Hier kun je zien welke berichten Earlyspencer als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Soft Cell - Non-Stop Erotic Cabaret (1981)

4,5
5
geplaatst: 24 juni 2025, 23:11 uur
Het moet voor heel wat luisteraars even slikken zijn geweest toen ze deze LP in huis haalden, gelokt door die ene monsterhit. Want wie zich verheugde op een reeks complexloze dansknallers, kwam wellicht van een koude kermis thuis. En gelukkig maar! Op de hoes van Non-Stop Erotic Cabaret prijken Marc Almond en David Ball als twee neefjes van De Vieze Man — bepaald geen uitnodiging tot massaconsumptie van de plaat. Maar commercieel succes stond nooit bovenaan het verlanglijstje van Soft Cell. Het visueel contrast kan haast niet groter met de hoezen van de vroege Roxy Music-albums, waar schaars geklede modellen de toon zetten. Muzikaal echter, zijn er wél duidelijke raakvlakken: Soft Cell borduurt voort op dezelfde arty-farty traditie, maar dan vertaald naar de sound van de vroege jaren '80. Die werd gekleurd door elektronische toeters en bellen. Soft Cell voegde daar stilistische branie aan toe.
Op Frustration kruipt Almond — niet voor het laatst in zijn carrière — in de huid van iemand die een flink stuk ouder is dan de twintiger die hij toen nog was. Een man kijkt mistroostig terug op zijn al te gewone bestaan en vindt nog slechts flinters van plezier in het wieden van de tuin of het gluren naar meisjes. Gelukkig gluurt hij niet onder schooluniformrokken – zó ranzig wordt het nu ook weer niet. Een hitsige saxofoon die halverwege de synthetische klanken komt begeleiden, doet vermoeden dat de gefrustreerde man aan zijn trekken komt in een achterstedelijk etablissement. Daar wordt hem tegen betaling het zicht gegund op een bevlekte vleesvitrine.
De bruuske overgang naar Tainted Love vind ik jammer, het onderbreekt enigszins de verhaallijn. Over dit megasucces is in deze rubriek en elders al heel veel digitale inkt gevloeid. Toch nog dit weetje: Marc Almond heeft een uitgesproken haat-liefdeverhouding met het nummer. Van taxichauffeurs over slecht geïnformeerde journalisten tot een weinig geïnteresseerd festivalpubliek: men blijft hem na bijna 45 jaar nog steeds de oren van de kop zagen over deze coversong. En dat gaat dan ten koste van aandacht voor zijn eigen, vaak ondergewaardeerde songwriting. Tegelijk heeft die ene wereldhit wel talloze deuren voor hem geopend — niet alleen die van zijn bankfiliaal en meerdere plantenfirma's. Zonder Tainted Love had hij wellicht nooit Freddie Mercury of Andy Warhol kunnen ontmoeten. Momenten waar hij met groot genoegen over vertelt in zijn autobiografie ... 'Tainted Life'.
Wie de 12 inch remix kent, betreurt misschien dat nu niet vloeiend wordt overgegaan richting Where Did Our Love Go. Op de 45 toeren hitsingle is dat het losgeknipt b-kantje. Op deze langspeelplaat gaat Tainted Love vlot over in Seedy Films en dat is ook niet mis. Thematisch sluit dit nummer dan weer aan bij de albumopener. Alleen lijkt nu niet de klant aan het woord, maar de sekswerker zelf: “Phone me tonight and maybe we can talk dirty.” Of misschien gaat het om een vluchtige date — in Almonds teksten is zelden meteen duidelijk wiens vork in wiens steel zit.
Het absolute pareltje op deze plaat is Youth. Dave Ball tovert er weemoedige klanken tevoorschijn, terwijl Almond – ook niet voor het laatst in zijn carrière – de blik achterom werpt. De verhaallijn van de Vieze Man en zijn lustobject lijkt opnieuw te worden onderbroken, maar dat stoort niet. En misschien staan de jeugdjaren hier wel symbool voor de verloren onschuld van de klant. Of van de sekswerker: de vork en de steel, u weet wel.
