middelmatigheid troef op deze nieuwe coldplay.
ik zou het niet beter kunnen zeggen dan andy gil, één van de beste hedendaagse britse rockjournalisten...
Waarom ik Coldplay haat
Andy Gill over de nieuwe Gouden Standaard voor Middelmatige Muziek
Andy Gill is rockjournalist bij The Independent.
_____________________________________________
Pompeuze, melige en ondraaglijke rommel. Coldplay heeft de hitparades veroverd met het muzikaal equivalent van lauwe spinazie. En tijdens dat proces hebben ze een hele generatie Britse rockmuziek vergiftigd.
Zonder een ogenblik de indruk te willen wekken dat het geen prachtige manier zou zijn om je boterham te verdienen, toch zijn er momenten in het leven van een rockcriticus dat de ziel zucht, en je in de verte tuurt met bezwaard hart en een leeg hoofd. Vorige week had ik dat. De reden? Een nieuw album van Coldplay. Je kunt je enkel afvragen hoeveel gespierde leeghoofden er nodig waren om de cheque te torsen die Brian Eno zo ver kreeg dat hij het nieuwe album van Coldplay wilde producen. Ik bedoel, zijn verheven culturele smaak in acht genomen, kan dit toch in geen geval boven aan Eno's prioriteitenlijstje gestaan hebben? En met al die U2-royalty's zal hij toch niet echt om geld verlegen gezeten hebben.
Uiteindelijk is het album precies wat ik ervan verwacht had, zij het een klein beetje magerder in de Grote Hymnen dan de vorige drie. De ritmes zijn wat drukker, en wat etnischer, en er is wat spaarzamer omgesprongen met het falsetstemmetje van Chris Martin - een van de ergerlijkste stijlfiguren van de moderne muziek - waarvoor dank, Eno! De favoriete 'Brianiac' van de pop heeft erop toegezien dat de sonische vereisten allemaal gerespecteerd werden. En in een paar gevallen lijken de songs zelfs over iets te gaan, in plaats van armetierige uitingen te zijn van emotionele weelde en kreupele troost, zoals X & Y. Dingen zoals dood, en oorlog, en macht. Het is niet veel zaaks, eigenlijk, maar nu ook weer niet zo weinig om compleet waardeloos te zijn. Het is de nieuwe Gouden Standaard voor Middelmatige Muziek. En gezien de concurrentie die tegenwoordig woedt voor die bedenkelijke eer, is dat geen geringe prestatie. Bijna een verwezenlijking, in feite.
Maar je hoeft me niet te geloven. Je kunt het album kopen en zelf beluisteren. Viva la vida heeft nu al het record gebroken van de grootste voorverkoop van een album via iTunes, en zal zonder het twijfel het succes van X & Y herhalen, dat nummer één was in alle gebieden die aan bod komen in de vergelijkende hitparade van Wikipedia, en dat zijn weg naar boven begon vanaf tien miljoen exemplaren. Het vreemde is dat ik niemand kan vinden die X & Y gekocht heeft, of die van plan is Viva la vida te kopen. En nu we het daar toch over hebben: ik ben nog nooit iemand tegengekomen die woorden van sympathie veil heeft voor Coldplay. En dus: wie zijn die massa's die zo beleefd met duizenden samendrommen in stadions als Coldplay optreedt? Het is een soort geheim genootschap, een Opus Dei voor saaie, hymnische muziek.
Het lijkt erop dat Coldplay een van die duidelijke culturele splijtzwammen is geworden, waarbij beide groepen nooit bij elkaar zullen komen. Ze zijn een soort anti-Sex Pistols, een band die afstoot niet door woede, slechte manieren en een falende opvoeding, maar door hun onschadelijke vriendelijkheid en gladgestreken voorkomendheid. In 1977 kon EMI zich niet snel genoeg van die vervelende Sex Pistols ontdoen, u herinnert het zich misschien. Maar in februari 2005 werd de fenomenale daling van de waarde van de aandelen van hetzelfde bedrijf (min 6 eurocent tot 3 euro) voornamelijk toegeschreven aan de aankondiging dat Coldplays X & Y niet zou verschijnen in dat fiscaal jaar, wat anders wel de verwachting was. Die impact is vooral ironisch als je bedenkt dat de zanger van Coldplay, Chris Martin, in de pers vaak tekeergaat tegen de bedrijven, en zich uitspreekt voor eerlijke wereldhandel. Het is maar een van de vele manieren waarop de band een flauwe afspiegeling is van hun meest in het oog springende voorbeeld, Radiohead.
