Steven Mo
Ik heb nu toch wat meegemaakt. Ik was op vakantie in Frankrijk. In de Elzas. Op een middag, op de fiets door de heuvels met wijnranken, zie ik opeens een bekend gezicht. Ik dacht eerst, zie ik het goed? Maar jawel. De prachtige krullen. De oude maar levendige kop. De onmiskenbare bril. Het was gewoon Geddy Lee Weinrib. Hij was in een favoriete streek van hem om flink wat flessen wijn in te slaan. Hij schijnt nogal een liefhebber te zijn. Ik twijfelde of ik hem aan moest spreken, maar deed het toch. Zo'n kans krijg je maar één keer, toch? Ik wilde niet teveel als een fan overkomen, ik weet hoe irritant dat is, maar complimenteerde hem toch met zijn imposante carrière. Hij lachte vriendelijk. Er ontstond een gesprek. Hij was heel geïnteresseerd en stelde heel veel vragen. Hij vertelde dat hij dit altijd deed, omdat hij overal inspiratie in zocht. 'En dat is de laatste jaren lastiger dan je denkt,' zei hij waarna die vriendelijke lach weer opdook. Ik vroeg met wie hij hier was. Het bleek een heel gezelschap te zijn. Familie, oude vrienden, nieuwe vrienden. Grappend zei ik dat Alex en Neil er dan ook wel zouden zijn. 'Ja,' zei hij zonder met zijn ogen te knipperen. Het bleek dat ze elke dag een uurtje in de achtertuin overleg voerden over de aankomende tour. Volgens mij begon deze in september al. Hij had het over Engeland. Geddy was niet zo enthousiast over de wijn van dit land, maar vond het publiek geweldig. 'Rush-fans staan erom bekend dat ze helemaal voor ons gaan,' zei Geddy. 'Ze leveren eigenlijk nooit kritiek.' Ik dacht even aan dit forum en moest een lach onderdrukken. Maar toen kwam het. Hij zei dat ze 's avonds een optreden van ongeveer een half uur in een afgelegen wijnschuur zouden geven. Hij vroeg of ik ook kwam kijken. Ik wist niet hoe snel ik 'ja' moest zeggen. Dit wilde ik natuurlijk wel meemaken. Ik zei wel verontschuldigend dat ik geen Rush-shirt bij me had. Weer moest Geddy lachen. Hij zei dat veel Rush-fans trots zijn op hun Rush-shirts, vooral als deze 25 jaar oud zijn, stinken en verkleurd zijn. Hij zei iets over bierbuiken dat ik niet helemaal begreep.
Die avond kwam ik hijgend aan op de afgesproken locatie. Het was wat verder dan ik had gedacht en het eten was ook al uitgelopen. Maar ik viel met mijn neus in de boter. De band stond net op het punt te beginnen. Geddy wees vanaf het podium naar me. Ik zag Alex en Neil vragen naar hem kijken. Geddy liep naar ze toe om uitleg te geven. Er waren zo'n 20 mensen aanwezig. Veel van hen waren 50+. Er waren enkele dertigers. En er was een wijnboer (althans, ik denk dat hij de wijnboer was, want hij bleef maar flessen openen en drank uitdelen.) Daarna maakte de band zich klaar om te beginnen. Er was tromgeroffel, de gitaar viel in, het was duidelijk dat ze The Anarchist van Clockwork Angels aan het spelen waren. Enkele aanwezigen begonnen meteen met hun hoofd mee te knikken. Sommige deden de handen op hun oren alsof ze een hoofdtelefoon op hadden, en maakten zwierige heupbewegingen, bijna op de maat. Eén vrouw stond net als ik stil te kijken. Ze had een onuitgesproken gezichtsuitdrukking. Ze ging er niet in op zoals de anderen het wel deden. Ook toen de band vervolgens Headlong Fight en het titelnummer speelden, bleef ze op dezelfde manier staan. 'She doesn't like Clockwork Angels,' riep een aanwezige opeens in mijn oor. Hij keek venijnig naar de dame in kwestie, maar schudde daarna weer met zijn hoofd en wangen op de moeilijke maten van de muziek. Vervolgens speelde de band Wish Them Well. De vrouw slaakte overduidelijk een diepe zucht. Wat er toen gebeurde zal ik nooit vergeten. Ik zag één van de mannen iets pakken. Het was een rode stof. Met forse snelheid liepen zes bonkige mannen op de vrouw af. Sommigen hielden haar vast, anderen zorgden dat haar armen gestrekt bleven. Het werd me duidelijk wat ze aan het doen waren. Ze dwongen haar een T-shirt aan te trekken. De vrouw spartelde flink tegen. Ik vroeg me af of ik moest helpen, maar het leek me geen goed idee. De rest van de zaal knikte goedkeurend toe. Na veel geworstel had de vrouw het T-shirt uiteindelijk aan. De mannen deden een stap terug en wezen met priemende en trillende vingers naar haar. Zo van: aanhouden dat shirt. Op het shirt stond de hoes van Clockwork Angels. De vrouw trilde ook, zag er ongelukkig uit, maar deed geen poging om het shirt uit te trekken. Toen Rush BU2B inzette probeerde ze zelfs een beetje op de maat mee te bewegen, terwijl ze bang in haar ooghoeken de rest in de gaten hield. Ze ontving enkele norse hoofdknikken, waarna de meeste aanwezigen weer de bijzondere heupdraai maakten. En op dat moment had ik opeens oogcontact met Geddy. Soms heb je dat, dat je binnen een seconde weet wat er in iemand omgaat. Ik zag opeens hoe moe hij was. Zo levendig als hij over wijn praatte, zo moedeloos stond hij hier op het podium. Te spelen omdat het gewenst was. Ik zag bij Alex en Neil dezelfde blik. Ze speelden uiterst strak, technisch begaafder dan ooit, maar ze keken de schuur niet in, ze lachten geen seconde. Ik keek Geddy weer aan en stak voorzichtig een duim op. De glimlach van die middag verscheen weer op Geddy's gelaat maar verdween meteen weer. Hij moest door omdat het van hem werd verlangd, anders was hij naar buiten gerend, met vrolijke sprongen door het wijnveld. Hij had boeren omarmd. Hij had in de zon geproost op het goede leven. Hij wilde Pinot Blanc en Riesling, maar moest The Garden inzetten. Ik deed een paar stappen achteruit. De schuur rook steeds meer naar zweet. Ik zag hoe Geddy op zijn tanden beet. Hij verdween steeds meer in zichzelf. En toen draaide ik me om, gooide de schuurdeur open, sprong op mijn fiets en reed zo snel als ik kon het heuvelachtige landschap in. De wind was mild, de rode zon was bezig met een de mooiste ondergangen ooit. Ik wilde dat Geddy dit zag terwijl hij een slok nam van zijn zalige Gewürztraminer, maar ik wist dat hij de komende weken, maanden, jaren in die schuur zou blijven, met voor hem een eensgezindheid die hij niet meer deelt. Eenmaal thuis in mijn vakantiehuisje heb ik op het terras een fles uitstekende Pinot Gris geopend en het volle glas naar de hemel geheven. 'Proost,' zei ik tegen die hemel. Mijn stem was wat onvast. 'Ik hoop dat jullie snel bezoek krijgen van een bijzondere man. Je zal hem meteen herkennen aan zijn onvergetelijke glimlach. Want geloof me, hij zal eindelijk gelukkig zijn.'