menu

Hier kun je zien welke berichten rascaly als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

65daysofstatic - One Time for All Time (2005)

4,0
Ik herinner me die gezegende dag nog, dat ik me uit niet te onderdrukken nieuwsgierigheid dit album aanschafte. Binnen de post-rock/math-rockwereld was deze bands naam al meermaals gevallen; een val die bij vele recensenten een diepe indruk achterliet, en waarvan de krater van de allesverschroeiende inslag al snel als "niet te overtreffen" en"meesterlijk" werd betiteld. Het was pas later dat ook de puntjes van kritiek omtrent deze band mijn oren bereikten. Desondanks alles, had ik deze plaat na enkele seconden van vertwijfeling in mijn trotse handen, en stapte ik naar de auto, alwaar ik deze cd oplegde met de bassen op maximum. Zetel achteruit. Ogen toe. Oren gespitst.

Ik herinner me ook nog welk schaduwendal de eerste tonen, en vooral ook de onaardse geluiden die er rond sluimerden, bij me opwekten. Ik voelde de dreiging als een immens donderwolk steeds dichter en dichter komen. Een soort angst bekroop me van alle kanten. Dit lied wierp met haar opbouw paniek naar mijn gezicht, en zodoende doordrong het mijn hele wezen. Uiteindelijk ontaarde de climax -die eigenlijk aanvoelt alsof je de ruis van op een tv-scherm van ver bekijkt; je ziet een grijze massa, maar als je alles gaat ontleden, blijkt het gewoon een verzameling van duizenden puntjes te zijn. Op dezelfde manier vormt elk biepje en bliepje ook de uiteindelijke melodie van het lied- in een doordringende stilte die slechts werd doorbroken door een fragiel piano’tje, waarna ik terug werd geslingerd op de golven van de muziek, die inbeukten op elk aspect van mijn bewustzijn. Een slag in het gezicht, een flinke trap op mijn ziel. En zo raasde deze cd zich in 9 loodzware stappen voort, op zoek naar een sprankeltje hoop.

Van één ding mogen we zeker zijn: dit overstijgt in zijn genialiteit ongetwijfeld het gros van de cd’s die de kapitalistisch gerichte maatschappijen de laatste tijd op de markt hebben gebraakt. Dit is muziek die het menselijke overstijgt. Deze cd is in no time zo weer voorbij, en na een rit op de rollercoaster die 65Daysofstatic wel mag genoemd worden, voelt het alsof je in lijf en leden bent geradbraakt. Alsof er in één oneindige seconde zich de geschiedenis van de mensheid zich voor je ogen heeft afgespeeld. Deze plaat stormt zich een weg doorheen de boxen. Ze raast zich een baan doorheen de kamers die deze muziek vult. Ze dreunt in op elk zintuig van de mensen die deze cd beluisteren.

Dit zijn niet zomaar liederen. Het zijn constructies. Wiskundig uitgedachte formules die zich in muziekvorm hebben omgezet. Hierin schuilt nu juist de kracht en zwakte van dit album, want zoals we allen weten blijft elke wiskundige vergelijking, ondanks het feit dat ze nog zo hard de werkelijkheid beschrijft en zo geniaal is, een dood iets. Leeg. Dat is ook het gevoel dat zich van me meester maakte na een paar keren intensief te hebben geluisterd naar dit album. Het zit zo vernuftig in elkaar dat het soms aanvoelt als de 65Daysofstaticgenerator gewoon à la carte functies schrijft, met de nodige maxima en de nulpunten, maar uiteindelijk niets meer is dan de verzameling van een hoop gegevens. Hoe graag ze ook willen, en hoe prachtig hun pogingen ook zijn, en desondanks de intense schoonheid die ze met deze cd genereren, toch is de computer nooit of te nimmer een substituut voor de menselijke emotie.

Hebben de critici gelijk als ze zeggen dat 65Daysofstatic geniaal is? Absoluut. Zonder twijfel. Hebben de andere critici, die opwerpen dat dit album geen blijvertje is, ook gelijk? Mijns inziens althans wel. Vergelijk het met een goed gerecht: ondanks het feit dat je de ingrediënten ervan eens goed door elkaar klutst, uiteindelijk blijft het eindresultaat slechts de som van de componenten die er in zitten. Wil deze -ik herhaal het: ongetwijfeld geniale!- band niet aan geloofwaardigheid verliezen en dreigen in de zo sterk te vermijden herhaling te vallen, dan zullen ze met heel wat nieuwe waren moeten afkomen, desondanks de sterke kruiding en nasmaak die het gerecht dat 65Daysofstatic heet, nu al heeft.

