Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van Earlyspencer.
Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen:
januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026
David Bowie - Images 1966-1967 (1973)
Deze originele hoes is een stuk leuker dan de reissue die bij mij in de kast stof staat te vangen. Het beeldverhaal doet me direct denken aan Cheap Thrills van Big Brother and the Holding Company, feat. Janis Joplin. Op de uitgave van Fonior (Brussel) prijkt — lekker misleidend — de Thin White Duke tijdens een concert. De titel Images is ”nowhere to be seen" op de hoes, ook niet op de flinterdunne rugzijde. Enkel de labels op het vinyl refereren aan het origineel.
De binnenzijde is zo mogelijk nog meer tenenkrommend: een dubbele spread toont een vijftigtal afbeeldingen (!) van LP’s met allemaal in datzelfde uniforme design. De aangeprezen koopwaar is echter van een iets lager allooi. Het doet bijna pijn om Bowie geflankeerd te zien door Die Wiener Sängerknaben, Bobbejaan Schoepen, Corry Konings en Vader Abraham. Zelfs een (toen nog onbesproken) Julio Iglesias staat ertussen.
Niet dat de muziek op deze dubbelaar veel soelaas biedt. 'The London Boys' is voor mij een van de weinige songs die de tand des tijds doorstaat. Ik koester het orchestrale liedje al voordat Marc Almond het coverde op Stardom Road. De meeste songs op Images spreken me dus niet aan. Dat is natuurlijk pure vooringenomenheid, omdat ik ze ongewild afweeg tegen de vele meesterlijke worpen waar Bowie planeet Aarde later op trakteerde. Ik heb Bowie nog niet gebuisd maar ook mijn devotie heeft grenzen. Daarom houd ik het op twee sterren. Voor een exemplaar in de originele hoes zou ik misschien net iets milder geweest zijn.
Mijn score is dan ook hoofdzakelijk gebaseerd op de historische waarde. Want zonder deze muzikale probeersels was er waarschijnlijk nooit een Ziggy, een Halloween Jack, een Magere Bleke Hertog en Tin Machine. Al zou dat laatste nu ook weer geen onoverkomelijk gemis zijn.
Fonior persing: Just a moment... - discogs.com
»
details
» naar bericht » reageer
David Bowie - Hunky Dory (1971)
"Cultureel snobisme." In ongeveer die bewoordingen noemde ik de selectie van Pink Floyds The Piper at the Gates of Dawn in de ultieme albumlijst van de uitgesproken linkse krant De Morgen. Dat in diezelfde lijst net Hunky Dory uit Bowies goudmijn werd gekozen, verraadt misschien ook enig dedain ten aanzien van de massa. Ik weet niet of diezelfde cultuur-elite tot het schaarse clubje behoorde dat deze plaat al bij verschijnen had omarmd. Bowies vuurrode kapsel in de videoclip van 'Life on Mars?' verraadt dat Hunky Dory pas in het Ziggy-tijdperk echt doorbrak. De voor- en achterkant van de hoes laten daarentegen geen twijfel bestaan: in 1971 was Bowie nog een blonde, genderfluïde hippie.
Kondigde 'Changes' zijn toekomstige gedaanteverwisselingen al aan? Misschien hield Bowie gewoon van veel muziekjes en speelde hij alles graag. Op Hunky Dory gaan de songs dan ook meerdere kanten op. Bij veel artiesten wijst dat op een gebrek aan samenhang, maar bij Bowie voerden talent en veelzijdigheid tot aan zijn dood een paringsdans uit. Een andere drijfveer in zijn hoogdagen was een allergie voor alles wat gewoon en gevestigd is. Neerbuigende muziekjournalisten zullen zich daar ongetwijfeld in herkennen.
