MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Muziek / Toplijsten en favorieten / De artiesten top 100 van (herman)!

zoeken in:
avatar van herman
https://www.uncut.co.uk/wp-content/uploads/2023/04/pj-harvey-live-getty-696x442.jpeg

30. PJ Harvey

Favoriete albums: Down By The Water, Stories from the City, Stories from the Sea, Let England Shake
Favoriete nummers: Dress, To Bring You My Love, Down By the Water, C´Mon Billy, Send His Love to Me, The Garden, The River, Good Fortune, The Glorious Land, On Battleship Hill
Deep cuts: You Said Something, When Under Ether, All and Everyone, A Line in the Sand, An Acre of Land
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: aERodynamIC (67), Kronos (83, itchy (85)

Zestien was ik toen Down by the Water uitkwam. Ik zag ’m soms laat op MTV en hoorde het nummer af en toe op Kink FM, dat net in 1995 van start was gegaan. De naam Polly Jean Harvey zei me verder weinig, maar de dreigende, triphop-achtige sound intrigeerde me. Ik leende het album in de bibliotheek, zette het op cassette en draaide het een paar keer. Het bleek een harde noot om te kraken. Anders was dat met opvolger Is This Desire? (1998). Inmiddels was ik meer alternatieve muziek gewend en Kink FM-hit “A Perfect Day Elise” ging er moeiteloos in. Het album beviel me beter en werkte zelfs als katalysator om zijn voorganger opnieuw en vaker te proberen. Soms hoor je pas wat een album betekent als er een opvolger is, blijkbaar.

Daarna bleef de liefde wat hangen. Losse nummers vond ik mooi, maar lange tijd had ik genoeg aan die twee platen, die ik stukje bij beetje steeds meer ging waarderen. Eind jaren ’00 zette ik op een avond na het werk eens To Bring You My Love (1995) op; liggend op de bank werd ik totaal gegrepen door elk detail. Eigenlijk gebeurt er niet eens zo veel: de gitaarriff is eenvoudig, het vibrafoonspel minimaal. Maar meer decor heeft Harvey niet nodig; zo intens en rauw als zij zingt, legt ze haar hele hebben en houwen op de pijnbank. Het zijn kleine momenten die voor maximale impact zorgen — het subtiele vibrafoonaccent in de wending van het nummer, het overslaan van Harveys stem. Iets soortgelijks geldt voor “C’mon Billy”: nog geen drie minuten, maar dankzij de hartverscheurende tekst en de strijkers een mokerslag. Een ander hoogtepunt is “Send His Love to Me”, voor mij exemplarisch voor Harvey tot grofweg Let England Shake (2011): zinderend van verlangen en wanhoop, met overslaande stem die die wanhoop een herkenbare vorm geeft. Adjudant Mick Harvey helpt daar prachtig bij met subtiel orgelspel: breekbaar en hartverscheurend mooi. Dat diepgewortelde hartzeer in de muziek is precies wat ik zo sterk vind aan Harvey tot aan Let England Shake (2011).
Is This Desire? (1998) heeft dezelfde klankkleur, maar hier hoor je eigenlijk al de Harvey van Let England Shake (2011) en verder. De nummers voelen soms schetsmatig en — belangrijker — ze gaan niet altijd direct over haarzelf, maar over vrouwen die aan de schaduwzijde van het leven bivakkeren. Op de een of andere manier wringt dat album voor mij: de emotie is er zeker, maar sommige songs zijn voorbij voor je ze echt beet hebt en beklijven minder dan ze zouden kunnen. Ook had de volgorde best anders gemogen. Maar goed, ik houd van platen die een beetje wringen; daar raak je nooit op uitgeluisterd.

Lange tijd bleef dat mijn standpunt, maar in 2011 en 2015 laaide de liefde weer flink op. Eerst was daar in 2011 ineens “The Glorious Land”, dat me compleet van mijn sokken blies: een prachtige en verslavende anti-oorlogssong met dat indringende buglesignaal. Het nummer verwijst naar de Eerste Wereldoorlog, maar de thematiek is — helaas — tijdloos. Je kunt geweld omhullen in heldenverhalen en patriottisme, maar de rekening wordt betaald door de meest kwetsbaren: soldaten die — áls ze al terugkeren — blijvend beschadigd zijn, en kinderen die als wees achterblijven. Ik kreeg er geen genoeg van en gaandeweg beviel ook de rest van het album steeds beter, waar ik in het begin toch ook wel wat moeite had met het opvallend dunne stemgeluid dat Harvey ineens liet horen.

