MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van Earlyspencer. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026

David Bowie - Station to Station (1976) 4,0

26 februari, 22:26 uur

Trans Neuro Express

Wie doet er mee mythes doorprikken? David Bowie moet nog best veel herinneringen gehad hebben aan de totstandkoming van Station to Station. Misschien zijn het gefragmenteerde beelden die hij liever wilde verdringen — visioenen over swastika’s — maar het overdrijven van z'n geheugenverlies in de media was waarschijnlijk een beproefde vorm van zelfbescherming. Mijn vooringenomenheid is gebaseerd op puur buikgevoel en het onmogelijke contrast tussen de vermeende waanzin en dit resultaat van net geen 38 minuten. Beide plaatkanten luisteren namelijk even vlot weg als het wijsje van Ti-ta Tovenaar. Met dit verschil dat ik Station to Station moeiteloos vijf keer op repeat kan zetten zonder zelf knettergek te worden.

Na de stomende intro van 'Station to Station' klinkt al wat volgt verrassend radiovriendelijk. En dan heb ik het gelijk over het hele album. Prachtig gezongen, vol fijne melodieën en nergens een hoorbaar hoekje af. Al is dat buiten enkele tekstfragmenten gerekend op onder andere het openingsnummer. Kabbala-hocus-pocus en een wel erg letterlijke verwijzing naar chemische snuiverij zijn ongetwijfeld intertekstuele neveneffecten van een bedwelmde geest. Bowie trekt als Jezus van statie naar statie. Zijn lijdensweg is noodzakelijk om gewone stervelingen te laten genieten. Het neigt naar blasfemie waar Lennon zich ook ooit publiek aan verbrandde. Maar dat de song vlotter rolt dan de gemiddelde trein van de NS of de NMBS, is in niet geringe mate de verdienste van de co-producer naast Bowie.

"Als Sinatra geen liedje van mij wil, probeer ik het maar bij Elvis." Die gedachte verraadt een tikkeltje grootheidswaanzin. Doordat Bowie 'Golden Years' uiteindelijk zelf uitvoerde, verscheen er een erg risicoloos nummer op dit album. Voor velen is dit de minste song van de plaat, maar ik vind het aanstekelijk en bewonder Bowies zangpartij. De Vegas-Elvis had het hem waarschijnlijk niet nagedaan.

'Word on a Wing' begint poppy, maar balanceert daarna op het randje van het pathetische. Bowie brengt hier een gezongen gebed. Hij zal de tekst ongetwijfeld méér gemeend hebben dan de onderwerping in 'Big Brother' op Diamond Dogs. Maar luisteren naar een biddend persoon - inclusief Bowie - vind ik op z'n zachtst gezegd een ergerlijke vorm van tijdverlies. Ook tijdens het Freddie Mercury Tribute kon Bowie het niet laten. Dan zie ik hem liever door de knieën gaan voor gitaargod-Ronson.

Mijn houding tegenover 'TVC15' is misschien wat oneerlijk. Ik vind de studioversie — een soort vrolijke hoempapa op coke — minder sterk dan de strakke, beukende live-versie op Stage. Het was later ook een vreemde songkeuze voor Live Aid. Een tekst over Iggy Pop die fantaseert over een mensetende televisie is al weird. Het wordt een tikkeltje wrang dat die hallucinatie het resultaat was van drugsconsumptie waarvan de kostprijs het BBP van een gemiddeld Afrikaans land oversteeg.

'Stay' is een swingende voortzetting van de onversneden soul en funk die de Thin White Duke al op Diamond Dogs en Young Americans liet horen. Elvis wordt al eens verweten rock 'n roll van zwarte artiesten te hebben gestolen, en Eminem treft een gelijkaardige aantijging over rapmuziek. Bleke Bowie wordt door niemand als een soul-dief gezien, precies omdat z'n soul-periode maar een fase was. Een fase die volgens velen niet z'n creatiefste of meest baanbrekende was. Maar dat doet niks af van de kwaliteit van 'Stay'. Op YouTube circuleert een live-sessie waarin Bowie & band in een tv-studio in Bremen dit nummer naar ongekende hoogtes stuwt. L.E.G.E.N.D.A.R.I.S.C.H.

Godzijdank staat er geen potsierlijke cover van The Beatles of een al even overbodige van The Stones op dit album. Voor een minder bekende cover sta ik doorgaans meer open, en dat is gelukkig het geval met 'Wild Is The Wind'. Hoewel Bowie hier wederom erg theatraal klinkt en zijn vocale uithalen niet iedereen bekoren, blijven ze precies binnen mijn tolerantie-grens. De plaat sluit stijlvol af met een lied dat overduidelijk moeilijker is om te zingen dan om veelvuldig naar te luisteren.