Hun muziek klinkt ook als Radiohead, met alle kruidige, moeilijke en interessante kantjes eruit gekookt, wat resulteert in iets met de muzikale vastheid van gestoomde spinazie, de muziek behoudt de trucs die een massa wel kan smaken en de samenzangrefreinen, maar gooit de meer uitdagende, dissonante aspecten overboord, samen met de bochten van 90 graden in een andere richting.
Een andere voor de hand liggende vergelijking is die met Pink Floyd: ze roepen hetzelfde immense gevoel van ongemak en verheffing op, en maken gebruik van hetzelfde soort breedvoerige arrangementen, maar zoals met de invloed van Radiohead is het zeer de vraag of Coldplay ook de onderzoekende artistieke geest deelt met Floyd. Ook kunnen ze op geen enkele wijze wedijveren met de kenmerkende lyrische benadering van Yorke en Roger Waters, wier werk voor aangeboren populisten als Coldplay eenvoudigweg te wrang en bitter, en regelmatig te verdraaid en ambivalent is om het naar de kroon te steken.
En dus valt Coldplay keer op keer terug op de onoprechte empathie van tekstregels als "Is there anybody out there who is lost and hurt and lonely, too?" en "Are you lost or incomplete... can't find your missing piece?", regels die teren op de zielskadavers van de onzekeren en eenzamen, zonder oplossingen aan te dragen. Regels die kruimels troost opblazen tot huwelijkstaarten, door het muzikaal monumentalisme waarin ze vervat worden, zodat de fans hun taart krijgen en in één hap zichzelf kunnen verzwelgen.
Nergens heb je het gevoel dat er een gevecht wordt gevoerd met de sociale en politieke oorzaken van de problemen. De teksten zijn niet meer dan een flauw emotioneel kompres op de wonde. Ze zijn uitgegroeid tot de muzikale veiligheidsdeken voor miljoenen fans, terwijl hun nummers voorbij schrijden met de epische statigheid van staatsbegrafenissen en hun enorme, hartverscheurende akkoordenschema's je zeemzoet om de oren slaan met emotionele logica, maar tegelijk elke boosheid of politieke betrokkenheid - in de existentiële zin - wegzuigen. In de plaats daarvan offreert Chris Martin een troostende hand op je schouder, alsmede een lekker kopje thee.
Coldplay: het is een van de meest toepasselijke groepsnamen in de rock. Hij ruikt naar bleke huid en dode emoties. Elke keer als ik hem hoor, zie ik het beeld van vissen met glazen ogen in het kraam van de visboer, met smeltend ijs op de weegschaal. De politieke leegheid van de band blijkt nog het hardst in het nummer met de ironische titel 'Politik'. De lijst van vage eisen daarin ("Give me time and give me space, give me real, don't give me fake...") en de oproep "open up your eyes" verraden een totaal gebrek aan politieke coherentie.
Ze zijn niet alleen schuldig, besef ik wel, en ze zijn ook niet alleen met hun onnozele revisionisme: want net zoals het thatcherisme een golf van arrogante, sodemieter-op, egoïstische celebocratie de eightiespop binnensluisde, zo veegde het blairisme de ideologische component van de moderne pop onder de mat, die haar authentieke politieke drive verloren zag gaan ten voordele van de minder vervelende, makkelijk hanteerbare politiek van de celebritygeste. Maar zelfs Tony Blair kon nooit zo gespeend zijn van drijvende principes als een band die zingt: "I'm going to buy a gun and start a war / If you can tell me something worth fighting for". Hoe lang mag de lijst worden, kerels?
In een andere, langere lijst, staat nog veel meer dat te misprijzen valt aan Coldplay - het meeste, toegegeven, gaat over Chris Martin, de minst indruk makende rockster ter wereld volgens bijna alle maatstaven die gelden voor de rock-'n-roll zoals we die kennen.
Er is het man-van-celebritysyndroom, met Chris 'n' Gwynnie in de rol van een geurkaarsen-, laagvezelig equivalent van Brad 'n' Ange; de borstelige non-baard die Chris Martin deelt met Jensen Button (heb je de twee ooit samen gezien op dezelfde plek?); zijn kind Apple noemen in plaats van, zeg maar, Veal (rund is veel smakelijker en leent zich minder om op school gepest te worden); en veel meer van dat.
Maar voor mij is het de gekwelde uiting van zogenaamde politieke bezorgdheid, terwijl ze tegelijk tegemoet komen aan het welige zelfbeklag van het meest gepamperde, comfortabele deel van de muziekfans ter wereld, dat het irritantste aspect is van Coldplay. Ooit was rock-'n-roll een wervende kreet, klaroengeschal. Nu, in hun handen, is het een pijnstiller.