MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

De Site / Gebruikers / Essentiële Albums Voor je Eigen Muzikale Reis

zoeken in:
avatar
sxesven

(afbeelding)
Toen ik de basisschool af had gemaakt ging ik niet naar de lokale middelbare school, in het relatieve gehucht waar ik vandaan kwam, maar naar een middelbare school in De Grote Stad, Rotterdam. Dat was wel even anders: niet dat ik nu van het platteland kwam, maar het grijs, het beton, de hoogbouw van de stad was wel degelijk een flinke verandering – en eentje die me erg beviel. In de stad voelde ik me binnen de kortste keren thuis: niet direct The City That Never Sleeps, maar wel A City That Doesn’t Sleep As Much, waar meer gebeurde, meer te doen was, met wereldwijzere vrienden die allemaal interessante dingen kenden, wisten en leuk vonden.

Muzikaal was ik aan het begin van de 2e klas, toen ik 12 was, statenloos, zoals ik al zei – ik wist even niet echt waar ik mijn aandacht aan moest besteden, had in mijn reis door de hardcore uiteindelijk een eindpunt bereikt dat me niet lag, en was dus weer bij nul aanbeland. Gelukkig dan die vrienden, Mohammed voorop, die hiphop luisterde, en die middels allemaal intrigerende artiesten waarvan ik nog nooit had gehoord (IAM, Cypress Hill) mijn interesse aanwakkerde. Ik besloot al gauw dat ik het leuk vond, en wilde al even gauw zelf een hiphopplaat kopen. Beraad volgde: welke plaat zou het moeten worden? (En jazeker, hier ging intens overleg aan vooraf.) Mo wist wel iets: Wu-Tang Clan, dat moest écht goed zijn. Met dat advies toog ik naar de (inmiddels ter ziele gegane) Music Store in mijn thuisdorp, waar ik het toen recent verschenen Wu-Tang Forever uit de bakken viste. Fl. 59,95 moest het lieve ding kosten, maar dat was geen enkel probleem – ik moest dit fascinerende album hebben, met zijn donkere hoes, twee schijfjes en sjieke slipcase.

Wu-Tang Forever was een revelatie – het was geenszins hard in de zin zoals ik die kende, zoals ik die eerder altijd moest en zou hebben, maar de hele plaat was zo rauw en duister dat het daarin vrijwel alle hardcore die ik daarvoor zo driftig had beluisterd in ‘hardheid’ overklaste. Ik weet nog goed hoe sterk de indruk was die de eerste paar nummers achterlieten: die nog altijd hartverscheurende opener, met heel veel ziel en hartenzeer (I’m lost brother, can you help me / Can you help me brother, please), met die prachtige vocalen (Poppa Wu – van die man wilde ik altijd zo graag een full-length; is die er ooit gekomen eigenlijk?), en dan zo’n (zo zou ik snel leren) kenmerkende Shaolin-sample, voor Reunited er keihard (ja, toch!) inknalde – it’s Wu, motherfuckers / Wu-Tang, motherfuckers. Wu-Tang Forever was een beest, in al zijn facetten: de rauwe beats, teksten en onderwerpen, de korrelige stemmen van de rappers (Method Man en ODB voorop), en de haast twee uur speelduur.

De plaat sloot heel goed bij mijn mindset aan: Wu-Tang Forever was de perfecte soundtrack voor het stadse leven dat ik omarmd had, was zo straat als ik zelf wilde zijn, leerde en inspireerde. Wat de clan predikte was mijn waarheid. Hiphop werd mijn levensstijl, voor zover ik die aspiraties als dertienjarige waar kon maken natuurlijk. Hiphopkleding (een Mecca-broek, gekocht bij Streetz USA, en een Wu-Tang longsleeve, gekocht bij Rhythm Import (beide bestaan niet meer) waren mijn pronkstukken), hiphopvrienden, hiphopblaadjes, en natuurlijk hiphopplaatjes, hoewel weinig zo rauw en duister was als Wu-Tang Forever – voor nieuwe muziek moest ik me (anno 1997) veelal beroepen op traditionele kanalen als de televisie. Murth ‘Flinke Namen’ the Man-o-scripts show op TMF, The Pitch, was de voornaamste leverancier, en daar leerde ik dingen kennen als Lost Boys, Outkast, The Pharcyde en DMX. Elke week nam ik de show op op video, en zo draaide ik elke show wel vele malen, bij gebrek aan een overdaad aan andere geluidsdragers.

Platen en CD’s kocht ik immers maar mondjesmaat: ik had nu eenmaal niet zo veel geld als dertienjarige, dus bleef het voornamelijk bij singletjes (en dan meestal van het kaliber grote namen en bij de Free Record Shop verkrijgbaar: Puff Daddy, The Notorious B.I.G., Jay-Z, Cypress Hill) en zo nu en dan een CD of LP (heel trots was ik op de LP van Mos Def en Talib Kweli, die er heel mooi uitzag, en geweldig klonk, en wat was er nu meer hiphop dan een LP). Hiphop was zo een tijdje heel belangrijk voor me: het bepaalde grotendeels mijn sociale handel en wandel, en muzikaal vond ik het ultiem: ik kon me eigenlijk niet voorstellen dat er iets zou bestaan dat ik beter zou kunnen vinden. Toch vormde zich er plots een haarscheurtje in de perfecte toekomst die voor mij en hiphop leek uitgestippeld. Dat haarscheurtje werd veroorzaakt door één enkel nummer. Blackstreet. Fix. Met een gastrol voor Slash. Wiens grommende gitaar er voor zou zorgen dat ik hiphop enkele jaren compleet uit het ogen zou verliezen.

Thanks bro.

Representatief trackje (dit was heel lang mijn favoriete hiphopnummer):


avatar van Sandokan-veld
Goei leesvoer, dittum.

avatar van 2MY
2MY
knappe lay-out

avatar van Paap_Floyd
Dag 1 is redelijk herkenbaar. En The name of my DJ deed het goed in mijn eigen top 40

avatar
sxesven

(afbeelding)
Dag 3: Zwart

Mijn vader is altijd rockliefhebber geweest, en is dat nog steeds, en dan vooral van het type symfo en/of prog. Mijn eerste kennismaking met rock is dan ook al vroeg geweest. In de auto altijd en eeuwig de cassettebandjes vol Saga, Uriah Heep, Spring, noem ze maar op, een uur lang op weg naar opa en oma en een uur lang weer terug. Verschrikkelijk dat ik het vond. Gezapige zeurmuziek, enge zangertjes, en dan het gitaargeluid - dat ik rock nog zo lang gemeden heb kwam toch vooral door hoe gitaar naar mijn idee altijd klonk: zoals op de cassettebandjes van mijn vader. Dat bleek echter ook anders te kunnen.

