De Site / Gebruikers / Essentiële Albums Voor je Eigen Muzikale Reis
zoeken in:
0
geplaatst: 27 maart 2013, 19:41 uur
Ik weet niet wie nu aangeschreven is, maar ik sta ook nog op de rol. En hoewel ik al die prachtige verhalen van iedereen nooit kan toppen, wil ik wel degelijk nog mijn plicht komen vervullen.
0
geplaatst: 27 maart 2013, 20:43 uur
Kom er maar in zou ik zeggen!
En nog een laatste hulde voor AOVV's reis! Een van de betere.
En nog een laatste hulde voor AOVV's reis! Een van de betere.
0
geplaatst: 28 maart 2013, 07:15 uur
Ok mensen. Maak u dan maar vast klaar voor een reis die, ik beloof, niet alleen maar door metalland zal gaan. Wel een beetje natuurlijk. Maar niet helemaal. Eerst nog even nagenieten van AOVV's bijdrage en dan vanaf vanavond of morgen.
0
geplaatst: 28 maart 2013, 17:42 uur
Jemig, ik ben eigenlijk best wel zenuwachtig hiervoor.
Geen prelude of proloog. We stappen in en gaan naar de eerste halte. Onderweg kijken we even naar links en naar rechts en het zal soms lelijk zijn wat je te zien krijgt. Ik kan het niet helpen.
Here goes nothing. Have fun.
Halte 1.
Hoewel er bij ons in huis altijd wel muziek gedraaid werd, kan ik niet zeggen dat de eerste jaren van mijn leven beheerst werden door deze kunstvorm. Blijkbaar maakten albums als Bridge Over Troubled Water, een één of andere verzamelaar van The Platters en één van Harry Belafonte te weinig indruk om mijn slapende geestje wakker te krijgen. Om over de deiners van Johnny Jordaan en menig schlager artiest maar te zwijgen. Het enige dat echt indruk maakte was het overrompelende Star Wars thema en de zogenaamde Imperial March dat op een weggevertje stond tussen een aantal andere filmthema’s. Urenlang neuriede ik het terwijl ik met mijn schoolvriendjes speelde met het Star Warsspeelgoed dat op dat moment mijn totale doen en laten beheerste. Vooral toen Return Of The Jedi in de bioscopen kwam en mijn vader mij daarmee naartoe nam. Op hoog volume denderde het thema door de zaal heen. Kippenvel. De associatie beelden, visioenen zo je wilt, bij muziek werd mij zo langzamerhand duidelijk. Toch kwam muziek in vrijwel dezelfde periode op een hele andere wijze mijn leven in.
Mijn neef René, helaas niet meer in het land der levenden, was de jongste zoon van mijn moeders oudste zus. Hij was tien of twaalf jaar ouder dan ik. In 1983 was ik zeven jaar oud en ik denk dat dit toen ergens begon. Zijn slaapkamer werd gedomineerd door een imposante stereo-installatie met reusachtige speakers. Langs de wanden stond, ik schat, een tiental, verrijdbare bakken met elpees erin. In een kast achter de deur stonden er nog veel meer. Kennelijk de elpees die even niet favoriet waren.
‘Wat wil je horen’ vroeg hij me eens toen ik bij de bewuste familie in Zwolle op bezoek was.
‘Wat heb je?’ was mijn quasi nonchalante wedervraag. Ook al was ik zeven, ik hield er niet van om als een onwetende onbenul over te komen. Ik was het uiteraard wel, maar dat hoefde hij niet te weten.
'Wacht ik weet wel wat.' zei hij terwijl hij met zijn bureaustoel een korte dollemansrit van de plaats van de stereotoren naar de wand maakte.
Even gleed hij met zijn vingers door één van de verrijdbare bakken. Alsof hij precies wist wat hij mijn maagdelijke oortjes wilde laten beleven, had hij binnen een oogwenk een hoes in zijn hand waaruit zo’n zwarte ronde schijf kwam rollen. Met vloeiende bewegingen lag het ding op de draaitafel en snel raakte de naald de groef. Dat ging veel soepeler dan dat die ouwe van mij dat deed.
Na enkele kraakjes en piepjes weerklonken de eerste akkoorden van Golden Earring’s Twilight Zone uit die enorme speakers. De gekleurde spots in een andere zuil begonen op de maat van de muziek aan een uit te gaan. U begrijpt: ik was betoverd. Het is niet zo dat ik een enorme Earringfan ben geworden. Maar wanneer ik dit nummer hoor, moet ik denken aan die enorme zuil met lampen die op ritmische wijze de verduisterde kamer verlichtten. Waarmee ik mijn eerste soort van hallicunogene muzikale ervaring had. De rest van het album, Cut heette het, vond ik blijkbaar te weinig imponerend. Toen ik het later eens op cd kocht, deden de overige nummers nog steeds erg onder voor dat monumentale Twilight Zone. Vanaf dat moment zat ik vaker bij hem op zijn kamer. Ik leerde daar in de loop der jaren dingen van U2, Marillion, Springsteen, OMD en nog veel meer kennen. Echt vertrouwd raakte ik er toen nog niet mee, maar boeiend vond ik het wel.
Georgette, een nichtje van vaders kant, destijds woonachtig in Arnhem had ook haar slaapkamertje ingericht rondom een stereo-installatie.Zij was van dezelfde leeftijd als René, maar kwam met andere dingen. Waar de slaapkamer van René tamelijk basic was, hing Georgettes kamer helemaal vol met posters van twee zwoel kijkende heren in glimmende leren jekkies en nogal mafioos gekapte haartjes. Ik begreep daar uiteraard helemaal niets van, maar het fascineerde me wel. Waarom weet ik nog steeds niet, maar fascineren deed het me. Engels kon ik nog niet, maar de wijze waarop de rappende en zingende George Michael zich door Bad Boys en Young Guns bewoog vond ik bijzonder stoer. Dat Wham! een typisch ‘wijvending’ was, leerde ik pas later en boeide me toen eigenlijk helemaal niet. Sterker nog, het daaropvolgende jaar kocht ik van mijn zuurgespaarde centjes ‘Make It Big’ Ik was gegrepen door de herkenbare liedjes met de bijbehorende tienersentimenten. Schiet me maar af. Ik was dus 8 en in de veronderstelling dat ik hip was. En ik beken: Uitgezonderd van het nogal debiele Wake Me Up Before You Go Go, toveren songs als Everything She Wants, Freedom en vooral Heartbeat af en toe nog best een glimlach op mijn gezicht. Het zijn zorgeloze popsongs met thema’s die bij bakvissen horen. Je had toen ook nogal wat van die ‘college’ films. Daar past dit soort muziek wel in. Feel good dingetjes. Af en toe heb ik ze gewoon nodig. Alhoewel Make It Big destijds voor mij bloed, en bloedserieus was.

