Muziek / Muziekgames / Musicmeters Tip Van De Week: Lejla - O Ljubavi
zoeken in:
1
geplaatst: 29 september 2021, 16:24 uur
Was een goede luistersessie gisteren! Instrumentaal klonk het allemaal uitstekend, fijne jaren '70-rock-samples met een sterke melancholische sfeer en zelfs zonder het te verstaan is de flow en de performance zelf al overtuigend. Het album is alleen iets te lang en begint op een gegeven moment zichzelf in ieder geval instrumentaal te herhalen.
0
geplaatst: 1 oktober 2021, 14:46 uur
Ik vond 'm ook erg tof, geen meesterwerk ofzo maar erg laid-back en aangenaam. Mag van mij 3,5 pegels ontvangen hier op Musicmeter!
De luistersessie op Beatsense was inderdaad super tof, missed it
Nu benieuwd wat iemand74 voor ons in petto heeft!
- 01/10: iemand74
- 08/10: Koenr
- 15/10: Gretz
- 22/10: Choconas
- 29/10: Johnny Marr
- 05/11: Poek
- 12/11: luigifort
- 19/11: madmadder
- 26/11: AOVV
- 03/12: ArthurDZ
De luistersessie op Beatsense was inderdaad super tof, missed it

Nu benieuwd wat iemand74 voor ons in petto heeft!
- 01/10: iemand74
- 08/10: Koenr
- 15/10: Gretz
- 22/10: Choconas
- 29/10: Johnny Marr
- 05/11: Poek
- 12/11: luigifort
- 19/11: madmadder
- 26/11: AOVV
- 03/12: ArthurDZ
1
geplaatst: 1 oktober 2021, 20:27 uur
Ja, ik doe ook wel weer mee! Weet niet of ik elke week de plaat kan luisteren, maar zal regelmatig aanhaken.
Mijn tip komt dit weekend.
Mijn tip komt dit weekend.
7
geplaatst: 2 oktober 2021, 07:14 uur
Ja, ik weet er wel eentje:
https://www.musicmeter.nl/album/31879
Thelonious Monk - Criss-Cross (1963)
Op de stoel waar ik meestal zit als ik muziek luister, kijk ik recht uit op de rug van een Thelonious Monk-biografie. Nog geen letter in gelezen, maar het heeft er wel voor gezorgd dat ik de afgelopen tijd veel Thelonious Monk heb geluisterd. Dit plaatje is minder bekend dan bijvoorbeeld Brilliant Corners of Monk's Music, maar doet er wat mij betreft niet voor onder. De nummers zijn relatief kort en bescheiden, maar de eigenzinnige pianostijl van Monk komt er heel goed uit de verf. Hoekig en dissonant, maar ook speels en swingend op een heel eigen manier. De saxofoon-stijl van Charlie Rouse vind ik ook altijd mooi matchen met Monk.
Ik doe niet mee met een CSL, weinig tijd voor, maar jullie mogen natuurlijk best eentje zonder mij houden.
Zou een moderator de titel willen veranderen ? (cosmic kid, Casartelli, Soledad, brajoapau)
https://www.musicmeter.nl/album/31879
Thelonious Monk - Criss-Cross (1963)
Op de stoel waar ik meestal zit als ik muziek luister, kijk ik recht uit op de rug van een Thelonious Monk-biografie. Nog geen letter in gelezen, maar het heeft er wel voor gezorgd dat ik de afgelopen tijd veel Thelonious Monk heb geluisterd. Dit plaatje is minder bekend dan bijvoorbeeld Brilliant Corners of Monk's Music, maar doet er wat mij betreft niet voor onder. De nummers zijn relatief kort en bescheiden, maar de eigenzinnige pianostijl van Monk komt er heel goed uit de verf. Hoekig en dissonant, maar ook speels en swingend op een heel eigen manier. De saxofoon-stijl van Charlie Rouse vind ik ook altijd mooi matchen met Monk.
