Hier kun je zien welke berichten Chimpz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Manowar - Battle Hymns MMXI (2010)

1,0
0
geplaatst: 21 januari 2011, 17:36 uur
Is er ooit één album geweest dat beter werd door een heropname? Artiesten die dertig jaar na hun debuut over genoeg arrogantie beschikken om te beslissen dat ze het nu veel beter kunnen zijn een plaag. Manowar volgt hier het voorbeeld van Exodus, een legendarische band die de laatste tijd nogal op de sukkel is. Om hun oude hoogtepunt te herbeleven namen ze hun debuutalbum 'Bonded by Blood' - discutabel het beste thrashalbum aller tijden - en veranderden het in een drie kwartier durende marteling. Fans aller landen trokken hun oren af of staken stylo's doorheen hun trommelvliezen om toch maar aan "het nieuwe geluid" te kunnen ontsnappen. Nu, zo'n ramp is deze nieuwe Manowar ook weer niet, maar uiteindelijk kan het hele album beschreven worden met een simpel anagram van de bandnaam zelf: WAAROM? ......n
Manowar is misschien wel hét symbool van de toffe kant van metal. Gespierde mannen in leren carnavalsoutfits, sterke homo-erotische spanningen en meebrulbare oermetal over de meest foute onderwerpen. Die aanpak kent uiteraard veel tegenhangers, want voor veel mensen is muziek nu eenmaal een serieuze zaak die niet luchtig mag opgenomen worden. Persoonlijk ben ik wel een fan van het Manowar dat zingt hoe wimps en posers de hal moeten verlaten, maar die groep bestaat helaas niet meer.
Ik was nog iemand die 'Gods of War' verdedigde: er werd inderdaad belachelijk veel gepraat op dat album, maar de muziek was nog altijd vrij goed. Maar je kan er niet omheen dat Manowar één grote commerce geworden is, die kapitalistische doeleinden camoufleert als devotie naar hun fans toe. Het geldgraaiende Manowar verdient nog weinig respect, en wanneer ze één van hun beste albums heropnemen kan je maar beter onder tafel kruipen, wachten tot het gedaan is en vervolgens de schade opmeten.
En die schade is vrij groot. Het eerste wat opvalt is - niet onlogisch - dat het album gekenmerkt wordt door een moderne, digitale productie. De plastieken sound verdrijft alle warmte die in het origineel zat, waardoor het album al meteen zijn oude charme verliest. Ik vraag mij oprecht af of er één Manowarfan is die het nieuwe geluid verkiest boven de warme analoge productie van het origineel.
Ook werd de muziek in zijn geheel een paar noten lager gespeeld, waardoor alles zwaarder en serieuzer klinkt. Weg is de fun van het album. Bovendien past die overdreven bombast gewoon niet bij het album: dat ze 'Kings of Metal' deze behandeling zouden geven zou nog enigszins steek houden (al mag ik hopen dat ze van dat album afblijven), maar 'Battle Hymns' heeft die niet-al-te-zware rocksound gewoon nodig. Zo wordt bijvoorbeeld 'Fast Taker' nu volledig begraven onder de lagere gitaarsound.
Zanger Eric Adams is uiteraard de persoon die het zwaarst afziet. Zijn stem heeft logischerwijs sterk ingeboet qua bereik en zijn typerende hoge noten weet hij in de verste verten niet meer te halen. Maar dat is nu eenmaal een probleem waar je niet omheen kan, ook al hebben ze geprobeerd om het in de productie wat bij te schaven en wordt hij in een aantal nummers zelfs compleet bedolven onder de instrumentatie.
Maar nog veel vervelender dan zijn beperkt stemgeluid is het feit dat Adams maar weinig moeite lijkt te doen. Hij zingt sommige zinnen alsof hij ze voor de eerste keer afleest, en zijn zanglijnen lijken na bijna dertig jaar gewenning minder dynamisch dan eerst. En hoe je het ook draait of keert: Adams moet op zijn zesenvijftigste niet meer over zestienjarige meisjes zingen.
