertalen ze de essentie van het oude lied naar een nieuwe tijdsgeest. De Sex Pistols slagen met grote onderscheiding in dat laatste. De versie van The Stooges klonk zoals garagerock moest klinken: raw power, maar met een snuifje ironie. De Pistols blijven het nummer muzikaal trouw, maar vergroten de impact ervan door er een geut sarcasme overheen te gooien, als ware het de benzine waarmee je de tent helemaal in de fik kan zetten. Wie met de nodige pogo-expressie een lekker potje om zich heen dacht te kunnen stampen, wordt door de lengte van het nummer bij de gepiercete neus genomen. Als de vermoeidheid toeslaat, sluipt ook de tragiek in de ledematen. Want het is ook echt niet "pretty" om jong en "vacant" te zijn in donkere crisistijden. Verdomd energetische muziek van een veel te gemakkelijk vergeten band.
Dit topic is gesloten. Alleen moderators kunnen nog berichten plaatsen.
* denotes required fields.
