menu

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van Sandokan-veld. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2020, februari 2020, maart 2020, april 2020, mei 2020, juni 2020, juli 2020, augustus 2020, september 2020, oktober 2020, november 2020, december 2020, januari 2021

Black Sabbath - Paranoid (1970) 3,5

gisteren om 21:23 uur

stem geplaatst

» details  

The Black Keys - Thickfreakness (2003) 3,5

afgelopen zaterdag om 13:36 uur

Deze plaat heb ik heel lang geleden op vinyl gekocht (Fat Possum 80371-1). Ik weet niet eens of ik destijds al een platenspeler had, maar ik vond dat toen cool, of zo? Net zo cool als de oude platen van The Black Keys, nog met die amateuristische rauwheid die ik, hoewel ik ze hun rocksterrenstatus van harte gun, een beetje mis op hun latere platen.

De lp stelde me destijds wat teleur: ik vond het geluid maar dof. Was dit nou dat vermaarde vinylgeluid waar oudere muziekliefhebbers zo opgewonden van werden? Jarenlang niet gedraaid, en toen ik hem net weer opzette, in het kader van een opschoning van de lp-kast, verwachtte ik dat deze op de 'wegdoen'-stapel zou belanden.

Dat gaat toch niet gebeuren. Met een paar jaar luisterervaring meer, vermoed ik dat dofheid komt door de DIY-opnametechniek die werd gebruikt. Hoort ook wel bij de charme van de plaat, denk ik nu, en met dat in gedachten is de geluidsmix eigenlijk uitstekend: stoere, krachtige riffs, beukende, droge drums en de zinderende bluesjank van Dan Auerbach, alles in zijn puurste vorm.

Ik gooi de waardering voor de plaat op zich wel een half puntje omlaag, naar 3,5*. The Black Keys stonden, althans in deze fase van hun loopbaan, wel héél erg steeds op hetzelfde standje, waardoor zeker op de b-kant het 'meh'-gevoel een beetje toeslaat. Maar de lp blijkt eigenlijk bijzonder aangenaam op een regenachtige zaterdagmorgen, en wordt hierbij verplaatst naar de categorie 'te bewaren.'

» details   » naar bericht  » reageer  

Miles Davis - Quiet Nights (1962) 2,5

afgelopen dinsdag om 22:28 uur

Met: Miles Davis (trompet); Gil Evans (arrangeur, dirigent); e.v.a.
Behalve op: ‘Summer Night’, Davis en: George Coleman (tenorsax); Victor Feldman (piano); Ron Carter (bas); Frank Butler (drums)

Tja, allereerst was het natuurlijk vooral Miles Davis zélf die deze plaat de grond inboorde. Hij en Gil Evans voelden zich misschien wat onder druk gezet door Columbia om iets te doen met de bossanova-hype rondom Stan Getz uit die tijd. Uit Davis’ autobiografie spreekt geen groot enthousiasme voor het project, en het eindresultaat is zeker niet rotslecht, maar in vergelijking met zijn eerdere werk met Gil Evans klinkt het wat flets en weinig sprankelend.

Columbia-producer Teo Macero besloot het resultaat een jaar later toch op lp uit te brengen, tot grote woede van Davis, die vond dat Macero zich toch al te veel met de plaat had bemoeid (“He should have just kept his ass in the recording booth […] instead of fucking around with us and fucking up everything”).

Omdat de sessies met Evans maar twintig minuutjes muziek hadden opgeleverd, werd de LP door Macero aangevuld met ‘Summer Nights’, een outtake uit één van de studiosessies met een kwintet waar later Seven Steps to Heaven uit voortkwam. Aangename ballad, maar het was geen grote ramp geweest als ie op de plank was blijven liggen.

Het brengt de totale speelduur op nog geen 27 minuten muziek, die grotendeels het ene oor in en het andere uitgaat. Je kunt je voorstellen dat platenkopers zich destijds een beetje bekocht voelden, wat misschien heeft bijgedragen aan de slechte reputatie van dit album. Echt slecht wordt het zelden, maar vergeleken met de klassiekers die Davis en Evans in de jaren daarvoor hadden opgenomen, is het toch behoorlijk mager.

