Editors zijn mijn favoriete band van de 21e eeuw, An End has Starts zijn zowel mijn favoriete CD als mijn favoriete nummer van de 21e eeuw. Maar wat heb ik lopen “worstelen” met hun The Weight of Your Love. Het begon natuurlijk al toen de recensies verschenen, waarin duidelijk werd dat Editors met deze plaat voor het Stadion gingen. Bij mijn eerste beluistering, herkende ik dat meteen. Vooral de koortjes associeerde ik met bands als Coldplay, Live en Simple Minds. Niets is mee hoor, maar dat waren toch niet “mijn” Editors…. Editors hadden natuurlijk al een bombastisch, volgesmeerd geluid, maar om het nu ook nog te gaan plamuren met koortjes en strijkers ? Nee, in eerste instantie leek het er op dat deze plaat het begin van het einde zou worden voor mijn liefde voor Editor (An End has a Start zullen we maar zeggen).
Maar na een aantal keren draaien begon ik te merken, dat een aantal nummers toch wel op een positieve manier bleven hangen: The Weight, Sugar, Honesty, Nothing. Voorzichtig begon ik mijn mening bij te stellen en werd meer en meer nieuwsgierig. Uiteindelijk dan toch ook maar kaartjes gekocht voor de Ziggo Dome voor het concert van een paar dagen geleden. Het heeft even geduurd, maar inmiddels ben ik om. Deze plaat is voor mij één van de beste van 2013. Het is een ook een plaat waar Editors mee verder kunnen, ze hebben zich een beetje losgetrokken van hun muzikale verleden, zonder deze te verloochenen.
Eigenlijk kent de plaat geen zwakke momenten en aantal topmomenten:
The Weight: Als er één nummer “stadionrock” is, is het wel dit nummer. Opvallend genoeg spelen ze dit nummer niet live, dus misschien is conclusie dat de wat aangepaste sound, dus wel helemaal niet bedoeld om mee te brullen in de stadions. Wel een overweldigende opener. Mooi opgebouwd, en ja wel koortjes (ah ah ah), maar die komen pas na een minuut of drie.
Sugar: Dit is nummer wat mij wel direct pakte. Is ook iets meer gebaseerd op de vorige CD’s. Geweldige nummer, waar tekst en muziek elkaar geweldig aanvullen. Wel gedurfd om met dit nummer je concert te openen. Qua geluid moest ik ook even denken aan de laatste U2 (No Line on the Horizon).
A Ton of Love: Het nummer dat voor velen beschouwd wordt als het beste nummer, waarschijnlijk omdat het meest aan de oude Editors doet denken. Ik vind het geen onaardig nummer, dat het vooral live doet. Maar dit is mijn minst favoriete nummer van de plaat (zonder dat het slecht is). Net iets te basic en het minst net iets extra, wat de meeste andere nummers wel hebben.
What is this thing called love: Typisch nummer wat van na verloop van tijd zich in je hoofd gaat nestelen. Bijzonder gedurfd en moedig gezongen. Als dit stadionrock is, dan is het hier tijd om de aanstekers aan te steken. Mooi nummer, dat tevens een breuk is in de plaat, want hier verlaten we de uptempo nummers om over te gaan naar een aantal ballads.
Honesty: Misschien wel het hoogtepunt van de plaat. Live was dit echt fantastisch en met zoveel overtuiging gebracht. Ook weer een wat langzamer nummer, maar zo prachtig. Ja, er zijn koortjes (oh oh oh), maar die strijken het niet glad, nee die voegen iets toe.
Nothing: In een nog lagere versnelling, nog zo’n juweel. De strijkers geven het nummer extra reliëf en de woorden Every conversation within you, Starts a celebration in me zijn breekbaar en ontroerend.
Formadehyde: Gewoon een lekker uptempo niets meer, niets minder.
Hyena: Ook een lekker uptempo nummer, doet me aan REM denken !
Two Hearted Spider: En weer is een ballad-achtig nummer helemaal raak. Met Honesty en Nothing een prachtig trio. Opbouw is van het nummer is erg mooi, en eindigt in een mooie climax.
The Phone Book: Een nummer wat in eerste instantie tussen alle hoogtepunten niet zo opvalt, maar opeens krijg je er toch ook voor. Meest on-Editors-achtige nummer van de plaat, het doet mij een beetje denken aan een ballad van Pearl Jam. Wel een heel bijzonder nummer, dat laat horen dat Editors mogelijk in de toekomst ook een ander soort platen kan maken. Live was dit trouwens ook fantastisch (ondanks het geroezemoes in het publiek). Tom Smith eerste alleen met een akoestische, later aangevuld met een prachtige gitaarsolo van Justin Lockey. Kippenvel.
Bird of Prey: Waardige afsluiter van een plaat die niet “liefde op het eerste gezicht” was, maar die ik uiteindelijk toch heb kunnen omarmen.