Een andere mythe stelt dat Station to Station te boek staat als een sleutelplaat: een brug van soul (check) naar de electro-wave van de Berlijnse periode (uncheck). Maar dit album klinkt wel erg consistent — als aaneengekoppelde wagons zonder tussendeuren. In zekere zin is dat ook wel een compliment. Maar in mijn oren manifesteert de scherpe muzikale overgang zich pas echt halverwege op Low. Hoewel beide albums me enorm kunnen bekoren, voldoen ze — juist omdat ze zo aanbeden worden — misschien net niet volledig aan mijn torenhoge verwachtingen. Vier sterren is voor een meesterwerk als dit misschien ondergemiddeld, maar daar hoeft niemand zich iets van aan te trekken. It's just the side effect of overrating.

» details   » naar bericht  » reageer  

David Bowie - Young Americans (1975) 4,0

23 februari, 00:50 uur

stem geplaatst

» details  

David Bowie - Diamond Dogs (1974) 5,0

19 februari, 17:40 uur

Ook ’Rock ’n Roll with Me’ is niet vernieuwend en ain’t rock and roll at all. De piano-aanzet voelt comfortabel aan als een rubberen zool. Maar het optimisme van ’Let it Be’ en ’Lean on Me’ verdwijnt snel wanneer de gitaar wordt aangescherpt en Bowie ten dans uitnodigt. Geen vluggertje à la ’Let’s Dance’ maar een perpetuum mobile uitgevoerd door twee individuen. Thematisch vind ik dat dansen tot je er bij doodvalt te universeel om helemaal meegezogen te worden in de dystopische wereld van Hunger City. Het doembeeld leunt misschien dichter aan bij een wereld waarin men nog maar vijf jaar te leven heeft. En voor wie niks heeft met fatalistische fictie: Leonard Cohen bezong later dezelfde dramatiek, geïnspireerd door het onwezenlijke lot van muzikanten in de vernietigingskampen. In Nederland componeerden twee mannen (broers?) in zulke hallucinante omstandigheden een serenade waar me nu even de naam van ontglipt.

Voor vrolijke noten zorgt ook Bowie hier niet, maar het grandiose samenspel tussen de snedige maar zuinige gitaar, de dragende piano en de hartstochtelijke zangpartijen maakt het geheel wel stukken draaglijker. Al klinkt het ook wat buitenaards. Elke vergelijking met ’Life on Mars’ is een ondankbaar compliment, maar ’Rock and Roll with Me’ doorstaat de beproeving zonder kleerscheuren. Of het nummer daardoor beter tot haar recht zou komen op Hunky Dory of The Rise and Fall … durf ik niet te stellen. Deze sing-along is overduidelijk het product van een gestrand musical-project en werkt zo aanstekelijk dat die op meerdere albums niet zou misstaan. Mijn enige bekommernis: die hardnekkige Ziggy is nog altijd niet dood, wat de verhaallijn niet ten goede komt.

Dan komt een lied met als titel ’We Are the Dead’ natuurlijk als geroepen. Je kan de tekst lezen als angst voor een scheiding of de medogenloosheid van de pers, bedrieglijke managers en inhalige bankdirecteurs. Allemaal omstandigheden gegrepen uit Bowies toenmalig bestaan. Maar er is ruimte voor ruimere interpretatie. Dit lied is een eerloze overgave aan het allesbepalende Systeem. En zo zijn we met de vier poten opnieuw op de nasmeulende grond van Hunger City beland. Want waar elders wordt je verweten te dansen in de aanwezigheid van ontbindende honden die klaarkomen tijdens het draaien van hun allerlaatste drol? Dit moet de donkerste tekst zijn die Bowie tot dan toe geschreven had. Brel meets Cave meets Poe meets Bataille (of Brusselmmans, voor wie zich daar comfortabeler bij zou voelen).