Neef René vroeg zich headdeskend af waar het nu precies misging. Probeerde me een beetje op te voeden met serieuzer georiënteerde muziek, kom ik vol trots vertellen een fuckin Wham! Lp te hebben gekocht van mijn verjaardagsgeld. De tijd die volgde bestond uit het verzamelen van 7” singles die destijds in de top 40 stonden. Tears For Fears, Duran Duran en nog zo wat van dat spul. Toch kleefde er iets aan dat Make It Big dat een sluimerende interesse zou wekken. In die zin is het echte liefdesvuur voor muziek; het absorberen, het voelen en het beleven, bij mij aangewakkerd door Make It Big. Vandaar dat dat album de eerste halte markeert.
Geen prelude of proloog. We stappen in en gaan naar de eerste halte. Onderweg kijken we even naar links en naar rechts en het zal soms lelijk zijn wat je te zien krijgt. Ik kan het niet helpen.
Here goes nothing. Have fun.
Halte 1.
Hoewel er bij ons in huis altijd wel muziek gedraaid werd, kan ik niet zeggen dat de eerste jaren van mijn leven beheerst werden door deze kunstvorm. Blijkbaar maakten albums als Bridge Over Troubled Water, een één of andere verzamelaar van The Platters en één van Harry Belafonte te weinig indruk om mijn slapende geestje wakker te krijgen. Om over de deiners van Johnny Jordaan en menig schlager artiest maar te zwijgen. Het enige dat echt indruk maakte was het overrompelende Star Wars thema en de zogenaamde Imperial March dat op een weggevertje stond tussen een aantal andere filmthema’s. Urenlang neuriede ik het terwijl ik met mijn schoolvriendjes speelde met het Star Warsspeelgoed dat op dat moment mijn totale doen en laten beheerste. Vooral toen Return Of The Jedi in de bioscopen kwam en mijn vader mij daarmee naartoe nam. Op hoog volume denderde het thema door de zaal heen. Kippenvel. De associatie beelden, visioenen zo je wilt, bij muziek werd mij zo langzamerhand duidelijk. Toch kwam muziek in vrijwel dezelfde periode op een hele andere wijze mijn leven in.
Mijn neef René, helaas niet meer in het land der levenden, was de jongste zoon van mijn moeders oudste zus. Hij was tien of twaalf jaar ouder dan ik. In 1983 was ik zeven jaar oud en ik denk dat dit toen ergens begon. Zijn slaapkamer werd gedomineerd door een imposante stereo-installatie met reusachtige speakers. Langs de wanden stond, ik schat, een tiental, verrijdbare bakken met elpees erin. In een kast achter de deur stonden er nog veel meer. Kennelijk de elpees die even niet favoriet waren.
‘Wat wil je horen’ vroeg hij me eens toen ik bij de bewuste familie in Zwolle op bezoek was.
‘Wat heb je?’ was mijn quasi nonchalante wedervraag. Ook al was ik zeven, ik hield er niet van om als een onwetende onbenul over te komen. Ik was het uiteraard wel, maar dat hoefde hij niet te weten.
'Wacht ik weet wel wat.' zei hij terwijl hij met zijn bureaustoel een korte dollemansrit van de plaats van de stereotoren naar de wand maakte.
Even gleed hij met zijn vingers door één van de verrijdbare bakken. Alsof hij precies wist wat hij mijn maagdelijke oortjes wilde laten beleven, had hij binnen een oogwenk een hoes in zijn hand waaruit zo’n zwarte ronde schijf kwam rollen. Met vloeiende bewegingen lag het ding op de draaitafel en snel raakte de naald de groef. Dat ging veel soepeler dan dat die ouwe van mij dat deed.
Na enkele kraakjes en piepjes weerklonken de eerste akkoorden van Golden Earring’s Twilight Zone uit die enorme speakers. De gekleurde spots in een andere zuil begonen op de maat van de muziek aan een uit te gaan. U begrijpt: ik was betoverd. Het is niet zo dat ik een enorme Earringfan ben geworden. Maar wanneer ik dit nummer hoor, moet ik denken aan die enorme zuil met lampen die op ritmische wijze de verduisterde kamer verlichtten. Waarmee ik mijn eerste soort van hallicunogene muzikale ervaring had. De rest van het album, Cut heette het, vond ik blijkbaar te weinig imponerend. Toen ik het later eens op cd kocht, deden de overige nummers nog steeds erg onder voor dat monumentale Twilight Zone. Vanaf dat moment zat ik vaker bij hem op zijn kamer. Ik leerde daar in de loop der jaren dingen van U2, Marillion, Springsteen, OMD en nog veel meer kennen. Echt vertrouwd raakte ik er toen nog niet mee, maar boeiend vond ik het wel.