Ik doe niet mee met een CSL, weinig tijd voor, maar jullie mogen natuurlijk best eentje zonder mij houden.
Zou een moderator de titel willen veranderen ? (cosmic kid, Casartelli, Soledad, brajoapau)
1
geplaatst: 2 oktober 2021, 19:03 uur
Wat tof, een Thelonious Monk die ik nog niet ken en ook niet in de kast heb staan. Ben benieuwd!
0
geplaatst: 4 oktober 2021, 20:37 uur
Ik loop, naar goede gewoonte, weer wat achter. Fijne tip, Jordi! Daar heb ik wel een 7 voor veil. 
Benieuwd naar Thelonious!

Benieuwd naar Thelonious!
1
geplaatst: 6 oktober 2021, 06:57 uur
Ik vond hem wel tof , hoewel niet per se heel erg erbovenuit steken tussen Monks werk van deze periode. Voorlopig een ruime 7, afgerond 3,5*
1
geplaatst: 6 oktober 2021, 16:02 uur
Onderhoudend is het juiste woord, ja. Nergens slecht, maar ik vond het eigenlijk behoorlijk saai. Ik heb er geen probleem mee dat het tempo redelijk laag ligt, maar het bleef allemaal wel erg binnen de lijntjes. Mijn energieniveau was na deze plaat behoorlijk gedaald, ik heb dat nog geprobeerd met meer knallende jazz/fusion als Electric Masada, Shibusashirazu en Neptunian Maximalism te verhogen, maar het mocht niet meer baten. 
Onvoldoende zeker niet, maar een hele lichte voldoende:
5,8
Farazi v Kayra krijgt uiteindelijk een 6,9.

Onvoldoende zeker niet, maar een hele lichte voldoende:
5,8
Farazi v Kayra krijgt uiteindelijk een 6,9.
0
geplaatst: 6 oktober 2021, 18:48 uur
Farazi v Kayra: Best leuk, maar bij hiphop vind ik het op de een of andere manier altijd jammer als ik niet weet waarover er gerapt wordt. De teksten zijn bij hiphop voor mij toch ook een belangrijk deel van de beleving. Duurt ook wel wat te lang. De Big L sample richting het einde is wel leuk. 6,0
Morgen ga ik Criss-Cross luisteren.
Morgen ga ik Criss-Cross luisteren.
1
geplaatst: 7 oktober 2021, 18:03 uur
Thelonious Monk: Fijn, ik vind 'm denk ik niet zo goed als een paar van zijn andere albums, maar toch wel tofjes, zeker de wat speelsere nummers. Werd er wel vrolijk van. De csl'ers zaten zeker gezamenlijk aan de downers toen ze deze hoorden.
7,1
7,1
1
geplaatst: 8 oktober 2021, 09:07 uur
Voor een toffe albumhoes kan je altijd wel bij Thelonious Monk terecht. Deze plaat vind ik wat minder spannend dan bijvoorbeeld Monk's Dream, Underground of Monk's Music, evenwel. Het pianospel van Monk overheerst en je voelt aan alles dat hij zich in zijn sas voelt achter de piano. Hij schudt riedeltjes en motiefjes uit zijn mouw als ware het niets, maar het blijft allemaal een beetje braaf en gewoontjes, en de andere muzikanten komen niet echt naar de voorgrond.
Aardige luistermuziek, deze Criss-Cross, dat zeker wel. Maar van Monk heb ik al beter (spannender) gehoord.
6,3
Aardige luistermuziek, deze Criss-Cross, dat zeker wel. Maar van Monk heb ik al beter (spannender) gehoord.
6,3
3
geplaatst: 8 oktober 2021, 11:55 uur
Dankjewel voor het luisteren, iedereen! Ook als het minder beviel.
'Braaf' vind ik het zelf absoluut niet, maar ik snap wel waar sommigen van jullie op doelen, denk ik. Monk was rond deze tijd al lang geen vernieuwer meer (dat was hij in de jaren '40). Hij grijpt, zeker op dit album, juist heel erg terug op oudere jazz-stijlen die inderdaad was bescheidener en traditioneler zijn. De eigenzinnigheid zit hem voor mij in de details, niet in allerlei vuurwerk.
