Hier kun je zien welke berichten Tony als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Big Star - #1 Record (1972)

5,0
0
geplaatst: 25 april 2013, 16:59 uur
Alex Chilton had er al een “carrière” opzitten toen hij in 1971 begon aan het Big Star avontuur. Zijn voorliefde voor Memphis soulmuziek had hem er al in 1966 van weerhouden om met studiegenoot Chris Bell samen te werken. Chris was meer in Britse beatmuziek geïnteresseerd en dus ging ieder zijn eigen weg.
En Alex had succes. Hij werd het gezicht van de populaire groep The Box Tops, groeide uit tot een tieneridool en scoorde een wereldhit met The Letter. Maar hij was niet gelukkig, kon zijn artistieke ei niet kwijt in de Stax formule die The Box Tops was, liep op een avond zo van het podium en vertrok. Terug in Memphis kwam hij Chris Bell weer tegen die sessiemuzikant was en samen met Andy Hummel en Jody Stephens in een coverbandje zat. Samen vormden ze Big Star, genoemd naar de supermarkt tegenover de Ardent studio waar het album is opgenomen.
Waarom deze uitgebreide introductie? De achtergrond van Alex (Memphis soul) en voorkeur van Chris (Britse beatmuziek) zijn op een schitterende manier terug te horen op dit debuutalbum van Big Star. Alle composties staan op naam van Bell – Chilton, net als ooit Lennon – McCartney een geweldig complementair schrijversduo vormend.
Nummers als ‘The Ballad of El Goodo’ ‘Thirteen’ ‘Give Me Another Chance’ ‘Try Again’ en afsluiter ‘St 100/6’ zijn rustige ballad-achtige nummers en leunen heel sterk op de soulvolle melodie, prachtig vastgelegd met de akoestische gitaar als basisinstrument. Dit soort nummers zijn opvallend transparant en sprankelend op tape gezet. Je hoort ieder afzonderlijk instrument erg gedetailleerd voor een opname uit 1972. Let maar eens op de drums in ‘El Goodo’, geweldig. De Ardent studio was dan ook voorzien van het neusje van de zalm qua opnametechnieken in die tijd. En dan de teksten; Met name ‘Thirteen’ en ‘Give Me Another Chance’ zijn geschreven vanuit een tienerperspectief, neem het onschuldige van ‘Thirteen’, en dat werkt verrassend goed, het komt allemaal geloofwaardig over en je wordt in het verhaal gezogen.
Naast de rustige nummers heb je de sterke opener ‘Feel’, maar bijvoorbeeld ook ‘Don’t Lie to Me’ en ‘When My Baby’s Beside Me’ die veel meer power hebben en het vooral moeten hebben van de versterkte gitaarriff. Met name deze nummers luiden de geboorte van de powerpop in, stuk voor stuk schitterende melodieën versterkt door stevige gitaarrifs.
Maar daar blijft het niet bij. Neem een nummer als ‘The India Song’… Alsof ze naast de Beatles hebben gezeten toen die de Maharishi bezochten. De fluit is in dit nummer erg prominent aanwezig. En in opener ‘Feel’ is een prominente rol weggelegd voor blaasinstrumenten (trompet als ik me niet vergis). Samenzang die CSN&Y en The Beach Boys evenaren vind je op het hele album. Het begin van ‘Watch The Sunrise’ lijkt zo van Led Zeppelin IV te komen…. Ach, er is zoveel te ontdekken op dit geweldige album van Big Star, dat het bij iedere luisterbeurt beter lijkt te worden.
Frustratie over uitblijvend succes, onenigheid over de te volgen koers, een clash van persoonlijkheden Alex en Chris, dit alles luidde het vertrek van Chris Bell na dit debuut in, waarmee een eind kwam aan een unieke samenwerking van twee muzikale wonderkinderen. Het was het begin van het einde van Big Star.