Enter de Sexsmurf met z'n flexibele slurf! Sex Dwarf is pas het tweede dansbare nummer op Non-Stop .... Met zo'n titel en onderwerp kan je enige radio-airplay wel op je gladgeschoren buik schrijven. Lees zeker eens de autobiografie over de verboden bijhorende videoclip. Wat bedoeld was als grap werd ongewild de eerste commerciële zelfmoordpoging van Soft Cell. De hier nog onbesproken band Leather Strip - MusicMeter.nl bracht ooit een Soft Cell tribute-album uit. De titel 'Anal Cabaret' verraadt welk nummer hun voorkeur geniet.
Op kant B begint Almond a capella, en dat vind ik een nog lelijker schoonheidsfoutje dan de seconde stilte tussen de eerste twee songs op kant A. Gelukkig schiet Dave Ball gauw te hulp en wordt Entertain Me alsnog een uptempo nummer, en eigenlijk danssong nummer drie. De tekst gaat over een zanger die misbegrepen wordt door een ongeduldig publiek. Visionaire Marc!
Er wordt vloeiend overgegaan in het nog meer dansbare Chips on my Shoulder. Hier is opnieuw een man in volle midlifecrisis aan het woord maar dan zonder vluchtgedrag. Bedsitter is net iets minder dansbaar, maar tekstueel is dit voor mij het hoogtepunt van de plaat. Dit nummer over adolescente eenzaamheid was hoofdzakelijk een hit in hun eigen land, in Brexit-land dus.
Secret Life heeft een Motown ritme of moeten we zeggen 'Northern Soul'. Tekstueel is deze song één van de minst excentrieke. Toch is het een eigen Almond & Ball compositie. Als ik één nummer van dit album zou moeten inruilen voor de eerder genoemde Supremes-cover, dan zou ik deze kiezen. Maar een slecht nummer is het zeker niet en thematisch past het prima op deze plaat.
Say Hello Wave Goodbye is één van de songs waar Almond het meest trots op is. Hij wilde Franse chansons en cabaret vertalen naar zijn leefwereld. Daar is hij met roze verve in geslaagd, en dit werd Soft Cells op twee na grootste hit. Maar al snel zou blijken dat de appreciatie niet universeel was. In zijn autobiografie klinkt hij twintig jaar later nog steeds verbitterd over een spottende radio-dj die de laatste zangnoot expres kattevals bracht als afkondiging.
Het valt me nu pas op hoeveel goede nummers op Non-Stop... staan. En ondanks hun relatief korte speelduur zijn het heus niet enkel potentiële hitsingles en opvullertjes. De thematiek was – en is – best gewaagd te noemen. Al is het jammer dat die zich niet consequenter doortrekt. Dan hadden we kunnen spreken van een conceptalbum. Vier en een halve ster omdat op de originele LP die ik bezit, Soft Cells op één na grootste hit niet staat. Torch is mijn absolute favoriet en een zogenaamde stand-alone single: eentje die niet op een gelijktijdige studioplaat is verschenen. Torch verkeert in het prima gezelschap van andere albumloze hits als "Hey Jude", "Jumping Jack Flash" en "John I'm Only Dancing." Als u ook alleen maar wil dansen, kan ik deze lekkere dansplaat met een hoek af ten zeerste aanbevelen.
Op Frustration kruipt Almond — niet voor het laatst in zijn carrière — in de huid van iemand die een flink stuk ouder is dan de twintiger die hij toen nog was. Een man kijkt mistroostig terug op zijn al te gewone bestaan en vindt nog slechts flinters van plezier in het wieden van de tuin of het gluren naar meisjes. Gelukkig gluurt hij niet onder schooluniformrokken – zó ranzig wordt het nu ook weer niet. Een hitsige saxofoon die halverwege de synthetische klanken komt begeleiden, doet vermoeden dat de gefrustreerde man aan zijn trekken komt in een achterstedelijk etablissement. Daar wordt hem tegen betaling het zicht gegund op een bevlekte vleesvitrine.