Dat gitaren ook heel anders konden klinken had ik heel onverwacht geleerd van hiphop (of, om precies te zijn, zo’n kruisbestuiving van R&B, hiphop en pop). Blackstreets Fix was de schuldige: een geweldige track vond ik het, die ik uiteraard meteen op CD-single aanschafte, maar niet eens zozeer om alle elementen waarmee ik toen bekend was – ik luisterde vrijwel alleen hiphop, en soms wat R&B (een Babyface-singletje, wat geleende CD’s van vrienden) – maar vooral om iets nieuws. Die grommende, scheurende gitaar van Slash. Het zaadje was geplant.

Een klaslokaal, net voor aanvang van de les, en mijn beste vriend Jonas buigt zich naar me toe met een oordopje. “Moet je dit eens luisteren.” Een druk op het play-knopje, de CD begint zoemend te draaien (jaja, discman), en dan Green Day. Dookie. Burn Out. Meteen klopt het, en in die vlugge twee minuten zijn eigenlijk meteen de komende jaren aan muziekbeleving al bepaald. Rock. De shiiiiiit!

De eerste weken van onze gezamenlijke verkenning van rockmuziek staan vooral in het teken van kaf en koren scheiden. Want wat is nou goede rock en wat nou weer niet? Regelmatig bladeren we in de lokale Free Record Shop door de bakken onder het bordje ‘Rock/Metal’ en proberen we een beetje een beeld te kweken van wat nou tof is en wat niet. Korn schijnt tof te zijn, weet ik, en met Follow the Leader leuren we naar de balie om er wat stukjes van te luisteren. Wat ik ervan moet vinden weet ik dan niet eens, en met één koptelefoon voor twee paar oren is het behelpen, maar Jonas klemt de koptelefoon een minuut of wat goed op zijn oren en knikt goedkeurend. Goede shit.

Korn is vanaf dat moment het doel, en dat weekend trek ik tussen het huiswerk maken door op eigen houtje nogmaals naar de Free Record Shop om daar een CD van Korn aan te schaffen. Life Is Peachy wordt het, want die is fl. 34,95, en de rest fl. 39,95, en zoveel heb ik niet op mijn rekening staan. Met bonkend hard fiets ik terug, het tasje met de CD wapperend aan mijn stuur (en tja, dat was al zo genieten – helaas echt verleden tijd). Thuisgekomen moet ik van mijn moeder eerst nog aan mijn huiswerk, want doet moet af – tergender kan natuurlijk niet. Aan mijn witte bureau doe ik driftig Latijn terwijl de sinistere hoes van Life Is Peachy me aanstaart vanaf de hoek van datzelfde bureau. Als mijn huiswerk dan eindelijk klaar is en de beloning daar is, is het een goddelijke. Ik knal het album in de CD-speler in de huiskamer, en seconden later barst Jonathan Davis schuimbekkend uit de speakers. Mijn moeder kijkt bedroefd. Dag Babyface.

Life Is Peachy luidt een periode in van zwarte T-shirts, wijde broeken en lange haren. Aan metal heb ik mijn hart verpand: het combineert de agressie en luidheid van gabber met de rauwheid van hiphop en het duistere van de uitschieters in beide, en is zo eigenlijk precies wat ik al die tijd zocht. De overstuurde gitaren, het geschreeuw, niets beantwoordt mijn vraag naar extreem beter. In de beginperiode van mijn metaljaren luister ik veelal de toegankelijkere en modernere (nu metal) bands: Korn, Coal Chamber, Machine Head (en dan doel ik voornamelijk op The Burning Red, hoewel ik The More Things Change ook fantastisch vond) en Deftones (die ik destijds nog wel nu metal zou hebben genoemd, maar al snel (terecht) niet meer). Met het lezen van Aardschok en de komst van internet in huize sxesven begin ik echter langzaam kennis te vergaren van ‘andere’ metal. Eerst komt Slayer in huis – bij Wet & Wild (wederom TMF – toch niet verkeerd vroeger) zie ik een clip van Serenity In Murder, dat ik meteen een fantastisch nummer vind, en na de thrash komt death: Nile voorop, en bands als Dying Fetus en Cannibal Corpse in hun kielzog.

Goregrind en pornogrind blijken de uitersten, die ik al snel ontdek en die ik nog wel het geweldigst vind: onverstaanbaar gegorgel, gitaarpartijen die in een plas kots zijn opgenomen, ratelende kutdrums en natuurlijk smerige hoezen. Op internet zijn hier en daar wat kleine webzines te vinden (zonder uitzondering op Geocities gehost) die zich volledig aan deze nauwe tak van gitaarmuziek hebben gewijd, en een tijd lang is het mijn missie om de inhoud volledig uit te pluizen, resulterend in een (grotendeels digitale, overigens – Napster vierde hoogtijdagen) collectie aan obscure pleurisherrie.

Parallel aan mijn interesse in metal ontwikkelde mijn interesse in punk zich. Terwijl de interesse in metal uiteindelijk taande (maar daar gingen wel wat jaren overheen, hoor), voornamelijk omdat ik toch weinig ophad met het langharige, zwarte kleding dragende publiek (eh, ja, dat was ik zelf inderdaad ook) en de aan metal onderhevige thema’s en imago’s, groeide mijn liefde voor hardcore, en dan voornamelijk de hardcore die een positieve boodschap uitdroeg: ik maakte via Snapcase kennis met straight edge, en hun insteek trok me wel. De muziek was nog steeds hard en snel, vooral de razende youth crew die ik het liefst hoorde, maar zwarte shirtjes, lange haren, kisten en bloederige lijken op hoesjes hadden deze muzikanten niet nodig om extreem te zijn. Dat streefden zij op heel andere wijze na: door zelfbeheersing, door alcohol, drugs en vrije seks af te wijzen en te kiezen voor een leven dat vrij was van enig ‘verdovend middel’. Ik vond het een heel mooi ideaal, en het sloot goed aan bij wat ik belangrijk vond.

De muziek die je op je 18e luistert is de muziek die je je leven lang goed blijft vinden – zoiets schijnt waar te zijn. Kloppen doet het voor mij in ieder geval. Toen ik achttien werd, was ik op en top een straight edge hardcore kid. En ook al luister ik relatief veel minder naar hardcore, het (= de straight edge hardcore scene) is nog steeds de scene waarmee ik me het meest identificeer (de sxe uit mijn username – het mag geen verrassing zijn – is een gebruikelijke afkorting voor straight edge). De muziek die ik toen goed vond, vind ik eveneens nog steeds meesterlijk. Ook al heb ik sindsdien nog heel veel genres en stijlen ontdekt, die me allemaal ontzettend lief zijn, van razende hardcore krijg ik nog steeds een kick die weinig muziek mij weet te geven.

