MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Muziek / Toplijsten en favorieten / De artiesten top 100 van (herman)!

zoeken in:
avatar van Casartelli
Casartelli (moderator)
8. Mike Oldfield

(afbeelding)
Favoriet album: Hergest Ridge
Favoriet nummer: Tubular Bells (Part One)
Live gezien: Nee
Hoogtijdagen: 2004-heden
Ook in de lijst van: vigil, dazzler, Mssr Renard

Mike Oldfield… dat begon natuurlijk met de constatering dat het spannende muziekje uit Bassie & Adriaan uit een bestaand muziekstuk kwam. Mijn vader had Tubular Bells ook wel op elpee, ik zal hem toen ook wel eens opgezet hebben, maar afgaand op het feit dat ik hem pas in 2004 zelf eens gedownloaded heb, zal dat toen toch niet zo heel veel gedaan hebben.

Na wat los-vast luisteren ben ik in 2007 eens achter het hele repertoire aangegaan. Dat werd op het eind wel een beetje hard werken en albums als Tr3s Lunas of The Millennium Bell waren uiteindelijk zelfs de schijfruimte niet waard. Maar tot die tijd horen met name Tubular Bells en Hergest Ridge tot de fraaiste en meest unieke albums die ik ken. Ommadawn is ook nog fijn, Incantations staat in het boekje "de excessen van de prog", maar heeft nochtans zijn momenten en dan is de jaren '70-vorm met zijn uitgesponnen (semi-)instrumentale werken wel een beetje klaar.

De jaren '80-vorm, waarin popliedjes met gastvocalisten (vooral Maggie Reilly) gepaard worden aan nog steeds lange, wat eigentijdsere composities, komt voor mij wat moeizaam op gang. Op Crises komt Oldfield op stoom, maar Discovery is met ruime afstand mijn favoriet uit deze periode: als het zoet is, ga dan all-in. Daarna treedt de wisselvalligheid wel in, waarbij Amarok, Tubular Bells II (je moet zo'n thema niet eindeloos herhalen, maar één remake kan best leuk zijn) en The Songs of Distant Earth tot de (wat) betere albums behoren. Ook (vooralsnog) laatsteling Return to Ommadawn bevalt vooralsnog vrij goed - de diverse middelmatige en mindere releases uit de herfst van 's mans carrière, daar hebben we het gewoon niet meer over.


Uitgelicht nummer: Hergest Ridge (Part Two)

avatar van Rudi S
Nu loop ik hier wat achter, Mike Oldfield heb ik wel wat jaren '70 albums van maar dat vind ik eigenlijk niet bijzonder.
VDGG ( en Peter Hammill)ben ik toch heel lang erg verzot op geweest en het gekozen album met het geweldige The Sleepwalkers daar op waren toch altijd wel mijn favoriet.
Godbluff maar ook erg sterke Still Life hebben beide in mijn album top 10 gestaan.
The Sleepwalkers hoort denk ik wel in mijn nummer top 10 en dan vooral omdat Hammill na die saxofoon zo fraai te keer gaat.
De andere kom ik nog op terug.

avatar van Casartelli
Casartelli (moderator)
7. Genesis

(afbeelding)
Favoriet album: Nursery Cryme
Favoriet nummer: The Musical Box
Live gezien: Nee
Hoogtijdagen: 2005-heden
Ook in de lijst van: vigil

Het is anno nu moeilijk meer voor te stellen, maar ik zag in eerste instantie weinig in Genesis. De kennis begon allicht met hun hits, die ik wat wisselend vond en waar ik het verschil met Phil Collins' solowerk niet altijd even goed aan afhoorde. Stukje bij beetje kwam er af en toe een nummer uit de klassieke periode langs en dat vond ik dan maar een beetje raar, muzikaal onvolgroeid en raar theatraal gedoe van Peter Gabriel. Op voornoemd Arrow forum liep de hele symfo-goegemeente er wel mee weg en daar wordt een mens dan wel eens wat balsturig van.

Enfin, ook dat is goedgekomen. Bij Genesis was daar eigenlijk niet zo heel veel meer voor nodig dan het eens een paar keer naar een compleet album luisteren in plaats van alleen de losse nummers. Toen viel Selling England by the Pound best mee en A Trick of the Tail (Entangled!) maakte een nog wat betere eerste indruk. Daarna is het vrij snel gegaan. Omdat de kwaliteit van de eerste en tweede (de 1994-remasters) cd-persingen van de klassieke Genesisalbums notoir slecht was, gaf de aanschaf van de 2007-remasterboxen in 2011 en 2012 (die van de periodes 1970-1975 en 1976-1981 althans) de belangstelling nog een verdere boost; vooral een album als And Then There Were Three werd hier gevoelsmatig van een heel dikke stoflaag ontdaan.