'Braaf' vind ik het zelf absoluut niet, maar ik snap wel waar sommigen van jullie op doelen, denk ik. Monk was rond deze tijd al lang geen vernieuwer meer (dat was hij in de jaren '40). Hij grijpt, zeker op dit album, juist heel erg terug op oudere jazz-stijlen die inderdaad was bescheidener en traditioneler zijn. De eigenzinnigheid zit hem voor mij in de details, niet in allerlei vuurwerk.
1
geplaatst: 9 oktober 2021, 10:19 uur
Monk krijgt van mij nog een 6,5je. Ik vond het wel toffe achtergrondmuziek, maar zoals met veel jazz bleef het bij mij bij 'best leuk maar niet meer dan dat'.
Koenr, met welk Latijns-Amerikaans pareltje verwen jij ons komende week?
- 08/10: Koenr
- 15/10: Gretz
- 22/10: Choconas
- 29/10: Johnny Marr
- 05/11: Poek
- 12/11: luigifort
- 19/11: madmadder
- 26/11: AOVV
- 03/12: ArthurDZ
Koenr, met welk Latijns-Amerikaans pareltje verwen jij ons komende week?

- 08/10: Koenr
- 15/10: Gretz
- 22/10: Choconas
- 29/10: Johnny Marr
- 05/11: Poek
- 12/11: luigifort
- 19/11: madmadder
- 26/11: AOVV
- 03/12: ArthurDZ
2
geplaatst: 9 oktober 2021, 10:26 uur
Ik zal dit weekend een stukje droppen. Ik denk dat ik in Europa blijf deze week.
3
geplaatst: 10 oktober 2021, 15:46 uur
https://www.musicmeter.nl/album/71372]José Afonso - Cantigas do Maio (1971)
https://p4.wallpaperbetter.com/wallpaper/95/630/545/jose-afonso-glasses-face-hair-wallpaper-preview.jpg
José Afonso (ook bekend als Zeca Afonso) begon zijn carrière eind jaren '40 als fado gitarist en zanger, gespecialiseerd in de variant uit Coimbra. Wanneer hij niet ziek was of moest vechten aan het front, nam hij nummers op in een kleine studio, waarvan het merendeel uit deze periode helaas verloren is gegaan. Tijdens zijn studie geschiedenis & filosofie sluit hij zich aan bij het Orfeon Académico de Coimbra, één van de beroemdste academische koren van Portugal, waarmee hij onder meer in Angola and Mozambique optreed. Hij reist in deze periode ook met verschillende andere muzikanten door Portugal en treed regelmatig op voor boeren en fabriekswerkers.
Ergens in de jaren '60, terwijl de politieke onrust in de straten van Coimbra blijft groeien - zowel rondom de situatie in de Portugese koloniën als door de jarenlange dictatuur onder Salazar - begint de fado voor Afonso een beetje achterhaalt te klinken: die eindeloze trieste liedjes met een inmiddels toch wel enigszins rigide structuur. Bovendien wordt het genre steeds meer geassocieerd met de dictatoriale regering, die de kunstvorm steunt en promoot.
Niet zo gek dus dat er onder verschillende Portugese muzikanten langzaam een verlangen groeit om nieuwe, ambitieuzere muziek te maken. Samen met gitarist Rui Pato dwaalt José Afonso eindeloze nachten langs cafés en barretjes in Coimbra, luisterend naar recent verkregen platen van Brel & Brassens, en beginnen ze een serie eigenzinnige ballades te schrijven die de basis van Afonso's debuutalbum Baladas e Canções zullen vormen. Het zijn nummers die nog steeds Fado ademen, maar met eigenschappen die al duidelijk in een nieuwe richting wijzen. De teksten worden langzaam cryptischer, politieker, radicaler, de muzikale structuren eigenzinniger.
