De Site / Gebruikers / Essentiële Albums Voor je Eigen Muzikale Reis
zoeken in:
0
geplaatst: 18 april 2013, 17:38 uur
Leuk topic. Ook al word ik van reizen doorgaans nogal narcoleptisch, ik doe ook wel een keertje mee. Zet maar op de lijst.
0
panjoe (moderator)
geplaatst: 24 april 2013, 11:52 uur
Sorry voor het laat zijn, maar ik heb het nu te druk met school om er echt goed voor te gaan zitten. Eind mei zal ik er tijd voor hebben.
Ik weet niet wat de meest recent kloppende lijst is, maar vleertje is nu aan de beurt als het goed is. Zet hem op vleertje!
Ik weet niet wat de meest recent kloppende lijst is, maar vleertje is nu aan de beurt als het goed is. Zet hem op vleertje!
0
geplaatst: 24 april 2013, 18:01 uur
Van vleertje hoeven we sowieso niets te verwachten vóór zonsondergang...
0
geplaatst: 24 april 2013, 21:25 uur
Vleertje kan ook niet, op dit moment wegens grote drukte - als ik het goed begreep wel binnenkort een keer. Ik PM Madmadder wel. Als iemand zich hier aanbiedt mag het van mij trouwens ook.
0
geplaatst: 24 april 2013, 21:35 uur
Na zonsondergang ligt Vleertje onder de wol dus dan valt er ook niet veel te verwachten
Ik wil absoluut een keer maar ben net thuis en mag morgenochtend weer fris en fruitig op het werk zijn... Het word een keer rustiger maar dat is de komende 3 weken nog niet
Ga wel vast een opzet maken zodat als ik dan weer in beeld kom ook kan leveren 
Ik wil absoluut een keer maar ben net thuis en mag morgenochtend weer fris en fruitig op het werk zijn... Het word een keer rustiger maar dat is de komende 3 weken nog niet
Ga wel vast een opzet maken zodat als ik dan weer in beeld kom ook kan leveren 
0
geplaatst: 24 april 2013, 21:41 uur
niels94 schreef:
[...]Als iemand zich hier aanbiedt mag het van mij trouwens ook.
[...]Als iemand zich hier aanbiedt mag het van mij trouwens ook.
Dan zal het in ieder geval aan enthousiasme al niet ontbreken

0
geplaatst: 24 april 2013, 21:52 uur
niels94 schreef:
Vleertje kan ook niet, op dit moment wegens grote drukte - als ik het goed begreep wel binnenkort een keer. Ik PM Madmadder wel. Als iemand zich hier aanbiedt mag het van mij trouwens ook.
Vleertje kan ook niet, op dit moment wegens grote drukte - als ik het goed begreep wel binnenkort een keer. Ik PM Madmadder wel. Als iemand zich hier aanbiedt mag het van mij trouwens ook.
Ik zit een beetje in dubio. Aan de ene kant wil ik best een enthousiaste poging wagen, maar ik ga over anderhalve week wel naar Londen voor een paar dagen. Dus ben tegelijkertijd bang dat ik dan in tijdnood kom.
0
geplaatst: 24 april 2013, 23:21 uur
Na even dubben wil ik er wel gewoon voor gaan (al vind ik het wel spannend). Dus als niemand bezwaar heeft zal ik proberen zo nog een proloogje te plaatsen. Ik weet niet of mijn reis zo uitgebreid en indrukwekkend wordt als sommige van mijn illustere voorgangers, maar ik zal mijn best doen. 

0
geplaatst: 25 april 2013, 00:01 uur
Oke, daar gaan we dan!
Proloog:
Zolang als ik mij kan herinneren ben ik al omringd door muziek. Als jongste uit een naar moderne maatstaven groot gezin (4 kinderen) werd ik al vroeg blootgesteld aan de wereld van popmuziek. Mijn vader is altijd al een muziekliefhebber geweest en hij heeft dan ook een aardige platencollectie. Al volgde hij de ontwikkelingen in de popmuziek nauwelijks meer toen ik klein was (jaren ’90), draaide hij wel regelmatig muziek. Toch kan ik me niet echt scherp herinneren wat hij dan zoal draaide. Ik meen me wel te herinneren dat The Animals wel gedraaid werden en Stripped van The Rolling Stones (al herinner ik me meer die hoes dan de muziek zelf). De platen die ik wel herinner zijn meer uit de tijd dat ik zelf al actief met muziek bezig begon te zijn, zo rond mijn 11e levensjaar. Dat waren onder andere Tom Waits - Mule Variations, David Bowie - ‘Hours…’ en verder verschillende chansonniers. Toch waren het niet alleen artiesten uit het verleden, al dan niet met nieuw werk, die de revue passeerden. Zo stond Radiohead ook wel regelmatig op en zelfs Franse hiphop van IAM en Akhenaton deed het goed (een interesse die hij als leraar Frans ergens heeft opgepikt). Toch had ik weinig op met de meeste muziek die hij draaide. Radiohead en Tom Waits waren zelfs muzikale jeugdtrauma’s voor mij. Die zijn ondertussen gelukkig overwonnen, al heeft het bij Tom Waits wel tot dit jaar geduurd.
Mijn moeder is een wat passiever liefhebber van muziek en heeft dan ook geen stempel gedrukt op mijn muzikale opvoeding. Mijn zussen en met name mijn broer des te meer. Als echte jaren ’90 tieners hingen zij voor de buis naar MTV en iets later TMF te kijken. Dus al op jonge leeftijd was ik me wel heel bewust van de popmuziek van die tijd. Mijn oudste zus was in eerste instantie vooral een Take That-fan, maar daarna ook wel R’n’B en een beetje hiphop (R. Kelly, Fugees, Tupac en verschillende No Sweat-verzamelaars). Tegenwoordig kan ik haar niet echt meer op veel muzikale interesse betrappen. Mijn broer begon zich al snel in de wat meer alternatieve kant van de jaren ’90 te verdiepen (Nirvana, Oasis, Cypress Hill, Fatboy Slim, Jeff Buckley). Hij heeft me ook mijn eerste actieve stappen laten zetten in het nuttigen van popmuziek. Elk jaar voor we op vakantie gingen nodigde hij mij officieel uit in zijn studio (oftewel zijn kamer) om een cassettebandje samen te stellen (de befaamde ‘Ward’s MegaMix’-serie) voor in de auto op weg naar Frankrijk. In de praktijk kwam dit neer op dat hij allerlei muziek voor mij uitkoos en op cassette zette. Zo kwam het dat ik op mijn 9e al op de achterbank ravede op The Prodigy’s Wind Me Up, meebrulde met Sepultura’s Roots en meerapte met Osdorp Posse’s Moordenaars (‘Ik zat in trein 5 en mijn lul stond stijf, want naast me zat een lekker wijf’). Ik heb die cassettebandjes echt obsessief geluisterd en zou nu nog bijna heel die tracklists kunnen oplepelen. Buiten de muziek was ik ook erg onder de indruk van de bijbehorende videoclips en het uiterlijk van die artiesten (Keith Flint in die clip van Firestarter liet echt een onuitwisbare indruk achter).
Al genoot ik toen wel al heel erg van muziek, was dat toch meer de muziek die mijn broer mij aanreikte. In het eerste echte hoofdstuk zal ik dan ook beginnen met mijn allereerste album en wat dus de eerste muziek was die ik echt zelf uitkoos. Toch denk ik dat deze periode wel een grote invloed heeft gehad op mijn muzikale ontwikkeling. Zo ben ik me van jongs af aan er zeer bewust van geweest dat er veel verschillende vormen van muziek zijn en dat er meer muziek is dan de hitlijsten. Een groot gezin betekende ook veel verschillende soorten muziek. Daardoor zijn genres voor mij ook nooit een groot issue geweest. Ik heb altijd wel door gehad dat eigenlijk alle genres wel wat te bieden hebben en kon als kind eigenlijk al veel verschillende soorten muziek wel waarderen. Iets dat nog steeds wel in mijn luistergedrag is terug te zien (al zijn er nog steeds genoeg genres om me in te verdiepen).
Proloog:
Zolang als ik mij kan herinneren ben ik al omringd door muziek. Als jongste uit een naar moderne maatstaven groot gezin (4 kinderen) werd ik al vroeg blootgesteld aan de wereld van popmuziek. Mijn vader is altijd al een muziekliefhebber geweest en hij heeft dan ook een aardige platencollectie. Al volgde hij de ontwikkelingen in de popmuziek nauwelijks meer toen ik klein was (jaren ’90), draaide hij wel regelmatig muziek. Toch kan ik me niet echt scherp herinneren wat hij dan zoal draaide. Ik meen me wel te herinneren dat The Animals wel gedraaid werden en Stripped van The Rolling Stones (al herinner ik me meer die hoes dan de muziek zelf). De platen die ik wel herinner zijn meer uit de tijd dat ik zelf al actief met muziek bezig begon te zijn, zo rond mijn 11e levensjaar. Dat waren onder andere Tom Waits - Mule Variations, David Bowie - ‘Hours…’ en verder verschillende chansonniers. Toch waren het niet alleen artiesten uit het verleden, al dan niet met nieuw werk, die de revue passeerden. Zo stond Radiohead ook wel regelmatig op en zelfs Franse hiphop van IAM en Akhenaton deed het goed (een interesse die hij als leraar Frans ergens heeft opgepikt). Toch had ik weinig op met de meeste muziek die hij draaide. Radiohead en Tom Waits waren zelfs muzikale jeugdtrauma’s voor mij. Die zijn ondertussen gelukkig overwonnen, al heeft het bij Tom Waits wel tot dit jaar geduurd.
Mijn moeder is een wat passiever liefhebber van muziek en heeft dan ook geen stempel gedrukt op mijn muzikale opvoeding. Mijn zussen en met name mijn broer des te meer. Als echte jaren ’90 tieners hingen zij voor de buis naar MTV en iets later TMF te kijken. Dus al op jonge leeftijd was ik me wel heel bewust van de popmuziek van die tijd. Mijn oudste zus was in eerste instantie vooral een Take That-fan, maar daarna ook wel R’n’B en een beetje hiphop (R. Kelly, Fugees, Tupac en verschillende No Sweat-verzamelaars). Tegenwoordig kan ik haar niet echt meer op veel muzikale interesse betrappen. Mijn broer begon zich al snel in de wat meer alternatieve kant van de jaren ’90 te verdiepen (Nirvana, Oasis, Cypress Hill, Fatboy Slim, Jeff Buckley). Hij heeft me ook mijn eerste actieve stappen laten zetten in het nuttigen van popmuziek. Elk jaar voor we op vakantie gingen nodigde hij mij officieel uit in zijn studio (oftewel zijn kamer) om een cassettebandje samen te stellen (de befaamde ‘Ward’s MegaMix’-serie) voor in de auto op weg naar Frankrijk. In de praktijk kwam dit neer op dat hij allerlei muziek voor mij uitkoos en op cassette zette. Zo kwam het dat ik op mijn 9e al op de achterbank ravede op The Prodigy’s Wind Me Up, meebrulde met Sepultura’s Roots en meerapte met Osdorp Posse’s Moordenaars (‘Ik zat in trein 5 en mijn lul stond stijf, want naast me zat een lekker wijf’). Ik heb die cassettebandjes echt obsessief geluisterd en zou nu nog bijna heel die tracklists kunnen oplepelen. Buiten de muziek was ik ook erg onder de indruk van de bijbehorende videoclips en het uiterlijk van die artiesten (Keith Flint in die clip van Firestarter liet echt een onuitwisbare indruk achter).
Al genoot ik toen wel al heel erg van muziek, was dat toch meer de muziek die mijn broer mij aanreikte. In het eerste echte hoofdstuk zal ik dan ook beginnen met mijn allereerste album en wat dus de eerste muziek was die ik echt zelf uitkoos. Toch denk ik dat deze periode wel een grote invloed heeft gehad op mijn muzikale ontwikkeling. Zo ben ik me van jongs af aan er zeer bewust van geweest dat er veel verschillende vormen van muziek zijn en dat er meer muziek is dan de hitlijsten. Een groot gezin betekende ook veel verschillende soorten muziek. Daardoor zijn genres voor mij ook nooit een groot issue geweest. Ik heb altijd wel door gehad dat eigenlijk alle genres wel wat te bieden hebben en kon als kind eigenlijk al veel verschillende soorten muziek wel waarderen. Iets dat nog steeds wel in mijn luistergedrag is terug te zien (al zijn er nog steeds genoeg genres om me in te verdiepen).
1
geplaatst: 25 april 2013, 22:20 uur
Station 1: Californication