En Alex had succes. Hij werd het gezicht van de populaire groep The Box Tops, groeide uit tot een tieneridool en scoorde een wereldhit met The Letter. Maar hij was niet gelukkig, kon zijn artistieke ei niet kwijt in de Stax formule die The Box Tops was, liep op een avond zo van het podium en vertrok. Terug in Memphis kwam hij Chris Bell weer tegen die sessiemuzikant was en samen met Andy Hummel en Jody Stephens in een coverbandje zat. Samen vormden ze Big Star, genoemd naar de supermarkt tegenover de Ardent studio waar het album is opgenomen.
Waarom deze uitgebreide introductie? De achtergrond van Alex (Memphis soul) en voorkeur van Chris (Britse beatmuziek) zijn op een schitterende manier terug te horen op dit debuutalbum van Big Star. Alle composties staan op naam van Bell – Chilton, net als ooit Lennon – McCartney een geweldig complementair schrijversduo vormend.
Nummers als ‘The Ballad of El Goodo’ ‘Thirteen’ ‘Give Me Another Chance’ ‘Try Again’ en afsluiter ‘St 100/6’ zijn rustige ballad-achtige nummers en leunen heel sterk op de soulvolle melodie, prachtig vastgelegd met de akoestische gitaar als basisinstrument. Dit soort nummers zijn opvallend transparant en sprankelend op tape gezet. Je hoort ieder afzonderlijk instrument erg gedetailleerd voor een opname uit 1972. Let maar eens op de drums in ‘El Goodo’, geweldig. De Ardent studio was dan ook voorzien van het neusje van de zalm qua opnametechnieken in die tijd. En dan de teksten; Met name ‘Thirteen’ en ‘Give Me Another Chance’ zijn geschreven vanuit een tienerperspectief, neem het onschuldige van ‘Thirteen’, en dat werkt verrassend goed, het komt allemaal geloofwaardig over en je wordt in het verhaal gezogen.
Naast de rustige nummers heb je de sterke opener ‘Feel’, maar bijvoorbeeld ook ‘Don’t Lie to Me’ en ‘When My Baby’s Beside Me’ die veel meer power hebben en het vooral moeten hebben van de versterkte gitaarriff. Met name deze nummers luiden de geboorte van de powerpop in, stuk voor stuk schitterende melodieën versterkt door stevige gitaarrifs.
Maar daar blijft het niet bij. Neem een nummer als ‘The India Song’… Alsof ze naast de Beatles hebben gezeten toen die de Maharishi bezochten. De fluit is in dit nummer erg prominent aanwezig. En in opener ‘Feel’ is een prominente rol weggelegd voor blaasinstrumenten (trompet als ik me niet vergis). Samenzang die CSN&Y en The Beach Boys evenaren vind je op het hele album. Het begin van ‘Watch The Sunrise’ lijkt zo van Led Zeppelin IV te komen…. Ach, er is zoveel te ontdekken op dit geweldige album van Big Star, dat het bij iedere luisterbeurt beter lijkt te worden.
Frustratie over uitblijvend succes, onenigheid over de te volgen koers, een clash van persoonlijkheden Alex en Chris, dit alles luidde het vertrek van Chris Bell na dit debuut in, waarmee een eind kwam aan een unieke samenwerking van twee muzikale wonderkinderen. Het was het begin van het einde van Big Star.
Electric Light Orchestra - On the Third Day (1973)

4,0
1
geplaatst: 22 mei 2013, 23:19 uur
On the Third Day is een album met 2 gezichten, op vinyl mooi gescheiden door die verplichte gang naar de platenspeler. Kant A is een suite, zoals Fedde al uitvoerig heeft toegelicht. De referentie naar de bijbel (op de 3e dag scheidde God land en water) vind ik met een lichte verwijzing terug in de songtitels, verder wordt ’t thema niet uitgewerkt en zijn de teksten te vaag. On the Third Day zou ook zomaar een net iets creatiever titel kunnen zijn dan ELO 3…
Jeff Lynne werkte hard aan het kenmerkende elektrisch-symfonische geluid van de band maar verloor daarbij nooit de heersende trend uit het oog. Zijn muziek moest vooral met z’n tijd meegaan. En in 1973 was het de progressive rock waar hij met ELO op wilde meeliften. Yes, Genesis, Jethro Tull, King Crimson, ELP, dat werk. Niet voor niets is (vooral kant A van) deze On the Third Day het “prog” album van ELO. Prog tussen aanhalingstekens dan, want de suite is niet heel complex van structuur, kent niet de typische prog tempo- en melodiewisselingen en vormt thematisch en/of muzikaal niet echt een geheel. Sterke melodieën blijven de basis. Bluebird is Dead is bijvoorbeeld een (mooie) Beatles pastiche.