Representatief trackje (en dat moet dan toch even hardcore zijn ):


avatar
Misterfool
Tsja, qua muziekkeuze ben ik als progger het omgekeerde, maar die drang naar steeds extremer deel ik deels. Zij het dat die drang zich bij mij vertaald in een liefhebberij voor free-jazz.

avatar van niels94
Erg leuk om te lezen! Apart dat je ook qua kledingsstijl e.d. je direct aanpaste aan de muziek. Ik heb die neiging dus nog nooit gehad. Hetzelfde geldt voor het aannemen van een speciale levensstijl. Ik ben echt heel erg benieuwd hoe deze reis precies verder gaat. Dat er harde muziek in voorkwam was natuurlijk allang bekend En natuurlijk ben ik benieuwd hoe je het voor elkaar gaat krijgen aan elk stuk een kleur te koppelen....

avatar van GrafGantz
niels94 schreef:
Erg leuk om te lezen! Apart dat je ook qua kledingsstijl e.d. je direct aanpaste aan de muziek. Ik heb die neiging dus nog nooit gehad. Hetzelfde geldt voor het aannemen van een speciale levensstijl.


Ja, ik ben ook verbaasd over hoe extreem beïnvloedbaar Sven is .

avatar
sxesven
Hehe, tja, ik vond het toen heel belangrijk mijn muziekkeuzes ook in mijn kleding uit te dragen - puberteit meets de tijdgeest. Tegenwoordig is dat naar mijn idee namelijk sowieso wel erg veranderd vanwege de steeds grotere diversiteit in het luistergedrag van jongeren; toen ik op de middelbare school zat had je altijd heel duidelijk groepjes - gabbers, alto's, skaters, hiphoppers - terwijl ik dat nu (ik werk nu zelf op een middelbare school) eigenlijk nauwelijks meer zie. Jeugdcultuur is wat dat betreft ook wel erg veranderd de laatste jaren. Naar mijn beleving was het ook niet zozeer een kwestie van aanpassen, maar meer van thuis voelen. In de korte maar intense periodes die ik toen doorlopen ben voelde het ook echt als metal, hiphop, hardcore leven; dat wilde ik op elke mogelijke manier, niet alleen in het muziek luisteren.

Tegenwoordig is het voor mij natuurlijk compleet anders - hardcore was de laatste fase die ik echt wilde beleven en leven in alle mogelijk facetten. Daarna is dat eigenlijk gestopt. Met de verbreding van mijn smaak (terwijl het daarvoor vooral een opeenvolging van verschillende maar heel strikt gescheiden fases was) zat dat er ook wel een beetje in. Zoals je zult zien in het volgende hoofdstuk ging ik na hardcore meer de breedte in, en verlegde ik mijn aandacht naar het luisteren in plaats van 'luisteren in het kader van een scene'.

Overigens kan ik nog altijd genieten van bepaalde randaspecten van muziek - zoals het fanboyisme bij J- en Kpop. Maar in levensstijl en kledingkeuze klinken dat soort dingen allang niet meer door.

niels94 schreef:
En natuurlijk ben ik benieuwd hoe je het voor elkaar gaat krijgen aan elk stuk een kleur te koppelen

Ik ook Heb het meeste wel gepland, maar ben nog niet overal over uit.

avatar van GrafGantz
sxesven schreef:
(quote)

Ik ook Heb het meeste wel gepland, maar ben nog niet overal over uit.


Het Aziatische hoofdstuk wordt natuurlijk geel



avatar
sxesven
Maar Graf, het gaat over Japanners hoor

avatar
sxesven

(afbeelding)
Dag 4: Goud

De hobbies die ik als tiener beoefende waren vrij doorsnee: naast muziek luisteren, films kijken en comics lezen, mocht ik ook graag een potje gamen. Liefst in groepsverband: met een aantal vrienden maakten we er traditie van met regelmaat samen games te spelen, en dan bij voorkeur van het type survival horror. Om beurten speelden we dan stukjes Resident Evil en Dino Crisis –de één bediende de controller, de rest schreeuwde tips en aanwijzingen, terwijl we ons tegoed deden aan nachochips en blikjes cola. Zie, Teen Nirwana in een notendop. Onbezorgd en ongecompliceerd.

Ook bij een andere vriend waar ik regelmatig over de vloer kwam, Maarten, was het gamen voor en na, hoewel we ons daarin voornamelijk beperkten tot een aantal sportgames – de Tony Hawk skateboardgames voorop, en zo nu en dan een rallygame. Onze Playstations waren natuurlijk – oh goddelijkheid – gechipt, wat betekende dat je er gekopieerde games op kon spelen – wat voor arme stakkers als wij een uitkomst was. In plaats van fl. 130,- kostten games dan nog maar 12,50, en zo kon je een stuk meer van die dingen verzamelen (echte games kopen deed ik wel, maar heel sporadisch).

Zo gebeurde het dat Maarten op een dag een wel heel obscure game tevoorschijn toverde. Ik had er nog nooit van gehoord, en Maarten ook niet, maar fl. 15,- voor twee schijfjes vol game had een goede deal geleken, en de aanschaf van Chrono Cross was (dus) een feit geweest. De game had ons vrijwel direct volledig in zijn greep, en de weken daarop deden we niet veel anders dan Chrono Cross spelen. Geen van beiden hadden we ervaring met RPG’s, dus onze voortgang was traag, maar genieten van het spel – met zijn even prachtige als droevige plot, geweldige battlesysteem en (vooral) die heerlijke muziek – deden we met volle teugen.

Hoewel ik Chrono Cross in zijn geheel geweldig vond (het is nog altijd mijn favoriete game), was het vooral de muziek die me niet losliet. Gelukkig was internet – en de muziek dus – binnen handbereik. Via internet dingen kopen was toen nog een brug te ver, dus de soundtrack aanschaffen kwam er toen niet van (jaren later heb ik uiteraard alsnog een exemplaar aangeschaft), maar via Audiogalaxy (één van de P2P-programma’s die het gat vulden dat Napster achter had gelaten) had ik mijn illegale digitale kopie zo binnen, die ik daarna op drie lege schijfjes brandde en zo in mijn kast schoof. Hebben.

Op CD bleek de muziek nog even geweldig. VGM – oftewel video game music, want dat bleek de parapluterm voor de veelheid aan genres die als videogamemuziek kon dienen – was heel wat anders dan ik gewend was. Na razende hardcore, rauwe hiphop en raggende metal bleek de rust en reinheid van VGM een welkome change of pace. Meer dan wat dan ook wakkerde het mijn interesse in instrumentale elektronische muziek aan: waar gabber vaak doorspekt was met samples, waar hiphop al helemaal zwaar op vocalen leunde, en waar ik in metal en hardcore de grunts en screams niet te versmaden vond, daar bleek de bijna volledig van vocalen gespeende muziek die Yasunori Mitsuda voor Chrono Cross had gecomponeerd toch ook bijzonder interessant. Zwijgen bleek voor eens inderdaad goud.