Een vroege zomerdag in 1999 zette ik dan mijn eerste echte stappen als muziekliefhebber en verzamelaar. Het was ogenschijnlijk een dag als alle anderen. Mijn zus hing voor de tv naar MTV te kijken. Ik had meer oog voor mijn Donald Duck en een bakje cheese-onion chips, maar keek af en toe toch met een half oog mee. Toen begon er een videoclip waarin je vier vreemd uitziende mannen in een cabrio door de woestijn zag rijden. Ze leken meer op zwervers dan op muzikanten met hun gehavende kleren, blauwe plekken en bebloede stukken verband. Ik vond het maar een vreemd spektakel, maar toch fascineerde het wel. Het nummer pakte me ook meteen en toen de magere, langharige gitarist op de achterbank van de cabrio op een gitaar met een gebroken hals aan zijn gitaarsolo begon wist ik dat ik iets gevonden had dat van mij was. Het nummer waarover ik het natuurlijk heb was Scar Tissue van de Red Hot Chili Peppers.
Toen mijn moeder thuiskwam begon ik meteen te zeuren dat ik dat album wilde hebben. Ik keek altijd al vol bewondering naar de CD-collectie van mijn broer en had besloten dat dit het album was dat het startschot zou zijn voor mijn eigen verzameling. Toen ik een paar maanden later 11 werd was het dan zover. Tussen mijn kado’s zat het album Californication en mijn leven was voor altijd veranderd. Maandenlang heb ik non-stop naar het album geluisterd. Het funky, maar toch zeer poppy geluid ging er bij mij in als koek. Als beginnend gitarist was ik vooral betoverd door het heldere gitaargeluid van John Frusciante. Zijn gitaarspel klonk zo natuurlijk, ontspannen, maar tevens doeltreffend. Ik wilde ook leren hoe je zo kon spelen, in plaats van dat saaie Spaanse gitaar wat ik bij de gitaarles moest spelen. De verschillende kanten van de band spraken mij ook wel aan. Dat dezelfde mensen die furieus uit de startblokken konden schieten met Around The World ook verantwoordelijk waren voor een dromerig ingetogen liedje als Road Trippin’ was een openbaring voor mij.
Toen het startsein was gegeven voor mijn eigen muzikale ontdekkingsreis schoot ik enthousiast uit de startblokken. De maanden die volgden begon ik met mijn zakgeld albums te kopen en zelfs al naar mijn eerste optredens te gaan (Green Lizard in Perron 55 en De Heideroosjes in de Effenaar). Ik kan de muziek nog steeds goed hebben, maar ik moet toegeven dat ik Californication nooit meer draai. Het is dan ook vooral een essentiële plaat omdat het het startpunt van mijn muzikale reis markeert. Toch waren de RHCP niet heel representatief voor de muziek die ik destijds luisterde, maar daarover morgen meer.
Soundtrack:
Scar Tissue
Parallel Universe
Road Trippin'