En dan is er nog de omnipresente Orwell om het macabere gezelschap compleet te maken. Zijn weduwe verleende Bowie geen gebruiksrecht van ’s mans 1984 maar laten we daar vooral niet rouwig om zijn. Want wie komt er als kolenzwarte l*l uit de mijnschacht gekropen? Graaf maar eens diep. Het is warempel de geverfde relnicht die eenmaal gewassen en ontschminkt vervelt tot de albinobroer van Isaac Hayes. Met funk- en musical-ingrediënten bereidt de schier transparante meesterkok een overheerlijk gerechje (sic). Fijnproevers kunnen het extra op smaak brengen met chocoladesaus en extracten uit een koppel gepekelde hondentestikels. Dystopie klonk nog nooit zo verrukkelijk. Een ode ook aan Oscar Wilde: we gaan allemaal onherroepelijk naar de kloten, maar de gelukkigen onder ons doen dat tenminste met zicht op de sterrenhemel of met een funky beat in de oren. Who cares dan nog dat onze hersens worden vervangen door verse lucht en we zonder garantie op een volgende dag ten oorlog worden gestuurd?

Met onderdanige devotie wendt Bowie zich in ‘Big Brother’ tot een verlosser. Maar laat de laatste hoop maar vallen: de aanbeden verlosser is Big Brother himself. De overgave is volledig, collectief en voltooid.
Someone to claim us, someone to follow
Someone to shame us, some brave Apollo
Someone to fool us, someone like you
We want you, Big Brother.

Dit is misschien niet Bowies allerscherpste stukje songtekst, maar nooit voorheen en nooit achteraf hoorde ik hem met meer overgave zingen. Grootse arrangementen en een akoestisch intermezzo scheppen hier een goddelijke dynamiek. Ondanks de zelfdestructieve wanhoop weet men het geheel voldoende melodisch te houden. Alleen de sax mag af en toe toepasselijk dissoneren. Ongetwijfeld zocht Bowie toen ook een vorm van verlossing in zijn echte leven — voor zover zijn leven toen echt was, natuurlijk. Ik ben blij om in dit emotioneel epicentrum mijn favoriete Bowie-nummer te hebben ontdekt. By far!

Laat je niet in de luren leggen: het venijn zit ’em in de staart. Want ’Chant of the Ever Circling Skeletal Family’ met door die distortion-gitaar, de hoge noten uit de achtergrond en die haast inhoudsloze songtekst Bowies song met het hoogste glamrock-gehalte. De laatste stuiptrekking van Ziggy / Jack, zal ik maar denken. De opzettelijk repetitieve outro klinkt alsof m’n inferieure plaat of gebrande cd hapert. Het evoceert ook futuristische leegte. Geen toeval dat deze audio-gimmick decennia later veelvuldig gebruikt zou worden door zielloze techneuten.

Een review in twee delen en de ontdekking van een nieuwe favoriete song. Ik hoef m’n vijf sterren voor Diamond Dogs eigenlijk niet verder toe te lichten. Maar Big Bowie heeft mijn wil in zijn macht. Hij dicteert me hier te verkondigen dat zijn metamorfoses niet zozeer plaatsvonden tussen de albums, maar wel OP twee bepaalde sleutelalbums. Diamond Dogs is de eerste. En ik geniet het voorrecht om de tweede nog te mogen ontdekken en reviewen. Minder in het algemeen belang: Diamond Dogs moet op staande voet in m’n top 10.

O ja, de bonustracks over dodo’s en zo op de 2016-editie kan ik enorm smaken. Zo heb het nadeel van m’n kartonnen miskoop alsnog z’n voordeel.

» details   » naar bericht  » reageer  

David Bowie - Lodger (1979) 4,5

8 februari, 15:55 uur

Na PinUps, Low en The Man Who Sold the World kocht ik midden jaren ’90 deze Lodger. Het voornaamste criterium was het vermijden van overlap met mijn allereerste Bowie-cd, de verzamelaar ChangesBowie. Een gelimiteerd studentenbudget dwong me tot deze boekhoudkundige maatregel. Op die manier bleven Ziggy, Hunky et les autres nog enkele jaren in de wachtkamer zitten. Bowie's logeerkamer was voor mij volkomen onbekend terrein, precies omdat die verzamel-cd niets uit Lodger had gedestilleerd. Door niet eerst heldhaftig uit een ommuurde stad te ontsnappen, miste ik de nodige ervaring. Die stap in het onbekende matcht wel met de overkoepelende gedachte van de plaat: een reis, maar niemand weet waarheen en voor hoe lang.

