Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van Earlyspencer. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026
Marc Almond - Stories of Johnny (1985) 4,5
27 juni 2025, 00:28 uur
Na z'n eerste echte solo-album Vermin in Ermine uit 1984 ruilde Marc Almond platenmaatschappij Phonogram in voor Virgin. Dit zou lang niet zijn laatste overstap blijken. In zijn autobiografie blikt hij daar met de nodige zelfspot op terug. Bij zowat elke zakelijke scheiding speelden immers dezelfde motieven: artistieke meningsverschillen en commerciële teleurstelling.
Toeval of niet: het openingsnummer van Stories of Johnny gaat over een ruziënd koppel. De verwijten vliegen heen en weer, wat me bekend in de oren klinkt. Maar goed, laten we het hier niet over mijn thuissituatie hebben
. Ik heb het over A Lover Spurned van het album Enchanted (1990, Parlophone Records). Dat is een vilein duet terwijl Almond hier op de opener Traumas Traumas Traumas de volledige leadzang voor zijn rekening neemt. Daardoor is de dynamiek iets minder, wat hij probeert goed te maken door zijn stem af en toe te verlagen. Dat werd scherp opgemerkt door de veelschrijver hierboven.
Het titelnummer Stories of Johnny is een rijk gearrangeerde popsong zonder overdaad — een stijl die Almond en z'n team maar één keer over een volledig album wisten vol te houden: The Stars We Are (1988, Parlophone). Pas bij het zien van de videoclip drong het tot me door dat het om het tragische relaas gaat van een jongeman die - o, ironie - overlijdt aan overdadig druggebruik. Johnny dus.
The House is Haunted, een cover uit 1958, krijgt hier een nieuwe jas. Almond versnelt het tempo en transformeert de oorspronkelijke jazzsong moeiteloos tot cabaretnummer. Een duidelijke voorbode van zijn volgende studio-album Mother Fist (1987, Virgin). Helemaal mijn smaak.
Drie sterke songs op rij, die ook nog eens vooruitwijzen naar drie indrukwekkende albums… zou je deze Stories of Johnny dan geen ongeëvenaard meesterwerk mogen noemen? Dat enthousiasme wordt bij track vier wel een tikje getemperd. Love Letter is een aanstekelijk uptempo liefdesliedje, maar de elektroklanken op de achtergrond klinken wat flets. Bij eender welke andere artiest had ik dat door de vingers gezien, maar Almond is een succesvolle pionier in de elektropop — dan mag je wat strenger zijn. Jammer dat Dave Ball hier niet van de partij is. Maar ook zonder zijn oude muzikale partner verkeert Almond in topvorm.
De afsluiter van kant A knipoogt ook naar Almonds muzikale voorgeschiedenis. The Flesh is Willing klinkt als een stevig rocknummer van Marc and the Mambas. Het hoogst ongebruikelijke thema – gewenste intimiteiten in een mentale inrichting – versterkt die associatie. Dat geldt ook voor de lange tekst vol ‘dure’ woorden. Zoals die ook abundant kunnen voorkomen in mijn schrijfsels op deze site.
Wie kant A beluistert, moet ook kant B beluisteren. Die begint met het melodieuze Always. Toch klinkt Almond hier af en toe minder zuiver — wie kan wel altijd (!) een vocale topprestatie leveren? Of waren de vocale partijen overambitieus? Gelukkig vallen er zinnen te horen als "How I love you when you cry". Zo blijft het nummer de moeite van het beluisteren waard.
Contempt zal ik niet misprijzen. Het is een meeslepende song, vooral dankzij de sterke arrangementen van blazers en strijkers. Niemand zingt “Loving is the saddest game to play” zo overtuigend enthousiast als Almond. Wat een genot om telkens weer in het ootje te worden genomen door bedroefde lyriek, verpakt in een opgewekt deuntje.
I Who Never had zo op The Stars We Are kunnen staan: een weelderige productie, keurig binnen de lijntjes. Moet ik mezelf nu saai voelen omdat dit soort Almond-nummers tot mijn favorieten behoren? De titel wordt pas aan het eind voltooid: “This could even make me pray. I who never ever prays.” Een minuscuul minpuntje: had men deze song één plaatsje naar voren geschoven, dus meteen aansluitend op Always, dan werd een intrigerend contrast tussen beide songtitels gecreëerd.
My Candle Burns biedt opnieuw een voorschot op zijn latere meesterwerken. Een engelenkoor — dat elders op de plaat ook opduikt — tilt het nummer op. Het iets lagere tempo lijkt in tegenspraak met de metafoor van een kaars die aan beide kanten snel opbrandt, maar dat is louter interpretatie. Feit is: dit is een volkomen volmaakte voorlaatste track.
Love and Little White Lies begint met een koortje en baslijn. Als Almond vervolgens inzet, hoor je iets tussen rap en gospel - noem het gerust raspel. Halverwege wordt het heerlijk over-the-top cabaret, al laat de productie het hier en daar wat afweten qua helderheid. Ook de lange tekst roept herinneringen op aan de Mambas-periode, maar ditmaal gelukkig zonder trauma’s.
Stories of Johnny hoeft voor mij nauwelijks onder te doen voor Almonds Grote Drie (Mother Fist, The Stars We Are en Enchanted). Dit is gewoon de eerste in een grandioze vier op een rij. Vier-en-een-halve ster is dik verdiend. Wie er ook nog de twee onvolprezen restjes-compilaties A Virgin’s Tale I & II en de Brel-tribute Jacques (1989, Some Bizarre / Rough Trade) bijhaalt, merkt hoe creatief én productief Almond was in die tijd. Zijn drie jaar bij Virgin gelden voor veel fans als zijn creatieve piek. De maagd kende dus meerdere hoogtepunten — het eerste met dank aan de betreurde Johnny.
» details » naar bericht » reageer
Soft Cell - The Art of Falling Apart (1983) 4,5
24 juni 2025, 23:55 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren
» details
Soft Cell - Non-Stop Erotic Cabaret (1981) 4,5
24 juni 2025, 23:11 uur
Het moet voor heel wat luisteraars even slikken zijn geweest toen ze deze LP in huis haalden, gelokt door die ene monsterhit. Want wie zich verheugde op een reeks complexloze dansknallers, kwam wellicht van een koude kermis thuis. En gelukkig maar! Op de hoes van Non-Stop Erotic Cabaret prijken Marc Almond en David Ball als twee neefjes van De Vieze Man — bepaald geen uitnodiging tot massaconsumptie van de plaat. Maar commercieel succes stond nooit bovenaan het verlanglijstje van Soft Cell. Het visueel contrast kan haast niet groter met de hoezen van de vroege Roxy Music-albums, waar schaars geklede modellen de toon zetten. Muzikaal echter, zijn er wél duidelijke raakvlakken: Soft Cell borduurt voort op dezelfde arty-farty traditie, maar dan vertaald naar de sound van de vroege jaren '80. Die werd gekleurd door elektronische toeters en bellen. Soft Cell voegde daar stilistische branie aan toe.
Op Frustration kruipt Almond — niet voor het laatst in zijn carrière — in de huid van iemand die een flink stuk ouder is dan de twintiger die hij toen nog was. Een man kijkt mistroostig terug op zijn al te gewone bestaan en vindt nog slechts flinters van plezier in het wieden van de tuin of het gluren naar meisjes. Gelukkig gluurt hij niet onder schooluniformrokken – zó ranzig wordt het nu ook weer niet. Een hitsige saxofoon die halverwege de synthetische klanken komt begeleiden, doet vermoeden dat de gefrustreerde man aan zijn trekken komt in een achterstedelijk etablissement. Daar wordt hem tegen betaling het zicht gegund op een bevlekte vleesvitrine.
De bruuske overgang naar Tainted Love vind ik jammer, het onderbreekt enigszins de verhaallijn. Over dit megasucces is in deze rubriek en elders al heel veel digitale inkt gevloeid. Toch nog dit weetje: Marc Almond heeft een uitgesproken haat-liefdeverhouding met het nummer. Van taxichauffeurs over slecht geïnformeerde journalisten tot een weinig geïnteresseerd festivalpubliek: men blijft hem na bijna 45 jaar nog steeds de oren van de kop zagen over deze coversong. En dat gaat dan ten koste van aandacht voor zijn eigen, vaak ondergewaardeerde songwriting. Tegelijk heeft die ene wereldhit wel talloze deuren voor hem geopend — niet alleen die van zijn bankfiliaal en meerdere plantenfirma's. Zonder Tainted Love had hij wellicht nooit Freddie Mercury of Andy Warhol kunnen ontmoeten. Momenten waar hij met groot genoegen over vertelt in zijn autobiografie ... 'Tainted Life'.
