menu

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van Sandokan-veld. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2020, februari 2020, maart 2020, april 2020, mei 2020, juni 2020, juli 2020, augustus 2020, september 2020, oktober 2020, november 2020, december 2020, januari 2021, februari 2021, maart 2021, april 2021, mei 2021, juni 2021

Mal Waldron - Number Nineteen (1979) 3,5

afgelopen maandag om 18:45 uur

stem geplaatst

» details  

Hank Mobley - No Room for Squares (1963) 3,5

afgelopen zondag om 23:19 uur

stem geplaatst

» details  

Phineas Newborn Jr. - Here Is Phineas: The Piano Artistry of Phineas Newborn Jr. (1956) 4,0

afgelopen zondag om 14:28 uur

stem geplaatst

» details  

The Moldy Peaches - The Moldy Peaches (2001) 4,0

5 juni, 13:33 uur

Me and my friends are so smart, we invented this new kind of art (dart)

Aan het einde van de door ArthurDZ geïnitieerde Moldy Peaches-week moeten we concluderen dat het buiten twee drie-sterren stemmen en een gezellige CSL-avond niet heel veel heeft opgeleverd. Tijdens die avond vond een van de MuMe-vrienden een citaat op Rateyourmusic over deze plaat, zoiets als: 'Everything you hate about The Mountain Goats and hipsters x 10'.

Lollig, en niet helemaal onwaar. Toch wilde ik nog even van de gelegenheid gebruik maken om wat gedachten te delen over waarom een album met zo'n slechte productiekwaliteit en die zo bol staat van de kinderachtige humor me toch zo dierbaar is.

Misschien ziet niet iedereen die meligheid voor het coping mechanisme wat het in feite (ook) is. Vooral als je bij gym als een van de eersten werd gekozen, enz., kan ik me voorstellen dat het moeilijk te plaatsen is (en ook als dat niet zo is, kan ik begrijpen dat iemand een song als Jorge Regula bloedje-irritant vindt, natuurlijk).

Een paar jaar voordat deze plaat uitkwam, had ik zelf op de middelbare school een bandje met een paar andere outcasts. Hoewel niemand van ons een instrument bespeelde, namen we cassettebandjes vol op met melige nummers waarop we de school en de vulploeg afzeken. We deden zelfs auditie voor de muziekavond, waarvoor we kansloos werden afgewezen. Punk! Lachen!

Toen een paar jaar later deze plaat uitkwam en even een minihype werd (wat een paar jaar daarna vanwege de filmhit Juno opnieuw zou gebeuren) raakte dit dus nogal een snaar bij mij. De schimmelige perziken hadden hetzelfde soort rebelse 'fuck you'-meligheid, met daarin twee belangrijke verschillen: ten eerste konden ze écht liedjes schrijven, en ten tweede durfden ze een soort kwetsbaarheid te tonen waar ik en mijn in zwarte Korn en Nirvana-shirts gestoken vrienden een paar jaar eerder nog niet klaar voor waren. Een song als 'Nothing Came Out' is oprécht droevig, dat er elders ook gezongen wordt over gekke burgers en het downloaden van porno met ene Davo doet daar niets aan af. Die twee schijnbare uitersten versterken elkaar alleen maar, in de oren van iedereen die weet hoe belangrijk humor is om te kunnen omgaan met de vijandigheid die de wereld over je kan uitstorten.

Onlangs werd Adam Green, de mannelijke helft van deze band, veertig jaar oud. De andere Moldy Peach, Kimya Dawson, zette een hartverwarmende felicitatie op social media: 'Mijn leven zou totaal anders gelopen zijn als de twaalfjarige [Green] er niet in was gewandeld en me had gevraagd mee te zingen' schrijft de zeven jaar oudere Dawson. 'Ik was niet dapper genoeg om muziek te maken met mensen van mijn eigen leeftijd, maar hij geloofde in mij en ik in hem [...]'