De soundtrack van Chrono Cross gaf me een eerste idee van wat ambient zou kunnen zijn (bijvoorbeeld door de track Jellyfish Sea), en was de directe aanleiding voor het kopen van Brian Eno’s Ambient 1: Music For Airports. En Eno was op zijn beurt een poort naar heel veel nieuwe muziek: met dank aan Mitsuda, en daarna Eno, ging ik de electronica verkennen, en vormde dat weldra de eerste waardevolle uitbreiding op mijn tot dan toe altijd redelijk nauwe smaak. Hardcore (de punkvariant, dus) was nog altijd heilig, maar ik kon het inmiddels even warm krijgen van een mooie ambientplaat. Bovendien ging ik driftig VGM verkennen; zo bleken ook de soundtracks van componisten als Nobuo Uematsu en Hitoshi Sakimoto vaak fantastisch, evenals Mitsuda’s andere werken – zoals Chrono Trigger en Xenogears. Ook Jpop leerde ik kennen dankzij Mitsuda – een verhaal dat ik zal bewaren voor dag 6. Bovendien – je verwacht het niet – gaf Mitsuda uiteindelijk het eerste zetje richting harsh noise, maar hoe dat gebeurde doe ik morgen uit de doeken.

Representatief trackje (maar de soundtrack van Chrono Cross in één trackje vangen is eigenlijk onmogelijk):


avatar
sxesven

(afbeelding)
Dag 5, Heel Tegendraads Gepost Op Dag 4, Want Ik Ben Morgen Lang Van Huis En Misschien Te Laat Terug Om Nog Te Posten; Dus Dag 5: Ruis

De OOR popencyclopedie: in pre-MuMe tijden was dit papieren naslagwerk het platform waar ik terecht kon voor mijn muzikale lering ende vermaak. Editie ’97 kreeg mijn vader voor zijn verjaardag, en het was deze editie die ik vervolgens stuk gelezen heb. Vooral de stukken over bands en stromingen die ik toen heel tof vond mocht ik graag lezen (en las ik nog een keer, en nog een keer – veel van de zinsneden zou ik nog zo kunnen oplepelen),maar ik mocht ook graag eens de onbekendere artiesten en genres verkennen. Vooral toen ik, zoals uiteengezet in het vorige hoofdstuk, ook dingen als electronica ging waarderen (met, nogmaals, eeuwige dank aan Mitsuda), las ik al vlug voorbij de platgelezen entries. Zo stuitte ik dus op de enigmatische 7 á 8 centimeter die mijn muziekwereld volledig op zijn kop zou zetten. Sta me toe te citeren:

Confronterende noise-exercities per Ems synthesizer, bespeeld door de Japanner Masami Akita. In '80 opgericht en vernoemd naar Kurt Schwitters' dadaïstische collage-woning Merzbau. Behalve synthesizers gebruikt Akita effectapparatuur om geluid tot een krachtig volume op te voeren. Eenmaal het stadium van oversturing bereikt, blijkt van de oorsplijtende noise een onverwachte aantrekkingskracht uit te gaan, waarbij luisteren geen houvast meer biedt, maar plaatsmaakt voor een welhaast fysieke ervaring. Ook publiceert hij essays over zulke uiteenlopende onderwerpen als bondage en fetisjisme (in de Japanse cultuur een kunstvorm). Hij werkt samen met talrijke geestverwante kunstenaars (o.a regisseur Ian Kerkhof). Material Action 2 kent nog niet de harde noise van latere platen. Luidruchtige techno- acts als Atari Teenage Riot, noemen Merzbow als een belangrijke invloed. Pinkream is een dubbele vinyl 10-inch. 1930 verschijnt op het Tzadik-label van John Zorn. The Prosperity Of Vice, Misfortune Of Virtue is geschreven voor een theatervoorstelling en Scumtron: Merzbow Remixed een hommage aan de Merzbow-sound met zeer eigenzinnige interpretaties van o.a. Jim O'Rourke, Pan Sonic en Autechre.

Evident: Merzbow, in bescheiden vetgedrukte lettertjes, kopte bovenaan dit stukje. Las ik ooit Korn en Punk stuk, nu was dat Merzbow. Eronder prijkte nog een wel heel eufemistisch betitelde selectieve discografie, met een titel of 12, 13 (zelfs in 1997 had Akita al het tien-, zo niet twintigvoudige uitgebracht).

Times are hard. Het is ergens net na 2000, je bent 16 en je weet niet waar je het zoeken moet. Je hunkert naar confronterende noise-exercities, maar met de beperkte middelen die je tot je beschikking hebt kom je niet ver. Merzbow-CD’s kopen, dat was iets waarvan ik de mogelijkheid niet kon bevatten – heel hoopvol keek ik bij de Sounds en Plato nog weleens bij de vakjes M (bij pop, metal/hardrock, electronica, waar niet) maar dat was natuurlijk ijdele hoop. Dat er zoiets als een gigantisch noisenetwerk bestond, met labels en papieren catalogi en zelfs een winkel hier en daar, dat was iets wat ik niet had kunnen bevroeden. Gelukkig was daar – alweder – het goddelijke Audiogalaxy, met een doorzoekbare database die de oren deed klapperen. Mijn digitale zoektocht had wel resultaat. Met duwen en trekken en een downloadsnelheid van 2kbps wist ik uiteindelijk Cannibalism of Machine binnen te trekken.

En dan is alles anders. Het krakende, gore gestotter kleurde mijn wereld ruis.

Extremiteit in muziek heeft me altijd aangetrokken. Rolde ik via de gabber naar de terror, die me uiteindelijk niet kon bekoren wegens te tam, en belandde ik via de mainstream metal bij gore, afgelebberde grindcore, zo bleek noise de bekroning van mijn zoektocht naar pure, cathartische herrie. Een anekdote: Sven, 11 jaar oud, gabberfanaat, fietst door de straat. In mijn hoofd componeer ik de meest fantastische, chaotische terror die ik me maar kan bedenken. Met het meest primitieve godgegeven instrument – de mond – geef ik de chaos gestalte. Al fietsend spuw, sis en grom ik een aritmische wirwar aan oversturing en ruis over straat. Een meisje kijkt me raar aan. Ik slik mijn herrie in. In stilte fiets ik verder. De chaos stuitert voort tussen mijn oren.

Van al mijn muzikale ontdekkingen is Merzbow misschien wel de belangrijkste, en in ieder geval de meest radicale geweest. Ik ging er heel onbevangen in. Wist niet van harsh noise, was me onbewust van scene, van meningen, van Un Histoire du Bruit – want die was er al wel degelijk. Ik leerde Merzbow kennen als iets dat niemand anders kende, en deels daarom en deels omdat het zo, zo ontzettend het antwoord op mijn vraag was, kon ik me verdrinken in de illusie dat deze muziek alleen voor mij bestond. En zo werd (en bleef) het me heel dierbaar. Nog altijd heeft Merzbow, en vooral zijn werk uit de negentiger jaren, voor mij iets magisch, en van hoeveel muzikale extremiteiten en absurditeiten ik sindsdien ook kennis heb genomen, nog altijd belichaamt Merzbow voor mij het ultieme kunnen.

Een snelle zoektocht in mijn digitaal bijgehouden collectie leert (met toelaten van enige ruimte voor, excuse lame pun, ruis) dat ruim een derde van mijn verzameling heden ten dage uit noise bestaat. No no no no, Masami, no no no no… blijf van mijn portemonnee af. Maar een terugkeer is er al niet meer.

