Hier kun je zien welke berichten exsxesven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Ayumi Hamasaki - (miss)understood (2006)

0
geplaatst: 14 oktober 2022, 20:34 uur
sxesven schreef:
Aangezien ik het recente Secret (al toegevoegd, maar nog in de wachtrij) verrassend genoeg best te pruimen vond, dacht ik er goed aan doen voorganger (miss)understood ook eens te draaien. Ik was redelijk definitief afgehaakt bij het legendarische misbaksel My Story, maar gezien het dus best aardige Secret, dat ik uit nieuwsgierigheid eens draaide, werd ik toch ook wel benieuwd naar het album dat tussen deze twee werd uitgebracht. Bold & Delicious kende ik al en vond ik een alleszins aardig nummer, dus een goed begin - enfin, u kent het. Echter, hierna werd ik track na track getrakteerd op gezapige slappe hap en vreselijk doorsnee gezeur; enkel Heaven is nog enigszins te pruimen. Erg, erg, erg, erg jammer, maar deze kan ik met een gerust hart afraden. Onplezierig en tenenkrommend.
Aangezien ik het recente Secret (al toegevoegd, maar nog in de wachtrij) verrassend genoeg best te pruimen vond, dacht ik er goed aan doen voorganger (miss)understood ook eens te draaien. Ik was redelijk definitief afgehaakt bij het legendarische misbaksel My Story, maar gezien het dus best aardige Secret, dat ik uit nieuwsgierigheid eens draaide, werd ik toch ook wel benieuwd naar het album dat tussen deze twee werd uitgebracht. Bold & Delicious kende ik al en vond ik een alleszins aardig nummer, dus een goed begin - enfin, u kent het. Echter, hierna werd ik track na track getrakteerd op gezapige slappe hap en vreselijk doorsnee gezeur; enkel Heaven is nog enigszins te pruimen. Erg, erg, erg, erg jammer, maar deze kan ik met een gerust hart afraden. Onplezierig en tenenkrommend.
Ongetwijfeld neergepend in een periode van Ayu-allergie (zie mijn recensie bij NEXT LEVEL), want wat komt (miss)understood er hier toch bekaaid vanaf. Zoals ik in voorgenoemde recensie ook al schreef ben ik druk bezig geweest met het (her)ontdekken en (her)waarderen van een deel van Ayu's discografie (zo ongeveer alles post-2005) en was ik regelmatig verrast dat ik platen die ik destijds (blijkbaar) niet te pruimen vond nu opeens goed of zelfs briljant vond.
(miss)understood is misschien wel mijn favoriete Ayu-plaat nu. Net als de andere uitschieters van deze Japanse popgodin is 'ie consistent goed en consistent gevarieerd. In fairness: ergens gruwel ik intens bij puur de gedachte aan het idee van een gevarieerd popalbum met scheutjes van van alles wat - dat moet immers wel uitpakken als zo'n rommeltje als Miriam Yeung's Make Up of gewoon één van de zooooooooooooooo veel nikszeggende mainstream popplaten vol met wat - bibber - adult contemporary heet ("Adult contemporary..." "Brrrr..."). (Dat is uiteraard meteen mijn eigen voorbeoordeeldheid; er wordt ook absoluut goeie en diverse pop gemaakt natuurlijk.)
Ayu kan het echter zoooooooooooooooooooo goed. Hoe (miss)understood gaat van het funky, haast gospel-achtige Bold & Delicious, via een slepende rocker als de titeltrack of criminal, naar het geweldige, tropische fairyland, om te eindigen op zo'n gigantisch mooi en understated rainy day, tja, je kan je haast niet voorstellen dat het allemaal niet alleen een intens sterke maar ook zo cohesieve plaat zou opleveren, maar dat doet het absoluut. Het sneue is uiteindelijk dat hoeveel woorden ik er ook aan besteed, ik geen eer kan doen aan hoe briljant Ayu is (was? Is? Wel lekker bezig weer de laatste tijd.). Elk bijvoeglijk naamwoord lijkt te nauw, te eng, te smal, te klein, te beperkt om haar fantastische muziek te beschrijven. Zo kan ik Pride wel spookachtig en beklijvend noemen, maar dan draai je hem en denk je, ja, je komt nog een bijvoeglijk naamwoordje of een miljoen te kort. Om misschien maar te zeggen: a picture says more than a thousand words, an Ayu song literally can never ever ever ever ever be caught in any amount of words.
De enige kleine wanklank op deze plaat is het ietwat lauwe Beautiful Day. Zelfs voor dit wat gezapige, één-dimensionale (hey, deze bijvoeglijk naamwoorden dekken de lading dan weer best aardig) trackje heb ik natuurlijk ruimte in mijn hart, maar echt veel stelt het nummer niet voor. (miss)understood is daaromheen echter zó ontzettend geweldig dat dat helemaal niet erg is.
Oh, en nog even een kort momentje aandacht voor HEAVEN, dat - zoals GREEN van NEXT LEVEL zich zo plots ontvouwt als een bloem - plots openbreekt alsof de wolken aan de hemel, bla bla bla, ja ja exsxesven, woorden doen het toch al geen eer aan, gewoon gaan luisteren, J-poppers.
Ayumi Hamasaki - NEXT LEVEL (2009)

1
geplaatst: 13 oktober 2022, 10:07 uur
Ik heb de afgelopen jaren (inmiddels bijna decennia - mijn Ayu-fandom begon in 2003) aardig wat over Ayumi Hamasaki geschreven. Een flink deel van al deze schrijfsels beslaan mijn niet altijd even gezonde, obsessieve luistergedrag, waarbij ik in korte fases zo belachelijk veel, vaak en lang Ayu luister dat ik vervolgens een tijdje weer geen noot kan horen. Al bijna twintig jaar fiets ik nu door deze cycli van hyperconsumptie en geheelonthouding en bezorgt Ayu me zo zowel periodes van de meest intense muziekbeleving en fandom als periodes waarin ik last heb van een soort Ayu-allergie.
NEXT LEVEL heb ik regelmatig afgedaan als een matig album dat veel te enthousiast wilde meeliften op de electropophype van destijds – Perfume was één van de populairste J-pop-acts van het moment en het leek mij uiterst duidelijk dat NEXT LEVEL niets anders was dan een simpele cash-in op de hype. Hoe makkelijker scoren dan mee te liften op het succes van anderen? Extra teleurgesteld was ik nog wel in Ayu omdat ze juist altijd precies had gedaan wat ze zelf wilde en waar ze goed in was – wars van trends noem je zoiets, en tot halverwege de 00s was Ayu dat absoluut (vond ik dan). Vanaf My Story (vond ik dan) was de klad er echter een beetje ingekomen (vond ik dan).
Mijn kritiek bleek echter niet geheel terecht, al duurde het wel een ruim decennium voor ik daar eindelijk achter kwam. Ik had me namelijk na mijn intense eerste fanperiode neergelegd bij het feit dat Ayu’s genialiteit eindig was - en het vaatje blijkbaar ergens rond 2005 opeens leeg. Mijn luisteren beperkte zich tot de albums tot en met Rainbow, het mini-album Memorial Address en de eenzame uitschieter Secret, die uitgekomen was tussen een reeks teleurstellende, vlakke albums (vond ik dan).
Zo ging dat jaren en jaren, tot ik ergens begin 2022 de stoute schoenen aantrok en in plaats van één van de vaste waarden een compilatie op Spotify aanslingerde (WINTER BALLAD SELECTION, uiteraard met ALLEMAAL HOOFDLETTERS) (ik heb namelijk een bijzondere zwak voor goede J- en K-ballads – op deze compilatie dan ook een aantal grote favorieten). Tussen de mij al wat bekendere tracks werd ik echter plots overdonderd door een track die voor mij nog helemaal nieuw was, het fenomenale You were… Ik weet nog dat ik even in absolute shock verkeerde, zo weinig was ik voorbereid op de genialiteit die ik blijkbaar al 12 jaar was misgelopen (You were… bleek van het door mij eveneens ten onrechte verguisde Rock ’n Roll Circus, dat ik nooit echt een kans had gegeven). Inmiddels behoort You were… tot één van mijn absolute favorieten.
You were… was de song waardoor ik Ayu’s discografie weer actief begon te verkennen en dat leverde al gauw nog veel meer verrassingen op. (miss)understood had ik ten tijde van de release maar weinig interessant gevonden, maar dit album werd snel mijn meest beluisterde en wellicht zelfs lievelingsalbum van Ayu. Dagen en weken stond Ayu op repeat: eerst vooral (miss)understood, toen langzaam maar zeker met toevoeging van veel meer voor mij volledig of relatief nieuwe albums. Zo bleek niet alleen (miss)understood een schot in de roos, maar vond ik ook Rock ’n Roll Circus, M(A)DE IN JAPAN, LOVE again en (dus) NEXT LEVEL helemaal geweldig.
Meeliften op de electropophype? Wat een hard en onwaar oordeel. Hoewel het visuele karakter van dit album daar zeker de mosterd vandaan haalde (niet alleen het artwork, maar ook de clips van o.a. Rule en Sparkle) is het album op muzikaal vlak klassieke Ayu, met haar kenmerkende, volstrekt eigen smaak J-pop. Zo ongeveer sinds Duty is ze bezig geweest deze stijl te perfectioneren en levert ze steeds platen af die een eclectisch maar eenduidig popconcept bieden, waarin knallende rock wordt afgewisseld met knetterende dance en tranentrekkende ballads – soms binnen dezelfde track.