Drummer Donnie Hamzik houdt zich nog het best overeind bij deze heropname. Hij is altijd al één van de betere Manowardrummers geweest en bevestigt dat hier ook. Bassist Joey DeMaio houdt zich ook nog wel degelijk overeind, al speelt hij één van zijn kenmerkende solo's ('William's Tale') toch redelijk slordig. Maar goed: naar deze twee zullen we dus niet wijzen in verband met dit album. Natuurlijk spelen ze niet beter dan op het origineel, maar het is ook niet storend slechter.
Gitarist Karl Logan is echter een ander paar mouwen. Op zijn algemene spel valt weinig aan te merken, maar zijn solo's komen gewoon lang niet zo sterk over als toen Ross the Boss ze speelde. Daarvoor staat de ondersteuning tijdens de solo's ook veel te luid in de mix, waardoor het allemaal behoorlijk saai wordt.
Hét ultieme dieptepunt is echter de afsluiter, wanneer Manowar één van hun beste nummers - 'Battle Hymn' - compleet verprutst tot een nauwelijks herkenbaar gedrocht. Ooit was 'Battle Hymn' een adrenalinestoot, maar deze nieuwe versie is een saaie, vervelende interpretatie die vooral voor verveling zorgt. Het tempo werd verlaagd, het geheel werd weer wat lager gespeeld en er is een bombast toegevoegd die enorm fake klinkt. Weg is de authenticiteit van dat nummer, en van enige bezieling is er ook geen sprake meer. De heropgenomen 'Battle Hymn' is een grote grap.
En dat kan eigenlijk wel over het complete album gezegd worden. 'Battle Hymns MMXI' klinkt eerder als een coverband van de oude Manowar, en dan nog niet eens een bijster goede. Natuurlijk blijven het sterke nummers, maar deze nieuwe versies overtuigen simpelweg niet en zijn vooral enorm overbodig. Voor mensen die geïnteresseerd zijn in Manowar: koop het originele 'Battle Hymns'. Voor hardcore verzamelaars: koop deze cd, berg hem op in je collectie en luister er nooit naar.
Geschreven voor Digg.be
Manowar is misschien wel hét symbool van de toffe kant van metal. Gespierde mannen in leren carnavalsoutfits, sterke homo-erotische spanningen en meebrulbare oermetal over de meest foute onderwerpen. Die aanpak kent uiteraard veel tegenhangers, want voor veel mensen is muziek nu eenmaal een serieuze zaak die niet luchtig mag opgenomen worden. Persoonlijk ben ik wel een fan van het Manowar dat zingt hoe wimps en posers de hal moeten verlaten, maar die groep bestaat helaas niet meer.
Ik was nog iemand die 'Gods of War' verdedigde: er werd inderdaad belachelijk veel gepraat op dat album, maar de muziek was nog altijd vrij goed. Maar je kan er niet omheen dat Manowar één grote commerce geworden is, die kapitalistische doeleinden camoufleert als devotie naar hun fans toe. Het geldgraaiende Manowar verdient nog weinig respect, en wanneer ze één van hun beste albums heropnemen kan je maar beter onder tafel kruipen, wachten tot het gedaan is en vervolgens de schade opmeten.
En die schade is vrij groot. Het eerste wat opvalt is - niet onlogisch - dat het album gekenmerkt wordt door een moderne, digitale productie. De plastieken sound verdrijft alle warmte die in het origineel zat, waardoor het album al meteen zijn oude charme verliest. Ik vraag mij oprecht af of er één Manowarfan is die het nieuwe geluid verkiest boven de warme analoge productie van het origineel.
