Sigur Rós - Með Suð Í Eyrum Við Spilum Endalaust
Sigur Rós, een band die naar mijn mening steeds beter wordt. Waar Agaetis Byrjun en ( ) mij vrij snel wat gingen vervelen, hoewel daar ook een aantal heerlijke trage nummers op staan, kon Takk... mij mateloos boeien. Die laatste plaat wekte daarom mede met het feit dat ze op Lowlands komen mijn interesse. Zou deze plaat net zo goed zijn als Takk..? of zakte het in. Uiteindelijk gedownload en beluisterd en na een periode van inwerking zal ik er nu eens even mijn subjectieve mening laten lezen.
De eerste verrassing komt gelijk in het begin, Gobbledigook klinkt fris en zet gelijk te toon voor een minder winters plaatje dan de voorgangers. De lente is begonnen, prachtige klanken vullen mijn oor en langzamerhand word ik meegesleurd naar Inní mér syngur vitleysingur. Inní mér syngur vitleysingur met de typerende Sigur Rós geluidjes die allemaal zeer natuurlijk aandoen. Verder lijkt het dat de climax in dit nummer helemaal uit blijft, omdat het hele nummer op zich al een climax is. Maar neen, er komt toch een leuk stukje muziek dat je als climax zou kunnen beschouwen. Nu wordt de honger naar een mooi episch nummer zoals op de voorgangers van dit album toch wel groot, de nummers zijn allemaal wat kort en het verhaal lijkt te ontbreken. Sigur Rós is echter nog niet klaar met de korte nummers; Góðan daginn volgt Inní mér syngur vitleysingur op en lijkt wat minder sprankelend dan de voorgaande nummers. Toch is dit nummer weer enorm sfeervol en zou ik het kunnen vergelijken met een regenbuitje in de lente. Dit is dan een nummer zonder climax, het blijft een beetje doorregenen en er gebeurt vrij weinig. De sfeer in dit nummer is alles. Geen toeters en bellen, alles is rustig en zacht en dat blijft het ook.
Við spilum endalaust zet dan de toon voor een hernieuwde vrolijkheid, te horen aan de heerlijke basedrum. Hierna valt al snel de stem in en worden er een hoop instrumenten uit de kast gehaald die alvast een klein beetje van het oude Sigur Rós geluid tevoorschijn toveren. Dit gaat een tijdje zo door met af en toe een kleine pauze. Voor zover blijkt dit weer een parel te zijn. Kort maar krachtig. De opmaat voor. De opmaat voor een geniaal hoogstaand en voor het eerst een nummer met wat lengte. De eerste epos wordt nu opgevoerd; Festival. Het begint wat rustig en vredig, maar ontspint langzaamaan tot een prachtstuk muziek als de drum invallen en uitmondt in een orkaan van muziek, klank en geluid om af te sluiten met wat vreemd gefluit. Hemels om naar te luisteren en een nummer dat ik kan gaan rekenen tot de besten van Sigur Rós.
Suð Í Eyrum vervangt Festival. Leuke piano, rustiek zoals vele nummers. Verstand op nul en luisteren. Dit nummer heeft echt iets ontspannends. Het heeft een verslavend effect. Geestveruimend. Net als wiet. Alleen is dit gezonder. Een nummer dat ik zou kunnen vergelijken met Góðan daginn. Alleen is dit toch een tikkeltje mooier, vrolijker en vormt het een geweldige opmaat (de tweede alweer) voor Ára Bátur. Het tweede "epos" op deze CD. Minder lang dan Festival, maar zo mogelijk nog beter. Het heeft net iets meer inhoud, net iets meer gevoel en het is net zo onstpannend als Suð Í Eyrum. Verder is het grote voordeel aan dit nummer in vergelijking met andere post-rock nummers dat het niet in oeverloze geluidjes verzandt. Hoewel dat af en toe ook wel eens prettig is natuurlijk. Maar Sigur Rós krijgt het voor elkaar om mij zo te boeien dat ik op precies het goede moment het "volumeknop-naar-rechts-gevoel" krijg. Het moment waarop ik heb gewacht, het moment waarmee dit nummer zich kenmerkt en waardoor het zich het beste nummer van de CD mag noemen, piano bouwt op, stem valt in en dan gebeurt de rest in exponentieel tempo. Het volume gaat nog iets harder, de eerste haartjes op mijn arm beginnen overeind te staan als reactie op dit alles. 2 Seconden later heb ik overal kippevel. Jankend mooi.

Waarna het is afgelopen...
Illgresi moet het stokje dan overnemen. Illgresi heeft dus de eer om de moeilijkste positie op een CD in te nemen. Dat lukt geweldig. Het volume is na Ára Bátur open blijven staan en gaat nu langzaam weer wat terug. Hoe het kan weet ik niet, maar Illgresi weet het kippevel in stand te houden.
Het ongelofeloze aan dit album is dat er nog een song volgt die dit niveau vasthoudt en aan Ára Bátur kan tippen. Fljótavík is de naam. Prachtige klanken brengen ook dit nummer weer naar een ongekend hoogtepunt. Alsof ik bovenop een bergtop een vogel sta na te doen. Helaas is dit een wat kort nummer. Al kan het korte zo bewijst Straumness. Straumness is eigenlijk een soort interlude waar ik niet heel veel waarde aan hecht. Toch is het op zich een behoorlijke verademing na het voorgaande geweld en vormt het een prima intro voor het nummer dat komen gaat en dat tevens deze CD die al niet meer stuk kan gaan afsluit: All Alright.
Een nummer dat begint met enkele losse tonen op de piano. Met op de achtergrond de resten van Straumness. All Alright verteld mij dat alles goed komt en dat ik het album gewoon op de repeat kan zetten zodat ik nog langer van dit album kan genieten. Werkelijk waar.
Sigur Rós heeft weer een meesterlijk stukje muziek afgeleverd, de beste die ik tot nu toe van ze gehoord heb. Momenteel ook mijn favoriete plaat. Daarom ken ik aan dit fantastische album van deze meesterlijke band 4,5* toe.