Op NEXT LEVEL bleken gewoon (‘gewoon’) weer stapeltjes pareltjes te vinden. De etherische titeltrack, het knallende Identity, de zo zo zo fijn gestructureerde ballad Days, het zijn slechts drie uitblinkers op deze consistent goede en consistent gevarieerde plaat. Het magische GREEN is misschien wel het absolute hoogtepunt; na een kort, beklemmend intro opent de song plots en volledig als een met dauw bedekte bloem die zich naar de eerste zonnestralen richt, met een zo vol, zo organisch, zo groen geluid, geen beschrijving kan het eer aan doen.
Ook interessant is het feit dat Ayu er in de jaren voorafgaand aan (o.a.) NEXT LEVEL er weleens van beticht werd bloated albums af te leveren, van die albums die elke van de 74 minuten die op een reguliere CD te proppen waren benutten (vanaf I am… was dat een beetje de trend geworden, maar met Secret kwam er eigenlijk alweer een keerpunt) en daarmee soms maar dúren. NEXT LEVEL is ook gewoon lekker compact met zijn 55 minuten; je er zou zelfs iets op aan te merken kunnen hebben als je je beseft dat er nog een aantal interludes in verstopt zit (dat was overigens ook altijd al een handelsmerk van Ayu), maar deze geven het album alleen nog maar meer vorm en cohesie.
Kortom: NEXT LEVEL is met gemak één van Ayu's beste platen en zou verplicht huiswerk moeten zijn voor elke J-pop-adept.
NEXT LEVEL heb ik regelmatig afgedaan als een matig album dat veel te enthousiast wilde meeliften op de electropophype van destijds – Perfume was één van de populairste J-pop-acts van het moment en het leek mij uiterst duidelijk dat NEXT LEVEL niets anders was dan een simpele cash-in op de hype. Hoe makkelijker scoren dan mee te liften op het succes van anderen? Extra teleurgesteld was ik nog wel in Ayu omdat ze juist altijd precies had gedaan wat ze zelf wilde en waar ze goed in was – wars van trends noem je zoiets, en tot halverwege de 00s was Ayu dat absoluut (vond ik dan). Vanaf My Story (vond ik dan) was de klad er echter een beetje ingekomen (vond ik dan).
Mijn kritiek bleek echter niet geheel terecht, al duurde het wel een ruim decennium voor ik daar eindelijk achter kwam. Ik had me namelijk na mijn intense eerste fanperiode neergelegd bij het feit dat Ayu’s genialiteit eindig was - en het vaatje blijkbaar ergens rond 2005 opeens leeg. Mijn luisteren beperkte zich tot de albums tot en met Rainbow, het mini-album Memorial Address en de eenzame uitschieter Secret, die uitgekomen was tussen een reeks teleurstellende, vlakke albums (vond ik dan).
Zo ging dat jaren en jaren, tot ik ergens begin 2022 de stoute schoenen aantrok en in plaats van één van de vaste waarden een compilatie op Spotify aanslingerde (WINTER BALLAD SELECTION, uiteraard met ALLEMAAL HOOFDLETTERS) (ik heb namelijk een bijzondere zwak voor goede J- en K-ballads – op deze compilatie dan ook een aantal grote favorieten). Tussen de mij al wat bekendere tracks werd ik echter plots overdonderd door een track die voor mij nog helemaal nieuw was, het fenomenale You were… Ik weet nog dat ik even in absolute shock verkeerde, zo weinig was ik voorbereid op de genialiteit die ik blijkbaar al 12 jaar was misgelopen (You were… bleek van het door mij eveneens ten onrechte verguisde Rock ’n Roll Circus, dat ik nooit echt een kans had gegeven). Inmiddels behoort You were… tot één van mijn absolute favorieten.
You were… was de song waardoor ik Ayu’s discografie weer actief begon te verkennen en dat leverde al gauw nog veel meer verrassingen op. (miss)understood had ik ten tijde van de release maar weinig interessant gevonden, maar dit album werd snel mijn meest beluisterde en wellicht zelfs lievelingsalbum van Ayu. Dagen en weken stond Ayu op repeat: eerst vooral (miss)understood, toen langzaam maar zeker met toevoeging van veel meer voor mij volledig of relatief nieuwe albums. Zo bleek niet alleen (miss)understood een schot in de roos, maar vond ik ook Rock ’n Roll Circus, M(A)DE IN JAPAN, LOVE again en (dus) NEXT LEVEL helemaal geweldig.
Meeliften op de electropophype? Wat een hard en onwaar oordeel. Hoewel het visuele karakter van dit album daar zeker de mosterd vandaan haalde (niet alleen het artwork, maar ook de clips van o.a. Rule en Sparkle) is het album op muzikaal vlak klassieke Ayu, met haar kenmerkende, volstrekt eigen smaak J-pop. Zo ongeveer sinds Duty is ze bezig geweest deze stijl te perfectioneren en levert ze steeds platen af die een eclectisch maar eenduidig popconcept bieden, waarin knallende rock wordt afgewisseld met knetterende dance en tranentrekkende ballads – soms binnen dezelfde track.
Op NEXT LEVEL bleken gewoon (‘gewoon’) weer stapeltjes pareltjes te vinden. De etherische titeltrack, het knallende Identity, de zo zo zo fijn gestructureerde ballad Days, het zijn slechts drie uitblinkers op deze consistent goede en consistent gevarieerde plaat. Het magische GREEN is misschien wel het absolute hoogtepunt; na een kort, beklemmend intro opent de song plots en volledig als een met dauw bedekte bloem die zich naar de eerste zonnestralen richt, met een zo vol, zo organisch, zo groen geluid, geen beschrijving kan het eer aan doen.
Ook interessant is het feit dat Ayu er in de jaren voorafgaand aan (o.a.) NEXT LEVEL er weleens van beticht werd bloated albums af te leveren, van die albums die elke van de 74 minuten die op een reguliere CD te proppen waren benutten (vanaf I am… was dat een beetje de trend geworden, maar met Secret kwam er eigenlijk alweer een keerpunt) en daarmee soms maar dúren. NEXT LEVEL is ook gewoon lekker compact met zijn 55 minuten; je er zou zelfs iets op aan te merken kunnen hebben als je je beseft dat er nog een aantal interludes in verstopt zit (dat was overigens ook altijd al een handelsmerk van Ayu), maar deze geven het album alleen nog maar meer vorm en cohesie.
Kortom: NEXT LEVEL is met gemak één van Ayu's beste platen en zou verplicht huiswerk moeten zijn voor elke J-pop-adept.
Bad Gyal - Worldwide Angel (2018)

4
geplaatst: 18 augustus 2022, 00:00 uur
Soms wordt je horizon op onverwachte wijze weer wat vergroot.
Verreweg de meeste muziekgenres en -stijlen bestaan op een spectrum van toegankelijkheid: van gezellige kinderhiphop tot gruizige noisehop, van gelikte hair metal tot verzengende war metal, van gezellige tropical house-hitjes tot kale techno, van line-dance country-pop tot brakke alt country, ga zo maar door. Wellicht, vroeg ik me een paar jaar geleden echter af, zijn er ook genres waarvoor dit niet zo is, genres die inherent poppy zijn en waar van experimenteerdrift eigenlijk geen sprake is. Hoe zou dat zitten met reggaeton? Alleen bekend als ik was met de eindeloze zomerhitjes met de eeuwige dembow eronder leek me dit een schoolvoorbeeld van een uitsluitend poppy muziekstijl - maar was dat zo?
Op naar de zoekmachine, waar een snelle zoekopdracht me leerde dat experimentele reggaeton wel degelijk bestaat: ik vond een artikeltje met daarin een rijtje artiesten en tracks op een glijdende schaal van (on)toegankelijkheid, met daarin als meest extreme voorbeeld het inderdaad aparte Chiquito Bendito van Las Sucias. Krijg nu de pleuris, dacht ik, het bestaat inderdaad. Met nog wat verder zoekwerk belandde ik onder andere bij een artikel over de sad girl reggaeton van La Favi en nog een artikeltje met wat experimentele tracks. Wat me echter nog het meest verraste was dat er wat verdomd goede muziek bij bleek te zitten. Het was vooral de stomende, hedonistische track Acelera van Ms Nina en voorgenoemde La Favi die me over de streep trok. Wat de fuk, reggaeton kon vies, vuil en vet klinken!
Vanaf eind 2017 begon dus mijn zoektocht door de alternatievere uitwassen van reggaeton, een (overigens kaleidoscopische verzameling van) stijl(en) die door aangever Tomasa Del Real neoperreo gedoopt werd, een handige zoekterm waarmee ik al gauw legio fantastische tracks en artiesten ontdekte. In deze ontdekkingstocht stuitte ik op een dag op de Spotify-pagina van Bad Gyal. Ik weet nog dat ik de naam vooral (tenenkrommend) grappig vond en er een foto van naar mijn vriendin stuurde. Natuurlijk ook een track geprobeerd en dat was Fiebre maar... wat in de vliegende graftyfus was dit voor autotune-hel? Ik wist niet hoe snel ik het weer uit moest zetten. Ik bleef natuurlijk verder vrolijk neoperreo proberen en was er voor mezelf al gauw achter dat Paul Marmota één van de meest interessante atiesten was met fantastische producties: zijn Destino Paraíso was één van de eerste tracks die ik in mijn zoektocht was tegengekomen en was met zijn bijzondere combinatie van vaporwave-esthetiek en melancholische instrumentale muziek aanleiding om de muziek van de man uitgebreid uit te pluizen.