Een vroege zomerdag in 1999 zette ik dan mijn eerste echte stappen als muziekliefhebber en verzamelaar. Het was ogenschijnlijk een dag als alle anderen. Mijn zus hing voor de tv naar MTV te kijken. Ik had meer oog voor mijn Donald Duck en een bakje cheese-onion chips, maar keek af en toe toch met een half oog mee. Toen begon er een videoclip waarin je vier vreemd uitziende mannen in een cabrio door de woestijn zag rijden. Ze leken meer op zwervers dan op muzikanten met hun gehavende kleren, blauwe plekken en bebloede stukken verband. Ik vond het maar een vreemd spektakel, maar toch fascineerde het wel. Het nummer pakte me ook meteen en toen de magere, langharige gitarist op de achterbank van de cabrio op een gitaar met een gebroken hals aan zijn gitaarsolo begon wist ik dat ik iets gevonden had dat van mij was. Het nummer waarover ik het natuurlijk heb was Scar Tissue van de Red Hot Chili Peppers.
Toen mijn moeder thuiskwam begon ik meteen te zeuren dat ik dat album wilde hebben. Ik keek altijd al vol bewondering naar de CD-collectie van mijn broer en had besloten dat dit het album was dat het startschot zou zijn voor mijn eigen verzameling. Toen ik een paar maanden later 11 werd was het dan zover. Tussen mijn kado’s zat het album Californication en mijn leven was voor altijd veranderd. Maandenlang heb ik non-stop naar het album geluisterd. Het funky, maar toch zeer poppy geluid ging er bij mij in als koek. Als beginnend gitarist was ik vooral betoverd door het heldere gitaargeluid van John Frusciante. Zijn gitaarspel klonk zo natuurlijk, ontspannen, maar tevens doeltreffend. Ik wilde ook leren hoe je zo kon spelen, in plaats van dat saaie Spaanse gitaar wat ik bij de gitaarles moest spelen. De verschillende kanten van de band spraken mij ook wel aan. Dat dezelfde mensen die furieus uit de startblokken konden schieten met Around The World ook verantwoordelijk waren voor een dromerig ingetogen liedje als Road Trippin’ was een openbaring voor mij.
Toen het startsein was gegeven voor mijn eigen muzikale ontdekkingsreis schoot ik enthousiast uit de startblokken. De maanden die volgden begon ik met mijn zakgeld albums te kopen en zelfs al naar mijn eerste optredens te gaan (Green Lizard in Perron 55 en De Heideroosjes in de Effenaar). Ik kan de muziek nog steeds goed hebben, maar ik moet toegeven dat ik Californication nooit meer draai. Het is dan ook vooral een essentiële plaat omdat het het startpunt van mijn muzikale reis markeert. Toch waren de RHCP niet heel representatief voor de muziek die ik destijds luisterde, maar daarover morgen meer.
Soundtrack:
Scar Tissue
Parallel Universe
Road Trippin'
0
geplaatst: 25 april 2013, 22:49 uur
Nice one.
Red Hot Chili Peppers heb ik een moeizame relatie. Vanochtend hoorde ik Give It Away op de radio. Geen idee welk album dat is. Maar dat nummer doet me wel opveren. Als ik dan Scar Tissue of Californication weer hoor dan moet ik bijna huilen van de gezapigheid die er vanaf druipt.. Ik kan dan haast niet geloven dat dat dezelfde band is. Ja, ik hoor het vakmanschap maar echt. Ik vind dat zeurnummers van de bovenste plank.
Misschien dat ik toch maar eens een heel album moet proberen.
Laat je niet van de wijs brengen. Leuk verhaal Ward. Met name de proloog. De jaren 90 waren best leuk. Alleen toen ik er middenin zat begreep ik nagenoeg niets van de heersende muzikale trends. Nu vind ik ze steeds leuker worden en heb ik bijna spijt dat ik me niet wat vaker heb laten meeslepen door wat er bijvoorbeeld in de horeca etablissementen werd gedraaid.
Red Hot Chili Peppers heb ik een moeizame relatie. Vanochtend hoorde ik Give It Away op de radio. Geen idee welk album dat is. Maar dat nummer doet me wel opveren. Als ik dan Scar Tissue of Californication weer hoor dan moet ik bijna huilen van de gezapigheid die er vanaf druipt.. Ik kan dan haast niet geloven dat dat dezelfde band is. Ja, ik hoor het vakmanschap maar echt. Ik vind dat zeurnummers van de bovenste plank.
Misschien dat ik toch maar eens een heel album moet proberen.
Laat je niet van de wijs brengen. Leuk verhaal Ward. Met name de proloog. De jaren 90 waren best leuk. Alleen toen ik er middenin zat begreep ik nagenoeg niets van de heersende muzikale trends. Nu vind ik ze steeds leuker worden en heb ik bijna spijt dat ik me niet wat vaker heb laten meeslepen door wat er bijvoorbeeld in de horeca etablissementen werd gedraaid.
0
geplaatst: 25 april 2013, 23:13 uur
@Edwynn: bedankt voor het compliment. Ik heb zelf verder eigenlijk helemaal niet veel op met de Peppers hoor. Ik kan me je mening over Scar Tissue en Californication dan ook goed voorstellen. Ik vind dit album nog steeds wel aardig (maar daar zal ook zeker het nodige jeugdsentiment in meespelen). Als je je aan een album waagt zou ik me op het oude werk richten, lijkt me eerder je straatje dan het latere werk.
0
geplaatst: 25 april 2013, 23:18 uur
Mooie start Ward! 
Alhoewel ik geen liefhebber van RHCP verbaas ik me er ook altijd over hoe goed John wel niet speelt. Vooral zijn bijdragen voor The Mars Volta zijn echt schitterend.

Alhoewel ik geen liefhebber van RHCP verbaas ik me er ook altijd over hoe goed John wel niet speelt. Vooral zijn bijdragen voor The Mars Volta zijn echt schitterend.
0
geplaatst: 25 april 2013, 23:26 uur
Ah de Peppers
Toch zeker 1 jaar mijn favoriete band geweest in mijn jeugd. Jaren geleden redelijk wat albums van gekocht dus altijd leuk als je er naar kunt terug grijpen alhoewel ik nu al zeker 3 jaar geen peppers-cd heb afgespeeld. Californication heb ik de meeste nr's van leren naspelen op gitaar. John Frusciante had toen echt een heerlijke stijl en als de beginnende gitarist die ik toen was is het leuk om toch funky nr's als Around the world & purple stain krakkemikkig te kunnen naspelen 
Ga me trouwens, als dit toegelaten is, ook even op de lijst zetten.
Ik denk dat dit de juiste is( gevonden op pagina 81 van dit topic
)
- niels94 X
- Slowgaze X
- MDV X
- tsjong X
- Lukas X
- Cygnus X
- kobe bryant fan X
- Sandokan-Veld X
- Bennerd X
- Bakema NL X
- Misterfool X
- Herman X
- korenbloem X
- Chevy93 X
- Teunnis X
- Deric Raven X
- dazzler X
- wizard X
- Gloeilamp X
- R&P X
- The Scientist X
- Arcade Monkeys X
- sxesven X
- Don Cappuccino X
- AOVV X
- Harderwiek (voorlopig niet)
- shadowboxer
- muziek-fan
- Ponty Mython
- UmindC
- Edwynn
- iemand74
- Coys
- panjoe
- Vleertje
- madmadder
- itchy
- Ward
-Ernie
Toch zeker 1 jaar mijn favoriete band geweest in mijn jeugd. Jaren geleden redelijk wat albums van gekocht dus altijd leuk als je er naar kunt terug grijpen alhoewel ik nu al zeker 3 jaar geen peppers-cd heb afgespeeld. Californication heb ik de meeste nr's van leren naspelen op gitaar. John Frusciante had toen echt een heerlijke stijl en als de beginnende gitarist die ik toen was is het leuk om toch funky nr's als Around the world & purple stain krakkemikkig te kunnen naspelen 
Ga me trouwens, als dit toegelaten is, ook even op de lijst zetten.
Ik denk dat dit de juiste is( gevonden op pagina 81 van dit topic
)- niels94 X
- Slowgaze X
- MDV X
- tsjong X
- Lukas X
- Cygnus X
- kobe bryant fan X
- Sandokan-Veld X
- Bennerd X
- Bakema NL X
- Misterfool X
- Herman X
- korenbloem X
- Chevy93 X
- Teunnis X
- Deric Raven X
- dazzler X
- wizard X
- Gloeilamp X
- R&P X
- The Scientist X
- Arcade Monkeys X
- sxesven X
- Don Cappuccino X
- AOVV X
- Harderwiek (voorlopig niet)
- shadowboxer
- muziek-fan
- Ponty Mython
- UmindC
- Edwynn
- iemand74
- Coys
- panjoe
- Vleertje
- madmadder
- itchy
- Ward
-Ernie
0
geplaatst: 26 april 2013, 22:26 uur
Station 2: Dookie