En Afonso blijkt inderdaad niet de enige met die ambitie, want midden jaren '60 wordt er zo een nieuw genre geboren: Música de intervenção. Uitgesproken protestliederen tegen het fascistische regime - die dan uiteraard nog wel vol met onontkoombare invloeden uit de fado en folk-tradities zitten. Afonso's eerste liedjes in deze stijl verschijnen niet op zijn debuut, maar er staat er wel eentje op een EP uit 1964: Coro dos Caídos. Uit dezelfde periode stammen ook de eerste protestliederen van de in Angola geboren Luís Cília. Mensen die een indruk van dit genre willen krijgen, kunnen dit album eens opzoeken.
Ergens in 1968 biedt Orfeu Afonso een contract aan en deze vaste bron van inkomsten biedt hem de ruimte om zich meer te focussen op muziek . Zijn eerste album voor het label is Cantares do Andarilho, met daarop het wonderschone slaapliedje Canção de Embalar. Het jaar daarop verschijnt Contos Velhos, Rumos Novos, waarop we niet alleen voor het eerst een uitgebreider instrumentarium horen (o.a. ukelele, harmonica, xylofoon), maar waarop de protestliederen ook voor het eerst echt de overhand nemen. Afonso's fado-roots lijken hier voor het eerst zo goed als verdwenen.
In deze periode neemt Afonso elk jaar een plaat op, en het hoogtepunt van zijn carrière verschijnt eind 1971: Cantigas do Maio. De situatie in Portugal is dan al een tijdje onhoudbaar en net als veel andere Portugese kunstenaars heeft Afonso zijn heil gezocht in Parijs. Hier werkt hij samen met de ruim 10 jaar jongere en daardoor ook een stuk radicalere José Mário Branco. Samen sleutelen ze aan de arrangementen van wat uiteindelijk Cantigas do Maio zal worden. Een breed scala aan instrumenten wordt geregeld en enkele Franse muzikanten worden gestrikt om naar de studio te komen. Rond deze tijd heeft de Tropicália Europa ook bereikt, waardoor er ook enkele Braziliaanse invloeden op dit album doorsijpelen.
Bij het horen van de eerste percussietonen van opener Senhor arcanjo, terwijl Delaporte op zijn congo het ritme aangeeft en er nog wat mensen op de achtergrond discussiëren over het volume, weet je al dat je met een bijzondere plaat te maken hebt. Het daaropvolgende titelnummer maakt dit album op zichzelf al een luisterbeurt waard; de combinatie van het slepende gitaar-motiefje, Afonso's intense stem en de spookachtige, schokkerige accordeon (gespeeld door Branco) geeft me elke keer kippenvel, zeker als al deze elementen richting het einde steeds meer aan intensiteit toenemen.
Grândola, Vila Morena, met de marcherende voetstappen in de achtergrond, zou 3 jaar na de release van dit album onsterfelijk blijken en voor eeuwig deel van het collectieve geheugen van Portugal worden. Het nummer vormde de achtergrond van protesten, verhitte discussies, en later van de feestende mensen op de straten. Het werd de belichaming van het einde van de dictatuur en het nummer zou in de jaren daarop eindeloos gecovered worden en de soundtrack van films en documentaires vormen. Ook op afsluiter Coro da Primavera lijkt de plaat al vooruit te blikken naar 1974:
ouvem-se já os rumores / ouvem-se já os clamores / ouvem-se já os tambores
We can hear the rumours already / We can hear the clamours already / We can hear the drums already
Op de rest van de plaat staan nog een aantal andere pareltjes verborgen, zoals een eerbetoon aan een in de jaren '50 door de militaire politie vermoorde vrouw. Tussen alle eigenzinnige nummers en cynische (maar ook hoopvolle) teksten is er echter ook nog ruimte voor een klein liedje: Milho Verde is een prachtige, ingetogen uitvoering van een traditional, waarvan de basis door een [url=https://diariodigitalcastelobranco.pt/ficheiros/noticias/1600125157_510108270-01.jpeg]Adufe-ritme wordt gevormd. (Op deze Gal Costa plaat is overigens ook een (wat uitbundigere) versie van dit nummer te vinden.)