Ze zouden daarna slechts sporadisch nog samenwerken. Eén van die keren was eind 1963, als ze ‘The Time of the Barracudas’ opnemen voor een theaterstuk. Dit nummer, een bonustrack op latere cd-releases van Quiet Nights, is wat fragmentarisch, maar straalt in ieder geval spelplezier uit. Én op de drums horen we iemand die de komende jaren heel belangrijk zou worden voor Miles: een piepjonge Tony Williams. Het tweede grote kwintet gloort aan de horizon.

» details   » naar bericht  » reageer  

Tyrone Washington - Natural Essence (1967) 4,0

18 januari, 18:01 uur

Met: Tyrone Washington (tenorsax); Woody Shaw (trompet); James Spaulding (altsax, fluit); Kenny Barron (piano); Reggie Workman (bas); Joe Chambers (drums)

Het overkomt me niet elke dag dat ik de eer heb om het aantal stemmen voor een plaat op Musicmeter te laten verdrievoudigen. Zo heb je nog rendement van een virtueel jazzavondje.
Gelukkig vonden de overige deelnemers mijn tip wel te verdragen, al gaf niemand hoger dan 3,5*. Ik kan er zelf wel 4* aan kwijt, maar het ligt dan misschien ook wat meer in mijn straatje.

Another forgotten jazz hero: Tyrone Washington (*1944) bracht tot dusver (kennelijk leeft hij nog) als bandleider slechts drie platen uit, en speelde als sideman op nog een handvol. Daarna verliet hij de muziek om (volgens de geruchten) zijn leven te wijden aan de Here.

Dat de jazzwereld daarmee een sterke saxofonist is verloren, laat Washington horen op deze zes originals, sterke maar voor die tijd niet enórm wereldschokkende hardbop/postbop-composities waaraan de solo's het meest opvallen.

De bandleider steelt zelf de show, en weet vooral op de tweede helft van de plaat regelmatig mijn oren gespitst te krijgen met technisch hoogstaande, emotioneel geladen solo's. Hij weet een vergelijking af te dwingen met de grote tenorsaxofonisten van de jaren zestig, en tóch redelijk origineel te klinken: knap! Achter hem speelt een sterke band, waar vooral een relatief jonge Woody Shaw, en de onvolprezen Reggie Workman positief opvallen.

Lekker plaatje dus voor fans van jaren zestig-postbop, Jackie McLean, Eric Dolphy, Wayne Shorter, enz.

» details   » naar bericht  » reageer  

Duke Pearson - The Phantom (1968) 3,0

18 januari, 11:48 uur

stem geplaatst

» details  

Dizzy Gillespie - Birk's Works (1958) 3,5

17 januari, 22:33 uur

stem geplaatst

» details  

Joe Henderson - The State of the Tenor • Live at the Village Vanguard • Volume Two (1987) 4,5

17 januari, 21:22 uur

stem geplaatst

» details  

John Coltrane Quartet - Ballads (1963) 3,5

17 januari, 17:24 uur

stem geplaatst

» details  

Miles Davis - Someday My Prince Will Come (1961) 4,0

10 januari, 16:34 uur

Met: Miles Davis- trompet; Hank Mobley- tenorsax (behalve op ‘Teo’); Wynton Kelly- piano; Paul Chambers- bas; Jimmy Cobb- drums (behalve op ‘Blues No. 2); John Coltrane- tenorsax (op ‘Someday My Prince Will Come’ en ‘Teo’)

De creatieve bloeiperiode waarin Miles Davis zich pakweg vanaf 1955 bevond, nadert hier haar einde. Na het voltooien van Sketches of Spain voelt hij zich naar eigen zeggen ‘volkomen leeg van binnen’, en een jaar lang maakt hij geen studio-opnames. Na een Europese tour stapt ook nog zijn trouwe leerling John Coltrane uit de band, om te gaan werken aan zijn illustere solocarrière.

De daaropvolgende zoektocht van Davis naar een nieuwe saxofonist, ontaardt zo'n beetje in een metafoor voor zijn artistieke identiteitscrisis (pas in het najaar van 1964, als Wayne Shorter tot de band toetreedt, begint een nieuwe bloeiperiode). In het voorjaar van 1961, als deze plaat op tape wordt gezet, is Hank Mobley de saxofonist van dienst. Een klinkende naam, alhoewel ik veel liefhebbers heb horen zeggen dat ze hem een saaie saxofonist vinden. Ik ken Mobley’s werk niet goed genoeg om daar een sterke mening over te hebben, maar hoe dan ook zet Miles Davis hem kort na de opnames alweer uit de band, later klagend dat Mobley niet genoeg zijn ‘verbeelding prikkelde.’