Muziekblad OOR schreef destijds zoiets als: leuke plaat om een paar weken verslaafd aan te zijn. Eerlijk gezegd had ik in 2001 ook niet gedacht dat er meer in zou zitten dan dat. Toch ontroert deze plaat me nog steeds, ondanks dat er vijf écht goede nummers op staan en misschien nog een handvol aardige. En dan blijk ik die liefde onbewust een paar jaar geleden te hebben doorgegeven aan Arthur, zo vertelde hij me van de week. Het is dus helemaal begrijpelijk dat sommige mensen deze plaat één keer half beluisteren, en het vervolgens met rollende ogen afzetten. Maar het blijkt dat een klein beetje van die positieve energie toch blijft rondstromen, en misschien is het zo dat iemand op Musicmeter deze week voor het eerst 'Who's Got the Crack' hoorde, en daarom íets minder een rotdag had.

» details   » naar bericht  » reageer  

Grachan Moncur III - Evolution (1964) 3,0

5 juni, 11:59 uur

stem geplaatst

» details  

Sonny Rollins - Tenor Madness (1956) 4,0

3 juni, 21:47 uur

Met: Sonny Rollins (tenorsax); Red Garland (piano); Paul Chambers (bas); ‘Philly’ Joe Jones (drums); John Coltrane (tenorsax op ‘Tenor Madness’)

Sonny Rollins was in 1955 de gewenste saxofonist van Miles Davis voor diens nieuwe band, maar had het te druk met afkicken en andere (muzikale) projecten, waardoor dat baantje naar John Coltrane ging. Kort daarna begint een drugvrije en herboren Rollins aan het opnemen van een reeks soloplaten die hem de belangrijkste jazzsaxofonist van de late jaren vijftig zullen maken. Op deze, de derde uit de reeks, werkt hij samen met de muzikanten die uiteindelijk door zijn oude maatje Davis werden ingehuurd.

Ook Coltrane is op de opener en titeltrack van de partij. De beloofde ‘Tenor Madness’ is vooral tenor-gezelligheid, vooral als je het vergelijkt met wat de heren in de jaren daarna nog zouden opnemen. Vooral natuurlijk historisch interessant (de enige bekende studio-opname waar beide saxofoonkolossen op meespelen) maar ook best tof om de heren twaalf minuten licks te horen uitwisselen. Coltrane is energiek en creatief, en toch wint Rollins het hier op gevoel.

De rest van de plaat is eigenlijk nóg interessanter, al wordt je zelden echt overdonderd. Toch, prettig swingende midtempo nummers als ‘Paul’s Pal’ en zwoele ballads als ‘My Reverie’ druipen van de muzikaliteit. Behalve Rollins, wiens soepele stijl en emotionele overtuigingskracht een genot is om naar te luisteren in deze periode, voelt Garland zich duidelijk senang bij deze sfeer, en is Chambers de baas in de lage regionen. Alleen een wat minder dan normaal uitbundige Jones blijft een beetje de grijze muis.

» details   » naar bericht  » reageer  

Charles Mingus - Jazzical Moods, Vol. 1 (1955) 3,5

25 mei, 20:53 uur

stem geplaatst

» details  

Art Blakey & The Jazz Messengers - The Jazz Messengers at the Cafe Bohemia, Vol.2 (1955) 3,0

23 mei, 10:47 uur

stem geplaatst

» details  

Sam Rivers - Contours (1965) 4,0

22 mei, 14:35 uur

stem geplaatst

» details  

Damon Locks Black Monument Ensemble - Now (2021) 4,0

22 mei, 14:21 uur

Fijn, vrij kort album, met eigenlijk slechts drie ‘echte’ tracks (1, 3 en 6): de overige drie tracks zijn (vooral) met samples doordrenkte geluidscollages met een hoog ‘agitprop’-gehalte, die me eerlijk gezegd ook wat minder aanspreken.

Dit wordt meer dan goedgemaakt door de rest, waarbij sampler/ programmeur/ componist / bandleider Damon Locks een hele ‘community’ aan vocalisten en jazzmuzikanten laat aanrukken. Over een basis van samples en elektrische geluidjes vloeit een oceaan van hypnotiserend mooie zang en blaasinstrumenten, met sluitstuk ‘The Body is Electric’ als verzengend hoogtepunt.