Wie de 12 inch remix kent, betreurt misschien dat nu niet vloeiend wordt overgegaan richting Where Did Our Love Go. Op de 45 toeren hitsingle is dat het losgeknipt b-kantje. Op deze langspeelplaat gaat Tainted Love vlot over in Seedy Films en dat is ook niet mis. Thematisch sluit dit nummer dan weer aan bij de albumopener. Alleen lijkt nu niet de klant aan het woord, maar de sekswerker zelf: “Phone me tonight and maybe we can talk dirty.” Of misschien gaat het om een vluchtige date — in Almonds teksten is zelden meteen duidelijk wiens vork in wiens steel zit.
Het absolute pareltje op deze plaat is Youth. Dave Ball tovert er weemoedige klanken tevoorschijn, terwijl Almond – ook niet voor het laatst in zijn carrière – de blik achterom werpt. De verhaallijn van de Vieze Man en zijn lustobject lijkt opnieuw te worden onderbroken, maar dat stoort niet. En misschien staan de jeugdjaren hier wel symbool voor de verloren onschuld van de klant. Of van de sekswerker: de vork en de steel, u weet wel.
Enter de Sexsmurf met z'n flexibele slurf! Sex Dwarf is pas het tweede dansbare nummer op Non-Stop .... Met zo'n titel en onderwerp kan je enige radio-airplay wel op je gladgeschoren buik schrijven. Lees zeker eens de autobiografie over de verboden bijhorende videoclip. Wat bedoeld was als grap werd ongewild de eerste commerciële zelfmoordpoging van Soft Cell. De hier nog onbesproken band Leather Strip - MusicMeter.nl bracht ooit een Soft Cell tribute-album uit. De titel 'Anal Cabaret' verraadt welk nummer hun voorkeur geniet.
Op kant B begint Almond a capella, en dat vind ik een nog lelijker schoonheidsfoutje dan de seconde stilte tussen de eerste twee songs op kant A. Gelukkig schiet Dave Ball gauw te hulp en wordt Entertain Me alsnog een uptempo nummer, en eigenlijk danssong nummer drie. De tekst gaat over een zanger die misbegrepen wordt door een ongeduldig publiek. Visionaire Marc!
Er wordt vloeiend overgegaan in het nog meer dansbare Chips on my Shoulder. Hier is opnieuw een man in volle midlifecrisis aan het woord maar dan zonder vluchtgedrag. Bedsitter is net iets minder dansbaar, maar tekstueel is dit voor mij het hoogtepunt van de plaat. Dit nummer over adolescente eenzaamheid was hoofdzakelijk een hit in hun eigen land, in Brexit-land dus.
Secret Life heeft een Motown ritme of moeten we zeggen 'Northern Soul'. Tekstueel is deze song één van de minst excentrieke. Toch is het een eigen Almond & Ball compositie. Als ik één nummer van dit album zou moeten inruilen voor de eerder genoemde Supremes-cover, dan zou ik deze kiezen. Maar een slecht nummer is het zeker niet en thematisch past het prima op deze plaat.
Say Hello Wave Goodbye is één van de songs waar Almond het meest trots op is. Hij wilde Franse chansons en cabaret vertalen naar zijn leefwereld. Daar is hij met roze verve in geslaagd, en dit werd Soft Cells op twee na grootste hit. Maar al snel zou blijken dat de appreciatie niet universeel was. In zijn autobiografie klinkt hij twintig jaar later nog steeds verbitterd over een spottende radio-dj die de laatste zangnoot expres kattevals bracht als afkondiging.
Het valt me nu pas op hoeveel goede nummers op Non-Stop... staan. En ondanks hun relatief korte speelduur zijn het heus niet enkel potentiële hitsingles en opvullertjes. De thematiek was – en is – best gewaagd te noemen. Al is het jammer dat die zich niet consequenter doortrekt. Dan hadden we kunnen spreken van een conceptalbum. Vier en een halve ster omdat op de originele LP die ik bezit, Soft Cells op één na grootste hit niet staat. Torch is mijn absolute favoriet en een zogenaamde stand-alone single: eentje die niet op een gelijktijdige studioplaat is verschenen. Torch verkeert in het prima gezelschap van andere albumloze hits als "Hey Jude", "Jumping Jack Flash" en "John I'm Only Dancing." Als u ook alleen maar wil dansen, kan ik deze lekkere dansplaat met een hoek af ten zeerste aanbevelen.
» details » naar bericht » reageer
Marc Almond - Vermin in Ermine (1984) 4,0
22 juni 2025, 18:37 uur
Kort na de millenniumwende stelde een online Marc Almond-fanforum de vraag welk soloalbum van hem het minst werd gewaardeerd. Ik noemde toen Vermin in Ermine, simpelweg omdat ik op dat moment liever naar andere platen van de man luisterde. Mijn favoriete albums omvatten ook zijn artistieke en commerciële hoogtepunten, dus was het een ongelijke strijd voor de plaat met het grote rode hart op voor- en achterkant. Nog een verzachtende omstandigheid: Almonds werk ná 2000 – dat mij over het algemeen minder weet te raken – moest toen nog uitgebracht worden. Ik herken me dus wel in die vroege onderschatting door sommige forumleden, en in het rijpingsproces dat uiteindelijk tot een hogere waardering leidt.
Shining Sinners is pure Marc and the Mambas, en net daarom één van de nummers waar ik niet van moet weten. Een ellenlange tekst afdreunen voor een flinterdun streetgang-fabeltje met nog maar eens een kattenimitatie, het mag voor mij verticaal de vuilnisemmer in. Tot mijn opluchting wordt het enerverende ritme halverwege door een fijn blazersintermezzo onderbroken. Als een beademingsmachine zorgt de windsectie ervoor dat ik niet al na één lied uitgeteld in de touwen hang.
Het hemels genot van Hell Was a City wou ik immers niet gemist hebben. Zoals het merendeel van de nummers op dit album, gaat het er nu wel lekker uptempo en melodieus aan toe. Maar of het daardoor ook geschikt was als single? Een zin als: “Toen Jezus voor mij stierf, walgde Hij van de beklagenswaardige verspilling van zijn eigen geboorte,” zou in die tijd ongetwijfeld tot boze bellers hebben geleid. Naar het einde toe zakt het tempo, en neemt een blazer het over alsof het om een brave popsong gaat. Dat op-het-verkeerde-been-zetten wordt hier stilaan Almonds handelsmerk.
Dat toont hij ook in You Have "... the saddest eyes." Dit is Almond ten voeten uit: uitbundig de tristesse bezingen. Jazzy blazers en een engelenkoortje begeleiden zijn vocale topprestatie. Tegen het einde gaat hij zelfs fluisteren, wat het nummer extra reliëf geeft. Dit is duidelijk een voorloper van de meesterwerkjes op Mother Fist en The Stars We Are. Dit had een monsterhit kunnen – of moeten – zijn.
Crime Sublime neigt opnieuw naar de Mambas, maar dan gelukkig zonder een stortvloed aan zinnen. De strijkers klinken stijlvol, en een flamencogitaartje voegt wat exotische kruiden toe. Omdat ik meer houd van de uitbundige Almond, blijft dit voor mij een twijfelgeval.
Gutter Hearts is ook de bijnaam van Almond-fans. Er bestaat zelfs een boekje met die titel en Almond in de hoofdrol. Dat heb ik destijds gekocht in een nogal 'gespecialiseerde' winkel in Brussel. De eerste pianonoten van het gelijknamige lied klinken Mambas-achtig, maar de song slaat al snel over in semi-vrolijk “la-la-la”. Ook dit blijft voor mij een twijfelgeval, mede door de onnodige geluidsvervormingen halverwege. De blazers leveren hier opnieuw puik werk.
Kant B opent met het absolute hoogtepunt. Ugly Head vertelt het verhaal van een aan lager wal geraakt personage dat zichzelf veracht. Herinneringen aan pesterijen uit de kindertijd maken het nog schrijnender. De jij-vorm maakt het extra confronterend, alsof het over de luisteraar gaat. Maar alleen een rasartiest als Almond, in topvorm, kan zo’n beladen thema brengen als een aanstekelijke meezinger. Het nummer ademt striptease-cabaret. De elektrische gitaar zorgt voor pit en een zin als “You have to eat the hamburger to appreciate the steak” maakt het helemaal af. Uiterlijke en innerlijke lelijkheid wordt hier zo sierlijk bezongen. Hoedje af – de rest had ik al uitgetrokken!
