MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

De Site / Gebruikers / Essentiële Albums Voor je Eigen Muzikale Reis

zoeken in:
avatar van kobe bryant fan
Mooi stuk alweer!

avatar
Misterfool
AOVV Houdt het Torenhoge niveau van dit topic met veel deskundigheid hoog.

avatar van AOVV
Vandaag even geen tijd/zin om een stuk te schrijven (het vergt ook wel wat van me, om dat op te diepen), maar ik zal proberen morgen twee stukken te plaatsen. Ze hangen nogal aaneen, vandaar.

avatar van arcade monkeys
Prachtige Stukken Nick

avatar van niels94
Even flink bijgelezen, en ik moet zeggen:

Prachtige verhalen, mooi persoonlijk. Ik herken best veel dingen in elk geval gedeeltelijk, en sommige dingen dan weer helemaal niet, maar dat lijkt me logisch

avatar van jasper1991
Leuke stukjes, het blijft een goede zet dit topic.

avatar van Gloeilamp
Ik kan het alleen maar eens zijn met bovenstaande users. Fantastische verhalen AOVV, ga zo door!

avatar van Edwynn
Shit AOVV. Dat kan ik niet meer toppen.

avatar van AOVV
Eén mijner allergrootste voorbeelden in de geschiedenis van de muziek zei ooit: “The times, they are a-changin’”. Zo is dat ook met een mens, naar mijn mening. Toch zit er bijna altijd een bepaalde lijn in, en de volgende stap in mijn verhaal kan je in verschillende opzichten ook wel logisch noemen. Zoals ik in mijn vorige stuk heb geschreven, werd ik, nu ga ik niet zeggen echt gepest, maar men liet zich op z’n minst toch links liggen. Ik was een outcast, ik had het gevoel dat ik nergens bij paste. Dit veranderde nadat ik de overstap maakte van Latijn naar Economie-Moderne Talen. Enkele gasten die destijds ploegmaats waren van mij (we speelden samen bij de Achter Olense Voetbalvereniging, de afkorting zal inmiddels iedereen wel bekend zijn), zaten in die richting, en ik had echt nood aan een binding. Een wetenschapper zou dit het gevolg van diverse chemische reacties noemen, een psycholoog gebrek aan zelfconfirmatie. Ik wist wie ik was, maar had het gevoel dat anderen dat niet weten.

Ik heb het altijd moeilijk gevonden om te integreren in een groep. Meestal, en dit is echt frustrerend op den duur, ben ik pas helemaal aangepast als het alweer tijd is om afscheid te nemen, en andere horizonten te verkennen. Dit is een gehate cyclus in mijn leven, en ik denk dat ik er nog niet zo gauw vanaf ben. Het is, sinds ik overstapte naar Economie-Moderne Talen, fel verbeterd. Ik voelde me meer thuis in deze groep. De klas Latijn was een mengelmoes van strebers en snobs. Die tweejarige periode heeft me trouwens wel gesterkt, want ik wist dat ik zelf ook wat moeite moest doen. Ik verbruik in dat proces echter veel energie, kennelijk, en mijn humeurwisselingen kwamen in de volgende vier jaar weer meer opzetten. Ups en downs, niet altijd even makkelijk voor mijn klasgenoten, niet in het minst voor mezelf.

Ik leerde ook nieuwe mensen kennen. Twee van mijn klasgenoten waren skaters. Omdat ik de straatstenen al zou kussen mocht ik maar een simpel sprongetje proberen, heb ik het wijselijk nooit zelf uitgeprobeerd, maar ik voelde met die gasten wel een connectie. Het klikte. Dus, geïnteresseerd als ik was in muziek, vroeg ik me af waar zij zoal naar luisterden. Een hele nieuwe wereld ging daardoor voor mij open.

III. Fuck the System! – Punk, part 1

De eerste band die ik leerde kennen dankzij hen, bespreek ik in deel 2. Nu maak ik even een sprongetje in de tijd, naar een wat extremere uitwerking. Het hoeft niet altijd chronologisch te zijn. Ik noem een paar bands op: The Casualties. The Unseen. The Exploited. Het Nederlandse Antidote. Ik weet dat niet al deze bands onder één noemer vallen, maar ik zou ze er toch graag onder willen groeperen. Street punk. Terminologisch is dit natuurlijk een grove fout, maar naar mijn gevoel hoort dit zo. Op dat ogenblik in mijn leven was er één ding dat deze bands gemeen hadden; ze gingen altijd met de voeten vooruit in de aanval. Rauw, geen afspiegeling van een utopische maatschappij die er toch nooit zou zijn. Ik las er, in die dagen, de bittere werkelijkheid in.

In België had je vooral Funeral Dress. Ik droeg T-shirts en truien van die bands, overwegend zwart. Wijde T-shirts, truien met grote kappen. Niet echt romantisch, en het was een felle contradictie met de brave polootjes, gestreepte coltruien en assorti schoenen van de meeste van mijn klasgenoten. Ik wilde non-conformistisch zijn. Larie en apekool, achteraf bekeken, dat weet ik zelf ook wel.

Ik schreef mijn pennenzak, mijn kaften, mijn studieboeken vol met namen van bands. Een zwarte markeerstift gebruikte ik daarvoor. Ik begon naar optredens te gaan, bier te drinken, mensen minachtend aan te kijken, je weet wel, zoals punkers dat kunnen. Ik heb me echter nooit ingelaten met gevechten of iets dergelijks, daar voel ik simpelweg te veel schroom voor. Het was een leuke periode in mijn leven eigenlijk, veel afgelachen met mijn vrienden. Ik zat ook in een bandje, de enige actieve daad op het vlak van muziek tot nu toe trouwens. Ik was verantwoordelijk voor de zang en de teksten. De zang staat in dit geval synoniem voor gebrul die de volumeknop aan diggelen slaat. Teksten staan in dit geval synoniem voor simpele, ietwat clichématige dingen, waar ik nu niet zo trots op ben, maar ik ben wel blij dat ik ze geschreven heb. Ik heb toen voor het eerst ontdekt dat je issues van je af kan schrijven, en daar heb ik later wel m’n profijt mee gehaald.