Noise is niet alleen het genre waar ik een muzikaal (of amuzikaal) thuis vind, het is ook het genre waarin ik niet meer alleen luisteraar blijf maar ook actief deelnemer word. Hoewel ik in de voorgaande jaren wel in wat bandjes had gespeeld (ik drum) had dat nooit tot iets definitiefs geleid, en was geen van de bandjes ooit de oefenruimte ontstegen. Noise is echter anders. In 2003 neem ik mijn eerste noisemateriaal op, onder de naam All Collapsed, waarvan ik CD-r-etjes verspreid onder vrienden. Na een korte productieve periode, en daarna een hiatus van een jaar of twee, ga ik er in 2007 nog fanatieker mee aan de slag, wat in 2008 uiteindelijk leidt tot de oprichting van mijn labeltje Hoarse Records. Hierop breng ik aanvankelijk eigen materiaal uit, maar na het releasen van een Torturing Nurse 3” gaat het balletje rollen en doe ik het ene na het andere contact op.

Tussen 2008 en 2011 ben ik er extreem intens mee bezig – ik breng veel dingen uit voor anderen, en neem ook zelf veel materiaal op: harsh noise, maar ook ambient, noisecore, en andere experimentele electronica, waarvan ik sommige dingen zelf release (ik heb graag alles zelf in de hand), maar waarvan ander materiaal ook door anderen wordt uitgebracht op labels die ik zelf ontzettend tof vind – een grotere eer is haast niet denkbaar. Door veranderende persoonlijke omstandigheden (afronden van mijn studie, geboorte van mijn zoontje) heb ik er uiteindelijk steeds minder tijd voor, en voor mijn (inmiddels) labels las ik een rustpauze in. Materiaal neem ik echter nog steeds op, en ook in 2012 zag een degelijk aantal releases van mijn hand weer het daglicht.

Noiseliefhebberij is vanaf Merzbow in ieder geval zeker een vaste waarde. Dat begint met het kopen van wat bekende Merzplaten, zoals Tauromachine – mijn eerste en daarom toch wel de bijzonderste – en Batztoutai with Material Gadgets: Merzbow is immers noisegod, en ik richt mijn pijlen aanvankelijk dus op hem. Ik raak echter al gauw benieuwd naar andere noise, en bij V2 (destijds de winkel voor experimentele muziek in Rotterdam; inmiddels ter ziele gegaan, maar nu hebben we natuurlijk de Wormwinkel) pikte ik zo af en toe wat vreemde, tot de verbeelding sprekende releases uit het bakje ‘Noise’: Cock ESP, Alan Licht & Tamio Shiraishi, Kiyoshi Mizutani. De eerste ontdekkingen deed ik hier.

Niet veel later ontdekte ik online de bestaande noiseboards: noiseboard433, bijvoorbeeld, een schijnbaar goddeloos webstekje waar het blijkbaar een sport was zo obscuur en bizar mogelijk te zijn. Maar ook het nuttigere noiseguide, met de aanverwante site noisemp3.com, waar je zowaar zomaar gratis MP3’tjes van obscure artiesten kon vinden. Prachtig was het hoe dan ook: je een weg navigeren door de duistere hoeken van het web en zo uiteindelijk geweldige releases opsnorren. En ook nu, jaren later, nu ik al jaren ‘in’ noise verkeer, is het in veel opzichten nog steeds een ontdekkingsreis op zich, die veel persoonlijke toewijding eist en waarvan het resultaat niet altijd op voorhand bekend is. Maar waarvan het resultaat soms wel zo wereldschokkend fantastisch kan zijn dat het je hele nieuwe inzichten verschaft, dat het je denkbeelden op z’n kop zet, en dat het je (blik op de) wereld verrijkt op manieren die je niet had kunnen bevroeden. Meer daarover op dag 9. Voor nu…... the noise.



avatar van Mjuman
D'r zijn van die dagen dat ik het gevoel heb een ouderwetsche passant te zijn die vriendelijk, edoch beleefd aan het loket vraagt wanneer de volgende trekschuit vertrekt, omdat het te ver lopen is.

Aan de andere kant van het reisspectrum staat de warpfactor en het gebruik van hyperspace. Ik heb het idee dat gezien de muzikale afstanden die der Sven overbrugt zoiets meer passend is voor zijn context.

Desalniettemin betekent de lezing van bovenstaand proza dat ik er niet aan kan/wil ontkomen de noise-ruimte te willen verkennen - to boldly go where I haven't gone before, from stern to Merzbow Al hoop ik oprecht dat Sven zo gauw als diaper 2D hem daartoe in staat stelt, ook Jazzville gaat verkennen, Ornette Coleman, John Zorn, Terje Rypdal a.o are calling. May to force be with you, bro - 'hanx!

avatar van herman
Cannibalism of Machine was ook mijn eerste Merzbow, ook via Audiogalaxy en ook in dezelfde tijd.

Bij mij is het alleen wel zo'n beetje daarbij gebleven, wat dergelijke noise betreft.

Mooie stukken Sven, heerlijk leesvoer.

avatar
sxesven
Mjuman schreef:
John Zorn

Mju toch - Zorn staat zelfs in mijn top 10 (zij het met Feldman en Courvoisier als uitvoerende artiesten), en ik heb iets van 20 Zorn-albums in de kast staan. Jazz vind ik namelijk ook erg tof - komt in deze reis ook nog aan bod - en heb dan ook wel een plaatje of wat in de collectie (incluis Coleman, maar die ligt me niet zo). Sterker: drie van mijn top 10 platen zijn jazzplaten (realiseer ik me zelf net): Feldman & Courvoisier, Satoko Fujii Trio en UA. In 2012 was mijn enige 5*-notering voor een jazzplaat (vooruit: geen al te traditionele). Laat mij pareren met Satoko Fujii, Kaoru Abe, Chris Speed - zijn deze van mijn favorieten (Mj)u bekend?

Tevens, Herman

avatar van Mjuman
sxesven schreef:

Mju toch - Zorn staat zelfs in mijn top 10 (zij het met Feldman en Courvoisier als uitvoerende artiesten), en ik heb iets van 20 Zorn-albums in de kast staan. Jazz vind ik namelijk ook erg tof - komt in deze reis ook nog aan bod - en heb dan ook wel een plaatje of wat in de collectie (incluis Coleman, maar die ligt me niet zo). Sterker: drie van mijn top 10 platen zijn jazzplaten (realiseer ik me zelf net): Feldman & Courvoisier, Satoko Fujii Trio en UA.


Mea culpa - ik had geen toptien geraadpleegd - zulks staat soms garant voor dreiging met lijfstraffen. Het was uit 't blote hoofd dat ik een intuïtieve mindmapping deed.