Prog noem ik het vooral door de belangrijke rol die is weggelegd voor de mini moog, waarop Richard Tandy zich behoorlijk mag uitleven. Vooral in het instrumentale Daybreaker, maar bijvoorbeeld ook in het duistere en fantastische New World Rising is een prominente rol voor de mini moog weggelegd. Verder valt het strakke en gevarieerde spel van inmiddels vaste drummer Bev Bevan op. Zijn slagwerk is geweldig op dit album.
Kant B bestaat vooral uit opnamesessies voor voorganger ELO 2 en begint heel anders, met het frisse en hitgevoelige Showdown. Een klasse ELO popnummer. Ma-ma-ma Belle is de enige tegenvaller op dit album. In een eerdere recencie refereerde ik al aan de rock ’n roll uitstapjes waar ELO zich nog wel eens aan vergaloppeerde, nou, dit Ma-ma-ma Belle is daar een niet zo mooi voorbeeld van. Afsluiter In the Hall of the Mountain King was een geintje, maar pakt voor mij geweldig goed uit. Bevan drumt hier uitzonderlijk goed, de viool arrangementen zijn prachtig en het nummer versnelt op het einde toe naar een geweldig klassiek einde. Doet wat mij betreft niks onder voor prog interpretaties van klassieke werken door gerenomeerde bands als ELP en The Nice. Al met al een mooi album, met slechts 1 minder nummer, waarmee ELO gestaag werkt aan het verder uitbouwen van haar bekendheid.
Jeff Lynne werkte hard aan het kenmerkende elektrisch-symfonische geluid van de band maar verloor daarbij nooit de heersende trend uit het oog. Zijn muziek moest vooral met z’n tijd meegaan. En in 1973 was het de progressive rock waar hij met ELO op wilde meeliften. Yes, Genesis, Jethro Tull, King Crimson, ELP, dat werk. Niet voor niets is (vooral kant A van) deze On the Third Day het “prog” album van ELO. Prog tussen aanhalingstekens dan, want de suite is niet heel complex van structuur, kent niet de typische prog tempo- en melodiewisselingen en vormt thematisch en/of muzikaal niet echt een geheel. Sterke melodieën blijven de basis. Bluebird is Dead is bijvoorbeeld een (mooie) Beatles pastiche.
Prog noem ik het vooral door de belangrijke rol die is weggelegd voor de mini moog, waarop Richard Tandy zich behoorlijk mag uitleven. Vooral in het instrumentale Daybreaker, maar bijvoorbeeld ook in het duistere en fantastische New World Rising is een prominente rol voor de mini moog weggelegd. Verder valt het strakke en gevarieerde spel van inmiddels vaste drummer Bev Bevan op. Zijn slagwerk is geweldig op dit album.
Kant B bestaat vooral uit opnamesessies voor voorganger ELO 2 en begint heel anders, met het frisse en hitgevoelige Showdown. Een klasse ELO popnummer. Ma-ma-ma Belle is de enige tegenvaller op dit album. In een eerdere recencie refereerde ik al aan de rock ’n roll uitstapjes waar ELO zich nog wel eens aan vergaloppeerde, nou, dit Ma-ma-ma Belle is daar een niet zo mooi voorbeeld van. Afsluiter In the Hall of the Mountain King was een geintje, maar pakt voor mij geweldig goed uit. Bevan drumt hier uitzonderlijk goed, de viool arrangementen zijn prachtig en het nummer versnelt op het einde toe naar een geweldig klassiek einde. Doet wat mij betreft niks onder voor prog interpretaties van klassieke werken door gerenomeerde bands als ELP en The Nice. Al met al een mooi album, met slechts 1 minder nummer, waarmee ELO gestaag werkt aan het verder uitbouwen van haar bekendheid.