In het openingsnummer neemt Bowie de luisteraar al meteen mee op een ‘Fantastic Voyage’. Nog steeds in diezelfde openingszin waarschuwt hij dat een happy end of zelfs een veilige terugkeer niet gegarandeerd is. Hij laat hierbij het woord erosie vallen. Als student geografie kon ik tientallen gedaantevormen van dat morfologische proces beschrijven, maar Bowie heeft het hier over mentale slijtage. Sinds ik m’n diploma in de Bowielogie op zak heb, koppel ik ’s mans pessimisme aan de destructieve geestesgesteldheid van zijn betreurde broer. Dat het nummer onnatuurlijk vroeg in fade-out gaat, voelt dan als een akelige profetie. Of wou Bowie gewoon een technische gimmick van de A-kant van Low nog eens overdoen?

Over ‘African Night Flight’ ga ik wat sneller, net als de opgejaagde zanger. Waarom Bowie rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan associeert met laid-back Afrika, is me een raadsel. Deze song spreekt me minder aan, maar ik bewonder hier Bowies neus-keel-en-mond-gymnastiek.

Zonder adempauze maant Bowie in ‘Move On’ zichzelf aan om op te schieten. Iets minder drammerig dan de drumpartij komt hij met een reeks toponiemen aanzetten. Daar zit “zijn” eiland Cyprus bij, waar Angie Bowie werd geboren. Dat hij zo moet voortmaken was misschien wel een boodschap aan zijn toekomstige ex. Het exotisch klinkende koortje tijdens het refrein zou naar verluidt "SEDUD GNUOY EHT LLA" zingen. Lees dat maar eens achterstevoren. Maar gewoon voorwaarts afgespeeld is ‘Move On’ een fijn en pretentieloos nummer.

De volledige titel ‘Yassassin (Turkish for: Long Live)’ verraadt waar Bowie een volgende tussenstop maakt, al kan het ook nog steeds om Cyprus gaan. Google Translate bestond toen nog niet, anders had de titel misschien correcter Yaşasın geheten. Of wou Bowie de pret bederven door een universele levenswens maar één letter te laten verschillen met een sjiitische moordenaar? Ook deze tweede ongemakkelijke Bowie-song verteer ik enkel met een pollepel paradoxsaus.

Hijs de zeilen voor ‘Red Sails’. De vaart zit lekker in dit stevige new wave nummer. Dat is niet genoeg voor de weggekaapte stuurman Adrian Belew. Zijn gitaargeluiden maken er bij momenten een intergalactische trip van. Een Bowielogisch weetje: ten tijde van het Ziggy-succes was Captain Bowie als de dood voor vliegtuigreizen. Hij stak de Atlantische plas meermaals per schip over, maar in de eerste zin van ‘Red Sails’ geeft hij toe ook last te hebben van vaarangst. Zou de zinsnede “Sailor can’t dance” een verwijzing zijn naar ‘Sally Can’t Dance’ van z’n voormalige scheepsmakker Lou Reed? Duidelijker is de hint naar een 'Psycho Killer', wanneer Bowie aangeeft dat het hinterland nog fa-fa-fa-fa-fa-fa-fa-far away is.

Over de Talking Heads gesproken, het soft-neurotische ‘D.J.’ had zo op één van hun albums kunnen staan. Niet verwonderlijk met Belew en Eno aan boord. Maar Bowie doet er nog een schepje bovenop door de spastische en paranoïde zang-mimiek schaamteloos te kopiëren. Worstelde Bowie met een Byrne-out of wou hij het beeld versterken van absorbeerder en vroege adapter, veeleer dan de geniale uitvinder? Dat beeld heb ik altijd wat oneerbiedig gevonden voor zijn veelzijdig supertalent. Waar ik wèl voor te vinden ben: leuke deuntjes die licht deprimerende teksten ondersteunen. In die categorie is het dansbare ‘D.J.’ exemplarisch, inclusief de nederige knipoog naar zijn oude studiemakker en latere gitarist Peter Frampton.

Op mijn eerste luisterbeurten naar ‘Look Back in Anger’ kijk ik enkel met genoegen terug. Het is een toegankelijk rocknummer met sterke vocalen. Enkele maanden later zou ik in Werchter Bowie voor de enige keer in m’n leven live aan het werk zien. Ondanks mijn zwaar onvolledige Bowie-catalogus waande ik me een kenner tussen het opvallend oudere publiek. Tot mijn opluchting opende Bowie met deze song zijn set. Terwijl ik in extase flarden tekst meebrulde, kon ik een gevoel van superioriteit niet onderdrukken: driekwart van het onwetend gelegenheidspubliek moet bij het refrein eerder gedacht hebben aan een recent rock-anthem uit Manchester. Iets over een Sally in de wachtkamer en de oproep om niet kwaad achterom te kijken. Daar hadden Bowie en ik geen boodschap aan: “Waiting so long ...”