En natuurlijk had Paul Marmota ook voor Bad Gyal geproduceerd: onvermijdelijk kwam ik in mijn zoektocht deze dame weer tegen, dit keer met het wel heel wonky Nicest Cocky. Waarom het toen opeens wel raak was? Ik weet het niet, ik kan me zelf niet eens meer voorstellen hoe vreselijke ge-auto-tuned ik Bad Gyals stem destijds vond, zo fantastisch als ik haar nu vind, maar ongetwijfeld zijn er nog voldoende blank slates op MuMe die me kunnen vertellen dat het inderdaad gruwelijk en kut is. Hoe dan ook, vanaf Nicest Cocky was het raak en begon ik het oeuvre van Bad Gyal uit te pluizen. Dat bleek (ook toen al) vol met pareltjes: het absoluut meesterlijke Jacaranda (nog steeds mijn favoriet), het stuiterende Mercadona (inderdaad, de Spaanse supermarktketen) en ja hoor, zelfs het zweterige, koortsige Fiebre werd een groot favoriet. Het was een toffe tijd om fan te zijn, want vanaf begin 2018 kwam de machine echt goed op stoom, met eerst de single Blink (met fantastische productie van Florentino, ook al zo'n talent) en niet veel later het eerste mini-album, Worldwide Angel (Slow Wine uit 2016 was officieel een mixtape).
Niet alleen de knaller Blink was op Worldwide Angel te vinden, er stond nog veel meer uitstekend materiaal op - van het kale, zwoele Yo Sigo Igual en het nazomerse (en dat in februari!) Candela (net als Jacarande geproduceerd door Dubbel Dutch) tot de absolute banger Internationally en het door Paul Marmota geproduceerde Realize. Als er iets op Worldwide Angel aan te merken is (en iets vergelijkbaars geldt voor voorganger Slow Wine en opvolger Warm Up) is het dat de belofte van absolute genialiteit niet altijd en consistent ingelost wordt. Er is een heel (en niet bijzonder kort) lijstje met Bad Gyal-tracks die zonder twijfel en reserve het stempel geniaal, briljant en fenomenaal verdienen: Jacaranda, Nicest Cocky, Internationally, Blink, Slim Thick, Zorra, Hookah, Por Ti, Blin Blin, Fiebre - deze vrouw poept diamantjes alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Op de lang(ere)spelers (echt lang zijn ze ook weer niet) vallen echter altijd wel wat minder briljante momentjes (Warm Up is misschien nog het meest consistent). Dat is jammer, maar niet onoverkomelijk: Bad Gyal moet het w.m.b. toch niet per sé hebben van een (mini-)albumcontext. Een perfecte score voor een (mini-)album zal er dus wellicht wel nooit in zitten. Tegelijkertijd heeft Bad Gyal voor mij enkele van mijn favoriete tracks aller tijden geproduceerd en behoort ze zonder twijfel in mijn top 3 favoriete artiesten. Wie had dat pre-2017 ooit gedacht.
Is Worldwide Angel dus een aanrader? Voor het gros van MuMe waarschijnlijk niet, maar wie weet. (McSavah schat dit uiteraard al op waarde, de held.) Had je mij in 2016 verteld dat in 2022 neoperreo tot één van mijn favoriete genres zou behoren dan had ik je vreemd aangekeken. Als je me had verteld dat ik er zelf hele mixen aan zou wijden had ik je direct voor gek geklaard. Maar ja, truth is stranger than fiction. Oh, indeed.
Verreweg de meeste muziekgenres en -stijlen bestaan op een spectrum van toegankelijkheid: van gezellige kinderhiphop tot gruizige noisehop, van gelikte hair metal tot verzengende war metal, van gezellige tropical house-hitjes tot kale techno, van line-dance country-pop tot brakke alt country, ga zo maar door. Wellicht, vroeg ik me een paar jaar geleden echter af, zijn er ook genres waarvoor dit niet zo is, genres die inherent poppy zijn en waar van experimenteerdrift eigenlijk geen sprake is. Hoe zou dat zitten met reggaeton? Alleen bekend als ik was met de eindeloze zomerhitjes met de eeuwige dembow eronder leek me dit een schoolvoorbeeld van een uitsluitend poppy muziekstijl - maar was dat zo?
Op naar de zoekmachine, waar een snelle zoekopdracht me leerde dat experimentele reggaeton wel degelijk bestaat: ik vond een artikeltje met daarin een rijtje artiesten en tracks op een glijdende schaal van (on)toegankelijkheid, met daarin als meest extreme voorbeeld het inderdaad aparte Chiquito Bendito van Las Sucias. Krijg nu de pleuris, dacht ik, het bestaat inderdaad. Met nog wat verder zoekwerk belandde ik onder andere bij een artikel over de sad girl reggaeton van La Favi en nog een artikeltje met wat experimentele tracks. Wat me echter nog het meest verraste was dat er wat verdomd goede muziek bij bleek te zitten. Het was vooral de stomende, hedonistische track Acelera van Ms Nina en voorgenoemde La Favi die me over de streep trok. Wat de fuk, reggaeton kon vies, vuil en vet klinken!
Vanaf eind 2017 begon dus mijn zoektocht door de alternatievere uitwassen van reggaeton, een (overigens kaleidoscopische verzameling van) stijl(en) die door aangever Tomasa Del Real neoperreo gedoopt werd, een handige zoekterm waarmee ik al gauw legio fantastische tracks en artiesten ontdekte. In deze ontdekkingstocht stuitte ik op een dag op de Spotify-pagina van Bad Gyal. Ik weet nog dat ik de naam vooral (tenenkrommend) grappig vond en er een foto van naar mijn vriendin stuurde. Natuurlijk ook een track geprobeerd en dat was Fiebre maar... wat in de vliegende graftyfus was dit voor autotune-hel? Ik wist niet hoe snel ik het weer uit moest zetten. Ik bleef natuurlijk verder vrolijk neoperreo proberen en was er voor mezelf al gauw achter dat Paul Marmota één van de meest interessante atiesten was met fantastische producties: zijn Destino Paraíso was één van de eerste tracks die ik in mijn zoektocht was tegengekomen en was met zijn bijzondere combinatie van vaporwave-esthetiek en melancholische instrumentale muziek aanleiding om de muziek van de man uitgebreid uit te pluizen.
En natuurlijk had Paul Marmota ook voor Bad Gyal geproduceerd: onvermijdelijk kwam ik in mijn zoektocht deze dame weer tegen, dit keer met het wel heel wonky Nicest Cocky. Waarom het toen opeens wel raak was? Ik weet het niet, ik kan me zelf niet eens meer voorstellen hoe vreselijke ge-auto-tuned ik Bad Gyals stem destijds vond, zo fantastisch als ik haar nu vind, maar ongetwijfeld zijn er nog voldoende blank slates op MuMe die me kunnen vertellen dat het inderdaad gruwelijk en kut is. Hoe dan ook, vanaf Nicest Cocky was het raak en begon ik het oeuvre van Bad Gyal uit te pluizen. Dat bleek (ook toen al) vol met pareltjes: het absoluut meesterlijke Jacaranda (nog steeds mijn favoriet), het stuiterende Mercadona (inderdaad, de Spaanse supermarktketen) en ja hoor, zelfs het zweterige, koortsige Fiebre werd een groot favoriet. Het was een toffe tijd om fan te zijn, want vanaf begin 2018 kwam de machine echt goed op stoom, met eerst de single Blink (met fantastische productie van Florentino, ook al zo'n talent) en niet veel later het eerste mini-album, Worldwide Angel (Slow Wine uit 2016 was officieel een mixtape).
Niet alleen de knaller Blink was op Worldwide Angel te vinden, er stond nog veel meer uitstekend materiaal op - van het kale, zwoele Yo Sigo Igual en het nazomerse (en dat in februari!) Candela (net als Jacarande geproduceerd door Dubbel Dutch) tot de absolute banger Internationally en het door Paul Marmota geproduceerde Realize. Als er iets op Worldwide Angel aan te merken is (en iets vergelijkbaars geldt voor voorganger Slow Wine en opvolger Warm Up) is het dat de belofte van absolute genialiteit niet altijd en consistent ingelost wordt. Er is een heel (en niet bijzonder kort) lijstje met Bad Gyal-tracks die zonder twijfel en reserve het stempel geniaal, briljant en fenomenaal verdienen: Jacaranda, Nicest Cocky, Internationally, Blink, Slim Thick, Zorra, Hookah, Por Ti, Blin Blin, Fiebre - deze vrouw poept diamantjes alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Op de lang(ere)spelers (echt lang zijn ze ook weer niet) vallen echter altijd wel wat minder briljante momentjes (Warm Up is misschien nog het meest consistent). Dat is jammer, maar niet onoverkomelijk: Bad Gyal moet het w.m.b. toch niet per sé hebben van een (mini-)albumcontext. Een perfecte score voor een (mini-)album zal er dus wellicht wel nooit in zitten. Tegelijkertijd heeft Bad Gyal voor mij enkele van mijn favoriete tracks aller tijden geproduceerd en behoort ze zonder twijfel in mijn top 3 favoriete artiesten. Wie had dat pre-2017 ooit gedacht.
Is Worldwide Angel dus een aanrader? Voor het gros van MuMe waarschijnlijk niet, maar wie weet. (McSavah schat dit uiteraard al op waarde, de held.) Had je mij in 2016 verteld dat in 2022 neoperreo tot één van mijn favoriete genres zou behoren dan had ik je vreemd aangekeken. Als je me had verteld dat ik er zelf hele mixen aan zou wijden had ik je direct voor gek geklaard. Maar ja, truth is stranger than fiction. Oh, indeed.