José Afonso is een artiest die mij in het afgelopen jaar behoorlijk dierbaar is geworden. Ik hoop dat er voor sommige van jullie ook een fraaie ontdekking in zit deze week. Enjoy!
https://p4.wallpaperbetter.com/wallpaper/95/630/545/jose-afonso-glasses-face-hair-wallpaper-preview.jpg
José Afonso (ook bekend als Zeca Afonso) begon zijn carrière eind jaren '40 als fado gitarist en zanger, gespecialiseerd in de variant uit Coimbra. Wanneer hij niet ziek was of moest vechten aan het front, nam hij nummers op in een kleine studio, waarvan het merendeel uit deze periode helaas verloren is gegaan. Tijdens zijn studie geschiedenis & filosofie sluit hij zich aan bij het Orfeon Académico de Coimbra, één van de beroemdste academische koren van Portugal, waarmee hij onder meer in Angola and Mozambique optreed. Hij reist in deze periode ook met verschillende andere muzikanten door Portugal en treed regelmatig op voor boeren en fabriekswerkers.
Ergens in de jaren '60, terwijl de politieke onrust in de straten van Coimbra blijft groeien - zowel rondom de situatie in de Portugese koloniën als door de jarenlange dictatuur onder Salazar - begint de fado voor Afonso een beetje achterhaalt te klinken: die eindeloze trieste liedjes met een inmiddels toch wel enigszins rigide structuur. Bovendien wordt het genre steeds meer geassocieerd met de dictatoriale regering, die de kunstvorm steunt en promoot.
Niet zo gek dus dat er onder verschillende Portugese muzikanten langzaam een verlangen groeit om nieuwe, ambitieuzere muziek te maken. Samen met gitarist Rui Pato dwaalt José Afonso eindeloze nachten langs cafés en barretjes in Coimbra, luisterend naar recent verkregen platen van Brel & Brassens, en beginnen ze een serie eigenzinnige ballades te schrijven die de basis van Afonso's debuutalbum Baladas e Canções zullen vormen. Het zijn nummers die nog steeds Fado ademen, maar met eigenschappen die al duidelijk in een nieuwe richting wijzen. De teksten worden langzaam cryptischer, politieker, radicaler, de muzikale structuren eigenzinniger.
En Afonso blijkt inderdaad niet de enige met die ambitie, want midden jaren '60 wordt er zo een nieuw genre geboren: Música de intervenção. Uitgesproken protestliederen tegen het fascistische regime - die dan uiteraard nog wel vol met onontkoombare invloeden uit de fado en folk-tradities zitten. Afonso's eerste liedjes in deze stijl verschijnen niet op zijn debuut, maar er staat er wel eentje op een EP uit 1964: Coro dos Caídos. Uit dezelfde periode stammen ook de eerste protestliederen van de in Angola geboren Luís Cília. Mensen die een indruk van dit genre willen krijgen, kunnen dit album eens opzoeken.
Ergens in 1968 biedt Orfeu Afonso een contract aan en deze vaste bron van inkomsten biedt hem de ruimte om zich meer te focussen op muziek . Zijn eerste album voor het label is Cantares do Andarilho, met daarop het wonderschone slaapliedje Canção de Embalar. Het jaar daarop verschijnt Contos Velhos, Rumos Novos, waarop we niet alleen voor het eerst een uitgebreider instrumentarium horen (o.a. ukelele, harmonica, xylofoon), maar waarop de protestliederen ook voor het eerst echt de overhand nemen. Afonso's fado-roots lijken hier voor het eerst zo goed als verdwenen.