Georgette, een nichtje van vaders kant, destijds woonachtig in Arnhem had ook haar slaapkamertje ingericht rondom een stereo-installatie.Zij was van dezelfde leeftijd als René, maar kwam met andere dingen. Waar de slaapkamer van René tamelijk basic was, hing Georgettes kamer helemaal vol met posters van twee zwoel kijkende heren in glimmende leren jekkies en nogal mafioos gekapte haartjes. Ik begreep daar uiteraard helemaal niets van, maar het fascineerde me wel. Waarom weet ik nog steeds niet, maar fascineren deed het me. Engels kon ik nog niet, maar de wijze waarop de rappende en zingende George Michael zich door Bad Boys en Young Guns bewoog vond ik bijzonder stoer. Dat Wham! een typisch ‘wijvending’ was, leerde ik pas later en boeide me toen eigenlijk helemaal niet. Sterker nog, het daaropvolgende jaar kocht ik van mijn zuurgespaarde centjes ‘Make It Big’ Ik was gegrepen door de herkenbare liedjes met de bijbehorende tienersentimenten. Schiet me maar af. Ik was dus 8 en in de veronderstelling dat ik hip was. En ik beken: Uitgezonderd van het nogal debiele Wake Me Up Before You Go Go, toveren songs als Everything She Wants, Freedom en vooral Heartbeat af en toe nog best een glimlach op mijn gezicht. Het zijn zorgeloze popsongs met thema’s die bij bakvissen horen. Je had toen ook nogal wat van die ‘college’ films. Daar past dit soort muziek wel in. Feel good dingetjes. Af en toe heb ik ze gewoon nodig. Alhoewel Make It Big destijds voor mij bloed, en bloedserieus was.

Neef René vroeg zich headdeskend af waar het nu precies misging. Probeerde me een beetje op te voeden met serieuzer georiënteerde muziek, kom ik vol trots vertellen een fuckin Wham! Lp te hebben gekocht van mijn verjaardagsgeld. De tijd die volgde bestond uit het verzamelen van 7” singles die destijds in de top 40 stonden. Tears For Fears, Duran Duran en nog zo wat van dat spul. Toch kleefde er iets aan dat Make It Big dat een sluimerende interesse zou wekken. In die zin is het echte liefdesvuur voor muziek; het absorberen, het voelen en het beleven, bij mij aangewakkerd door Make It Big. Vandaar dat dat album de eerste halte markeert.
0
geplaatst: 28 maart 2013, 18:11 uur
Je hoeft nergens zenuwachtig voor te zijn, je opener is gewoon erg goed. 

0
geplaatst: 28 maart 2013, 18:46 uur
Yup, het gaat gewoon weer op hoog niveau verder hier, chapeau.
0
geplaatst: 28 maart 2013, 19:04 uur
Mooi, mooi, en verrassend. Het hoort er allemaal bij, natuurlijk. 
Geschreven op een manier die het lezen ervan boeiend maakt, ook.

Geschreven op een manier die het lezen ervan boeiend maakt, ook.

0
geplaatst: 28 maart 2013, 19:09 uur
Als een van de grootste metal liefhebbers/kenners op MuMe bekennen dat het allemaal begon met een plaat van Wham, je zou voor minder zenuwachtig zijn. 
Maar de levendige beschrijving maakt het allemaal goed.

Maar de levendige beschrijving maakt het allemaal goed.

0
geplaatst: 28 maart 2013, 19:58 uur
Dank voor de vriendelijke woorden en de 'thumbs ups' Dat schept extra plezier in het aankleden van de 2e halte. 

0
geplaatst: 28 maart 2013, 20:30 uur
Herkenbaar, bij mij begon het ook met Twilight Zone van Golden Earring.
0
geplaatst: 28 maart 2013, 20:46 uur
Wederom mooi geschreven..... hoe raar misschien ook maar ik waag me er niet aan.; ik lees de verhalen wel met heel veel plezier!
0
Misterfool
geplaatst: 29 maart 2013, 00:02 uur
Ik mag de muziek van George Micheal, en ook sommige nummers van Wham, eigenlijk wel. Net als collega Elton john maakt hij melodische kitsch-pop die weliswaar goed in het oor ligt, maar ook erg sterk in elkaar zit. Soms net iets te melodramatisch om mij te boeien, maar zeker niet heel slecht.
0
geplaatst: 29 maart 2013, 08:54 uur
aERodynamIC schreef:
Wederom mooi geschreven..... hoe raar misschien ook maar ik waag me er niet aan.; ik lees de verhalen wel met heel veel plezier!
Wederom mooi geschreven..... hoe raar misschien ook maar ik waag me er niet aan.; ik lees de verhalen wel met heel veel plezier!
Je waagt je niet aan Wham!... of?
@misterfool
Dat is precies hoe ik er nu ook tegen aankijk.
Al vind ik de George Michael van pak hem beet Older net wat meer muzikaal avontuur in zijn donder hebben dan van Careless Whisper.
0
geplaatst: 29 maart 2013, 09:28 uur
Ik waag me zeker wel aan Wham!: ben er mee doodgegooid door mijn zus in mijn tienerjaren (en hoe ironisch: ik krijg vandaag haar oude vinylplaten...... toen verfoeide ik ze, nu zal ik ze zeker graag gaan draaien
).
).
0
geplaatst: 29 maart 2013, 16:06 uur
Misterfool schreef:
Net als collega Elton john maakt hij melodische kitsch-pop die weliswaar goed in het oor ligt, maar ook erg sterk in elkaar zit.
Net als collega Elton john maakt hij melodische kitsch-pop die weliswaar goed in het oor ligt, maar ook erg sterk in elkaar zit.
Met volgens mij toch een belangrijk verschilletje in rock 'n roll gehalte (ten voordele van Elton) en kitsch gehalte (ten nadele van George), wat voor mij het verschilletje maakt van ongeveer 20 albums van Elton in huis en niks van George.
0
geplaatst: 29 maart 2013, 17:03 uur
Over kitsch gesproken. Tijd voor de tweede stop.
Halte 2.