In 2015 leerde ik mijn lief kennen en die bleek een flinke Harvey-fan, al was dat niet vanwege Let England Shake (2011), maar vanwege het oudere werk. Automatisch hoorde ik dat weer vaker en met name Stories from the City, Stories from the Sea (2000) groeide uit als een grote favoriet. Zelf pushte ik dan weer vooral Let England Shake (2011) en The Hope Six Demolition Project (2016). Ik had bovendien de tijd mee, want in 2016 zou ik Harvey vrij snel na elkaar twee keer live zien: op Primavera Sound en op Down The Rabbit Hole. Daar keek ik enorm naar uit, want verder dan tien minuutjes Harvey live op Pukkelpop ooit was ik nooit gekomen. Het optreden op Primavera was alvast schitterend: wat een charisma, wat een stem en wat een mooie show ook, zowel muzikaal als visueel. Een paar weken later zag ik haar samen met mijn vriendin op Down The Rabbit Hole en daar deed ze het nog eens dunnetjes over. Die show kreeg nog een extra laag, omdat het de dag na de Brexit was, waar Harvey aandacht aan besteedde door John Donnes beroemde No Man is an Island voor te dragen. Waar bij mij het oude werk definitief geland was, gebeurde dat nu ook bij mijn vriendin met het nieuwe werk. Van onze foto’s lieten we een leporello drukken, een mooie herinnering aan het concert.

Sindsdien is Harvey duidelijk een van mijn favoriete artiesten en ben ik het oude werk alleen nog maar meer gaan waarderen, net als de latere albums. Even moest ik wennen aan het karakter van Let England Shake (2011) en opvolger The Hope Six Demolition Project (2016). Niet langer introspectief, maar de blik naar buiten gericht. Harvey ontpopt zich meer en meer als een soort oorlogscorrespondent in muziek, en dat gaat haar ontzettend goed af. Het intieme vuur van de vroege platen hoor ik inmiddels net zo lief als de empathische blik van het latere werk. Of het nu hartenkreten als “Send His Love to Me” of geëngageerde songs als “The Glorious Land” zijn, nazinderen doet het sowieso.

avatar van herman
Kondoro0614 schreef:
Hoe was de vakantie herman?

Goed hoor! Zuid-Spanje, veel zon gehad, maar ook heeeeeeeeel veel regen. Zelfs een alert gehad via mijn telefoon waarin we werden opgeroepen binnen te blijven vanwege overstromingsgevaar. En dat was niet voor niets: https://www.facebook.com/watch/?v=777697291924605

avatar van Johnny Marr
PJ Harvey

avatar van Kondoro0614
herman schreef:
(quote)

Goed hoor! Zuid-Spanje, veel zon gehad, maar ook heeeeeeeeel veel regen. Zelfs een alert gehad via mijn telefoon waarin we werden opgeroepen binnen te blijven vanwege overstromingsgevaar. En dat was niet voor niets: https://www.facebook.com/watch/?v=777697291924605


Oei! Dat ziet er niet best uut nee.

avatar van herman
https://static.stereogum.com/uploads/2021/08/Low_2021_promo_02_NathanKeay_2250x1500_300-1629127001.jpg

29. Low

Favoriete albums: I Could Live In Hope, The Curtain Hits the Cast, The Great Destroyer, Double Negative, Hey What
Favoriete nummers: Words, Lullaby, Do You Know How to Waltz?, Dinosaur Act, Everybody’s Song, Silver Rider, Murderer, The Price You Pay (It Must Be Wearing Off)
Deep cuts: Rope, Pissing, Witches, Take Your Time
Live gezien: goddank ja
Ook in de lijst van: itchy (12)

Low heb ik ooit enigszins bij toeval ontdekt, tijdens Crossing Border in de Amsterdamse Melkweg in 2000. Destijds was ik behoorlijk onder de indruk van Sigur Rós en dat was dan ook de band waar ik voor ging, maar daaraan voorafgaand speelde ook Coldplay in The Max en Low in de Oude Zaal. Coldplay vond ik toen al weinig aan en aangezien de zaal sowieso stampvol was, viel de keuze op Low. Echt een idee van hun muziek had ik nog niet. Ze werden weleens genoemd op de Godspeed You! Black Emperor-mailinglist, dus ik verwachtte iets postrockachtig. Dat was het zeer zeker niet. Wel was het een schot in de roos, want wat een goed optreden en wat een bijzondere muziek. Heel rustig, mooie samenzang en opvallend: een staande drumster (Mimi Parker). Slowcore, heette dat; een wat lege term, maar ik besef achteraf dat Low een van de eerste bands was die me liet horen hoe mooi stilte en ruimte in muziek kunnen zijn. Eerlijk gezegd vond ik het optreden erna van Sigur Rós nog iets mooier, dus dat was de band waar ik een plaat van kocht en die daarna rond bleef zingen. Van Low downloadde ik weleens wat, maar op een enkel nummer na raakte ik niet verkocht.