Na welgeteld acht holle drumslagen echoot ‘Boys Keep Swinging’ een sound die uit de duizend te herkennen is: die van het ijzige 'Heroes'. Maar Bowie zou zichzelf niet zijn door er nu geen andere draai aan te geven. Toepasselijk laat hij het nummer lekker swingen en lijkt hij zijn genderfluïde huid te hebben afgeworpen. Hij bezingt de voordelen van jonge mannelijkheid zonder de andere sekse te benoemen. Het gaat nog net niet over hoe gemakkelijk rechtstaand pissen is. De bijhorende videoclip laat echter uitschijnen dat de vos z’n divastreken nog niet verleerd is: Bowie verschijnt er meermaals in vrouwelijke kleder-drag (sic) Misschien executeerde hij met deze videoclip toen al zijn eigen radioster...

In ’Repetition’ komen we enkele gemiste opportuniteiten te weten van een doodgewone man met een doodgewone naam. Volkomen afstandelijk rijgt Bowie die gebeurtenissen causaal aan elkaar. Door slechte leraars heeft Johnny geen goedbetaalde job en geen vette auto. Daardoor komt hij ’s avonds later dan voorzien thuis. Het eten is koud geworden en Johnny zelf witheet. Maar in de straat is geen noodkreet te horen, ook niet van zijn vrouw. Die wordt immers bont en blauw gemept. De titel suggereert dat het niet de eerste keer was. Bowie vertelt dit zo kurkdroog dat ik aan Ian Dury moet denken. Belew is geen Blockhead en voegt wel de nodige emotie toe. Het daagt me dat Bowie’s favoriete Beatle zijn vrouwelijke partners geregeld zou hebben afgerammeld. Ik veronderstel dat Bowie daar uit ontzag en vriendschap niet doelbewust aan refereerde.

‘Red Money’ begint met akkoorden die wel heel sterk aan ‘Sound and Vision’ doen denken. Met de vraag of wij ook zien dat deze man geen man is, lijkt Bowie een vervolg te breien aan zijn protestlied tegen huiselijk geweld. Vocaal is deze song, die grotendeels bestaat uit minder dan halve zinnen, erg emotioneel. Waar het verdachte geld in dit lied symbool voor staat, ontgaat me. Naar verluidt zit Iggy Pop's 'Nachtzuster' - "Haal ik de morgen?" - er voor iets tussen.

Omdat ik enkel met de cd-versie vertrouwd ben, genieten de twee bonustracks hier ook nog wat van mijn aandacht. ’I Pray Olé’ heeft wel potentieel als meezinger in een stadion. Ik moet dan meteen aan Queen denken met wie Bowie enkele jaren later zou collaboreren. Bowie's schietgebed is op de cd geen opvullertje. De remix van ’Look Back in Anger’ daarentegen had voor mij niet gemoeten.

Met wereldreizen als thema en een (na-)productie in Zwitserland, teken ik protest aan tegen eenieder die deze Lodger gemakshalve tot de Berlijnse trilogie rekent. Dat werpt een onnodige dubbele schaduw, waardoor de plaat bij het brede publiek nooit is kunnen doorgroeien. Voor wie nu denkt “dit lijkt me wel een leuk plaatje”: deze cd bleef bijna dertig jaar onaangeroerd in de kast, met een noodzakelijke interruptie begin 2016. Om deze review te schrijven had ik maar liefst zes nieuwe luisterbeurten nodig. Dit meesterwerk openbaarde zich dus niet meteen, wat wel gebruikelijk is voor meesterwerken. Omwille van de twee a-typische Bowie songs hou ik een half sterretje in, maar dan blijven er nog vier en een halve over.

» details   » naar bericht  » reageer  

David Bowie - The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars (1972) 5,0

Alternatieve titel: Ziggy Stardust, 5 februari, 18:50 uur

Op een zoveelste analyse van The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars zit ongetwijfeld niemand te wachten. Laat mij het dan maar over een ander onderwerp hebben ... waar ook niemand op zit te wachten: mezelf. Wat Bowies magnum opus betreft, lijd ik aan het David-en-de-donkere-Maankant-syndroom. Die aandoening is evenwel vernoemd naar een andere David. Meneer Gilmour bekende dat hij nooit onbevangen naar Dark Side of the Moon kan luisteren omdat hij dan steeds moet terugdenken aan de totstandkoming van die plaat. Niet dat ik ten tijde van The Rise and Fall ... ergens in de studio aan de knoppen zat, of het moet in een vorig leven zijn geweest.