De bruuske overgang naar Tainted Love vind ik jammer, het onderbreekt enigszins de verhaallijn. Over dit megasucces is in deze rubriek en elders al heel veel digitale inkt gevloeid. Toch nog dit weetje: Marc Almond heeft een uitgesproken haat-liefdeverhouding met het nummer. Van taxichauffeurs over slecht geïnformeerde journalisten tot een weinig geïnteresseerd festivalpubliek: men blijft hem na bijna 45 jaar nog steeds de oren van de kop zagen over deze coversong. En dat gaat dan ten koste van aandacht voor zijn eigen, vaak ondergewaardeerde songwriting. Tegelijk heeft die ene wereldhit wel talloze deuren voor hem geopend — niet alleen die van zijn bankfiliaal en meerdere plantenfirma's. Zonder Tainted Love had hij wellicht nooit Freddie Mercury of Andy Warhol kunnen ontmoeten. Momenten waar hij met groot genoegen over vertelt in zijn autobiografie ... 'Tainted Life'.
Wie de 12 inch remix kent, betreurt misschien dat nu niet vloeiend wordt overgegaan richting Where Did Our Love Go. Op de 45 toeren hitsingle is dat het losgeknipt b-kantje. Op deze langspeelplaat gaat Tainted Love vlot over in Seedy Films en dat is ook niet mis. Thematisch sluit dit nummer dan weer aan bij de albumopener. Alleen lijkt nu niet de klant aan het woord, maar de sekswerker zelf: “Phone me tonight and maybe we can talk dirty.” Of misschien gaat het om een vluchtige date — in Almonds teksten is zelden meteen duidelijk wiens vork in wiens steel zit.
Het absolute pareltje op deze plaat is Youth. Dave Ball tovert er weemoedige klanken tevoorschijn, terwijl Almond – ook niet voor het laatst in zijn carrière – de blik achterom werpt. De verhaallijn van de Vieze Man en zijn lustobject lijkt opnieuw te worden onderbroken, maar dat stoort niet. En misschien staan de jeugdjaren hier wel symbool voor de verloren onschuld van de klant. Of van de sekswerker: de vork en de steel, u weet wel.
Enter de Sexsmurf met z'n flexibele slurf! Sex Dwarf is pas het tweede dansbare nummer op Non-Stop .... Met zo'n titel en onderwerp kan je enige radio-airplay wel op je gladgeschoren buik schrijven. Lees zeker eens de autobiografie over de verboden bijhorende videoclip. Wat bedoeld was als grap werd ongewild de eerste commerciële zelfmoordpoging van Soft Cell. De hier nog onbesproken band Leather Strip - MusicMeter.nl bracht ooit een Soft Cell tribute-album uit. De titel 'Anal Cabaret' verraadt welk nummer hun voorkeur geniet.
Op kant B begint Almond a capella, en dat vind ik een nog lelijker schoonheidsfoutje dan de seconde stilte tussen de eerste twee songs op kant A. Gelukkig schiet Dave Ball gauw te hulp en wordt Entertain Me alsnog een uptempo nummer, en eigenlijk danssong nummer drie. De tekst gaat over een zanger die misbegrepen wordt door een ongeduldig publiek. Visionaire Marc!
Er wordt vloeiend overgegaan in het nog meer dansbare Chips on my Shoulder. Hier is opnieuw een man in volle midlifecrisis aan het woord maar dan zonder vluchtgedrag. Bedsitter is net iets minder dansbaar, maar tekstueel is dit voor mij het hoogtepunt van de plaat. Dit nummer over adolescente eenzaamheid was hoofdzakelijk een hit in hun eigen land, in Brexit-land dus.
Secret Life heeft een Motown ritme of moeten we zeggen 'Northern Soul'. Tekstueel is deze song één van de minst excentrieke. Toch is het een eigen Almond & Ball compositie. Als ik één nummer van dit album zou moeten inruilen voor de eerder genoemde Supremes-cover, dan zou ik deze kiezen. Maar een slecht nummer is het zeker niet en thematisch past het prima op deze plaat.