Eigenlijk zorgde een volgend optreden, pas in 2005, ervoor dat ik meer in Low thuis begon te raken. Ditmaal in Paradiso, aan de andere kant van het Leidseplein. De vriend die me mee had gevraagd moest op de dag zelf afhaken vanwege ziekte, dus dan maar alleen. Iets dat ik nog nooit eerder had gedaan, maar ik merkte dat het bij Low niet uitmaakte. Want als Low speelt, luistert het publiek devoot en muisstil toe. Zelfs in Paradiso, waar men toch wel vaak door de concerten heen praat. Volgens mij had ik The Great Destroyer, het toen net verschenen album, al wel veel geluisterd via mp3, maar in ieder geval kocht ik nu wél een (dit) album bij de merchandise. En die heb ik destijds grijsgedraaid. Daarna bleef ik aangehaakt bij Low en volgde ik ze jarenlang op de voet. Vooral Drums and Guns viel op: destijds luisterde ik veel muziek via mijn mp3-speler tijdens mijn bijbaan als postbode, maar dit album bleek eigenlijk vrij irritant om over de koptelefoon te luisteren doordat de producer nogal had geëxperimenteerd met het stereobeeld. Achteraf is het wel een bovengemiddeld interessante plaat (en gewoon thuis over de boxen een stuk beter aanhoorbaar), omdat de band later opnieuw—maar geslaagder—het experiment zou opzoeken. Maar eerst verschenen er nog wat ‘reguliere’ albums waarin ik de band langzaam kwijtraakte, omdat het me te routineus ging aanvoelen.

Gek genoeg zag ik de band in 2013 weer eens live in De Duif en dat was zó goed dat ik een periode flink gefascineerd was door de band en met zanger Alan Sparhawks worstelingen met o.a. religie in het bijzonder. Ook was ik bij optredens steeds meer onder de indruk van de interactie tussen Sparhawk en Parker: wat een mooi stel. Hij leek mij de worstelaar, de avonturier; zij de vaste grond onder zijn voeten, zijn houvast. Een beetje als de muzikale rolverdeling ook. Desondanks trok The Invisible Way me minder: mooi album, maar iets te veel binnen de lijntjes. In plaats van dat ik de nieuwe albums nog opzocht, dook ik meer in het oudere werk waar nog een hoop te ontdekken viel. Destijds schreef ik dat de band van mij wel weer eens wat verder uit hun comfortzone mocht en het experiment weer op mocht zoeken, en warempel, zo geschiedde in 2018.

Opvallend genoeg ging een welgemeende cover van Rihanna’s “Stay” vooraf aan Double Negative. Dapper, maar bepaald geen vooruitwijzing naar Double Negative, dat Low in één klap weer in de frontlinie van mijn favoriete artiesten zette. De eerste keer luisterde ik het album ‘s avonds laat in het donker op bed over de koptelefoon, en ik was meteen weer compleet bij de les inzake Low. Qua sfeer, songs en emotie was het nog steeds onmiskenbaar Low, maar dan in absolute topvorm en in een ronduit fascinerende, organische geluidsmix. Veel bewerkte geluiden, subtiele R&B-invloeden ook, maar op de een of andere manier paste het allemaal naadloos in elkaar. Waar bij Drums and Guns het experiment nog vooral in de opname zat, was het experiment nu echt onderdeel van de muziek en volledig op zijn plaats. Drie jaar later was er de opvolger HEY WHAT, die op dezelfde manier is opgezet. De verrassing was er nu wel wat vanaf, maar als geheel vind ik dit album nog beter. Het album voelt als een lange trip, als een soort auditief getij waarin zang, tekst en klank komen en gaan. “Hey” is voor mij het hoogtepunt, wat een nummer. Als geheel voelt de plaat wel wat somber en zelfs grimmig, maar daardoor ook goed passend bij de—sinds 2020—sombere tijd waar we in leven.

En toen, 2022, overleed Mimi Parker op 55-jarige leeftijd aan kanker. Uiteraard is het onvermijdelijk dat ook (favoriete) artiesten eens de pijp aan Maarten geven, maar in dit geval natuurlijk veel te vroeg. Ik koester de herinneringen aan de concerten, de devote stilte van het publiek en de liefdevolle interactie op het podium, maar ik had ook graag nog eens Low ‘nieuwe stijl’ live gezien; helaas is dat er nooit van gekomen. Of zoals Low zelf zingt op “Silver Rider”: “The march is over / The Great Destroyer / She passes through you like a knife”.