Maar Zorn had je wle goed verstopt. Overigens staat die UA me bij als een broeierig zingende dame, beetje Sirene-achtig, kruising tussen Björk en Silje Nergaard met een hele toffe band live. Er was ooit eea te vinden op de gluurbuis. En ik was nieuwsgierig gemaakt toen iemand het als draai-item postte - ik dacht aanvankelijk dat het shoegaze was, afgaand op de hoes

sxesven schreef:
Laat mij pareren met Satoko Fujii, Kaoru Abe, Chris Speed - zijn deze van mijn favorieten (Mj)u bekend?


Er gaat nog geen klokje luiden, maar dat zegt ook weer niets - mensen kunnen meespelen ergens. Zal eens kijken. Vooruit dan maar Greg Osby, Eivind Aarset, Nils Petter Molvaer, Annette Peacock?

avatar van niels94
Heerlijk leesvoer Alleen jammer dat de kleurentraditie is onderbroken.....

Ik zal deze Merzbow eens opzoeken. Ik ken eigenlijk alleen Aqua Necromancer redelijk goed, en dat vind ik een fijn, bij wijlen behoorlijk briljant album (Contrapuntti Indian ) - alleen een beetje wisselvallig als het erom gaat hoe boeiend het is. Ik luister al geruime tijd af en toe eens wat noise, maar ik heb er echt maar zelden behoefte aan met name de compleet ongestructureerde, oorvernietigende variant. Wat ik ken van The Gerogerigegege blijft overigens favoriet, dat kan ik wel vrijwel altijd hebben - misschien van daaruit wat meer op ontdekkingstocht gaan. Ooit

avatar
sxesven
niels94 schreef:
Heerlijk leesvoer Alleen jammer dat de kleurentraditie is onderbroken.....

Dat is één perspectief

Ik zal deze Merzbow eens opzoeken.

Niet direct de briljantste plaat hoor, maar wel de plaat waarmee het voor mij begon. De betere Merzbow-platen zijn toch dingen als Flare Gun, Noisembryo, Live in Khabarovsk, etc. Tauromachine is wel een relatief makkelijk instapper omdat het materiaal vaak heel ritmisch en/of pulserend is, wat wel een relatieve mate van houvast biedt.

Gero blijft natuurlijk een klasse apart - sowieso valt het meeste van hun materiaal niet onder de traditionele noemer 'harsh noise' (dat is slechts aan een paar opnames voorbehouden: Nothing to Hear..., losse cuts van Senzuri Champion en Senzuri Power Up). Ze hebben heel veel noisecore gedaan, evenals ambient, 'freakdom', piano improvisatie, power electronics. Door al die facetten is het ook deels zo fascinerend, hoewel het materiaal ook gewoon geweldig is.

Als je Gero geweldig vindt is het wel de moeite om in dingen als vroege Hijokaidan of Hanatarash te duiken, of een compilatie als Yellow Power Scum te checken. Zulk materiaal is vaak niet zozeer rechttoe rechtaan harsh noise, maar meer noisy experimentele herrie.

@Mju:



avatar
sxesven

(afbeelding)
Dag 6: Roze

Ayumi leerde mij iets nieuws: hoe het is een idool te hebben.

Al van kleins af aan was ik muziekliefhebbertje en daarna muziekliefhebber; bij mijn tocht doorheen gabber, hiphop en metal genoot ik bij elk station met volle teugen; platen kocht ik, draaide ik, vond ik goed; sommige vond ik heel goed. En van sommige bands word je dan fan. Eerst Korn, toen Deftones, ik vond ze geweldig. Draaide de muziek nonstop. Behing mijn kamer met hun posters. Krabbelde hun teksten en logo’s in mijn agenda, in schriften, op boeken. Fan zijn is iets heel intens. Een idool hebben oneindig intenser.

Het verhaal heb ik volgens mij al tientallen keren uit de doeken gedaan, maar ik mag het graag vertellen. Een regenachtige zondagmiddag, maart 2003. Die ochtend draaide ik voor de zoveelste keer Yasunori Mitsuda’s Chrono Cross, de nog altijd briljante soundtrack bij nog altijd mijn lievelingsgame. Temidden al het instrumentale werk één vocale track, die ik echter altijd skipte. Muziek met Japanse zang? Ha, bekijk het, dat kon niets voor mij zijn. Ik sloeg hem elke keer dus handmatig over zodra ik het getokkel op de gitaar dat de track inluidde hoorde. Bij het draaien van disc 3 die ochtend vergat ik echter de track te skippen – misschien stond ik een paar passen loopafstand te ver – en een wereld ging plots voor me open. Radical Dreamers ~Unstolen Jewel~ bleek een prachtig liedje, en de Japanse zang vond ik, tegen alle verwachtingen in, juist heel mooi.

Om de één of andere reden dacht ik dat dit Jpop moest zijn – een term die ik wel eens had horen vallen, aangezien ik op dat moment de Japanse cultuur al heel interessant vond en van o.a. Japanse films (alles van Takeshi Kitano; J-horror) en Japanse literatuur (Mishima, Oë) geen genoeg kon krijgen (ven vergeet de games niet: Chrono Cross natuurlijk, maar ook de Final Fantasy en Resident Evil series – beide Japans; met manga heb ik overigens altijd maar weinig gehad, en met anime heb ik op een enkele uitzondering niets). Dat Jpop bestond was me dus wel bekend – dat ik er iets aan zou vinden leek me echter zeer onwaarschijnlijk, aangezien ik op dat moment volledig niks met popmuziek had. Ik meed (heel kortzichtig, maar ja) alles dat maar naar pop riekte – en Jpop dus ook. Radical Dreamers bracht me echter van de wijs. Zou Jpop dan toch iets voor me zijn? Prompt ging ik die middag KaZaA op (Audiogalaxy bestond inmiddels niet meer; KaZaA was heel even mijn P2P of choice, voor ik overstapte op DC++) en typte de zoekterm Jpop in. Een bescheiden waslijst aan nummers vouwde zich uit, en op de gok begon ik er enkele te downloaden. Zodra ze klaar waren (en dat duurde toen soms nog wel even) begon ik ze te draaien.

Wat ik nog zeker weet is dat Namie Amuro en BoA de eerste twee waren – maar die slaagden er geen van beiden in direct indruk te maken. R&B-pop die toen echt nog een brug te ver was. Luttele minuten later stond echter Ayumi Hamasaki – SEASONS klaar om gedraaid te worden. Ik dubbelklikte. Luisterde. En slechts seconden later was ik verkocht en zou mijn muziekliefhebberij nooit meer hetzelfde zijn. SEASONS was alles waarvan ik vermoed had het nooit te moeten – een droeve ballad, beetje kazig zelfs, extreem poppy en radiovriendelijk – maar ik kon er niets aan doen: het raakte me vol in mijn hart. Diezelfde middag sleepte ik nog alles wat ik van – liefkozend – Ayu kon vinden van KaZaA, 33 songs die met zijn allen op een MiniDisc (nog zoiets uit vervlogen tijden – jammer dat ik ze niet meer heb) gingen en waarvan ik een selectie van 17 op een CD’tje brandde. ’s Avonds stond het doosje van mijn zelfgemaakte compilatie met zelfgemaakt hoesje op mijn bureau naast mijn bed en ben ik, oh sappigheid, verliefd in Ayu’s ogen kijkend in slaap gevallen.