Maar toen ik de LP in 2000 eindelijk tweedehands aanschafte, had ik al meer dan vijf jaar ervaring met de Berlijnse betonblokken Low en Lodger, met de proto-metal van The Man Who Sold The World, met de schijnbare gemakzucht van PinUps en met de hitmachine ChangesBowie. In diezelfde periode had ik Bowie één keer live aan het werk bewonderd. Hij bleek geen buitenaardse of messiaanse verschijning te zijn, maar een overgetalenteerde Gutmensch van vlees en bloed.

Mijn eerste luisterbeurt van The Rise and Fall was dan ook geen blikseminslag bij heldere hemel. Het was eerder een puzzelstukje dat ik contra-chronologisch in handen kreeg. Maar dan wel een gouden puzzelstukje, want de kwaliteit van alle songs kan ik enkel in superlatieven uitdrukken. Met 'Starman', 'Star', 'Lady Stardust' en 'Ziggy Stardust' bevat de plaat al vier sterren. Daar had ik al langer dan vandaag een vijfde ster aan toegevoegd. Het album schittert ook mooi in mijn persoonlijke top tien. Sta me toe de meest fonkelende liedjes extra te belichten.

Bij een piëta denken sommigen aan een snelle hap en anderen aan een marmeren renaissancebeeld. Mij doet het meteen denken aan het wonderschone 'Soul Love', waarin Bowie de treurende Moeder Maria bezingt terwijl hij een vroege vorm van plastic soul naadloos laat versmelten met jazzy saxofoonpartijen en snedige rockgitaar.

'Starman' geniet de eer van het meest legendarische optreden ooit in Top of The Pops. De kamerbrede omhelzing tussen Bowie en Mick Ronson veroorzaakte naar verluidt een schokgolf in vele Britse huiskamers. In diezelfde ranking staat met Marc Almond een andere 'relnicht' op een ereschavot. Dat die tegenwoordig 'Starman' live ten gehore brengt, maakt de spacetrip mooi cirkelvormig.

Voor puristen is 'Ziggy Stardust' geen titelnummer, maar het is wel één van de hoogste hoogtepunten op dit album. De analogie van dit personage met Tommy van The Who is volgens mij geen toeval: vervang de flipperkast door een gitaar en je hebt opnieuw de tragiek van het aanbeden, gevallen en ritueel geofferd supertalent. Maar ja, ik ben mogelijk de enige aardbewoner die eerst PinUps met twee Who-covers ontdekte en dan pas The Rise and Fall ... De ballast van voorkennis, dus.

Maar met de beste wil van de wereld ontwaar ik in dit album geen holistisch concept. Zo van: "Planeet aarde heeft maar vijf jaar meer, dus mensen copuleren er op los. Daarna komen ze deemoedig tot inkeer, maar wanneer een androgyn Marsmannetje verschijnt is het tijd voor ongeremde devotie en dito zeden. Maak kennis met z'n vriendinnetje en kijk hoe hij ten slotte terugkeert / zichzelf doodt." Dat lijkt me te veel bij het roodgeverfde haar getrokken. De essentiële space-track 'Moonage Daydream' is immers net als 'Hang on to Yourself' een herwerkt overschotje uit de periode van The Man Who Sold the World. 'Suffragette City' was een cadeautje van Bowie dat Mott the Hoople had geweigerd en 'Starman' werd onder druk van de platenmaatschappij toegevoegd aan het album. Genoeg ingrediënten om een lekker plaatje van te koken, maar zonder totaalverhaal.

Om de rangen te sluiten: een héél lekker plaatje, dat de rechttoe-rechtaan glamrock ver overstijgt. Glam is hier een vertrekpunt, geen eindbestemming. Wie het album daartoe herleidt, bekijkt alleen de sprint op de Champs-Élysées en meent daarmee de hele Tour de France te hebben gezien. Laat die gedachte dan maar het overkoepelende concept zijn.

» details   » naar bericht  » reageer  

Soft Cell - This Last Night... in Sodom (1984) 3,5

4 februari, 17:08 uur

Ontkennen is liegen: platenreviews schrijven en herlezen is voor mij vaak een vorm van geestelijke zelfbevrediging. Maar af en toe levert het in m’n kop geen happy end op, na ook al geen happy beginning. Ik hoef er gelukkig nog niet voor naar de mentale uroloog, maar een album beoordelen waar ik vijfentwintig jaar stof van moet afblazen, blijkt telkens een vorm van torment. Zeker wanneer het artiesten betreft die ik hoog heb zitten.