PS. Ik vreesde een beetje voor Sparhawk, maar zijn laatste solo-album is erg fraai. Daar zijn we voorlopig—hopelijk—nog niet vanaf.

avatar van LucM
Low leerde ik pas later kennen en inmiddels al hun albums aangeschaft of beluisterd. Ze vallen goed mee behalve de laatste twee die ik te gekunsteld vind.

avatar van Johnny Marr
Low en zeker de laatste twee albums

avatar van Rudi S
Die laatste 2 albums zijn zeker heel fraai maar ook het debuut is mooi, dit jaar ook een fraai combi-album met Trampled by Turtles.

avatar van LucM
Waarom moeten sommigen mij tegenspreken? Het debuut van Low vind ik prachtig en hebben ze - naar mijn bescheiden mening - nooit overtroffen (Secret Name vind ik wel even goed) al heeft Low nadien nog veel prima albums uitgebracht (alleen de laatste 2 bevallen mij minder).

avatar van Arrie
LucM schreef:
Waarom moeten sommigen mij tegenspreken?

Ja hoe durven mensen een andere mening dan jij te hebben? Johnny Marr dit kan je niet maken

avatar van Johnny Marr
Arrie schreef:
(quote)

Ja hoe durven mensen een andere mening dan jij te hebben? Johnny Marr dit kan je niet maken

Sorry, LucM. Mijn excuses. Ik zal het nooit meer doen.

avatar van Koenr
Low ❤️ er is geen enkele andere band met zo'n sterk & consistent oeuvre uitgesponnen over 4 decennia.

Fraai, herman. Ik heb nog wat in te halen, maar ik lees van een afstandje rustig mee en raak gemotiveerd zelf ook weer stukjes te schrijven.

avatar van herman
https://media.newyorker.com/photos/5fc4210e5fc79395b74d1697/master/w_2240,c_limit/PG.104_R9204.jpg

28. Radiohead

Favoriete albums: The Bends, Kid A, In Rainbows
Favoriete nummers: Fake Plastic Trees, Pearly, Everything In Its Right Place, How to Disappear Completely, The National Anthem, Idioteque, There There. (The Boney King of Nowhere.), 15 Step, Weird Fishes / Arpeggi, Daydreaming, Present Tense
Deep cuts: Permanent Daylight ( Radiohead doet een Sonic Youthje), Polyethylene (Parts 1 & 2), Where I End and You Begin. (The Sky Is Falling In.), Myxomatosis. (Judge, Jury & Executioner.), Videotape
Live gezien: ja
Ook in de lijst van:aERodynamIC (20) en itchy (91)

Een van de lastigste zaken bij het rangschikken van al die artiesten was hoe oude favorieten waar je niet zo heel vaak meer naar luistert zich verhouden tot favorieten die nog wel actief zijn en regelmatig voorbijkomen. Radiohead is er eentje uit de eerste categorie: van grofweg 1995 tot 2001 was ik groot fan en vond ik eigenlijk vrijwel elk nummer dat ze uitbrachten goed. Daarna kwam langzaam de klad erin, al reken ik In Rainbows nog wel tot hun beste albums. In de jaren ’10 en daarna zag ik ze nog wel eens live, maar het echte vuur voelde ik niet meer.

Ooit was dat wel anders. “Creep” deed het voor mij nog niet; dat vond ik maar niks. Wat me tegenstaat is dat het klagerige er zo dik bovenop ligt—iets waar ik bij sommige andere grunge-achtige nummers (maar bijv. ook “Everybody Hurts”) niet zo van houd. Precies het soort song waarover Beck al eens een cynische hit maakte (“Loser”: “I’m a loser baby, so why don’t you kill me”).

Een paar jaar later echter hoorde ik “High and Dry” op de radio en ik was totaal ondersteboven. Wat een schitterend nummer. De volgende dag meteen naar de bibliotheek gefietst, alwaar The Bends tussen de nieuw aangeschafte cd’s lag—hij was net uit en ik was de eerste die hem leende. Ik heb de cd toen op tape gezet en helemaal stukgedraaid: “High and Dry”, “Sulk”, “Black Star”… het ene mooie liedje na het andere. In die tijd stond Radiohead ook op Pinkpop—wat een schitterend optreden om op tv te volgen. Druilerig weer, Thom Yorke in gele regenjas, een schoolgenootje knikkend op de eerste rij. Beelden die nooit meer van het netvlies gaan.

Later kocht ik The Bends op cd, zette ik iets anders op datzelfde bandje, maar dat klonk voor geen meter. Ik had het bandje zó vaak gedraaid dat je nog steeds Radiohead door de andere muziek heen hoorde.

