Hier kun je zien welke berichten Earlyspencer als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
De kracht van dit album schuilt in het totaalplaatje. Het is een meesterlijke samensmelting van sterke, zelfgeschreven nummers, radicaal herwerkte covers, de strakke ritmesectie van Sly & Robbie en de grafische vormgeving van haar toenmalige partner Jean-Paul Goude. Wat dat laatste betreft: het knip- en plakwerk is bewonderenswaardig, zeker in een tijdperk waarin 'Photoshop' wellicht niets meer was dan een tweedehandswinkel voor analoge fototoestellen ergens in Brixton.
Merkwaardig, dat kortgeschoren koppie komt me bekend voor. Stond dat niet ook op de hoes van haar vorige album Warm Leatherette? Mede door haar stijlistische outfit - R.I.P. meneer Armani - oogt Jones op Nightclubbing nog androgyner. Ze overtreft hierbij zowel de Transsylvanische Tim Curry als David Bowie in diens Man (m/v/x) Who Sold the World- en Ziggy-periode. Geen toeval dus, dat het titelnummer oorspronkelijk van Bowie en Iggy Pop komt.
La Jones had zich al een album eerder losgerukt van haar discoverleden. De diva-attitude is gebleven, maar de discobeats maakten begin jaren ’80 plaats voor een krachtige mix van soul, funk, reggae en new wave. Hierbij wordt serieus aan dansbaarheid ingeboet. Al kan een DJ nummers als ’Walking in the Rain’, ’Use Me’, ’Nightclubbing’ en ’Demolition Man’ straffeloos laten volgen op hits van pakweg Anne Clark of Sisters of Mercy.
Maar als je een echt feestnummer nodig hebt en het paard van Van Duin nog even in de gang wil laten wachten, is ’Pull up to the Bumper’ een absolute aanrader. Zou het ritmeverslaafde dansvloervolk doorhebben dat het bumperkleven en de toeterende auto’s metaforisch staan voor een uitnodiging tot rectaal geslachtsverkeer? ”Drive it in between!” In liveshows durft Jones tijdens dit nummer al eens publiek op het podium uit te nodigen, vaak tot wanhoop van de securitycrew. Het was tijdens de vijf optredens die ik bijwoonde steeds een hoogtepunt. En dat is het ook op deze plaat.
Een ander hoogtepunt is natuurlijk de Piazzolla-bewerking - noem het geen cover - ’I’ve Seen That Face Before (Libertango)’. Hoeveel internationale nummer één hits kent u waarin de accordeon zo’n prominente rol speelt? Zelfs in ’The Birdie Song’ uit datzelfde knotsgekke 1981 neemt een synth deze rol op zich. Omdat ik geen zwakke songs op Nightclubbing ontwaar, behaalt Grace Jones hier voor mij synchroon haar commercieel en artistiek hoogtepunt.
Ook voor een plaat zonder overkoepelend concept, pöëtische pracht, diepgaande introspectie of onderbouwde maatschappijkritiek is plaats in mijn Vijfsterren-beweging. Hiermee vergeleken oogt en klinkt Lady Gaga als een postmodern niemendalletje. En dan is zij misschien nog degene die artistiek het dichtst in de buurt komt van Grace Jones. Ja, ik ben nog steeds stapel op dit manwijf uit Jamaica waar leeftijd en hokjesdenken geen vat op lijken te hebben.