Antony and the Johnsons - I Am a Bird Now (2005)

4,0
Enkele dagen geleden binnengehaald, wegens al de lovende kritieken, recensies en luisterbeurten die wel heel welgevallig waren. Een persoonlijke aanbeveling gaf dan uiteindelijk de doorslag.

Toen ik voor 't eerst de typerende stem hoorde, voelde het ietwat bevreemdend aan. Na wat opzoekwerk naar de persoonlijke ambities van de man, namelijk zo dicht mogelijk bij het vrouwelijk geslacht aanleunen, is het dan ook niet verwonderlijk dat er een soort vreemde 'knik' in zijn stem zit. Een gewenningskuur (leest: enkele luisterbeurten) later, kan ik in alle oprechtheid zeggen dat ik zijn stem één van de meest excentrieke, maar tevens ook mooiste vind die ik reeds gehoord heb. (Al kan natuurlijk niets of niemand tippen aan de orgastisch mooie stem van Tom Waits!)

Ik vat aan met een klein puntje van kritiek: het album wordt allesbehalve gekenmerkt door variëteit. Dat heb je nu eenmaal vaak met die akoestische albums. Slechts piano, met hier en daar een strijkertje. Sporadisch een gitaartje dat opduikt, hetzij dan wel enorm verdoken.

Voor de rest, al verafschuw ik veralgemeningen: een heel sterk, diepgaand, oprecht, doorvoeld, innig, intens album. Dit is zo één van die albums die zo nu en dan eens elk haar op je lichaam -bij wijze van staande ovatie- kan doen rechtstaan, en tegelijkertijd toch zo warm(,)menselijk kan aanvoelen. Het albums kracht zit dus in zijn kwetsbaarheid en tederheid. Ode aan de diepte der gevoelens. Melancholisch is het zeker, hoewel die ene sticker te weinig zou zijn om het hele gamma aan emoties te beschrijven dat hier wordt neergezet.

Wat weerhoudt me van een écht hoge score?
Ik hoop dat het in de toekomst verandert, want mijn nieuwsgierigheid is althans gewekt, maar toch kan ik geen tien seconden luisteren naar de stem van Rufus Wainwright. Dit is slechts een persoonlijke mening, maar het lied waarin zijn muzikale aanwezigheid Antony And The Johnsons vergezelt, vind ik enorm uit de toon vallen. Jammer.

Daarnaast vind ik -maar ook dat is een persoonlijke overtuiging- dat het niet past om een album een maximumscore te geven indien alle liederen op hetzelfde idee voortborduren. Variëteit en inventiviteit vind ik dan weer een teken van muzikale genialiteit en spitsvondigheid, hoewel ik weet dat sommigen het wel kunnen smaken dat veel artiesten een sterk album weten neer te zetten omtrent één thematisch concept qua muzikale begeleiding, tekst en zang. Voor mij blijft dit echter een struikelblok.

Voor de rest een heel mooi album. Prachtig om 's nachts te beluisteren in het schemerduister. Des te mooi om met twee te beluisteren. Exceptional is het niet, hoewel het toch wel de grenzen van de menselijke emotionaliteit weet af te tasten. Waarvoor chapeau!

Damien Rice - 9 (2006)

3,5
Laten we eens even eerlijk zijn: Anno 2003 was Damien Rice, een simpele stadsmuzikant die 14th Floor Records van de straat geplukt had, de grootste revelatie van het jaar. 's Hemelse banen tolden uit hun banen en 's heers wegen werden wonderlijke tekenen gezien: Folk/rock zou nooit meer hetzelfde zijn. Damien Rice werd gelauwerd en verheerlijkt tot in het diepste puntje van de hemel. Hate him or love him, maar de vermeldingen zijn aanzienlijk.

Ik zal u de tientallen vermeldingen in grote kranten en tijdschriften besparen, maar het feit dat het album werd uitgeroepen beste album en debuutalbum van het jaar wil al veel zeggen. Damien's zachtzoete liederen wisten zelfs de hardste stenen te kraken. Menige harten braken bij het horen van die pure eenvoud en schaamteloze, gebroken eerlijkheid die Damien zijn publiek voorschotelde.

Er lag dus een grote druk op Rice's schouders. Het grote succes van 'O' leek onevenaarbaar. Iedereen keek rijkhalzend uit naar het resultaat van maanden studio-opnames. En toen, als bij donderslag, verscheen plots de eerste single van het album '9' op de televisie. Laten we eerlijk zijn: Wiens hart brak er nu niet bij het horen van '9 Crimes'? De kwetsbaarheid die we van Damien gewoon zijn, maar dit keer met cello en piano, ommanteld met de zoete stem van de al even aanzienlijke Lisa Hannigan.