We coverden ook nummers. De band die deel 2 van dit tweeluik zal beheersen, kwam uiteraard aan bod, maar we coverden ook nummers van o.a. The Casualties. Eén daarvan was ‘Marching Joe (Unknown Soldier)’ van het album ‘On the Front Line’. Dat is dan ook een essentieel album voor mij geweest.


(afbeelding)


Ik vond de ik-spuug-op-allesmentaliteit als jonge hond inspirerend, en de kracht die de zanger uitstraalde, probeerde ik aan te wenden, na te bootsen zelfs. Ik had wel mijn eigen stijl (het leunde meer aan bij een soort primitief oerschreeuw). De liedjes op die plaat waren korter dan ik ooit had meegemaakt. Ik dacht altijd, een liedje dat maar een goeie 2 minuten duurt, dat kan toch niet? Zat ik er even naast. The Casualties slaagden erin al hun woede in een kort liedje te proppen, waardoor het in feite landmijnen werden die allemaal op scherp stonden. Je kon er, bij wijze van spreken, ruiten mee ingooien.

Ik heb de band één keer live gezien. Funeral Dress stond in het voorprogramma, wat al een flink feestje was. The Casualties waren heerlijk. De tomeloze energie van die muzikanten (veel mensen trekken trouwens hun neus op als je hen muzikanten noemt) was verbazingwekkend. Het was niet het langste optreden ooit, maar wel bijzonder intens. Iedereen kent misschien het gevoel dat de wereld even stil staat. Wel; dit was precies het omgekeerde. De wereld stond even op z’n kop.

avatar van AOVV
Street punk was echter niet het eerste subgenre dat ik leerde kennen. De eerste naam die mijn naar punk luisterende vrienden noemden, was die van Ramones. Ik ging er meteen naar luisteren, en vond na één keer luisteren dat alle nummers precies op mekaar geleken. Dat vind ik nu nog steeds. De muziek van Ramones is echter altijd goed voor een heerlijk halfuurtje, je hoeft naar niets om te kijken, en ach, de nummers zijn ook messcherp, en er bijna altijd poef op. En dan heb ik het vooral over de eerste drie albums.

IV. Gabba Gabba Hey! – Punk, part 2

Van de eerste drie albums, moet ik enkel ‘Rocket to Russia’ nog in huis halen. Ik ga niet zeggen dat je Ramones-collectie dan volledig is (bollocks), maar dan heb je toch de essentie van de band. Vooruit dan, voeg 'Road to Ruin' nog aan dit drietal toe, en je hebt een fraai kwartet. Het is één van die bands die zichzelf constant is blijven herhalen, zonder echt irritant te worden. Op dezelfde geluidsstelling reken ik ook Motörhead en AC/DC tot die klasse. Die bands zijn echter nooit zo belangrijk voor me geweest als Ramones.

De plaat die ik eruit pik, om in mijn rijtje essentiële platen te zetten, is hun self titled debuut. Daarmee begon het ook allemaal, maar ik pik deze eruit voor een andere reden. Deze band was namelijk, naast The Casualties, de andere hofleverancier voor ons bandje. We hebben van Ramones natuurlijk ‘Blitzkrieg Bop’ gecoverd. Een beginnend, amateuristisch ogend punkbandje, bestaande uit louter enthousiaste jongelingen, zou zichzelf niet serieus nemen, mochten ze dat nummer niet coveren.


(afbeelding)


Nu zou je verwachten dat de titel van mijn stukje “Hey Ho! Let’s Go” zou zijn. Welneen. Ik heb voor bovenstaande uitroep gekozen (luister naar het nummer ‘Pinhead’), omdat daar een klein verhaal achter schuilgaat. Ik had het er in mijn vorig stuk al over dat ik er een bepaalde stijl op nahield, en ook van Ramones had ik een capuchon. Vooraan het logo met de adelaar. De namen van de vier originele bandleden. Johnny, Joey, Tommy, Dee Dee. Achteraan in het groot de uitspraak “Gabba Gabba Hey!”, die de New Yorkers uit een ouwe film haalden. Het was (en is nog steeds, eigenlijk) mijn lievelingstrui. Dat ding zit me gewoon als gegoten, ik draag ‘m thuis nog erg vaak. Jammer genoeg is ie al redelijk versleten, maar hij is al flink wat jaren oud, en de tijd heelt niet alleen wonden, ze heeft ook de kracht om wonden te veroorzaken, en als het nodig is, flink open te rijten.

Ik ben na Ramones ook naar andere punk gaan luisteren. Niet enkel street punk, zoals ik in mijn vorig stukje al berichtte, ook andere stromingen kwamen eraan te pas. De wat brutere hardcore punk (Hatebreed, Blood for Blood, dat soort dingen. Wij noemden dat hardcore punk, weet niet of dit de juiste term is). Psychobilly (Nekromantix onthoudt ik vooral), wat me dan weer terugleidde naar de rockabilly van Elvis, Carl Perkins en Stray Cats. Emo liet ik wat links liggen, die muziekstroming kende ik enkel van het mainstreamlandschap, ik had er geen besef van dat hier een gigantische undergroundtraditie in bestond. Ik was toen ook nog niet bepaald klaar voor underground.

En zo is punk een hele tijd de belangrijkste muziekstroming in mijn leven geweest. Uiteindelijk ben ik, verrassend genoeg grotendeels dankzij een andere artiest waar mijn vrienden me hebben laten kennismaken (die in het volgende stuk aan bod komt), tot bedaren gekomen. Het geraas kwam me op een bepaald moment ook zodanig de oren uit, de contouren waren op den duur vaag en vuig, en niet meer helder. Ik zat er bij alsof het me niet veel kon schelen, en heb toen in mijn hoofd een switch omgedraaid.