Het is misschien een veeg teken dat ook John Coltrane nog twee nummers komt meedoen. Op de plaatopener horen we direct een scherp contrast tussen de eerste solo van Mobley (subtiel, romantisch, beheerst) en de tweede van Coltrane (eigenzinnig, luid, all over the place). Later op de plaat vormt het sterke, Mobley-loze ‘Teo’, dat qua stijl doet denken aan de Aziatisch geïnspireerde modale stukken van Coltrane uit diezelfde periode (o.a. ‘Olé’), een mooi sluitstuk van de legendarische samenwerking tussen Davis en zijn meest befaamde pupil.

Het is een fijne afwisseling met de -inderdaad af en toe wel erg beleefde- Hank Mobley, wiens stijl toch vooral bij de ballads past (‘Drad Dog’ is voor mij het plaathoogtepunt). Maar het is de ritmesectie die het meeste indruk maakt. We horen de oerversie van het latere Wynton Kelly trio, dan al een ritmesectie van de buitencategorie. De pianist is zelf de ster van de plaat, en bewijst dat Davis latere omschrijving van hem als ‘de perfecte combinatie van Red Garland en Bill Evans’ er niet zo ver naast zit.

Verder memoreert Davis zelf deze sessies nog om twee redenen: omdat hij voor het eerst uitgebreid gebruik maakte van overdubs (tsja), en omdat zijn vrouw Frances op de cover staat. Davis klopt zichzelf (ook wel terecht) op de borst omdat hij een grote platenmaatschappij als Colombia zover kreeg zwarte vrouwen op platenhoezen te zetten (o.a. vanwege zijn bezwaar tegen de hoes van Miles Ahead, een paar jaar eerder), hoewel dit niet goedpraat dat hij diezelfde Frances (en zijn andere geliefden) regelmatig bont en blauw sloeg.

Desondanks, een erg sterke plaat, dikke vier sterren van mijn kant. In artistiek opzicht minder ambitieus dan klassieke voorgangers als ‘Kind of Blue’ en de platen met Gil Evans, misschien dat hij om die reden wat minder vaak in dat rijtje wordt genoemd. Het genieten hoeft er niet minder om te zijn.

» details   » naar bericht  » reageer  

Clifford Jordan Quartet - Glass Bead Games (1974) 4,0

9 januari, 15:26 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren

» details  

Charles Lloyd - 8: Kindred Spirits (2020) 3,5

Alternatieve titel: Live from the Lobero, 6 januari, 21:46 uur

stem geplaatst

» details  

Freddie Hubbard - Red Clay (1970) 4,0

6 januari, 09:36 uur

stem geplaatst

» details  

The Nels Cline Singers - Share the Wealth (2020) 3,0

5 januari, 15:43 uur

stem geplaatst

» details  

Tubby Hayes - Tubbs in N.Y. (1962) 4,0

5 januari, 15:14 uur

stem geplaatst

» details  

Miles Davis - Sketches of Spain (1960) 4,0

5 januari, 14:38 uur

Met: Miles Davis (trompet, hoorn); Gil Evans (Arrangeur, dirigent), en nog een stuk of dertig anderen.

Deze viel me uiteindelijk toch goed mee. Vaak zie ik Sketches of Spain verschijnen op lijstjes van favoriete Miles Davis-platen, hoewel mijn Mume-vriendjes op deze albumpagina wat kritischer zijn. Zelf had ik wat moeite met eerdere Gil Evans/ Miles Davis-projecten, de laatste hiervoor (Porgy and Bess) is zelfs één van mijn minst favoriete Miles Davis-platen. Van de paar keer dat ik Sketches of Spain eerder al had gedraaid, is me weinig bijgebleven.

In zijn boek beschrijft Davis hoe hij iemand hem een opname liet horen van Joaquín Rodrigo’s ‘Concierto de Aranjuez’ (het ‘Adagio’ is hier de plaatopener). Hij en arrangeur Gil Evans werden geïnspireerd tot een album vol Spaanse volksmuziek, die Davis zich en passant cultureel toe-eigent door te stellen dat Spaanse muziek een sterk Afrikaans karakter heeft vanwege de ‘Moorse’ invloeden.

