MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van Earlyspencer. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026, juli 2026, augustus 2026, september 2026, oktober 2026

David Bowie - David Live (1974) 4,0

Alternatieve titel: David Bowie at the Tower Philadelphia, afgelopen zondag om 14:15 uur

Soms hou je beter geen zier rekening met allerlei meningen. "Zwak gezongen" en "slecht geproduced" zijn veelgehoorde kritieken die me lange tijd weerhielden om dit live-album aan te schaffen. Wat de dubbel-cd uit 2005 betreft, herken ik niet elke kritische noot even sterk. En dat is in grote mate te danken aan Tony Visconti. Die had decennia eerder al zijn verdiensten bewezen in de wondere wereld van Bowie. Denk aan het beukend baswerk à la Noel Redding op The Man Who Sold the World. Of hoe zijn innig gekus met een studioscharrel aan de Berlijnse Muur z'n baasje inspireerde tot één van diens meest epische songs. Het werk achter de knoppen dat Visconti voor deze heruitgave van Bowies eerste live-album heeft verricht, past in dat heroïsch rijtje.

Het is schier onmogelijk om één jaar te kiezen als Bowies meest creatieve, omdat hij ruim een decennium lang aan de lopende band kwaliteitswerk afleverde. Maar laat mij er dan toch maar 1974 uitpikken. Pas in dat jaar neemt Bowie definitief afscheid van zijn buitenaardse alter ego. Op het onvolprezen album Diamond Dogs geschiedt die gedaanteverandering te fragmentarisch. Zijn permanente staat van hyperactiviteit, meerdere misgelopen projecten en commerciële druk en ongeduld van bovenaf lijken me de grootste boosdoeners. Het gebrek aan consistentie wijt ik minder aan zijn (over)consumptie van chemische substanties. Dat levensbedreigend dieet lijkt me doorheen zijn carrière vaker te fungeren als creatieve brandstof dan als artistieke remvloeistof.

De deziggyficatie is een uiterlijke en innerlijke strijd die volgens mij pas voltooid is als Bowie later in datzelfde jaar neerstrijkt in Philadelphia. Dat is dus net voor de intensieve reeks optredens waaruit deze live-plaat put. Extra boeiend is dat de hernieuwde Bowie hier aan de slag gaat met materiaal dat grotendeels dateert van voor en tijdens die metamorfose. Die ambiguïteit levert heel wat ups maar ook enkele downs op.

Laat me positief starten. 'Sweet Thing / Candidate / Sweet Thing [Reprise]' komt hier meer tot z'n recht dan in de studio. Volgens sommigen – mogelijk beïnvloed door de docu Cracked Actor – is dit dé ultieme versie. De medley gaat verrassend direct over in 'Changes' maar helaas ... hier zakt Bowies stem wel een beetje weg. Geen man overboord: op de bühne is 'Cracked Actor' geen rauwe Stooges-knipoog meer maar neigt de song naar theatraal cabaret. En dan moet ik het nog zonder de videobeelden stellen waarin Bowie in dialoog gaat met een doodshoofd. De gluiperd draait er terloops nog een tong mee "as if nothing could fall".

Even terug naar af. 'Diamond Dogs' op de gelijknamige studioplaat begint met gesampled applaus. Het geeft de song de nodige rebelse vitaliteit. Op deze David Live gebeurt net het omgekeerde. Bowie en co brengen het dan wel voor een echt levend publiek, maar nondedoeme zonder de nodige energie. Hier staat iemand zwaar tegen zijn zin te zingen ... en zit er eentje tegen zijn goesting te luisteren. Niet alle rock-'n-roll kan je versoulen. En dan duurt deze song ook hier nog eens tergend lang. Dit verklaart waarom Bowie anno 1974 om nieuw materiaal verlegen zat dat meer op de soul-leest is geschoeid. Of hoe Young Americans in dit licht een zeer logisch gevolg lijkt.

Bij 'Panic in Detroit' blazen de blazers de scherpste kantjes er ook wat af. Maar gelukkig blijft er nog genoeg punch over. ’Big Brother' mist dan weer de pathos die zo vol van overgave klinkt in de studioversie. Al maakt de blazende 'Chant of the Ever Circling Skeletal Family'-outro veel goed. En gelukkig is de tweede cd dan nog niet volledig afgespeeld. 'Time' is cabaret met een hele grote 'C'. Ondanks al z'n muizenissen is de zanger-acteur hier toch wel in z'n nopjes.