De vier maanden hierna heb ik werkelijk niets anders geluisterd dan Ayu. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat draaide ik het MiniDiscje. Geen enkel ander non-Ayu liedje, geen enkele andere non-Ayu CD heb ik in deze periode gedraaid. Verliefd en verslaafd was ik. Ik speurde internet af naar plaatjes, die ik opsloeg en netjes ordende in een mapje op mijn harde schijf. Ik las elke recensie, elk interview. Was verontwaardigd over meningen die me niet bevielen. Ik registreerde me op Ayu-forums en postte er fanatiek. Uren over Ayu lullen, met danwel tegen iedereen die maar luisteren wilde. Ik stond op met Ayu en ging met haar slapen (wie het inkoppertje wil maken, be my guest, natuurlijk). Dag en nacht was ik met Ayu bezig. Non-stop. Vier maanden lang. En na vier maanden non-stop Ayu was ik het dan ook even compleet, helemaal, totaal, vreselijk zat. Op een dag overviel de vermoeidheid me en was het even helemaal over. Een tijdlang kon ik geen Ayu-liedje verdragen, helemaal geen muziek zelfs, en luisterde ik dus even niks. Na een periode van geheelonthouding ging het uiteindelijk weer, en kon ik er ook weer gewoon van genieten, en luisterde ik weer Ayu, zij het niet meer exclusief maar gewoon met de rest.

Maar de magie van die eerste vier maanden was verdwenen. Jaren heeft het geduurd voor ik Ayu weer echt ben gaan waarderen. Tegenwoordig luister ik ‘gewoon’ weer naar Ayu, heel regelmatig zelfs, maar wel met voor eeuwig andere oren. De roze koptelefoon is af.

Jpop ben ik op een gegeven moment fanatiek gaan verkennen en daarna altijd blijven luisteren, en ik ontdekte dat er nog veel meer moois was. Shiina Ringo, BoA, JASMINE, Kaela Kimura, YUKI/Judy & Mary, Perfume, Saori@destiny, en nog een hele reeks meer. Tegenwoordig reken ik Jpop, samen met harsh noise en hardcore/screamo, nog altijd tot mijn heilige muzikale drie-eenheid. Utada Hikaru – in de ogen van vele van beider fans Ayu’s grootste rivale – stootte uiteindelijk zelfs Ayu van de troon als Jpop-favoriet. Maar Ayu blijft speciaal.

Niet alleen heb ik door Ayu een toch heel bijzondere vorm van muziekliefhebben ervaren, ook is Ayu, en daarbij Jpop, een essentiële gateway naar muzikale verbreding geweest. In 2003 had ik op eigen houtje best al wat genres aan mijn muzikale smaakpalet toegevoegd, maar ik vraag me af ik zonder Jpop wel zo snel, of überhaupt, was warmgelopen voor pop of dance. De rocker die ik in mijn beleving sinds mijn puberteit was geworden had zoiets nooit kunnen bevroeden. Dat ik tegenwoordig opensta voor vrijwel alles, en dat ik me niet meer laat beperken vanwege deze artiest of dit genre, is dan ook voor een groot deel aan Ayu te danken. Da’s toch heel wat.

Het album dat ik voor deze dag nomineer is geen daadwerkelijk album: het is de compilatie die op die druilerige dag in 2003 samenstelde. Nog altijd vind ik hem zelf geweldig, wat niet zozeer iets zegt over mijn samenstelkunsten maar meer over Ayu’s oeuvre anno 2003: dat was namelijk daadwerkelijk nog vrijwel foutloos. Helaas heeft ze sindsdien echter ook heel wat mindere dingen uitgebracht. Goede platen maakt ze echter gelukkig ook nog steeds. Hoe dan ook: de compilatie. Voor degenen die met Ayu’s werk bekend zijn post ik de tracklist onderaan – dan zul je inderdaad moeten beamen dat het een heerlijk plaatje is. Mocht iemand benieuwd zijn, doe me gerust een PM toekomen.

SEASONS had ik graag gedeeld als representatief trackje, omdat dat echt het sleutelnummer is geweest voor de reis. Avex (Ayu’s label) jaagt echter heel actief op uploads van hun materiaal op videosites, dus verder dan covers, liveversies en remixen kom je helaas niet. In plaats daarvan maar een heel recente favoriet: het Koreaanse Girls’ Generation. In het kielzog van BoA, die ik ontdekte als Jpop-ster maar die eigenlijk uit Zuid-Korea bleek te komen, heb ik – zij het op een veel lager tempo – de Kpop een beetje verkend, wat me uiteindelijk eind vorig jaar definitief tot deze geweldige groep leidde. Mijn meest recente halte in de Aziatische poptrein, en daarom alleen al de moeite waard. Tja, wie is er bestand tegen negen Koreaanse schonen met zulke geweldige liedjes?




Zoals beloofd de tracklist van de compilatie:

1. SESAONS
2. Boys & Girls
3. End of the world
4. ever free
5. AUDIENCE
6. Daybreak
7. still alone
8. evolution
9. Flower garden
10. Far away
11. HANABI
12. July 1st
13. Powder Snow (Acoustic Orchestra Version)
14. As if...
15. Trauma
16. Trust
17. Wishing

avatar van MDV
MDV
Dat gevoel van een idool hebben, prachtig is dat. Je verhaal deed me denken aan wat ik in 2006-2007 voor YUI voelde. Dat zijn herinneringen die je moet koesteren .

avatar
Misterfool
had ik nou maar niet geklikt op het youtube-filmpje bij deze dag & dan bedoel ik niet de clip.
Wel weer een heel leuk verhaal , dit is bij uitstek mijn favoriete topic op mume geworden.

avatar van niels94
Dit is echt pijnlijk onherkenbaar Af en toe zit ik ook met mijn handen in het haar over de genialiteit van een bepaalde artiest (op dit moment is het toch vooral Joanna Newsom voor wie dit geldt, juist omdat ze pas zo recentelijk helemaal tot me door is gedrongen), maar op de manier die hier beschreven wordt? Nee. Ik zou het ook gewoon niet kunnen, zelfs 'maar' dagenlang naar één artiest luisteren.

Over dit soort muziek: ik heb uit nieuwsgierigheid weleens op play gedrukt bij een linkje dat jij ergens plaatste, volgens mij. En vrij snel weer uitgezet. Zal het nog eens proberen, nu.

EDIT: Ik had na precies 13 seconden al spijt. Sorry Sven: al kan ik een goed popnummer bij tijd en wijle best waarderen, dit is te zeer niet mijn ding Overigens is dit wel honderdduizend keer beter dan die virtuele zangeres...