Tussen Twilight Zone en mijn favoriete Make It Big track Heartbeat zat een overeenkomst dat mijn volledige aandacht had. Het geluid van een elektrische gitaar. Als ik Heartbeat nu hoor, stelt dat gitaargeluid geen reet voor. Akkoord. Maar destijds kwam het best hard binnen. Beat It van Michael Jackson was me uiteraard ook opgevallen. In het kielzog daarvan Jump van Van Halen en nog een handvol andere nummers met een gitaarsolo of iets dat er op lijkt. Naast de singletjes die ik links en rechts kreeg of kocht, was ik ook druk bezet met het op tape zetten van liedjes die tijdens radio-uitzendingen voorbij kwamen zeilen. Discjockeys die door intro’s heenbralden konden beslist rekenen op mijn recent aangeleerde verwensingen. Eigenlijk was dat niet nodig want ik zat nummers als Rosanna en Shout gewoon door te spoelen tot de solo kwam. Het was zelfs zo er dat ik ooit met een dubbelcassettedeck probeerde om alle verzamelde gitaarsolo’s achter elkaar te zetten als een soort supersolomix from hell. Dat was geen geslaagd experiment overigens. Vond ik toen zelfs ook al.
Mijn ouders hadden nog in kunnen grijpen, maar het was te laat. Ergens in die periode bleek ik mijn volgende vijfentwintig gulden bij elkaar gespaard te hebben. Hoogste tijd om naar de Zevenaarse platenwinkel te fietsen en een nieuwe LP te scoren. Mijn moeder ging wel mee, maar deed vast andere boodschappen en zou me later op komen halen. Dat was prima want ik kon even niemand gebruiken die voortdurend vroeg: ‘Dit vind jij toch ook leuk? Waarom neem je deze niet?’ Nee, dat moest ik niet hebben want ik had het beslist niet in mijn hoofd om met Spargo of BZN thuis te komen.
Ik wist wat mijn nieuwe missie was, ik zocht iets dat ik niet hoefde door te spoelen. Ik stapte het walhalla van het dorp met stadsrechten binnen. Huppeldepup grammofoonplaten. Ik heb nog even nagezocht hoe het winkeltje heette, maar ik kan het nergens terugvinden.
Goed, het doet er ook niet toe. Ik stapte de drempel over, wierp een blik langs de schier eindeloze bakken en rekken met elpees zonder een idee waar ik moest beginnen. Het enige referentiepunt was het Top 40 foldertje dat voor meegrijpen lag op de toonbank van de platenzaken.
‘Hebt u iets met elektrische gitaren?’ vroeg ik bedeesd aan de dame die me vriendelijk doch streng in de gaten hield. Opgeschoten jochies in platenwinkels betekende voor die mensen vaak niet meer dan urenlang plaatjes opleggen om te laten beluisteren via lelijke gele hoofdtelefoons en vervolgens geen één verkopen. Gelukkig voor haar was het dit keer anders. Ik was stang. Ik had een heus biljet van vijfentwintig gulden in mijn witte kokertje dat om mijn nek hing en dat biljet ging eindigen in de kassalade van die mevrouw.
‘Ehm, zoek je iets stevigs of...’
‘ Nee, geen Dire Straits’, zei ik nog. Dat had ik ook leren kennen en dat was niet wat ik zocht. ‘Iets zoals in Beat It maar dan met meer gitaren. Veel meer.’
Ze stiefelde voor me uit en greep uit één van de rekken de volgende hoes om aan me te presenteren:

Toen wist ik nog niet waar ze allemaal mee had kunnen aandraven, maar ik was tevreden en aangezien het later allemaal goed kwam, koester ik geen wrok. Bovendien knikte ik goedkeurend op het moment dat de versterkte gitaren van Runaway door die verlepte gele kussentjes van de aanwezige hoofdtelefoons kwamen gieren. That’s right. Bon Jovi’s debuut was de tweede volwaardige LP die ik aan mijn collectie mocht toevoegen. Ook hier ging het om vrij zorgeloze muziek. Met opnieuw bakvissenthema’s. Maar toevallig zat er in vrijwel elke track een scheurende solo van een meneer met een moeilijke achternaam. En guess what? Ook nu loop ik nog hard weg met het mysterieus klinkende Roulette het best wel ruige Shot Through The Heart en het desperate Burnin For Love. She Don’t Know Me kon ik al een beetje meezingen, maar verdorie, daar zat amper een gitaarsolo in. Minpuntje.
Ergens hoop ik dat Bon Jovi nog eens zo zou kunnen vlammen. Hun nieuwste album What About Now maakt hardhandig een eind aan die gekoesterde hoop. Maar hun debuut koester ik nog. Net als de andere albums tot en met These Days. Ik hem vanzelfsprekend heel vaak gedraaid. En de later aangeschafte cd, draai ik nog steeds best vaak.
Neef René ging nog even verder met zijn hoofd tegen de muren en de tafels bonken. Die snapte niet wat anderen nu mooi vonden aan het opzwepende geluid van die ‘homo’s met het hun getoupeerde haartjes en glimmende pakjes’.
‘Vandenberg. Dat gaat nog wel maar dit….Argh.’
‘Vandenberg?’ vroeg ik. ‘Dat ken ik niet.’
Hij reed weer naar één van de platenbakken en haalde een elpee tevoorschijn met een wonderlijke hoes. Een tekening van een witte haai die over de snelweg vliegt. Hij zette hem op en...
‘Potverdikkie! Gitaarsolo’s overal!’
Hier moest ik meer van hebben. Veel meer. De liefde voor hardrock en metal leek definitief ontkiemd te zijn. Omdat ik aangetikt werd door een Bon Jovi album. Vandaar dat ik vandaag bij hun debuutalbum even uitstap.
Halte 2.
Tussen Twilight Zone en mijn favoriete Make It Big track Heartbeat zat een overeenkomst dat mijn volledige aandacht had. Het geluid van een elektrische gitaar. Als ik Heartbeat nu hoor, stelt dat gitaargeluid geen reet voor. Akkoord. Maar destijds kwam het best hard binnen. Beat It van Michael Jackson was me uiteraard ook opgevallen. In het kielzog daarvan Jump van Van Halen en nog een handvol andere nummers met een gitaarsolo of iets dat er op lijkt. Naast de singletjes die ik links en rechts kreeg of kocht, was ik ook druk bezet met het op tape zetten van liedjes die tijdens radio-uitzendingen voorbij kwamen zeilen. Discjockeys die door intro’s heenbralden konden beslist rekenen op mijn recent aangeleerde verwensingen. Eigenlijk was dat niet nodig want ik zat nummers als Rosanna en Shout gewoon door te spoelen tot de solo kwam. Het was zelfs zo er dat ik ooit met een dubbelcassettedeck probeerde om alle verzamelde gitaarsolo’s achter elkaar te zetten als een soort supersolomix from hell. Dat was geen geslaagd experiment overigens. Vond ik toen zelfs ook al.