Nursery Cryme is hier favoriet. De voor de hand liggende reden daargelaten is het al een erg sterke plaat; de Hackett-showcase The Fountain of Salmacis en het pastorale Seven Stones zouden op menig ander album het hoogtepunt hebben gevormd, terwijl de korte nummers de benodigde luchtigheid brengen zonder afbreuk aan het geheel te doen. Niettemin is The Musical Box de absolute standout die als vrijwel geen enkel ander nummer van wie dan ook het avontuur van de vroege prog belichaamt. Foxtrot is ook in het hart gesloten (ik heb me nog een tijdje tegen de wat vrijblijvende geitenbreierij van Supper's Ready verzet, maar ook dat is geweest) en ten leste The Lamb Lies Down on Broadway: daar moet je gewoon op een regenachtige zondagochtend eens voor gaan zitten. De beide albums zonder Gabriel maar nog met Hackett kunnen zich kwalitatief goed meten met de klassiekers en de eerste albums zonder Hackett doen er evenmin veel voor onder. Zelfs het onder fans vaak verguisde Abacab heeft nog een aantal kwaliteiten.

Nu lijk ik wel een apologeet, maar de laatste albums van het hittrio nodigen toch wel tot meer kritische noten uit. Vooral Invisible Touch is niet zo best en We Can't Dance had ook beter kunnen zijn als de band niet de neiging had gehad de gehele potentiële cd-lengte uit te nutten. De neiging bestaat soms om Phil Collins de schuld van al dit 'verval' te geven, maar solowerk van Tony Banks en Mike Rutherford geeft de indruk dat de band hier vermoedelijk toch gewoon met zijn drieën achter stond; dat Collins' solocarrière vervolgens met afstand de commercieel succesvolste was, kunnen we hem verder bezwaarlijk kwalijk nemen. Ook is het in sommige kringen bon ton om te stellen dat alle nummers die eind jaren '70 nog een beetje de moeite waard waren allemaal door Tony Banks geschreven werden, maar dat zou de auteur van onder meer Snowbound en Deep in the Motherlode (Mike Rutherford) toch wel tekort doen.

Ten slotte was daar nog Calling All Stations, het best prima album met Ray Wilson op zang dat anno 1997 als hopeloze mosterd na de maaltijd kwam. Ook de bijbehorende concerten schijnen erbarmelijk te zijn geweest... schijnen. Een Ray Wilson-optreden in de Boerderij is het dichtst wat ik ooit bij een Genesis-optreden ben gekomen. Hierbij kwam, naast enig solowerk (en ik vermoed ook de enige hit van 's mans eerste band) ook het nodige Genesiswerk (en zelfs een cover van Peter Gabriel solo) voorbij. Na alle winstwaarschuwingen viel mij met name op hoe goed Wilson in de huid van zowel Peter Gabriel als Phil Collins kon kruipen. Misschien was-ie gewoon wel te goed...


Uitgelicht nummer: Entangled

avatar van GrafGantz
Ik blijf nog altijd bij mijn afwijkende mening: 80's Genesis >>> 70's Genesis

En om mezelf maar even te quoten:

GrafGantz schreef:
Er zijn hier mensen om minder geband.

avatar van Johnny Marr
Entangled

avatar van Poek
Casartelli schreef:
maar dat debuut Always... is ook nog best een fijne plaat.


Sterker nog, niets mis met Anneke, maar Kleine Marike Groot is de beste zangeres die The Gathering heeft gehad (al is Always... wel iets te metal voor mij).

avatar van Rudi S
GrafGantz schreef:
Ik blijf nog altijd bij mijn afwijkende mening: 80's Genesis >>> 70's Genesis




Ik heb het misschien al eens eerder gevraagd maar ben jij eigenlijk Patrick Bateman

avatar van Rudi S
Genesis zeker de Gabriel periode maar ook de eerste set albums ( zeg maar t/m) Duke zijn wat mij betreft ook erg mooi.
Wij delen zeker het mooiste nummer hoewel Dancing with the Moonlit Knight toch bij mij altijd The Musical Box flink op de hielen zit.

avatar van Casartelli
Casartelli (moderator)
6. Eloy

(afbeelding)
Favoriet album: Time to Turn
Favoriet nummer: The Apocalypse
Live gezien: Nee
Hoogtijdagen: 2002-heden
Ook in de lijst van: Mssr Renard

Eloy was er al tamelijk vroeg bij in mijn proginteresse. Ook hier begon het met wat losse mp3tjes met een verslavend toetsengeluid dat ernstig naar meer smaakte. De naam Eloy klonk ook gewoon spannend, net als bijvoorbeeld IQ en Pendragon ook spannend klonken. Tja, de ene band werd iets meer een blijvertje dan de andere, zullen we maar zeggen. Het eerste album dat ik compleet had, was het latertje Destination, maar zelfs dit ongeveer minst geliefde album van de band heeft mij niet afgeschrikt. Oudje Floating was de volgende en toen kwam op zeker moment het hele repertoire.