In een groot gezin raak je als jongste kind snel een beetje ondergesneeuwd. Ondergesneeuwd is misschien een beetje een groot woord, aangezien ik een vrij druk en nogal babbelziek kind was (en nog steeds ben). Desalniettemin is het als jongste kind toch zoeken naar je identiteit binnen het gezin. Aan de ene kant kijk je op naar je grotere zussen en broer en wil je in hun voetsporen treden, aan de andere kant wil je ook een plek voor jezelf vinden. Muzikaal keek ik vooral op tegen mijn grote broer met zijn alternatieve rocksmaak (al begreep ik toentertijd minder van zijn liefde voor singer-songwriters en andere droeftoeters). Muziek moest voor mij wel een beetje pit hebben. Californication kwam mij na een tijdje flink mijn neus uit doordat het opeens geadopteerd werd door de rest van het gezin (met name mijn vader). Het voelde toch een beetje of de eerste muziek die echt mijn muziek was, me werd ontstolen. De zoektocht naar mijn eigen muzikale identiteit werd dus snel voortgezet.
In die zoektocht kwam ik al snel uit bij twee genres. Rond die tijd was de nu-metal op zijn hoogtepunt en als beginnend puber ging ik maar wat graag mee in de woede en donkere klanken van dit genre. Met name Hybrid Theory van Linkin Park wist een verpletterende indruk te maken met hun afwisseling tussen heldere zang, bijtende raps en harde riffs. Maar ook bands als Limp Bizkit, Papa Roach, Deftones en System of a Down deden het goed. Die stoere, donkere uitstraling van die bands vond ik ook wel wat. Dat Linkin Park, de meest melodieuze van heel het stel, mijn favoriet waren is niet verwonderlijk. Ik heb eigenlijk altijd een zwak gehad voor pakkende melodielijnen. Dit kwam dan ook terug in mijn voornaamste muzikale liefde van die tijd: de punk.
Samen met een jongen uit mijn straat doken we flink in de Amerikaanse pretpunkscene. Ik denk dat Blink 182 hiervoor het startschot hebben gegeven met hun grote doorbraakhit What’s My Age Again?. Al snelde volgde bands als The Offspring, NOFX, New Found Glory, Millencolin, Bad Religion, The Apers, The Living End en Rancid. Met name verzamelaars als Punk-o-rama waren een ware goudmijn voor ons. Deze bands hadden de stoerheid van de Nu-Metal, maar koppelde dit aan de eeuwige queeste om het ultieme poprefrein te schrijven. Ook de aanwezigheid van een flinke dosis zelfspot, iets waar het menig Nu-Metal bands aan ontbeerde, maakte dat dit echt mijn genre was. Want dat was het. Dit was niet iets wat mijn broer (op een enkel plaatje na) of iemand anders bij mij thuis luisterde, nee, dit was mijn eigen hoekje in het uitgestrekte landschap van de popmuziek.
Ironisch genoeg was wel mijn broer die me mijn ultieme plaat uit die tijd aanreikte. Toen hij ’s nachts naar Rockpalast zat te kijken op de WDR, viel hij in een optreden van Green Day. Dit was nog uit de tijd dat Green Day zichzelf niet veel te serieus namen en gewoon pretentieloze pretpunk maakte. De aanstekelijke fratsen van Billie Joe Armstrong maakte indruk dus zet hij de videorecorder snel aan zodat ik (die al lang braaf in bed lag) er ook van zou kunnen genieten. De volgende dag wist ik niet wat zag. Ik was nog niet bekend met de muziek van Green Day, maar de vrolijke rebellie van dat optreden sprak mij aan. Heel veel kan ik me niet meer herinnen van dat optreden. Buiten een trompettist in een bijenpak staat me vooral een moment bij: Armstrong vroeg aan het publiek wie er gitaar kon spelen en trok een jongen uit het publiek, die daarna Basket Case mee mocht spelen (hier de betreffende video). Ik heb snel daarna verschillende Green Day albums aangeschaft, waarvan met name Dookie een diepe indruk wist achter te laten.
Het hoofdthema van verveling was iets waar ik me als onrustige 12-jarige wel mee kon identificeren. Toch was het vooral de jeugdige arrogantie waar alles mee gebracht werd dat mij totaal wist in te pakken. Met dedain werd er neergekeken op de grijze burgers, de identiteitsloze kuddedieren. Het verlangen om te ontsnappen aan die dreigende burgerlijke sleur werd met een aanstekelijke bravoure gebracht. Dat dit ook nog werd verpakt in korte, pakkende popsongs maakte dit voor mij de perfecte plaat. Bovendien is Basket Case ontegenzeggelijk een klassieker in het genre.
Rond deze tijd kreeg ik van een kennis ook mijn eerste elektrische gitaar en versterker (die hij in een spontane opwelling ooit had gekocht). Het duurde niet lang of ik kon dit album van de eerste tot de laatste seconde meespelen. Dit ging meestal gepaard met het meeschreeuwen met Billie Joe Armstrong en een hoop gespring en rennen door de kamer. Mijn bed fungeerde daarbij vaak als het grote podium op een imaginair festival. Met name Basket Case heb ik zoveel gespeeld dat ik de gitaarpartij nog steeds kan dromen. Wanneer Billie Joe Armstrong mij uit het publiek zou trekken (zoals het in mijn fantasie al vaak was voorgevallen) zou ik klaar zijn om een verpletterende indruk te maken.
Soundtrack:
Longview
Basket Case
Welcome To Paradise

In een groot gezin raak je als jongste kind snel een beetje ondergesneeuwd. Ondergesneeuwd is misschien een beetje een groot woord, aangezien ik een vrij druk en nogal babbelziek kind was (en nog steeds ben). Desalniettemin is het als jongste kind toch zoeken naar je identiteit binnen het gezin. Aan de ene kant kijk je op naar je grotere zussen en broer en wil je in hun voetsporen treden, aan de andere kant wil je ook een plek voor jezelf vinden. Muzikaal keek ik vooral op tegen mijn grote broer met zijn alternatieve rocksmaak (al begreep ik toentertijd minder van zijn liefde voor singer-songwriters en andere droeftoeters). Muziek moest voor mij wel een beetje pit hebben. Californication kwam mij na een tijdje flink mijn neus uit doordat het opeens geadopteerd werd door de rest van het gezin (met name mijn vader). Het voelde toch een beetje of de eerste muziek die echt mijn muziek was, me werd ontstolen. De zoektocht naar mijn eigen muzikale identiteit werd dus snel voortgezet.
In die zoektocht kwam ik al snel uit bij twee genres. Rond die tijd was de nu-metal op zijn hoogtepunt en als beginnend puber ging ik maar wat graag mee in de woede en donkere klanken van dit genre. Met name Hybrid Theory van Linkin Park wist een verpletterende indruk te maken met hun afwisseling tussen heldere zang, bijtende raps en harde riffs. Maar ook bands als Limp Bizkit, Papa Roach, Deftones en System of a Down deden het goed. Die stoere, donkere uitstraling van die bands vond ik ook wel wat. Dat Linkin Park, de meest melodieuze van heel het stel, mijn favoriet waren is niet verwonderlijk. Ik heb eigenlijk altijd een zwak gehad voor pakkende melodielijnen. Dit kwam dan ook terug in mijn voornaamste muzikale liefde van die tijd: de punk.
Samen met een jongen uit mijn straat doken we flink in de Amerikaanse pretpunkscene. Ik denk dat Blink 182 hiervoor het startschot hebben gegeven met hun grote doorbraakhit What’s My Age Again?. Al snelde volgde bands als The Offspring, NOFX, New Found Glory, Millencolin, Bad Religion, The Apers, The Living End en Rancid. Met name verzamelaars als Punk-o-rama waren een ware goudmijn voor ons. Deze bands hadden de stoerheid van de Nu-Metal, maar koppelde dit aan de eeuwige queeste om het ultieme poprefrein te schrijven. Ook de aanwezigheid van een flinke dosis zelfspot, iets waar het menig Nu-Metal bands aan ontbeerde, maakte dat dit echt mijn genre was. Want dat was het. Dit was niet iets wat mijn broer (op een enkel plaatje na) of iemand anders bij mij thuis luisterde, nee, dit was mijn eigen hoekje in het uitgestrekte landschap van de popmuziek.
Ironisch genoeg was wel mijn broer die me mijn ultieme plaat uit die tijd aanreikte. Toen hij ’s nachts naar Rockpalast zat te kijken op de WDR, viel hij in een optreden van Green Day. Dit was nog uit de tijd dat Green Day zichzelf niet veel te serieus namen en gewoon pretentieloze pretpunk maakte. De aanstekelijke fratsen van Billie Joe Armstrong maakte indruk dus zet hij de videorecorder snel aan zodat ik (die al lang braaf in bed lag) er ook van zou kunnen genieten. De volgende dag wist ik niet wat zag. Ik was nog niet bekend met de muziek van Green Day, maar de vrolijke rebellie van dat optreden sprak mij aan. Heel veel kan ik me niet meer herinnen van dat optreden. Buiten een trompettist in een bijenpak staat me vooral een moment bij: Armstrong vroeg aan het publiek wie er gitaar kon spelen en trok een jongen uit het publiek, die daarna Basket Case mee mocht spelen (hier de betreffende video). Ik heb snel daarna verschillende Green Day albums aangeschaft, waarvan met name Dookie een diepe indruk wist achter te laten.
Het hoofdthema van verveling was iets waar ik me als onrustige 12-jarige wel mee kon identificeren. Toch was het vooral de jeugdige arrogantie waar alles mee gebracht werd dat mij totaal wist in te pakken. Met dedain werd er neergekeken op de grijze burgers, de identiteitsloze kuddedieren. Het verlangen om te ontsnappen aan die dreigende burgerlijke sleur werd met een aanstekelijke bravoure gebracht. Dat dit ook nog werd verpakt in korte, pakkende popsongs maakte dit voor mij de perfecte plaat. Bovendien is Basket Case ontegenzeggelijk een klassieker in het genre.
Rond deze tijd kreeg ik van een kennis ook mijn eerste elektrische gitaar en versterker (die hij in een spontane opwelling ooit had gekocht). Het duurde niet lang of ik kon dit album van de eerste tot de laatste seconde meespelen. Dit ging meestal gepaard met het meeschreeuwen met Billie Joe Armstrong en een hoop gespring en rennen door de kamer. Mijn bed fungeerde daarbij vaak als het grote podium op een imaginair festival. Met name Basket Case heb ik zoveel gespeeld dat ik de gitaarpartij nog steeds kan dromen. Wanneer Billie Joe Armstrong mij uit het publiek zou trekken (zoals het in mijn fantasie al vaak was voorgevallen) zou ik klaar zijn om een verpletterende indruk te maken.
Soundtrack:
Longview
Basket Case
Welcome To Paradise
0
geplaatst: 26 april 2013, 22:30 uur
YAY Dookie. Ook bij mij een belangrijke plaat geweest. Oh en dat deed ie trouwens vaak, mensen uit het publiek trekken om mee te spelen, zoals je wel weet.
0
geplaatst: 26 april 2013, 23:12 uur
Rond de tijd van Dookie was Green Day een genot om live te ervaren.
In Doornroosje speelden ze ook lekker strak.
In Doornroosje speelden ze ook lekker strak.
0
geplaatst: 27 april 2013, 21:33 uur
Station 3: Ziggy Stardust

