Uit mijn tweewekelijkse nieuwsbrief over de beste nieuwe popmuziek (
aanmelden kan hier):
Het Ierse Fontaines D.C. maakte met Dogrel een van de meest opwindende platen van vorig jaar en nu is daar al de opvolger. De postpunk-/gitaarband bevestigt met A Hero’s Death gelukkig nog eens dat ‘de moeilijke tweede’ een mythe is. Fontaines D.C. klinkt hier vitaal en vol zelfvertrouwen, maar wel een stuk duisterder dan op de succesvolle debuutplaat. De gitaren zijn gruiziger en regelmatig in noise gedrenkt en zanger Grian Chattens lage stem schuurt steeds dichter tegen Joy Divisions Ian Curtis aan.
Opvallend vaak sombert hij monotoon met zijn kenmerkende Ierse accent mantra’s als ‘That’s a televised mind’, 'Life ain’t always empty’, 'I don’t belong to anyone’ en 'Love is the main thing’. Soms twee keer, maar meestal veel vaker. Het vergroot de intensiteit van de meest opwindende nummers van de plaat, maar veroorzaakt ook enige irritatie; het wordt een beetje een trucje.
Meer dan op Dogrel en dan bij vakgenoten Idles en Shame gaat het tempo af en toe omlaag. Zo zijn het korte Oh Such A Spring, het dromerige Sunny en afsluiter No opvallende, niet onaardige rustpunten. Fijn dat Fontaines D.C. zoekt naar verdieping en verbreding van hun geluid, maar dit zijn de nummers die de band met een gerust hart in Ierland achter kan laten als festivaloptredens weer mogelijk zijn. Liever brult een kolkende menigte straks 'Life ain’t alway’s empty’ mee. Niet twee keer, niet zes keer, maar vol levenslust dertig keer.