Eloy is een goede kandidaat voor grootste Duitse progband aller tijden, maar wel alleen als we de (progressive) electronic van Tangerine Dream en Kraftwerk alsook de hele krautrockscene uitsluiten. Naast die meer oorspronkelijke muziek is de band van Frank Bornemann en verder een aantal wisselende samenstellingen toch vooral trendvolgend. Dat mag de pret niet drukken; ik ben er helemaal dol op. Ik heb nog een tijd gedacht dat ik er wel op uitgeluisterd zou raken, maar na ruim twintig jaar moet ik vaststellen dat dat niet gebeurd is en dat dat waarschijnlijk ook niet meer gaat gebeuren.

In den beginne was Eloy vooral een psychedelische hardrockband met invloeden van Jethro Tull en vooral Deep Purple. Hoogtepunt uit deze periode is het album Inside met de energieke jamsessie Land of No Body en een B-kant met drie compactere stukken. Floating gaat op dezelfde weg door, maar vanaf Power and the Passion zet een dromeriger, meer spacerock-georiënteerd geluid in. Als totaalplaatje wint Ocean deze periode, maar als los nummer vormt The Apocalypse, Eloy's antwoord op Pink Floyds Echoes voor mij het hoogtepunt. De periode 1980-1984 levert vijf wat compactere albums. Daar zit het randverschijnsel in van het beoogde dubbelconceptalbum over de planeet Selva dat (gelukkig?) uiteindelijk als twee losse albums (Planets en Time to Turn) uitgebracht is. Hoewel de roots anders zijn, plaatst de muzikaal steviger en meer down-to-earth benadering Eloy hier wel een beetje naast de neoprogbroeders. Het is mijn favoriete periode van de band; vooral Time to Turn, Performance en Metromania bevatten de ene topper na de andere (ondanks de gare productie van laatstgenoemde).

Net als nogal wat andere artiesten in deze lijst, is ook Eloy niet op het hoogtepunt gestopt. Na Metromania brengt Frank Bornemann nog sporadisch een nieuw album uit. Destination heeft hier dus nog een bescheiden ontdekkingsbonus, maar in de breedte was het allemaal geen schim meer van wat het geweest is - de laatste twee albums heb ik niet meer gecheckt. Zurück in der Zeit aber wieder!


Uitgelicht nummer: The Apocalypse

avatar van vigil
Eloy boven (bv) Genesis had ik toch bepaald niet zien aankomen.

avatar van GrafGantz
Ik ook niet! Vooral omdat ik die hele band niet ken...

avatar van Casartelli
Casartelli (moderator)
vigil schreef:
Eloy boven (bv) Genesis had ik toch bepaald niet zien aankomen.
Vooropgesteld... je mag een 6e en een 7e plek als "ongeveer even hoog" interpreteren.

Vanaf het scorebord krijg ik hem ook niet helemaal uitgelegd. Het is een gouden serie van 7 (Nursery Cryme t/m And Then There Were Three) versus ook een gouden serie van 7 (Ocean t/m Metromania), ook in beide gevallen één 5*-plaat daartussen, maar op de flanken van die gouden series winnen Trespass en Duke het toch wel van Power and the Passion en Dawn. Toch grijp ik denk ik net wat vaker naar Eloy terug... en dan is wellicht Eloy het goede eetcafé en Genesis de sterrentent... maar ik eet ook vaker in een eetcafé dan in een sterrentent.

Sinds nummer 12 zit er sowieso wel altijd minstens één 5*-album tussen. Op één uitzondering na... die komt vanavond*.

* ja, hier stond eerst "nu", maar ik bleek de laatste paar updates niet meer in pm naar mezelf gestuurd te hebben, dus die liggen thuis

avatar van dazzler
Casartelli heeft Mike Oldfield lekker hoog zitten. Dat vind ik een aangename verrassing want het valt me op dat Oldfield het onder de proggers meestal niet zo erg goed doet. Te melodieus wellicht en/of te veel borduurwerk in de lange stukken in plaats van doorvlochten composities. Die eerste kritiek vind ik net een troef van Mike: zijn gitaarspel staat altijd ten dienste van de melodie, hij soleert zelden om te soleren. Dat tweede punt van kritiek begrijp ik beter. Oldfield heeft wel eens de neiging om een lappendeken te maken van zijn kantlange stukken. Taurus II lijdt er wat onder en ook op zijn latere albums blijft hij naar mijn smaak te vaak teruggrijpen naar dezelfde, stilaan op de draad versleten themaatjes. Amarok is ook een breiwerkje maar omdat die plaat zo lekker is om naar te luisteren, zie ik het daar door de vingers. Leuk dat Discovery op veel bijval kan rekenen. Hoewel ik de titeltrack geniaal vindt, is de liedjeskant van Crises minder consistent dan de songcyclus op Discovery. En het instrumentale The Lake blijft een parel.

Eloy en The Gatering zeggen me niets.