Ons bandje liep enige tijd later ook op de klippen, omdat we geen tijd meer hadden. Na de middelbare school gingen we elk ons weegs, en hadden we ook een pak minder vrije tijd. De ene ging naar de universiteit, de andere ging werken. Ik ben er, als ik terugkijk, al bij al wel tevreden over, over ons kortstondige bestaan. Full House was de naam van ons groepje. We waren nochtans maar met z’n vieren.

avatar van chevy93
Ik had nooit zoveel punk/metal achter je gezocht. Wellicht misleid door je Top 10.

Ook mooi dat je jezelf zo bloot durft te geven. Het maakt jouw verhalen zoveel meer dan een muzikale reis. Hoewel je verhalen het stereotype beeld van (gepeste) einzelganger die metal en punk zoals ik het lees alleen maar bevestigen. Ik weet niet hoe jij hier naar (terug)kijkt?

Het geraas kwam me op een bepaald moment ook zodanig de oren uit, de contouren waren op den duur vaag en vuig, en niet meer helder. Ik zat er bij alsof het me niet veel kon schelen, en heb toen in mijn hoofd een switch omgedraaid.
Hier kan ik me wel in vinden. Behalve dat ik dit vanaf meet af aan heb.

avatar van AOVV
Na het geweld kwam de rust. Ik werd gaandeweg ouder, maar in eerste instantie niet minder onrustig. Ik begon in die tijd ook steeds meer te lezen. Ik las Brusselmans, omdat die man er ook helemaal niet om gaf. De schrijver uit Hamme had toen zijn beste jaren al achter de rug, maar zijn toen al imposante oeuvre was een reden te meer om erin te duiken, en hij blijft tot de dag van vandaag met enige regelmaat een nieuwe roman uitbrengen. Momenteel sta ik zo’n twee romans achter, zou je kunnen zeggen. Ik ben een trage, aandachtige lezer.

Een ander medium dat me steeds meer begon aan te spreken, was film. Later zou de focus verlegd worden naar series, daar ben ik echt verzot op. Ik wil meegezogen worden door een verhaal, waar ik delen van mezelf in kan herkennen, maar die ook op grotere schaal erg herkenbaar zijn. Aan de andere kant hou ik dan ook weer van complete nonsense, al doe je reeksen als South Park met die woorden oneer aan. Heerlijk sarcasme, Trey Parker en Matt Stone treden iedereen met de voeten.

Toen ik een jaar of 16/17 was, kon je dankzij een actie van HUMO enkele films bij elkaar kopen, met telkens een bijbehorende soundtrack. “Brokeback Mountain” zat daarbij, en nog wel enkele films, maar de voor mij meest in het oog springende was “Walk the Line”. De biopic over het leven van Johnny Cash, sterk neergezet door Joaquin Phoenix heb ik toen gekocht, omdat de naam Johnny Cash al ‘ns gevallen was. En na die naam zouden er nog een aantal volgen.

V. Sun

Dit stuk gaat niet in het bijzonder over één essentiële plaat, maar eerder over twee essentiële artiesten. Ik vind dat dit wel mag, omdat beide heren meer bekend zijn om individuele nummers dan hele platen. De eerste kent u al; Johnny Cash. De brombeer uit Arkansas modderde na zijn legerdienst wat aan, en probeerde het uiteindelijk bij Sam Philips van Sun Records. Na een aarzelende eerste beurt was Philips niet overtuigd; maar Cash kwam terug. Zijn vastbeslotenheid was enorm; wat Cash wilde, zou hij krijgen. Dit komt volgens mij deels voort uit een jeugdtrauma, en een minderwaardigheidscomplex, veroorzaakt door zijn strenge vader (als we de film helemaal mogen geloven, natuurlijk).


(afbeelding)


Ik heb noch jeugdtrauma noch een strenge opvoeding gekend, desalniettemin voel ik me vaak minderwaardig aan anderen. Het is een moeilijk iets om mee om te gaan, dat je jezelf niet waardig acht om iets te verdienen. Het vreet aan een mens. Ik heb me er al vele keren over kunnen zetten, en toefde de laatste tijd in een betere periode, tot bepaalde gebeurtenissen dat alles weer op de helling zetten. En zo gaat het aldoor; mijn leven als conjunctuur.

Om met de muziek voort te gaan; ik hoorde iets in de stem van Johnny Cash, een uniek geluid dat ik nooit eerder hoorde. Zijn stem wist me ontzettend aan te grijpen, vooral op zijn befaamde American Recordings. Bij nummers als ‘Hurt’, ‘I See a Darkness’ en ‘Bridge over Troubled Water’ hou ik het nauwelijks droog. Al zijn het allemaal covers. Ik heb nooit een artiest gekend die zich andermans liedjes zo wist toe te eigenen. In die tijd dronk ik Cash, at ik Cash, ademde ik Cash. Ik heb een tijdlang zelfs niets anders geluisterd.

Aan zulke blijmoedige periodes komt altijd een einde, natuurlijk. Ik werd uit dat vacuüm getrokken door een andere legendarische artiest. Beide heren hebben elkaar zelfs gekend, al stierf de ene veel jonger. Nadat we tijdens de muziekles “Hound Dog” te horen kregen, werd ik fan van Elvis Presley. Ook hij was één van de boegbeelden van Sun Records, waardoor ik het wel logisch acht dat dit stuk daarnaar verwijst.


(afbeelding)


Ik had toen al herrie gehoord, country, ook mainstream rockacts kende ik (Colplay, Radiohead, to name a few). Maar wat Elvis deed, leek me haast niet te evenaren. Zijn stem kon zowel swing als slow aan, hij zong vette rockabilly (‘Blue Suede Shoes’), maar ook tedere liefdesliedjes (‘Love Me Tender’). De kracht die hij uitstraalde als perfomer, moet legendarisch geweest zijn (ik heb het jammer genoeg niet meegemaakt), en als er eentje is om The Beatles te verslaan op dat vlak, zal hij het zijn. Zijn heupgewieg werd meteen overgenomen door de jeugd, men zag vrijheid in Elvis. Elvis was meer dan een goeie zanger; hij was de stem van Amerika in de fifties, zoals Dylan dat was in de sixties. Uiteindelijk heeft al die roem hem de das omgedaan, terwijl Cash die dans nipt ontsprong. De wereld blijft toch een modderpoel, en Elvis heeft het geweten.