Nu zal niet iedere Spanjaard ermee akkoord gaan dat hun hele cultuur is terug te voeren op de Islamitische periode uit de middeleeuwen. Buiten dat klinkt de plaat, kritisch bekeken, soms toch als gemaakt door een stel Amerikanen, die een Spaans middagje hadden in de studio.

Er zijn die suffe castagnetten voor het ‘olé-sfeertje’, er is Davis zelf die met plamuurlagen van hoorn en trompet niet dezelfde speelse romantiek in ‘Aranjuez’ weet te leggen als de Spaanse gitaar doet in de beroemdste versies van het stuk, en ondanks verschillende passages van grote schoonheid voelt vooral die opener soms nét te lang en te halfslachtig. Tegen de tijd dat ‘Will O’ the Wisp’ halverwege is, begint bij mij ook een beetje een Efteling-gevoel toe te slaan, alsof er elk moment poppen aan touwtjes uit het plafond kunnen zakken om een houterige flamenco te dansen.

De B-kant vind ik wel echt stúkken beter. Davis versie van ‘The Pan Piper’ is een onweerstaanbare cocktail van broeierige spanning en ingehouden passie, waarin Davis en het orkest van Evans elkaar perfect aanvullen. Het ‘ridders en kastelen’- getoeter ‘Saeta’ zorgt in ieder geval voor wat afwisseling, waarna Evans’ Flamenco-pastiche ‘Solea’ nog het albumhoogtepunt is, een volledig geslaagde, kruidige en swingende samensmelting van ingrediënten uit de jazz en de mediterrane muziek.

Al met al een niet helemáál geslaagde plaat, maar zeker één die ’s avonds aangenaam wegluistert.
De sterke B-kant tilt het voor mij naar een krappe vier sterren.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Rolling Stones - Aftermath (1966) 2,5

28 december 2020, 22:17 uur

stem geplaatst

» details  

Jeff Tweedy - WARMER (2019) 4,0

27 december 2020, 22:40 uur

stem geplaatst

» details  

Lee Morgan - The Sidewinder (1964) 4,5

26 december 2020, 12:18 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren

» details  

Cal Massey - Blues to Coltrane (1987) 3,0

25 december 2020, 17:20 uur

Met: Cal Massey- trompet; Julius Watkins- hoorn; Hugh Brodie- tenorsax; Patti Brown- piano; Jimmy Garrison- bas; G. T. Hogan- drums

Kennelijk was Calvin Massey nogal een cultfiguur in de jazzwereld. Tegenwoordig horen we zijn naam vooral als bijrolspeler in het evangelie van Coltrane. De twee waren bevriend, en speelden samen in verschillende bands in het Philadelphia van de jaren veertig en vijftig. Massey was een bedreven componist, en Coltrane zou later o.a. zijn 'Bakai' opnemen (op deze plaat ook vertegenwoordigd). Pianist McCoy Tyner en bassist Jimmy Garrison zaten in de band van Massey kort voordat Coltrane ze inhuurde.

Maar er is meer: niet de minste namen zetten een compositie van hem op plaat: Lee Morgan, Jackie McLean, en zelfs Charlie Parker. De (toevallig vorige week overleden) pianist Stanley Cowell noemde een compositie naar hem, die ook voor deze plaat werd opgenomen (die laatste luister ik nogal vaak de laatste maanden, dus zo kwam ik dan weer bij hem uit).

Blijkbaar bestaan er ook veel thuisopnames waarin hij zijn kinderen laat meedoen, en later zou hij veel met Archie Shepp werken, op wiens Attica Blues (1972) dan weer een nummer staat met Massey waarop ook diens dochter Waheeda meezingt ('Quiet Dawn').

Extra nieuwsgierig maakt het nog dat dit Massey's enige plaat is als bandleider, en dat hij ook pas vijftien jaar (!) na zijn dood in 1972 is uitgebracht. Heruitgebracht op vinyl in 2019, nog redelijk makkelijk te krijgen, al moet ik bekennen dat ik op Spotify heb geluisterd en de bandopstelling van Wikipedia heb geplukt. Daar wordt ook beweerd dat Massey vanwege zijn destijds radicale politieke ideeën en associatie met de 'Black Panther'-beweging, werd geboycot, en daarom nooit meer platen heeft mogen opnemen.
Ergens anders op internet wordt weer beweerd dat hij ooit een A&R-manager van Blue Note een rotschop verkocht, toen die niet met genoeg aandacht naar zijn ideeën luisterde, en dat dát hem een plekje op de 'zwarte lijst' bezorgde. Tja.