Toen ik een jaar of 13 was vond ik een nieuwe passie. Ik was samen met twee vriendjes helemaal verslaafd aan het computerspel Tony Hawk’s Pro Skater 2. Geïnspireerd door dat spel waagden we ons heel voorzichtig ook buiten eens op zo’n skateboard. Na veel oefenen en de daarbij behorende valpartijen durfden we voor het eerst met onze krakkemikkige plankjes ons te begeven op het stadhuisplein van Eindhoven. Dit was de verzamelplaats van de ‘echte’ skaters. Die eerste keer voelden we ons zo geïntimideerd door de andere skaters dat we nauwelijks een rondje durfden te rijden. De vrienden waarmee ik was hebben nooit meer gedurfd terug te keren, maar ik was vastbesloten om dat skateboarden toch onder de knie te krijgen.
Al snel trad ik toe tot de skatescene van Eindhoven en leerde ik van de vrienden die ik daar al snel maakte de do’s and don’ts van het skaten en geloof me dat waren er nogal wat. Dat ging van hoe je moest steppen, welke schoenen en kleren cool waren en natuurlijk ook welke muziek te luisteren. En natuurlijk neerkijken op iedereen die niet aan die eisen voldeed (later zijn we allemaal gelukkig een stuk volwassener en minder bekrompen geworden). Ik leerde al snel dat luisteren naar punk echt niet kon, tenzij het originele punkmuziek uit de jaren ’70 en ’80 was. Gevoelig als ik was voor die groepsdruk werd die Green Day-CD in mijn discman snel verruild voor albums van The Clash, Ramones en Sex Pistols. Toch was het niet alleen punk dat de klok sloeg in mijn vriendenkring. Er was bij veel ook een voorliefde voor de muziek uit de ‘60s en ‘70s. Met name de grote artiesten uit die tijd waren populair (Beatles, Stones, The Who, Pink Floyd, Bob Dylan, etc.). Al hield ik wel van oude punk voelde ik in eerste instantie toch minder connectie met die ouwe lullen muziek.
Een ander groot onderdeel van het skateboarden was het kijken van skatevideo’s. Die video’s vielen, buiten de indrukwekkende skaters, op door hun muziekkeuze. Mijn favoriete video was genaamd Sorry van het merk Flip en die video leverde mij nieuwe helden op: de Finse proskater Arto Saari en David Bowie. Onder het stuk van Arto Saari zaten namelijk twee nummers van Bowie: 1984 en Rock & Roll Suicide. Eerstgenoemde nummer vond ik wel een tof funky nummer, maar dat kwam niet in de buurt van de impact die het tweede nummer op mijn dertienjarige oren maakte. Een nummer die mijn muzikale leven een essentiële duw in de rug heeft gegeven. Zoals Bowie losgaat in de tweede helft van dat nummer, zoiets had ik nog nooit gehoord. Die theatrale benadering van muziek was toch wel een openbaring voor mij. Die dramatiek die Bowie in zijn stem weet te leggen fascineerde mij meteen.
Dus toch maar eens tussen die ouwe lullen-platen van mijn vader neuzen en ja hoor daar was het album dan: Ziggy Stardust. Op een avond dat ik alleen thuis was heb ik het vinyl tevoorschijn gehaald en de naald erop geplaatst. Met mijn rug tegen de boekenkast, met opgetrokken knieën ben ik op de grond gaan zitten en me laten onderdompelen in het universum van de androgyne, buitenaardse rockheld Ziggy Stardust. Bij de eerste tonen van 5 Years wist ik dat ik op iets bijzonders gestuit was. “News guy wept and told us Earth was really dying. Cried so much his face was wet, then I knew he was not lying”. De toon werd door Bowie meteen gezet. Het apocalyptische verhaal over de opkomst en ondergang van Ziggy Stardust maakte indruk, net als de interessante arrangementen. Maar uiteindelijk was het vooral David Bowie zelf die mij totaal wist in te pakken. Hoe hij met zijn gevoel voor theater opgaat in het verhaal van Ziggy en de overtuiging waarmee hij dat verhaal aan de luisteraar weet te vertellen is zeer bijzonder. Ik had er nooit bij stilgestaan dat je muziek ook voor zoiets kon gebruiken.
Ziggy Stardust is een essentiële plaat in mijn leven omdat het de plaat was die me liet zien dat er meer is dan punk. Na in het kader van het zoeken van een eigen plek even gebivakkeerd te hebben in een duidelijk afgebakend hokje (punk), was het Ziggy Stardust dat me het zelfvertrouwen gaf om me nu open te stellen voor de rest van de wereld. Het is ook de plaat die de deur naar het verleden opende. Al luisterde ik wel al naar oude punk, was dit de plaat die me echt liet inzien dat er ook voor 1990 genoeg te genieten is. En het is natuurlijk ook de plaat die me introduceerde tot het ongrijpbare mysterie David Bowie. Het is eigenlijk heel mijn tienerjaren mijn favoriete album aller tijden geweest. Al heb ik nog steeds een speciale band met dit album is het die eer niet meer gegund. Sterker nog: het is niet eens mijn favoriete Bowie-album meer (die eer is Low toegedaan). Neemt niet weg dat er geen enkel album zo essentieel is geweest voor mijn muzikale ontwikkeling als Ziggy Stardust.
Soundtrack:
Five Years
Starman
Rock & Roll Suicide