Een andere gave die Elvis had, was die van de natuurlijkheid. Hij schreef zijn eigen liedjes niet, was in de meeste gevallen enkel uitvoerder, maar deed dit met zo’n naturel, zo’n klasse dat iedereen dacht dat het zijn liedjes waren. En eigenlijk waren het ook gewoon zijn liedjes. Om ‘Blue Suede Shoes’ als voorbeeld te nemen; het origineel van Carl Perkins is een bijzonder leuk liedje, maar wat Elvis er dan van maakte; dat was beyond. Het was groot en klein tegelijk. Elvis spreekt me gewoon immens aan, en het feit dat ik erg aan het uitweiden ben, bewijst dit eens te meer.

Johnny Cash en Elvis Presley zijn van die artiesten die een mens nodig heeft in zijn leven, naar mijn mening. Zet een plaatje van één van hen op, en je bent na het eerste liedje al je zorgen vergeten. Terwijl vooral Cash toch niet altijd even happy onderwerpen aansnijdt. Dat ben ik pas later gaan inzien. Toen was het vooral louter amusement, en het werkte.


avatar van vleertje
AOVV diep respect voor je openheid.

avatar van herman
Ik hoop dat je buiten MusicMeter om meer doet met je schrijftalent, Nick. Want je schrijft echt prachtig!

avatar van AOVV
herman schreef:
Ik hoop dat je buiten MusicMeter om meer doet met je schrijftalent, Nick. Want je schrijft echt prachtig!


Mooie reactie.

Ik heb een aanzet tot een roman geschreven, maar ben ergens blijven steken. Ook toen ik nog in m'n puberteit zat een paar dingetjes geschreven, maar wanneer ik die nu herlees, merk ik toch dat het niet veel waard was.

De laatste tijd jammer genoeg geen tijd/fut/energie meer gevonden om te schrijven (behalve hier dan, over muziek). Ik heb op Facebook een tijdlang stukjes gepost. Misschien toch maar 'ns weer gaan oppikken, die draad.

avatar van Masimo
Zojuist bijgelezen, en heb mooie, en bijzonder persoonlijke stukken mogen lezen. Het is mooi om een kijkje te mogen nemen in het verleden van de user die ik toch wel mijn favoriet van de site zou noemen. Bijzonder, Nick!

En ik sluit me aan bij herman, je schrijft fijn, maar dat wisten we natuurlijk al wel van je Dylan-recensies.

Ik wist overigens nog niet waar 'AOVV' voor stond.

avatar van Sandokan-veld
Behoorlijk boeiende reis tot dusver, ik kijk uit naar het vervolg.

avatar van AOVV
Vandaag paste een schrijfsessie voor dit topic even niet in mijn plannen, morgen hopelijk wel; meer dan waarschijnlijk kunnen jullie dan mijn volgende stukje lezen.

avatar van jasper1991
Ik wil niet heel flauw zijn ofzo, maar hoewel ik AOVV's stukken prettig weg vind lezen en onderhoudend zijn, herken ik dan weer totaal niet wat er zo buitengewoon aan is. Echter, niet te zwaar aan tillen, want ik lees alles met genot. Net zoals ik bij sxesven en Sandokan deed.

avatar van Masimo
a) mooi geschreven b) persoonlijk; eerlijk c) meer dan een muzikale reis alleen

Maar de stukken van sxesven en Sandokan waren ook erg goed, ja.

avatar van AOVV
Tijdens mijn laatste twee jaren in het middelbaar, stond de tijd even stil op het vlak van muziek. Ik viel constant in herhaling, mijn mp3speler stond vol songs die ik al veel te vaak had gehoord. Dat daar ook goeie songs bij zaten, maakt geen verschil. Het volgende stuk past dus pas in het volgende tijdsscharnier, een belangrijke periode in mijn leven; een mislukte studie.

Ik ging taal- en letterkunde studeren, aan de universiteit van Antwerpen. Van dat studeren kwam niet veel in huis; ik heb, om naar behoren te kunnen functioneren, mensen rondom mij nodig waar ik me goed bij voel. Ik weet dat dit een beetje haaks staat op het feit dat ik mezelf een Einzelgänger noem, maar zo is het maar net. Ik ben een loner die affectie nodig heeft. Ik voelde in het kille, stadse Antwerpen helemaal geen connectie, met niets of niemand; de aula’s waren veel te groot, propvol studenten. Tot overmaat van ramp bleek ook nog ‘ns dat ik vooraf een veel te romantisch beeld had van deze studierichting. Ik had in mijn laatste jaar middelbaar onderwijs een bescheiden roman geschreven (die ik nooit heb durven laten uitgeven of zelfs maar opsturen naar uitgeverijen, ondanks de positieve feedback), en dacht dat zo’n studie me prima zou liggen. Ik had beter moeten weten.

Geen enkele studie ligt me, ik ben al opgelucht dat ik een diploma heb kunnen halen. Ik heb nooit de motivatie gehad om dingen te studeren die me opgelegd worden. In mijn vrije tijd lees ik veel naslagwerken en romans, maar ontneem me de vrije keuze, en het heeft een averechts effect. Ik wil me niet opgesloten voelen in andermans wereld.

Er waren ook leuke vakken, die wat losser waren en waar het er ook meer op aankwam zelf iets in te zien. Antropologie, bijvoorbeeld, of filosofie. Maar strikt theoretische vakken zoals grammatica waren er teveel aan. Ook kunstgeschiedenis vond ik erg boeiend. Maar ook dit was gedoemd om op den duur te mislukken, want ik voelde het gewoonweg niet. Ik ben dan ook andermaal gevlucht in muziek.