The Boy Who Came Back is opnieuw doordrenkt van melancholie. Een man verlaat zijn gezin, volgt zijn hart en keert uiteindelijk terug. De Bijbelvaste luisteraar herkent ongetwijfeld de Verloren Zoon. Toch is het vooral de muziek die dit nummer tot een pareltje maakt.
Solo Adultos is helaas een voorbeeld van wat ik inmiddels Mambas-trash ben gaan noemen – niet mijn ding. Gelukkig wordt dat ruimschoots goedgemaakt door Tenderness Is a Weakness: pure poëzie, overgave en melodie. Een prachtige afsluiter van een album met veel hoogte- en enkele dieptepunten.
Vier gulle sterren is het verdict voor Vermin in Ermine, oftewel 'Ongedierte in Hermelijn'. De platenmaatschappij zal destijds minder hard gelachen hebben met de tegenvallende verkoopcijfers, maar wie weet is ook hun geest intussen gerijpt.
» details » naar bericht » reageer
Marc and the Mambas - Torment (1983) 2,5
22 juni 2025, 00:55 uur
Ik was al lang vergeten dat ik dit plaatje ongeveer een kwarteeuw geleden op de kop wist te tikken. Bescheiden op de back-cover prijkt een fijn portret van Almond, net als op de Mambas-dubbel-LP.
Torment - de titel-single, of hoe noem je dat op een EP? - kon me in 33 toeren al niet bekoren. Ik veronderstel dat dit dezelfde versie is. Ik ga in elk geval mezelf niet kwellen om eventuele verschillen op te merken. Met First Time staat gelukkig ook één van de betere songs uit die dubbelaar op deze EP.
Het zondagsliedje is nooit eerder uitgegeven maar deed me bij de eerste luisterbeurt in ruim 20 jaar haast niks. Dan maar eens de tekst erbij halen. Pluspunt: You'll never see me on a Sunday is tekstueel helemaal niet overdadig. Bij momenten is het poëtisch te noemen maar o zo voorspelbaar badend in steeds opnieuw hetzelfde zelfbeklag. Je kan stellen dat de sobere muziek - met strijkers die keurig niet meer doen dan wat ze moeten - hier mooi bij aansluit. Maar ik had die tristesse liever gehoord in contrast met muzikale uitbundugheid, zoals bij de song Mr. Sad op de LP Mother Fist.
Op kantje B staat een extra lange versie van A Million Manias. Voor de flauwe grap krijgt het nummer hier een nieuwe, allitererende titel. Ook niet geestig: Almond die een extra aantal keren om een pistool vraagt.
Omdat ik me minder ergerde dan bij Torment and Toreros krijgt de EP zonder stierenvechters een half sterretje meer.
» details » naar bericht » reageer
The Velvet Underground - The Velvet Underground & Nico (1967) 4,0
21 juni 2025, 14:27 uur
Van Bananenpubliek tot Culturele Revolutie
Bij de release was dit een onderschatte plaat, zeker gezien de magere verkoop en de vette invloed die ze uitoefende op Bowie, punk, new wave, grunge en zelfs op kunstvormen buiten de muziek. De junkie-poëet Jotie schiet me nu door het hoofd. In sommige opzichten was de plaat z’n tijd vooruit. Toch klinken rock-’n-roll-nummers als Run Run Run, zelfs voor het jaar 1967, in mijn oren eerder primitief en retro. Op dat vlak is er weinig sprake van vernieuwing en dat kost meteen een halve ster.
Dat oubollige wijngevoel wordt razendsnel weggespoeld zodra ik me met de teksten van de opvallendste songs op Velvet Underground & Nico laat injecteren. Met voorop natuurlijk Heroin en I'm waiting for my man. De intensiteit en kracht die uit meneer Reed zijn pen druipen, kan ik gelukkig niet vergelijken met het chemische spul waarover hij zingt. De soms ongepolijste muziek sluit daardoor juist treffend aan bij de thematiek: rauw, confronterend, verwarrend en beladen.
Venus in Furs vertoont dezelfde klanken en dezelfde narratieve stijl als Heroin. De thematiek spreekt me — puur in de verbeelding, niet in de ervaring — nog meer aan. Deze ode aan SM is in tegenstelling tot de kledij in dergelijke etablissementen meerlagig. Enerzijds is de song een literaire verwijzing en dus wat elitair, anderzijds wordt een middelvinger opgestoken naar alles wat tijdens the Summer of Love gangbaar was. Provocatieve commerciële zelfmoord is hier een kunstvorm op zich.
Sunday Morning is ondanks de zachte melodie vooral geen zondagochtend-liedje. Het even kalm kabbelende Femme fatale lijkt dan weer wel te gaan over de zangeres in kwestie. Nico zorgt op deze en andere songs voor een prima mix van frêleheid en decadentie, zoals alleen zij en Marianne Faithful dat kunnen. De poëtische schoonheid van zelfdestructie of zoiets.
Wat mij betreft had de echte producer - en dus niet Pruikmans met z'n zeefdrukken - zich op bepaalde momenten wel wat inperkender mogen opstellen tegenover het strijkwerk van meneer Cale. Tegen het einde van de plaat wordt het ronduit irritant. Met fluwelen mildheid trek ik er maar een half sterretje voor af.
Zijn vier sterren geen overschatting voor een album dat ik vooral draai om zijn cultuurhistorische waarde? Misschien wel. Maar rechttoe-rechtaan is zelden opwindend, laat staan revolutionair. Nu weet u meteen waarom de bananen krom zijn.
» details » naar bericht » reageer
The Rocky Horror Picture Show (1975) 4,5
20 juni 2025, 19:08 uur
Slechts 1 bericht voor zo’n monumet? Bij deze is de berichtgeving verdubbeld.
Misschien is dit wel samen met Vader Abraham en de Smurfen mijn favoriete meezing-album: ”I’m a sweet transvestite, from transsexual ... Transsylvaniah!” en "Let’s do the time warp agai-ain! It's just a jump to the left ...!”
Het is zeker ook één van de meest visuele albums, beluister de plaat maar eens met de ogen dicht.
Bovenal bevat The Rocky Horror Picture Show-soundtrack mijn favoriete gerecht: gehaktbrood in currysaus. Wie deze dubbele crypto ontrafelt, maakt kans op een ruimtereis in het gezelschap van één van deze freaks: Riff Raff, Musk of Maarten Van Rossem.
» details » naar bericht » reageer
U2 - The Joshua Tree (1987) 5,0
19 juni 2025, 11:29 uur
De Gevelde Boom die Blijft Groeien
Ik was elf toen ik via een oudere zus voor het eerst kennismaakte met U2 – en wel met deze plaat. Inmiddels ben ik ruim vierenhalf keer zo oud, en mijn waardering voor The Joshua Tree is in tegenstelling tot de betreurde boom in kwestie alleen maar gegroeid.
Het rauwe, militante karakter van Boy, October en War heeft hier plaatsgemaakt voor meer gelaagdheid en diepgang. Nog belangrijker: Bono weet zijn wereldverbeteraarsdrang – die op Unforgettable Fire en op latere albums soms wat al te nadrukkelijk aanwezig is – hier wonderbaarlijk goed te doseren. Toch blijft er ruimte voor sociaal engagement: liedjes over Britse mijnwerkers en Argentijnse dwaze moeders zing je niet zonder oprechte betrokkenheid.
Dat deze plaat niet verdwaald op twijfelachtige zijpaden richting gospel en blues - op Rattle & Hum zijn de Ieren hun kompas wel kwijt - komt goed uit. Van de zooölogische techno-uitspattingen was anno 1987 gelukkig nog generlei sprake. Ondanks de uiteenlopende thema’s – zowel persoonlijk als maatschappelijk – vormt The Joshua Tree een hecht en coherent geheel. Dit is, of beter gezegd: was, U2 op haar artistieke hoogtepunt. Of zoals ze zelf zingen: “on the highest mountain”.
Een minpuntje: minstens één nummer begint tergend stil – een productie-gimmick die me ook op meerdere Pink Floyd-albums steevast de “wubbes” bezorgt.