Crying - Beyond the Fleeting Gales (2016)

3
geplaatst: 17 augustus 2022, 16:24 uur
Beyond the Fleeting Gales is een plaat die volgens mij onder haast ieders radar - inclusief de mijne, tot vorig jaar - is gebleven; in mijn geval tot ver nadat de band er helaas al de brui aan had gegeven. Hoewel deze plaat op RYM inmiddels een paar duizend stemmen heeft verzameld had ik er tot vorig jaar letterlijk nog nooit van gehoord. Ook hier op MuMe maar een mager aantal stemmen en ook nog eens een mager gemiddelde. En dat terwijl Beyond the Fleeting Gales één van de leukste en meest energieke platen is die ik ken. Gekke shit. Waar is het misgegaan?
Crying bracht in 2013 en 2014 twee EP'tjes uit: Get Olde en Second Wind (later verzameld op, u raadt het al: Get Olde / Second Wind). Hierop combineerde de band chiptune en power pop, een combinatie van stijlen die misschien een beetje uit de mode waren geraakt en wat suggereert dat Crying misschien in een wel heel nerdy niche opereerde - geen wonder dus dat de bekendheid beperkt bleef, toch? Op Beyond the Fleeting Gales wist de band echter een dermate succesvolle en eigen synthese van hun invloeden neer te zetten dat uitblijven van verdere waardering eigenlijk een raadsel is. Hier combineren ze power pop, prog rock, chiptune en scheutjes math rock tot een wel heel aantrekkelijke cocktail die gemakshalve nog het makkelijkst indie rock genoemd kan worden - ook al zo'n stijl waarvan de reputatie in 2016 inmiddels flink tanende was. Dit alles om maar te zeggen: wat jammer dat de band zich zo makkelijk (of moeilijk) in een hokje laat vangen.
Want één zin is uiteindelijk eigenlijk maar nodig om deze plaat degelijk te beschrijven: wat is het toch een fucking lekker album. Beyond the Fleeting Gales is zó energiek, zó opbeurend, zó heerlijk, kent zo'n fantastische drive. De melodietjes die zowel via het geweldige gitaarwerk als het gepiep en geronk van de GameBoy-synth je oren in gepropt worden zijn groots, grootser, grootst: we kennen allemaal het gevoel wel van als je je lievelingsliedje hoorde toen je twaalf was - wat een song was het! Die jankende gitaar! Je sprong op je bed en speelde op je luchtgitaar natuurlijk mee met het absolute hoogtepunt, je gezicht bijeen geperst als een gedroogde pruim, elke spier van je lichaam keihard aan het werk om iedere goddelijke noot via je poriën in je op te kunnen nemen! Beyond the Fleeting Gales is ruim 34 minuten dat moment, keer op keer op keer. De stuwende drums duwen nog een paar pepers in de reet van wat al een onmogelijk energiek potje muziek was. Tel daarbij op nog de geweldige zang van Elaiza Santos - verre van perfect en tegelijk volledig perfect - en tel uit je winst: Crying is gewoon echt fucking top.
De productie doet de muziek verder volledig eer aan en is eveneens groots, grootser, grootst: alles ronkt en knalt en suist en slaat je op heerlijke wijze voortdurend en genadeloos op je bek. Ruimte, als je daarnaar op zoek bent, is er misschien weinig op Beyond the Fleeting Gales; alleen op Well and Spring (en in mindere mate Children of the Wind) wordt echt even gas teruggenomen, de rest van de plaat is vooral gewoon barstensvol. Barstensvol geluid, ideeën, muziek, kracht, plezier. Een (verder volledig onterecht, natuurlijk) kritiekpuntje dat hier en daar weleens klinkt betreft de productie en het vermeende gebrek aan dynamiek erin. Daarin wordt dan zo nu en dan een objectieve meting van dynamiek aangehaald die verder subjectief totaal irrelevant is. Beyond the Fleeting Gales klinkt retevol en overdonderend, maar daar kwam ik voor en daar ben ik voor gebleven. Het is iets waar sommigen echter wellicht op kunnen afhaken. Wees dus, wellicht, gewaarschuwd (al tijdens de nog rustige eerste seconden van de opener worden de vocalen al richting het rood gepusht en neemt een gevoelige luisteraar wellicht wat onplezierige artefacten waar). Maar heb vooral schijt aan nodeloze waarschuwingen en ervaar het zelf.
Op zoek naar een vreselijk catchy, leuke, aanstekelijke, spetterende plaat vol spelplezier? Beyond the Fleeting Gales!
Crying bracht in 2013 en 2014 twee EP'tjes uit: Get Olde en Second Wind (later verzameld op, u raadt het al: Get Olde / Second Wind). Hierop combineerde de band chiptune en power pop, een combinatie van stijlen die misschien een beetje uit de mode waren geraakt en wat suggereert dat Crying misschien in een wel heel nerdy niche opereerde - geen wonder dus dat de bekendheid beperkt bleef, toch? Op Beyond the Fleeting Gales wist de band echter een dermate succesvolle en eigen synthese van hun invloeden neer te zetten dat uitblijven van verdere waardering eigenlijk een raadsel is. Hier combineren ze power pop, prog rock, chiptune en scheutjes math rock tot een wel heel aantrekkelijke cocktail die gemakshalve nog het makkelijkst indie rock genoemd kan worden - ook al zo'n stijl waarvan de reputatie in 2016 inmiddels flink tanende was. Dit alles om maar te zeggen: wat jammer dat de band zich zo makkelijk (of moeilijk) in een hokje laat vangen.
Want één zin is uiteindelijk eigenlijk maar nodig om deze plaat degelijk te beschrijven: wat is het toch een fucking lekker album. Beyond the Fleeting Gales is zó energiek, zó opbeurend, zó heerlijk, kent zo'n fantastische drive. De melodietjes die zowel via het geweldige gitaarwerk als het gepiep en geronk van de GameBoy-synth je oren in gepropt worden zijn groots, grootser, grootst: we kennen allemaal het gevoel wel van als je je lievelingsliedje hoorde toen je twaalf was - wat een song was het! Die jankende gitaar! Je sprong op je bed en speelde op je luchtgitaar natuurlijk mee met het absolute hoogtepunt, je gezicht bijeen geperst als een gedroogde pruim, elke spier van je lichaam keihard aan het werk om iedere goddelijke noot via je poriën in je op te kunnen nemen! Beyond the Fleeting Gales is ruim 34 minuten dat moment, keer op keer op keer. De stuwende drums duwen nog een paar pepers in de reet van wat al een onmogelijk energiek potje muziek was. Tel daarbij op nog de geweldige zang van Elaiza Santos - verre van perfect en tegelijk volledig perfect - en tel uit je winst: Crying is gewoon echt fucking top.
De productie doet de muziek verder volledig eer aan en is eveneens groots, grootser, grootst: alles ronkt en knalt en suist en slaat je op heerlijke wijze voortdurend en genadeloos op je bek. Ruimte, als je daarnaar op zoek bent, is er misschien weinig op Beyond the Fleeting Gales; alleen op Well and Spring (en in mindere mate Children of the Wind) wordt echt even gas teruggenomen, de rest van de plaat is vooral gewoon barstensvol. Barstensvol geluid, ideeën, muziek, kracht, plezier. Een (verder volledig onterecht, natuurlijk) kritiekpuntje dat hier en daar weleens klinkt betreft de productie en het vermeende gebrek aan dynamiek erin. Daarin wordt dan zo nu en dan een objectieve meting van dynamiek aangehaald die verder subjectief totaal irrelevant is. Beyond the Fleeting Gales klinkt retevol en overdonderend, maar daar kwam ik voor en daar ben ik voor gebleven. Het is iets waar sommigen echter wellicht op kunnen afhaken. Wees dus, wellicht, gewaarschuwd (al tijdens de nog rustige eerste seconden van de opener worden de vocalen al richting het rood gepusht en neemt een gevoelige luisteraar wellicht wat onplezierige artefacten waar). Maar heb vooral schijt aan nodeloze waarschuwingen en ervaar het zelf.
Op zoek naar een vreselijk catchy, leuke, aanstekelijke, spetterende plaat vol spelplezier? Beyond the Fleeting Gales!
Dempagumi.inc - World Wide Dempa (2013)

1
geplaatst: 25 augustus 2022, 23:24 uur
Only in Japan - wat een handige en breed inzetbare frase toch. Het land van de grote, grotere, grootste tegenstellingen en allerhande extremen - Harajuku, ero guro, yamanba, Yukio Mishima, Pinocchio 964, Hideshi Hino, Merzbow, Squirmfest, hikikomori, Ryu Murakami, pinchike, Fuji Kikaku, je kunt wel een tijdje doorgaan en alle exponenten en uitwassen van een maatschappij die nog altijd ondergedompeld is in traditionalisme proberen te noemen, maar er komt geen eind aan. Dat het muzikaal allemaal extreem kan is voor de meesten hier geen verrassing meer: Incapacitants, Hijokaidan, Merzbow, The Gerogerigegege, Kaoru Abe, Masonna, Hanatarash, Endon - één of meer van deze namen komt u inmiddels vast bekend voor. Dat het echter ook in de mainstream relatief extreem kan worden is echter misschien verrassender en tenminste bijzonder.