Mijn ouders hadden nog in kunnen grijpen, maar het was te laat. Ergens in die periode bleek ik mijn volgende vijfentwintig gulden bij elkaar gespaard te hebben. Hoogste tijd om naar de Zevenaarse platenwinkel te fietsen en een nieuwe LP te scoren. Mijn moeder ging wel mee, maar deed vast andere boodschappen en zou me later op komen halen. Dat was prima want ik kon even niemand gebruiken die voortdurend vroeg: ‘Dit vind jij toch ook leuk? Waarom neem je deze niet?’ Nee, dat moest ik niet hebben want ik had het beslist niet in mijn hoofd om met Spargo of BZN thuis te komen.
Ik wist wat mijn nieuwe missie was, ik zocht iets dat ik niet hoefde door te spoelen. Ik stapte het walhalla van het dorp met stadsrechten binnen. Huppeldepup grammofoonplaten. Ik heb nog even nagezocht hoe het winkeltje heette, maar ik kan het nergens terugvinden.
Goed, het doet er ook niet toe. Ik stapte de drempel over, wierp een blik langs de schier eindeloze bakken en rekken met elpees zonder een idee waar ik moest beginnen. Het enige referentiepunt was het Top 40 foldertje dat voor meegrijpen lag op de toonbank van de platenzaken.
‘Hebt u iets met elektrische gitaren?’ vroeg ik bedeesd aan de dame die me vriendelijk doch streng in de gaten hield. Opgeschoten jochies in platenwinkels betekende voor die mensen vaak niet meer dan urenlang plaatjes opleggen om te laten beluisteren via lelijke gele hoofdtelefoons en vervolgens geen één verkopen. Gelukkig voor haar was het dit keer anders. Ik was stang. Ik had een heus biljet van vijfentwintig gulden in mijn witte kokertje dat om mijn nek hing en dat biljet ging eindigen in de kassalade van die mevrouw.
‘Ehm, zoek je iets stevigs of...’
‘ Nee, geen Dire Straits’, zei ik nog. Dat had ik ook leren kennen en dat was niet wat ik zocht. ‘Iets zoals in Beat It maar dan met meer gitaren. Veel meer.’
Ze stiefelde voor me uit en greep uit één van de rekken de volgende hoes om aan me te presenteren:

Toen wist ik nog niet waar ze allemaal mee had kunnen aandraven, maar ik was tevreden en aangezien het later allemaal goed kwam, koester ik geen wrok. Bovendien knikte ik goedkeurend op het moment dat de versterkte gitaren van Runaway door die verlepte gele kussentjes van de aanwezige hoofdtelefoons kwamen gieren. That’s right. Bon Jovi’s debuut was de tweede volwaardige LP die ik aan mijn collectie mocht toevoegen. Ook hier ging het om vrij zorgeloze muziek. Met opnieuw bakvissenthema’s. Maar toevallig zat er in vrijwel elke track een scheurende solo van een meneer met een moeilijke achternaam. En guess what? Ook nu loop ik nog hard weg met het mysterieus klinkende Roulette het best wel ruige Shot Through The Heart en het desperate Burnin For Love. She Don’t Know Me kon ik al een beetje meezingen, maar verdorie, daar zat amper een gitaarsolo in. Minpuntje.
Ergens hoop ik dat Bon Jovi nog eens zo zou kunnen vlammen. Hun nieuwste album What About Now maakt hardhandig een eind aan die gekoesterde hoop. Maar hun debuut koester ik nog. Net als de andere albums tot en met These Days. Ik hem vanzelfsprekend heel vaak gedraaid. En de later aangeschafte cd, draai ik nog steeds best vaak.
Neef René ging nog even verder met zijn hoofd tegen de muren en de tafels bonken. Die snapte niet wat anderen nu mooi vonden aan het opzwepende geluid van die ‘homo’s met het hun getoupeerde haartjes en glimmende pakjes’.
‘Vandenberg. Dat gaat nog wel maar dit….Argh.’
‘Vandenberg?’ vroeg ik. ‘Dat ken ik niet.’
Hij reed weer naar één van de platenbakken en haalde een elpee tevoorschijn met een wonderlijke hoes. Een tekening van een witte haai die over de snelweg vliegt. Hij zette hem op en...
‘Potverdikkie! Gitaarsolo’s overal!’
Hier moest ik meer van hebben. Veel meer. De liefde voor hardrock en metal leek definitief ontkiemd te zijn. Omdat ik aangetikt werd door een Bon Jovi album. Vandaar dat ik vandaag bij hun debuutalbum even uitstap.
0
geplaatst: 29 maart 2013, 17:50 uur
Mooi stukje weer. En herkenbaar, die fixatie op de gitaarsolo. Een heuse compilatie is er nooit van gekomen, maar alleen solo's opnemen van nummers waar ik verder weinig aan vond deed ik ook wel eens.
0
geplaatst: 29 maart 2013, 20:37 uur
Shot Through The Heart ken ik ook nog wel; dat was het b-kantje van Wanted Dead Or Alive.
Zeer sterke b-kant.
Zeer sterke b-kant.

0
geplaatst: 30 maart 2013, 15:09 uur
deric raven schreef:
Shot Through The Heart ken ik ook nog wel; dat was het b-kantje van Wanted Dead Or Alive.
Zeer sterke b-kant.
Bedoel je niet You Give Love a Bad Name?Shot Through The Heart ken ik ook nog wel; dat was het b-kantje van Wanted Dead Or Alive.
Zeer sterke b-kant.
Edit: Ik zie nu dat ze ook een nummer hebben dat zo heet.