De sobere maar stijlvolle hoesfoto – Bono die, net als God, nooit recht in de lens kijkt – maakt het plaatje af. Net niet te pretentieus, precies goed. Vijf verdiende sterren.
» details » naar bericht » reageer
Pink Floyd - Animals (1977) 4,0
18 juni 2025, 20:18 uur
Eind 1994 kocht ik Animals op cd. Het zou bijna eenendertig jaar duren voordat ik dit album echt begon te waarderen. Sinds een dag of twee dus. Waarom duurde het zo lang? Ik denk dat het zowel aan mezelf ligt als aan Waters & co.
Ik ontdekte bijna alle Floyd-platen in korte tijd. Animals moest het daardoor opnemen tegen de twee illustere voorgangers en het in bakstenen opgetrokken dubbelalbum dat ik intens waardeer. Een opmerkelijke reden waarom die “varkensplaat” me minder bekoort: de vocalen worden (bijna?) uitsluitend geleverd door Waters’ piepende stembanden. Thematisch past dat bij zijn scherpe teksten, maar ik mis hier en daar het fijner geslepen zangwerk van Gilmour met koorknaap Wright op de achtergrond.
Dat Pigs on the Wing klinkt als een eendimensionaal afkooksel van het juweeltje Wish You Were Here, maakt het een geval van ‘parels voor de zwijnen’. De openingstrack smaakt voor mij meer als een vleesloos gerecht op een bar mitswa: niet in staat om mijn luisterhonger aan te wakkeren. Ik was al geen fan van het hernemen van Shine On You Crazy Diamond als opener én afsluiter op WYWH. Maar met Pigs on the Wing doen ze dit gemakzuchtig trucje nog eens dunnetjes over. Als ezels zich geen twee keer mogen stoten, varkens ook niet. Daarom deze keer wel een strafpunt.
Toch ben ik min of meer fan geworden van deze plaat. En dat komt voor een groot deel door Dogs. In die ruim 17 minuten gebeurt zó veel, muzikaal en tekstueel. Die opperhond staat bekend om zijn stevige handdruk en valse lach, nodig om het vertrouwen te winnen van mensen aan wie hij constant liegt. Probeer maar eens om bijna vijftig jaar later níet aan die overzeese despoot te denken... De muzikale wendingen doen me met genoegen denken aan de avontuurlijkste momenten van The Wall. G. Orwell had duidelijk iets met honden, en gelukkig maar. Het leverde eerder ook al een parel op, vertolkt door diamanten Bowie.
Pigs gaat volgens mij over Üntermenschen die als slaven in een mijn werken maar dat zie ik dus verkeerd. De varkens staan volgens de leer van Orwell immers best hoog op de hiërarchische ladder. Slavendrijvers dus. Ach, het is bovenal een stevig rocknummer dat eindigt in een gitaarsolo die klinkt als het ontkiemende zaadje van Comfortably Numb.
Sheep brengt de onheilspellende boodschap dat we allemaal verblinde kuddeschapen zijn, die pas beseffen dat ze naar de slachtbank worden geleid als het al te laat is. Knipoogt Waters met ‘Look over Jordan’ naar de Bijbelse gitaargod Clapton? Zijn pompende basintermezzo roept duidelijke echo's (!) op van One of These Days. Toch is het vooral Wright die hier schittert, met toetsenwerk dat alle registers opent.
Tegenwoordig kun je op YouTube multi-zintuiglijk genieten van indrukwekkende animaties bij epische Pink Floyd-songs. Wel een waarschuwing: een hypnotiserende video vol zwiepende visuals en haast ontelbare schapen is geen aanrader vlak voor het slapengaan. De kans op een nachtmerrie of een slapeloze nacht vol angst is reëel. Vraag maar na aan Shaun.
Aan het slotnummer wil ik geen overbodige woorden vuil maken. Die mogen de varkens zelf maar uit de trog opdelven.
Naast tekst-leverancier Waters wordt enkel producer B. Humphries bij naam genoemd in het cd-boekje. Ik beschouw Animals dan ook eerder als Waters’ eerste soloplaat dan de zoveelste van de Floyds. De split is onherroepelijk ingezet. Mede door de fantastische platenhoes en het verhaal erachter - paniek op Heathrow - ken ik Animals vier sterren toe.
» details » naar bericht » reageer
Pink Floyd - Wish You Were Here (1975) 5,0
17 juni 2025, 23:01 uur
Je moet het maar doen: het conceptueelste album aller tijden maken dat ook nog eens commercieel een wereldsucces wordt, en dan twee jaar later een even sterke plaat uitbrengen met een eigen hartslag (!). Wish You Were Here klinkt voor mij misschien iets minder spannend dan Dark Side maar ik ervaar de opvolger wel als melodieuzer en meer coherent. Net daardoor is Wish misschien ook wat toegankelijker dan al z'n voorgangers.
Al is dat relatief: de opener duurt bijna een kwartier en een haast even lange variatie daarop duikt nog eens op als afsluiter. Noem het heiligschennis, maar die herhaling had voor mij niet gehoeven. Op Dark Side en The Wall worden sommige songs ook hernomen maar daar gebeurt het wat subtieler want minder uitgesponnen. Al ervaar ik beide Shine Ons door hun schoonheid nooit als te langdurig.
De rol van Richard lijkt op dit album wat te zijn toegenomen, en dat is vooral goed hoorbaar op het meest experimentele nummer van de plaat: Welcome to the Machine. Die song ademt een industrieel-dystopische sfeer die al vooruitwijst naar opvolger Animals.
Knorpot Roger is niet alleen een lyrische meester hors-catégorie. Op Have a Cigar is in navolging van Money te horen dat hij met één baslijntje moeiteloos een hele song kan dragen. David klinkt hier, voor één van de eerste keren in het Floyd-oeuvre, écht bluesy. Je hoort hoezeer hij ervan geniet en dat doe je als luisteraar ook meteen. Een goede drummer valt niet op, zeggen ze weleens, dus ook Mason levert hier een knalprestatie. "This band was just fantastic, that is really what I think.”
En dan is er nog de titeltrack, zoals bekend geen klef liefdesliedje, maar een pijnlijke mijmering over de banneling wiens verwarde geest nog steeds over de band waart. Malle Syd vormt hier op minstens 60% van de songs het hoofdonderwerp. Klein kritiekpuntje: de intro van deze semi-akoestische song – dat geknoei aan de radioknop en de volumewisselingen – had van mij niet gehoeven.
Maar opnieuw geen strafpunt, dus ... Five Shiny Stars! En dat is ook de verdienste van het artistiek collectief Hipgnosis. Ik las dat een handstand onder water zonder ook maar één krinkelende waterring nog moeilijker te realiseren was dan die vurige handdruk.
» details » naar bericht » reageer
Pink Floyd - The Piper at the Gates of Dawn (1967) 2,0
17 juni 2025, 20:37 uur
Eind 1999 publiceerde de Vlaamse (al verkiezen ze zelf ‘Belgische’) krant De Morgen een lijst met de 50 beste albums van de voorbije eeuw. Opvallend: ze kwamen stuk voor stuk uit de tweede helft van die eeuw. Maar goed, dat zie je ook bij lijstjes van de beste voetballers: daar kom je geen rechtsbuiten uit 1923 tegen.
Dat van elke artiest of band maar één album mocht worden opgenomen, vind ik een verdedigbare regel. Al betekent het tegelijk dat je niet noodzakelijk het allerbeste werk selecteert. Maar als je dan slechts één album van Waters & Co mag noemen, waarom dan in vredesnaam De Blazer aan de Poorten van de Zonsopgang? Mijn vermoeden: enige afkeer van de links-progressieve journalist jegens commercieel super-succesvolle albums. Of een manifestatie van het ik-zie-het-anders-dan-de-mainstream-dus-ik-zie-het-beter-syndroom.
Ik heb de plaat zopas opnieuw beluisterd. Geheel onbevangen lukte me niet omdat de fantastische melodieën, symfonieën en poëziën van Dark Side, Wish You Were Here, Animals, The Wall, en zelfs The Final Cut en The Division Bell in mijn schedel gebeiteld zitten. Dit mentale verschijnsel is ook gekend als het "There's someone in my head but it's not me"-syndroom.
