Hier kun je zien welke berichten Janz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Rare Earth - The Collection (2004)

3,5
0
geplaatst: 3 juli 2015, 19:13 uur
Rare Earth maakte bluesrock in de stijl van Cream, Vietnam-muziek bij uitstek, zoals zo treffend gecompileerd op de Tour of Duty albums. De band werd gecontracteerd door Motown, ten behoeve van een te creëren white men sublabel. Motown invloeden zijn terug te horen in de covers Get Ready en (I know) I'm losing you (Temptations) en de productie van Norman Whitfield, maar de band is altijd een vreemde eend in de Detroit soul bijt gebleven en ook als zodanig behandeld. Rare wereld.
René Shuman - The Main Language (1988)

3,0
1
geplaatst: 30 maart 2015, 14:00 uur
Elvis-imitators zijn van alle tijden. Ze waren er al toen Elvis nog leefde, in 2015 zijn ze er nog steeds (Danny Vera) en ook in de toekomst zullen ze er zijn. Het zegt veel over het merk Elvis en de kracht van zijn muziek. Tot in lengte van jaren zal hij een inspirator zijn voor velen.
Van talentenjachten kun je hetzelfde zeggen. Ze bestaan al jaren, in 2015 populairder dan ooit (The Voice) en ook in de toekomst zullen ze in steeds nieuwe formats aan ons opgedrongen worden. Voor wie denkt iets te kunnen, is het een manier om je carrière te lanceren. Maar of het voor echte talenten ook de beste manier is, valt te bezien.
Neem nu René Shuman. In 1986 gooide hij hoge ogen in Henny Huismans Soundmixshow met zijn Elvisact. De bescheiden jongen wond het publiek om zijn vingers met zijn bronzen stem en zijn zwoele blik. Het leverde hem het even gewilde als onvermijdelijke platencontract op.
Inmiddels weten we hoe het met René Shuman is afgelopen. Het contract zette zijn carrière op de rails, maar wel op die van een dood spoor. Het nieuwe tieneridool moest hij worden. Zijn kunsten moest hij vertonen door het hele land. De A&R manager wist wel raad met het plaatje dat er komen zou. Snel wat nummers bij elkaar geraapt, wat zwoele en wat zogenaamde rockers en gaan met die banaan. Zo ging dat toen bij talentenjachten, zo gaat dat nu en zo zal het altijd gaan: kwaliteit is niet belangrijk, alles voor de business. En als dat schip op stoom is, is het lastig om het steven te wenden.
Niettemin deed René Shuman een poging. Hij kreeg het voor elkaar om acht eigen nummers op zijn tweede album te krijgen, dat verscheen onder de titel The Main Language. In kwalitatief opzicht was het grote sprong voorwaarts. De plaat bevatte serieuze rock (n roll) en een paar mooie ballads. Goed, de productie was van de jaren 80, maar een nummer als Love Waves was gewoon een prima song en Again In Love en Cause You’re Not Here hadden op het repertoire van Chris Isaak niet misstaan.
Het mocht allemaal niet baten. Voor zijn derde album Mission of The Heart werd René naar Brazilië gestuurd. Het illustreert m.i. de onkunde van de platenmaatschappij. Nieuw succes bleef dan ook uit en René raakte uit beeld.
Anno 2015 zit René in het amusementscircuit. Samen met zijn vrouw Angela geeft hij rock-n-roll-shows weg. Mr. & Mrs Rock ’n Roll noemen ze zich. Rock n rollen kunnen ze, maar het is goedkoop en het gebeurt buiten beeld, ver weg in de provincie. Deze man had het talent om een artiest te worden in stijl van de al genoemde Chris Isaak. Hij kan zingen, hij kan gitaarspelen en hij heeft schrijftalent. Had hij de tijd gekregen om zijn eigen stijl te ontwikkelen, dan was het hem gelukt. Helaas deed hij mee aan de Soundmixshow en het is teren op andermans roem geworden. Jammer.