Meteen naar de winkel gesneld en het album gekocht. Zucht. Daar was het weer. Die ontroering die Damien Rice voortbrengt. Toch kan men dit album niet betitelen als een verlengde van zijn vorige. Dit klinkt net dat iets profaner. 'The Animals Were Gone' is zo'n folk-achtig meelopertje dat nog een lange tijd blijft hangen. Zoet, maar niet melig. Damien 's nieuwe album is geen liefdesplaat. Hij is net bekomen van de liefde, en dompelt zichzelf in een warme gloed van zachte gemoedsliederen.

Na een tijd in liefdesroes te hebben verkeerd is de terugkeer naar planeet aarde niet altijd zo zoet. 'Rootless Tree' schreeuwt haat uit, roekeloze maar vooral gebroken liefde. "Fuck You! And if you hate me, than hate me so good that you can lett me out of this hell when you're around.' Ja. Liefde kan pijn doen. Hij schreeuwt als een bezetene. En op het einde lijkt hij in te storten. Onlangs speelde hij het nummer live op de piano. Zijn handen beefden van emoties. Dat soort artiest is hij nu eenmaal.

Nieuwe liefde op komst? 'Dogs' is weer zo'n zoet lied dat we van hem gewoon zijn. Een mooi liefdesserenade voor het meisje dat yoga doet en onder een sinaasappelboom woont, terwijl de wolven op haar letten. Lekkere relaxnummers zijn er ook: 'Coconut Skins' en 'Grey Room' passeren ook even om het gemoed te verzachten.

En dan. Last but not least, de afsluiter: 'Sleep Don't Weep.' Mooier had de cd niet kunnen eindigen. Weer maar eens zo'n eenvoudig, maar prachtig nummer waar Lisa hem vergezelt. Na 10 nummers Heaven & Hell te hebben doorstaan snakt het naar meer. Nog maar eens opleggen dus.

In mijn ogen kan Damien niets verkeerds meer doen. Weer maar eens heeft een hij een prachtige plaat tot stand gebracht, zonder zijn debuut te kopiëren. Vroegere fans zullen misschien vinden dat Rice zijn kracht tot ontroeren wat verloren is, maar kom: Wie wil er nu een artiest die heel zijn carrière lang hetzelfde blijft doen? Het klinkt zoet, ontroerend, maar soms ook gebroken hard. Oordovend hard. We vergeven het hem graag. Een dikke 4/5, die zachtjes overhelt naar 4.5/5, voor deze artiest. Men kijke uit naar wat deze man nog in petto heeft.

Godspeed You! Black Emperor - F♯A♯∞ (1997)

5,0
Het is met enige schrik dat ik deze zinnen neerpen, aangezien ik maar al te goed besef aan wat voor een onmogelijke opdracht ik begin door een recensie te willen schrijven over dit album. Alsook bekruipt er me van op voorhand een teneergeslagen gevoel, omwille van het vooruitzicht dat ik niet zal slagen in mijn opdracht. "Hoe kan men in godsnaam het onbeschrijflijke beschrijven?". Alhoewel ik weet dat mijn arm recensie'tje zal bezwijken, en de povere zinnetjes waaruit het bestaat zullen breken onder het immense gewicht van dit album, of slechts in de immense slagschaduw ervan zullen vallen, toch zal ik het vandaag eindelijk aandurven om deze mijlpaal uit de muziekgeschiedenis voor eens en altijd onder woorden te brengen. Want zelfs na een volledig decennium en enkele jaren erbij, is dit album nog steeds een monument -vergeef me, een groteske Gotische kathedraal wiens klasse ons allen overschaduwt.