Midden oktober 2025 nam ik de tijd voor drie — allesbehalve gemakkelijke — luisterbeurten van This Last Night ... in Sodom. Dat waren er nog enkele te weinig voor een gefundeerd oordeel. Het leek me geschikt om een poosje naar andere muziek te luisteren, maar de doeltreffendheid van die zelftherapie heb ik niet meteen kunnen toetsen. De dood van Dave Ball leidde me naar het meer toegankelijk werk van de man. Wat This Last Night ... betreft, hield ik bewust een onthoudingsperiode van meerdere maanden.

Soft Cell ontstond ooit met een nobel streven: “Punk-attitude: ja, rockgeluid: nee.” Het eerste principe wordt op deze plaat extra in de spuitbusverf gezet, maar gelijktijdig verloochent dit synthpop-duo meermaals zijn tweede principe. Die ambiguïteit is nergens zo duidelijk als op 'Mr. Self Destruct'. Marc Almond wenst iedereen inclusief zichzelf de hoogste boom in terwijl Dave Ball met tien spreekwoordelijke middelvingers z’n klavier betokkelt. Een welgemeende F.Y. aan alle commerciële geplogenheden in de muziekindustrie is een beproefd recept doorheen het oeuvre van Almond en Ball. Maar op dit album is die rode draad een vuistdikke kabel geworden. De onnatuurlijke rocksound op deze opener wil ik er voor één keertje wel bijnemen.

Maar 'Slave to This'? Dat is voor mij onversneden Mambas-trash: een woordenbrij van een drammerige Almond op een bedje van snerpende, melodie-arme tonen. Naar deze song luisteren is een vorm van zelfkwelling en wellicht exact zo bedoeld. De lekker chaotische inner sleeve maakt niet meteen duidelijk wie welk instrument bespeelt, maar de bijdrage van Gini Ball (Daves vrouw en violiste bij The Mambas) voelt als een gevalletje ‘Yoko-ificatie’. Een cabaret-trio wist dit treffend te vertalen naar talloze schouwburgen in de Lage Landen: “Wanneer mijn eega het publiek met haar vioolwerk tergt en kwelt, is dat zinloos of zinvol geweld?”

Met 'Little Rough Rhinestone' tovert Ball eindelijk die typische Soft Cell-klanken uit zijn tovermachine. De toevoeging van de saxofoon roept warme herinneringen op aan de iconische trompet in 'Torch'. Het blijft lekker melodisch, al stoort het me wanneer de zang- en saxofoonpartijen elkaar proberen te overstemmen. Het lijkt wel alsof elk risico op een gepolijst popnummer koste wat kost moest worden vermeden. Thematisch klopt het wel om met dit soort fricties de song een tikkeltje ruwer (!) te maken. 'Mr. Self Sabotage' had een alternatieve songtitel kunnen zijn.

De kip of het ei… Soft Cell of Depeche Mode? Het is niet eenvoudig te achterhalen wie op welk moment wie heeft geïnspireerd. 'Meet Murder My Angel' is het meest toegankelijke nummer op This Last Night ... en had niet misstaan op Some Great Reward. Maar waarom is Almonds stem op deze potentiële hit vervormd tot bijna zacht gefluister? Uit koppige onwil, wellicht. En een niet te stuiten drang tot zelfvernietiging.

Voor 'The Best Way to Kill' heeft Ball zijn keyboard opnieuw aan een batterij gitaarpedalen gekoppeld. Toen ik Soft Cell dit nummer begin jaren 2000 in Brussel live zag spelen, hanteerde Almond een vuurrode Fender Stratocaster waar zo mogelijk nóg meer effecten op waren aangesloten. Zonde van het kostbare instrument. Gelukkig bleef Almonds stem gespaard van vervorming. Helaas stond er ook geen filter op de teksthoeveelheid. Dat alles maakt van 'The Best Way to Kill' een gejaagd rocknummer waar ik het warm noch koud van krijg. De thematische achtergrond zie ik wel als een lichtpuntje: de titel verwijst naar het felle debat over de herinvoering van de doodstraf tijdens het Thatcher-tijdperk. In tegenstelling tot hun concullega Gary Numan stonden Almond en Ball destijds aan de juiste kant van het politieke spectrum. Die positie is op zich niet merkwaardig, wel het feit dat ze die artistiek ventileerden.

