Een carrière lang heeft Lizzy Grant toegewerkt naar dit meesterwerk. Haar (formeel) tweede studioalbum met wereldhit
Video Games is een album met goede tracks, maar nog zonder duidelijke muzikale signatuur. Toch waren hierop de contouren al zichtbaar van de sterke tekstenschrijver die terug is te horen op deze plaat. Nummers als het persoonlijke
Carmen, het uitermate ironische
National Anthem of het afgeven op rijke elite in
Off to the Races. Het laatste nummer geeft mooi haar ambigue relatie met rijkdom weer; het deel uit willen maken van de Amerikaanse droom, maar anderzijds helemaal niets ophebben met de nepheid van alle glitter en glamour die ermee gepaard gaat.
Lana is een kei in het observeren en metaforisch bekritiseren van de Amerikaanse droom. Gezien haar levensverhaal is dat niet vreemd. Een rijkeluiskindje wat eigenlijk nooit had hoeven te gaan werken voor haar geld. Toch gestimuleerd door haar ouders een normaal leven te leiden door naar openbare scholen te gaan en zakgeld te verdienen als serveerster. Het heeft haar met twee voeten op de grond laten staan, al dreigde het door buitenmatig alcoholgebruik bijna verkeerd met haar af te lopen (ergo
Carmen).
Muzikaal schuift Lana verschillende richtingen op. Is
Born to Die nog een echte popplaat, op
Ultraviolence en
Honeymoon schuift de muzikale richting meer op richting pop noir.
Lust for Life is wat dat betreft een stijlbreuk, aangezien Lana op dit album nadrukkelijk flirt met de hiphop door bijvoorbeeld
A$AP Rocky uit te nodigen als gastartiest. Met de verder nogal rommelige plaat, mede door een sloot aan producers die zijn ingevolgen om het geluid te bepalen, levert Lana met deze plaat haar slechtste werk af.
Fast-forward naar 2019. De eerste singles verschijnen van Norman Fucking Rockwell en direct is mijn interesse gewekt. Dit is Lana zoals ik Lana graag hoor. Het geluid wordt bepaald door Jack Antonoff die eerder meesterwerkjes heeft afgeleverd.
1989 gaf een nieuwe swung aan Taylor Swifts carrière en met
Melodrama werd dé popplaat van 2017 afgeleverd. Zonder nadrukkelijk op de voorgrond te treden bepaalt de Bleachers voorman dus al een tijdje het Amerikaanse popgeluid van de grote sterren.
Antonoff kiest op deze plaat voor een karige productie. Lana haar stem centraal, piano-intro’s en warme synths vormen de basis van dit album. Antonoff weet het beste in Lana naar boven te halen. De eerste stijlbreuk is te horen op de cover Doin’ Time, die dan ook niet door Antonoff geproduceerd is maar door Watt/Perez. Het lichtvoetige popnummer is een goede afwisseling na het stemmige doch geniale begin van de plaat, waarna de plaat weer verder gaat op de eerder ingezette voet.
Favorieten aanwijzen is lastig. Deze hele plaat is een schot in de roos en Lana levert niet alleen haar beste werk af; het kan bijna niet anders dan dat dit de plaat van het jaar wordt.
Ik kijk nu al uit naar het concert in Ziggo. Het is alweer een tijdje geleden dat ik haar voor het laatst zag als de voortekenen me niet bedriegen, kan het wel eens een memorabele avond worden.