Van achter de nog nasmeulende horizon verschijnt er een gigantische donderwolk, die tergend traag opkomt. Je voelt je lichaam mee beven met de storm die komen zal, terwijl je te midden van een stad staat die volledig in puin en as ligt. Alles lijkt zich in zwart-wit af te spelen, en het enige geluid dat je horen kan bestaat uit het zachte gegrom van de lijken die alsnog de wereld er willen aan herinneren welke onmenselijke doodstrijd er zich enkele uren daarvoor heeft afgespeeld. Het geluid doemt op vanuit de stilte, en dompelt je onder in wat lijkt als teer te zijn. Vanuit die duisternis spreekt een onmenselijke stem:

"The car's on fire and there's no driver at the wheel
And the sewers are all muddied with a thousand lonely suicides
And a dark wind blows"


Dit zijn de gitzware, met bloed doorlopen woorden waarmee Godspeed You Black Emperor! 's F# A# (Infinity) haar postapocalyptische dodenmars inluidt. The Dead Flag Blues groeit aan, als een volkslied uit het land der doden. Deze duistere hymne lijkt zichzelf voortdurend uit elkaar te willen trekken, maar mist er blijkbaar de kracht voor. Op die manier krijgen we een compositie voorgeschoteld die als een immense zwarte vlek is, en steeds maar aangroeit en opzwelt. De strijkers trekken zich in hun radeloosheid op aan de desolate gitaren en planten daarbij soms hun vlijmscherpe nagels als messen in hun ruggen. Dit alles in slow-motion, opdat de luisteraar geen enkel detail zou missen van de melancholiek die er zich afspeelt. Eén der bandleden probeert een gitaarsolo op poten te zetten, maar zijn instrument is het leven moe. Daarbij produceren ze een geluid alsof de muzikant aanhoudend aan zijn snaren trekt, om er zo een geluid uit te nijpen, dat daarna gedoemd is om eenzaam in de leegte te sterven. Tussen dit alles in komen er treinen voorbij die met hun timbre dit hele schouwspel lijken te beklagen. Je leeft tegen wil en dank een bijna comateus leven in een dode wereld.

"We woke up one morning and fell a little further down
For sure it's the valley of death

I open up my wallet
And it's full of blood."


Wat volgt is East Hastings, dat wordt ingeleid door een man die als in een ijltoestand zijn geloof loopt te verkondigen. Iemand met enkel aandacht voor de mans woorden zou gaan geloven dat GYBE! hier een religieus statement wil uiten, ware het niet dat deze litanie gedragen wordt door een waas van instrumenten die er zich als een klaagzang doorheen sleuren, terwijl het geluid van een doedelzak er traag op in snijdt. Een hymne alsof iemand oog in oog staat te spelen met de dood. Daarna ontketent zich de ware dodenmars van deze hele cd. Eerst begint het met een paar schrale stappen onder het mom van een simpel, zichzelf steeds herhalend gitaarriffje. Maar enkele minuten later zwelt het aan. Neemt het grootste vormen aan. Het bouwt op naar een onmenselijke climax die door merg en been gaat. Stappen wordt lopen, lopen wordt rennen, rennen wordt struikelen over je eigen benen, terwijl je tranen van paniek uitstort. Je ligt uitgeput op de grond met je handen over je oren terwijl de angst uitgroeit tot een panische stoornis die zich doorheen je lichaam scheurt. Boven je hoofd een megalomane storm, die blijft aanzwellen. Opkolken...tot hij opeens weer verdwenen is. Deze symfonie eindigt wederom met een hoop fieldrecordings, die zich op het uiterste punt van het onaardse bevinden. Amper profaan te noemen. En toch lijk je in deze angstaanjagende geluiden hier en daar iets te herkennen dat je al eerder gehoord hebt. Misschien is het net dat wat ze zo eng maakt.

Daarop aansluitend vormt Providence uiteindelijk de perfecte afsluiter. Eerst horen we een man die desondanks alles niet gelooft dat de wereld ten einde zal gaan. Maar willen we dat eigenlijk nog wel? Willen we werkelijk hierin blijven voortleven? Dit gevolgd door gortdroge drums en paniekerige gitaren die zo weer ontaarden in een gevoel van eenzaamheid. Vanuit die eenzaamheid zwelt er als laatste nog een epische climax op, die niet aanvoelt als een hoopvolle noch triomferende massa, maar eerder als een kolkende, woedende stormram die alles wil vernielen wat hij net gehoord en gezien heeft. Wetende dat hij er niet in zal slagen. "Where are we going?" mijmert een stem op één van de allerlaatste stukjes. Inderdaad, waar gaat deze wereld naartoe?

Welzeker, dit gevoel van angst, waarvan de mens tot in zijn binnenste doordrongen is, bezit een eeuwigheidswaarde. Alsook het album dat eindelijk de meest bij de perfectie aanleunende vorm gaf aan deze kolkende storm die in de diepste en meest donkere krochten van het menselijk hart ligt te borrelen. Dit album is en blijft een tijdloos kunstwerk, dat de tand des tijds zal weten te doorstaan.