Tijd voor mijn oordeel, waar bijna zestig (!) jaar na de verschijningsdatum wellicht niemand op zit te wachten. Wat een rommelige verzameling probeersels is Piper toch. Moedig van de band - en nog meer van de platenmaatschappij - om dit stel niet voor single-verkoop of radio-airplay geschikte nummers op te nemen en gebundeld uit te brengen. Enkele gitaar-riffs zijn best te pruimen, maar mijn vat met complimenten is daarna wel leeg. Ganzengekwaak als vulling om de songs wat langer te rekken: het irriteert me gewoon.
En nee, ik ben niet allergisch aan psychedelica, zolang ze via de oren binnenkomen. De verzamel-cd van Syd Barrett vind ik bijvoorbeeld best genietbaar. Maar deze space-trip van de oer-Floyd? Nauwelijks twee sterretjes waard. Dat uit deze kakofonie een paar jaar later absolute meesterwerken zijn voortgekomen, is een klein wereldwonder. En de naam van die tovenaar? David Gilmour.
» details » naar bericht » reageer
Marc Almond - Violent Silence (1986) 3,0
7 juni 2025, 12:49 uur
'Violent Silence' is een live-EP, al hoor je dat nauwelijks. Gelukkig maar, want het gaat om een handvol songs die Marc Almond – voor zover mij bekend – nooit in de studio heeft opgenomen. Vermoedelijk applaudisseerde het intellectuele publiek pas nadat elk nummer volledig was uitgespeeld. Dat geklap moet dan vakkundig uit de opnames zijn verwijderd. Voor dit puike knip- en plakwerk nam men wel ruim de tijd: het optreden vond plaats in het Orwelliaanse jaar 1984, maar de plaat verscheen pas twee jaar later.
Almond en zijn ensemble kregen een klein half uur op een Londens podium tijdens een festival ter ere van de Franse schrijver G. Bataille. Fans van diens werk – waaronder naast Almond ook bijvoorbeeld Björk – nemen het niet zo nauw met lichamelijke taboes. In Batailles teksten worden eieren, oogballen en rauwe stierenkloten op andere dan orale wijze tot het lichaam toegelaten. Uiteraard allemaal metaforisch bedoeld zoals ook in de beruchte Japanse film 'Het Rijk der Zinnen'.
Als waarschuwing staat achterop de hoes: “Songs of Love and Murder”. Of die inderdaad de geestelijke gezondheid kunnen schaden, mag de luisteraar zelf bepalen. Murder ballads zijn trouwens veel ouder dan Nick Cave’s gelijknamige album uit 1996 – een artiest met wie Almond destijds af en toe samenwerkte. Toch moet je op Violent Silence geen songs verwachten als ‘Where the Wild Roses Grow’. Neuriën, zachtjes wiegen of meezingen is er quasi nooit bij omwille van de melodische manco's. Dat verwijt maakte ik eerder ook aan het adres van de Mambas-dubbelaar Torment and Toreros (T&T).
Oei, er zijn nog meer gelijkenissen met 'T&T' want het instrumentaal personeel bestaat opnieuw uit ex-Mamba-leden. Dit keer zijn het er slechts drie, waaronder slechts één strijker en nul blazers. Wellicht verklaart die zuinige bezetting waarom er nu geen muzikale ontsporingen – improvisaties volgens welwillenden - te horen zijn. De muzikale leiding ligt eerder bij pianiste Annie Hogan dan bij Almond zelf. Hoewel droefgeestige pianoliederen doorgaans niet mijn voorkeur genieten, moet ik ook op deze plaat het bovenmenselijke vakmanschap erkennen van mevrouw Hogan. Ongewild denk ik nu aan die bejaarde Amerikaanse krachtpatser met dezelfde achternaam, die voor geld zijn politieke steun verkoopt aan een nog grotere schertsfiguur. Maar dit is een apolitiek forum, dus probeer ik gauw m'n gedachten te verzetten met behulp van een eierdoos. Sinds heel kort heeft dat woord meerdere betekenissen voor mij.
Tekstueel levert ook Almond hier een krachttoer, al ontgaan me de literaire verwijzingen naar de ranzige Fransman in kwestie. Na de instrumentale opener Blood Tide opent Almond vocaal een indrukwekkend scala: sensueel, fluisterend, maar ook vilein en sinister. Een vermogen waar hij ook mee uitpakt op zijn drie sterkste soloalbums: 'Mother Fist', 'The Stars We Are' en 'Enchanted'. De door overmatig druggebruik vocale beperkingen van T&T zijn hier verdwenen. Hun symbolische begrafenis sluit zelfs thematisch aan bij de onderwerpen die worden bezongen in Healthy as Hate. Passeren hier de revue: verlangen naar moord en zelfmoord en het bejubelen van liefde na de dood.
Things You Loved Me For lijkt te gaan over het einde van een sadistisch liefdesverhaal. Wat het aangespoelde dode jongetje daarbij doet, is me niet duidelijk. Misschien slechts een verontrustende metafoor. Of een poging tot schok-esthetiek zoals de slang van Alice en de vleermuis van Ozzy.
Body Unknown aan het begin van kant 2, opent met een herhalend pianomotief dat gaandeweg versnelt. De tekst is verhalend en wordt ritmisch gebracht, wat in combinatie met de opbouwende muziek een sterk filmisch effect oplevert. Voor zover ik het verhaal begrijp, wordt de verteller belaagd door een (ex-)geliefde. Fysiek en psychisch geweld vormen de ruggengraat van deze relatie. De verteller blijkt een morbide fotocollectie van onbekende lijken te onderhouden. En al gauw wordt het duidelijk wie daar het volgende ‘model’ in wordt.
Almond trok destijds vaak op met J.G. Thirlwell, beter bekend als Foetus. Misschien is de begintekst van Unborn Stillborn – over een duivels kind gevangen in de baarmoeder – een verwijzing naar die artiest. Ook de rest van deze, iets kortere songtekst is een aaneenschakeling van metaforen. Ik heb geen idee wat ze betekenen maar dat mysterieuze karakter heeft wel enige charme. Intrigerend materiaal voor wie er dieper wil op ingaan.
Violent Silence is ondanks de verzorgde productie en de vocale kwaliteit van Almond verre van een toegankelijk album. En sorry, maar zo heb ik Almond-platen liever niet. Dat ik de korte speelduur van deze EP als een voordeel ervaar, is op z’n zachtst gezegd een bedenkelijke ... eh, bedenking. Als deze plaat langer had geduurd, was dat ten koste gegaan van mijn aandacht en van de toegekende sterren. Dat zijn er nu drie. Voor wie dit tot het beste uit Almonds oeuvre rekent – Annie Hogan bijvoorbeeld – zal dat wel als erg zuinig overkomen. Ik sta ik open voor uitleg maar wel uitsluitend via de gebruikelijke organen.
» details » naar bericht » reageer
Raoul & the Ruined - Bite Black + Blues (1984) 4,5
6 juni 2025, 20:56 uur
Na het beluisteren van het Mambas album ‘Torment en Toreros’ (T&T) was ik dringend aan iets vrolijkers toe. Dat gevoel moet haast elke luisteraar van 'T&T' overvallen. Maar er knaagde iets, waardoor ik toch maar niet naar een zelfgemaakte compilatie-cd met de geinigste liedjes van Urbanus en Van Duin greep. Nee, die weigerachtige houding was niet ingegeven door enig esthetisch dedain. Hoewel eenieder die de woorden 'esthetisch dedain’ bezigt automatisch blijk geeft van een cultureel neerbuigende ingesteldheid.
Mijn twee sterren-review van 'T&T' – u kiest zelf in welke betekenis - zat me dwars. Ook al beschouw ik die beoordeling als doodeerlijk en voldoende onderbouwd, een onweerstaanbare drang tot Wiedergutmachung had zich van mij meester gemaakt. Ik had op veilig kunnen spelen door iets toegankelijks van Almond op te leggen zoals ‘Stories of Johnny’ of ‘Chaos and a Dancing Star’. Door ‘Bite Back and Blues’ op te leggen – met ca. € 60 begin jaren 2000 de duurste tweedehands LP die ik ooit kocht – nam ik een onberekend risico. Bij tegenval zou ik misschien wel alles van The Mambas voor een decennium of langer verbannen, terwijl daar echt wel ‘goei gerief’ tussen zit.