Weer een kleine twee jaar later was daar dan ineens “Paranoid Android”, dat een paar maanden voorafgaand aan OK Computer werd uitgebracht. Het opmerkelijke clipje kwam veel op MTV, meestal in een knullige, gecensureerde versie waarin de tepels van de animatiefiguren waren weggewerkt. In het begin vond ik het een lastig nummer, maar toen OK Computer eenmaal uitkwam was ik allang om en viel ik als een blok voor het album. Ik nam het in die week mee naar een vriend, liet het daar per ongeluk liggen en moest het daarna even missen. Hij ging ook voor de bijl voor de muziek, maar ik kon niet wachten tot ik de cd weer terugkreeg. Uiteindelijk werd het een van mijn favoriete albums aller tijden, met schitterende muziek en Yorke die alle emoties eruit zingt—of zelfs schreeuwt, zoals in “Climbing Up the Walls”. Hoogtepunt is voor mij wellicht “Lucky”, waarin Yorke eerst nog aarzelend zingt “I feel my luck could change” maar uiteindelijk een ronduit triomfantelijk “It’s gonna be a glorious day” uit zijn longen perst. Ook “The Tourist” is uitermate fraai met een magnifieke opbouw: van het lethargisch gezongen “It barks at no one else but me” tot een fijne versnelling met mooi gitaarspel van Jonny Greenwood en ten slotte de ping die het album afsluit. Pure magie dat nummer.

De lat lag inmiddels al hoog, maar in 2000 zou Radiohead er in Sergej Boebka-stijl nog een stukje overheen gaan. In september 2000 waren de verwachtingen rond een nieuw Radiohead-album hooggespannen, en Kink FM had een opvallende primeur: een week voordat het album in de winkels lag, mochten ze het al uitzenden—wel met alle tracks in een andere volgorde (al bleef “Everything In Its Right Place” de opener). Ik heb het van de radio opgenomen en grijs gedraaid, tot ik de volgende vrijdagochtend naar Plato ging om de cd te halen. Uiteindelijk bleek ik een misdruk te hebben, waarbij het album wordt voorafgegaan door 40 seconden van een andere band, waardoor alle nummers vervolgens ook 40 seconden later in de volgende track beginnen. Ik heb ’m niet ingewisseld, in de hoop dat ’ie ooit veel geld waard zou worden (die misdrukken werden al snel uit de verkoop gehaald), maar zover is het nooit gekomen.

De muziek zelf was fantastisch—een enorme sprong voorwaarts ten opzichte van OK Computer: veel elektronischer, experimenteler en minder songgericht. Het was duidelijk dat Yorke c.s. goed kennis hadden genomen van de Warp-catalogus—leg Autechre’s “Second Bad Vilbel” maar eens naast “Idioteque”, of Aphex Twin’s “Iz–Us” naast “Kid A”. Hoe Radiohead relatief klinische elektronica warm en menselijk laat klinken, is bijzonder. Zoals Yorke in “Idioteque” tekeergaat over die spartaanse beat is waanzinnig. En ook “The National Anthem” is fenomenaal, met die blazers. Ik weet nog dat ik ze op 15 september zou zien in het Goffertpark, maar verstek moest laten gaan omdat mijn moeder ernstig ziek was en die dag geopereerd zou worden. De bootleg heb ik gelukkig nog vaak terug kunnen luisteren: “The National Anthem” was de opener, met een intro gemixt met allerlei geluidsfragmenten, waaronder stukjes uit het Achtuurjournaal met de stem van Philip Freriks. Met mijn moeder kwam het gelukkig goed, en Radiohead zou ik het jaar erop alsnog zien op Pinkpop, waar ze als afsluitende artiest de woorden uit “Lucky” eer aan deden.

Hierna zouden Radiohead hun heldenstatus consolideren met Amnesiac — een soort Kid B — en Hail to the Thief, een wat lang en grillig album waarop wél enorme hoge pieken werden gehaald. Daarna bleef het even stil, totdat in 2007 vrijwel uit het niets In Rainbows verscheen: eerst online, later ook op cd. Achteraf voor mij hun beste plaat sinds Kid A, met precies de juiste dosis tussen liedjes en experiment, een mooie spanningsboog en vooral een bepaalde ontspanning die op de twee voorgangers had ontbroken. Hierna ben ik de band wel blijven volgen, maar was de magie er voor mij eigenlijk wel vanaf. The King of Limbs laat, net als Kid A, weer een flink gelaagd geluidspalet horen, maar nu meer geïnspireerd op Flying Lotus-achtige elektronica in plaats van de Warp-catalogus. Prima muziek, maar het aantal keren na 2011 dat ik de plaat nog heb opgezet is op één hand te tellen. A Moon Shaped Pool uit 2016 is inmiddels al bijna tien jaar oud en nog iets beter, maar ook hier is de replay value laag gebleken — en ik denk dat dat vooral aan mij ligt.