Uit deze extremere mainstream is één naam inmiddels onderdeel geworden van the collective (un)conscious trouwens: Kyary Pamyu Pamyu werd jaren geleden een kleine meme-hype toen de in suiker en glitter gewentelde stuiterpop van Pon Pon Pon (en de bijbehorende video, natuurlijk) opeens wat traction kreeg (zo was het een tijdje een populair onderwerp van reaction video's - immers niks zo leuk als je eigen bekrompenheid tentoonspreiden voor de rest van het interwebs). Kyary is raar, vreemd en ongewoon en zeker voor wie conventionelere fabriekspop gewend is is het allemaal maar bijzonder en raar en vreemd en ongewoon.
Sindsdien is Kyary Pamyu Pamyu's ster ook buiten Japan rijzende, met officiële releases in het Westen (een unicum voor J-pop-artiesten) en endorsements van o.a. Katy Perry, Grimes, Charlie XCX en Elite Gymnastics. Zowel met haar uiterlijk als haar muziek steekt ze er erg tussenuit en dat mag op aardige wat hippe credits rekenen. In haar thuisland hoort Kyary Pamyu Pamyu overigens gewoon in de (verder hartstikke hippe, hoor) mainstream en is ze een familievriendelijk idool voor zesjarige meisjes. (Om maar te zeggen, dat extreme is dan maar weer vrij relatief.)
Stop je Kyary Pamyu Pamyu echter in een blender met een paar lijntjes cocaïne, een vat energydrink en een halve vrachtwagen suiker en mix je dit alles op de hoogste snelheid dan is het resulterende papje - al draaiende op de hoogste snelheid - denpa (ook wel dempa), een parapluterm voor allerhande hieperdepieperdehyperactieve stuiterpop die, ja, natuurlijk only in Japan kan bestaan. Een beetje denpa-liedje zit vol tempo- en stemmingswisselingen, hyperactieve arrangementjes, onzinnig en razendsnel gebrabbel en gepiep en vooral héél, héél veel energie. (Met mijn zusje had ik het er eens over dat de betere denpa een soort pop-equivalent van chaotische hardcore á la Converge is.)
De absolute supersterren van de denpa zijn/waren (controversieel!) Dempagumi.inc. Ergens tussen 2013 en 2016 waren ze op hun hoogtepunt en slingerden ze het ene na het andere geweldige nummer de wereld in. Tracks als W.W.D, W.W.D Ⅱ, Den Den Passion, FD2 ~レゾンデートル大冒険~, Chururi Chururira, バリ3共和国 en ノットボッチ...夏 behoren zonder enige twijfel tot de denpa-canon en laten perfect horen waarom denpa zo'n ontzettend geweldig hoekje muziek is. Op dit debuutalbum (een aantal singles en een mini-album gingen het nog voor) wordt de belofte van de gekte nog het meest ingelost (al is de opvolger ook geweldig). Slechts heel soms is er ruimte voor wat relatieve rust en komen er tracks die voorbij die als iets traditionelere J-pop klinken. Daaromheen wordt onophoudelijk met tomeloze energie gestuiterd en gescandeerd en gespetterd. Last maar zeker niet least bevat deze plaat ook nog een gestoorde cover van Sabotage (jep, van de Beastie Boys).
Naast de gekte die Dempagumi op muzikaal gebied voortdurend op raketsnelheid genadeloos in je tedere smoelwerk bombardeert zit het ook visueel geweldig in elkaar: de clips van W.W.D en W.W.D II zijn bijvoorbeeld echt belachelijk episch en ook een clip als van Chururi Chururira is hyperkinetisch en fantastisch gemaakt. De afgelopen jaren zijn er helaas wat core members vertrokken (Moga!
Eimi!
NEMU!
), overigens inmiddels weer aangevuld en uitgebreid - ooit gestart met 5, op het hoogtepunt met 6 en inmiddels met 9 leden. De meest recente plaat DEMPARK!!! (JA MET HOOFDLETTERS EN DRIE UITROEPTEKENS NATUURLIJK!!!) haalt het hoge niveau van World Wide Dempa en WWDD zeker niet, al zitten ook hier nog wat geweldige tracks tussen zoals het superleuke MIKATAせずにはいられないっ!. Hoe dan ook, de ADHD-muziek van Dempagumi ligt helemaal in mijn straatje, gewoon geweldige shit dit. 
Uit deze extremere mainstream is één naam inmiddels onderdeel geworden van the collective (un)conscious trouwens: Kyary Pamyu Pamyu werd jaren geleden een kleine meme-hype toen de in suiker en glitter gewentelde stuiterpop van Pon Pon Pon (en de bijbehorende video, natuurlijk) opeens wat traction kreeg (zo was het een tijdje een populair onderwerp van reaction video's - immers niks zo leuk als je eigen bekrompenheid tentoonspreiden voor de rest van het interwebs). Kyary is raar, vreemd en ongewoon en zeker voor wie conventionelere fabriekspop gewend is is het allemaal maar bijzonder en raar en vreemd en ongewoon.
Sindsdien is Kyary Pamyu Pamyu's ster ook buiten Japan rijzende, met officiële releases in het Westen (een unicum voor J-pop-artiesten) en endorsements van o.a. Katy Perry, Grimes, Charlie XCX en Elite Gymnastics. Zowel met haar uiterlijk als haar muziek steekt ze er erg tussenuit en dat mag op aardige wat hippe credits rekenen. In haar thuisland hoort Kyary Pamyu Pamyu overigens gewoon in de (verder hartstikke hippe, hoor) mainstream en is ze een familievriendelijk idool voor zesjarige meisjes. (Om maar te zeggen, dat extreme is dan maar weer vrij relatief.)
Stop je Kyary Pamyu Pamyu echter in een blender met een paar lijntjes cocaïne, een vat energydrink en een halve vrachtwagen suiker en mix je dit alles op de hoogste snelheid dan is het resulterende papje - al draaiende op de hoogste snelheid - denpa (ook wel dempa), een parapluterm voor allerhande hieperdepieperdehyperactieve stuiterpop die, ja, natuurlijk only in Japan kan bestaan. Een beetje denpa-liedje zit vol tempo- en stemmingswisselingen, hyperactieve arrangementjes, onzinnig en razendsnel gebrabbel en gepiep en vooral héél, héél veel energie. (Met mijn zusje had ik het er eens over dat de betere denpa een soort pop-equivalent van chaotische hardcore á la Converge is.)
De absolute supersterren van de denpa zijn/waren (controversieel!) Dempagumi.inc. Ergens tussen 2013 en 2016 waren ze op hun hoogtepunt en slingerden ze het ene na het andere geweldige nummer de wereld in. Tracks als W.W.D, W.W.D Ⅱ, Den Den Passion, FD2 ~レゾンデートル大冒険~, Chururi Chururira, バリ3共和国 en ノットボッチ...夏 behoren zonder enige twijfel tot de denpa-canon en laten perfect horen waarom denpa zo'n ontzettend geweldig hoekje muziek is. Op dit debuutalbum (een aantal singles en een mini-album gingen het nog voor) wordt de belofte van de gekte nog het meest ingelost (al is de opvolger ook geweldig). Slechts heel soms is er ruimte voor wat relatieve rust en komen er tracks die voorbij die als iets traditionelere J-pop klinken. Daaromheen wordt onophoudelijk met tomeloze energie gestuiterd en gescandeerd en gespetterd. Last maar zeker niet least bevat deze plaat ook nog een gestoorde cover van Sabotage (jep, van de Beastie Boys).
Naast de gekte die Dempagumi op muzikaal gebied voortdurend op raketsnelheid genadeloos in je tedere smoelwerk bombardeert zit het ook visueel geweldig in elkaar: de clips van W.W.D en W.W.D II zijn bijvoorbeeld echt belachelijk episch en ook een clip als van Chururi Chururira is hyperkinetisch en fantastisch gemaakt. De afgelopen jaren zijn er helaas wat core members vertrokken (Moga!
Eimi!
NEMU!
), overigens inmiddels weer aangevuld en uitgebreid - ooit gestart met 5, op het hoogtepunt met 6 en inmiddels met 9 leden. De meest recente plaat DEMPARK!!! (JA MET HOOFDLETTERS EN DRIE UITROEPTEKENS NATUURLIJK!!!) haalt het hoge niveau van World Wide Dempa en WWDD zeker niet, al zitten ook hier nog wat geweldige tracks tussen zoals het superleuke MIKATAせずにはいられないっ!. Hoe dan ook, de ADHD-muziek van Dempagumi ligt helemaal in mijn straatje, gewoon geweldige shit dit. 
DJ Tekkeño - EUROTEKKEÑO.HeXPERIENCE (2020)

0
geplaatst: 21 augustus 2022, 08:55 uur
HexD is een relatief nieuwe stijl/hype/innovatie (doorhalen wat voor u niet van toepassing is) die gekenmerkt wordt door extreem overstuurd, gecomprimeerd gebitcrusht geluid - zo ongeveer hoe het zou klinken als je je favoriete Happy Hardcore-volume in een wel heel lage bitrate op 11 uit de speakers van je Gameboy zou laten schallen. Hierin - net als andere relatief moderne stijlen als vaporwave en utopian virtual - laat het zich inspireren door de esthetiek van een ander tijdperk en de (on)mogelijkheden en (on)gemakken van digitaliteit: zowel visueel als sonisch zit veel HexD ergens op het snijpunt van Pokémon Gold, Rave Parade 5, Sega Dreamcast, Wipeout 2097 en Trance Energy, muziek waarvan je de polygonen op twee handen kunt tellen en die even veel snelheidsovertredingen maakt als Sonic in je favoriete Sonic-game. Het gros van de HexD-releases is net als veel gerelateerde stijlen opgebouwd uit (overstuurde) fragmentjes en (gebitcrushte) stukjes van andere liedjes, veelal met amateuristische verve aan elkaar gedraaid tot knallende DJ-mixes.