Fijn van Bowie om ook naar werk van voor Hunky Dory terug te grijpen. De evergreen 'Space Oddity' kwam al eerder op de tweede schijf aan bod. Maar om een guitar-driven epos als 'The Width of a Circle' te brengen zonder te kunnen steunen op een Ronson-kloon, dat is op z'n zachtst gezegd een gewaagde operatie. Ook met recenter werk schuwde Bowie het risico niet: feestnummer 'The Jean Genie' wordt voozien van tempo- en volumewissels. Het klinkt eventjes wat onwennig, maar de ingreep werkt intrigerend.

Bowie vond bij regelmaat niet enkel zichzelf uit. Ten tijde van deze (Amerikaanse) tour vond hij ook veel van zijn songs opnieuw uit. Op David Live ... [and Ziggy Dead] hoor je dat vanuit spreidstand niet elk schot in de roos belandt. Maar vier sterren lijken me wel op hun plaats. Niemand beveelt u om met deze beoordeling rekening te houden.

» details   » naar bericht  » reageer  

Deep Purple - Deep Purple (1969) 4,0

afgelopen zondag om 08:06 uur

stem geplaatst

» details  

Soft Cell - Danceteria (2026) 3,5

afgelopen zondag om 07:38 uur

Het semi-instrumentale 'Elusive' is een zwoele en jazzy opener. Zo had de B-kant van Low kunnen klinken indien Bowie aan de West-Duitse peppillen zat i.p.v. aan de bloemsuiker. De vervromde spoken words op het einde van 'Elusive' hoeven niet voor mij. En de stem klinkt ook gar nicht als Almond. Ik wil het nog door de vingers zien als een bruggetje naar de titeltrack.

'Danceteria' is een eerbetoon aan de New Yorkse dancekeet van weleer en sterk autobiografisch. De binnenskamerse gebeurtenissen aldaar en de namedropping zijn wellicht meer herkenbaar voor wie Tainted Life heeft gelezen dan voor wie er destijds zelf bij was. En ja, ook dat selectieve geheugenverlies kan overconsumptie van chemische substanties worden geweten. Jammer van dat "higher and higher'-refrein, de luisteraar heeft de drugconnotatie wel door zonder. Dat haalde ik al aan in een post ... hierboven (!)

'The Space Inside' klinkt - op de stem na - wel erg Pet Shop Boys. Niks mis mee en vlot verteerbaar zonder Combyzym of MetaDigest.

'Times Square' begint met verkeersgetoeter. Dan verwacht ik eerder een feestnummer in de trant van 'Pull Up to the Bumper'. Maar we krijgen een melancholische Almond-song die 100% klinkt als op z'n vroege 90's album - en laatste commerciële voltreffer - Tenement Symphony. Ik vermeld nog een keer dat dit solo-album de eerste samenwerking was tussen Almond en Ball sinds de ontbinding van Soft Cell. O ja, iets te veel rijmelarij naar mijn smaak in deze ode aan het wereldberoemde plein - eerder een kruispunt overigens.

'Two of a Kind' is wat meer up-tempo en de "o o oh" op de achtergrond doet me aan 'Melancholy Rose' denken, uit de tijd toen Almond de artistieke hoogtepunten aan elkaar reeg. Maar de verdomde vervormde achtergrondstem opnieuw ... zelfs als vermeend eerbetoon aan Daft Punk enerveert het me.

'Rainbow Room' lijkt een slow-mo kopietje van 'Times Square'. Maar de lyrics zijn treffender en die worden dan ook nog eens met meer pathos gezongen. Niet meteen wat ik zou verwachten op een Soft Cell album maar zoals zo vele 'kenners' prijs ik Almonds solowerk hoger dan al wat het synthpop-duo ooit heeft uitbracht.

'Decadence Is Hard Work' is dan weer een dansnummer. Het ondermaatse refrein en de daaropvolgende instrumentale pauze halen de vaart er wat uit. Almond en Ball waren natuurlijk ook geen 3 x 7 meer in 2025.