De band heeft veel voor me betekend in meerdere opzichten, maar op een gegeven moment zijn mijn voorkeuren veranderd. Ooit rekende ik The Bends tot één van mijn vier favoriete britpopplaten, samen met Different Class, Dog Man Star en The Holy Bible, waarbij ik het ‘genre’ breed neem. Net zoals ik me in de late jaren ’90 steeds meer ging verdiepen in elektronica en avontuurlijker muziek, verzette Radiohead stevig de bakens met Kid A. In die zin verliep mijn ontwikkeling als luisteraar (van rock naar elektronica naar hernieuwde balans) lange tijd gelijk op met Radioheads evolutie. Ergens daarna is de vonk een beetje gedoofd. Dat merkte ik vooral toen ik een tijd terug, redelijk vooraan bij een concert van The Smile, tussen een groep hysterische Franse fans stond; ik verwonderde me over hun idolatrie. Goed concert hoor, maar Yorke en Greenwood waren voor mij allang weer gewone aardlingen. Dat Radiohead inmiddels niet meer heel prominent op mijn playlist staat, maakt verder niet veel uit: als ik The Bends, OK Computer of Kid A luister, is er geen twijfel — ze horen in mijn lijst, en hoog ook.

avatar van Johnny Marr
Hoezo is Pearly geen deep cut? Dat nummer ken ik zelfs niet. Een B-kant ofzo?

avatar van Sandokan-veld
Je zou dat verhaal zo op mezelf kunnen toepassen (al heb ik natuurlijk wat andere favorieten). Tussen The Bends en In Rainbows volgde ik ze op de voet en is het een stevig onderdeel van de soundtrack van mijn jeugd. Daarna ben ik ze ook een beetje kwijt geraakt, ik heb nog geprobeerd die platen van The Smile te beluisteren maar het doet me helemaal niks meer. Misschien omdat ik nu ouder ben, en dat klagerige, misantrope me minder trekt. Maar de oorspronkelijke impact blijft.

avatar van itchy
Radiohead zag ik ten tijde van Pablo Honey, nog voordat Creep een grote hit was, op Waterpop in Wateringen. Thom Yorke stond ongeveer twee meter voor mij neus op een podium van een meter hoog. Dat werd daarna razendheel snel heel anders.
Manic Street Preachers speelden op dezelfde editie. Die waren zo slecht dat ze daarna nog lang Manic Shit Preachers heetten in mijn vriendengroep.

avatar van GrafGantz
herman schreef:
Uiteindelijk bleek ik een misdruk te hebben, waarbij het album wordt voorafgegaan door 40 seconden van een andere band, waardoor alle nummers vervolgens ook 40 seconden later in de volgende track beginnen.


Te lui om daadwerkelijk op te zoeken, maar was dat niet Pearl Jam live? Ik heb hem overigens wel gelijk omgewisseld, was moeilijk luisterbaar en 40 gulden was toch wel een hoop geld

avatar van herman
Johnny Marr schreef:
Hoezo is Pearly geen deep cut? Dat nummer ken ik zelfs niet. Een B-kant ofzo?

Pearly* stond eerst wel bij de deep cuts, maar heb hem last minute toch maar bij mijn favorieten gezet, omdat het wel een 5* nummer is voor mij. Het is één van de b-kanten van Paranoid Android.

avatar van herman
Sandokan-veld schreef:
Misschien omdat ik nu ouder ben, en dat klagerige, misantrope me minder trekt. Maar de oorspronkelijke impact blijft.

Ik heb de laatste tijd wel veel herbeluisterd en mijn indruk was dat eerder werk van Yorke cs. toch ook wel minder klagerig was. The Smile vind ik verder prima, maar ik ben er niet zo vatbaar voor als ik vroeger voor Radiohead was. Misschien ook de leeftijd...

avatar van herman
GrafGantz schreef:
(quote)


Te lui om daadwerkelijk op te zoeken, maar was dat niet Pearl Jam live? Ik heb hem overigens wel gelijk omgewisseld, was moeilijk luisterbaar en 40 gulden was toch wel een hoop geld

Volgens mij inderdaad Pearl Jam, ik dacht wel eens gelezen te hebben op Pinkpop zelfs. Maar ik heb het niet meer gefactcheckt verder.

avatar van Johnny Marr
herman schreef:
(quote)

Pearly* stond eerst wel bij de deep cuts, maar heb hem last minute toch maar bij mijn favorieten gezet, omdat het wel een 5* nummer is voor mij. Het is één van de b-kanten van Paranoid Android.

Thanks, klinkt goed. Staat ook op de OKNOTOK reissue van OK Computer, dus moet 'm onbewust toch al es gehoord hebben.

avatar van Arrie
herman schreef:
(quote)

Pearly* stond eerst wel bij de deep cuts, maar heb hem last minute toch maar bij mijn favorieten gezet, omdat het wel een 5* nummer is voor mij. Het is één van de b-kanten van Paranoid Android.