Say Hello Wave Goodbye is één van de songs waar Almond het meest trots op is. Hij wilde Franse chansons en cabaret vertalen naar zijn leefwereld. Daar is hij met roze verve in geslaagd, en dit werd Soft Cells op twee na grootste hit. Maar al snel zou blijken dat de appreciatie niet universeel was. In zijn autobiografie klinkt hij twintig jaar later nog steeds verbitterd over een spottende radio-dj die de laatste zangnoot expres kattevals bracht als afkondiging.
Het valt me nu pas op hoeveel goede nummers op Non-Stop... staan. En ondanks hun relatief korte speelduur zijn het heus niet enkel potentiële hitsingles en opvullertjes. De thematiek was – en is – best gewaagd te noemen. Al is het jammer dat die zich niet consequenter doortrekt. Dan hadden we kunnen spreken van een conceptalbum. Vier en een halve ster omdat op de originele LP die ik bezit, Soft Cells op één na grootste hit niet staat. Torch is mijn absolute favoriet en een zogenaamde stand-alone single: eentje die niet op een gelijktijdige studioplaat is verschenen. Torch verkeert in het prima gezelschap van andere albumloze hits als "Hey Jude", "Jumping Jack Flash" en "John I'm Only Dancing." Als u ook alleen maar wil dansen, kan ik deze lekkere dansplaat met een hoek af ten zeerste aanbevelen.
Soft Cell - This Last Night... in Sodom (1984)

3,5
1
geplaatst: 4 februari, 17:08 uur
Ontkennen is liegen: platenreviews schrijven en herlezen is voor mij vaak een vorm van geestelijke zelfbevrediging. Maar af en toe levert het in m’n kop geen happy end op, na ook al geen happy beginning. Ik hoef er gelukkig nog niet voor naar de mentale uroloog, maar een album beoordelen waar ik vijfentwintig jaar stof van moet afblazen, blijkt telkens een vorm van torment. Zeker wanneer het artiesten betreft die ik hoog heb zitten.
Midden oktober 2025 nam ik de tijd voor drie — allesbehalve gemakkelijke — luisterbeurten van This Last Night ... in Sodom. Dat waren er nog enkele te weinig voor een gefundeerd oordeel. Het leek me geschikt om een poosje naar andere muziek te luisteren, maar de doeltreffendheid van die zelftherapie heb ik niet meteen kunnen toetsen. De dood van Dave Ball leidde me naar het meer toegankelijk werk van de man. Wat This Last Night ... betreft, hield ik bewust een onthoudingsperiode van meerdere maanden.
Soft Cell ontstond ooit met een nobel streven: “Punk-attitude: ja, rockgeluid: nee.” Het eerste principe wordt op deze plaat extra in de spuitbusverf gezet, maar gelijktijdig verloochent dit synthpop-duo meermaals zijn tweede principe. Die ambiguïteit is nergens zo duidelijk als op 'Mr. Self Destruct'. Marc Almond wenst iedereen inclusief zichzelf de hoogste boom in terwijl Dave Ball met tien spreekwoordelijke middelvingers z’n klavier betokkelt. Een welgemeende F.Y. aan alle commerciële geplogenheden in de muziekindustrie is een beproefd recept doorheen het oeuvre van Almond en Ball. Maar op dit album is die rode draad een vuistdikke kabel geworden. De onnatuurlijke rocksound op deze opener wil ik er voor één keertje wel bijnemen.
Maar 'Slave to This'? Dat is voor mij onversneden Mambas-trash: een woordenbrij van een drammerige Almond op een bedje van snerpende, melodie-arme tonen. Naar deze song luisteren is een vorm van zelfkwelling en wellicht exact zo bedoeld. De lekker chaotische inner sleeve maakt niet meteen duidelijk wie welk instrument bespeelt, maar de bijdrage van Gini Ball (Daves vrouw en violiste bij The Mambas) voelt als een gevalletje ‘Yoko-ificatie’. Een cabaret-trio wist dit treffend te vertalen naar talloze schouwburgen in de Lage Landen: “Wanneer mijn eega het publiek met haar vioolwerk tergt en kwelt, is dat zinloos of zinvol geweld?”