'In Heaven (When I Dance With You)' is op een andere manier ook kwintessentieel Soft Cell, of althans in de bedollarde ogen van de platenbonzen van weleer. Puur artistiek gezien zou northern soul op een electrobeat in de catalogus van de band niet meer mogen zijn dan een lichtgevende gimmick tussen de zwaarder beladen songs. Maar onverhoopt commercieel succes uit de begindagen besliste daar anders over. Een hemels lichtpuntje zou ik deze ’In Heaven ...’ niet noemen. En hoor ik daar op het einde geen "Reach out"? Maar dan niet in de stijl van de Four Tops, eerder in 'Personal Jesus'-mode.

Het feestelijke 'Crackland' wordt gekruid met een dwarsfluit. De laatste jaren werkte Almond geregeld samen met Ian Anderson. De credits in het CD-boekje zijn voor mijn ogen te klein gedrukt om daar zijn naam te kunnen lezen. En volgens mijn artificiële buddy betreffen de geblazen klanken hier een synthetische knipoog naar de pijpende flamingo van Jethro Tull.

Tien nummers wachten tot ik eindelijk een vette bass hoor, dat is veel te lang. 'What Is Your Morality' is Ball's sterkste bijdrage op Danceteria maar godverdomme nog aan toe, waarom opnieuw die Daft-Punk stemvervormingen op de achtergrond?

Op de dreigende sfeer van hun meest consistente album The Art of Falling Apart is het nog een extra nummer wachten. 'Losing Yourself' is exact wat ik van Soft Cell 3.0 (of 4.0) zou verwachten. De song is niet loodzwaar en niet te complex. Net daardoor mijn favoriet van het album.

'After Hours' is het derde Tenement Symphony nummer en dat ervaar ik toch wel als een beetje van het goede te veel. Zeker omdat het hier een ballad op zachte electrobeats betreft.

'Wave to America' klinkt dan weer als Almonds dansbare songs en remixes uit de tweede helft van de 90's. De kwaliteit was soms bedenkelijk en artistiek vind ik ook deze cynische groet aan 'The Land of the Free' geen hoogvlieger. Maar het nummer zit wel als gegoten op dit album. Almond in rap-modus halverwege de song is een aangename knipoog naar 'Memorabilia' en bij uitbreiding het remix-album Non-Stop Ecstatic Dancing.

Over 'Out Come the Freaks' was ik misschien wat te streng in mijn vorige post. Dat is de kracht van holisme: als albumafsluiter komt deze cover van Was (Not Was) meer tot haar recht dan als individueel YouTube clipje. Al vind ik de Chic-sample wel wat te gemakkelijk voor een creatieve duizendpoot als Dave Ball.

Al bij al 3,5 sterretjes waard, dit album dat vlot wegluistert, nooit verveelt maar wel te weinig begeestert.

» details   » naar bericht  » reageer  

Fad Gadget - Gag (1984) 4,0

10 oktober, 19:25 uur

Het kenmerkend podium-gebeuren van deze artiest heb ik nog mogen meemaken op Eurorock Neerpelt in 2001. Meneer Gadget kroop hoog in een lichtmast en spoot zichzelf vol scheerschuim (of slagroom). Om dan een jaar later dood gaan aan iets ordinairs als een hartaanval. Hierboven wordt die podium-acrobatiek toegeschreven aan ADHD. Ik zie toch minstens twee andere triggers.

1. Frank Tovey was op Leeds Polytechnic een studiegenoot van Marc Almond. Over mijn idool weet ik dat zijn examens bestonden uit kunstjes opvoeren. Zoals daar zijn zichzelf poedelnaakt insmeren met kattenvoer of een spiegel stukslaan en op een bedje van verse scherven reflectieve copulatie simuleren. 2. Gadgets stem is niet de enige fysieke gelijkenis met Iggy Pop, publieke zelfkastijdenaar van het eerste uur.

Ondanks deze referenties doet 'Ideal World' me qua sound sterk aan The Sisters of Mercy denken. De albumopener is minder politek beladen dan z'n voorgaande werk. De oproep om pijn- en stressloos te leven door massaal in te pluggen geeft de song wel een erg profetische lading, ook al doen we het tegenwoordig draadloos.