En het B-kantje, volgens Wikipedia, is: "Never Say Goodbye"/"I'd Die For You"
0
geplaatst: 30 maart 2013, 15:13 uur
Nee, You Give Love A Bad Name begint met de tekst Shot Through The Heart, welke volgens mij gewoon een verwijzing is naar dit nummer.
Wanted Dead or Alive/ Shot Through the Heart by Bon Jovi : Reviews and Ratings - Rate Your Music - rateyourmusic.com
Wanted Dead or Alive/ Shot Through the Heart by Bon Jovi : Reviews and Ratings - Rate Your Music - rateyourmusic.com
0
geplaatst: 30 maart 2013, 15:31 uur
Dat was de b kant in Japan volgens mij. Ik weet niet of het ook dezelfde versie is als de versie uit 1984.
0
geplaatst: 30 maart 2013, 16:22 uur
Ik heb in ieder geval de single gehad met dat nummer als b-kant.
0
geplaatst: 30 maart 2013, 16:25 uur
Dat kan. Er circuleren meerdere versies hier. Raar trouwens dat Never Say Goodbye ook als b kant gebruikt werd. Dat nummer is zelf ook als single uitgebracht met als b kant weer een liveversie van Shot Through The Heart.
0
geplaatst: 30 maart 2013, 20:00 uur
Halte 3
Ondertussen volgde ik nog wel wat er op popgebied gebeurde. In de zomer van 1985 moesten we vanwege mijn vaders baan verhuizen naar Harderwijk. Tijdens de verhuisoperatie logeerde ik bij weer een andere een oom en tante en daar mocht ik het hele Live Aid feest dat op tv uitgezonden werd, meemaken. En ik heb elke minuut ervan opzogen. Ondanks de geringe hoeveelheid ‘gitaarsolobands’. Tussen de ‘give me your fuckin’ money’ smeekbedes van Bob Geldof genoot ik van Sting, Ultravox, U2, Hall & Oates en ja, ook van George Michael/Wham!
Op het puntje van mijn stoel kwam ik te zitten toen mijn eerste kennismakingen met Black Sabbath, Led Zeppelin en Judas Priest plaatsvonden. Ik weet nog dat het indruk maakte, maar toen ik onlangs de dvd zag, bleek dat de betreffende optredens allemaal een beetje bij me weggezakt waren. Mijn ome Han, ook al weer dood en mijn tante Jeanette ben ik eeuwig dankbaar. Want zij moesten niet veel hebben van die herrie.
‘Komt Engelbert daar ook optreden?’ zou zomaar een vraag geweest kunnen zijn die de revue passeerde.
Eenmaal in Harderwijk kwam ik vrij dichtbij een familie te wonen waarvan de oudste zoon twee of drie jaar ouder was dan ik, kreeg lucht van mijn ondertussen tot een tic uitgegroeide Bon Jovi liefde en liet me snuffelen aan dingen als Iron Maiden en Judas Priest. Veel verder dan losse nummers op een bandje ging dat nog niet. De plaatselijke bibliotheek bracht daar verandering in. De bovenverdieping van dat gebouw. Of althans een gedeelte daarvan werd het volgende level van walhalla voor mij. Samen met buurjongen Maurice leende ik platen en samen pletterden we ze onmiddellijk op de magneetlinten. Cd’s deden we ook al een beetje want weer een andere buurman had een cd speler en die beste man wilde ons best wel eens van dienst zijn met het overzetten op bandje. Van wat er te koop was in metalland hadden we nog geen sjoege, dus ging het hier eigenlijk alleen nog maar om Kiss, Whitesnake en Deep Purple enzo. De Rocky IV soundtrack met No Easy Way Out van Robert Tepper deed het ook erg goed destijds. Het rockte en het had stijl. Gek eigenlijk dat dat soort muziek hier in de top 40 nauwelijks aansloeg.
Ik vond het allemaal wel cool maar ik werd pas echt van mijn stoel geblazen toen ik, aangetrokken door die waanzinnig, grotesque hoes met die vele details. Iron Maidens Powerslave kon lenen en de eerste tonen van Aces High tot mijn vezels door liet dringen.

Geïntrigeerd door de hoes en eigenlijk daarom dus uit de bieb meegenomen, begreep ik al heel snel dat ik een monsterontdekking had gedaan. Ik voelde mij even als en archeoloog die Atlantis ontdekte of een wetenschapper die de missing link had gevonden. Het toeval wilde dat ik hem iets later van een klasgenoot voor een paar gulden kon overkopen. Waarom hij hem wegdeed, mogen de goden weten, maar het ding was van mij. Echt van mij. Een tijd lang draaide ik niets anders meer. Starend naar de hoes waarop veel details zijn te ontdekken, tussendoor het tekstvel scannend met die mysterieuze foto waarop vijf langharige heren in een grafkamer mij vanachter een sarcofaag aanstaarden terwijl er een gemummificeerde arm uit die doodskist hing, ging het album in eindeloze reeksen onder de naald. Het ietwat spookachtige imago had wat spannends. Dat was ik nog niet eerder tegengekomen in alles wat ik tot dan toe aan muziek mocht leren kennen.