Radiohead - In Rainbows (2007)

4,0
(In de wetenschap dat dit bericht ongetwijfeld tegenspraak zal oogsten)

Laten we niet met verwarring hieromtrent beginnen, en aldus het volgende duidelijk stellen: ik ben een enorme fan van Radiohead. De laatste jaren heb ik hun hele oeuvre (inclusief dat van Thom Yorke zelf) afgeschuimd, en ik betrap er mezelf op dat ik eigenlijk geen enkel album noch nummer kan opwerpen waarvan ik durf zeggen dat het me niet aanstaat, of dat het me toch op z'n minst niet intrigeert, weet te raken of bedwelmen. Het rebellerende Radiohead is een band die met zijn geniale spitsvondigheid steeds opnieuw weet te verbazen. Dat spreekt me enorm aan. Kortom: Hail To Radiohead!

Laat ons de alternatieve wending van Kid A ten opzichte van Ok Computer maar revolutionair noemen. Laat ons de finesse van Amnesiac maar de hemel inprijzen. Laat ons de bombast van Hail To The Thief maar op zijn minst als een krachtig werk betitelen. Die drie albums vormen naar mijn mening dan ook de muzikaal meest inventieve albums van de band. Wat hou ik van hun gesofisticeerde contructies van liederen.

Misschien is het daarom dat In Rainbows voor mij toch wel een lichte ontgoocheling was.

Stuk voor stuk mooie en vooral ook sfeervolle liederen. Inderdaad, dat klopt. In Rainbows is dan ook geen album dat ik schuw, want ik kan er op sommige dagen wel degelijk geweldig van genieten. Het is een sfeer die onder je huid kruipt, zich daar zacht nestelt en op een enorm gemoedelijke wijze doordringt tot in de meer sferische kanten van je bewustzijn. Met uitzondering van Bodysnatchers, waarbij de headbangers onder ons zich eens kunnen uitleven, en het swingende 15 Step is dit een album om louter van te genieten, te soezen en weg te dromen. De afsluiter Videotape weet zelfs een traan in de ooghoeken te doen ontspringen.

Ondanks dat alles, is er voor mij met dit album een beetje het revolterende Radioheadgehalte van af. Deze liederen bezorgen mij geen be- of vervreemdingseffect zoals dat op hun vorige albums wel het geval was. Die uitzonderlijke, excentrieke en ietwat wazige sfeer waarmee hun vorige albums volop geladen was, lijkt me hier wat te zijn verdwenen. Voor In Rainbows was Radiohead een wereld die je hoorde te betreden. Een gemoedstoestand die je overviel. Een soort onwennigheid soms, waar je aan hoorde te conditioneren alvorens je de pracht kon zien die achter die dikke laag van alternativiteit zat.
Ik insinueer zeker niet dat Radiohead zijn geloofwaardigheid als band verloren is, absoluut niet. Maar mijns inziens hebben ze wel hun vermogen (misschien mogen we zelfs zeggen "doelstelling") om de critici en fans een flinke kaakslag te verkopen, wat van zich afgeworpen. Ze lijken te zijn opgegroeid. De volwassenheid te hebben bereikt. Dat is fijn, daar volwassenheid meestal duidt op een levensgenot en -wijsheid die zich schuilhoudt op een dieper niveau. Maar aan de andere kant hebben volwassenen ook heel vaak de durf verloren om het leven in zijn roekeloosheid te ervaren en te beleven. Hetgeen uiteraard gevaarlijk is, maar toch zo vaak postieve pieken van emoties weet op te leveren.

De teleurstelling schuilt zich voor mij dus hier in: het gemis aan spanning, gewaagde stappen richting gewoonweg moeilijkdoenerij en stoutmoedigheid. Kortom, de echte Radioheadsfeer.
Waarna een wel heel gewaagde uitspraak van mijnentwege volgt, aangezien we natuurlijk nooit zullen weten of deze al dan niet klopt: ik denk dat, indien een andere band dit album had opgenomen, het waarschijnlijk veel minder zou bejubeld zijn. Zou het niet kunnen dat veel mensen dit a priori als een meesterwerk betitelen, gewoon omdat het de zoveelste Radiohead is? Dit is geen berisping, geen overtuiging, en hopelijk wordt het al zeker niet als een belediging geïnterpreteerd. Het is gewoon een open vraag.

Desondanks blijft een album van dit gezelschap immer ver boven de algemene middelmaat uitsteken, en blijft dit ten top genieten. Met dit rustig werkje als achtergrondmuziek op kalme dagen kijk ik reikhalzend uit naar het volgende dat ze op de wereld zullen loslaten.