Dat ik ook in 'L’Esqualita' weinig Soft Cell-geluid herken, deert me deze keer niet. Integendeel: dit zwoele nummer in de beste Marc and the Mambas-traditie is voor mij het absolute prijsbeest op This Last Night ... Bovenop de dramatische tekst laat ook de hijgende saxofoon weinig aan de verbeelding over. Het ‘schooltje’ waar Almond de luisteraar mee naartoe neemt, blijkt trouwens echt te bestaan; een New Yorks etablissement waar in meerdere betekenissen met geslachten wordt gespeeld. De flamingoroze thematiek werd eerder al bezongen in klassiekers als 'Say Hello, Wave Goodbye'. Anderhalf decennium later zouden Almond en The Artist Formerly Known As Antony elkaar in precies deze club voor het eerst hebben ontmoet.

Ik zie het zo voor me: Almond en Ball die het voornemen kenbaar maken om nóg eens een relatief onbekend soulnummer te coveren. Verblind door dollartekens geven de platenbonzen groen licht, zich onvoldoende bewust van de zelfvernietigende intenties van het duo. Maar ’Down in the Subway' werd natuurlijk nooit een tweede 'Tainted Love'. Het origineel van Jack Hammer bevat technisch hoogstaande vocalen. Dat Almond het aandurfde om daar zijn eigen twist aan te geven, toont aan wat voor een lefgozer hij was.

In de vrij minimalistische sound van 'Surrender to a Stranger' zijn echo’s van Depeche Mode te herkennen. Maar het ranzige randje plaatst het nummer in een sleazier biotoop dan die waarover Gahan en co doorgaans zingen. Juist daardoor klinkt ’Surrender to a Stranger’ zo vintage Soft Cell. Almond levert hier misschien wel zijn sterkste prestatie van het album:
“That businessman smell found in one night hotels.
The sheets are unwashed from the stories they tell.
Tobacco and sweat and initials in dust.
The man at the desk throws you looks of disgust.”

Even verderop komen de Bijbelse holen des verderfs ’Sodom’ en ’Gomorrah’ ter sprake. Het thema van totale lichamelijke overgave aan een vreemde inspireerde zeventien jaar eerder al de Velvet Underground. Voor hun 'Venus in Furs' werd in het Orwelliaanse jaar 1984 een hitsig trio opvolgers gevonden: naast dit onwelriekende Soft Cell-nummer ook het opzwepende ’Master and Servant’ en de hedonistische relaxatie-oefening van Frankie & co. Eén ervan werd geen hit, u mag drie keer raden.

’Soul Inside’ is als bescheiden hitsingle te vinden op meerdere compilaties en daardoor geen onbekende waaraan ik me moest overgeven. Complexe elektrotonen jagen het nummer op om te eindigen in een allesvernielende opluchting. De videoclip versterkt die gedachte met Almond die gouden platen aan diggelen slaat. Die scène is rechtstreeks uit de realiteit onttrokken. Razend om een koppelverkoop buiten hun wil - bij de single ’Numbers’ kreeg men gratis een heruitgave van ’Tainted Love’ - hielden Almond en zijn mafketel-manager Stevo lelijk huis in de kantoren van Phonogram. De gouden platen van o.a. Status Quo moesten eraan geloven. De song zelf klinkt inderdaad als een rauwe wanhoopskreet vanuit de diepste ziel. Ik beschouw dit als de ware zwanenzang van Soft Cell, hoewel er nog een regulier albumnummer volgt.

Met 'Where Was Your Heart’ heb ik het namelijk een beetje moeilijk. Ik ben dol op die catchy en melodieuze sound, ondergedompeld in de grimmige sfeer van de vorige plaat The Art of Falling Apart. Maar wanneer te veel hints weerklinken naar het onovertrefbare ’Heat’ wordt dat baden een verdrinkingsdood. Gemakzuchtige copycat, miskende genialiteit of artistieke zelfmoord? U mag opnieuw drie keer raden.

Zo veel tekst, dan moet ik toegeven dat This Last Night ... in Sodom op z’n minst een boeiend album is. En een ondergewaardeerd album, jawel. In tegenstelling tot Almond zelve vind ik dit niet Soft Cells beste. Maar de lange pauze bleek wel een heilzame werking op mij te hebben. Op het onluisterbare tweede nummer na heb ik genoten van deze retro-trip. Met 3,5 sterren ben ik niet overdreven gul of geforceerd eerbiedig jegens Dave Ball. Hopelijk kan hij mij postuum in even grote mate bekoren met de aangekondigde nieuwe plaat van Soft Cell.

» details   » naar bericht  » reageer