Het meesterlijke 'Collapsing New People' behoeft hier niet te veel toelichting meer. De dansbaarheid, de aanstekelijke percussie op porseleinen theeservies en wat synthetisch getoeter, promoveren de song tot de evenknie van 'People Are People'. Het lijkt me geen toeval dat het in beide gevallen volksliederen betreft.

'Sleep' vind ik ook een sterk nummer. Pril ouderschap heeft veel kleffe liedjes opgeleerd. Maar qua speelsheid - wel met een duister kantje - plaats ik deze naast Bowie's 'Kooks'. De repetitieve baby-sample is voldoende zuinig en dus goed gedoseerd.

'Stand Up' "... and deliver", moet ik er bij nadenken. Qua tempo leunt dit plaatje misschien wel het dichtst aan bij post-punk. Maar anno 1984 is het nieuwe er wat af, dus hier noteer ik toch wel een eerste dipje op de A-kant.

Noem me gek of minstens slechthorend, maar 'Speak To Me' doet me denken aan de meer poppy nummers van ... The Doors. Maar dan zonder de bluesriffs en met minder mysterieze / pretentieuze lyrics. Alsof enkele mallerds van Madness een Doors-nummer onder handen hebben genomen. Ik lust het wel.

'One Man's Meat' oftewel de ene zijn brood: heerlijke electro-gejaagdheid. Zonder de piano-intermezzi zou dit een prima song zijn om een Soft Cell album. En met dat additief, naar verluidt ontleend aan The Addams Family, is het een prima song op Gag. Logisch dat dit als single werd uitgebracht. Het beperkte succes vind ik minder logisch.

'The Ring' vormt een aangenaam rustpunt. Mogelijk is dit het meest radiovriendelijke wat Gadget ooit heeft uitgebracht. Maar ook hier zonder het succes dat het wel verdiend had. De tekst is wel donker: een cirkelvorm voor twee partners die elkaar verstikken. Of een slang die z'n eigen staart opvreet.

'Jump' daarentegen klinkt klinisch en bij momenten agressief. Alsof iemands zekeringen doorbranden en met een wanhoopsdaad dreigt. Een futuristische song met volumewissels, dan moet ik wel de naam van Gary Numan laten vallen. De song eindigt met wat dissonant geschuur dat iets te lang duurt naar mijn zin.

'Ad Nauseum' betekent 'tot je gaat walgen'. Het is muzikaal erg minimalistisch maar de drammerige spoken words zijn wel XXL qua formaat. Het doet me denken aan minder aanstekelijke worpen van Soft Cell en Marc (Almond) and the Mambas.

Daarmee is ook de cirkel van deze best variërende plaat afgerond. Met **** zit ik supra mediocritatem.

» details   » naar bericht  » reageer  

Frank Zappa - Lumpy Gravy (1967) 0,5

7 oktober, 16:23 uur

Tot nu toe heb ik voornamelijk albums gequoteerd die ik hoog heb zitten. Mijn gemiddelde albumscore ligt dan ook aan de afwijkend hoge kant. De grootste verdienste van Lumpy Gravy is dat dit album mijn gemiddelde albumscore een beetje weet te normaliseren.

Zappa zal wel hoogwanende lol hebben gehad bij het maken van dit album, zo van "Kijk wat ik me artistiek kan permitteren." Potpourri, geveinsde schaterlachbuien, dissonante intermezzi en oeverloze conversaties, da's verre van mijn meug. Ik ben al blij dat Zappa niet à la John Lennon in zijne pure op de hoes poseert met een even ontklede Gail aan zijn ongetwijfeld zwaar behaarde zijde.

Het zou me niet verbazen indien Zappa zich kort na de release een hele kriekenboom bijeen heeft gelachen. Het onderwerp van zijn spot: lui die in grote getale deze plaat kochten, zich er suf op analyseerden en de creatieve kracht en vernieuwingsdrang ervan benadrukten. Dat deden ze wellicht uit angst om voor onbegrepen sufferd te worden versleten en/of om hun miskoop te vergoelijken.

Of ik mijn aankoop een dikke dertig jaar geleden als een misser zie? Toch minstens een halve want Lumpy Gravy vormt samen met de zwaar gedateerde hippie-aanklacht We're Only In It for the Money één cd op het Rykodisc label. En dat enkele dubbel-album mag opnieuw voor dertig jaar de kast in.