DJ Tekkeño is een Chileense muzikante die met EUROTEKKEÑO.hEXPERIENCE mijn persoonlijke lievelings-HexD-mix heeft gemaakt, een mix die in iets meer dan een kwartiertje precies laat horen wat er nou zo ontzettend leuk is aan deze stijl/hype/innovatie (wederom doorhalen wat voor u niet van toepassing is). Deze mix knalt in zijn korte speeltijd door een heel stapeltje happy hardcore en trance en vergelijkbare stuiterhouse, hier en daar met heerlijk omhoog gepitchte vocalen en rijkelijk besprenkeld met passende geluidseffectjes als cartoony slipper-de-slipper-de-slips en pwoingende veertjes. Het is allemaal belachelijk energiek en uiteraard is dat één van de vele redenen dat dit me zo bevalt: het knettert en ratelt maar door als Jochem Myjer met een six-pack Red Bull achter de kiezen en muzikaal is dat nou precies in mijn straatje. Als er dan richting het einde van de mix zo uit het niets plots nog een wel heel geniale dembow-versie van de Jurassic Park-theme voorbij stuitert heb je me helemaal. Bijkomend voordeel van de speeldeur: je kunt hem daarna gewoon nog een keer op zetten.
Volgens mij ook nog eens een uitstekend instapplaatje voor wie nieuwsgierig is naar HexD en natuurlijk gratis streambaar op de Bandcamp van Dismiss Yourself.
DJ Tekkeño is een Chileense muzikante die met EUROTEKKEÑO.hEXPERIENCE mijn persoonlijke lievelings-HexD-mix heeft gemaakt, een mix die in iets meer dan een kwartiertje precies laat horen wat er nou zo ontzettend leuk is aan deze stijl/hype/innovatie (wederom doorhalen wat voor u niet van toepassing is). Deze mix knalt in zijn korte speeltijd door een heel stapeltje happy hardcore en trance en vergelijkbare stuiterhouse, hier en daar met heerlijk omhoog gepitchte vocalen en rijkelijk besprenkeld met passende geluidseffectjes als cartoony slipper-de-slipper-de-slips en pwoingende veertjes. Het is allemaal belachelijk energiek en uiteraard is dat één van de vele redenen dat dit me zo bevalt: het knettert en ratelt maar door als Jochem Myjer met een six-pack Red Bull achter de kiezen en muzikaal is dat nou precies in mijn straatje. Als er dan richting het einde van de mix zo uit het niets plots nog een wel heel geniale dembow-versie van de Jurassic Park-theme voorbij stuitert heb je me helemaal. Bijkomend voordeel van de speeldeur: je kunt hem daarna gewoon nog een keer op zetten.
Volgens mij ook nog eens een uitstekend instapplaatje voor wie nieuwsgierig is naar HexD en natuurlijk gratis streambaar op de Bandcamp van Dismiss Yourself.
Drei Affen - Seguimos Ciegxs (2019)

0
geplaatst: 18 augustus 2022, 23:08 uur
Europa heeft altijd een aardige vinger in de internationale screamopap gehad: bands uit Italië (La Quiete, Raein, Shizune), Frankrijk (Amanda Woodward, Daïtro, Mihai Edrisch), Duitsland (Tristan Tzara, Yage, Louise Cyphre), ze waren er te over en zetten de toon; zelfs Nederland deed een aardige duit in het zakje met het licht legendarische Shikari en iets recenter heeft Slakkengang bijvoorbeeld ook geweldig materiaal opgenomen. Op de één of andere manier leek Spanje echter altijd een beetje te ontbreken in het plaatje; enigszins opvallend, aangezien aangrenzende landen Italië en Frankrijk wel een zeer vruchtbare bodem bleken te hebben waar het screamo betrof. In Spanje kwam het schijnbaar echter niet heel erg van de grond.
Maar toen was daar Drei Affen. Wat een band! De groep komt uit Torrelavega, een dorpje in Cantabrië met een stuk of 50.000 inwoners, waar inmiddels zowaar een screamo-scene is ontstaan en ook bands als Témpano en Osoluna lekker aan de weg timmeren. Geen slechte opbrengst. De onwaarschijnlijke herkomst is slechts een deel van het verhaal van Drei Affen; dat zij daarnaast gefront worden door een vrouw die op gruwelijk fantastische wijze haar longen eruit schreeuwt is tenminste noemenswaardig in een scene die nog steeds (maar zeker niet meer uitsluitend - Foxtails, Lord Snow, Anomie, etc.) vooral een mannenscene is (overigens is haar verdienste vooral dat ze gewoon een fucking goede schreeuwerd is). Last maar zeker not least maakt Drei Affen ook nog eens een uitstekende pot screamo.
Bij alle grootheden is wel een mespuntje inspiratie vandaan gehaald, maar Drei Affen heeft op het eerste gehoor wellicht nog het meest weg van vroegere Envy in structuur en dynamiek; tegelijkertijd schuurt de band melodieus gezien veel dichter aan tegen het type screamo dat in Italië tot in de puntjes werd beheerst - dat van de vurigste aggressie en de meest briljante melancholische melodieën, van die godsgruwelijke mooie die je voelt tot in je tenen, gecombineerd op de manier die bands als La Quiete en Raein (beide Italiaans) maar ook bijvoorbeeld Beau Navire (VS) en Republic of Dreams (Duitsland/Polen) dat bijvoorbeeld perfect beheers(t)en. Het tegen elkaar opschreeuwen, iets dat de Italianen óók al zo goed konden, kan Drei Affen ook al geweldig en het levert altijd geweldige scream(o)momentjes op.
Seguimos Ciegxs is tot op heden waarschijnlijk de meest geslaagde Drei Affen-plaat, met een strakke sound die de nuances en de uitbarstingen uitstekend weet te vangen. De rest is echter zeker ook de moeite waard (en laten we wel wezen, in dit genre kun je de gehele discografie van een band er vaak tijdens het tandenpoetsen doorheen jagen) en screamoliefhebbers kunnen er ongetwijfeld een heel zootje pareltjes uitvissen.
Maar toen was daar Drei Affen. Wat een band! De groep komt uit Torrelavega, een dorpje in Cantabrië met een stuk of 50.000 inwoners, waar inmiddels zowaar een screamo-scene is ontstaan en ook bands als Témpano en Osoluna lekker aan de weg timmeren. Geen slechte opbrengst. De onwaarschijnlijke herkomst is slechts een deel van het verhaal van Drei Affen; dat zij daarnaast gefront worden door een vrouw die op gruwelijk fantastische wijze haar longen eruit schreeuwt is tenminste noemenswaardig in een scene die nog steeds (maar zeker niet meer uitsluitend - Foxtails, Lord Snow, Anomie, etc.) vooral een mannenscene is (overigens is haar verdienste vooral dat ze gewoon een fucking goede schreeuwerd is). Last maar zeker not least maakt Drei Affen ook nog eens een uitstekende pot screamo.
Bij alle grootheden is wel een mespuntje inspiratie vandaan gehaald, maar Drei Affen heeft op het eerste gehoor wellicht nog het meest weg van vroegere Envy in structuur en dynamiek; tegelijkertijd schuurt de band melodieus gezien veel dichter aan tegen het type screamo dat in Italië tot in de puntjes werd beheerst - dat van de vurigste aggressie en de meest briljante melancholische melodieën, van die godsgruwelijke mooie die je voelt tot in je tenen, gecombineerd op de manier die bands als La Quiete en Raein (beide Italiaans) maar ook bijvoorbeeld Beau Navire (VS) en Republic of Dreams (Duitsland/Polen) dat bijvoorbeeld perfect beheers(t)en. Het tegen elkaar opschreeuwen, iets dat de Italianen óók al zo goed konden, kan Drei Affen ook al geweldig en het levert altijd geweldige scream(o)momentjes op.
Seguimos Ciegxs is tot op heden waarschijnlijk de meest geslaagde Drei Affen-plaat, met een strakke sound die de nuances en de uitbarstingen uitstekend weet te vangen. De rest is echter zeker ook de moeite waard (en laten we wel wezen, in dit genre kun je de gehele discografie van een band er vaak tijdens het tandenpoetsen doorheen jagen) en screamoliefhebbers kunnen er ongetwijfeld een heel zootje pareltjes uitvissen.
Liturgy - H.A.Q.Q. (2019)
Alternatieve titel: Haelegen Above Quality and Quantity

2
geplaatst: 17 augustus 2022, 15:19 uur
kakofonie
Als dit woord één plaat in mijn platenkast(je) beschrijft is het deze wel en precies daarom houd ik zoooooo veel van H.A.Q.Q. Zelfs temidden alle razende harsh noise en chaotische hardcore waarmee H.A.Q.Q. het plankje deelt steekt ze er - op momenten - met kop en schouders bovenuit, en op die beste momenten piept er van alles, blast drummer Didkovsky zich de tyfus, gilt en galmt HHH zich de pleuris, glitcht alles naar de klote, verzandt alles in één grote bak dissonante takkeherrie die bovendien óók nog eens belachelijk mooi is. Onder, tussen, achter, bovenop en middenin de chaos dwarrelen koortjes, orkestjes en melodietjes die van H.A.Q.Q. (nog) meer maken dan herrie pur sang (al zou dat natuurlijk nooit een bezwaar zijn).