Van talentenjachten kun je hetzelfde zeggen. Ze bestaan al jaren, in 2015 populairder dan ooit (The Voice) en ook in de toekomst zullen ze in steeds nieuwe formats aan ons opgedrongen worden. Voor wie denkt iets te kunnen, is het een manier om je carrière te lanceren. Maar of het voor echte talenten ook de beste manier is, valt te bezien.
Neem nu René Shuman. In 1986 gooide hij hoge ogen in Henny Huismans Soundmixshow met zijn Elvisact. De bescheiden jongen wond het publiek om zijn vingers met zijn bronzen stem en zijn zwoele blik. Het leverde hem het even gewilde als onvermijdelijke platencontract op.
Inmiddels weten we hoe het met René Shuman is afgelopen. Het contract zette zijn carrière op de rails, maar wel op die van een dood spoor. Het nieuwe tieneridool moest hij worden. Zijn kunsten moest hij vertonen door het hele land. De A&R manager wist wel raad met het plaatje dat er komen zou. Snel wat nummers bij elkaar geraapt, wat zwoele en wat zogenaamde rockers en gaan met die banaan. Zo ging dat toen bij talentenjachten, zo gaat dat nu en zo zal het altijd gaan: kwaliteit is niet belangrijk, alles voor de business. En als dat schip op stoom is, is het lastig om het steven te wenden.
Niettemin deed René Shuman een poging. Hij kreeg het voor elkaar om acht eigen nummers op zijn tweede album te krijgen, dat verscheen onder de titel The Main Language. In kwalitatief opzicht was het grote sprong voorwaarts. De plaat bevatte serieuze rock (n roll) en een paar mooie ballads. Goed, de productie was van de jaren 80, maar een nummer als Love Waves was gewoon een prima song en Again In Love en Cause You’re Not Here hadden op het repertoire van Chris Isaak niet misstaan.
Het mocht allemaal niet baten. Voor zijn derde album Mission of The Heart werd René naar Brazilië gestuurd. Het illustreert m.i. de onkunde van de platenmaatschappij. Nieuw succes bleef dan ook uit en René raakte uit beeld.
Anno 2015 zit René in het amusementscircuit. Samen met zijn vrouw Angela geeft hij rock-n-roll-shows weg. Mr. & Mrs Rock ’n Roll noemen ze zich. Rock n rollen kunnen ze, maar het is goedkoop en het gebeurt buiten beeld, ver weg in de provincie. Deze man had het talent om een artiest te worden in stijl van de al genoemde Chris Isaak. Hij kan zingen, hij kan gitaarspelen en hij heeft schrijftalent. Had hij de tijd gekregen om zijn eigen stijl te ontwikkelen, dan was het hem gelukt. Helaas deed hij mee aan de Soundmixshow en het is teren op andermans roem geworden. Jammer.
Rod Stewart - Time (2013)

3,0
0
geplaatst: 11 januari 2016, 13:10 uur
"Time waits for no one", zong Rod Stewart en hij perste er weer een pop/rockalbum uit. Rod de Schot is back on track, juichten de critici opgelucht. En Rod? Hij maakte er nog een. Zijn time begint zo langzamerhand kostbaar te worden, tenslotte.
De laatste keer dat Rod Stewart een rockalbum maakte was in 1998. Toen kwam When We Were The New Boys uit, een energieke plaat met covers van o.m. Oasis, Primal Scream en Skunk Anansie. De goed bedoelde poging om bij de tijd te blijven werd echter zo ongenadig de grond in geboord, dat het album binnen de kortste keren in de uitverkoop lag. Ik heb dat nooit goed begrepen. In mijn ogen is New Boys een fris album dat met passie is gemaakt. Zeker geen verplicht nummer, in elk geval.