We horen een diepe en veelzijdige duik in de zwarte cultuur, waardoor de genreaanduiding ‘jazz’ eigenlijk geen recht doet aan de plaat. Ook de politieke en raciale spanningen van het hedendaagse Amerika, met daarbovenop nog een pandemie, zinderen door in elke noot. Als de laatste noot is weggestorven, jubelen de muzikanten hoe ‘Healing’ het was om samen deze muziek te maken. Blij om dat te horen, en fijn dat ik er een beetje van mocht meegenieten.

» details   » naar bericht  » reageer  

Muriel Grossmann - Reverence (2019) 3,5

22 mei, 13:51 uur

stem geplaatst

» details  

Wayne Shorter - Night Dreamer (1964) 3,5

20 mei, 19:33 uur

stem geplaatst

» details  

Jay Jay Johnson - The Eminent Jay Jay Johnson, Vol. 1 (1953) 3,0

15 mei, 23:19 uur

stem geplaatst

» details  

Miles Davis - Nefertiti (1968) 3,5

15 mei, 19:10 uur

Met: Miles Davis (trompet); Wayne Shorter (tenorsax); Herbie Hancock (piano); Ron Carter (bas); Tony Williams (drums)

Een tijdperk loopt ten einde: de laatste plaat die alléén maar met de leden van het ‘tweede grote kwintet’ werd gemaakt, en ook de laatste studioplaat in Davis’ oeuvre die helemaal met akoestische instrumenten werd ingespeeld.

Inhoudelijk kan ik er eigenlijk niet vele meer over zeggen dan ik al heb gedaan in mijn vorige drie recensies over het studiowerk van deze band. Ik onderschrijf ook wel wat Soledad hierboven zegt. Aan de ene kant is het muziek die respect afdwingt met enorme virtuositeit en creativiteit. Aan de andere kant voelt het voor mij juist daardoor soms te veel aan als een showcase voor de technische en compositorische vaardigheden van de bandleden.

In zijn autobiografie uit Davis de nodige kritiek op de free jazz die toen in opkomst was, waarop hij met deze band in zekere zin een antwoord probeert te formuleren. Ornette Coleman en (ex-bandlid) John Coltrane krijgen een veeg uit de pan: ze zouden zich hebben laten opstoken door witte critici om muziek te maken die onbegrijpelijk was, en zo hebben geholpen de jazz uit de mainstream te verdrijven.

Wie weet? Als ik zelf vijfenhalf decennium later nog naar een plaat van Coltrane luister, komt de passie en durf nog duidelijk bij me binnen, terwijl ik hier, zeker halverwege de plaat (‘Hand Jive’, ‘Madness’) een beetje het gevoel krijg dat het allemaal een beetje een hart mist, en een richting.

Niet dat het een slechte plaat is: het titelnummer dat de plaat opent is leuk gedaan, met dat hypnotiserende thema. Ook de laatste twee nummers zijn meer dan oké. En het blijft natuurlijk een band vol megagetalenteerde mensen, met een hoop interessante ideeën. Ik had wel gehoopt dat ik wat meer een ‘klik’ zou krijgen met het ‘tweede kwintet’, als ik hun studioplaten grondig zou beluisteren. Dat is helaas niet echt gebeurd.

Livewerk zoals Plugged Nickel staat nog op de wachtlijst, wellicht dat dat nog verschil gaat maken.

» details   » naar bericht  » reageer  

Sonny Rollins - Moving Out (1956) 4,0

13 mei, 20:41 uur

Met: Sonny Rollins (tenorsax); Kenny Dorham (trompet); Elmo Hope (piano); Percy Heath (bas); Art Blakey (drums)
Behalve op 'More Than You Know': Rollins met Thelonious Monk (piano); Tommy Potter (bas); Art Taylor (drums).

Erg leuk album. Opgenomen in het najaar van 1954 met veel 'usual suspects' uit de New Yorkse bop-scene van die tijd, en valt daarmee net buiten de scope van Rollins' bloeiperiode als studioartiest (najaar 1955- najaar 1957, ongeveer), waar ik de laatste tijd wat doorheen aan het grasduinen ben.

