MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Earlyspencer als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Pink Floyd - Animals (1977)

poster
4,0
Eind 1994 kocht ik Animals op cd. Het zou bijna eenendertig jaar duren voordat ik dit album echt begon te waarderen. Sinds een dag of twee dus. Waarom duurde het zo lang? Ik denk dat het zowel aan mezelf ligt als aan Waters & co.

Ik ontdekte bijna alle Floyd-platen in korte tijd. Animals moest het daardoor opnemen tegen de twee illustere voorgangers en het in bakstenen opgetrokken dubbelalbum dat ik intens waardeer. Een opmerkelijke reden waarom die “varkensplaat” me minder bekoort: de vocalen worden (bijna?) uitsluitend geleverd door Waters’ piepende stembanden. Thematisch past dat bij zijn scherpe teksten, maar ik mis hier en daar het fijner geslepen zangwerk van Gilmour met koorknaap Wright op de achtergrond.

Dat Pigs on the Wing klinkt als een eendimensionaal afkooksel van het juweeltje Wish You Were Here, maakt het een geval van ‘parels voor de zwijnen’. De openingstrack smaakt voor mij meer als een vleesloos gerecht op een bar mitswa: niet in staat om mijn luisterhonger aan te wakkeren. Ik was al geen fan van het hernemen van Shine On You Crazy Diamond als opener én afsluiter op WYWH. Maar met Pigs on the Wing doen ze dit gemakzuchtig trucje nog eens dunnetjes over. Als ezels zich geen twee keer mogen stoten, varkens ook niet. Daarom deze keer wel een strafpunt.

Toch ben ik min of meer fan geworden van deze plaat. En dat komt voor een groot deel door Dogs. In die ruim 17 minuten gebeurt zó veel, muzikaal en tekstueel. Die opperhond staat bekend om zijn stevige handdruk en valse lach, nodig om het vertrouwen te winnen van mensen aan wie hij constant liegt. Probeer maar eens om bijna vijftig jaar later níet aan die overzeese despoot te denken... De muzikale wendingen doen me met genoegen denken aan de avontuurlijkste momenten van The Wall. G. Orwell had duidelijk iets met honden, en gelukkig maar. Het leverde eerder ook al een parel op, vertolkt door diamanten Bowie.

Pigs gaat volgens mij over Üntermenschen die als slaven in een mijn werken maar dat zie ik dus verkeerd. De varkens staan volgens de leer van Orwell immers best hoog op de hiërarchische ladder. Slavendrijvers dus. Ach, het is bovenal een stevig rocknummer dat eindigt in een gitaarsolo die klinkt als het ontkiemende zaadje van Comfortably Numb.

Sheep brengt de onheilspellende boodschap dat we allemaal verblinde kuddeschapen zijn, die pas beseffen dat ze naar de slachtbank worden geleid als het al te laat is. Knipoogt Waters met ‘Look over Jordan’ naar de Bijbelse gitaargod Clapton? Zijn pompende basintermezzo roept duidelijke echo's (!) op van One of These Days. Toch is het vooral Wright die hier schittert, met toetsenwerk dat alle registers opent.

Tegenwoordig kun je op YouTube multi-zintuiglijk genieten van indrukwekkende animaties bij epische Pink Floyd-songs. Wel een waarschuwing: een hypnotiserende video vol zwiepende visuals en haast ontelbare schapen is geen aanrader vlak voor het slapengaan. De kans op een nachtmerrie of een slapeloze nacht vol angst is reëel. Vraag maar na aan Shaun.

Aan het slotnummer wil ik geen overbodige woorden vuil maken. Die mogen de varkens zelf maar uit de trog opdelven.

Naast tekst-leverancier Waters wordt enkel producer B. Humphries bij naam genoemd in het cd-boekje. Ik beschouw Animals dan ook eerder als Waters’ eerste soloplaat dan de zoveelste van de Floyds. De split is onherroepelijk ingezet. Mede door de fantastische platenhoes en het verhaal erachter - paniek op Heathrow - ken ik Animals vier sterren toe.

Pink Floyd - The Dark Side of the Moon (1973)

poster
5,0
109 reviewpagina’s - een record? - terug valt er wat discussie te lezen over het favoriete nummer op deze plaat. Alsof je een overheerlijke ovenschotel eet en iemand je vraagt naar je favoriete ingrediënt ervan. Nog meer onenigheid: ik ervaar generlei Zeitgeist bij het aanhoren van DSOTM. Dat ikzelf pas drie jaar na dit album werd geperst, kan natuurlijk meespelen. Ik vind dit in alles een tijdloos meesterwerk.