Hoewel HHH natuurlijk nooit wars is van geweest van een experimentje of twee (laten we immers ook dit vage plaatje niet vergeten) pakte dat in het verleden lang niet altijd even goed uit. Als er dan tussen het blasten door opeens een trapbeat langs kwam stuiteren kromden mijn tenen zich onvermijdelijk; echt boteren tussen mij en Liturgy wilde het voor (en na) deze plaat dan ook niet. Op H.A.Q.Q. is dat echter gelukkig absoluut anders.
Het is verleidelijk en bijna (te) gemakkelijk de Exaco-tracks als intermezzo's weg te zetten - als momentjes van respijt tussen het geweld dat zich eromheen voltrekt. In mijn eerste luisterbeurten ervaarde ik ze als niet veel anders en moest ik soms de neiging onderdrukken ze te skippen - op naar de volgende uitbarsting! Je zou deze tracks er bijna teniet mee doen: in het grote geheel zijn ze essentieel en ik ben inmiddels van mening dat als ze ontbraken H.A.Q.Q. een mindere plaat was geweest. Niet alleen geven ze meer detail en nuance aan de idiosyncratische wereld van geluid en compositie die de band hier neerzet, niet alleen versterken ze de beleving van de thema's en grote lijnen die de plaat haar cohesie geven, ook vergroten ze de impact van de chaos zoals die wordt afgezet tegen het idee en de ervaring van ordening en rust. (Wellicht is dit een onnodig uitgebreide beschrijving van 'adempauze' - het zij zo.
)Al met al is H.A.Q.Q. voor mij één van de meest fascinerende, unieke en fantastische platen van de afgelopen jaren.
Shiina Ringo - Karuki Zamen Kuri No Hana (2003)
Alternatieve titel: Kalk Samen Chestnut Flower

2
geplaatst: 19 april 2023, 15:41 uur
Heb je dat weleens, dat je achteraf dacht, goh, zat ik even fout? Dan heb ik niet eens over de jeugdzonden - hoewel ik nooit meer Korn of Slipknot draai, snáp ik de aantrekkingskracht op mijn 15-jarige zelf heus nog wel. Bij andere voorbije liefdes krab ik mezelf echter wel achter mijn oren. Hoe slaagde ik er nou eigenlijk in me meermaals door een heel album van Banks of Feist heen te luisteren? En hoe kon het dat ik, ingegeven door het geweldige Ruin 2 van Elite Gymnastics, in mijn zoektocht naar meer van dit soort gruizige muziek hele playlists enthousiast voldonderde met steeds saaiere en meer generieke niemendalletjes?
Met Shiina Ringo (op Spotify overigens Sheena Ringo, elders weer Shéna Ringo; er zijn nogal wat verschillende schrijfwijzen te vinden, maar dit is de spelling die ik al 20 jaar ken en gebruik) had ik het, gelukkig (geen borstklopperij), wel bij het rechte eind (en ik denk niet dat mijn toen 18-jarige ik echt waardeerde in welke mate - de enthousiaste maar redelijk nietszeggende recensie uit 2006 spreekt m.i. boekdelen). Karuki Zamen Kuri no Hana (inmiddels meestal Samen, trouwens (en dus KSK) – is ook de officiële romanisatie) had ik al een behoorlijke tijd niet gedraaid toen ik deze onlangs weer eens aanslingerde. Wat me misschien nog het meest verraste was dat met 20 jaar extra muzikale ervaring under my belt ik eigenlijk alleen nog maar méér onder de indruk was van dit belachelijk ingenieuze plaatje. Het zit echt propvol, is zó organisch, slingert alsof beschonken zo van de ene in de andere stemming en weer terug, maar is desondanks én heel erg catchy én heel erg coherent.
Niet dat deze recensie veel meer de diepte in zal gaan dan mijn stukje uit 2006 – een bespreking zoals die van Koen staat er immers al en die doet de plaat meer dan recht aan – maar ik wilde toch graag een berichtje neerpennen om maar te zeggen hoe ongelooflijk blij ik nog steeds én alweer word van dit goddelijke stukje muziek. Al is het maar omdat, hoe intens inventief werkelijk elk aspect van KSK ook is, van de parallelle tracklist tot de speelduur van 44:44 (en dan wetende dat het getal 4 in een groot deel van Azië is wat voor ons het getal 13 is, wat deze vaak zo orenschijnlijk opbeurende plaat een extra wrang vernislaagje geeft) tot het artwork en natúúrlijk de muziek, het dan ook maar geen seconde te bedacht of pretentieus voelt. En waar een plaat die tegelijk zo succesvol in uitersten als fladderende Disneymontages en bakken verpulverend gruis kan gedijen altijd het risico loopt onsamenhangend knip- en plakwerk te worden, getuigt het van de ongekende muzikale expertise van Shiina Ringo dat het dat nooit wordt.
Toen ik J-pop anno 2003 aan het verkennen was, werd één van mijn belangrijkste bronnen (immers was dit pre-van alles; streamingdiensten, social media zoals we die nu kennen, toegang tot een wereld aan obscuriteiten die alleen gekaderd wordt door een gebrek aan tijd) musicwhore.org, een website die gerund werd door ene Greg Bueno en waar ik las over niet alleen Shiina Ringo, maar ook bijvoorbeeld UA, Utada Hikaru, Tommy heavenly6 en Cocco. De opmerking die hij in een recensie over KSK maakte (wellicht was het zelfs de titel?) is me altijd bijgebleven en hoewel gekleurd door beperkte tijd en ervaring (het was immers echt een andere tijd) noem ik hem toch graag: “Shiina Ringo has gone where The Flaming Lips have yet to go”. Uit eenzelfde vaatje hebben ze nooit echt getapt (tenzij je beide dan maar gemakshalve (= lui en incorrect) wilt typeren als ‘rock’) en de geschiedenis heeft deze opmerking ook nog eens ingehaald (zo het where van KSK further out was dan Zaireeka, dan is dat toch moeilijk te zeggen van 7 Skies H3, bijvoorbeeld), maar tegelijk doet dat toch weinig af aan zo’n statement: KSK is echt heerlijk fucking out there.
Gekker dan dit werd het bij Shiina Ringo niet meer (je zou kunnen zeggen, Shiina Ringo was hier zo far out, het is als die mop van die hond: hoe ver kan die een bos in rennen? Tot de helft, daarna rent ‘ie er weer uit.) en dat maakt KSK in nóg een opzicht een uniek artefact. Koesteren dus.
Met Shiina Ringo (op Spotify overigens Sheena Ringo, elders weer Shéna Ringo; er zijn nogal wat verschillende schrijfwijzen te vinden, maar dit is de spelling die ik al 20 jaar ken en gebruik) had ik het, gelukkig (geen borstklopperij), wel bij het rechte eind (en ik denk niet dat mijn toen 18-jarige ik echt waardeerde in welke mate - de enthousiaste maar redelijk nietszeggende recensie uit 2006 spreekt m.i. boekdelen). Karuki Zamen Kuri no Hana (inmiddels meestal Samen, trouwens (en dus KSK) – is ook de officiële romanisatie) had ik al een behoorlijke tijd niet gedraaid toen ik deze onlangs weer eens aanslingerde. Wat me misschien nog het meest verraste was dat met 20 jaar extra muzikale ervaring under my belt ik eigenlijk alleen nog maar méér onder de indruk was van dit belachelijk ingenieuze plaatje. Het zit echt propvol, is zó organisch, slingert alsof beschonken zo van de ene in de andere stemming en weer terug, maar is desondanks én heel erg catchy én heel erg coherent.
Niet dat deze recensie veel meer de diepte in zal gaan dan mijn stukje uit 2006 – een bespreking zoals die van Koen staat er immers al en die doet de plaat meer dan recht aan – maar ik wilde toch graag een berichtje neerpennen om maar te zeggen hoe ongelooflijk blij ik nog steeds én alweer word van dit goddelijke stukje muziek. Al is het maar omdat, hoe intens inventief werkelijk elk aspect van KSK ook is, van de parallelle tracklist tot de speelduur van 44:44 (en dan wetende dat het getal 4 in een groot deel van Azië is wat voor ons het getal 13 is, wat deze vaak zo orenschijnlijk opbeurende plaat een extra wrang vernislaagje geeft) tot het artwork en natúúrlijk de muziek, het dan ook maar geen seconde te bedacht of pretentieus voelt. En waar een plaat die tegelijk zo succesvol in uitersten als fladderende Disneymontages en bakken verpulverend gruis kan gedijen altijd het risico loopt onsamenhangend knip- en plakwerk te worden, getuigt het van de ongekende muzikale expertise van Shiina Ringo dat het dat nooit wordt.