The Plague zet gelukkig de juiste tonen, heel het liedje lang. Ik ken het nummer van één van de Virgin’s Tale cd’s maar dat dit een zoveelste Scott Walker cover betreft, was me steeds ontgaan. Dat roept de vraag op waarom Almond nooit een volwaardig Walker-album heeft uitgebracht, zoals hij – en Walker – wel deden ter ere van Brel. Walkers werk duikt dus geregeld maar steeds erg fragmentarisch op bij Almond. Op deze plaat is het meteen twee op en rij, (helaas) onderbroken door de onderbroekenlol - Durex en tampons anyone? – die Almond hier verbaal in het publiek gooit. Voor die ene keer dat hij niet de naargeestigheid zelve is, moet ik er weer een issue van maken. Een issuetje, want muzikaal zit alles ook bij In my Room lekker snor.
Fun City gaat natuurlijk niet over een stad vol plezier, of toch niet één waar de verteller veel plezier aan beleeft. Hier wordt de Soft Cell song gestript van Dave Ball’s kling-klang-machine wat een erg treurig geheel oplevert. Ik waardeer deze poging om niet op veilig te spelen, in de volle overtuiging dat pianiste Annie Hogan met sprekend gemak het origineel ook dichter had kunnen benaderen.
Het livegebeuren speelt zich af op 18 december, het is dus niet zo toevallig dat Almond na het derde lied bekent dat hij Kerstmis hartgrondig haat. Een decennium later is hij nog niet tot inkeer gekomen, getuige de zinsnede “... dressed up like a Christmas Tree” en de song ‘Christmas in Vegas’. Terug naar het podium in een zaal nabij Leicester Square eind 1983. Voor de volgende treurmars begint, tokkelt een bandlid lekker uitdagend enkele noten van ‘Jingle Bells’. Deze interruptie kan ik al beter smaken, het levert welgekomen zuurstof voor de zware kost die Gloomy Sunday zeker is. De band volhardt in strakheid en zie: het plaatje is al halfweg en ik hang nog vol goede moed aan de haak.
Krijg nou tieten: de achterkant begint met een jazzy bigband song à la ‘Fever’ en ‘Sixteen Tons’! Maar Almond en zijn kornuiten kiezen hier voor het veel onbekendere Switchblade Operator. Dat levert mijn oprechte felicitaties op voor de unieke songkeuze en de cabareteske uitvoering door de medium-sized band van dienst.
‘Almond & co've got Talent’ had een prima alternatieve titel geweest want het publiek wordt na de introductie van een medezangeres getrakteerd op de onversneden country-blues van Muleskinner Blues. Er wordt net niet gejodeld in deze traditional maar jongens en meisjes wat een speels genot. Ik heb nooit beelden van dit optreden gezien dus stel ik me maar iets voor als Canned Heat met eyeliner.
Ik denk niet dat veel zelfdestructieve en andere goths in de zaal zaten te wachten op een mij minder bekend lied van Nina Simone maar dat kan me werkelijk geen spreekwoordelijk paar teelballen schelen. In Blue Prelude is Almond opeens een jazzcrooner en de blazers doen nu mooi wat ze moeten doen en belangrijker: op de juiste momenten.
Afsluiter Sleaze begint met wat rommelig gestem van snaarinstrumenten maar hé, dit is een semilegale liveplaat. De song is nooit op een regulier album verschenen en zeker wat ‘T&T’ betreft is dat jammer. Indien de band daar evenmin ontspoorde zoals hier in de live-versie had ik dat album geen onvoldoende moeten geven. Als outro gaat de song over in Reed’s Walk on the Wild Side zonder hiervan een kopie te willen zijn, om dat toch weer bij Sleaze uit te komen. M.A.G.I.S.T.R.A.A.L.!
Met enig gepoch meld ik het nog eens: ik bezit de originele LP-uitgave van Bite …. In dat opzicht is de geluidskwaliteit best aanvaardbaar. Ik weet niet of op een latere remaster de geluidskwaliteit zo veel beter is. Indien dat wel het geval is en de schijf redelijk geprijsd wordt aangeboden online of elders: buy, buy buy! Voor vakmanschap, songkeuze, uitvoering, strakheid en gewaagde doch geslaagde stijlvariaties alleen al verdient deze plaat een 4,5. Wat ben ik blij dat ik dit plaatje herontdekt heb, al is het via een getormenteerde omweg. Dat paard gaat nog wel enige tijd op de gang moeten blijven staan en dames in bontjas brengen best nog wat geduld op alvorens de bus of tram arriveert.
» details » naar bericht » reageer
Marc and the Mambas - Torment and Toreros (1983) 2,0
6 juni 2025, 16:43 uur
De originele dubbel-LP heb ik al bijna 25 jaar in huis. Ik draaide ‘m destijds een paar keer, maar sindsdien bleef hij stof vergaren. Toch wordt 'Torment and Toreros' (T&T) door fans als een cultmeesterwerk beschouwd. Het album geldt als een muzikale scharnier richting Almonds latere solocarrière, die ik wél erg waardeer. Tijd dus om mijn oren opnieuw te spitsen voor het tweede en laatste studioalbum van Marc and the Mambas.
Helaas: kanten 1 en 2 grepen me ook in 2025 niet meteen bij de lurven. Belangrijk woord: meteen. Zelfs de meest lovende reviews erkennen dat 'T&T' geen hapklare brok is. In plaats van met frisse tegenzin kant 3 op te leggen, gaf ik de eerste twee kanten een herkansing — ditmaal mét tekstblad bij de hand. Mijn oordeel milderde lichtjes. Wat ik vooral mis, is melodie. Sombere teksten zijn geen bezwaar — je bent geen Almond-fan als dat wél zo zou zijn — maar ik wil wel iets kunnen meezingen, neuriën of ritmisch op mee wiegen. En dat blijft grotendeels uit.
De tekstloze Intro begint hoopvol en bouwt fraai op, tot blazers het geheel in kakofonie doen ontsporen. De halve seconde stilte aan het einde maakt het bovendien geen logische brug naar Boss Cat. Ook in dat nummer klinken instrumenten als los zand. Het opzettelijk kattengejank doet de song geen goed. Was Boss Cat maar net zo melodieus als The Cure’s kattenliedje uit hetzelfde jaar. Zou Almond hier verwijzen naar zijn performance als kunststudent, waarin hij zich poedelnaakt insmeerde met kattenvoer? (Bron: ‘Tainted Life’). Nog een gedachten-kattensprong: de groepsfoto binnenin de hoes — de Mambas in freaky kostuums — doet me denken aan de musical ‘Cats’.
The Bulls klinkt vertrouwd — het staat ook op het album ‘Jacques’, dat ik wat vaker heb beluisterd. Toch blijft ook dat geen favoriet. ‘Absinthe’ is wat coveralbums betreft Almonds chef d’oeuvre. Catch a Fallen Star prijkt op één van Marcs bovenarmen — iets wat me opviel toen ik lang geleden een digitale tekening van ‘m maakte. Tekstueel sterk, maar muzikaal wat omslachtig. De strijkers daarentegen zijn wél prachtig. The Animal in You bundelt zowat alle minpunten van de vorige nummers, met daarbovenop een snerpend Velvet Underground-geluid. Net als bij de laatste meters van een pijnlijke achtbaanrit ben ik blij als deze plaatkant eindigt.
In My Room heeft eindelijk voldoende melodie, al is dat hoofdzakelijk te danken aan de oorspronkelijke makers: S., J. en G. Walker en J.S. Bach. Marc en zijn Mambas verdienen wél een pluim voor de songkeuze en uitvoering. De kamer als geheugenruimte is een mooi beeld dat Almond vermoedelijk inspireerde tot het meesterlijke There Is a Bed op ‘Mother Fist’. Ook First Time is een terugblik, deze keer op – u kan het al raden - zijn eerste neukbeurt. Gelukkig gaan de teksten hier niet de vleselijk expliciete kant op. Maar omdat Almond wel vaker iemand van uitersten is, dreigt First Time te verzuipen in een overdosis aan metaforen. Er wordt gewreven langs “een halsketting van bijtsporen” en een duivel doodt een engel, dat soort dingen. Die eerste keer speelde zich blijkbaar af op het strand, wat geografisch kan kloppen voor iemand die zijn jeugd in Southport heeft doorgebracht. Met wat zee-accordeon had dit liedje niet misstaan op datzelfde 'Mother Fist'-album, onder de strikte voorwaarde dat het geen bestaand nummer op die plaat mag vervangen.