Toen ik een jaar of 13 was vond ik een nieuwe passie. Ik was samen met twee vriendjes helemaal verslaafd aan het computerspel Tony Hawk’s Pro Skater 2. Geïnspireerd door dat spel waagden we ons heel voorzichtig ook buiten eens op zo’n skateboard. Na veel oefenen en de daarbij behorende valpartijen durfden we voor het eerst met onze krakkemikkige plankjes ons te begeven op het stadhuisplein van Eindhoven. Dit was de verzamelplaats van de ‘echte’ skaters. Die eerste keer voelden we ons zo geïntimideerd door de andere skaters dat we nauwelijks een rondje durfden te rijden. De vrienden waarmee ik was hebben nooit meer gedurfd terug te keren, maar ik was vastbesloten om dat skateboarden toch onder de knie te krijgen.
Al snel trad ik toe tot de skatescene van Eindhoven en leerde ik van de vrienden die ik daar al snel maakte de do’s and don’ts van het skaten en geloof me dat waren er nogal wat. Dat ging van hoe je moest steppen, welke schoenen en kleren cool waren en natuurlijk ook welke muziek te luisteren. En natuurlijk neerkijken op iedereen die niet aan die eisen voldeed (later zijn we allemaal gelukkig een stuk volwassener en minder bekrompen geworden). Ik leerde al snel dat luisteren naar punk echt niet kon, tenzij het originele punkmuziek uit de jaren ’70 en ’80 was. Gevoelig als ik was voor die groepsdruk werd die Green Day-CD in mijn discman snel verruild voor albums van The Clash, Ramones en Sex Pistols. Toch was het niet alleen punk dat de klok sloeg in mijn vriendenkring. Er was bij veel ook een voorliefde voor de muziek uit de ‘60s en ‘70s. Met name de grote artiesten uit die tijd waren populair (Beatles, Stones, The Who, Pink Floyd, Bob Dylan, etc.). Al hield ik wel van oude punk voelde ik in eerste instantie toch minder connectie met die ouwe lullen muziek.
Een ander groot onderdeel van het skateboarden was het kijken van skatevideo’s. Die video’s vielen, buiten de indrukwekkende skaters, op door hun muziekkeuze. Mijn favoriete video was genaamd Sorry van het merk Flip en die video leverde mij nieuwe helden op: de Finse proskater Arto Saari en David Bowie. Onder het stuk van Arto Saari zaten namelijk twee nummers van Bowie: 1984 en Rock & Roll Suicide. Eerstgenoemde nummer vond ik wel een tof funky nummer, maar dat kwam niet in de buurt van de impact die het tweede nummer op mijn dertienjarige oren maakte. Een nummer die mijn muzikale leven een essentiële duw in de rug heeft gegeven. Zoals Bowie losgaat in de tweede helft van dat nummer, zoiets had ik nog nooit gehoord. Die theatrale benadering van muziek was toch wel een openbaring voor mij. Die dramatiek die Bowie in zijn stem weet te leggen fascineerde mij meteen.
Dus toch maar eens tussen die ouwe lullen-platen van mijn vader neuzen en ja hoor daar was het album dan: Ziggy Stardust. Op een avond dat ik alleen thuis was heb ik het vinyl tevoorschijn gehaald en de naald erop geplaatst. Met mijn rug tegen de boekenkast, met opgetrokken knieën ben ik op de grond gaan zitten en me laten onderdompelen in het universum van de androgyne, buitenaardse rockheld Ziggy Stardust. Bij de eerste tonen van 5 Years wist ik dat ik op iets bijzonders gestuit was. “News guy wept and told us Earth was really dying. Cried so much his face was wet, then I knew he was not lying”. De toon werd door Bowie meteen gezet. Het apocalyptische verhaal over de opkomst en ondergang van Ziggy Stardust maakte indruk, net als de interessante arrangementen. Maar uiteindelijk was het vooral David Bowie zelf die mij totaal wist in te pakken. Hoe hij met zijn gevoel voor theater opgaat in het verhaal van Ziggy en de overtuiging waarmee hij dat verhaal aan de luisteraar weet te vertellen is zeer bijzonder. Ik had er nooit bij stilgestaan dat je muziek ook voor zoiets kon gebruiken.
Ziggy Stardust is een essentiële plaat in mijn leven omdat het de plaat was die me liet zien dat er meer is dan punk. Na in het kader van het zoeken van een eigen plek even gebivakkeerd te hebben in een duidelijk afgebakend hokje (punk), was het Ziggy Stardust dat me het zelfvertrouwen gaf om me nu open te stellen voor de rest van de wereld. Het is ook de plaat die de deur naar het verleden opende. Al luisterde ik wel al naar oude punk, was dit de plaat die me echt liet inzien dat er ook voor 1990 genoeg te genieten is. En het is natuurlijk ook de plaat die me introduceerde tot het ongrijpbare mysterie David Bowie. Het is eigenlijk heel mijn tienerjaren mijn favoriete album aller tijden geweest. Al heb ik nog steeds een speciale band met dit album is het die eer niet meer gegund. Sterker nog: het is niet eens mijn favoriete Bowie-album meer (die eer is Low toegedaan). Neemt niet weg dat er geen enkel album zo essentieel is geweest voor mijn muzikale ontwikkeling als Ziggy Stardust.
Soundtrack:
Five Years
Starman
Rock & Roll Suicide
0
geplaatst: 28 april 2013, 10:22 uur
Mijn bed fungeerde daarbij vaak als het grote podium op een imaginair festival.
... 
0
geplaatst: 28 april 2013, 21:26 uur
Station 4: Franz Ferdinand

Mijn passie voor skateboarden nam zoveel tijd in beslag dat er even wat minder ruimte voor muziek was. Ik luisterde nog steeds wel veel muziek, maar meer losse nummers dan hele albums. De discman was vervangen voor een mp3-speler. Veel van die losse nummers waren dingen die ik via skatevideo’s ontdekt had. Achteraf is dat toch een hele vruchtbare periode gebleken voor mijn muzikale reis. Ik heb via die skatevideo’s namelijk bergen aan artiesten leren kennen die nu nog tot mijn favorieten behoren (The Cure, Sonic Youth, Modest Mouse, Gang of Four, Belle & Sebastian, The Velvet Underground, Interpol, The Flaming Lips). In die tijd bleef het meestal bij enkele losse nummers, maar het liet me wel kennis maken met een breed scala aan muziek. Het heeft mij van een ellenlange lijst aan interessante artiesten voorzien, waar ik in de jaren erna mij dieper in ben gaan verdiepen.
Zo luisterde ik eigenlijk allerlei alternatieve muziek uit verschillende tijdperken. De aanwezigheid van een gitaar was wel een harde eis in die tijd, maar verder stond ik voor veel dingen wel open. Ook voor hedendaagse muziek was er ruimte, al volgde ik de laatste ontwikkelingen niet heel actief. Neemt niet weg dat artiesten als Interpol, The Strokes en Yeah Yeah Yeahs absoluut bij mijn favorieten hoorden. Als ik echter mensen van andere generaties vol passie hoorde praten over de opkomst van punk, britpop of grunge had ik toch het gevoel dat ik iets miste. Ik snakte er naar om ook getuige te zijn van een dergelijke beweging. Iets mee te maken dat bloeide terwijl ik er midden in stond. Muziek die van mijn generatie was, wat plaats vond in het hier en nu. Natuurlijk leefde dat gevoel wel al een beetje bij artiesten als The Strokes en Interpol, maar het gevoel om deel te zijn van een beweging in de popmuziek kwam pas echt bij een andere artiest.
Toen ik vijftien was brak er met veel hype en bombarie een nieuwe band door vanuit Glasgow: Franz Ferdinand. De tweede single Take Me Out was vaak te zien op TMF en MTV. Die hoekige gitaarpartijen, het dansbare ritme en het aanstekelijke refrein zorgden ervoor dat ik meteen verkocht was. Snel het album gehaald en ik was verslaafd. De funky basloopjes, discodrums, nerveuze gitaarpartijen, maar bovenal de oneindige stroom aan hooks, dit was alles wat ik op dat moment zocht in een album. Franz Ferdinand wisten het voor elkaar te krijgen om in elke nummer vier tot vijf onverwachte wendingen te stoppen, de een nog catchier dan de ander. De kunstacademie-cool, de Britse tongue-in-cheek en strakke gedrevenheid waar het mee werd gebracht maakten het plaatje helemaal af. Toen ik ze die zomer van 2004 zag spelen op mijn allereerste Lowlands, had ik dan eindelijk dat gevoel van spanning waar ik naar snakte. Dit was iets van het nú, mijn generatie had hun eigen geluid gekregen.
Eén zwaluw maakt natuurlijk nog geen zomer, maar het was al gauw duidelijk dat Franz Ferdinand het startschot was voor een ware stortvloed aan jonge, frisse Britse bandjes die de mosterd haalden bij genres als post-punk, new wave en britpop. Ik vond het heerlijk om deel te zijn van een dergelijke muziekgolf, iets dat als zo relevant aanvoelde. Ik volgde die hele stroom aan bandjes dan ook op de voet. Bloc Party, Maxïmo Park, Arctic Monkeys, Editors, ik heb het allemaal in de kast staan, naast inmiddels vergeten namen als The Departure, Dogs Die in Hot Cars en Moving Units. Bovendien heeft die hele stroming me ook wel aangespoord om zelf in een bandje te gaan spelen. Zeker in het begin klonken we dan ook als een derderangs versie van Editors of Interpol.
Achteraf is het pijnlijk dat ik moet vaststellen dat die golf aan bandjes nauwelijks echt interessante platen heeft opgeleverd. De meeste bandjes zijn nooit verder gekomen dan een aardig debuut. Neemt niet weg dat ik met veel liefde op dit tijd terugkijk. Naar optredens gaan, alle releases volgen en elk nieuw bandje beluisteren (elke maand leken er wel tien op te staan), spannende tijden. In die zin heeft de plaat me dan ook aangespoord om weer echt actief in de muziek te duiken en me weer op volledige albums te richten in plaats van losse nummers. Dit is dan ook de tijd dat ik me op Musicmeter heb ingeschreven.
Het titelloze debuut van Franz Ferdinand heeft de tand des tijds gelukkig wel glorieus doorstaan. De geraffineerde artrock klinkt me nog steeds fris en gedreven in de oren. Naast het feit dat Franz Ferdinand (en al die andere bandjes) mij die ervaring hebben gegeven van het getuige zijn van iets spannends en nieuws, heeft de plaat ook mijn interesse voor new wave en post-punk aangewakkerd. Zonder Franz Ferdinand geen Talking Heads, Gang of Four of XTC in mijn platenkast.
Soundtrack:
Jacqueline
Darts of Pleasure
Michael