Depeche Mode en (in mindere mate) Simple Minds passen uiteraard in mijn straatje.
Van Der Graaf Generator en Camel zijn me niet onbekend al kwam ik niet verder dan één album.
Het jaren 80 werk van Genesis spreekt me niet erg aan. Hun jaren 70 oeuvre is me te weinig bekend.

Laat de top 5 maar komen.

avatar van vigil
Ik zet voor de numero cinque de mensjes van Archive in!

avatar van GrafGantz
vigil schreef:
Ik zet voor de numero cinque de mensjes van Archive in!


Ik tel 14 stemmen, met als hoogste 4,5* (voor 4 albums). Dus ik denk dat dit een goede bingo is, en je dus geen liedje hoeft te zingen.

avatar van Casartelli
Casartelli (moderator)
Ja, dat werd wel een beetje een weggevertje zo.

avatar van Casartelli
Casartelli (moderator)
5. Archive

(afbeelding)
Favoriet album: You All Look the Same to Me
Favoriet nummer: The Empty Bottle
Live gezien: Ja
Hoogtijdagen: 2011-heden
Ook in de lijst van: vigil

Toen The Gathering niet meer de meest opwindende band van het moment was, kon Archive die eretitel mooi overnemen, al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat ik er daar eigenlijk net wat minder bovenop zat. Weliswaar had ik You All Look the Same to Me wel al een paar keer gehoord, maar toen ik een beetje op stoom kwam met Archive waren de Controlling Crowds albums alweer twee jaar oud en vanaf daar werd het allemaal, tja, toch wat minder interessant. Maar goed, iemand met een wat ouwelijke muzieksmaak als ik, moet "van het moment" gewoon maar een beetje ruim nemen.

Debuutalbum Londinium past qua tijd in de hoogtijdagen van de triphop. Dat hij zich kwalitatief ook met Massive Attack en Portishead kan meten zullen niet veel mensen verdedigen, maar ik lust er wel pap van - vooral het titelstuk is van een hemelse schoonheid. Na een wat moeizame tweede plaat, is You All Look the Same to Me met een flinke Floydiaanse injectie min of meer het debuut van de Archive zoals we die nu kennen. Numb en het epische Again worden niet voor niets nog steeds regelmatig live gespeeld. Noise trapt nog vrij toegankelijk af met het titelnummer en het subtiele Fuck U, maar daarna worden met onder meer Waste en Pulse de grenzen qua duistere repeterende klanken wel opgezocht. Ik vind het schitterend, maar dit album heeft al de nodige geprovoceerde blikken richting de cd-speler doen gaan. Hierna doet Lights bijna lichtzinnig aan. Sowieso stroomlijnen deze beide albums de sound verder en ik heb dan inmiddels vier 4,5*-albums te pakken.

En dan komen we bij het grootste MusicMeter-succes (ik spel het maar even zo uit, want de status van Controlling Crowds is op bijvoorbeeld RateYourMusic een stuk minder uitgesproken). Ik denk dat voornoemde stroomlijning hier voor mij net een tandje te ver is doorgevoerd; niets ten nadele van Dangervisit, Collapse/Collide en concertklassieker Bullets, maar vooral op de tweede helft van het album had een wat strengere selectie geen kwaad gedaan. De band hobbelt nog een tijdje door in nog-steeds-goed-territorium, tot ik bij The False Foundation vastloop.

Archive live is bij mij ook een beetje hit and miss (relatief dan toch - topmuziek blijft topmuziek)... maar het concert in Paradiso november 2017 is er wel een voor de toplijstjes.


Uitgelicht nummer: Numb

avatar van Rudi S
De band waarvan je wist dat die xou komen.
Ik vind ze ook best aardig.

avatar van Casartelli
Casartelli (moderator)
4. Boudewijn de Groot

(afbeelding)
Favoriet album: Picknick
Favoriet nummer: Eva
Live gezien: Ja
Hoogtijdagen: levenslang
Ook in de lijst van: aERodynamIC

Na 43 jaren in het leven maak ik het testament op van mijn jeugd.

Dat zullen inmiddels wel mijn eerste en mijn tweede jeugd zijn. Van alle artiesten die tot mijn muzikale paplepel behoren (en zoveel zijn dat er nu ook weer niet) is Boudewijn de Groot met ruime afstand de grootste. Vooral het rijtje Voor de Overlevenden / Picknick / Hoe Sterk Is de Eenzame Fietser (driemaal 5* alhier) is er in mijn leven altijd geweest en vormt de standaard waar andere Nederlandstalige muziek (en misschien wel überhaupt andere muziek) aan afgemeten wordt. Hoewel De Groots eigen taalcapaciteiten bepaald niet misselijk zijn, was hij toch op zijn best als hij de teksten van Lennaert Nijgh zong.

Ook de andere albums tot en met Maalstroom heb ik als jeugdige Casartelli leren kennen, zij het net wat later dan de drie klassiekers. Maalstroom is me altijd onderschat voorgekomen, de andere albums schaar ik ook ergens op korte tot wat ruimere afstand van de top.