Ook werd de muziek in zijn geheel een paar noten lager gespeeld, waardoor alles zwaarder en serieuzer klinkt. Weg is de fun van het album. Bovendien past die overdreven bombast gewoon niet bij het album: dat ze 'Kings of Metal' deze behandeling zouden geven zou nog enigszins steek houden (al mag ik hopen dat ze van dat album afblijven), maar 'Battle Hymns' heeft die niet-al-te-zware rocksound gewoon nodig. Zo wordt bijvoorbeeld 'Fast Taker' nu volledig begraven onder de lagere gitaarsound.
Zanger Eric Adams is uiteraard de persoon die het zwaarst afziet. Zijn stem heeft logischerwijs sterk ingeboet qua bereik en zijn typerende hoge noten weet hij in de verste verten niet meer te halen. Maar dat is nu eenmaal een probleem waar je niet omheen kan, ook al hebben ze geprobeerd om het in de productie wat bij te schaven en wordt hij in een aantal nummers zelfs compleet bedolven onder de instrumentatie.
Maar nog veel vervelender dan zijn beperkt stemgeluid is het feit dat Adams maar weinig moeite lijkt te doen. Hij zingt sommige zinnen alsof hij ze voor de eerste keer afleest, en zijn zanglijnen lijken na bijna dertig jaar gewenning minder dynamisch dan eerst. En hoe je het ook draait of keert: Adams moet op zijn zesenvijftigste niet meer over zestienjarige meisjes zingen.
Drummer Donnie Hamzik houdt zich nog het best overeind bij deze heropname. Hij is altijd al één van de betere Manowardrummers geweest en bevestigt dat hier ook. Bassist Joey DeMaio houdt zich ook nog wel degelijk overeind, al speelt hij één van zijn kenmerkende solo's ('William's Tale') toch redelijk slordig. Maar goed: naar deze twee zullen we dus niet wijzen in verband met dit album. Natuurlijk spelen ze niet beter dan op het origineel, maar het is ook niet storend slechter.
Gitarist Karl Logan is echter een ander paar mouwen. Op zijn algemene spel valt weinig aan te merken, maar zijn solo's komen gewoon lang niet zo sterk over als toen Ross the Boss ze speelde. Daarvoor staat de ondersteuning tijdens de solo's ook veel te luid in de mix, waardoor het allemaal behoorlijk saai wordt.
Hét ultieme dieptepunt is echter de afsluiter, wanneer Manowar één van hun beste nummers - 'Battle Hymn' - compleet verprutst tot een nauwelijks herkenbaar gedrocht. Ooit was 'Battle Hymn' een adrenalinestoot, maar deze nieuwe versie is een saaie, vervelende interpretatie die vooral voor verveling zorgt. Het tempo werd verlaagd, het geheel werd weer wat lager gespeeld en er is een bombast toegevoegd die enorm fake klinkt. Weg is de authenticiteit van dat nummer, en van enige bezieling is er ook geen sprake meer. De heropgenomen 'Battle Hymn' is een grote grap.
En dat kan eigenlijk wel over het complete album gezegd worden. 'Battle Hymns MMXI' klinkt eerder als een coverband van de oude Manowar, en dan nog niet eens een bijster goede. Natuurlijk blijven het sterke nummers, maar deze nieuwe versies overtuigen simpelweg niet en zijn vooral enorm overbodig. Voor mensen die geïnteresseerd zijn in Manowar: koop het originele 'Battle Hymns'. Voor hardcore verzamelaars: koop deze cd, berg hem op in je collectie en luister er nooit naar.
Geschreven voor Digg.be
Mercenary - Metamorphosis (2011)

1,0
0
geplaatst: 25 maart 2011, 16:29 uur
Als we u eens geheel ongenuanceerd onze mening mogen opdringen: Mercenary is de beste band die zich ooit aan melodische deathmetal gewaagd heeft. Dit subgenre (kortweg melodeath) biedt niet bepaald inventieve muziek. In feite zijn er twee kampen. Vanuit het Zweedse Göteborg ontstonden bands zoals At the Gates, die het zware karakter van de muziek in stand hielden. Vanuit Finland kwam dan weer de door keyboards overladen melodeath die Children of Bodom bekend maakte. Ken je die twee groepen, dan ken je grofweg het hele genre. Behalve Mercenary.