Mijn passie voor skateboarden nam zoveel tijd in beslag dat er even wat minder ruimte voor muziek was. Ik luisterde nog steeds wel veel muziek, maar meer losse nummers dan hele albums. De discman was vervangen voor een mp3-speler. Veel van die losse nummers waren dingen die ik via skatevideo’s ontdekt had. Achteraf is dat toch een hele vruchtbare periode gebleken voor mijn muzikale reis. Ik heb via die skatevideo’s namelijk bergen aan artiesten leren kennen die nu nog tot mijn favorieten behoren (The Cure, Sonic Youth, Modest Mouse, Gang of Four, Belle & Sebastian, The Velvet Underground, Interpol, The Flaming Lips). In die tijd bleef het meestal bij enkele losse nummers, maar het liet me wel kennis maken met een breed scala aan muziek. Het heeft mij van een ellenlange lijst aan interessante artiesten voorzien, waar ik in de jaren erna mij dieper in ben gaan verdiepen.
Zo luisterde ik eigenlijk allerlei alternatieve muziek uit verschillende tijdperken. De aanwezigheid van een gitaar was wel een harde eis in die tijd, maar verder stond ik voor veel dingen wel open. Ook voor hedendaagse muziek was er ruimte, al volgde ik de laatste ontwikkelingen niet heel actief. Neemt niet weg dat artiesten als Interpol, The Strokes en Yeah Yeah Yeahs absoluut bij mijn favorieten hoorden. Als ik echter mensen van andere generaties vol passie hoorde praten over de opkomst van punk, britpop of grunge had ik toch het gevoel dat ik iets miste. Ik snakte er naar om ook getuige te zijn van een dergelijke beweging. Iets mee te maken dat bloeide terwijl ik er midden in stond. Muziek die van mijn generatie was, wat plaats vond in het hier en nu. Natuurlijk leefde dat gevoel wel al een beetje bij artiesten als The Strokes en Interpol, maar het gevoel om deel te zijn van een beweging in de popmuziek kwam pas echt bij een andere artiest.
Toen ik vijftien was brak er met veel hype en bombarie een nieuwe band door vanuit Glasgow: Franz Ferdinand. De tweede single Take Me Out was vaak te zien op TMF en MTV. Die hoekige gitaarpartijen, het dansbare ritme en het aanstekelijke refrein zorgden ervoor dat ik meteen verkocht was. Snel het album gehaald en ik was verslaafd. De funky basloopjes, discodrums, nerveuze gitaarpartijen, maar bovenal de oneindige stroom aan hooks, dit was alles wat ik op dat moment zocht in een album. Franz Ferdinand wisten het voor elkaar te krijgen om in elke nummer vier tot vijf onverwachte wendingen te stoppen, de een nog catchier dan de ander. De kunstacademie-cool, de Britse tongue-in-cheek en strakke gedrevenheid waar het mee werd gebracht maakten het plaatje helemaal af. Toen ik ze die zomer van 2004 zag spelen op mijn allereerste Lowlands, had ik dan eindelijk dat gevoel van spanning waar ik naar snakte. Dit was iets van het nú, mijn generatie had hun eigen geluid gekregen.
Eén zwaluw maakt natuurlijk nog geen zomer, maar het was al gauw duidelijk dat Franz Ferdinand het startschot was voor een ware stortvloed aan jonge, frisse Britse bandjes die de mosterd haalden bij genres als post-punk, new wave en britpop. Ik vond het heerlijk om deel te zijn van een dergelijke muziekgolf, iets dat als zo relevant aanvoelde. Ik volgde die hele stroom aan bandjes dan ook op de voet. Bloc Party, Maxïmo Park, Arctic Monkeys, Editors, ik heb het allemaal in de kast staan, naast inmiddels vergeten namen als The Departure, Dogs Die in Hot Cars en Moving Units. Bovendien heeft die hele stroming me ook wel aangespoord om zelf in een bandje te gaan spelen. Zeker in het begin klonken we dan ook als een derderangs versie van Editors of Interpol.
Achteraf is het pijnlijk dat ik moet vaststellen dat die golf aan bandjes nauwelijks echt interessante platen heeft opgeleverd. De meeste bandjes zijn nooit verder gekomen dan een aardig debuut. Neemt niet weg dat ik met veel liefde op dit tijd terugkijk. Naar optredens gaan, alle releases volgen en elk nieuw bandje beluisteren (elke maand leken er wel tien op te staan), spannende tijden. In die zin heeft de plaat me dan ook aangespoord om weer echt actief in de muziek te duiken en me weer op volledige albums te richten in plaats van losse nummers. Dit is dan ook de tijd dat ik me op Musicmeter heb ingeschreven.
Het titelloze debuut van Franz Ferdinand heeft de tand des tijds gelukkig wel glorieus doorstaan. De geraffineerde artrock klinkt me nog steeds fris en gedreven in de oren. Naast het feit dat Franz Ferdinand (en al die andere bandjes) mij die ervaring hebben gegeven van het getuige zijn van iets spannends en nieuws, heeft de plaat ook mijn interesse voor new wave en post-punk aangewakkerd. Zonder Franz Ferdinand geen Talking Heads, Gang of Four of XTC in mijn platenkast.
Soundtrack:
Jacqueline
Darts of Pleasure
Michael
0
geplaatst: 29 april 2013, 17:56 uur
Ik moet zo weg, dus heb vanavond waarschijnlijk geen tijd. Dus morgen een nieuw hoofdstuk. Dan hebben geïnteresseerden vandaag de tijd om bij te lezen 

0
geplaatst: 30 april 2013, 19:37 uur
Station 5: Unknown Pleasures

Dit hoofdstuk speelt zich eigenlijk parallel af met het vorige station, zo rond mijn zestiende levensjaar. Want zoals ik al in mijn vorige stukje schreef kreeg ik door die stroom aan Britse bandjes ook interesse in new wave en post-punk. Als groot Interpolfan kon het dan ook niet uitblijven dat ik me aan Joy Division zou wagen. Die naam werd zoveel (al dan niet terecht) genoemd in combinatie met nieuwe bandjes, dat Joy Division wel iets heel bijzonders moest zijn. Bovendien vond ik het enige nummer dat ik al kende (wederom die skatevideo’s
), Love Will Tear Us Apart, een fantastisch nummer. Dus blind Unknown Pleasures aangeschaft en op mijn fiets naar huis gesprint om van die klassieker te genieten.
Interpol had een speciaal plekje in mijn hart met hun combinatie van donkere melancholie, uitwaaierende gitaarklanken, een diepe bariton en uitgesponnen, harmonieuze instrumentale stukken. Toen ik op play drukte maakte teleurstelling zich al snel van mij meester. Oke, toegegeven de donkere sfeer en de diepe bariton waren inderdaad een overeenkomst met mijn geliefde Interpol, maar waar waren die prachtige uitgesponnen gitaarharmonieën, de dromerige instrumentale outro’s? Bovendien was die donkere sfeer er hier meer een van wanhoop en frustratie in plaats van de grote stads melancholie van Interpol. Waar ik bij Interpol fijn kon wegdromen in zwaarmoedigheid, vond ik Unknown Pleasure enkel verstikkend. Als een steen op de maag.
De minimalistische aanpak van Joy Division wilde er bij mij absoluut niet in. Het gebrek aan variatie stoorde mij mateloos. Die basgitaar leek elk nummer maar voort te dreunen, zonder ook maar een moment van ontlading aan te bieden. Dat lelijke gekras op die gitaren en holle drums vond ik echt helemaal niks. Die koude, machinale sfeer viel zover buiten mijn referentiekader dat ik eerlijk gezegd gewoon geen idee had wat ik met deze plaat aanmoest. Ik kon alle lof die deze plaat in alle bladen (en ook hier op MuMe) kreeg totaal niet plaatsen. Het hele verhaal om Joy Division en Ian Curtis heen fascineerde mij echter wel. Mede door die fascinatie bleef ik het veelvuldig proberen, maar succes leek lange tijd uit te blijven.
Toen ik de plaat echter weer eens een kans gaf, ging er opeens een knop om in mijn brein. Wat als die muziek helemaal niet bedoeld was om mooi te zijn? Met die vraag in mijn achterhoofd kon ik Unknown Pleasures opeens een stuk beter plaatsen. Ik was niet in een keer om, maar ik had wel het gevoel dat ik het album beter begreep. Die lelijke, claustrofobische, bijna angstaanjagende sfeer was juist de hele opzet. Ik kreeg toch wel bewondering voor het feit dat Joy Division het voor elkaar om muzikaal zo’n zwartgallige sfeer te scheppen. De manier waarop de band alle aspecten inzet in dienst van die sfeer maakte nu toch wel indruk. Als zestienjarige kon ik nog niet helemaal meegaan in die zwartgalligheid, maar ik kon het album nu toch aardig waarderen.
Vanaf mijn latere tienerjaren ben ik veel meer een tobber geworden. Dat is misschien ook de leeftijd waarop je opeens veel kritischer over je leven na gaat denken. Al heb ik altijd wel vrienden gehad merkte ik op die leeftijd toch steeds meer dat ik vaak moeite heb om een echte band met iemand op te bouwen. Ik ben sociaal een tikkeltje ongemakkelijk en ben niet iemand die zich snel openstelt voor iemand. Gevoelens van eenzaamheid en isolatie zijn mij dan ook niet helemaal vreemd. Al lijd ik zeker niet aan depressies (zou die term niet willen devalueren), heb ik wel last van vrij zwaarmoedige periodes. Mede hierdoor ben ik de muziek van Joy Division steeds meer gaan waarderen en heb ik er vaak troost en moed uit geput. Vrees niet, ik ben verre van een Ian Curtis qua geestelijke gesteldheid, maar ik vind het ergens heel fijn om af en toe mee te gaan in zijn neerslachtigheid.
De reden dat ik Unknown Pleasures als een essentieel album in mijn muzikale reis zie is niet alleen omdat het een van mijn lievelingsalbums is dat mij vaak door mindere tijden heeft geholpen. Ik heb voor dit topic alleen albums genomen die een soort kantelpunt in mijn muzikale ervaring hebben betekend. Door mij te leren dat muziek, maar eigenlijk elke vorm van kunst, niet mooi hoeft te willen zijn is Unknown Pleasures ongetwijfeld zo’n schakelpunt. Dat de schoonheid van veel kunst paradoxaal genoeg juist in een lelijkheid, of naarheid kan zitten was voor mij een ware openbaring. Daarmee is Unknown Pleasures zo’n zeldzame plaat die niet alleen mijn kijk op muziek heeft veranderd, maar ook op kunst en zelfs het leven in het algemeen. Dus Joy Division heeft niet enkel de deur naar Xiu Xiu, The Cure, Sonic Youth en Portishead (Third) geopend, maar ook naar de fotografie van Dorothea Lange, de schilderijen van Francis Bacon en de cinema van Shinya Tsukamoto.
Soundtrack:
Disorder
New Dawn Fades
I Remember Nothing