Als kind hoorde en memoriseerde ik de elpees. Van de meeste teksten kreeg de betekenis later allicht een tweede landing. Het onthouden van nieuwe muziek gaat ook mij op hoge leeftijd minder goed af, maar omdat Boudewijn de Groot er altijd al is, kan ik, al zeg ik het zelf, verdienstelijke a capella uitvoeringen van nummers als Strand, Elégie Prenatale en Testament ten beste geven.

Alles van na Maalstroom valt bij mij nog altijd in de categorie "die nieuwe albums". Ik was 15 toen Een Nieuwe Herfst uitkwam, dus dat was bij ons in de familie nog wel een beetje een happening. Ik was er toen al niet kapot van en, de puberteit reeds lang ontgroeid, hoor ik er nog steeds weinig meer dan een middenmoter in. Vanaf hier is de norm op De Groots onregelmatig uitkomende albums kennelijk niet meer: overwegend sterke albums met hier en daar een zwakkere broeder, maar overwegend middelmatige albums met een enkele positieve uitschieter (ja, die zitten er toch nog altijd wel tussen, het bedaagde Lage Landen daargelaten).

Hou eindelijk eens op / te zeuren over vroeger.
Degene die steeds omkijkt / die valt op zijn gezicht.
Je bent alleen maar bang / voor wat er nog kan komen.
Dat kan zoveel niet wezen / hou nou je mond eens dicht.



Uitgelicht nummer: Apocalyps

avatar van Dim
Dim
Er zal maar heel weinig overlap tussen jouw en mijn top 100 zijn (veel bands ken ik helemaal niet, van veel bands maar een paar nummers (die ik dan soms wel heel goed vind) en tsja, prog is niet echt mijn genre zeg maar), maar we hebben met Boudewijn de Groot alvast wel één overeenkomst in de top-10. Een artiest die er "vanaf het begin bij was" en die ik nooit opgehouden ben te draaien en te waarderen. En ook voor mij geldt dat er geen andere Nederlandse artiest is waarvan ik zoveel nummers moeiteloos uit mijn hoofd kan zingen.

avatar van FrodoK
Terwijl ik daar dan weer he-le-maal niks mee kan. Ik voel ook een behoorlijke overlap tussen met mijn muzikale voorkeuren en die van Casper, maar BdG zit diep in mijn irritatiezone.

avatar van Casartelli
Casartelli (moderator)
3. R.E.M.

(afbeelding)
Favoriet album: Automatic for the People
Favoriet nummer: Falls to Climb
Live gezien: Ja
Hoogtijdagen: 1995-heden
Ook in de lijst van: aERodynamIC, vigil, dazzler

Omdat in mijn ouderlijk huis weliswaar best een redelijke platencollectie was (met Hotel California als min of meer recentste item), maar er in de woonkamer nooit een radio op een muziekstation aanstond, is Losing My Religion als megahit langs mij heengegaan. Ik heb hier al een paar keer gememoreerd dat ik medio 1993 naar de Top 40 begon te luisteren, dus het ligt voor de hand dat Everybody Hurts mijn kennismaking met R.E.M. was. Mooi, maar ik deed er niet meteen veel meer mee. Toen ik twee jaar later voor het eerst een Top 100 Allertijden hoorde, hoorde ik ook Losing My Religion en ik heb de megahitschade toen wel ingehaald. Wát een mooi nummer vond ik dat! Toen ik Automatic for the People (meer bepaald openingsnummer Drive) voor het eerst hoorde (mijn vader had nota bene de beide hitalbums op cd aangeschaft) was ik definitief om.

R.E.M. zal hier verder niet veel toelichting behoeven; ik ben niet voor niks al de vierde die hem in zijn Top 100 heeft. De beginperiode heb ik lange tijd wat links laten liggen. Dat heeft er veel mee te maken dat ik die periode gevoelsmatig al vroeg had afgedekt met de verzamel-cd Singles Collected (ik had hem overigens al heel wat jaren in huis eer ik het concept snapte: telkens de A-kant van een single en dan daarna de B-kant; 20 nummers waren dus geen 20 singles maar 10). En hoewel ik hem altijd best lekker weg vond luisteren, vond ik ook dat hij eigenlijk pas bij The One I Love goed op stoom kwam. Murmur, Reckoning, Fables of the Reconstruction en Lifes Rich Pageant beluister ik inmiddels niet meer als nieuw, maar ze zitten ook bepaald niet noot voor noot in het systeem. Viermaal 4* en albumtrack Pilgrimage van Murmur is favoriet.