Frank Zappa - Ship Arriving Too Late to Save a Drowning Witch (1982)

4,0
0
geplaatst: 13 april 2012, 11:23 uur
Mijn waardering stijgt per draaibeurt. Binnenkomer No Not Now is heerlijk, I Come From Nowhere had zo op Joe's Garage gepast en is een geweldige opmaat naar prijsnummer Drowning Witch, waarin uptempo gitaarsolo's en rustmomenten elkaar heel mooi en geleidelijk afwisselen. De geluidskwaliteit is inderdaad puik, zoals anderen ook vermeld hebben. Respect alweer! En 'n halfje erbij. Jammer dat ie zo kort duurt... Lather er maar achteraan draaien om te compenseren... 

Pendragon - Men Who Climb Mountains (2014)

4,0
0
geplaatst: 9 mei 2015, 16:21 uur
Okee... Ik heb eerder al eens gelezen dat je een beetje moe werd van Steven Wilson, maar heb je The Raven en zijn laatste al gehoord, Ozric Spacefork? Zou toch helemaal spekkie voor jouw bekkie moeten zijn. Wat mij betreft zijn die gelaagder en spannender dan de beste Porcupine Tree albums die ik ken (Fear of a Blank Planet en Deadwing bedoel ik dan).
Natuurlijk snap ik je verwijzing naar IQ. Maar omdat Steven Wilson momenteel behoorlijk hot is hier op MuMe en ook daarbuiten (headliner Bospop) steeds bekender en belangrijker lijkt te worden, refereer ik juist even aan hem.
Die hordes nieuwe Wilson fans, die nu "het genre" via Hand.Cannot.Erase ontdekken, probeer ik zo ook met Pendragon te laten kennismaken. Gewoon, omdat dat de moeite waard is. Datzelfde geldt uiteraard ook voor een IQ, Saga, Riverside, Anathema, Oceansize en wie je daar allemaal nog meer bij kunt vermelden. (Threshold ken ik nog niet, staat bij deze op de to do lijst...
)
Natuurlijk snap ik je verwijzing naar IQ. Maar omdat Steven Wilson momenteel behoorlijk hot is hier op MuMe en ook daarbuiten (headliner Bospop) steeds bekender en belangrijker lijkt te worden, refereer ik juist even aan hem.
Die hordes nieuwe Wilson fans, die nu "het genre" via Hand.Cannot.Erase ontdekken, probeer ik zo ook met Pendragon te laten kennismaken. Gewoon, omdat dat de moeite waard is. Datzelfde geldt uiteraard ook voor een IQ, Saga, Riverside, Anathema, Oceansize en wie je daar allemaal nog meer bij kunt vermelden. (Threshold ken ik nog niet, staat bij deze op de to do lijst...
)The Electric Light Orchestra - Eldorado (1974)
Alternatieve titel: A Symphony by the Electric Light Orchestra

5,0
0
geplaatst: 21 oktober 2013, 23:47 uur
ELO 2 en het bescheiden succes van hitsingle Roll over Beethoven had de platenmaatschappij gesterkt in de aanname dat ze met ELO iets moois in handen hadden. Ondanks het vertrek van Roy Wood en de onzekerheid over de toekomst van de band, ging het budget omhoog. En zodoende kon Jeff voor het eerst een echt orkest gebruiken om de symfonische strijkerpassages in te spelen, zoals de Moody Blues al in 1967 hadden gedaan. En dat Jeff hier blij mee was is te horen op Eldorado. Een onbetwist hoogtepunt uit het oeuvre van ELO, in al zijn over the top bombastische pracht.
Het eerste ELO ‘concept’album ook, hoewel ik het een flinterdun concept vind; De hoofdpersoon lijdt/leidt een miserabel leven als bankmedewerker en vlucht in een droomwereld, waar hij de gevierde, geliefde en gewilde held is.
“The dreamer, the unwoken fool. In dreams no pain will kiss the brow.”