Zoals bij een pijnlijke achtbaanrit het beste moment het uitstappen betreft, is dat hier het aflopen van de plaat. Een halve ster, gewoon omdat je hier technisch geen nul kan geven.

» details   » naar bericht  » reageer  

Frank Zappa - Zoot Allures (1976) 5,0

5 oktober, 21:39 uur

Zoot Allures geniet de 'eer' om als eerste Zappa-plaat door mij gereviewed te worden. Kort na z'n overlijden in 1993 begon ik met mondjesmaat Rykodisc cd's aan te schaffen. Dat was voorwaar geen goedkope hobby voor een student, ook al omdat ene Bowie bij datzelfde label zat. Als zappatist in wording was Sheik Yerbouti m'n eerste aanwinst. De exacte volgorde erna ken ik niet meer, maar Hot Rats, Freak Out! en Apostrophe/Over-Nite Sensation lieten niet te lang op zich wachten. En zonder andere voorkennis of internet schafte ik dus ook dit album uit mijn geboortejaar aan.

Zappa vertikt het hier om z'n eigen songs te 'decomposeren', m.a.w. er zijn (bijna) geen onderbrekingen te horen met kazoos, xylofoons, scheetkussens of andere. Daardoor is de plaat zelfs een beetje atypisch te noemen. Ironisch genoeg levert dat voor mij net zijn meest toegankelijke plaat op. Ook omdat Zappa z'n immer vileine pijlen hier niet richt op destijds actuele sujets, verdient dit album de status van tijdloos. In een poging om een ordinaire track-by-track bespreking wat op te luisteren, heb ik voor elke song een alternatieve titel bedacht.

1. 'Aan de Pomp Weerklonk Zijn Kreet' Stevig rocknummer en een aanklacht tegen het verspillende en niet-doelgerichte onderwijssysteem. Volgens zappa resulteert schoolmoeheid voor vele Amerikanen in een weinig uitdagende job zoals die van pompbediende.

2. 'Pink David, Purple Hendrix' Een instrumentaaltje met natuurlijk de elektrische gitaar voorop. Zappa klinkt bij momenten als David Gilmour en bij andere als Jimi Hendrix.

3. 'Kelly Watch The Whips' De dromerige pling-pling doet me aan het werk van het Franse elektro-duo Air denken. De thematisering is natuurlijk eerder een (fictieve) martelkamer. Zappa's vrouw levert het gegil op dat de sfeer eerder doet omslaan naar die van een louche filmstudio. 'The Great Jig and the Scar' was e.en andere alternatieve titel die door m'n hoofd spookte bij het aanhoren van deze uitgesponnen, broeierige song. Heerlijk matchend met Zappa's laagtonige parlando.

4. 'Is Dit Nou Latex' ... als je groot bent. Een pneumatisch stukje speelgoed, dat nooit praat als het je zaad ontvangt. De riff klinkt naar Zappa-normen nogal basic, alsof Mick Ronson op een plaat van The Stooges moet meespelen.

5. 'Frank 'n Flirter' De ultieme tip om een griet te versieren: doe je voor als een domme jongen. Meiden knappen immers af op bollebozen. Om de sappigheid te benadrukken, hoor je Zappa's speeksel plakken bij meerdere frasen.

6. 'Robbie & Ritchie's Friendly Fingering' Opnieuw een instrumentaaltje dat begint met die typerende percussiegekte. Maar al gauw speelt de gitaar de eerste viool. Het opzwepende tempo en de bluesy sound doen me denken aan The Doors, zoals middenin 'The End'. Maar Zappa kan het (opnieuw) niet nalaten om uit te pakken met het soort vingervlugge virtuoziteit waar o.a. de gitarist van Deep Purple een patent op leek te hebben. Hoewel de maximumscore voor dit plaatje ondertussen al bereikt is, keer ik graag bonuspunten uit voor het hectische maar immer ondersteunende basbeukwerk.

7. 'I Got My First Real Sick Drink' In de cd-versie eindigt de voorgaande track met een synth-partij waarin ik de klassieker 'Daar Komt de Bruid' meen te horen. Ik meen ook dat dit eerder als intro van track 7 bedoeld is, waarin Zappa over zattigheden in de zomer van '69 zingt. Of hij met het jaartal even puberale knipoogt als Bryan Adams weet ik niet. De main riff is opnieuw vintage Stooges maar blazer-intermezzi maken het geheel letterlijk wat luchtiger.