Dit hoofdstuk speelt zich eigenlijk parallel af met het vorige station, zo rond mijn zestiende levensjaar. Want zoals ik al in mijn vorige stukje schreef kreeg ik door die stroom aan Britse bandjes ook interesse in new wave en post-punk. Als groot Interpolfan kon het dan ook niet uitblijven dat ik me aan Joy Division zou wagen. Die naam werd zoveel (al dan niet terecht) genoemd in combinatie met nieuwe bandjes, dat Joy Division wel iets heel bijzonders moest zijn. Bovendien vond ik het enige nummer dat ik al kende (wederom die skatevideo’s
), Love Will Tear Us Apart, een fantastisch nummer. Dus blind Unknown Pleasures aangeschaft en op mijn fiets naar huis gesprint om van die klassieker te genieten.Interpol had een speciaal plekje in mijn hart met hun combinatie van donkere melancholie, uitwaaierende gitaarklanken, een diepe bariton en uitgesponnen, harmonieuze instrumentale stukken. Toen ik op play drukte maakte teleurstelling zich al snel van mij meester. Oke, toegegeven de donkere sfeer en de diepe bariton waren inderdaad een overeenkomst met mijn geliefde Interpol, maar waar waren die prachtige uitgesponnen gitaarharmonieën, de dromerige instrumentale outro’s? Bovendien was die donkere sfeer er hier meer een van wanhoop en frustratie in plaats van de grote stads melancholie van Interpol. Waar ik bij Interpol fijn kon wegdromen in zwaarmoedigheid, vond ik Unknown Pleasure enkel verstikkend. Als een steen op de maag.
De minimalistische aanpak van Joy Division wilde er bij mij absoluut niet in. Het gebrek aan variatie stoorde mij mateloos. Die basgitaar leek elk nummer maar voort te dreunen, zonder ook maar een moment van ontlading aan te bieden. Dat lelijke gekras op die gitaren en holle drums vond ik echt helemaal niks. Die koude, machinale sfeer viel zover buiten mijn referentiekader dat ik eerlijk gezegd gewoon geen idee had wat ik met deze plaat aanmoest. Ik kon alle lof die deze plaat in alle bladen (en ook hier op MuMe) kreeg totaal niet plaatsen. Het hele verhaal om Joy Division en Ian Curtis heen fascineerde mij echter wel. Mede door die fascinatie bleef ik het veelvuldig proberen, maar succes leek lange tijd uit te blijven.
Toen ik de plaat echter weer eens een kans gaf, ging er opeens een knop om in mijn brein. Wat als die muziek helemaal niet bedoeld was om mooi te zijn? Met die vraag in mijn achterhoofd kon ik Unknown Pleasures opeens een stuk beter plaatsen. Ik was niet in een keer om, maar ik had wel het gevoel dat ik het album beter begreep. Die lelijke, claustrofobische, bijna angstaanjagende sfeer was juist de hele opzet. Ik kreeg toch wel bewondering voor het feit dat Joy Division het voor elkaar om muzikaal zo’n zwartgallige sfeer te scheppen. De manier waarop de band alle aspecten inzet in dienst van die sfeer maakte nu toch wel indruk. Als zestienjarige kon ik nog niet helemaal meegaan in die zwartgalligheid, maar ik kon het album nu toch aardig waarderen.
Vanaf mijn latere tienerjaren ben ik veel meer een tobber geworden. Dat is misschien ook de leeftijd waarop je opeens veel kritischer over je leven na gaat denken. Al heb ik altijd wel vrienden gehad merkte ik op die leeftijd toch steeds meer dat ik vaak moeite heb om een echte band met iemand op te bouwen. Ik ben sociaal een tikkeltje ongemakkelijk en ben niet iemand die zich snel openstelt voor iemand. Gevoelens van eenzaamheid en isolatie zijn mij dan ook niet helemaal vreemd. Al lijd ik zeker niet aan depressies (zou die term niet willen devalueren), heb ik wel last van vrij zwaarmoedige periodes. Mede hierdoor ben ik de muziek van Joy Division steeds meer gaan waarderen en heb ik er vaak troost en moed uit geput. Vrees niet, ik ben verre van een Ian Curtis qua geestelijke gesteldheid, maar ik vind het ergens heel fijn om af en toe mee te gaan in zijn neerslachtigheid.
De reden dat ik Unknown Pleasures als een essentieel album in mijn muzikale reis zie is niet alleen omdat het een van mijn lievelingsalbums is dat mij vaak door mindere tijden heeft geholpen. Ik heb voor dit topic alleen albums genomen die een soort kantelpunt in mijn muzikale ervaring hebben betekend. Door mij te leren dat muziek, maar eigenlijk elke vorm van kunst, niet mooi hoeft te willen zijn is Unknown Pleasures ongetwijfeld zo’n schakelpunt. Dat de schoonheid van veel kunst paradoxaal genoeg juist in een lelijkheid, of naarheid kan zitten was voor mij een ware openbaring. Daarmee is Unknown Pleasures zo’n zeldzame plaat die niet alleen mijn kijk op muziek heeft veranderd, maar ook op kunst en zelfs het leven in het algemeen. Dus Joy Division heeft niet enkel de deur naar Xiu Xiu, The Cure, Sonic Youth en Portishead (Third) geopend, maar ook naar de fotografie van Dorothea Lange, de schilderijen van Francis Bacon en de cinema van Shinya Tsukamoto.
Soundtrack:
Disorder
New Dawn Fades
I Remember Nothing
0
geplaatst: 30 april 2013, 23:35 uur
Hier kan ik mij helemaal in vinden 
Ook ik ben door Interpol naar Joy Division gaan luisteren, en ik was eveneens teleurgesteld bij de eerste luisterbeurten, terwijl ik het nu een fantastisch album vind.
Ook wat je zegt over het feit dat kunst niet mooi moet zijn om te fascineren heb ik geleerd door Joy Division nu ik er over nadenk. Iets wat veel mensen niet begrijpen helaas.

Ook ik ben door Interpol naar Joy Division gaan luisteren, en ik was eveneens teleurgesteld bij de eerste luisterbeurten, terwijl ik het nu een fantastisch album vind.
Ook wat je zegt over het feit dat kunst niet mooi moet zijn om te fascineren heb ik geleerd door Joy Division nu ik er over nadenk. Iets wat veel mensen niet begrijpen helaas.
0
geplaatst: 1 mei 2013, 17:05 uur
The Eraser schreef:
Ook wat je zegt over het feit dat kunst niet mooi moet zijn om te fascineren heb ik geleerd door Joy Division nu ik er over nadenk. Iets wat veel mensen niet begrijpen helaas.
Aan de ene kant wel jammer, aan de andere kant begrijp ik wel dat sommige mensen dat nou eenmaal niet zoeken in muziek. Sommige mensen zoeken na een harde dag werken gewoon ontspanning in muziek en zitten niet te wachten op een stomp in hun maag door Ian Curtis.Ook wat je zegt over het feit dat kunst niet mooi moet zijn om te fascineren heb ik geleerd door Joy Division nu ik er over nadenk. Iets wat veel mensen niet begrijpen helaas.
* denotes required fields.