Met 'Little Rough Rhinestone' tovert Ball eindelijk die typische Soft Cell-klanken uit zijn tovermachine. De toevoeging van de saxofoon roept warme herinneringen op aan de iconische trompet in 'Torch'. Het blijft lekker melodisch, al stoort het me wanneer de zang- en saxofoonpartijen elkaar proberen te overstemmen. Het lijkt wel alsof elk risico op een gepolijst popnummer koste wat kost moest worden vermeden. Thematisch klopt het wel om met dit soort fricties de song een tikkeltje ruwer (!) te maken. 'Mr. Self Sabotage' had een alternatieve songtitel kunnen zijn.
De kip of het ei… Soft Cell of Depeche Mode? Het is niet eenvoudig te achterhalen wie op welk moment wie heeft geïnspireerd. 'Meet Murder My Angel' is het meest toegankelijke nummer op This Last Night ... en had niet misstaan op Some Great Reward. Maar waarom is Almonds stem op deze potentiële hit vervormd tot bijna zacht gefluister? Uit koppige onwil, wellicht. En een niet te stuiten drang tot zelfvernietiging.
Voor 'The Best Way to Kill' heeft Ball zijn keyboard opnieuw aan een batterij gitaarpedalen gekoppeld. Toen ik Soft Cell dit nummer begin jaren 2000 in Brussel live zag spelen, hanteerde Almond een vuurrode Fender Stratocaster waar zo mogelijk nóg meer effecten op waren aangesloten. Zonde van het kostbare instrument. Gelukkig bleef Almonds stem gespaard van vervorming. Helaas stond er ook geen filter op de teksthoeveelheid. Dat alles maakt van 'The Best Way to Kill' een gejaagd rocknummer waar ik het warm noch koud van krijg. De thematische achtergrond zie ik wel als een lichtpuntje: de titel verwijst naar het felle debat over de herinvoering van de doodstraf tijdens het Thatcher-tijdperk. In tegenstelling tot hun concullega Gary Numan stonden Almond en Ball destijds aan de juiste kant van het politieke spectrum. Die positie is op zich niet merkwaardig, wel het feit dat ze die artistiek ventileerden.
Dat ik ook in 'L’Esqualita' weinig Soft Cell-geluid herken, deert me deze keer niet. Integendeel: dit zwoele nummer in de beste Marc and the Mambas-traditie is voor mij het absolute prijsbeest op This Last Night ... Bovenop de dramatische tekst laat ook de hijgende saxofoon weinig aan de verbeelding over. Het ‘schooltje’ waar Almond de luisteraar mee naartoe neemt, blijkt trouwens echt te bestaan; een New Yorks etablissement waar in meerdere betekenissen met geslachten wordt gespeeld. De flamingoroze thematiek werd eerder al bezongen in klassiekers als 'Say Hello, Wave Goodbye'. Anderhalf decennium later zouden Almond en The Artist Formerly Known As Antony elkaar in precies deze club voor het eerst hebben ontmoet.
Ik zie het zo voor me: Almond en Ball die het voornemen kenbaar maken om nóg eens een relatief onbekend soulnummer te coveren. Verblind door dollartekens geven de platenbonzen groen licht, zich onvoldoende bewust van de zelfvernietigende intenties van het duo. Maar ’Down in the Subway' werd natuurlijk nooit een tweede 'Tainted Love'. Het origineel van Jack Hammer bevat technisch hoogstaande vocalen. Dat Almond het aandurfde om daar zijn eigen twist aan te geven, toont aan wat voor een lefgozer hij was.