Opener "El Dorado Overture" is bizar, beangstigend en symfonisch. Jeff trekt na de vocoderstem meteen alle registers open en integreert het symfonisch orkest meteen volledig in de ELO sound. Indrukwekkend, ook hoe de overgang naar "Can't Get It Out My Head" verloopt. Een nummer zoals de Beatles graag gemaakt zouden hebben als ze nog hadden bestaan. Prachtig, melancholisch, romantisch, verhalend over hoe de droom zich langzaam ontvouwt, een dagdroom wellicht, het schemergebied tussen bewustzijn en slaaptoestand.
“Boy Blue” laat vervolgens prachtige arrangementen van piano en violen horen, afgewisseld met uptempo elektrische gitaar. De ideale combinatie van klassiek en rock.
“Laredo Tornado” is een nostalgisch nummer over de dagen dat de wereld nog niet bedekt was met plaveisel en betonnen skylines. Een prominente rol voor de synthesizer in dit nummer. Met een dramatische stem van Jeff Lynne om het verlies van ongereptheid te benadrukken. Mooi.
Op “Poor Boy” is een prominte rol weggelegd voor de piano en strijkers. De typische engelachtige backing vocals die later op bijvoorbeeld Out of the Blue prominent aanwezig zijn, lijken hier voor het eerst hun intrede te doen. De afsluiting van het nummer is magistraal, met het orkest dat op volle snelheid naar het einde van kant 1 dendert.
“Mister Kingdom” wordt vaak afgeschilderd als een rip-off van Across the Universe, maar Jeff Lynne heeft de Beatles altijd met respect gequote, zo ook hier. Het nummer is een beetje loom en zwaar geokestreerd, verhaalt verder over wat er in een droom allemaal mogelijk is en wat er aan het eind van de regenboog te vinden is, het beloofde land Eldorado.
“Nobody’s Child” klinkt als een nachtcluboptreden. Zwoel, zwaar, het ELO koortje is ook hier weer te horen en de jongeman droomt dat ie door een wat oudere vrouw wordt verleid.
De titel “Illusions in G Minor” is misleidend, want heeft niks met het klassieke thema te maken, het is een rock ’n roll kraker die Jerry Lee Lewis opgenomen zou kunnen hebben. Het minste nummer van dit album voor mij.
In afsluiter “Eldorado” wordt het album behoorlijk triest, wanhopig en dramatisch afgesloten, met een Jeff Lynne die de 3 tenoren naar de kroon lijkt te willen steken. Een van zijn meest dramatische zangprestaties in zijn hele ELO carriere. Ook symfonisch wordt nog even alles uit de kan gehaald. Aan het eind wordt onze hoofdpersoon wakker uit zijn mooie droom, ervaart de sombere realiteit en zijn onbeduidende rol in het geheel als nog deprimerender dan aan het begin van het album en zoals ik de afsluitende tekstregel interpreteer, verkiest hij de eeuwigheid van de mooie droom in Eldorado boven het aardse bestaan.
"The dreamer, the unwoken fool, high on a hill in Eldorado".
Pfff, 5 sterren
Het eerste ELO ‘concept’album ook, hoewel ik het een flinterdun concept vind; De hoofdpersoon lijdt/leidt een miserabel leven als bankmedewerker en vlucht in een droomwereld, waar hij de gevierde, geliefde en gewilde held is.
“The dreamer, the unwoken fool. In dreams no pain will kiss the brow.”
Opener "El Dorado Overture" is bizar, beangstigend en symfonisch. Jeff trekt na de vocoderstem meteen alle registers open en integreert het symfonisch orkest meteen volledig in de ELO sound. Indrukwekkend, ook hoe de overgang naar "Can't Get It Out My Head" verloopt. Een nummer zoals de Beatles graag gemaakt zouden hebben als ze nog hadden bestaan. Prachtig, melancholisch, romantisch, verhalend over hoe de droom zich langzaam ontvouwt, een dagdroom wellicht, het schemergebied tussen bewustzijn en slaaptoestand.