Your Love is a Lesion duurt ruim vijf minuten, en zoals vaker op ‘T&T’ geldt: enkel mooie liedjes duren niet lang. Ondanks een veelbelovend begin verzandt ook dit nummer in langdradige chaos. Wat opvalt: veel teksten zijn retro-spectief, terwijl Almond toen nog maar midden twintig was. Titels als My Former Self en Once Was onderstrepen dat achteromkijkend standpunt. In My Former Self spiegelt Almond zich als songsmid iets te gretig aan Brel — goede smaak, maar ook wat overmoedig. Over afsluiter Once Was valt enkel te zeggen dat die de albumtitel alle eer aandoet. Dit is mede door de jankende cello’s vijf volle minuten pure zelfkwelling. In een verhoorkamer met dit nummer in herhaal-modus op de koptelefoon zou ik in alle onschuld de zwaarste misdaad bekennen … of begaan. Die lugubere gedachte brengt me bij een anekdote uit Almonds autobiografie. Hij bekeek een tv-reportage over een seriemoordenaar. De camera zoomde in op diens platencollectie met prominent vooraan de prachtige hoes van ‘T&T’.
De gitaar aan het begin van The Untouchable One klinkt spannend – een beetje Pete Townshend - maar zodra Almond aan zijn klaagzang begint, ontspoort de song. Al is dat mede de onverdienste van de instrumentalisten. Sommige fragmenten bekoren me wel maar dat maakt er nog geen sterke song van. Mogelijk is dan al het instrumentale Blood Wedding ingezet want een overgang is nauwelijks merkbaar. Helaas constateert mijn tevredenheidsschaal dat kant 3 en dus plaat 2 niet veel beter begint dat hoe plaat 1 eindigde.
In Black Heart zit wel alles meteen goed en dat blijft zo de hele song door. Het tempo, de tekst, de sfeer, de muzikale begeleiding en – size matters – de lengte zijn uitgekiend en afgestemd. De blazers wachten netjes hun beurt af, zoals in klassieke jazznummers. Mogelijk is dit zelfs de enige song uit het hele Mambas-repertoire die als single werd uitgebracht. Dat was artistiek gezien een terechte keuze die in het chaotisch universum der Mambas gedoemd was om commercieel te floppen. Fast forward naar het eerste coronajaar. Almond gaf toen een gratis digitaal concert. In de livechat liet ik weten dat hij met zijn intense blik in de camera “a spell on me” had. Zelden was ik populairder op een sociaal medium.
Narcissus ademt pure treurnis. De medley gaat daarna verder met Gloomy Sunday. Leuk, dat western-achtige gitaartje, maar wat een zeurkous is Almond ook hier weer. Hij was zeker niet de eerste westerling die deze Hongaarse traditional uit 1933 coverde – onder meer Billie Holiday en Ray Charles gingen hem voor. Toch toont deze keuze Almonds eigenzinnigheid: hij trekt zich weinig aan van wat platenbazen willen. Die houding duikt jaren later opnieuw op tijdens zijn Russische zijsprongetjes. Tijdens Vision maakt de naald van mijn platenspeler twee kleine kraak-sprongetjes. Dat ik dat niet erg vind, zegt genoeg. Tegelijk zorgt het er wel voor dat de druk zwaar op de laatste plaatkant komt te liggen.
Ook Torment schiet soms alle kanten op, al gebeurt dat gelukkig minder gelijktijdig. Volgens de gatefold is het nummer geschreven door Almond en (Steven) Severin van Siouxsie. Andere bronnen vermelden ook Robert Smith als co-auteur. En laat nu net het volgende nummer, A Million Manias, in de intro sterk aan het poezennummer van The Cure doen denken. Helaas verdwijnt die herkenbaarheid snel. De structuur en melodie vervagen, en met alweer een ellenlange tekst haak ik opnieuw af. Gelukkig volg ik de lyrics niet letterlijk, anders had ik een pistool nodig gehad om mijn hersens eruit te blazen.
Met wie Almond duetteert op My Little Book of Sorrows weet ik niet, maar diens zware, toononvaste stem is het enige minpuntje. Hier wordt tenminste nog eens zorgvuldig opgebouwd, waardoor de lange maar beter getimede tekst niet stoort. Op andere albums zou ik dit een mooi opvullertje noemen, op ‘T&T’ is het een zeldzaam lichtpunt. Dat het door drugs geteisterde Mambas-ensemble desondanks muzikaal talent bezit, blijkt uit afsluiter Beat Out That Rhythm on a Drum. Helaas illustreert de bruuske overgang na de intro opnieuw de gebrekkige productie. En als het al gewaagd is om Brel te benaderen, wat te denken van het zingen van een operastuk van G. Bizet? Tenenkrommend zijn de teksten die Oscar Hammerstein De Tweede in 1943 toevoegde als vervanging voor het originele “tralala-lalalalalaaah”. Volgens mij maakte Almond hier een slechte songkeuze, die bovendien matig uitgevoerd wordt.
De kans is groot dat ‘T&T’ opnieuw voor minstens een decennium in de kast belandt. Twee sterren betekent – op zijn Vlaams gezegd – dik gebuisd. Dit is veruit de laagste score die ik ooit gaf, en vermoedelijk ooit zal geven. Ik voel er weinig voor om albums te beoordelen die me niet liggen. Maar als Almond-fan – vooral van zijn solowerk – vond ik het mijn plicht om ‘T&T’ onder de loep te nemen. Ik begrijp dat sommigen op dit forum ontgoocheld of minstens verrast zullen zijn. Hopelijk wordt mijn onderbouwde mening begrepen, zonder boosheid tot gevolg.
Overigens bevind ik mij met mijn strenge oordeel in het fraaie gezelschap van Marc Almond zelve. In zijn autobiografie noemt hij het hoofdstuk over de twee Mambas-albums niet voor niets The Mambas and the Madness. Die ‘madness’ slaat niet op vrolijkheid, maar op buitensporig druggebruik – inclusief heroïne en het gezelschap van sujets als Nick Cave en Genesis P. Orridge. Ik weet niet wat het meest schadelijk is voor geest èn lichaam, maar sommige nare neveneffecten zijn duidelijk hoorbaar op 'T&T': chaos, een verzwakte zangstem en een schrijnend gebrek aan zelfkritiek. Een terugblikkende Almond – dan al halverwege de veertig – noemt zowel ‘Untitled’ als ‘T&T’ te slordig en te lang. I couldn’t agree more.
Bij de release in 1983 omschreven popmagazines ‘T&T’ als de ideale soundtrack bij een zelfmoordpoging. Laat dat – samen met de platencollectie van een eerder genoemde seriemoordenaar – een dubbele waarschuwing zijn voor wie dit album nog wil ontdekken. Voor wie nog moet beginnen aan Almonds solo- en Mambas-werk parafraseer ik graag Baron Hoogmoed uit de Efteling: “Geestelijke rijkdom ligt in het verschiet!” Ga vooral je eigen weg, maar dit is de volgorde die ik persoonlijk adviseer, gebaseerd op een combinatie van mijn favorieten en van wat ik het meest toegankelijkst acht:
1. The Stars We Are
2. Enchanted
3. Mother Fist
4. Absinthe
5. Chaos and a Dancing Star
6. Tenement Symphony
7. A Virgin’s Tale Vol. II
8. Fantastic Star
9. Variety
» details » naar bericht » reageer
Marc Almond - The Stars We Are (1988) 4,5
4 juni 2025, 20:52 uur
Gatver, review-bericht zelf verwijderd omdat ik een woord wou aanpassen. Gelukkig had ik nog ergens een proto-versie opgeslagen.
Midden jaren ’80 hoorde ik voor het eerst bewust de naam Mick Jagger. In een videoclip liep hij te spasten naast een andere zanger wiens naam me als tienjarige nét iets bekender in de oren klonk. Pas jaren later viel mijn vijf-frank muntstuk: de hyperkineet die Bowie wat in de weg liep door de straten van Tokyo en NYC, was ook de zanger van The Rolling Stones. Die van ‘Satisfaction’ en ‘Paint It Black’ en misschien nog wel iets. Ik vraag me af met hoeveel we zijn in het hele universum: mensen die via een zijproject met Jagger kennismaakten, om pas later zijn hoofdwerk te ontdekken.