In de zomer van 2008 waren wij met ons gezin en nog een ander gezin (mijn oom en tante, en hun zoon, mijn favoriete neef) op vakantie. Het heuvelachtige landschap van Hochsauerland in Duitsland was de welkome omgeving. De lange wandelingen boden rust en kalmte, ik kon alles op een rijtje zetten. Het was er niet snikheet, maar warm genoeg om je naar dit soort weer te kunnen kleden. De bossen en het occasionele regenbuitje zorgden bovendien voor verfrissing. Toen we een CD-winkeltje passeerden, kon ik mezelf niet bedwingen. Ik wilde iets kopen, natuurlijk. Voor in de auto, of voor in mijn hotelkamertje, om bij in te slapen. Een dubbelverzamelaar van Elvis kocht ik, en ook ‘Hard Rain’, van de artiest die mijn kijk op het gebruik van teksten voorgoed zou veranderen.

VI. De onvermijdelijke plaat

Toen we terug waren van de wandeling, lekker gegeten hadden in het restaurant dat bij het hotel hoorde en nog even een spelletje kleurenwiezen hadden gespeeld, repte ik me naar mijn kamer met die CD van Dylan in mijn handen. Waarom ik deze had gekocht? Wel, de cover sprak me aan, ik had natuurlijk al gehoord van Dylan (‘Like a Rolling Stone’ vond ik wel geinig, little did I know) en ik wilde gewoon eens iets anders. Dat ik die verzamelaar van Elvis kocht, lijkt dat dan weer tegen te spreken, maar ik ben een vat vol tegenstrijdigheden; bij mij is niets ooit zuiver recht of krom, eerder een mix van beide.

Ik verbaasde me meteen na de eerste luisterbeurt over de gedrevenheid van Dylan. Ik kon, als ik m’n ogen dichtdeed, hem voor me zien, op het podium, vol energie en levendigheid zijn ding doen. ‘Stuck Inside of Mobile with the Memphis Blues Again’ vond ik fe-no-me-naal, met die uithalen op het einde van het refrein. Toen ik later studioalbums van Dylan ging beluisteren, merkte ik dat de versies erg van elkaar konden verschillen.

Na ‘Hard Rain’ volgden snel enkele andere platen. In maart 2009 schreef ik me, na er al een tijd doelloos te hebben rondgezworven, eindelijk in op MusicMeter, in de hoop meer muziek te ontdekken. Wat deze beslissing teweeg heeft gebracht in mijn leven, kan ik zelfs nu nog niet helemaal inschatten. Zal ik wellicht nooit kunnen. Ik zou me niet kunnen inbeelden hoe mijn leven er zou uitzien zonder MusicMeter, het is simpelweg onmogelijk. Ik had waarschijnlijk nooit mijn geliefde plaatjes, zoals ‘Trust Us’, ‘Closing Time’ en ‘Illinois’ leren kennen. En ‘Funeral’ had ik na één luisterbeurt na het zesde nummer uitgezet, omdat het “vals” was.

En de plaat der platen, mijn eigen persoonlijke favoriet, die daar sinds niet zo lang na mijn inschrijving al op nummer 1 staat te prijken, had ik die plaat dan ontdekt? Wellicht wel. Had ik ze even fel gewaardeerd? Wellicht niet. ‘Highway 61 Revisited’ kocht ik in 2009, een paar weken na mijn inschrijving. Een moment dat ik me altijd zal blijven herinneren.


(afbeelding)


Ik wilde absoluut een album van Bob Dylan kopen, en in het CD-winkeltje (Fatkat, een zaak die ik had ontdekt toen ik nog in Antwerpen door de straten sloop) lagen verscheidene platen. ‘Desire’. ‘Blood on the Tracks’, die me aan Mozart en consorten deed denken. Ik greep ‘Highway 61 Revisited’, omdat de cover zo leuk was. Bob in een gek jasje, met op de achtergrond de fotograaf. Ik vond het intrigerend, en wilde, hoewel ik ‘Hard Rain’ al kende, de artiest in kwestie beter leren kennen. Een liefdesverhaal begon. Zuiver platonisch, uiteraard.

‘Highway 61 Revisited’ heeft alles wat ik in een plaat zoek. Ontroering, met onder meer die fantastische ballade ‘Queen Jane Approximately’, spelplezier (‘Like a Rolling Stone’ klinkt onweerstaanbaar cool), intensiteit, diepgang, mysterie. Dylan was het Grote Enigma. Ik wist het toen nog niet, maar dit was de eerste plaat die volledig elektrisch was. Vele fans waren woedend, Bob was tevreden omdat ie eindelijk eens tegen schenen kon schoppen. Vol branie zit die kerel volgens mij. Hij was het beu om het gezicht van de folkbeweging te zijn, en heeft zichzelf toen voor de eerste keer heruitgevonden.

En die teksten, die prachtige, in een surrealistisch meertje ondergedompelde tirades. ‘Desolation Row’ is het meest tot de verbeelding sprekende sprookje dat ik ken. Het gaat over alles en niets; alle strofen leiden je gedachten naar duizenden verschillende punten, je bent zo overhoop gelopen dat je dat ene punt haast niet ziet, waar Dylan je in de laatste strofe heen leidt. Voor meer info over de plaat verwijs ik de lezer naar mijn bespreking op de albumpagina (besprekingen van anderen zijn ook de moeite, natuurlijk, maar het gaat hier om mijn reis, dus dan mag een mens even egoïstisch zijn).