Evenmin begrijp ik waarom Time met zoveel lof ontvangen is. Of eigenlijk begrijp ik het wel: Time is een verademing na de serie zeikplaten die Stewart met de Songbooks maakte. Maar hier wordt dan toch met twee maten gemeten. Immers, op de keeper beschouwd is Time een middelmatige plaat, een album vol met clichénummers met Sexual Religion als dieptepunt. Een volstrekt ongeloofwaardige tekst uit de mond van iemand die de 70 nadert (en inmiddels is gepasseerd) op een beat die al 15 jaar uit de mode is. Voor de rest geijkte melodielijnen en voorspelbare instrumentatie, ik heb het allemaal al eens eerder gehoord.
Beter goed gejat, zoals op New Boys, dan slecht gemaakt dus. Waarmee ik niet wil beweren dat New Boys een klassieker is en Time een draak, maar wel dat de een niet onderdoet voor de ander, terwijl de recensies (ook hier op MuMe) anders doen vermoeden. Ik kan de vergelijking ook anders maken: stel dat Time uitkwam in 1998 en New Boys in 2013, hoe zouden de kritieken dan geluid hebben? Ik gok in het geval van Time gereserveerd en bij New Boys positief. Niet kwaliteit, maar omstandigheden bepalen uiteindelijk of een plaat de publieke opinie mee of tegen krijgt. De songbookserie vormt hier het springende punt. Opmerkelijk eigenlijk.
De laatste keer dat Rod Stewart een rockalbum maakte was in 1998. Toen kwam When We Were The New Boys uit, een energieke plaat met covers van o.m. Oasis, Primal Scream en Skunk Anansie. De goed bedoelde poging om bij de tijd te blijven werd echter zo ongenadig de grond in geboord, dat het album binnen de kortste keren in de uitverkoop lag. Ik heb dat nooit goed begrepen. In mijn ogen is New Boys een fris album dat met passie is gemaakt. Zeker geen verplicht nummer, in elk geval.
Evenmin begrijp ik waarom Time met zoveel lof ontvangen is. Of eigenlijk begrijp ik het wel: Time is een verademing na de serie zeikplaten die Stewart met de Songbooks maakte. Maar hier wordt dan toch met twee maten gemeten. Immers, op de keeper beschouwd is Time een middelmatige plaat, een album vol met clichénummers met Sexual Religion als dieptepunt. Een volstrekt ongeloofwaardige tekst uit de mond van iemand die de 70 nadert (en inmiddels is gepasseerd) op een beat die al 15 jaar uit de mode is. Voor de rest geijkte melodielijnen en voorspelbare instrumentatie, ik heb het allemaal al eens eerder gehoord.
Beter goed gejat, zoals op New Boys, dan slecht gemaakt dus. Waarmee ik niet wil beweren dat New Boys een klassieker is en Time een draak, maar wel dat de een niet onderdoet voor de ander, terwijl de recensies (ook hier op MuMe) anders doen vermoeden. Ik kan de vergelijking ook anders maken: stel dat Time uitkwam in 1998 en New Boys in 2013, hoe zouden de kritieken dan geluid hebben? Ik gok in het geval van Time gereserveerd en bij New Boys positief. Niet kwaliteit, maar omstandigheden bepalen uiteindelijk of een plaat de publieke opinie mee of tegen krijgt. De songbookserie vormt hier het springende punt. Opmerkelijk eigenlijk.
Roger McGuinn - Back from Rio (1991)

3,5
0
geplaatst: 7 november 2009, 12:07 uur
Madjack71 schreef:
Heb dit album onder een andere hoes dan die hierboven afgebeeld staat.
Heb dit album onder een andere hoes dan die hierboven afgebeeld staat.
Ik ook. Hierboven staat de afbeelding van de Amerikaanse hoes.
Madjack71 schreef:
Dit is een album met ruime ondersteuning van zijn vrienden in de muziek wereld.
Namen als Stan Ridgeway (Car Phone), Elvis Costello (You bowed down, ook door hem geschreven), Michael Penn (Suddenly Blue), Tom Petty (The trees are all gone en King of the Hill, waar King of the Hill ook door Petty is geschreven), David Crosby (Without your love).