We mogen dan lichtelijk teleurgesteld zijn dat Blues to Coltrane geen obscuur meesterwerk is, maar een beetje een rommelige plaat. De muzikanten spelen bij vlagen aardig, maar vooral in het samenspel voelt de plaat aan alsof hij te gehaast is opgenomen. Massey schrijft interessante composities, alleen leggen zijn eigen vertolkingen het hier af tegen die van zijn beroemdere vrienden.

Luistert desondanks prima weg, maar uiteindelijk blijf je met het gevoel zitten dat deze meneer misschien wel een beter verzorgde nalatenschap had verdiend. Helaas ligt het jazz-kerkhof daar vol mee.

» details   » naar bericht  » reageer  

Miles Davis - Kind of Blue (1959) 4,5

25 december 2020, 13:17 uur

Met: Miles Davis (trompet); John Coltrane (tenorsax); Julian ‘Cannonball’ Adderley (altsax); Bill Evans (piano); Paul Chambers (bas) Jimmy Cobb (drums); Wynton Kelly (piano op 'Freddie Freeloader')

Wat schrijf je over een plaat die zo iconisch is, dat hij het genre bijna definieert? Die voor velen de eerste jazzplaat is die ze ooit luisterden? Dat laatste geldt trouwens ook voor mij, een jaar of vijftien á twintig geleden denk ik. Niet direct een groot succes, al blijkt uit mijn sterrenwaardering dat deze plaat en ik een eind gekomen zijn, sindsdien.

Maar wat geeft uitgerekend deze plaat zo’n onaanraakbare status? Vele uren luisterervaring later, en nadat ik dit jaar alle voorafgaande platen van Miles Davis van een recensie heb voorzien, vind ik het nog steeds lastig om dat te bepalen.

Casual jazzliefhebbers van het Matthijs van Nieuwkerk-type beginnen dan meteen over hoe geweldig Miles Davis trompet kon spelen, maar, sorry als ik hier een heilig huisje omverschop, zo’n enorme virtuoos was de man eigenlijk niet. Zelfs in zijn eigen tijd waren er een aantal trompettisten die technisch begaafder waren, zoals zijn mentor Dizzy Gillespie, Fats Navarro, Clifford Brown of Lee Morgan. Allemaal artiesten met nog steeds veel fans, maar niet de naamsbekendheid van Miles Davis, of een album op hun palmares met de status van Kind of Blue.

Wel was Davis gezegend met een ongekend artistiek zelfvertrouwen, voor een zwarte Amerikaan van zijn generatie. En ondanks (of misschien juist: dankzij) zijn technische beperkingen ontwikkelde hij een bijzonder scherp gevoel voor waar de jazz zich heen bewoog, welke stijlen hem in de voorhoede van het genre hielden, en welke bandleden hij daarvoor moest inhuren.

Vandaar dat artikelen en recensies over Kind Of Blue meestal het grensverleggende van het album benadrukken, via de ‘modale’ benadering van jazz, met pianist Bill Evans als muze. Dit verhaal is zo breed uitgesmeerd binnen de jazzliteratuur dat ik het hier niet hoef samen te vatten. In zijn autobiografie zegt Davis zelf echter ook nog andere dingen over de plaat, die je minder vaak terugleest.

Hij bezocht een optreden van 'Les Ballets Africains' met zijn vriendin, vertelt hij, en was totaal overdonderd door de dansers, de muziek en met name de rol van de Afrikaanse duimpiano hierin. Op een bepaalde manier deed het hem terugdenken aan de gospels die hij als kind hoorde, toen hij op familiebezoek was in Arkansas. Ook schrijft hij over de gedeelde liefde van hem en Evans voor Ravel en Rachmaninov.