Snel hierna kwamen Live After Death en Somewhere In Time ook in mijn bezit. Hoewel uiteindelijk het album Powerslave niet mijn ultieme Maidenfavoriet is, is dat album min of meer een vetrekpunt voor een heel stel nieuwe fascinaties geweest. De meesten openbaarden zich pas jaren later. Toen mijn hersencapaciteit van voldoende omvang was om dingen te begrijpen, zeg maar. Vooral op het voortgezet onderwijs speelde het album een belangrijke rol in mijn vorming. Rime Of The Ancient Mariner is natuurlijk het meest voor de hand liggende voorbeeld. Het oorspronkelijke gedicht van Samuel Taylor Coleridge werd goedgekeurd voor de boekenlijst Engels. Het gedicht over de oude zeeman die een verderfelijke vloek over zich uitsprak door zomaar uit het niets een albatros uit de lucht te plukken met een kruisboog, sprak me qua sfeerzetting onmiddelijk aan. De zilte spookachtige sfeer komt nog meer tot leven bij absorberen van het oorspronkelijke gedicht. Dat de vloek uiteindelijk verbroken wordt door het tonen van oprechte liefde voor alles wat om ons heen is waaronder ook de meest afzichtelijke dingen is een inzicht die ik als tiener die graag pentagrammen en omgekeerde kruizen in bijbels op school tekende, verkreeg. Het woord ‘respect’ is in de loop der jaren wat inflatoir geworden en evenmin pretendeer ik het altijd goed te doen, zo sla ik nog altijd graag wespen en muggen plat tegen de muren, maar ik ben gaan proberen gedachten te begrijpen die niet per se mijn gedachten zijn. En die drie elpees koesterde ik zoals een suppoost het belangrijkste stuk in een museum koestert. De andere Maidenalbums leverden uiteraard ook weer genoeg ideeën voor boeken en films die ik moest gaan zien en lezen. Dit betoog steek ik, soms in een iets andere vorm nog wel eens af als ik weer eens tussen een clubje gereformeerden zit dat denkt dat de leden van Iron Maiden herauten van Satan zijn. Die figuren kom je hier op de Veluwe namelijk nog wel eens tegen.
Het titelnummer Powerslave gaf geen inzicht maar leverde wel een fascinatie op voor Egyptische symboliek. Zodoende werden geschiedenislessen draaglijker. Het nummer handelt over een farao die door het gepeupel gezien wordt als een godheid. Zo erg dat hij het zelf is gaan geloven. Op zijn sterfbed vraagt hij zich hardop af waarom hij dan geen goddelijke krachten heeft. En hoe het kan dat de dood (The risen Osiris) hem toch in zijn greep krijgt. In de laatste vers wordt de Egyptische geschiedenisles gekoppeld aan de mummiefolklore waardoor het nummer op de juiste toon wat humor meekrijgt. Tel daar nog eens het schitterende middenstuk bij op en u heeft een nummer waar ik voor de rest van mijn leven in kan verdwalen. Uiteraard komt mijn bewondering voor de Amerikaanse band Nile hier ook gewoon vandaan. Alsmede het genoegen dat ik schep uit het bezoeken van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. De tandem van Dave Murray en Adrian Smith echoot dan steevast in mijn hoofd als ik langs de tentoongestelde gemummificeerde lichamen loop.
Een ander nummer van het album, The Duellists, was op een andere manier van invloed op mijn leven tussen mijn dertiende en zesentwintigste jaar. Net als Flash Of The Blade is is het een ‘schermsong’. Bruce Dickinson was of is een schermer en schreef deze teksten daarover. En ja, dat wilde ik dan ook wel eens proberen. Voor de inmiddels ter ziele lokale vereniging de Vale Ouwe heb ik menig op toernooi gestreden in de categorie degenschermen. Dickinson was een (in principe) floretschermer dus wat dat betreft had ik heus wel een eigen mening. Floretjes zijn voor sletjes. (floret = meisjeswapen want licht en teveel restricties in het spel) zeiden wij altijd. Het werken in ploegendiensten bemoeilijkte de invulling van mijn trainingsschema en dus ben ik gaandeweg de jaren 90 gestopt.
Iron Maiden en in het bijzonder Powerslave was de derde halte. We stappen hier even uit om even op adem te komen.
Ondertussen volgde ik nog wel wat er op popgebied gebeurde. In de zomer van 1985 moesten we vanwege mijn vaders baan verhuizen naar Harderwijk. Tijdens de verhuisoperatie logeerde ik bij weer een andere een oom en tante en daar mocht ik het hele Live Aid feest dat op tv uitgezonden werd, meemaken. En ik heb elke minuut ervan opzogen. Ondanks de geringe hoeveelheid ‘gitaarsolobands’. Tussen de ‘give me your fuckin’ money’ smeekbedes van Bob Geldof genoot ik van Sting, Ultravox, U2, Hall & Oates en ja, ook van George Michael/Wham!
Op het puntje van mijn stoel kwam ik te zitten toen mijn eerste kennismakingen met Black Sabbath, Led Zeppelin en Judas Priest plaatsvonden. Ik weet nog dat het indruk maakte, maar toen ik onlangs de dvd zag, bleek dat de betreffende optredens allemaal een beetje bij me weggezakt waren. Mijn ome Han, ook al weer dood en mijn tante Jeanette ben ik eeuwig dankbaar. Want zij moesten niet veel hebben van die herrie.
‘Komt Engelbert daar ook optreden?’ zou zomaar een vraag geweest kunnen zijn die de revue passeerde.
Eenmaal in Harderwijk kwam ik vrij dichtbij een familie te wonen waarvan de oudste zoon twee of drie jaar ouder was dan ik, kreeg lucht van mijn ondertussen tot een tic uitgegroeide Bon Jovi liefde en liet me snuffelen aan dingen als Iron Maiden en Judas Priest. Veel verder dan losse nummers op een bandje ging dat nog niet. De plaatselijke bibliotheek bracht daar verandering in. De bovenverdieping van dat gebouw. Of althans een gedeelte daarvan werd het volgende level van walhalla voor mij. Samen met buurjongen Maurice leende ik platen en samen pletterden we ze onmiddellijk op de magneetlinten. Cd’s deden we ook al een beetje want weer een andere buurman had een cd speler en die beste man wilde ons best wel eens van dienst zijn met het overzetten op bandje. Van wat er te koop was in metalland hadden we nog geen sjoege, dus ging het hier eigenlijk alleen nog maar om Kiss, Whitesnake en Deep Purple enzo. De Rocky IV soundtrack met No Easy Way Out van Robert Tepper deed het ook erg goed destijds. Het rockte en het had stijl. Gek eigenlijk dat dat soort muziek hier in de top 40 nauwelijks aansloeg.
Ik vond het allemaal wel cool maar ik werd pas echt van mijn stoel geblazen toen ik, aangetrokken door die waanzinnig, grotesque hoes met die vele details. Iron Maidens Powerslave kon lenen en de eerste tonen van Aces High tot mijn vezels door liet dringen.