I get by...with a little help from my friends.
Dit is een album met ruime ondersteuning van zijn vrienden in de muziek wereld.
Namen als Stan Ridgeway (Car Phone), Elvis Costello (You bowed down, ook door hem geschreven), Michael Penn (Suddenly Blue), Tom Petty (The trees are all gone en King of the Hill, waar King of the Hill ook door Petty is geschreven), David Crosby (Without your love).
I get by...with a little help from my friends.
En niet te vergeten Chris Hillman, Timothy B. Schmitt en Mike Campbell & Benmont Tench (Heartbreakers).
Madjack71 schreef:
Ach, het resultaat is zeker niet onaardig. Het klinkt fris, transparant en heeft wel wat weg van Tom Petty & The Heartbreakers, alsook zijn stem. Hoewel het wel lijkt alsof hij lispelt.
Lekker voor zo tussendoor, maar is niet nodig om er eens goed voor te gaan zitten.
Ach, het resultaat is zeker niet onaardig. Het klinkt fris, transparant en heeft wel wat weg van Tom Petty & The Heartbreakers, alsook zijn stem. Hoewel het wel lijkt alsof hij lispelt.
Lekker voor zo tussendoor, maar is niet nodig om er eens goed voor te gaan zitten.
Ik herinner me dat dit album destijds met veel bombarie werd gepresenteerd als het comeback album van McGuinn, juist na de release van een Byrds verzamelbox. In het AD verscheen een interview met Roger en Camilla die alleen over de nieuwe plaat wilden praten en dus niet over het verleden. De journalist beschreef toen maar zijn eigen herinneringen aan The Byrds in het algemeen en Mr. Tambourine man in het bijzonder; dat hij na het horen van dit nummer een daad stelde, waarna zijn leven nooit meer hetzelfde was. Een prachtig verhaal. Ik heb dat artikel jarenlang bewaard, maar ben het helaas kwijt geraakt.
Na het lezen van dat verhaal vond ik dat ik ook maar eens moest kennismaken met meneer McGuinn en kocht dit album. Ik moest toch nog een verplichte bestelling doen bij Boek en Plaat (of was het ECI?). De aanschaf werd echter een teleurstelling. Ik vond er geen zak aan. Een saaie plaat met kitsch muziek. De CD verdween dan ook snel onder het stof en later heb ik 'm weggedaan.
Intussen zijn we bijna 20 jaar verder en heb ik inmiddels kennis gemaakt met het oeuvre van The Byrds en alle daaraan gelieerde partijen en navolgers. Pas heb ik Back from Rio teruggekocht. Voor een prikkie, dat wel. En warempel, nu vind ik 'm leuk.
Back from Rio staat vol met verwijzingen naar het Byrdstijdperk. Alleen al die uit duizenden herkenbare sound van McGuinn's 12-string Rickenbacker. Overduidelijk is geprobeerd de sfeer van 5th Dimension/Younger than Yesterday terug te halen. Met hulp van collega Byrds Crosby en Hillman en aanbidders Petty en Costello, is dat nog aardig gelukt ook. De laatste twee hebben een stevige bijdrage aan het songmateriaal geleverd, waardoor de plaat eigentijds klinkt. Daarbij combineert Costello's background vocal op You bowed down prachtig bij de zeurstem van McGuinn. Het nummer is daarmee een van de hoogtepunten van de plaat. Andere highlights zijn m.i. het openings- en het slotnummer en het King of the Hill van Tom Petty. De titel Back from Rio verwijst overigens naar Jim McGuinn die volgens overleveringen op een gegeven moment zou zijn vertrokken naar Rio.
Al met al bij hernieuwde kennismaking een leuk plaatje dat past in de Byrds-traditie, maar ook aansluit bij Travelling Wilburys en aanverwanten, waarvan het werk in dezelfde periode als Back from Rio verscheen.
Een puntje van kritiek nog: het album was compleet geweest als er ook nog een Dylan cover op had gestaan.