Bij Document was ik er wat eerder bij (want: die singles The One I Love, Finest Worksong en It's the End of the World As We Know It). Het totaalplaatje vind ik er net wat minder en ook met de cultfavoriet Green loop ik wat minder weg. Na de beide hitalbums kwam Monster, waarvan ik het uitkomen min of meer live meegemaakt heb. Hoewel ik het niet echt een afknapper vond, ben ik er toen niet echt mee verder gegaan. De matige kritieken die New Adventures in Hi-Fi en Up ontvingen nam ik voor kennisgeving aan. Die schade heb ik later wel ingehaald: New Adventures in Hi-Fi bleek een energieke en breed uitwaaierende plaat waar veel uit te halen viel en Up een melancholisch meesterwerk, Bill Berry-loos of niet... hij rammelt al een tijdje aan de poort om de favorietenstatus van Automatic for the People over te nemen.

Ook R.E.M. stopte niet op het hoogtepunt. Reveal heb ik als (toen) recentste plaat als student veel gedraaid, tot ik er op een gegeven moment op uitgeluisterd was. Met zijn pastelgeluid en zijn ernstige tekort aan echt memorabele liedjes zou ik inmiddels zo ver gaan het hun minste album te noemen, al levert zwanenzang Collapse into Now op dit punt serieuze concurrentie. Around the Sun (had een paar nummers korter gemogen) en Accelerate (het mini-Monster) zijn wat beter. Rond Accelerate heb ik ook mijn enige R.E.M.-concert meegemaakt, in het Westerpark, met (hun laatste album indachtig) een flinke nadruk op het uptempo werk.

Bovenop een niet heel indrukwekkend laatste kwartet, is de band inmiddels alweer dertien jaar gestopt en op een gegeven moment had ik het meeste R.E.M.-werk zo vaak gehoord dat verrassing en momentum er wel wat af waren. Die blasée fase ben ik inmiddels ook weer voorbij. Als ik 5 R.E.M.-albums per jaar hoor, hoor ik elk album gemiddeld eens per 3 jaar. En dat voelt nog als best weinig. Toch gewoon een topband.


Uitgelicht nummer: Falls to Climb

avatar van Rudi S
REM zeker ook top 10 band bij mij.
Favoriete album: Green.

avatar van Brunniepoo
Hier scheiden onze wegen. Automatic for the People vind ik een hele mooie plaat, de voorganger is ook in zijn geheel fijn, maar verder heb ik er weinig (<1990) tot niets (>1992) mee.

avatar van Casartelli
Casartelli (moderator)
2. Marillion
(Fish)

(afbeelding)
Favoriet album: Fugazi
(Vigil in a Wilderness of Mirrors)
Favoriet nummer: The Invisible Man
(Vigil)
Live gezien: Ja
Hoogtijdagen: 1996-heden
Ook in de lijst van: vigil, Mssr Renard

Sjors Fröhlich (en Peter Plaisier) kwam eerder al even zijdelings langs. In hun middagprogramma zat een tweedelig item, de Klasseplaat/Meesterplaat, waarin een schoolklas een favoriet nummer aandroeg en een uur later droeg de favoriete meester (of juf) van de klas een favoriet nummer aan. Een van die meesterplaten was Marillions Kayleigh en dat was, ergens in de jaren '90, mijn kennismaking met wat tegenwoordig mijn op-een-na favoriete band is.

Mijn Marillionverzameling bleef mijn hele middelbare schooltijd beperkt tot een goedkope verzamelaar van de Fishjaren, genoemd naar die grootste hit. Het waren mijn AOR-jaren, maar de toetsensolo in He Knows You Know en de gitaarsolo in Jigsaw plantten een zaadje. In mijn studententijd verzamelde ik alle Marillion tot dan (Anoraknophobia) aan toe en sindsdien heb ik geen album meer gemist.

De Fishperiode was kort maar krachtig. Script for a Jester's Tear en Fugazi zijn de meer oorspronkelijke, rauwe neoprogalbums en voor mij beide nagenoeg feilloos (het middelmatige getrommel van Mick Pointer op de eerste hoort er gewoon bij). Het hitalbum ligt me qua sound en vocale nadruk een stuk minder, maar Clutching at Straws (in alle eerlijkheid toch ook niet zo heel anders) is de derde topper. Het viertal vat gezamenlijk de essentie van de neoprog wel. De periode met "die nieuwe zanger" beslaat inmiddels ruim 35 jaar en is wat meer hit and miss, maar nadert het beste uit de Fishjaren toch een aantal keer heel dicht. Seasons End is muzikaal nog een soepele overgang uit Clutching at Straws, maar daarna verlaat Marillion het neoprogpad goeddeels en verkent nieuwe wegen. Dat is succesvol op het duistere Brave en het wat kleurrijker Afraid of Sunlight, waarna de zoektocht naar nieuwe wegen een aantal mindere afslagen oplevert. Pas bij Marbles valt alles weer eens op zijn plek (The Invisible Man geldt nog altijd als het mooiste nummer van de 21e eeuw, maar de hele eerste cd van deze dubbelaar is 5*-materiaal), maar daarna is het weer wisselvalligheid troef (met F.E.A.R. het dichtst bij een gunstige uitzondering).