Ik begrijp hem niet helemaal goed. Dus de deep cuts zijn niet je top favorieten? Want het ene sluit het andere niet uit.
De deep cuts zijn subtoppers die minder bekend zijn?

avatar van Johnny Marr
herman schreef:
Dat merkte ik vooral toen ik een tijd terug, redelijk vooraan bij een concert van The Smile, tussen een groep hysterische Franse fans stond; ik verwonderde me over hun idolatrie.

https://encrypted-tbn0.gstatic.com/images?q=tbn:ANd9GcSnBOGtm1Okk0GRuNM-ixGVgSJ9pbr5-ICfTw&s

avatar van herman
Arrie schreef:
(quote)

Ik begrijp hem niet helemaal goed. Dus de deep cuts zijn niet je top favorieten? Want het ene sluit het andere niet uit.
De deep cuts zijn subtoppers die minder bekend zijn?

De deep cuts zijn niet mijn topfavorieten, maar wel nummers die ik heel goed vind en doorgaans minder bekend zijn. Soms is het onderscheid wel lastig en een favoriet nummer kan ook een deep cut zijn.

Bij mijn volgende artiest heb ik zelfs een nummer dat in beide lijstjes staat: bij de favorieten de albumversie en bij de deep cuts een b-kant-versie met gastzangeres.

avatar van vivalamusica
herman schreef: …tussen een groep hysterische Franse fans stond; ik verwonderde me over hun idolatrie. Goed concert hoor, maar Yorke en Greenwood waren voor mij allang weer gewone aardlingen.

Als er een band zich behoorlijk verzet heeft tegen ‘idolatrie’ is het Radiohead wel, The Smile was de wens om ‘gewoon’ te kunnen zijn. Zelf heb ik hun werk als behoorlijk ‘geniaal’ beschouwd, het heeft iets exceptioneels, maar de adoratie bleef uit.

avatar van Zwammer
Mooi stukje weer Herman, erg interessant om de weg naar jouw #1 te volgen!

avatar van herman
Dank voor de mooie reacties! Ik hoop nog altijd het tempo wat op te hogen, maar helaas komt er regelmatig wat tussendoor. Hopelijk blijft het nu wat rustiger.

avatar van herman
27. Blur

https://www.nme.com/wp-content/uploads/2016/09/2015Blur_Getty169756446040315-1.jpg

Favoriete albums: Parklife, The Great Escape, 13
Favoriete nummers: Sing, Girls & Boys, End of a Century, This Is A Low, Stereotypes, The Universal, To The End, Beetlebum, Death of a Party, Battle, Caramel, Trimm Trabb, Music Is My Radar, The Narcissist
Deep cuts: Miss America, Closet Romantic (Albarn solo in 1996), To the End (La Comédie) (met Françoise Hardy), Tame, He Thought of Cars, Death of a Party, Swamp Song, Optigan I, Thought I Was A Spaceman
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: vigil (11) en Casartelli (75)

In de jaren ’50 en ’60 wijdde Ella Fitzgerald zich aan een reeks Song Books waarin ze de grootste Amerikaanse componisten eerde. Ella Fitzgerald Sings the Cole Porter Song Book, … the Duke Ellington Song Book en … the George & Ira Gershwin Song Book zijn waarschijnlijk de bekendste. Het is een mooie manier om de songs van een artiest beter te leren kennen, zowel voor de uitvoerder als de luisteraar. Soms vraag ik me af of dat project nog een hedendaags vervolg krijgt. Geen idee wie dat op zich zou moeten nemen — Fitzgerald leeft al lang niet meer — maar een hoofdfiguur weet ik wel: Damon Albarn. Vanaf Blurs debuutsingle She’s So High (1990) tot nu schreef hij zo’n dertig albums bij elkaar, plus nog de nodige pareltjes eromheen. Daar valt een uitzonderlijk goede set van grofweg dertig à veertig nummers uit samen te stellen. In mijn lijst heb ik duidelijk voor Blur gekozen, omdat ik die leuker vind dan Gorillaz — al is het waarschijnlijk maar net met welke van de twee je bent opgegroeid. Ik ben Blur-fan sinds 1995, maar het Gorillaz-project deed me wel inzien dat Albarn een van de allerbeste songschrijvers van de laatste veertig jaar is, ook al zijn de latere albums per saldo minder sterk.

Country House was het nummer waardoor ik fan werd, en The Great Escape het eerste Blur-album dat ik leerde kennen. Uiteraard via de Leidse Openbare Bibliotheek, die in mij een trouwe klant had die jarenlang maximaal boeken en cd’s leende. Met een beperkt budget was de bieb een uitkomst, want veel meer dan één album per maand kopen zat er niet in. Het album vind ik nog steeds erg de moeite waard, met The Universal als ultiem hoogtepunt. De videoclip — geïnspireerd op A Clockwork Orange — fascineerde me destijds al; ik had net het boek gelezen en de film gezien. Het definitieve afvloermoment kwam jaren later op Primavera Sound, in een moeilijke periode na de dood van mijn vader, het afbreken van mijn studie en het verliezen van mijn baan midden in de economische crisis. Ik werd flink met mezelf geconfronteerd en heb toen een jaar thuis veel over mezelf geleerd, vrijwilligerswerk gedaan en nieuwe mensen ontmoet (met één daarvan ga ik komend weekend weer drie dagen wandelen en bijpraten). In die tijd zag ik Blur, niet wetende dat die periode er bijna opzat. Ik had eindelijk rust gevonden in de situatie en kon genieten van de oceaan aan tijd die ik voor mezelf had (in het begin vond ik die vrijheid juist verschrikkelijk). Damon Albarn zong: “When the days they seem to fall through you, well just let them go,” en dat waren precies de woorden die ik nodig had — een muzikaal hart onder de riem. Wonderlijk hoe woorden die je al jaren kent opeens alles kunnen laten samenvallen. Muzikaal is het nummer ook schitterend, compleet met blazers en gospelzang.