In deze periode neemt Afonso elk jaar een plaat op, en het hoogtepunt van zijn carrière verschijnt eind 1971: Cantigas do Maio. De situatie in Portugal is dan al een tijdje onhoudbaar en net als veel andere Portugese kunstenaars heeft Afonso zijn heil gezocht in Parijs. Hier werkt hij samen met de ruim 10 jaar jongere en daardoor ook een stuk radicalere José Mário Branco. Samen sleutelen ze aan de arrangementen van wat uiteindelijk Cantigas do Maio zal worden. Een breed scala aan instrumenten wordt geregeld en enkele Franse muzikanten worden gestrikt om naar de studio te komen. Rond deze tijd heeft de Tropicália Europa ook bereikt, waardoor er ook enkele Braziliaanse invloeden op dit album doorsijpelen.
Bij het horen van de eerste percussietonen van opener Senhor arcanjo, terwijl Delaporte op zijn congo het ritme aangeeft en er nog wat mensen op de achtergrond discussiëren over het volume, weet je al dat je met een bijzondere plaat te maken hebt. Het daaropvolgende titelnummer maakt dit album op zichzelf al een luisterbeurt waard; de combinatie van het slepende gitaar-motiefje, Afonso's intense stem en de spookachtige, schokkerige accordeon (gespeeld door Branco) geeft me elke keer kippenvel, zeker als al deze elementen richting het einde steeds meer aan intensiteit toenemen.
Grândola, Vila Morena, met de marcherende voetstappen in de achtergrond, zou 3 jaar na de release van dit album onsterfelijk blijken en voor eeuwig deel van het collectieve geheugen van Portugal worden. Het nummer vormde de achtergrond van protesten, verhitte discussies, en later van de feestende mensen op de straten. Het werd de belichaming van het einde van de dictatuur en het nummer zou in de jaren daarop eindeloos gecovered worden en de soundtrack van films en documentaires vormen. Ook op afsluiter Coro da Primavera lijkt de plaat al vooruit te blikken naar 1974:
ouvem-se já os rumores / ouvem-se já os clamores / ouvem-se já os tambores
We can hear the rumours already / We can hear the clamours already / We can hear the drums already
Op de rest van de plaat staan nog een aantal andere pareltjes verborgen, zoals een eerbetoon aan een in de jaren '50 door de militaire politie vermoorde vrouw. Tussen alle eigenzinnige nummers en cynische (maar ook hoopvolle) teksten is er echter ook nog ruimte voor een klein liedje: Milho Verde is een prachtige, ingetogen uitvoering van een traditional, waarvan de basis door een [url=https://diariodigitalcastelobranco.pt/ficheiros/noticias/1600125157_510108270-01.jpeg]Adufe-ritme wordt gevormd. (Op deze Gal Costa plaat is overigens ook een (wat uitbundigere) versie van dit nummer te vinden.)
José Afonso is een artiest die mij in het afgelopen jaar behoorlijk dierbaar is geworden. Ik hoop dat er voor sommige van jullie ook een fraaie ontdekking in zit deze week. Enjoy!
0
geplaatst: 10 oktober 2021, 15:53 uur
Super informatief weer allemaal, zoals we hier inmiddels van Koen gewend zijn. Dinsdag CSL van deze interessante artiest uit weer een muzikale scene die mij voorheen compleet onbekend was?
1
geplaatst: 11 oktober 2021, 10:00 uur
Ben heul benieuwd. Ik kan morgen niet, dus ik ga gewoon vanavond deze plaat integraal op BeatSense draaien. Staat niet op Spotify zie ik, vandaar.
0
geplaatst: 11 oktober 2021, 14:13 uur
Hoe laat, Sjonnie? Dan sluit ik misschien wel aan deze avond.
1
geplaatst: 11 oktober 2021, 15:25 uur
AOVV schreef:
Hoe laat, Sjonnie? Dan sluit ik misschien wel aan deze avond.
Hoe laat, Sjonnie? Dan sluit ik misschien wel aan deze avond.
Wanneer het voor jou past.
1
geplaatst: 11 oktober 2021, 15:51 uur
2
geplaatst: 11 oktober 2021, 20:57 uur
* denotes required fields.