Dit doet me er overigens aan denken dat ik Dir En Grey wel echt nog een keer wil proberen.

avatar van jasper1991
Zeer interessant en je verhaal is erg onderhoudend.

Apart hoe dat werkt. Het filmpje wat ik hierboven zie is voor mij gewoon Destiny's Child met spleetogen, sorry.

avatar van MDV
MDV
Overigens is dit wel honderdduizend keer beter dan die virtuele zangeres...

Honderdduizend keer beter dan wie!?

(afbeelding)

avatar
tip_of.yourstar
Mooi verhaal over Ayu. Wat jij in 2003 meemaakte, maak ik nu (in iets mindere mate mee). Sinds midden vorig jaar ben ik zelf helemaal verslaafd geraakt aan Ayumi, en het vuur brand nog steeds hevig.

Wel een erg mooie compilatie, beter dan veel van haar best-of's.

avatar van niels94
Toch wil ik graag het verschil weten tussen deze Japanse zangeresjes en elke willekeurige Engelstalige gladde R&B/pop-artiest die, in mijn oren, min of meer dezelfde muziek maken.

avatar van GrafGantz
Ik hoor het in elk geval niet.

avatar van Arrie
niels94 schreef:
Toch wil ik graag het verschil weten tussen deze Japanse zangeresjes en elke willekeurige Engelstalige gladde R&B/pop-artiest die, in mijn oren, min of meer dezelfde muziek maken.

Er is ook niet echt een groot verschil hoor. Ik vind het ook altijd logisch dat ik erg van J-pop hou, omdat ik ook gewoon erg van westerse popzangeressen hou. Ik verbaas me er ook altijd weer over hoe men vaak weer wil benadrukken hoe uniek die J-pop is, want dat valt allemaal reuze mee.

avatar
sxesven
niels94 schreef:
Toch wil ik graag het verschil weten tussen deze Japanse zangeresjes en elke willekeurige Engelstalige gladde R&B/pop-artiest die, in mijn oren, min of meer dezelfde muziek maken.

Twee puntjes.

1: besef goed, we hebben het natuurlijk over Jpop (en Kpop, en misschien ook nog Cpop) - dus dat het klinkt als popmuziek is ook gewoon zo, want het ís popmuziek. Ik wil ook niet suggereren - en beweer ook nergens - dat Jpop per se wezenlijk anders is. Het is gewoon popmuziek, en blijkbaar houd ik ervan (en met mij vele anderen). Dankzij Jpop leerde ik dus eigenlijk dat ik diep van binnen gewoon een pophoer ben.

2: verschillen zijn er m.i. overigens wel degelijk (en wellicht bekijk ik het dan door de roze bril van de Jpop-liefhebber, maar dat moet je dan maar even velen - je wilde toch uitleg ), hoewel je die verschillen moeilijk zult waarnemen met 13 seconden van een enkel nummer draaien. De voertaal is er één: het is een beetje als met Sigur Rós en IJslands of zelfs Hopelandic. Je verstaat er geen snars van, en eigenlijk is dat wel fijn. Je snapt de grote lijn wel een beetje aan de hand van de titels en mogelijk nog de enkele Engelse woorden die (overigens soms volledig willekeurig) door de teksten worden gesprenkeld (case in point: Girls' Generation's Paparazzi - yada yada car chase, yada yada go round, yada yada boom boom boom), maar wat er verder precies gezegd wordt is een raadsel, en dat betekent in ieder geval dat je je niet hoeft te ergeren aan mogelijk kazige shit. Ook is het een puur esthetische kwestie: ik vind Japans persoonlijk fantastisch klinken (en Koreaans ook niet vekeerd). Dat is haast puur door hoe de taal - en ik richt me nu even op Japans - in elkaar zit: de fonologie herbergt enkele eigenschappen die ik heel fijn vind en die de (gesproken) taal een duidelijkheid en schoonheid verschaffen die andere talen vreemd is (beperkt aantal klinkers en afwezigheid van diftongen; open lettergrepen; het feit dat vrijwel elke lettergreep met dezelfde intensiteit en duur wordt gerealiseerd - hier een duidelijke en iets uitgebreidere uiteenzetting over de uitspraak van het Japans).

In de teksten verdiep ik me over het algemeen niet zo, maar dat wil niet zeggen dat ik er niets van weet, en wat ik ervan weet is dat ze (geldend voor de artiesten die ik interessant vind - Koda Kumi dus niet, bijvoorbeeld) over het algemeen onschuldiger en lieflijker zijn dan (stereotype-alert, dus hier een gratis kwalificatie: veel) teksten van Engelstalige (Amerikaanse) popmuziek. Zo was het helemaal niet raar dat Ayumi heel oprecht en emotioneel op LOVEppears de dood van haar lievelingskanarie bezong (in Kanariya) - iets dat hier toch de nodige wenkbrauwen zou raisen. Dit vertaalt zich ook in imago: dat is (wederom voor de artiesten die ik interessant vind) vaak aanzienlijk braver en tegelijkertijd volwassener dan dat van veel Amerikaanse stijlgenoten. Natuurlijk zijn er uitzonderingen aan beide kanten: in Japan zijn dat de artiesten die juist erg door de Amerikaanse popmuziek zijn geïnspireerd, zoals beroepssnollebol Koda Kumi - en daar heb ik dus ook niks mee.

En ook muzikaal is het niet allemaal één pot nat. Zo kun je heel makkelijk onderscheid maken tussen artiesten die (opzettelijk) Westers klinken en de artiesten die hun eigen (Aziatische) ding doen: 2NE1 enerzijds en Girls' Generation anderzijds bijvoorbeeld. Als je het verschil al niet hoort tussen I Am The Best en Oh!, tja, dan ben je sowieso niet meer te redden. Ook is de pop in Jpop en Kpop doorgaans een echte pop - zo zag ik de vergelijking tussen Girls' Generation en Destiny's Child op basis van Run Devil Run, maar bij het beluisteren van het hele album zou je merken dat die vergelijking op elk ander vlak scheef loopt. Oh!, het album (repackaged als Run Devil Run) gaat namelijk van electropop naar eurohouse en van R&B naar ballad naar noem het maar op - caleidoscopisch en gevarieerd (en, kijk uit; een mening , van constante hoge kwaliteit), wat overigens voor de beste platen van alle goede J- en K-artiesten geldt.

Ultimately: tja, nogmaals, het is en blijft popmuziek. Pophoer in the house.

/edit/

En voor zover het de verschillen dus betreft zijn die inderdaad redelijk miniem; ik kan me dan ook verder goed in Arnouts reply vinden (toch knap hoe je zo kort en bondig kunt blijven, ik moet er gelijk een lap tekst aan wijden ). Ik heb in essentie ook verder helemaal niks 'tegen' Westerse popmuziek - leuke liedjes zijn immers leuke liedjes - alleen verdiep ik me er zelf niet zo in (en slechts deels om de verschillen die ik zelf dus wel bemerk ).

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 16:19 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 16:19 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.