Toch fijn dat ik deze ook op de luisterlijst heb gezet, want hoewel Rollins in die tijd heroïne scoren misschien nog vaak belangrijker vond dan goede platen opnemen, is de energie hier er niet minder om. De snijdende maar smeuïge saxofoonstijl waarmee hij in de volgende jaren furore zou maken, is al min of meer ontwikkeld. Speels, inventief, virtuoos en soulvol, Sonny is het allemaal, en vooral op de eerste twee tracks kom je bijna oren tekort als hij soleert.

Kenny Dorham blijkt een prima secondant, een trompettist op wie ik weleens wat kritiek heb gegeven, maar van wie ik toch steeds meer bijdrages aan platen ontdek die me kunnen bekoren (beluister ook zijn werk met de vroege Jazz Messengers). Snel en technisch vaardig, maar altijd in dienst van de groove en de melodie van het nummer, eigenlijk gewoon superlekkere solo's van hem, stuk voor stuk. Art Blakey als drummer, ook daar is weinig tegenin te brengen. Elmo Hope pakt vooral tijdens zijn solo's zijn momentjes, maar ja, wat kun je nog verfraaien als Rollins en Dorham aan het spelen zijn?

Het laatste nummer van een andere sessie met Thelonious Monk is een fijne afwisseling (overige nummers uit deze sessie staan op deze plaat), hoewel ik de nummers met Dorham denk ik iets beter vind. Lekker compact plaatje ook, dit, al is 31 minuten eigenlijk wel érg karig.

» details   » naar bericht  » reageer  

Hank Mobley / Billy Root / Curtis Fuller / Lee Morgan - Monday Night at Birdland (1959) 4,0

11 mei, 20:43 uur

Met: Hank Mobley, Billy Root (tenorsax); Lee Morgan (trompet); Curtis Fuller (trombone); Ray Bryant (piano); Tommy Bryant (bas); Charles ‘Specs’ Wright (drums)

Ondanks een paar klinkende namen op dit podium is de plaat niet erg bekend, ik heb hem zelf moeten toevoegen aan Musicmeter (mag ik ook op deze plek nog even musicfriek bedanken voor zijn hulp hierbij?). Begrijpelijk wel, want een clubje redelijk voorspelbare muzikanten die redelijk voorspelbare muziek maken voor die tijd (twee bopklassiekers, twee standards), en uitgekomen op een label dat voor hedendaagse jazzfans misschien minder tot de verbeelding spreekt.

Desondanks een zeer aangename liveplaat, en goed opgenomen (al slaat de geluidsbalans soms wat door naar de ritmesectie). Het publiek draagt bij aan een goede sfeer, maar is niet irritant aanwezig, zoals het hoort bij de betere liveplaten. De muzikanten zijn uitstekend, en goed op elkaar ingespeeld.

Lee Morgan is de blikvanger, hij ging na een voortvarende start als wonderkind van de trompet hier een wat moeilijkere fase van zijn carrière in, geplaagd door een heroïneverslaving, maar daar merk je bij deze optredens (nog) weinig van. Hij is heerlijk scherp, creatief en speels. De rest doet daar niet heel veel voor onder, waarbij er mooie momenten zijn van de iets minder bekende namen Ray Bryant en Billy Root (die als ik me niet vergis goed heeft geluisterd naar wat Rollins en Coltrane de jaren daarvoor hadden gedaan). Iedereen gunt elkaar de ruimte om te stralen, wil het publiek vermaken en het spelplezier zindert ruim zes decennia later nog door de boxen heen.

Als doorgewinterde jazzfans naar deze plaat luisteren zullen ze mijn vier sterren waarschijnlijk een beetje overdreven vinden, want het is toch vooral drie kwartier hardbop volgens het boekje, destijds werden er honderden soortgelijke platen opgenomen. Ik merk dat ik dit soort kwaliteits-hardbop de laatste maanden gewoon erg fijn vind. Luister eens op Youtube naar deze versie van Bags’ Groove (de spelfout met de apostrof in de tracklijst heb ik overgenomen van de platenhoes, zie Discogs). Dat is toch gewoon een feestje? Ik word daar vrolijk van.