Naast The Universal heb ik een zwak voor Ernold Same, waarin een droge stem de sleur van de hoofdpersoon beschrijft. Muzikaal heeft het een kolderieke, music-hallachtige klank. Dat is die Kinks/Madness/Syd Barrett-invloed waarin weemoed en satire mengen — een fijn zijpaadje dat je vaker terughoort op Blur-albums. Denk aan Intermission op Modern Life Is Rubbish en The Debt Collector en Lot 105 van Parklife. Het hoogtepunt in dit Blur-hoekje is voor mij het schitterende miniatuurtje Closet Romantic, waarin Albarn over een lo-fi kermisdeuntje titels van James Bond-films opdreunt.

Hoe leuk The Great Escape ook is, als je de Blur-albums chronologisch beluistert, proef je tussen de regels door wel dat Blur’s britpopformule hier al een beetje sleets raakt. Het is dan ook niet vreemd dat de band de ankers losgooide en zich opnieuw uitvond, mede door de invloed van gitarist en Pavement-evangelist Graham Coxon, die de tamelijk dwarse opvolger Blur hielp vormgeven. Dit album is achteraf een duidelijke overgangsplaat richting 13 en Think Tank, maar wellicht ook naar de rest van de carrière van Albarn, waarin de britpop definitief werd losgelaten. De schitterende opener Beetlebum functioneert nog enigszins als scharnier tussen de oude en herboren Blur. In het prachtige outro gaan de gordijnen naar een nieuwe fase open. Ook bijzonder is On Your Own, waarin we een voorproefje krijgen van Albarns volgende leven met de Gorillaz. De “nah-nah-nahs” en “Hooligan-gorillaz” zijn een duidelijke vooruitwijzing wat mij betreft. Een andere favoriet is het kleine lo-fi pareltje You’re So Great, met ditmaal Coxon achter de microfoon. Lekker lo-fi en huiselijk, alsof hij het tussen het afwassen en afdrogen door heeft opgenomen.

En Blur bleef verrassen: na het succes van Song 2 volgde met 13 een gedurfde ommekeer. De plaat werd voorafgegaan door een soort anti–Song 2: Tender. In plaats van twee minuten poppunk kregen we acht minuten gospel. Dappere keuze, en ook een uitstekend nummer. Verder zorgde 13 wel voor een verdere bekering: het album werd in 1999 min of meer integraal gespeeld op Rock Werchter en dat was een intense ervaring. Sowieso is het een intens album, met diepe emotionele tracks als Caramel, Battle en No Distance Left to Run. Het is eigenlijk het eerste Blur-album waarvan de singles duidelijk niet de beste nummers zijn. Hierna verscheen een Greatest Hits met als enige nieuwe nummer Music Is My Radar, dat ik altijd een soort analoog antwoord op Daft Punks Around the World heb gevonden. Ook een ‘bijbouwnummer’ en ook een clip met dansjes. Briljante plaat werkelijk, en voor mij ook een perfecte afsluiting van het Blur-hoofdstuk tot dan toe. Al snel zou Gorillaz debuuteren en dat andere grote hoofdstuk in Albarns muzikale carrière een vlucht nemen.

Later Blur-werk heb ik altijd meer als epiloog gezien: Think Tank blijft na al die jaren opvallend fris, maar de latere albums waren voor mij vooral een fijne aanleiding de band weer eens live te zien — met alle britpopliefhebbers van weleer — en nieuwe inzichten op te doen uit oude klassiekers. The Universal heb ik al genoemd, maar ook This Is a Low en To the End (op het album met Stereolabs Laetitia Sadier, op de b-kant met Françoise Hardy — beide versies zijn prachtig). De Albarn-catalogus blijft onuitputtelijk, met die loom-melancholieke stem als bindmiddel tussen al dat moois. Wat me doet concluderen: als iemand ooit nog een ‘... Sings the Damon Albarn Song Book’ opneemt, kan dat wellicht het beste gewoon Albarn zelf zijn.


avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 16:04 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 16:04 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.