Er wordt opvallend weinig gerockt op dit album, met nochtans enkele bandleden die er ook bij waren op The Man Who Sold the World en op de latere Ziggy-platen. In 'Oh! You Pretty Things' hoor je de glamrock ontkiemen, maar voor het hardere werk moet je wachten tot ook kant B bijna voorbij is. 'Queen Bitch' is even schatplichtig aan The Velvet Underground als u en ik aan allerhande overheden. Van Reed & co is het bovendien maar een kleine stap naar 'Andy Warhol'. De soundscape-achtige intro — laat zoiets maar aan de perfectionisten van Pink Floyd over — en het verder nogal nutteloze applaus achteraf zijn voor mij de enige smetjes op dit album.
Echt soft wordt Hunky Dory gelukkig nooit. En dat mag een klein mirakel heten, met een liedje gericht aan Bowies pasgeboren zoon. 'Kooks' klinkt oprecht, profetisch, schattig en guitig — huiswerk in het vuur gooien voordat de bom valt. Het klinkt vooral nooit klef, wat je van talloze andere liedjes die simpelweg de voornaam van een boreling dragen, niet kunt zeggen. Al kan je Bowies knappe kinderliedje ook lezen als compensatie voor de gedrochtennaam die zijn zoon meekreeg. De latere naamswijziging naar Duncan lijkt die hypothese niet tegen te spreken.
Meningen mogen verschillen, maar dit meesterwerk wegzetten als een overgangsplaat? Mijn vrouw zit in de overgang, en dat klinkt toch echt even anders. Vijf sterren voor deze hippie-plaat, het laat me koud of u dat elitair vindt.
»
details
» naar bericht » reageer
David Bowie - Heathen (2002)
Op het gevaar af van lijkenpikkerij beschuldigd te worden: Heathen is misschien wel Bowies beste plaat sinds zijn Berlijnse periode. Twee kanttekeningen: ten eerste mis ik Scary Monsters nog steeds in mijn collectie, en ten tweede weiger ik aan Blackstar sterretjes of punten toe te kennen. Dat voelt alsof ik de afscheidsbrief van een groot auteur zou moeten beoordelen op schrijfstijl en spanningsboog.
Voor Heathen speel ik wel graag een-koppig jurylid. Dit album werd veertien jaar voor zijn dood uitgebracht, maar ik kocht de cd pas een paar jaar later. Die lag toen uitdagend te lonken in de budgetbakken, al is dat inmiddels twee volle decennia geleden. De dikke stoflaag die ik van het doosje moest blazen, gaf aan dat de schijf me toen niet meteen bij de lurven had gegrepen ... en dat ik ook eens hoger dan de vloer moet stofzuigen.
Na een geconcentreerde eerste luisterbeurt onder mijn hoofdtelefoon, schalt Heathen nu voor de derde keer doorheen de door mij gemonopoliseerde woonkamer. Voor sommigen is het heiligschennis – of een bewijs dat een review niet doordacht is – maar tijdens die latere luisterbeurten was ik met een beetje mijn administratie bezig. In mijn geval: huiswerk verbeteren voordat de bom valt.
"Een heidens genot" is misschien te veel lof voor deze artistieke aandachtstrekker annex muzikaal behang. Dat het album niet echt vernieuwend klinkt – niet voor de Zeitgeist en ook niet voor Bowie zelf – neem ik deze kameleon geenszins kwalijk. Nummers 2, 3 en 4 zijn voor mij de absolute hoogtepunten op deze vrij consistente plaat. Het niveau zakt nergens echt in, al voelt nummer 11 wel als het zwakke broertje. Welke heiden gelooft er nu in een betere toekomst?
Ik besef hoe oneerbiedig het is om songs slechts bij hun nummer te noemen. Voor 'Slow Burn' maak ik graag een uitzondering. Wanneer Bowie daar "In the centre of it all" zingt, rinkelde bij mij een belletje of beter gezegd: gonsde een doodsklok. Over het feit dat hij op zijn sterfbed dus nog aan zelfrecyclage deed, vel ik consequent geen oordeel. Over het recycleren van de Pixies en het inhuren van Pete Townshend en Dave Grohl is de jury duidelijker: een welverdiende 8 op 10.