Mercenary is misschien wel de enige band binnen het genre die intelligent geschreven nummers koppelde aan quasi poëtische teksten. Niet alleen kon de band je volledig wegblazen met stevige passages, ze vonden ook steeds ruimte voor tempowisselingen en nieuwigheden om alles interessant te houden. Er straalde een soort optimistische melancholie van deze band uit, je voelde dat dit iets meer was dan weer een hoopje Scandinaviërs dat hun best deed om de Dark Tranquility-sound te evenaren. Dit zijn echte muzikanten die hun hart in hun muziek steken, maar er ook flink over nadenken.
Eén van de drijvende krachten was oprichter Henrik Andersen, "Kral" voor de vrienden: een sterke bassist en grunter die deze visie binnen de band bracht. Na een niet geheel memorabel debuut werden meesterwerken ‘Everblack' en '11 Dreams' gecreëerd. Andersen leek de oerkracht waar de gehele band op steunde, en toen hij de band verliet werd er verwacht dat Mercenary zijn creatieve draaischijf verloren had.
De daaropvolgende albums, ‘The Hours that Remain' en ‘Architect of Lies', zorgden echter wederom voor vuurwerk in onze oren. Kral bleek dan toch niet onvervangbaar te zijn. Wie inmiddels wel als onmisbaar gezien werd is Mikkel Sandager, één van de meest opmerkelijke zangers in de hele metalscene. Mikkel heeft één van de meest pure, zuivere en emotionele stemmen die u ooit in de wereld van "ruige muziek" zal tegenkomen. Zijn behoorlijk theatrale zangpartijen zijn niet minder dan perfect voor de afwisselende agressie en melancholie die de band zo gekenmerkt heeft. Luister bijvoorbeeld maar eens naar nummers als ‘Redefine Me' en ‘Isolation (The Loneliness in December)' en laat u overdonderen door de kracht van zijn stem.
U heeft gelijk als u zich nu luidop begint af te vragen wanneer ik met het effectieve recenseren van dit album begin, maar deze inleiding/lofzang staat hier niet zonder reden. Zoals duidelijk moge zijn, is Mercenary één van mijn meest geliefde bands binnen de gehele muziekwereld. Die liefde kent talrijke oorzaken: de emotionele lading en de precieze opbouw van de nummers, de hemelse stem van Mikkel Sandager, de ambitie om meer te zijn dan "weer eens een melodeath band"... Nu weet u ook wat voor een slag in het gezicht het is om te moeten constateren dat niets van die kenmerken overgebleven zijn op ‘Metamorphosis'.
Sandager, de toetsenist en de drummer verlieten de band wegens "creatief verschillende visies". Waar het schoentje voor deze heren knelde is pijnlijk duidelijk op het toepasselijk getitelde ‘Metamorphosis'. De ambitieuze, creatieve band die hierboven beschreven werd, is de metamorfose ondergaan tot een standaard metalband zoals er wel dertien in een dozijn bestaan. De band is getransformeerd tot een onorigineel melodeathcollectief dat helemaal niets te maken heeft met de muziek waar de naam Mercenary ooit voor stond.
Het makkelijkste voorbeeld hiervan is de behoorlijk hoeveelheid core-invloeden die in hun sound gekropen zijn. Nu is metalcore meer dan waarschijnlijk het minst geïnspireerde metalsubgenre. Bij een eerste luisterbeurt heb je dus al een heel sterk déjà-entendu gevoel. Het gebruikelijke geschreeuw staat stevig op de voorgrond, de riffs zijn saai en zorgzaam songwriting maakt plaats voor de typische powerchord breaks waar ik een beetje triest van word.