Dylan was overigens niet de enige die ik in die periode ontdekte. The Beatles kende ik natuurlijk wel van hun hits, maar ik had in al mijn kortzichtigheid nooit vermoed dat die jongens ook hele platen hadden uitgebracht. En dan nog wel zulke goeie platen. ‘Abbey Road’ is ook zo’n vehikel dat vastgeroest is in de eeuwige platenstalling. ‘Revolver’ is dé perfecte popplaat. Neil Young, nog zo’n held waarvan ik niet meer dan twee liedjes kende (‘Heart of Gold’ en ‘Rockin’ in the Free World’). Toegegeven, eenmaal op MuMe ging alles plots in sneltempo. Ik heb zo niet altijd alles even goed kunnen verwerken, maar ik heb nog een heel leven voor me (althans, laten we dat hopen).

Maar boven al die magnifieke artiesten staat dus één man, en boven al die magnifieke platen staat één plaat. Met ‘Highway 61 Revisited’ vond ik ironisch genoeg eindelijk de juiste afslag, afstevenend op een bontgekleurd landschap, vol moois om te ontdekken.

avatar van Edwynn
Bob Dylan is iets wat ik een paar jaar geleden ontdekt heb. Ook omdat ik eens iets anders wilde. Ik vind het verrekte moeilijk om te omschrijven waardoor ik gegrepen word. Maar die man houdt mij op het puntje van mijn stoel.De jaren 60 ken ik alleen van boekjes en babyboomers die er niet over uitgerateld raken dus in die zin voel ik weer niet zoveel bij de protestsongs uit die tijd. Dylan is anders. Een troubadour waarbij de dictie en die muziek zo aangenaam is dat het niet eens uitmaakt waarover hij het heeft. Tombstone Blues is één van mijn favorieten, het heeft een te gek sfeertje en een zeer gedreven Dylan.

Onlangs zag ik een fragment uit de tijd van Bringing It All Back Home en Highway 61 bij de eerste keren dat de man met een band (The Band) op het podium stond. Het snobistische publiek riep 'boe', vond dat Dylan uitverkoop hield en zich prostitueerde vanwege al die elektrische toeters en bellen.

avatar van AOVV
Na een tijdje MuMe kende ik plots een pak albums. Ik duikelde echter vooral in dezelfde genres, waardoor ik in essentie niet veel nieuwe dingen leerde kennen. Dit zou later wel veranderen, ik ben gaandeweg steeds meer gaan beseffen dat ik een erg brede muzieksmaak heb, en voor het merendeel van de genres te vinden ben.

Het eerste wat ik deed, was de Groten beter leren kennen. Platen die hier enorm populair waren, en waarvan de artiest of band wel een belletje deed rinkelen. ‘OK Computer’ van Radiohead. ‘Nevermind’ van Nirvana. ‘The Dark Side of the Moon’ van Floyd. Ook was ik enkele jaren terug kortstondig fan geweest van alle nieuwe dingetjes die er in de indie opkwamen; Bloc Party, The Kooks, dat soort adolescentenrock. Daar bleef weinig van hangen, maar bijvoorbeeld Arctic Monkeys weet ik nog altijd te appreciëren.

Ik merkte dat veel van die platen me aanstonden, en begon dan ook verder in de discografieën van diverse artiesten te sneukelen. Maar zo rond Kerstmis 2009 zag ik dat er de mogelijkheid was om een eindejaarslijstje in te dienen. Van alle ingediende lijstjes werd dan een algemene lijst gemaakt, met de nummer 1 als “beste album van het jaar volgens de MuMe-gebruikers”. Ik heb dan beslist om het jaar daarop, 2010 dus, ook mee te doen; maar dat vereiste wel de nodige inspanningen. Ik moest de albumreleases bijhouden. Ik geef grif toe dat ik dit de eerste jaren wat te obsessief heb gedaan, gewoon alles beluisteren wat enigszins leefde. Later ben ik me meer gaan focussen op wat me daadwerkelijk interessant lijkt, waardoor ik ook veel meer tijd heb om oudere muziek te luisteren.

Uit al die overdaad is uiteindelijk toch nog iets moois gevloeid; mijn aangewakkerde interesse in diverse genres, en een herwonnen liefde voor metal.

VII. Hernieuwing

Ik ging dus van alles beluisteren. Niet enkel folk, rock en pop. Hip-hop passeerde op mijn radar, en vormde enige tijd een leuke tandem met electro (zie ook: ‘Black Sands’ van Bonobo, mijn favoriete plaat van 2010). Mijn interesse in jazz vond in dit jaar zijn kiem, en vooral: mijn liefde voor metal kwam weer op het voorplan. Als ik even ga denken, kan ik al enkele namen tevoorschijn toveren, die in 2010 met naar mijn mening straffe releases kwamen opzetten: Triptykon (Tom Warrior van Celtic Frost; aanrader!); Ihsahn (van Emperor, ook een aanrader!); het experimentele en progressieve Haken; de dromerigheid van Alcest en de doom van Ufomammut. Éen naam verhield zich tot deze namen echter als een wolkenkrabber tot een jagershutje; Agalloch.


(afbeelding)


De Amerikaanse band Agalloch, die een mengeling van black en post metal brengen, met stevige folkinvloeden, wist mij te betoveren met het weergaloze en grootse ‘Marrow of the Spirit’ (al zijn velen het niet met mij eens). Het was op het einde van het jaar uiteindelijk nog erg spannend welk album de eerste plek zou gaan bekleden; het ging tussen het al eerder genoemde ‘Black Sands’, ‘High Violet’ van The National en de voortrekker van mijn nieuwgeboren passie voor metal.

‘Marrow of the Spirit’ zie ik nu niet meer als de beste metalplaat die ik ken, zelfs niet de beste van Agalloch, maar hij blijft onbetwist op 4,5* staan. Dat heeft voor een deel ook te maken met de impact; dankzij de diverse topreleases in 2010 was mijn interesse voor het genre, die op een dag plots in een winterslaap was beland, weer wakker geworden. Maar ‘Marrow of the Spirit’ heeft me echt over de spreekwoordelijke streep getrokken. Zonder deze plaat had ik bijvoorbeeld, hoewel er niet echt overduidelijke raakvlakken zijn, nooit Opeth gekend. Ik had nooit meegedaan met het Metal Album van de Week-topic (hoewel ik me nu ook al enkele rondes gedeisd hou, uit, tja, tijdsgebrek..). En ik had ook al die andere toppers uit 2011, 2012, 2013 en eerder niet gekend. Ik had, mocht Agalloch mijn pad niet gekruist zijn, blijven vaststeken in de folk- en rockmuziek, met hier en daar een scheutje hip-hop en electro. Het heeft mijn leven grondig op zijn kop gezet, en dat meen ik oprecht.