Ondanks de grote namen en de niet-beschikbaarheid op Spotify zijn originele persingen van dit album soms nog wel voor niet héél achterlijke prijzen op vinyl te krijgen. Zelf heb ik de knoop daarover eerlijk gezegd nog niet doorgehakt.

» details   » naar bericht  » reageer  

Pepper Adams & Jimmy Knepper - The Pepper-Knepper Quintet (1958) 3,0

8 mei, 16:14 uur

Met: Pepper Adams (baritonsax); Jimmy Knepper (trombone); Wynton Kelly (piano); Doug Watkins (bas); Elvin Jones (drums)

Alleen vanwege de naam ben ik al dolblij dat dit is gebeurd. Je zou het bijna op LP aanschaffen, zodat je op een zwoele avond achteloos kan mompelen, 'ach, weet je wat, ik gooi even Pepper Knepper op de draaitafel.'

Knepper, vooral bekend als bandlid van Charles Mingus, en Adams zouden vaker samen spelen, o.a. het jaar hierna op Mingus' voortreffelijke Blues and Roots en op verschillende platen van het Thad Jones/ Mel Lewis orchestra. Hier treffen we de heren op een betrekkelijk vroeg moment in hun carrière, ondersteund door een ritmesectie vol klinkende namen uit de hardbop van de jaren vijftig.

De plaat is aangenaam maar wel wat braaf. Misschien zijn Adams en zeker Knepper niet bij uitstek frontmannen, misschien wordt er iets te veel teruggegrepen op veilige standards en worden de teugels iets te weinig losgelaten, misschien zijn het nog de zenuwen die de kostbare studiotijd met zich meebrengt, of de matige productie door de studio zelf, maar het heilige vuur wil nooit echt ontvlammen. Voor fans van hardbop luistert het prima weg, en op hun beste momenten weten Adams en Wynton Kelly de boel nog net naar een krappe voldoende te trekken.

» details   » naar bericht  » reageer  

Horace Silver - Horace Silver Trio (1956) 3,0

6 mei, 21:05 uur

Met: Horace Silver (piano); Art Blakey (drums); Gene Ramey (bas op track 1-3); Curley Russell (bas op track 4-8); Percy Heath (bas op track 9-14); Louis 'Sabu' Martinez (conga op track 15)

Even wat administratie, want dit is een beetje een wazige release. Silver en Blakey brachten in 1952 en 1954 twee platen uit in het 10"- formaat, dat even later in onbruik raakte. In 1956 werd een 12"-LP uitgebracht die 12 nummers van die sessies verzamelde. Alle zestien nummers van de twee oorspronkelijke platen kwamen terecht op een verzamel-cd uit 1989, en dát is de tracklist die we hierboven zien.

Historisch wel een interessante plaat, want volgens mij zo'n beetje de oudste opnames van Blakey en Silver, de mannen die de Jazz Messengers oprichtten. Dat verhaal begint dus hier, met een verzameling heel aardige miniatuurtjes (voor jazzbegrippen) met een aantal bijzonder lekkere momenten.

Ik wil er niet te blasé over doen, want met Blakey en Silver krijg je natuurlijk kwaliteit. Misschien heb ik de laatste weken echter iets te vaak naar de immer opgeruimde Silver geluisterd, want het is voor mij typisch zo'n 'prima op de achtergrond, maar het pakt me bijna nergens echt bij mijn lurven'-plaat. Ook die mogen er natuurlijk zijn, en in het licht van al het moois dat nog ging komen, leuk om een paar keer gehoord te hebben.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Horace Silver Quintet & Trio - Blowin' the Blues Away (1959) 3,5

5 mei, 21:14 uur

stem geplaatst

» details  

Thad Jones - The Magnificent Thad Jones (1956) 4,0

4 mei, 21:45 uur

stem geplaatst

» details