Heel, heel af en toe horen we glimpen van de genialiteit van weleer, maar die worden bedolven onder de saaie, zielloze, commerciële, artificiële muziek die tegenwoordig eenmaal hoogtij viert binnen het genre. Melodeath is succesvol gebleken, waarna de industrie zich van zijn slechtste kant liet zien. Als albums als ‘Stabbing the Drama' van Soilwork of ‘Are You Dead Yet?' van Children of Bottom je bevallen, zal ik niet beweren dat je dit album moet vermijden. Ik kan alleen voor mezelf spreken: net als de twee eerder genoemde albums is dit in mijn oren een afschuwelijke plaat waar een populair genre versimpeld wordt, inventiviteit zoek is en waar de muzikanten duidelijk geen enkele liefde ingestoken hebben. Het zal niet het slechtste album zijn dat ik dit jaar hoor, maar wel met afstand het pijnlijkste. Vergeet ‘Metamorphosis'. Ik wil er niet teveel woorden aan vuilmaken. Om af te ronden kom ik nog eens even terug op hoe geweldig deze band vroeger was.
De reden dat dit debacle in de eerste plaats ontstaan is, is pure commerce: je kan het als band gerust "creatief verschillende visies" noemen, maar iemand die bezorgd is om het creatieve aspect van zijn band - en überhaupt een visie heeft die niet rond zijn bankrekening draait - komt niet aanzetten met een mengelmoes van alles wat de kinderen tegenwoordig hip vinden. Mercenary is nooit de meest bekende of lucratieve band geweest. De helft die vorig jaar niet uit de band stapte, is duidelijk het deel dat centen geroken had.
Maar als u één zaak moet onthouden van deze recensie is het wel dat er ooit eens een geniale band bestond die vier van de meest kleurrijke metalalbums ooit geproduceerd heeft. Dat er nu een generieke band bestaat die toevallig dezelfde naam heeft is bijzaak. Dus zoek de oudere albums van Mercenary op of wacht met mij mee op de release van Mikkel Sandagers nieuwe project, maar blijf vooral uit de buurt van ‘Metamorphosis'.
Geschreven voor Digg.be
Mercenary is misschien wel de enige band binnen het genre die intelligent geschreven nummers koppelde aan quasi poëtische teksten. Niet alleen kon de band je volledig wegblazen met stevige passages, ze vonden ook steeds ruimte voor tempowisselingen en nieuwigheden om alles interessant te houden. Er straalde een soort optimistische melancholie van deze band uit, je voelde dat dit iets meer was dan weer een hoopje Scandinaviërs dat hun best deed om de Dark Tranquility-sound te evenaren. Dit zijn echte muzikanten die hun hart in hun muziek steken, maar er ook flink over nadenken.
Eén van de drijvende krachten was oprichter Henrik Andersen, "Kral" voor de vrienden: een sterke bassist en grunter die deze visie binnen de band bracht. Na een niet geheel memorabel debuut werden meesterwerken ‘Everblack' en '11 Dreams' gecreëerd. Andersen leek de oerkracht waar de gehele band op steunde, en toen hij de band verliet werd er verwacht dat Mercenary zijn creatieve draaischijf verloren had.
De daaropvolgende albums, ‘The Hours that Remain' en ‘Architect of Lies', zorgden echter wederom voor vuurwerk in onze oren. Kral bleek dan toch niet onvervangbaar te zijn. Wie inmiddels wel als onmisbaar gezien werd is Mikkel Sandager, één van de meest opmerkelijke zangers in de hele metalscene. Mikkel heeft één van de meest pure, zuivere en emotionele stemmen die u ooit in de wereld van "ruige muziek" zal tegenkomen. Zijn behoorlijk theatrale zangpartijen zijn niet minder dan perfect voor de afwisselende agressie en melancholie die de band zo gekenmerkt heeft. Luister bijvoorbeeld maar eens naar nummers als ‘Redefine Me' en ‘Isolation (The Loneliness in December)' en laat u overdonderen door de kracht van zijn stem.