“Boy Blue” laat vervolgens prachtige arrangementen van piano en violen horen, afgewisseld met uptempo elektrische gitaar. De ideale combinatie van klassiek en rock.
“Laredo Tornado” is een nostalgisch nummer over de dagen dat de wereld nog niet bedekt was met plaveisel en betonnen skylines. Een prominente rol voor de synthesizer in dit nummer. Met een dramatische stem van Jeff Lynne om het verlies van ongereptheid te benadrukken. Mooi.
Op “Poor Boy” is een prominte rol weggelegd voor de piano en strijkers. De typische engelachtige backing vocals die later op bijvoorbeeld Out of the Blue prominent aanwezig zijn, lijken hier voor het eerst hun intrede te doen. De afsluiting van het nummer is magistraal, met het orkest dat op volle snelheid naar het einde van kant 1 dendert.
“Mister Kingdom” wordt vaak afgeschilderd als een rip-off van Across the Universe, maar Jeff Lynne heeft de Beatles altijd met respect gequote, zo ook hier. Het nummer is een beetje loom en zwaar geokestreerd, verhaalt verder over wat er in een droom allemaal mogelijk is en wat er aan het eind van de regenboog te vinden is, het beloofde land Eldorado.
“Nobody’s Child” klinkt als een nachtcluboptreden. Zwoel, zwaar, het ELO koortje is ook hier weer te horen en de jongeman droomt dat ie door een wat oudere vrouw wordt verleid.
De titel “Illusions in G Minor” is misleidend, want heeft niks met het klassieke thema te maken, het is een rock ’n roll kraker die Jerry Lee Lewis opgenomen zou kunnen hebben. Het minste nummer van dit album voor mij.
In afsluiter “Eldorado” wordt het album behoorlijk triest, wanhopig en dramatisch afgesloten, met een Jeff Lynne die de 3 tenoren naar de kroon lijkt te willen steken. Een van zijn meest dramatische zangprestaties in zijn hele ELO carriere. Ook symfonisch wordt nog even alles uit de kan gehaald. Aan het eind wordt onze hoofdpersoon wakker uit zijn mooie droom, ervaart de sombere realiteit en zijn onbeduidende rol in het geheel als nog deprimerender dan aan het begin van het album en zoals ik de afsluitende tekstregel interpreteer, verkiest hij de eeuwigheid van de mooie droom in Eldorado boven het aardse bestaan.
"The dreamer, the unwoken fool, high on a hill in Eldorado".
Pfff, 5 sterren
The Electric Light Orchestra - ELO 2 (1973)
Alternatieve titel: Electric Light Orchestra II

4,0
0
geplaatst: 18 mei 2013, 12:43 uur
ELO 2, met Jeff Lynne voor het eerst als enige kapitein op het schip en dat gaat hem zonder meer goed af. Roy Wood speelt nog mee op 2 nummers op dit album, maar is vroeg in het opnameproces van dit album definitief vertrokken. Vocaal klinkt Jeff overal net wat beter als op het debuut, hoewel de rauwheid van de zang op albumopener In Old England Town nog behoorlijk tegenvalt. Het is ook een ietwat rommelige compositie, dat belooft dus niet veel goeds.
Maar dan is daar Momma, een van mijn absoluut favoriete ELO nummers. Opeens is daar de o zo herkenbare ELO sound! Heldere zang, mooie transparante instrumentatie, geweldige melodie met de viool als belangrijkste instrument, heerlijk nummer. Zou op mijn eigen Best of ELO staan, op zeker. Roll Over Beethoven is een ELO klassieker, waarin voor het eerst de rock ‘n roll kant van ELO te horen is. Hier wordt ’t heel smaakvol en overtuigend met de echt ELO sound neergezet. Later zullen wat minder geslaagde rock ’n roll nummers af en toe de kop opsteken.
