De
Arthur-recensies, deel 1:
Soms, in een filosofische bui, denk ik wel eens na over Dire Straits, en waarom die band zo gehaat wordt. Er is denk ik buiten Toto geen band die zo gehaat wordt als Dire Straits. En waarom? Omdat ze voetbalstadia konden uitverkopen? Omdat het muziek is waar je moeder ook graag naar luistert? Omdat Mark een beetje murmelt in plaats van zingt? Omdat de band eigenlijk doorheen de jaren altijd ongeveer hetzelfde is blijven klinken? Omdat het geluid eerder relaxed dan spannend klinkt? Ik heb geen idee, en deze punten van kritiek zijn eigenlijk geen van allen negatief. Althans, toch in mijn ogen (oren?).
Toen ik deze band leerde kennen, had ik niet de indruk dat ik met een band te maken had die je zo makkelijk kon haten. Wij hadden Brothers In Arms op cd, maar het duurde een hele tijd voor ik die eens probeerde. Toen deze dan uiteindelijk toch in mijn speler belandde, is Brothers In Arms een tijdlang mijn favoriete cd geweest en Dire Straits een tijdlang één van mijn favoriete bands. Dit debuutalbum was de tweede die ik beluisterde.
Van de opener was ik toen en nu nog altijd niet onder de indruk. Aardig nummer, maar het gaat nogal langs me heen. Het feest begint vanaf track 2, het geweldige Water Of Love. Dat hoge niveau weten Mark en zijn sessiemuzikanten (want eigenlijk waren ze dat wel) de hele plaat vast te houden. En ze overtreffen dat niveau zelfs nog op drie momenten: op het overbekende maar niet stuk te krijgen Sultans Of Swing, op het eveneens fantastische Setting Me Up en op het voor mij ultieme Dire Straits-nummer Southbound Again (was dat ook maar op single uitgebracht, dan was deze nu misschien net zo bekend als Sultans!). Eigenlijk de drie nummers op het album met het meeste drive in, maar dat betekend niet dat ik niet van de heerlijke rustpunten als Wild West End kan genieten.
In de periode dat ik Dire Straits leerde kennen zat in mijn klas een zeer mooi meisje. En wat meer was, ze was nog in rockmuziek geïnteresseerd ook. Wat een prachtvrouw, eigenlijk. Hoe dan ook, toen ik haar dan eindelijk aan durfde spreken en het onderwerp op muziek uitkwam, vroeg ik haar of ze die geweldig goede band Dire Straits misschien kende. Ze fronste de wenkbrauwen, het gesprek viel stil en enkel door te vermelden dat ik Nirvana en Smashing Pumpkins ook erg goed vond, kon ik mijn geloofwaardigheid redden. Het was mijn eerste ervaring met het Dire Straits-hatende deel van de bevolking. Dat snapte ik toen niet, en nu eigenlijk nog steeds niet.