Toen ik J-pop anno 2003 aan het verkennen was, werd één van mijn belangrijkste bronnen (immers was dit pre-van alles; streamingdiensten, social media zoals we die nu kennen, toegang tot een wereld aan obscuriteiten die alleen gekaderd wordt door een gebrek aan tijd) musicwhore.org, een website die gerund werd door ene Greg Bueno en waar ik las over niet alleen Shiina Ringo, maar ook bijvoorbeeld UA, Utada Hikaru, Tommy heavenly6 en Cocco. De opmerking die hij in een recensie over KSK maakte (wellicht was het zelfs de titel?) is me altijd bijgebleven en hoewel gekleurd door beperkte tijd en ervaring (het was immers echt een andere tijd) noem ik hem toch graag: “Shiina Ringo has gone where The Flaming Lips have yet to go”. Uit eenzelfde vaatje hebben ze nooit echt getapt (tenzij je beide dan maar gemakshalve (= lui en incorrect) wilt typeren als ‘rock’) en de geschiedenis heeft deze opmerking ook nog eens ingehaald (zo het where van KSK further out was dan Zaireeka, dan is dat toch moeilijk te zeggen van 7 Skies H3, bijvoorbeeld), maar tegelijk doet dat toch weinig af aan zo’n statement: KSK is echt heerlijk fucking out there.
Gekker dan dit werd het bij Shiina Ringo niet meer (je zou kunnen zeggen, Shiina Ringo was hier zo far out, het is als die mop van die hond: hoe ver kan die een bos in rennen? Tot de helft, daarna rent ‘ie er weer uit.) en dat maakt KSK in nóg een opzicht een uniek artefact. Koesteren dus.
Tiny Moving Parts - Celebrate (2016)

1
geplaatst: 19 augustus 2022, 00:15 uur
In zo ongeveer elke recensie die ik momenteel schrijf lijkt wel weer een zin als "wat een fucking lekker bandje" voorbij te komen; onvermijdelijk natuurlijk als je alleen maar over fucking lekkere bandjes schrijft (en over teringherrie, daar gebruik ik de term "teringherrie" dan misschien wat vaak). Tiny Moving Parts? Ja, ook al zo'n fucking lekker bandje. Maar dan ook echt fucking fucking lekker. Ik ontdekte Tiny Moving Parts op YouTube, waar ik na het bekijken van dit toffe filmpje (hoe ik daar terecht kwam weet ik niet meer, in mijn kijkgeschiedenis vind ik hieraan voorafgaand enkel een dood linkje en daarvoor een clip van BiSH, duidelijk niet de link) uiterst gemotiveerd was te zoeken naar midwest emo. In de comments werd Tiny Moving Parts geopperd, dus opgezocht en gevonden - en bekeerd.
(Pseudo?-)wetenschappelijk onderzoek suggereert dat de muziek die je op je achtiende goed vindt voor de rest van je leven goed vindt. Tiny Moving Parts ontdekte ik pas toen ik 32 was, maar is op de één of andere manier de perfecte band voor mijn innerlijke achtienjarige ik (we (= Tiny Moving Parts en ik) delen dan ook onze voorliefde voor Thursday, niet geheel verrassend natuurlijk). De band speelt een bijzonder aanstekelijke en energieke mengeling van scheuten post-hardcore, (midwest) emo, math rock en punkpop en weet op zeer knappe wijze de overigens altijd kort en bondige liedjes (want dat zijn het) vol te proppen met heerlijke momentjes, prikkelende wendingen en retegoeie melodietjes. Saaie momentjes vallen er niet, kúnnen er niet vallen: als geen ander beheerst Tiny Moving Parts de kunst van het efficiënt zijn. De mathy wendingen die de tracks met regelmaat nemen dragen alleen nog maar bij aan muziek die spannend is: altijd een plezier om te zien waar een track nu opeens weer naartoe schiet.
Alles aan Tiny Moving Parts klopt verder voor mij: de stem van Dylan is de perfecte match voor de muziek; de riedeltjes en loopjes over zijn gitaar zijn zo belachelijk bevredigend; het ritmewerk is spot-on - de drums van Billy in het bijzonder vind ik altijd een absoluut genot om te luisteren. Live is de band ook een plezier om te zien: ik heb weinig bands met zo veel vreugde op het podium zien staan als Tiny Moving Parts in het zweterige tentje waar ik ze in Utrecht live zag ten tijde van de release van Swell, de opvolger van dit Celebrate. Bovendien klinkt de band als een klok en speelt men live net zo strak, efficiënt en krachtig als op de plaat.
Waarom dit berichtje bij Celebrate (en niet bij het ook zo toffe Swell of de uitstekende voorganger Pleasant Living)? Op deze plaat bereikte de band wat mij betreft haar piek: het beste geluid, de beste composities, de beste momentjes. Op geen seconde is iets aan te merken. Deze plaat heeft zich diep, diep in mijn lijf genesteld en elk roffeltje op de toms, elk koortje, elk loopje over de toonladder ken ik van buiten (en nóg blijft het spannende muziek). Dat de omliggende platen ook allemaal briljant zijn spreekt alleen nog maar meer voor de genialiteit van Celebrate.
(Pseudo?-)wetenschappelijk onderzoek suggereert dat de muziek die je op je achtiende goed vindt voor de rest van je leven goed vindt. Tiny Moving Parts ontdekte ik pas toen ik 32 was, maar is op de één of andere manier de perfecte band voor mijn innerlijke achtienjarige ik (we (= Tiny Moving Parts en ik) delen dan ook onze voorliefde voor Thursday, niet geheel verrassend natuurlijk). De band speelt een bijzonder aanstekelijke en energieke mengeling van scheuten post-hardcore, (midwest) emo, math rock en punkpop en weet op zeer knappe wijze de overigens altijd kort en bondige liedjes (want dat zijn het) vol te proppen met heerlijke momentjes, prikkelende wendingen en retegoeie melodietjes. Saaie momentjes vallen er niet, kúnnen er niet vallen: als geen ander beheerst Tiny Moving Parts de kunst van het efficiënt zijn. De mathy wendingen die de tracks met regelmaat nemen dragen alleen nog maar bij aan muziek die spannend is: altijd een plezier om te zien waar een track nu opeens weer naartoe schiet.
Alles aan Tiny Moving Parts klopt verder voor mij: de stem van Dylan is de perfecte match voor de muziek; de riedeltjes en loopjes over zijn gitaar zijn zo belachelijk bevredigend; het ritmewerk is spot-on - de drums van Billy in het bijzonder vind ik altijd een absoluut genot om te luisteren. Live is de band ook een plezier om te zien: ik heb weinig bands met zo veel vreugde op het podium zien staan als Tiny Moving Parts in het zweterige tentje waar ik ze in Utrecht live zag ten tijde van de release van Swell, de opvolger van dit Celebrate. Bovendien klinkt de band als een klok en speelt men live net zo strak, efficiënt en krachtig als op de plaat.
Waarom dit berichtje bij Celebrate (en niet bij het ook zo toffe Swell of de uitstekende voorganger Pleasant Living)? Op deze plaat bereikte de band wat mij betreft haar piek: het beste geluid, de beste composities, de beste momentjes. Op geen seconde is iets aan te merken. Deze plaat heeft zich diep, diep in mijn lijf genesteld en elk roffeltje op de toms, elk koortje, elk loopje over de toonladder ken ik van buiten (en nóg blijft het spannende muziek). Dat de omliggende platen ook allemaal briljant zijn spreekt alleen nog maar meer voor de genialiteit van Celebrate.
Uboa - Coma Wall (2015)

0
geplaatst: 18 augustus 2022, 15:20 uur
De beschrijving van de track gooi ik even in spoilers, ik weet niet, ik vind dat je hem eerst moet draaien en beleven, is beter. 
Coma Wall was in 2018 mijn kennismaking met Uboa en ik was zeer vereerd van dit plaatje dat jaar een tapeversie uit te mogen brengen op mijn label Void Worship (50 stuks, allemaal pleite uiteraard). Hoewel Uboa nog veel meer geweldige dingen gedaan heeft blijft Coma Wall favoriet. Een doomy, sludgy monster met leegstortende glasbakken, lawines aan schroot, drums als mokers en gitzwarte schreeuwen. De eerste helft van het nummer bouwt op als een massief, overpletterend crescendo, waarna de stoppen eruit lijken te slaan en alles nagiert en suist - om dan nog één keer op te bouwen tot absolute, razende, furieuze herrie. Geweldig!
Voor mijn label schreef ik deze blurb, die vat het ook aardig samen denk ik (met iets minder spoilers, dus ik laat hem zo):

Coma Wall was in 2018 mijn kennismaking met Uboa en ik was zeer vereerd van dit plaatje dat jaar een tapeversie uit te mogen brengen op mijn label Void Worship (50 stuks, allemaal pleite uiteraard). Hoewel Uboa nog veel meer geweldige dingen gedaan heeft blijft Coma Wall favoriet. Een doomy, sludgy monster met leegstortende glasbakken, lawines aan schroot, drums als mokers en gitzwarte schreeuwen. De eerste helft van het nummer bouwt op als een massief, overpletterend crescendo, waarna de stoppen eruit lijken te slaan en alles nagiert en suist - om dan nog één keer op te bouwen tot absolute, razende, furieuze herrie. Geweldig!
Voor mijn label schreef ik deze blurb, die vat het ook aardig samen denk ik (met iets minder spoilers, dus ik laat hem zo):
Sheer bliss is exactly what Uboa's Coma Wall is to me. A crushing, almost 23-minute track, it provides absolute catharsis through its extraordinary amalgamate of hardcore, doom, sludge and harsh noise, an at times free-form - yet at all times immaculately structured - crescendo of pummeling drums, deafening cymbals and thundering guitar and bass,; a current of unsettling ambient noises and droning howls running underneath without end; Xandra Metcalfe's cries, howls, screams, pleas piercing the musical onslaught, searching for release. To describe the track in too much detail is almost akin to spoiling it, so I will refrain from saying too much. All you need to know is that this work is absolutely essential.