»
details
» naar bericht » reageer
David Bowie - The Man Who Sold the World (1970)
Dit was één van mijn eerste studio-albums van Bowie. Ja, ook ik werd destijds meegezogen door Nirvana’s semi-akoestische cover van het titelnummer. Midden jaren ’90 heb ik The Man Who Sold the World, inclusief de bonustracks, spreekwoordelijk grijsgedraaid. CD's verkleuren nu eenmaal minder dan LP's. Omdat ik pas jaren later The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars in huis haalde, klinken ‘Moonage Daydream’ en ‘Hang On to Yourself’ in de versies van de (fictieve) band Arnold Corns in mijn oren nog altijd vertrouwder dan de definitieve uitvoeringen. Hetzelfde heb ik trouwens voor met de gecomprimeerde versie van ‘Heroes’, door toedoen van de verzamelaar ChangesBowie.
Wat de muzikale beleving van The Man Who Sold the World betreft, kan ik me grotendeels vinden in de track-by-trackbesprekingen hierboven door grootheden als John Lennon en Chiel Montagne — of althans door hun avatars: harde rock met een heerlijk prominente bas. Maar waar Led Zeppelin en Jimi Hendrix een stevige entrecôte aanboden, serveerde de prille Bowie toen al een meergangenmenu. Zo zijn er piano-outro’s te horen en zorgt een Moog-synthesizer voor bevreemdende accenten. Er weerklinkt zelfs een mechanische fanfare halverwege op het ingetogen ‘After All’. Die bonte stoet lijkt zich profetisch af te vragen of er leven is na een treurmars.
De fantastische titeltrack even buiten beschouwing gelaten, ondergaan de meeste nummers één of meerdere tempo- en sfeerveranderingen. Dat voelt nergens geforceerd aan en het album klinkt van begin tot eind opvallend consistent — zeker voor een Bowie die volgens velen toen nog zoekende was. Al kun je je afvragen: is hij dat niet zijn hele carrière lang gebleven?
Het halve sterretje dat deze plaat in mijn onbenullige oordeel verliest, heeft alles te maken met de soms wat wollige en nodeloos complexe tekstenbrij. Dat klinkt misschien oneerbiedig, en ik weet dat Bowie in die periode dweepte — of deed alsof — met filosofen allerhande. Begrijp me niet verkeerd: ik kan de weirde woordkeuzes en zonderlinge zinconstructies hier en daar wel smaken. Zo vind ik het heerlijk dat in 'All the Madmen' aan ene Zane wordt gevraagd om de hond te openen. In het Frans dan nog. Quoi?
Het vergt enig taalkundig vernuft om het woord ‘lobotomie’ in datzelfde rocknummer over krankzinnigheid te gieten. Het zou nog dertig jaar duren voor iemand dit wist te overtreffen met 'stroganoffsaus'. Al zijn de meningen daarover wellicht net zo verdeeld als over de smaak van rooie Breezer. Het zal wel van alle tijden zijn dat artiesten — uit baldadigheid of om gewicht in de schaal te leggen — allerlei mumbo jumbo in hun lyrics verwerken. Iets waar bloedserieuze recensenten zich vervolgens de pleuris op analyseerden. Misschien hebt u al eens gehoord van ‘A Whiter Shade of Pale’ of ‘Bohemian Rhapsody’.
In 'She Shook Me Cold' gaat het er wat minder omfloerst aan toe. Bowie bezingt een ontmoeting met een blondine die hem leegzoog en z'n hersens deed exploderen. Zou hij het hier hebben over een Nederlands achtergrondzangeresje? Zo iemand die het - bijna vijftig jaar na datum maar nog geen 24 uur na de bekendmaking van Bowies overlijden - nodig vond om met dat lichamelijk contactmoment uit te pakken in een talkshow. Als ze zelf de pijp uit gaat, mag de gespecialiseerde pers deze titel gratis van mij lenen: The Woman Who Sold Her Body for a Golden Raindrop.
»
details
» naar bericht » reageer