In de vrij minimalistische sound van 'Surrender to a Stranger' zijn echo’s van Depeche Mode te herkennen. Maar het ranzige randje plaatst het nummer in een sleazier biotoop dan die waarover Gahan en co doorgaans zingen. Juist daardoor klinkt ’Surrender to a Stranger’ zo vintage Soft Cell. Almond levert hier misschien wel zijn sterkste prestatie van het album:
“That businessman smell found in one night hotels.
The sheets are unwashed from the stories they tell.
Tobacco and sweat and initials in dust.
The man at the desk throws you looks of disgust.”
Even verderop komen de Bijbelse holen des verderfs ’Sodom’ en ’Gomorrah’ ter sprake. Het thema van totale lichamelijke overgave aan een vreemde inspireerde zeventien jaar eerder al de Velvet Underground. Voor hun 'Venus in Furs' werd in het Orwelliaanse jaar 1984 een hitsig trio opvolgers gevonden: naast dit onwelriekende Soft Cell-nummer ook het opzwepende ’Master and Servant’ en de hedonistische relaxatie-oefening van Frankie & co. Eén ervan werd geen hit, u mag drie keer raden.
’Soul Inside’ is als bescheiden hitsingle te vinden op meerdere compilaties en daardoor geen onbekende waaraan ik me moest overgeven. Complexe elektrotonen jagen het nummer op om te eindigen in een allesvernielende opluchting. De videoclip versterkt die gedachte met Almond die gouden platen aan diggelen slaat. Die scène is rechtstreeks uit de realiteit onttrokken. Razend om een koppelverkoop buiten hun wil - bij de single ’Numbers’ kreeg men gratis een heruitgave van ’Tainted Love’ - hielden Almond en zijn mafketel-manager Stevo lelijk huis in de kantoren van Phonogram. De gouden platen van o.a. Status Quo moesten eraan geloven. De song zelf klinkt inderdaad als een rauwe wanhoopskreet vanuit de diepste ziel. Ik beschouw dit als de ware zwanenzang van Soft Cell, hoewel er nog een regulier albumnummer volgt.
Met 'Where Was Your Heart’ heb ik het namelijk een beetje moeilijk. Ik ben dol op die catchy en melodieuze sound, ondergedompeld in de grimmige sfeer van de vorige plaat The Art of Falling Apart. Maar wanneer te veel hints weerklinken naar het onovertrefbare ’Heat’ wordt dat baden een verdrinkingsdood. Gemakzuchtige copycat, miskende genialiteit of artistieke zelfmoord? U mag opnieuw drie keer raden.
Zo veel tekst, dan moet ik toegeven dat This Last Night ... in Sodom op z’n minst een boeiend album is. En een ondergewaardeerd album, jawel. In tegenstelling tot Almond zelve vind ik dit niet Soft Cells beste. Maar de lange pauze bleek wel een heilzame werking op mij te hebben. Op het onluisterbare tweede nummer na heb ik genoten van deze retro-trip. Met 3,5 sterren ben ik niet overdreven gul of geforceerd eerbiedig jegens Dave Ball. Hopelijk kan hij mij postuum in even grote mate bekoren met de aangekondigde nieuwe plaat van Soft Cell.
Midden oktober 2025 nam ik de tijd voor drie — allesbehalve gemakkelijke — luisterbeurten van This Last Night ... in Sodom. Dat waren er nog enkele te weinig voor een gefundeerd oordeel. Het leek me geschikt om een poosje naar andere muziek te luisteren, maar de doeltreffendheid van die zelftherapie heb ik niet meteen kunnen toetsen. De dood van Dave Ball leidde me naar het meer toegankelijk werk van de man. Wat This Last Night ... betreft, hield ik bewust een onthoudingsperiode van meerdere maanden.