U heeft gelijk als u zich nu luidop begint af te vragen wanneer ik met het effectieve recenseren van dit album begin, maar deze inleiding/lofzang staat hier niet zonder reden. Zoals duidelijk moge zijn, is Mercenary één van mijn meest geliefde bands binnen de gehele muziekwereld. Die liefde kent talrijke oorzaken: de emotionele lading en de precieze opbouw van de nummers, de hemelse stem van Mikkel Sandager, de ambitie om meer te zijn dan "weer eens een melodeath band"... Nu weet u ook wat voor een slag in het gezicht het is om te moeten constateren dat niets van die kenmerken overgebleven zijn op ‘Metamorphosis'.
Sandager, de toetsenist en de drummer verlieten de band wegens "creatief verschillende visies". Waar het schoentje voor deze heren knelde is pijnlijk duidelijk op het toepasselijk getitelde ‘Metamorphosis'. De ambitieuze, creatieve band die hierboven beschreven werd, is de metamorfose ondergaan tot een standaard metalband zoals er wel dertien in een dozijn bestaan. De band is getransformeerd tot een onorigineel melodeathcollectief dat helemaal niets te maken heeft met de muziek waar de naam Mercenary ooit voor stond.
Het makkelijkste voorbeeld hiervan is de behoorlijk hoeveelheid core-invloeden die in hun sound gekropen zijn. Nu is metalcore meer dan waarschijnlijk het minst geïnspireerde metalsubgenre. Bij een eerste luisterbeurt heb je dus al een heel sterk déjà-entendu gevoel. Het gebruikelijke geschreeuw staat stevig op de voorgrond, de riffs zijn saai en zorgzaam songwriting maakt plaats voor de typische powerchord breaks waar ik een beetje triest van word.
Heel, heel af en toe horen we glimpen van de genialiteit van weleer, maar die worden bedolven onder de saaie, zielloze, commerciële, artificiële muziek die tegenwoordig eenmaal hoogtij viert binnen het genre. Melodeath is succesvol gebleken, waarna de industrie zich van zijn slechtste kant liet zien. Als albums als ‘Stabbing the Drama' van Soilwork of ‘Are You Dead Yet?' van Children of Bottom je bevallen, zal ik niet beweren dat je dit album moet vermijden. Ik kan alleen voor mezelf spreken: net als de twee eerder genoemde albums is dit in mijn oren een afschuwelijke plaat waar een populair genre versimpeld wordt, inventiviteit zoek is en waar de muzikanten duidelijk geen enkele liefde ingestoken hebben. Het zal niet het slechtste album zijn dat ik dit jaar hoor, maar wel met afstand het pijnlijkste. Vergeet ‘Metamorphosis'. Ik wil er niet teveel woorden aan vuilmaken. Om af te ronden kom ik nog eens even terug op hoe geweldig deze band vroeger was.
De reden dat dit debacle in de eerste plaats ontstaan is, is pure commerce: je kan het als band gerust "creatief verschillende visies" noemen, maar iemand die bezorgd is om het creatieve aspect van zijn band - en überhaupt een visie heeft die niet rond zijn bankrekening draait - komt niet aanzetten met een mengelmoes van alles wat de kinderen tegenwoordig hip vinden. Mercenary is nooit de meest bekende of lucratieve band geweest. De helft die vorig jaar niet uit de band stapte, is duidelijk het deel dat centen geroken had.
Maar als u één zaak moet onthouden van deze recensie is het wel dat er ooit eens een geniale band bestond die vier van de meest kleurrijke metalalbums ooit geproduceerd heeft. Dat er nu een generieke band bestaat die toevallig dezelfde naam heeft is bijzaak. Dus zoek de oudere albums van Mercenary op of wacht met mij mee op de release van Mikkel Sandagers nieuwe project, maar blijf vooral uit de buurt van ‘Metamorphosis'.
Geschreven voor Digg.be