Op kant 2 van de LP 2 langer uitgesponnen nummers. In het geweldige From the Sun to the World worden klassieke en rock ’n roll stukken afgewisseld met zeer mooie melodische piano-popmuziek. Een topcompositie, die alle richtingen waarin ELO zich verder zou ontwikkelen voorbij komen. Ik durf te zeggen dat dit een sleutelnummer in het oeuvre van ELO is. En dan is daar afsluiter Kuiama, zoals al aangegeven over een soldaat die zijn vreselijke daad opbiecht aan een klein weesmeisje. Met ruim 11 minuten volgens mij de langste albumtrack van ELO ooit. Maar wat een mooi nummer. Geweldige melodie, veel tempovariatie en ELO neemt lekker lang de tijd om het verhaal te vertellen. Vrij uniek overigens voor ELO, om zo’n beladen thema als de Vietnamoorlog in een songtekst te verwerken, want over het algemeen moet ELO het niet van de diepzinnige teksten hebben.
Op opener In Old England Town na een topprestatie van ELO, dat het eigen geluid aan het perfectioneren is.
Maar dan is daar Momma, een van mijn absoluut favoriete ELO nummers. Opeens is daar de o zo herkenbare ELO sound! Heldere zang, mooie transparante instrumentatie, geweldige melodie met de viool als belangrijkste instrument, heerlijk nummer. Zou op mijn eigen Best of ELO staan, op zeker. Roll Over Beethoven is een ELO klassieker, waarin voor het eerst de rock ‘n roll kant van ELO te horen is. Hier wordt ’t heel smaakvol en overtuigend met de echt ELO sound neergezet. Later zullen wat minder geslaagde rock ’n roll nummers af en toe de kop opsteken.
Op kant 2 van de LP 2 langer uitgesponnen nummers. In het geweldige From the Sun to the World worden klassieke en rock ’n roll stukken afgewisseld met zeer mooie melodische piano-popmuziek. Een topcompositie, die alle richtingen waarin ELO zich verder zou ontwikkelen voorbij komen. Ik durf te zeggen dat dit een sleutelnummer in het oeuvre van ELO is. En dan is daar afsluiter Kuiama, zoals al aangegeven over een soldaat die zijn vreselijke daad opbiecht aan een klein weesmeisje. Met ruim 11 minuten volgens mij de langste albumtrack van ELO ooit. Maar wat een mooi nummer. Geweldige melodie, veel tempovariatie en ELO neemt lekker lang de tijd om het verhaal te vertellen. Vrij uniek overigens voor ELO, om zo’n beladen thema als de Vietnamoorlog in een songtekst te verwerken, want over het algemeen moet ELO het niet van de diepzinnige teksten hebben.
Op opener In Old England Town na een topprestatie van ELO, dat het eigen geluid aan het perfectioneren is.
The Electric Light Orchestra - The Electric Light Orchestra (1971)
Alternatieve titel: No Answer

3,0
0
geplaatst: 18 mei 2013, 11:48 uur
ELO is opgericht met het doel “To pick up where the Beatles left off…” De sound van de band moest enerzijds elektrisch (als in rockmuziek), anderzijds als licht klassiek (een klein orkest met enkele klassieke instrumenten) gaan klinken.
Jeff heeft zijn liefde voor de Beatles altijd in zijn eigen composities verwerkt, zoals op dit debuut al goed te horen is. Albumopener 10538 Overture, meteen de sterkste compositie, begint als Dear Prudence, de zware bas lijkt zo uit I Am The Walrus te komen, ach, daar hoeven we het eigenlijk niet meer over te hebben. Nellie Takes Her Bow begint als een pianoballad, maar ontpopt zich halverwege in een klassieke compositie met violen en slagwerk. Recent heeft Jeff met zijn soloalbum Long Wave een heel album geweid aan radiomuziek uit de jaren ‘50. Op het overtuigende Mr. Radio brengt Jeff ook hier al een ode aan zijn andere grote liefde en horen we voor het eerst de vervormde stem van Jeff, alsof die uit een oude jaren 50 radio komt. Dit effect zal nog vaak terugkeren op latere albums. Manhattan Rumble is een klassieke mars, waar ik niet zoveel mee kan. Queen of the Hours begint ook als een mars, maar ontpopt zich tot een zeer aardige ballad met een prominente rol voor de "fiddles".