Soft Cell ontstond ooit met een nobel streven: “Punk-attitude: ja, rockgeluid: nee.” Het eerste principe wordt op deze plaat extra in de spuitbusverf gezet, maar gelijktijdig verloochent dit synthpop-duo meermaals zijn tweede principe. Die ambiguïteit is nergens zo duidelijk als op 'Mr. Self Destruct'. Marc Almond wenst iedereen inclusief zichzelf de hoogste boom in terwijl Dave Ball met tien spreekwoordelijke middelvingers z’n klavier betokkelt. Een welgemeende F.Y. aan alle commerciële geplogenheden in de muziekindustrie is een beproefd recept doorheen het oeuvre van Almond en Ball. Maar op dit album is die rode draad een vuistdikke kabel geworden. De onnatuurlijke rocksound op deze opener wil ik er voor één keertje wel bijnemen.
Maar 'Slave to This'? Dat is voor mij onversneden Mambas-trash: een woordenbrij van een drammerige Almond op een bedje van snerpende, melodie-arme tonen. Naar deze song luisteren is een vorm van zelfkwelling en wellicht exact zo bedoeld. De lekker chaotische inner sleeve maakt niet meteen duidelijk wie welk instrument bespeelt, maar de bijdrage van Gini Ball (Daves vrouw en violiste bij The Mambas) voelt als een gevalletje ‘Yoko-ificatie’. Een cabaret-trio wist dit treffend te vertalen naar talloze schouwburgen in de Lage Landen: “Wanneer mijn eega het publiek met haar vioolwerk tergt en kwelt, is dat zinloos of zinvol geweld?”
Met 'Little Rough Rhinestone' tovert Ball eindelijk die typische Soft Cell-klanken uit zijn tovermachine. De toevoeging van de saxofoon roept warme herinneringen op aan de iconische trompet in 'Torch'. Het blijft lekker melodisch, al stoort het me wanneer de zang- en saxofoonpartijen elkaar proberen te overstemmen. Het lijkt wel alsof elk risico op een gepolijst popnummer koste wat kost moest worden vermeden. Thematisch klopt het wel om met dit soort fricties de song een tikkeltje ruwer (!) te maken. 'Mr. Self Sabotage' had een alternatieve songtitel kunnen zijn.
De kip of het ei… Soft Cell of Depeche Mode? Het is niet eenvoudig te achterhalen wie op welk moment wie heeft geïnspireerd. 'Meet Murder My Angel' is het meest toegankelijke nummer op This Last Night ... en had niet misstaan op Some Great Reward. Maar waarom is Almonds stem op deze potentiële hit vervormd tot bijna zacht gefluister? Uit koppige onwil, wellicht. En een niet te stuiten drang tot zelfvernietiging.
Voor 'The Best Way to Kill' heeft Ball zijn keyboard opnieuw aan een batterij gitaarpedalen gekoppeld. Toen ik Soft Cell dit nummer begin jaren 2000 in Brussel live zag spelen, hanteerde Almond een vuurrode Fender Stratocaster waar zo mogelijk nóg meer effecten op waren aangesloten. Zonde van het kostbare instrument. Gelukkig bleef Almonds stem gespaard van vervorming. Helaas stond er ook geen filter op de teksthoeveelheid. Dat alles maakt van 'The Best Way to Kill' een gejaagd rocknummer waar ik het warm noch koud van krijg. De thematische achtergrond zie ik wel als een lichtpuntje: de titel verwijst naar het felle debat over de herinvoering van de doodstraf tijdens het Thatcher-tijdperk. In tegenstelling tot hun concullega Gary Numan stonden Almond en Ball destijds aan de juiste kant van het politieke spectrum. Die positie is op zich niet merkwaardig, wel het feit dat ze die artistiek ventileerden.
Dat ik ook in 'L’Esqualita' weinig Soft Cell-geluid herken, deert me deze keer niet. Integendeel: dit zwoele nummer in de beste Marc and the Mambas-traditie is voor mij het absolute prijsbeest op This Last Night ... Bovenop de dramatische tekst laat ook de hijgende saxofoon weinig aan de verbeelding over. Het ‘schooltje’ waar Almond de luisteraar mee naartoe neemt, blijkt trouwens echt te bestaan; een New Yorks etablissement waar in meerdere betekenissen met geslachten wordt gespeeld. De flamingoroze thematiek werd eerder al bezongen in klassiekers als 'Say Hello, Wave Goodbye'. Anderhalf decennium later zouden Almond en The Artist Formerly Known As Antony elkaar in precies deze club voor het eerst hebben ontmoet.