8. 'Smooth Allures' De titeltrack is het laatste instrumentale nummer. Door het drietal over heel het album te spreiden, hoeft dat niet aan evenwicht inboeten... en ik niet aan aandacht. Het begint wat esoterisch met akkoordenschema's en lange noten. Gelukkig zorgt de bas voor voldoende aarding. De jazzy sound meandert om uiteindelijk over te gaan in een bluesy outro. Beetje Santana maar dan wat minder zuiders.

9. 'The Rise and Fall of The Fonz' De bekendste song van Zoot Allures wegens enig hitpotentieel is de slotsong. Deze begint met een glamrock-riff. En in de outro herken ik flarden van 'Driver's Seat'. Daartussenin zorgen Zappa's bariton en falsetto backings voor meer dan één komische noot. Alleen al de zin "Leave his hair alone but you can kiss his comb" moet volstaan om Zappa posthuum de Nobelprijs voor de Literatuur toe te kennen.

*****

» details   » naar bericht  » reageer  

Nirvana - MTV Unplugged in New York (1994) 5,0

2 september, 22:54 uur

Het beste live album dat ik min of meer bewust heb meegemaakt bij de release. Al dacht ik er toen anders over. In die tijd dweepte ik als 18-jarige met gevestigde waarden als Queen, The Stones, Purple en Floyd. Nirvana beschouwde ik als een hype voor mijn leeftijdsgenoten die ook wel van rock hielden maar niet beter wisten.

Ruim dertig jaar later schaam ik me net niet voor het feit dat ik Nirvana destijds half negeerde, wat ook wel een anti-mainstream pose van me was. Door het megasucces vanaf Nevermind was dit voor mij geen alternative muziek. Een inconsequente puberhouding: alsof de bandjes waar ik toen gek van was niet vlot over de toonbanken gingen.

Met een bassist occasioneel op accordeon en een drummer profetisch op (bas)gitaar illustreert de band haar veelzijdigheid en vakmanschap. Al gaat de meeste aandacht geheel terecht naar de emotionele diepgang van de betreurde zanger. Precies door deze MTV Unplugged in NY is mijn visie anno nu gelukkig een stuk positiever t.a.v. Cobain en co.

Het is hierboven al meermaals aangehaald: hulde voor de songkeuze.
- Geen ’Smells' door overkill en/of omdat het niet past in de intieme sfeer van het optreden.
- Geen ’Lithium’ wegens ook al te veel herrie.
- Prima covers over een weigerachtige Jezus en over een soort Judas die de wereld verkocht. Die laatste song heeft me instant richting Bowie gestuurd, daar kan een mens niet dankbaar genoeg voor zijn. Geen dertig zilverlingen maar vijf sterren in return.

» details   » naar bericht  » reageer  

Eric Clapton - Unplugged (1992)

2 september, 00:08 uur

Video killed the radio star. En MTV was bij deze misdaad geen medeplichtige, maar nondegodver de opdrachtgever. Tien jaar later kwam de zender met een soort tegenproject: popmuziek strippen van alle tierelantijnen. Er werden talloze Unplugged-sessies gehouden en elke artiest die onhip hip wilde zijn, deed mee aan de rage — binnen én buiten het MTV-format. The Naked Truth van Golden Earring schiet me nu te binnen.

Een kwarteeuw later durf ik te stellen dat er uit al dat akoestische gejengel maar twee klassiekers van wereldformaat zijn voortgekomen. Eentje waarin de zanger/gitarist in wollen trui een essentieel Bowie-zaadje in mij wist te planten, en deze van Eric Clapton.

'Layla' is een nummer dat één artiest in twee al even magistrale versies heeft gebracht. Ik denk niet dat een songlijst met dat criterium erg lang is. 'Tears in Heaven' kun je, gelet op de tragische thematiek, niet omschrijven als het andere grote prijsnummer van deze Unplugged, maar ik krijg er nog altijd kippenvel van. Leuk dat hierboven ook aandacht wordt geschonken aan de muzikale begeleiders. Het klinkt minimalistisch maar het blijft Grote Kunst.

» details   » naar bericht  » reageer