Op dit album is naast Jeff nog een prominente rol weggelegd voor Roy Wood, Jeff’s collega uit The Move en medeoprichter van ELO. Hij is verantwoordelijk voor bijna de helft van de composities hier, die overduidelijk niet als ELO klinken. Look At Me Now, instrumental The Battle of Marston Moor, First Movement en Whisper in the Night zijn zo anders, daar waar de Lynne nummers al heel duidelijk de karakteristieke latere ELO sound laten horen. Look at me Now heeft inderdaad veel weg van Eleonor Rigby en vind ik nog wel okee, verder ben ik niet bijzonder gecharmeerd van de Wood bijdragen, laat ik ‘t daar maar op houden. Roy Wood zou vanwege interne strubbelingen na dit debuut ELO gelukkig alweer verlaten, waarna Jeff Lynne zich tot bandleider ontpopte en ons nog vele mooie ELO albums zou schenken.
Ik heb alle reguliere en 2 live albums van ELO. Ik ga ze allemaal weer eens herbeluisteren en bespreken, want ben er recent achter gekomen, dat mijn beoordelingen van de albums hier op MuMe niet allemaal meer kloppen. Daarnaast zou 1 van de ELO albums misschien wel in mijn Top 10 moeten staan, maar welk? Ik ga het in chronologische volgorde proberen uit te vinden de komende tijd.
No Answer had ik met 4* toch iets te rijkelijk beoordeeld, mede door de weinig geslaagde bijdragen van Wood ga ik terug naar 3*.
Jeff heeft zijn liefde voor de Beatles altijd in zijn eigen composities verwerkt, zoals op dit debuut al goed te horen is. Albumopener 10538 Overture, meteen de sterkste compositie, begint als Dear Prudence, de zware bas lijkt zo uit I Am The Walrus te komen, ach, daar hoeven we het eigenlijk niet meer over te hebben. Nellie Takes Her Bow begint als een pianoballad, maar ontpopt zich halverwege in een klassieke compositie met violen en slagwerk. Recent heeft Jeff met zijn soloalbum Long Wave een heel album geweid aan radiomuziek uit de jaren ‘50. Op het overtuigende Mr. Radio brengt Jeff ook hier al een ode aan zijn andere grote liefde en horen we voor het eerst de vervormde stem van Jeff, alsof die uit een oude jaren 50 radio komt. Dit effect zal nog vaak terugkeren op latere albums. Manhattan Rumble is een klassieke mars, waar ik niet zoveel mee kan. Queen of the Hours begint ook als een mars, maar ontpopt zich tot een zeer aardige ballad met een prominente rol voor de "fiddles".
Op dit album is naast Jeff nog een prominente rol weggelegd voor Roy Wood, Jeff’s collega uit The Move en medeoprichter van ELO. Hij is verantwoordelijk voor bijna de helft van de composities hier, die overduidelijk niet als ELO klinken. Look At Me Now, instrumental The Battle of Marston Moor, First Movement en Whisper in the Night zijn zo anders, daar waar de Lynne nummers al heel duidelijk de karakteristieke latere ELO sound laten horen. Look at me Now heeft inderdaad veel weg van Eleonor Rigby en vind ik nog wel okee, verder ben ik niet bijzonder gecharmeerd van de Wood bijdragen, laat ik ‘t daar maar op houden. Roy Wood zou vanwege interne strubbelingen na dit debuut ELO gelukkig alweer verlaten, waarna Jeff Lynne zich tot bandleider ontpopte en ons nog vele mooie ELO albums zou schenken.
Ik heb alle reguliere en 2 live albums van ELO. Ik ga ze allemaal weer eens herbeluisteren en bespreken, want ben er recent achter gekomen, dat mijn beoordelingen van de albums hier op MuMe niet allemaal meer kloppen. Daarnaast zou 1 van de ELO albums misschien wel in mijn Top 10 moeten staan, maar welk? Ik ga het in chronologische volgorde proberen uit te vinden de komende tijd.
No Answer had ik met 4* toch iets te rijkelijk beoordeeld, mede door de weinig geslaagde bijdragen van Wood ga ik terug naar 3*.