Ik begon ook weer T-shirts te kopen van metalbands. Zo heb ik er eentje van Ghost Brigade, en ook Black Sabbath. Een sweater met de cover van ‘Watershed’ (Opeth) op de achterzijde. Maar kledingstijl is in de loop der jaren steeds minder belangrijk voor mij geworden; tegenwoordig draag ik dan ook vooral vrij anonieme kleren, zonder print. Neutraal.

Maar om terug te komen tot het merg (toepasselijk, hè hè) van mijn stuk; wat me opviel in 2010, was dat ik weer behoefte had aan harde muziek, zo scheen het. Na mijn mislukte studie aan de universiteit (weggegooid geld, noemen mijn ouders het; ik hou het op leergeld) ging ik naar een hogeschool hier wat dichter in de buurt (kwartiertje fietsen), met als doel een diploma in Accountancy-Fiscaliteit te behalen. Een beetje een onlogische stap, van talen en geschiedenis naar al dat gecijfer, maar het voelde op dat ogenblik aan als een stap die ik moest zetten. Een beslissing drong zich op.

De eerste maanden voelde ik me vrij alleen. Ik kende wel iemand die bij me in de klas zat, maar had in het begin maar weinig voeling met de rest (een steeds wederkerend fenomeen, zoals eerder gezegd). Ik trok me ’s avonds vaak terug op mijn kamertje, luisterend naar harde, intense muziek, in het schemerdonker van mijn goedkope bureaulamp. Het viel me op dat mijn luistergedrag steeds zwarter begon te worden, daarmee wil ik zeggen dat er steeds meer illustere (een term die ik toen hanteerde, nu gaat die vlieger niet meer op) plaatjes in mijn CD-speler belandden.

Wat me zo aantrok in de muziek van Agalloch, was het rauwe element. De zanger zong niet, zijn kreten kwamen als rauw en schor gebrul uit zijn lichaam, de emoties borrelden op zoals ik nooit eerder had ervaren. De nummers waren lang en slepend, en er klonk een zekere tristesse in door, waarmee ik me wel kon identificeren. De gitaren klonken vaak melancholisch, maar soms dan weer ongemeen hard. De drums waren subtiel en efficiënt. De algehele sfeer had iets magisch, iets beklemmend.

‘Marrow of the Spirit’ heeft sinds de aanschaffing een ereplaats in mijn CD-rek, en zal die nog lang blijven bekleden, geflankeerd door onder andere ‘Ashes Against the Grain’ en ‘Still Life’ van Opeth. De aandachtige lezer (nou ja, het vereist ongeveer zoveel aandacht als de gemiddelde vijftiger met een midlifecrisis heeft voor zijn eigen vrouw) kan uit deze alinea mijn twee favoriete metalplaten distilleren. Maar ‘Marrow’ zal dat speciale plekje als ultieme aanzet altijd blijven behouden in mijn hart.

avatar van niels94
Ik wist dat je dat album heel erg waardeerde, maar dit wist ik allemaal niet. Ik ben wederom heel blij dat ik dit topic heb opgericht

Hetzelfde verhaal als dat ik laatst ophing (en weer weggehaald heb): behoorlijk delen zijn in meer of mindere mate herkenbaar, vaak alleen op een andere manier, en anders goed voorstelbaar. Het wegduiken in muziek herkennen we allemaal wel, denk ik.

avatar van Fathead
Onder de indruk van je verhaal AOVV! Sneukelt u vooral voort!

avatar van Edwynn
Ik moet toch maar eens aan de Agalloch... Echt zo'n band waar ik veel over lees, maar nog nooit iets van gehoord heb.

avatar van GrafGantz
AOVV schreef:
Wat me zo aantrok in de muziek van Agalloch, was het rauwe element. De zanger zong niet, zijn kreten kwamen als rauw en schor gebrul uit zijn lichaam


Ik ben die naam hier al vaker tegengekomen, maar dankzij dit topic weet ik nu eindelijk wat me te doen staat: hier vooral erg ver bij vandaan blijven

avatar van AOVV
Ik denk niet dat het muziek is die GrafGantz wil horen.

Het volgende stukje volgt in principe deze avond, maar het hangt er van af hoe het ermee staat. Het is nogal zwaar om schrijven, op emotioneel vlak dan. En nu al helemaal..

avatar van AOVV
Het stukje dat ik deze avond schrijf, zou me in normale omstandigheden al zwaar vallen. Met het recente overlijden van de artiest in kwestie, is dit nog een pak moeilijker. Maar daartegen is het wel een achtergrond die zich leent voor dit kwellen van de ziel. Daar ben ik altijd erg goed in geweest, vooral in het kwellen van mijn eigen ziel dan.

Iedereen weet wel over welke artiest ik het heb, de R.I.P.-pagina stond vorige week nog vol berichten van verbaasde en intrieste MuMeërs. Intriest was ik ook, en ik ben het nog steeds; ik kan nu pas weer een volledige plaat van de beste man beluisteren. Verbazing was er iets minder, hoewel ik oprecht dacht dat ie aan de weg terug aan het timmeren was, getuige het korte maar intense ‘Autumn Bird Songs’ dat de man vorig jaar op ons losliet. Er stonden oudere songs op, die hij nog niet had uitgebracht volgens mij (althans, niet onder die titels). Er sprak een zekere levendigheid uit, de artiest leek het uit te schreeuwen. “Hé, ik ben er nog, en ik kom terug!”