Qua ’vorm’ en geluid: nog even fris, hightech en vooruitstrevend met o.a. die ’spoken words’ van naar verluidt een onbekende studiomedewerker. En dan die haast ’Nostradamische’ lyrics uit de heer Waters zijn koker. Even stilstaan bij de onontbeerlijkheid van de ademhaling of het tergend trage doden van overbodige tijd, het kwam in de lockdowns akelig accuraat over. De financiële uitspattingen van jetsetters, oligarchen en godbetert voetbalclubeigenaars waren nog nooit zo omnipresent in de media als anno nu. Al weiger ik om de finale eclpis als metafoor te zien voor het nakende einde van onze planeet. In mijn meest pessimistische interpretatie denk ik dan aan de eindigheid van elk individueel leven. Nee, dit is niet die vrolijke dansplaat.

Pink Floyd - The Piper at the Gates of Dawn (1967)

poster
2,0
Eind 1999 publiceerde de Vlaamse (al verkiezen ze zelf ‘Belgische’) krant De Morgen een lijst met de 50 beste albums van de voorbije eeuw. Opvallend: ze kwamen stuk voor stuk uit de tweede helft van die eeuw. Maar goed, dat zie je ook bij lijstjes van de beste voetballers: daar kom je geen rechtsbuiten uit 1923 tegen.

Dat van elke artiest of band maar één album mocht worden opgenomen, vind ik een verdedigbare regel. Al betekent het tegelijk dat je niet noodzakelijk het allerbeste werk selecteert. Maar als je dan slechts één album van Waters & Co mag noemen, waarom dan in vredesnaam De Blazer aan de Poorten van de Zonsopgang? Mijn vermoeden: enige afkeer van de links-progressieve journalist jegens commercieel super-succesvolle albums. Of een manifestatie van het ik-zie-het-anders-dan-de-mainstream-dus-ik-zie-het-beter-syndroom.

Ik heb de plaat zopas opnieuw beluisterd. Geheel onbevangen lukte me niet omdat de fantastische melodieën, symfonieën en poëziën van Dark Side, Wish You Were Here, Animals, The Wall, en zelfs The Final Cut en The Division Bell in mijn schedel gebeiteld zitten. Dit mentale verschijnsel is ook gekend als het "There's someone in my head but it's not me"-syndroom.

Tijd voor mijn oordeel, waar bijna zestig (!) jaar na de verschijningsdatum wellicht niemand op zit te wachten. Wat een rommelige verzameling probeersels is Piper toch. Moedig van de band - en nog meer van de platenmaatschappij - om dit stel niet voor single-verkoop of radio-airplay geschikte nummers op te nemen en gebundeld uit te brengen. Enkele gitaar-riffs zijn best te pruimen, maar mijn vat met complimenten is daarna wel leeg. Ganzengekwaak als vulling om de songs wat langer te rekken: het irriteert me gewoon.

En nee, ik ben niet allergisch aan psychedelica, zolang ze via de oren binnenkomen. De verzamel-cd van Syd Barrett vind ik bijvoorbeeld best genietbaar. Maar deze space-trip van de oer-Floyd? Nauwelijks twee sterretjes waard. Dat uit deze kakofonie een paar jaar later absolute meesterwerken zijn voortgekomen, is een klein wereldwonder. En de naam van die tovenaar? David Gilmour.

Pink Floyd - The Wall (1979)

poster
5,0
Een publieksvraag: Wat is een conceptalbum? Iedereen vult dat begrip misschien anders in. Zelf ga ik uit van dit basiscriterium: het album is een afgerond geheel en niet zomaar een bundeling van losse songs. Maar commercieel gezien is elk album natuurlijk een eindproduct, zo schieten we weinig op. Nog een vraag, dan: Moet een conceptalbum dan één sfeer of idee uitstralen? Ook dat klinkt wat vaag. En waarom zouden meerdere sferen of ideeën niet naast elkaar kunnen bestaan op één conceptplaat? Voor mij is vooral dit essentieel: elke song moet bijdragen aan die sfeer (sferen) of idee(ën). Er is dus geen plaats voor opvullers of bonustracks.

Een volgend criterium stelt de volgorde van de songs op een conceptplaat als cruciaal. Zelfs die-hard Stones-fans moeten toegeven dat een lichtjes andere volgorde op Exile On Main Street die plaat niet volledig zou verpesten. Bij een conceptalbum ligt dat toch even anders: daar zit altijd een zekere chronologie in. In de beste gevallen vertelt de plaat zelfs een min of meer samenhangend verhaal, net zoals heel wat klassieke werken van Mozart en co dat doen. Motieven keren dan terug, een truc waar Pink Floyd al gretig gebruik van maakte. Maar welk verhaal vertellen Dark Side of the Moon en Wish You Were Here eigenlijk? Begrijp me niet verkeerd: ik beschouw beide platen als conceptueel nog sterker dan de oer-voorbeelden Pet Sounds en Sgt. Pepper’s. Wish You Were Here gaat natuurlijk in grote mate over de ontspoorde Syd Barrett.