Dit alles smeulde in zijn hoofd, en kwam er uiteindelijk uit in de vorm van vijf muzikale schetsen, die hij aan zijn band zou voorleggen in het voorjaar van 1959.
(Volgens hemzelf, althans. Boze tongen beweren dat eigenlijk pianist Evans het genie is achter deze composities, en niet Davis. Dat zal wellicht een beetje overdreven zijn, al heeft Davis de schijn wel een beetje tegen: hij zou vaker in zijn carrière composities van anderen jatten, en ondanks zijn felle ontkenningen in zijn boek, worden ‘Blue in Green’ en ‘Flamenco Sketches’ tegenwoordig zelfs door zijn nalatenschap als (co)composities van Evans erkend. Hoe dan ook--)

Het geeft, vind ik, een beter, eerlijker en mooier beeld van de plaat, als je je Miles Davis voorstelt niet als een soort professor in muzikale wiskunde, rekenend met modale toonladders, maar als een artiest, die uiting wilde geven aan verschillende gevoelens die in hem broeiden, een vuurtje dat werd aangestoken door invloeden uit de jazz, de blues, wereldmuziek, gospel, en klassiek.

Schetsen komen natuurlijk nooit op papier zoals je ze had voorgesteld, en dan moeten nog vijf bandleden er hun plasje over doen: muzikale stemmen die zo uiteenliepen als de prille kosmische storm van John Coltrane, de volromige blues van Cannonball Adderley, of het sprankelende impressionisme van Evans. In zijn autobiografie vertelt Davis, geamuseerd, hoe verbaasd mensen reageren als hij ze vertelt dat het eindresultaat totaal anders klinkt dan hij in gedachten had. ‘I just missed [what I was trying to do]’.

Ondanks alle muziektheorie die mensen er soms bijslepen, zit de kracht van de plaat volgens mij in de melancholie, bewondering, hunkering die Miles Davis dreven. De modale benadering gaf hem en zijn band de ruimte om dit zo puur en onbevangen mogelijk te uiten. Het maakt dat de plaat nog steeds door een onbevangen jazzbeginner kan worden aangezet, en kan worden begrepen. Ik ben niet helemaal zeker of ik het Miles Davis’ beste plaat vind, maar voor dat laatste natuurlijk sowieso niets dan lof.

» details   » naar bericht  » reageer  

José James - No Beginning No End 2 (2020) 3,5

25 december 2020, 12:49 uur

stem geplaatst

» details  

Sonny Rollins - Way Out West (1957) 4,0

20 december 2020, 18:54 uur

stem geplaatst

» details  

Jeff Tweedy - Love Is the King (2020) 4,0

19 december 2020, 12:09 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren

» details  

Lee Morgan - Vol. 3 (1957) 4,0

5 december 2020, 11:02 uur

Met: Lee Morgan- trompet; Benny Golson- tenorsax, componist; Gigi Gryce- fluit, altsax; Wynton Kelly- piano; Paul Chambers- bas; Charlie Pership- drums.

De plaat werd opgenomen in maart 1957, nog steeds een ruim kwartaal voor Morgans negentiende verjaardag. Voor de uniek getalenteerde tiener was het inmiddels al zijn vijfde soloplaat. De sterke lijn van zijn vorige plaat voor Blue Note wordt doorgezet, met behulp van een sterke band.

Golson schreef alle vijf de composities, en kennelijk is dit één van de vroegste opnames van zijn standard 'I Remember Clifford' (dat moet ook haast wel, aangezien de Clifford in kwestie nog geen jaar daarvoor was overleden). Het trompetspel van Lee Morgan vult bijna dat hele nummer, en al haalt hij nog niet helemáál de emotionele reikwijdte van een Brownie, het eerbetoon is aandoenlijk.

Ook op de rest van de plaat speelt Golson een bescheiden rol, net als Gryce en de immer ondergewaardeerde Wynton Kelly: ze kleuren in, kiezen het juiste moment voor hun eigen prima solo's, en laten verder de jonge trompettist stralen. Liefhebbers van jazz uit deze periode zullen zeggen dat het een typische hardbopplaat is, en dat is waar, maar met monsters als 'Domino' en Mesabi Chant' nestelden Morgan en Co zich overtuigend in de top van het genre.

Waar de vorige Morgan op Blue Note een krappe vier sterren van me kreeg, geef ik deze een ruime vier sterren, en een plek op het vinyl-wenslijstje. Aanrader.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Stills-Young Band - Long May You Run (1976) 3,0

3 december 2020, 21:31 uur

stem geplaatst

» details