Dat gebeurde dus niet. Op zaterdag 16 maart 2013, een dag die me altijd zal bijblijven als een doemdag, blies Jason Molina zijn laatste adem uit, hoogstwaarschijnlijk ten gevolge van zijn jarenlange gevecht met de duivel die Alcohol genoemd wordt. Molina werd 39 jaar; als je ziet wat de minzame Amerikaan allemaal heeft opgenomen in jaren waarin ik nog niet eens besef had van dat soort emotie in muziek, kan je er alleen maar het grootste respect voor hebben. En inleving, tonnen ervan.

VIII. Etterende wonden

Ik schrijf dit stuk uiteraard niet vanuit de drang een elegie te zingen over een pas overleden artiest. Molina was in mijn ogen meer dan een artiest, hij was een inspirator. Dankzij zijn talloze sublieme albums zal hij altijd een deel van mijn leven blijven. ‘Didn’t It Rain’, ‘Lioness’, ‘Being in Love’, ‘Cabwaylingo’, ‘Farewell Transmission’ en ga zo maar door. Stuk voor stuk nummers die als een pijl afgeschoten zijn, en doel treffen. Het hart wordt vol geraakt, alle bescherming wordt doorkliefd. Door omstandigheden (ook dat nog) kwam er bij mij veel los toen ik de muziek van Molina leerde kennen.

Ik was enkele jaren voorheen verliefd geworden, en dit keer was het niet op de zoveelste artiest, maar op een mens uit vlees en bloed. Artiesten zijn ook mensen, dat weet ik wel, maar ik placht ermee te uit te drukken dat ik dit exemplaar ook kon voelen, ruiken en proeven. Ik, naïeve romantische ziel, dacht dat ik voor de rest van mijn leven gebeiteld zat. U raadt al welke kant dit verhaaltje opgaat.

Zij was de dochter van een koppel dat uit de echt gescheiden was. Waarom trouw je dan, vraag ik me o zo vaak af. Zij woonden op het moment van onze relatie niet eens zo ver van ons huis, een kilometer of 15, hoogstens 20. Ik was de mooiste, liefste, meest attente persoon in haar leven, bezwoer ze mij. Achteraf gezien had ik moeten beseffen dat dit praatjes waren van een meisje in haar jeugd, tot over haar oren verliefd. Toen bleek dat zij naar Antwerpen verhuisde, was de kous af.

Je kan me nu iemand noemen die enorm overdrijft in zijn reacties en gevoelens, maar ik heb er naar eigen zeggen een trauma aan overgehouden. Ik heb vrienden, maar echte contacten leggen is verleden tijd. Ik, die zo veel moeite heeft moeten doen om überhaupt een reële relatie op te zetten, werd verraden door bitter logica. Ik belandde in een put, ben een paar weken hevig ziek geweest, en draag een litteken met me mee. Sindsdien heb ik me nooit meer in een echte vriendschap of relatie durven storten.

Wat ik in de muziek van Jason Molina terugvind, is daarom herkenbaar. Men zou kunnen redeneren dat die man maar zwelgt in zelfmedelijden, in plaats van er daadwerkelijk iets aan te doen. Maar ik weet hoe het voelt hypergevoelig te zijn. Het is alsof elke seconde het sleutelstukje van een ingewikkelde puzzel is, en als je het stukje op de verkeerde plaats legt, zouden de gevolgen catastrofaal kunnen zijn. Onzekerheid, verlorenheid, en die aloude twijfels, dag in, dag uit.

Molina is ten onder gegaan aan de drank, ik vraag me soms af of ik ooit hetzelfde lot beschoren zal zijn. Ik heb het er al over gehad met enkele mensen die ik mijn vrienden mag noemen, maar zij begrijpen het niet. “Tja, eigen schuld hé?”, zeggen zij. Alcoholisme is niet iets dat je plezier in je leven binnenlaat, en het veroorzaakt, als je het niet in de hand houdt, een spiraal van vernieling om je heen. Je verliest je vrienden, hebt geen contact meer met je familie, verliest je werk. Je bent constant moe, wil de hele dag in bed liggen en aan de fles lurken. Gelukkig ben ik nog lang niet in dit stadium.

Ik heb periodes dat het erg goed met me gaat, maar ook periodes dat het niet zo goed gaat. Een stereotypische zin misschien, maar that’s it. Ik blijf vaak thuis uit schrik de grens te overschrijden. Na elke domper in mijn leven sluit ik me af van alles en iedereen. Ik grijp alleen niet naar de drank omdat ik thuis woon, maar ik weet niet wat de toekomst zal brengen. Hopelijk heb ik al mijn zaakjes op orde wanneer ik alleen ga wonen, want dat moet er toch ooit van komen. De angst om te vervallen in dagenlang zuipen en vijf keer doodgaan en weer opstaan per week tot het helemaal gedaan is, is enorm, en neemt met de dag toe. Ik zou hulp kunnen zoeken, maar ik geloof daar niet in. Heb er geen ervaring mee, maar ook nooit echt iets goeds over gehoord. Het is allemaal zo relatief, dat gelul.

Van Molina is er niet één plaat in het bijzonder die me echt een meerwaarde biedt, maar als ik toch moet kiezen, dan is het ‘The Lioness’. De vocale uithalen van Molina doen pijn en bieden troost tegelijkertijd. En de zin “We are proof that the heart is a risky fuel to burn” uit ‘Being in Love’ zal altijd één van mijn deviezen blijven.


(afbeelding)


De enige artiest die in de buurt komt van Molina op het gebied van het ontlokken van emoties, is Will Oldham. Ook in zijn stem hoor ik, in minder mate weliswaar, die unieke mengeling. De twee hebben een paar keer samengewerkt, en Molina is ook begonnen op het label van Oldham, als ik me niet vergis. Maar Molina is nog veel meer een spiegel waarin ik af en toe moet kijken om niet te ontsporen.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 05:34 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 05:34 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.