Toch vind ik een plaat met een écht doorlopende verhaallijn nog van een hogere orde. Voor mij haalt The Rise and Fall of Ziggy Stardust dat ultieme criterium net niet. Diamond Dogs en Animals leunen dan weer te sterk op een bekend verhaal dat iemand anders heeft gecreëerd. In mijn strengheid tel ik in de hele pop- en rockgeschiedenis slechts een handvol écht verhalende conceptalbums. De twee belangrijkste: Tommy en The Wall. Niet toevallig werden beide dubbel-LP’s later verfilmd. Ook inhoudelijk hebben ze nog één en ander gemeen, maar da’s een andere discussie waard.

Het gelaagde verhaal van The Wall gaat hand in hand met uitdagende en genietbare muziek. Mede daardoor staat die plaat helemaal bovenaan mijn lijstje van Pink Floyd-albums. Door het hogere rockgehalte dan op de voorgaande albums – de protagonist is een ontspoorde rockster – moest Richard Wright helaas plaatsnemen op een bank meer achteraan in de klas. David Gilmour mocht van dezelfde schoolmeester/dirigent meer dan voorheen de eerste viool bespelen. De onterechte degradatie van de toetsenist en de promotie van de gitarist zouden korte tijd later leiden tot de perfecte storm. Door de onvermijdelijke split verwierf Roger Waters de status van een Yoko Ono. Gefrustreerd door het commercieel succes van zijn ex-bandleden trok hij een muur op omheen zijn ego. Met een recente belediging aan het adres van wijlen Ozzy, voegde hij daar onlangs nog een baksteen aan toe.

Ik probeer deze plaat onbevangen te beluisteren, dus zonder aan die nare afloop te denken. En dan waan ik mezelf anderhalf uur lang opnieuw zeventien jaar jong. In mijn geval is dat een tijdreis naar de vroege jaren '90. Om m'n nek hangt een denkbeeldig bordje met opschrift “Laat dit kind gerust”. Na het genot van deze geluidsmuur wil ik niets liever dan dat m'n moeder me een bord stoofvlees voorschotelt, gevolgd door zelfgemaakte vanillepudding. You can't have one without the other.

Pink Floyd - Wish You Were Here (1975)

poster
5,0
Je moet het maar doen: het conceptueelste album aller tijden maken dat ook nog eens commercieel een wereldsucces wordt, en dan twee jaar later een even sterke plaat uitbrengen met een eigen hartslag (!). Wish You Were Here klinkt voor mij misschien iets minder spannend dan Dark Side maar ik ervaar de opvolger wel als melodieuzer en meer coherent. Net daardoor is Wish misschien ook wat toegankelijker dan al z'n voorgangers.

Al is dat relatief: de opener duurt bijna een kwartier en een haast even lange variatie daarop duikt nog eens op als afsluiter. Noem het heiligschennis, maar die herhaling had voor mij niet gehoeven. Op Dark Side en The Wall worden sommige songs ook hernomen maar daar gebeurt het wat subtieler want minder uitgesponnen. Al ervaar ik beide Shine Ons door hun schoonheid nooit als te langdurig.

De rol van Richard lijkt op dit album wat te zijn toegenomen, en dat is vooral goed hoorbaar op het meest experimentele nummer van de plaat: Welcome to the Machine. Die song ademt een industrieel-dystopische sfeer die al vooruitwijst naar opvolger Animals.

Knorpot Roger is niet alleen een lyrische meester hors-catégorie. Op Have a Cigar is in navolging van Money te horen dat hij met één baslijntje moeiteloos een hele song kan dragen. David klinkt hier, voor één van de eerste keren in het Floyd-oeuvre, écht bluesy. Je hoort hoezeer hij ervan geniet en dat doe je als luisteraar ook meteen. Een goede drummer valt niet op, zeggen ze weleens, dus ook Mason levert hier een knalprestatie. "This band was just fantastic, that is really what I think.”

En dan is er nog de titeltrack, zoals bekend geen klef liefdesliedje, maar een pijnlijke mijmering over de banneling wiens verwarde geest nog steeds over de band waart. Malle Syd vormt hier op minstens 60% van de songs het hoofdonderwerp. Klein kritiekpuntje: de intro van deze semi-akoestische song – dat geknoei aan de radioknop en de volumewisselingen – had van mij niet gehoeven.

Maar opnieuw geen strafpunt, dus ... Five Shiny Stars! En dat is ook de verdienste van het artistiek collectief Hipgnosis. Ik las dat een handstand onder water zonder ook maar één krinkelende waterring nog moeilijker te realiseren was dan die vurige handdruk.