Ik zie het zo voor me: Almond en Ball die het voornemen kenbaar maken om nóg eens een relatief onbekend soulnummer te coveren. Verblind door dollartekens geven de platenbonzen groen licht, zich onvoldoende bewust van de zelfvernietigende intenties van het duo. Maar ’Down in the Subway' werd natuurlijk nooit een tweede 'Tainted Love'. Het origineel van Jack Hammer bevat technisch hoogstaande vocalen. Dat Almond het aandurfde om daar zijn eigen twist aan te geven, toont aan wat voor een lefgozer hij was.
In de vrij minimalistische sound van 'Surrender to a Stranger' zijn echo’s van Depeche Mode te herkennen. Maar het ranzige randje plaatst het nummer in een sleazier biotoop dan die waarover Gahan en co doorgaans zingen. Juist daardoor klinkt ’Surrender to a Stranger’ zo vintage Soft Cell. Almond levert hier misschien wel zijn sterkste prestatie van het album:
“That businessman smell found in one night hotels.
The sheets are unwashed from the stories they tell.
Tobacco and sweat and initials in dust.
The man at the desk throws you looks of disgust.”
Even verderop komen de Bijbelse holen des verderfs ’Sodom’ en ’Gomorrah’ ter sprake. Het thema van totale lichamelijke overgave aan een vreemde inspireerde zeventien jaar eerder al de Velvet Underground. Voor hun 'Venus in Furs' werd in het Orwelliaanse jaar 1984 een hitsig trio opvolgers gevonden: naast dit onwelriekende Soft Cell-nummer ook het opzwepende ’Master and Servant’ en de hedonistische relaxatie-oefening van Frankie & co. Eén ervan werd geen hit, u mag drie keer raden.
’Soul Inside’ is als bescheiden hitsingle te vinden op meerdere compilaties en daardoor geen onbekende waaraan ik me moest overgeven. Complexe elektrotonen jagen het nummer op om te eindigen in een allesvernielende opluchting. De videoclip versterkt die gedachte met Almond die gouden platen aan diggelen slaat. Die scène is rechtstreeks uit de realiteit onttrokken. Razend om een koppelverkoop buiten hun wil - bij de single ’Numbers’ kreeg men gratis een heruitgave van ’Tainted Love’ - hielden Almond en zijn mafketel-manager Stevo lelijk huis in de kantoren van Phonogram. De gouden platen van o.a. Status Quo moesten eraan geloven. De song zelf klinkt inderdaad als een rauwe wanhoopskreet vanuit de diepste ziel. Ik beschouw dit als de ware zwanenzang van Soft Cell, hoewel er nog een regulier albumnummer volgt.
Met 'Where Was Your Heart’ heb ik het namelijk een beetje moeilijk. Ik ben dol op die catchy en melodieuze sound, ondergedompeld in de grimmige sfeer van de vorige plaat The Art of Falling Apart. Maar wanneer te veel hints weerklinken naar het onovertrefbare ’Heat’ wordt dat baden een verdrinkingsdood. Gemakzuchtige copycat, miskende genialiteit of artistieke zelfmoord? U mag opnieuw drie keer raden.
Zo veel tekst, dan moet ik toegeven dat This Last Night ... in Sodom op z’n minst een boeiend album is. En een ondergewaardeerd album, jawel. In tegenstelling tot Almond zelve vind ik dit niet Soft Cells beste. Maar de lange pauze bleek wel een heilzame werking op mij te hebben. Op het onluisterbare tweede nummer na heb ik genoten van deze retro-trip. Met 3,5 sterren ben ik niet overdreven gul of geforceerd eerbiedig jegens Dave Ball. Hopelijk kan hij mij postuum in even grote mate bekoren met de aangekondigde nieuwe plaat van Soft Cell.
