Ik beoordeel dit album ook vooral op de nieuwe studio nummers. En daarmee zit het wel snor. Lekker experimenteel weer. Elk bandlid mocht/moest een halve elpee kant volmaken. Voorwaarde was dat ze dit volledig zelf zouden doen en geen hulp zouden krijgen van de andere bandleden. Iedereen hield zich hier aan, met uitzondering van drummer Mason, maar daarover straks meer.
Eerst het stuk van Wright, genaamd "Sysyphus". Lekker duister, Het ene moment droom je lekker weg bij wat voortkabbelende piano klanken, het volgende moment zit je recht op in je stoel. Klinkt zowaar als een nooit gebruikte soundtrack voor de Kubrick film "A Space Odyssey".
Dan is Waters aan de beurt. Hij begint met een acoustisch, beetje country achtig nummer zoals we die toendertijd wel vaker van hem voorgeschoteld kregen. Een goed nummer met kop en staart. Iets wat niet gezegd kan worden van deel 2 van zijn epos waarbij we getuige zijn van Waters die het in de studio aan de stok krijgt met een aantal hardnekkige insecten.
Vervolgens bereiken we, voor mij althans, het hoogtepunt van de plaat. Het in drie delen opgesplitste "The Narrow Way" van een op dat moment nog nieuwbakken Gilmour. Wat hij hier laat zien is werkelijk fenomenaal! Part I begint als een leuk ontspannen deuntje op de acoustische gitaar, maar als snel worden daar de nodige aan Syd Barrett echoende gitaarklanken aan toegvoegd. Tja wat wil je, wie heeft Syd immers gitaar leren spelen? Juist dat was zijn jeugdvriend David Gilmour

. Part II klinkt als een achterstevoren gespeeld riff, gebeleidt door wat trommels en weer die heerlijk feedbackende gitaar. Met part III gegint dan het echte nummer, part I & II hoe mooi ook, waren slechts een aanloop, het mooiste moet nog komen! Gilmour gaat namelijk zingen en geeft het nummer ondanks zijn ontspannen stem een nog onheilspellender karakter. Of dit nog niet genoeg is dubbelt hij zijn eigen stem in het refrein en benadert hiermee zowaar het effect van een heus koor. Het nummer komt uiteindelijk tot een climax waarbij drie verschillende gitaarlijnen doormekaar heenlopen. Alles in zijn eentje ingespeeld en het lijkt wel alsof we naar een heel orkest hebben zitten luisteren. Hulde!
Tot slot "The Grand Vizier's Garden Party" van drummer Mason. Tja.. wat zal ik daar eens over zeggen... Het klinkt een beetje alsof die met zijn handen in haren zat en toen bij zichzelf dacht: als ik nou eens een aantal avonden als een josti flink wat op de trommels en pauken ga zitten hengsten, als ik er nou nog wat echo's onderzet, en die stukjes aan elkaar plak... dan heb ik toch ook een nummer gemaakt? Nee? Wacht ik heb ook nog een blokfluit spelende vrouw thuis die ik mijn creatie stiekem laat opleuken en voila, klaar!
Conclusie: de afzonderlijke stukken van Wright, Waters en Gilmour zijn zonder de bijdragen van de andere bandleden nog steeds zeer geslaagd te noemen. Toch vermoed ik dat er wellicht meer in had gezeten. "Grantchester Meadows" klinkt live met vocale bijdragen van Gilmour nog interessanter. Ook heb ik eens gelezen dat Gilmour destijds Waters had gevraagd om hem te helpen bij het schrijven van de lyrics voor "The Narrow Way". Dit weigerde hij, omdat op die manier volgens hem het concept van de plaat (iedereen moest afzonderlijk van de rest een stuk schrijven en opnemen) om zeep werd geholpen. Daar had hij aan de ene kant gelijk in, aan de andere kant wil je als band toch een zo goed mogelijk product afleveren lijkt mij. Deze manier van werken was daarmee meteen een soort vuurdoop voor Gilmour, die als vervanger van Barret tot dusver slechts een aanvullende rol had vervuld. En het mag gezegd, Gilmour bleek een meer dan waardig opvolger.
En ja dan hebben we nog de live nummers en die zijn ook zeker niet misselijk. Soms overtreffen ze zelfs het origineel, zoals bijv. A Saucerful Of Secrets die nu een stuk krachtiger klinkt.
4,5 * (geen 5* vanwege de zwakke compositie van Mason)