Marillion is ook de band die ik het vaakst live gezien heb. Dankzij een trouwe fanschare zijn er genoeg gelegenheden in Nederland (vaak in TivoliVredenburg). Een aparte vermelding verdienen de twee Marillionweekends die ik bezocht heb. Het welbekende vakantiepark Port Zélande wordt dan in zijn geheel afgehuurd, de band geeft drie avondconcerten en overdag zijn er de nodige randzaken. Het klinkt allemaal nogal freaky, maar toch... dat zouden best meer bands mogen doen.

Toen Fish klaar was met Marillion, ging hij allicht solo verder. Nou zat een aparte Top 100-notering daar lang niet in, maar solodebuut Vigil in a Wilderness of Mirrors (en dan met name het titelnummer daarvan) is voldoende voor een bonusvermelding. Ook Fish bleef één album nog redelijk in de buurt van zijn oude bandsound om daarna nieuwe wegen te verkennen. Op zich te prijzen, maar dan raak je onderweg dus ook wat luisteraars kwijt. Tot en met Raingods with Zippos (1999) is het meeste mijn cd-kast nog wel binnengedruppeld, maar erg vaak komt het er niet uit.


Uitgelicht nummer: The Web

avatar van Rudi S
Toch Rush hier ook een ( vooral) jaren '70 "liefde"gehad voor dat 3tal.

Tja Marillion geweldig natuurlijk en ook jouw album is hier favoriet maar vooral dat titelnummer.
Overigens heeft het nummer Fugazi dus net als The Sleepwalkers en The Musical Box een vlammend laatste deel.

avatar van dazzler
Archive zegt me niets. Marillion en Rush wel. Van beiden heb ik het classic 80's album in huis. Goed maar niet van die aard dat ik op zoek ga naar meer. R.E.M. vind ik zeer goed en op Document, Green en Automatic zelfs top. Daarna werd het me te veel been there done that. Ik had de Nederlandstalige artiesten bewust niet opgenomen in mijn lijst. Ze horen in een aparte ranking. En raad nu eens wie daar bovenaan zou staan...

avatar van Gretz
Had Boudewijn op #1 verwacht. Nu geen idee wat wel je winnaar zou kunnen zijn
Oh nee toch wel, dacht dat die 🇨🇦 al geweest waren

avatar van Johnny Marr
Falls to Climb Up

avatar van Casartelli
Casartelli (moderator)
1. Rush

(afbeelding)
Favoriet album: Moving Pictures
Favoriet nummer: Xanadu
Live gezien: Ja
Hoogtijdagen: 2003-heden
Ook in de lijst van: vigil

Tijdens deze titanenklus noteerde ik een aantal keer dat de volgorde der noteringen hier en daar wat arbitrair was: twee artiesten hadden ook best andersom gerangschikt kunnen staan, een band had misschien ook wel tien of twintig plekken hoger of lager gekund. Dat geldt allemaal niet voor de nummer 1 die je wist dat zou komen; het Canadese powertrio houdt echt elke andere band op respectabele afstand.

Hoewel Rush een groot deel van hun carrière stadions kon vullen, was het in Nederland heel goed mogelijk in (on)zalige onwetendheid van hun bestaan te blijven en dat ben ik de eerste pakweg twintig jaar van mijn leven dan ook geweest. Roll the Bones (het nummer) was de eerste kennismaking, op termijn volgden wat losse nummers (wel de klassiekers), maar ook dat landde zonder context nog niet heel lekker. Maar goed, er waren nog wat aanwijzingen, zoals de loftuitingen van Kees Baars, toenmalig presentator van het toen voor mij nog maatgevende wekelijkse symfo-uurtje op Arrow en de notie dat het toen wel al in het hart gesloten Dream Theater zo sterk beïnvloed was door... Enfin, soms opent een compleet album wegen die via de losse nummers gesloten bleven, dus dat hoogst gewaardeerde album zullen we maar eens proberen.

Moving Pictures leverde niet eens een instantane wow-ervaring op. Wel onmiddellijk een "dit is best goed". En na nog een aantal keer luisteren "dit is wel meer dan best goed". Er kwam, in grillige volgorde, een tweede album bij, een derde, en iets meer dan een jaar later was ik compleet (mede dankzij een download-eindsprintje vlak voordat ik Enschede ging verlaten en ik moest nog maar zien hoe dat met de internetverbinding op de nieuwe stek zat), wat op dat moment wilde zeggen: tot en met Vapor Trails, 17 studioalbums. Toen kon de grote zelfindoctrinatie beginnen; als ik de statistieken mag geloven, hebben Rushalbums in de jaren 2004-2007 het ongekende aantal van een kleine 400 (virtuele) draaibeurten gescoord. Zó'n goudmijn had ik nog niet eerder ontdekt en ik was er zeker van dat dat ook nooit meer zou gaan gebeuren. Met definitieve zekerheden moet een mens altijd voorzichtig zijn, maar het is vooralsnog inderdaad niet gebeurd.

