Sinds de dood van manager Brain Epstein in augustus 1967 bepaalde Paul eigenlijk vaak de richting die de band uitging. Hij zette het Magical Mystery Tour project op en hij kwam ook met het idee voor de "Get Back" LP. De bedoeling was dat de Beatles in de studio een album zouden opnemen en dat dit gefilmd werd. Het hoogtepunt van de film moest een spectaculair optreden worden. Voorstellen van Paul waren een optreden in Stonehenge of in een amfitheater. Uiteindelijk werd het een optreden op het dak van de Savile Row studio's (bekend als de Rooftop Concert).
Glyn Johns werd in januari 1969, amper anderhalve maand nadat The White Album was uitgekomen, ingehuurd als producer voor de sessies van dit album, bekend als de Get Back sessies. George Martin weigerde na de vele ruzies tijdens de opnames van de Witte LP weer te producen.
Van 2 januari tot en met 30 januari gingen de Beatles werken aan hun nieuwe plaat. De eerste helft van de maand zaten ze in de onaangename, koude Twickenham Studios. John had, sinds de White Album sessies, Yoko Ono meegebracht naar de studios. Zij was voortdurend aanwezig. Daarnaast voelde Ringo zich niet meer 100% gelukkig in de band (hij was in de zomer van 1968 veertien dagen uit de band gegaan), en George vond dat er te weinig van zijn materiaal werd gespeeld. Ik denk dat niemand in de band precies wist welke richting men uit moest. Volgens mij volgden de andere Beatles alleen maar Paul, omdat ze zelf steeds meer hun interesse in de band verloren. Getuige daarvan het feit dat vooral George en John regelmatig afwezig waren bij de Get Back sessies. De maand januari bleek een kille maand, vol verwarring en ruzie. Dit werd nog eens pijnlijk op film vastgelegd door de crew van regisseur Michael Lindsay-Hogg, wat de stemming er niet op verbeterde. Legendarisch zijn de woorden van George die gefrustreerd en sarcastisch tegen Paul antwoordt: "I'll play whatever you want me to play or I won't play at all if you don't want me to play. Whatever it is that'll please you, I'll do it." Hij stapte zelfs uit de band op 10 januari en kwam terug op 22 januari. De tweede helft van januari verhuisden de Beatles naar de meer gezellige studio's van Savile Row, waar ze beter konden functioneren.
Het is op zijn minst verwonderlijk dat een band die zo op splitten stond nog zulke geweldige muziek kon voortbrengen, al produceerden de vele dagen in de Twickenham en Savile Rowstudio's zeer veel - het mag gezegd worden - rommel; van saaie improvisaties tot zwakke covers. Maar vooral George, die zich wilde bewijzen als songwriter, en Paul, die zich nog steeds helemaal engageerde voor zijn, zoals hij het noemde, little band, leverden heel wat mooie nummers af. Lennon schreef eigenlijk alleen, op dit album, "Dig a Pony" en "Across the Universe", maar dat laatste nummer dateerde al van 1967. De sfeer werd wel een beetje beter denk ik in de Savile Row studio's. Dit mondde uit in een concert op het dak van het Savile Row gebouw, het leukste moment van de hele sessies. Want mooie momenten waren er zeker ook; het genoemde Rooftop Concert, Paul die het nummer "Besame Mucho" zingt met zijn grappige Elvis imitatie-stem, John en Yoko die samen dansen op "I Me Mine" van George, ...
Na januari kreeg Glyn Johns dan de - toch wel - ongelukkige taak vind ik om uit die vele uren/dagen aan tapes een album samen te stellen. Ondertussen werden de twee eerste nummers uit de sessies gereleased op single: "Get Back" en "Don't Let Me Down". Een maand later, in mei 1969, had Glyn Johns het album klaar. De plaat heette "Get Back" en de hoes zou een persiflage zijn op die van het eerste Beatlesalbum (Please Please Me). Deze hoes werd later gebruikt voor de Blauwe verzamel-LP.
De tracklist van Glyn Johns' "Get Back" was anders dan "Let It Be". "Don't Let Me Down" stond er op, evenals "Teddy Boy" (terug te vinden op Anthology 3), het instrumentale "Rocker" en de cover "Save the Last Dance For Me". Afsluiter van de LP was een reprise van "Get Back". En de nummers die wel op "Let It Be" staan, waren andere versies.
Maar omwille van allerlei onduidelijke redenen werd de release van de plaat steeds opgehouden. De release zou vertraging hebben omdat er een boek met foto's en tekst zou bij zitten, de release moest samen vallen met de film die nog niet uit was, de Beatles waren niet tevreden met de tracklist, ...
Glyn Johns moest dus opnieuw een andere tracklist samen stellen. Deze keer liet hij "Teddy Boy" er af en voegde "I Me Mine" en "Across the Universe" er aan toe, omdat deze nummers ook te zien waren in de film en "Teddy Boy" niet.
Nog steeds was men niet tevreden en dus kreeg Phil Spector, die net de single '"Instant Karma" van John Lennon had geproduced, de tapes in handen met de opdracht er een album mee samen te stellen. Het was ondertussen al 1970. Spector stapte - tot spijt van Glyn Johns - af van het concept van deze LP (dat de nummers rauw moesten zijn). Vooral zijn theatrale versie van "The Long and Winding Road" kreeg veel kritiek. Toch vind ik dit wel een mooie versie, ik zou niet kunnen kiezen tussen de Spector of de Glyn Johns-versie. Hij orchestreerde ook "I Me Mine" en "Across the Universe" (dat na al die tijd dus eindelijk gereleased werd). "Dig It" kortte hij in tot minder dan een minuut (Glyn Johns' versie duurde vier en een halve minuut, andere versies op bootlegs duren zelfs meer dan acht minuten).
In Mei 1970 kwam "Get Back" dus eindelijk uit, onder de naam "Let It Be", samen met de film. Tegen dan waren de Beatles reeds gesplit. Met de film kreeg het publiek een (pijnlijke) afscheidsdocumentaire te zien van een band die uit elkaar valt en op splitten staat, en met de LP kregen de fans een prachtig afscheidscadeau. De film is trouwens een zeer grote aanrader voor elke Beatlesfan. In de film zitten ook heel wat nummers die niet op het album staan ("Besame Mucho", "Lawdy Miss Clawdy", ...) Ik snap alleen niet wat de release ervan tegenhoudt. Problemen met de rechten neem ik aan?
Voor wie nog wat dieper wil graven in de "ramp" (zoals het boek "The Let It Be disaster" heet), die de Get Back sessies waren, zijn er vele bootlegs uitgegeven ("The Black Album", of de reeks "Thirty Days", of de originele LP van Glyn Johns), van al die uren aan tape die er zijn. Er zijn zeker nog wat leuke nummers te ontdekken; covers, onuitgegeven versies van nummers op "Let It Be" of Abbey Road", of onbekende nummers geschreven door John, Paul of George die na de Get Back sessies nooit meer gespeeld werden. Mijn favoriete nummers daarvan zijn "Suzy Parker", de cover "Mailman Bring Me No More Blues" (ook op Anthology 3 te vinden), "No Pakistanis" (een parodie op "Get Back") "Child of Nature", en anderen.