Geïntrigeerd door de hoes en eigenlijk daarom dus uit de bieb meegenomen, begreep ik al heel snel dat ik een monsterontdekking had gedaan. Ik voelde mij even als en archeoloog die Atlantis ontdekte of een wetenschapper die de missing link had gevonden. Het toeval wilde dat ik hem iets later van een klasgenoot voor een paar gulden kon overkopen. Waarom hij hem wegdeed, mogen de goden weten, maar het ding was van mij. Echt van mij. Een tijd lang draaide ik niets anders meer. Starend naar de hoes waarop veel details zijn te ontdekken, tussendoor het tekstvel scannend met die mysterieuze foto waarop vijf langharige heren in een grafkamer mij vanachter een sarcofaag aanstaarden terwijl er een gemummificeerde arm uit die doodskist hing, ging het album in eindeloze reeksen onder de naald. Het ietwat spookachtige imago had wat spannends. Dat was ik nog niet eerder tegengekomen in alles wat ik tot dan toe aan muziek mocht leren kennen.
Snel hierna kwamen Live After Death en Somewhere In Time ook in mijn bezit. Hoewel uiteindelijk het album Powerslave niet mijn ultieme Maidenfavoriet is, is dat album min of meer een vetrekpunt voor een heel stel nieuwe fascinaties geweest. De meesten openbaarden zich pas jaren later. Toen mijn hersencapaciteit van voldoende omvang was om dingen te begrijpen, zeg maar. Vooral op het voortgezet onderwijs speelde het album een belangrijke rol in mijn vorming. Rime Of The Ancient Mariner is natuurlijk het meest voor de hand liggende voorbeeld. Het oorspronkelijke gedicht van Samuel Taylor Coleridge werd goedgekeurd voor de boekenlijst Engels. Het gedicht over de oude zeeman die een verderfelijke vloek over zich uitsprak door zomaar uit het niets een albatros uit de lucht te plukken met een kruisboog, sprak me qua sfeerzetting onmiddelijk aan. De zilte spookachtige sfeer komt nog meer tot leven bij absorberen van het oorspronkelijke gedicht. Dat de vloek uiteindelijk verbroken wordt door het tonen van oprechte liefde voor alles wat om ons heen is waaronder ook de meest afzichtelijke dingen is een inzicht die ik als tiener die graag pentagrammen en omgekeerde kruizen in bijbels op school tekende, verkreeg. Het woord ‘respect’ is in de loop der jaren wat inflatoir geworden en evenmin pretendeer ik het altijd goed te doen, zo sla ik nog altijd graag wespen en muggen plat tegen de muren, maar ik ben gaan proberen gedachten te begrijpen die niet per se mijn gedachten zijn. En die drie elpees koesterde ik zoals een suppoost het belangrijkste stuk in een museum koestert. De andere Maidenalbums leverden uiteraard ook weer genoeg ideeën voor boeken en films die ik moest gaan zien en lezen. Dit betoog steek ik, soms in een iets andere vorm nog wel eens af als ik weer eens tussen een clubje gereformeerden zit dat denkt dat de leden van Iron Maiden herauten van Satan zijn. Die figuren kom je hier op de Veluwe namelijk nog wel eens tegen.
Het titelnummer Powerslave gaf geen inzicht maar leverde wel een fascinatie op voor Egyptische symboliek. Zodoende werden geschiedenislessen draaglijker. Het nummer handelt over een farao die door het gepeupel gezien wordt als een godheid. Zo erg dat hij het zelf is gaan geloven. Op zijn sterfbed vraagt hij zich hardop af waarom hij dan geen goddelijke krachten heeft. En hoe het kan dat de dood (The risen Osiris) hem toch in zijn greep krijgt. In de laatste vers wordt de Egyptische geschiedenisles gekoppeld aan de mummiefolklore waardoor het nummer op de juiste toon wat humor meekrijgt. Tel daar nog eens het schitterende middenstuk bij op en u heeft een nummer waar ik voor de rest van mijn leven in kan verdwalen. Uiteraard komt mijn bewondering voor de Amerikaanse band Nile hier ook gewoon vandaan. Alsmede het genoegen dat ik schep uit het bezoeken van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. De tandem van Dave Murray en Adrian Smith echoot dan steevast in mijn hoofd als ik langs de tentoongestelde gemummificeerde lichamen loop.
Een ander nummer van het album, The Duellists, was op een andere manier van invloed op mijn leven tussen mijn dertiende en zesentwintigste jaar. Net als Flash Of The Blade is is het een ‘schermsong’. Bruce Dickinson was of is een schermer en schreef deze teksten daarover. En ja, dat wilde ik dan ook wel eens proberen. Voor de inmiddels ter ziele lokale vereniging de Vale Ouwe heb ik menig op toernooi gestreden in de categorie degenschermen. Dickinson was een (in principe) floretschermer dus wat dat betreft had ik heus wel een eigen mening. Floretjes zijn voor sletjes. (floret = meisjeswapen want licht en teveel restricties in het spel) zeiden wij altijd. Het werken in ploegendiensten bemoeilijkte de invulling van mijn trainingsschema en dus ben ik gaandeweg de jaren 90 gestopt.
Iron Maiden en in het bijzonder Powerslave was de derde halte. We stappen hier even uit om even op adem te komen.
0
geplaatst: 30 maart 2013, 20:49 uur
Mooi, Iron Maiden. Ander album dan mijn essentiële plaat, maar het is maar hoe en wat en wanneer en waarom, natuurlijk. Goed verwoord ook weer, met de nodige humor. 
En ook wel enkele interessante zaken in een ander perspectief geplaatst; dat inzicht krijgen in andermans inzichten bijvoorbeeld, en de moeilijkheid daarvan, herken ik ook wel.
Ben benieuwd naar de volgende haltes, in ieder geval. Het gaat crescendo.

En ook wel enkele interessante zaken in een ander perspectief geplaatst; dat inzicht krijgen in andermans inzichten bijvoorbeeld, en de moeilijkheid daarvan, herken ik ook wel.
Ben benieuwd naar de volgende haltes, in ieder geval. Het gaat crescendo.
* denotes required fields.