De teller is sindsdien nog tot 19 albums opgelopen, maar de eerlijkheid gebiedt te erkennen dat de eerste 4 eigenlijk niet zo bijzonder zijn. Er zit progressieve honger in (Anthem), de band laat zien een epicgevoel te kunnen oproepen in minder dan vijf minuten (Bastille Day) en, gemankeerd en wel, ook echte epics te kunnen schrijven (2112), maar als de heren er daar mee gestopt waren, was Rush voor mij een muzikale voetnoot geweest... op zijn best.

Pas met het machtige A Farewell to Kings breekt een gouden periode aan, waarin de band per album een ferme ontwikkelingsstap zet en waarin de liedjes complex gespeeld worden, maar tegelijkertijd (overwegend) zeer toegankelijk klinken. Over Neil Pearts drumwerk (door houthakker Mike Portnoy op zijn best bij vlagen redelijk geïmiteerd) is al wel genoeg geschreven. Geddy Lees kenmerkende stemgeluid hoort er nu eenmaal bij, maar is op sommige oudere albums ook voor de hardcore fan op zijn best tolerabel; de verlaging die hij zo rond 1980 inzet is voor alle partijen een zegen. Gitarist Alex Lifeson is muzikaal de wat minder zichtbare van het trio, vooral in de jaren '80 waarin de toetsen een grote(re) rol spelen. Het geheel is eindeloos meer dan de som der delen (en wie dat een gratuit recensentencommentaar vindt, legge gerust de soloalbums van Lee en Lifeson uit de jaren '90 eens op). De vanaf eind jaren '70 strikte taakverdeling (Peart de teksten, Lee en Lifeson de muziek) zal geholpen hebben, het ogenschijnlijke gebrek aan sterallures van elk van de bandleden ook. De band is niet bang transparant te maken wat de bewonderde muzikale concullega's zijn (onder meer: Led Zeppelin in de jaren '70, The Police in de jaren '80, de alternatieve rockscene in de jaren '90 en Porcupine Tree / Tool in de jaren '00), maar trekt daarmee alsnog hun geheel eigen spoor door de muziekgeschiedenis. Vooral op het nagenoeg perfecte rijtje Moving Pictures / Signals / Grace Under Pressure / Power Windows wordt duidelijk geen noot aan het toeval overgelaten, terwijl elk nummer, hoe bestudeerd ook, toch vlot en spontaan klinkt.

Valt er dan helemaal niks te brommen? Nuja, bij Hold Your Fire bekruipt mij het gevoel dat de zojuist beschreven balans wat zoek is: de heren bleven elk doorzoeken naar wat de nieuwste techniek op hun instrumenten mogelijk maakte en hier bekruipt mij eenmalig het gevoel dat het sommige liedjes wat in de weg zit ("kijk mama, zonder handen!"). De navolgende pogingen om wat meer terug naar de basis te gaan, zijn qua succes ook wat wisselend, al zitten er tot en met Test for Echo geen serieuze misperen tussen en is hun 'grungeplaat' Counterparts zelfs tamelijk briljant.

Test for Echo wordt gevolgd door de dubbeltragedie van Pearts verlies van zijn dochter en zijn vrouw en dat de band zes jaar later toch weer bijeengekomen blijkt is op zichzelf verheugender dan het studioproduct wat er ligt. Vapor Trails bevat beslist een paar sterke (en erg persoonlijke) composities (Ghost Rider), maar de wat eenvormige composities en de gare productie maken het tot een van de moeizaamste albums van de band. De nieuwealbumsfrequentie blijft daarna die van een veteranenband, maar Snakes & Arrows is wel een frisse plaat die de recente output snel doet vergeten en zwanenzang Clockwork Angels, het enige echte conceptalbum van de band, doet daar nog een schep bovenop.

Er wordt daarna nog getourd (het concert in de Ziggo Dome in 2013 is het beste van de drie keer dat ik ze live gezien heb) en daarna gaat de band in onbepaalde pauzestand. Als Peart in 2020, voor de buitenwereld onverwacht, aan hersenkanker overlijdt, lijkt de pauzestand definitief. Alex Lifeson vindt een nieuw hobbybandje (Envy of None) en Geddy Lee (zelfverklaard in de eerste plaats bassist, in de tweede plaats zanger en in de derde plaats toetsenist)... er was vermoedelijk ook steeds meer kunst- en vliegwerk nodig om zijn vocale kwaliteiten op de plaat fatsoenlijk voor de dag te laten komen. Zo lang de muziek zo goed was als op Clockwork Angels, is dat verder best, maar live werd het er niet beter op, zoals de R40 Live-concertregistratie pijnlijk duidelijk maakt. Op zeker moment waren er geruchten over het ondenkbare: dat Lee en Lifeson, met een andere drummer, toch weer als Rush op toernee zouden gaan. Misschien moesten ze dat maar gewoon niet doen. Het is mooi geweest.


Uitgelicht nummer: The Weapon

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 16:16 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 16:16 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.