Iedereen mag dan wel zeggen dat dit niet vernieuwend is, maar toch is dit écht wel de eerste keer dat Maiden progressief is in hun songwriting. Waar het onderschatte A Matter of Life and Death nog vooral bestond uit lang uitgesponnen nummers met een stevige break zijn de composities op The Final Frontier veel ingewikkelder. Het is een echte groeier van een album, dat letterlijk elke luisterbeurt weer beter lijkt te worden (tenminste, de eerste vijftien keer toch).
De eerste vier nummers zijn degelijk, zonder speciaal te zijn. El Dorado vond ik ook als nummer een groeier en uiteindelijk een zeer degelijk nummer met vooral een erg sterke break, Coming Home is een mooie powerballad en Mother of Mercy is een beetje te druk in het refrein en is ok, zonder eruit te springen. Interessantste nummer is waarschijnlijk titelnummer The Final Frontier: het nummer zelf is op zich weer een simpel en catchy nummer zoals Maiden dat op al hun laatste platen doet (en het is alleszins pakken beter dan Wildest Dreams). Maar het wordt voorafgegaan door albumopener Satellite 15: spacende stoner à la Kyuss is iets waar Maiden zich nooit eerder aan gewaagd heeft, en voor hun eerste keer slagen ze er met glans in, al heeft Bruce er in principe weinig te zoeken.
Maar vanaf nummer 5 - The Alchemist - is het misschien wel één van de sterkste albums die de band ooit geproduceerd heeft. The Alchemist is nog een lekker oldschool Maidennummer met melodieuze gitaarlijnen en een stevige aanpak (het enige nummer hier dat echt als oldschool Maiden bestempeld kan worden). Isle of Avalon wordt sterk opgebouwd en weet de progressieve kant van deze plaat het duidelijkst bij te lichten. Starblind vond ik dan weer lange tijd een veel te drukke zanglijn hebben (de 2e helft niet), maar die commentaar is met de luisterbeurt zwakker geworden. Het nummer had beter voor Isle of Avalon gestaan, maar op zich is er met het nummer an sich weinig mis.
Dé kracht van het album zit in het laatste half uur in de vorm van drie epics. The Talisman is één van de meest grootse nummers die de band ooit heeft geprobeerd te schrijven, wat vooral merkbaar is in Bruce zijn zang: zelden heeft hij zich zo vol laten gaan. Opmerkelijk dat er in dit nummer van negen minuten géén solo en maar 2 keer het refrein zit, om maar aan te tonen hoe deze plaat zich toch wel van Maidens andere werk weet te onderscheiden. Ook in The Man Who Would be King vinden we het "refrein" maar tweemaal terug, met als meest opmerkelijke passage toch wel de break, die weer héél anders klinkt dan eender wat Maiden ooit geschreven heeft. Afsluiter When the Wild Wind Blows is dan weer met elf minuten één vna hun langste nummers ooit, en moest dit hun laatste album zijn (wat ik niet geloof) is dit alleszins een waardige afsluiter: de bijna folk-achtige intro, het losbarsten in een stevigere versie van datzelfde deuntje, de typerende melodieuze solo, ... het is bijna een collage van de laatste tien jaren Maiden releases, een mogelijk waardige afsluiter.
Wat mij betreft één van hun sterkste platen aller tijden waaruit blijkt dat ze met A Matter of Life and Death niet zomaar een andere richting uitgeslagen zijn, maar er ook veel uit geleerd hebben. Vernieuwende muziek is het, net zoals 99% van alle muzikale releases, niet; maar Maiden heeft wel nogmaals aangetoond dat ze zichzelf als geen ander kunnen heruitvinden en nog lang niet afgeschreven zijn.