Iets gelijkaardigs overkwam me met Marc Almond. Als twaalfjarige nam ik lukraak een BRT Top 30-aflevering op cassette op. Tussen de hits zat ‘Something’s Gotten Hold of My Heart’. Puur toeval – en een oudere zus met jeansjas – zorgden ervoor dat ik dat duet solo playbackte bij de lokale jeugdbeweging. Van Almonds muzikale voorgeschiedenis had ik geen flauw idee. Soft Cell’s hoogdagen waren voor mij onbestaande, ik hoorde ‘Tainted Love’ pas bewust toen ik begin jaren ’90 de Tijdloze 100 van radiozender Studio Brussel opnam. Het nummer stond ergens rond plek 70, maar mijn focus lag op de top drie: Deep Purple, Led Zeppelin en – jawel – opnieuw The Stones. Pas toen ik jaren later een goedkoop compilatie-cd’tje in handen kreeg – iets als “VTM Holiday Hits” – legde ik de link tussen beide Almond-covers. De ultieme aha-Erlebnis kwam er pas drie jaar daarna, dankzij de kitscherige kunstwerken van Pierre & Gilles.
'The Stars We Are' ervaar ik zonder twijfel als Almonds meest evenwichtige en daardoor toegankelijkste soloplaat. De veelheid aan instrumenten voelt nooit als 'te veel' aan, de verdienste van een strakke productie. Volgens Almond zelf lukte dat beteugelen minder op de opvolger 'Enchanted'. Al moet gezegd: die plaat is thematisch consistenter als één caleidoscopische droom. Ook 'The Stars We Are' klinkt vaak dromerig maar is thematisch meer versnipperd. Voor luisteraars met minder Almond-ervaring kan die versnippering als meer gevarieerd overkomen.
Ingewijden weten dat ook achter de fluweelzachte romantiek van nummers als ‘These My Dreams Are Yours’ melancholie schuilt. Alleen artiesten als Almond kunnen op zweverige manier dromers doen ontwaken met deze wijsheid “There is never forever, only the moment”. Elders wordt dromen ronduit gevaarlijk, vergiftigd door hypnotiserende gezangen en verdovende middelen, gesitueerd in een sprookjesachtig Istanbul. Dat rijmt op 'vrolijke boel' en dat kan bij Almond nooit de bedoeling zijn. Om de balans te behouden is er het duistere duet ‘Your Kisses Burn’. Zelfs de snelle dood van Nico kon niet verhinderen dat dit ijskoude nummer een beetje ondergesneeuwd raakte. Dat zou niet het geval geweest zijn indien Almonds zangpartner hier die andere tragische bromberin was: Marianne Faithfull. Door haar associatie met de onvermijdelijke Jagger in de bitterzoete jaren '60 had dit duet gefundenes Fressen geweest voor de Britse media. Voor de goede verstandhouding: ook met Nico verdient 'Your Kisses Burn' de aandacht die het nooit kreeg. Zou Nick Cave hier de mosterd hebben gehaald voor z'n onder lof bedolven duet met Minogue?
Op een plaat zonder echte zwakke plekken springt ‘Tears Run Rings’ er voor mij uit. Na de Soft Cell klassiekers ‘Torch’ en ‘Say Hello...’ is dit misschien wel z’n grootste zelf geschreven hit. Het kringende tranenlied klinkt op het eerste gehoor wat feestelijk, de tekst is vlijmscherp. Hier horen we een zeldzaam politiek geëngageerde Almond. Geen zeurende Dylan, wel iemand met een duidelijke waarschuwing tegen conservatieve krachten die verworven vrijheden willen terugdraaien. Eind jaren ’80 klonk dat dystopisch, vandaag is het helaas bittere realiteit. Wie 'The Handmaid’s Tale' heeft gezien, weet misschien nog dat afleveringen vaak eindigen met een 80's song. Eén aflevering eindigt met een beeld van het Washington Monument, omgevormd tot kruis. Hoe perfect was ‘Tears Run Rings’ daar geweest als soundtrack? Ik weet niet meer voor welke song men wel koos maar dat was dus niet de beste keuze.
'The Stars We Are' werd Almonds grootste commerciële succes als soloartiest. Maar écht commercieel klinkt het nooit. De originele LP bevat trouwens ‘Something’s Gotten...’ in de soloversie, zonder Gene Pitney. Dat duet werd later toegevoegd als bonustrack op de CD-versie. Sta me toe 'The Four and a Halve Stars I Give' te verantwoorden door naar z'n voorganger en opvolger te verwijzen. Zowel 'Mother Fist' als 'Enchanted' schat ik nog hoger in. Maar 'The Stars We Are' is en blijft een prachtplaat. Een onvermijdelijke mijlpaal op eenieder die z'n eigen weg aflegt om rasartiest Almond te ontdekken.
Als beloning voir de leesinspanning, deel ik deze link. Die leidt(!) naar een krantenpagina. Onder de gefotografeerde kop van ’Showbiz Joop’ lees je over een dispuut dat Almond en Pitney met hem hadden n.a.v. een optreden in een razend populaire tv-show op de Nederlandse buis. Wedden dat de journalist van dienst niet vertrouwd was met het werk van Marc Almond?
» details » naar bericht » reageer
Marc and the Mambas - Untitled (1982) 3,5
1 juni 2025, 20:24 uur
Naar duistere platen luisteren kan blijkbaar psychische bijwerkingen veroorzaken. Wie z'n bovenkamer op tijd en stond ventileert met luchtige deuntjes, gaat toch niet gedurende meerdere jaren schriftelijk met zichzelf communiceren, al dan niet in het volle besef dat de hele wereld vanop een veilige afstand digitaal kan meelezen. Ik hoop dat de drievoudige boodschapper hierboven mijn waarschuwing niet kwaadschiks opvat 
Laat me nog wat meer natrappen, dit keer gericht onder de gordel van de verantwoordelijke(n) voor de even pretentieuze als nietszeggende titel van dit album. Door de eeuwen heen zijn er talloze titelloze kunstwerken uitgebracht – ook buiten de muziek. Maar dat er tijdens of na een creatief proces plots geen greintje inspiratie meer overschiet om een passende titel te bedenken? Onbegrijpelijk. De allereerste kunstenaar die met dit idee uitpakte, verdient nog enige lof voor de vondst. De rest krijgt van mij die spreekwoordelijke schop. Reken daar gerust de artiesten bij die uitpakten met een 'White Album' of een 'Black Album'. Whollah, daar gaan de Beatles-, Prince- én Metallica-fans. Die zijn hier op MuMe ongetwijfeld talrijker dan die ene (beledigde?) Almond-adept, mezelf even niet meegerekend. Achter jezelf moeten aanhollen is immers ook al zo’n bijwerking.
Een album vernoemen naar een liedje op de plaat getuigt mijns inziens ook niet van een overmaat aan creativiteit. Lap, ook de Bowie-fans boos. Hopelijk just for one day. Over artiesten die hun album vernoemen naar een nummer op een ander album begin ik niet – dat publiek is al genoeg dazed and confused. En ja hoor: de opener van 'Untitled' heet ... 'Untitled'. Een meerlagige gimmick van Almond & co., wellicht. Die ‘co’ bevat overigens iemand die z’n (latere) band 'The The' noemde – een duidelijke sneer naar bands met 'The' in hun naam, en eigenlijk naar alle bandnamen tout court.
‘Untitled’ – het nummer – is meerlagig als een lasagne van een luxetraiteur. Marc & The Mambas geldt als akoestische zijsprong van Soft Cell-zanger Almond, maar deze opener zet kil en ritmisch in. De strofes zijn weinig melodisch en doen denken aan de langere nummers op 'The Art of Falling Apart'. Het contrast met het refrein maakt het echter boeiend. “It’s such a shame...” is geen zonde of iets waarvoor men zich moet schamen. Het is een melodische meezinger waarvan ik ondanks de sombere tekst ga zweven. Verklaar me gerust psychisch gestoord omdat ik dit omschrijf als lichtvoetige Mozart anno 1982. Hulde aan pianiste Annie Hogan, die Almond tot begin jaren ’90 zou blijven begeleiden.
In 'Empty Eyes' klinkt Almond alsof hij geniet van vernedering en afwijzing. Het doet vermoeden dat deze song zo z’n plek zou hebben in een obscure SM-club ... al zeg ik dat als ervarings-ondeskundige. De sleazy sfeer van Soft Cell is nooit ver weg. Mits een tekstuele verwijzing naar één of andere havenstad had dit nummer niet misstaan op zijn magnum opus 'Mother Fist'.
‘Angels’ opent met een elektrische gitaar die zo zwaar door een choruspedaal is gejaagd dat ik me afvraag of een vermiste Vic ergens rondhangt op Echo Beach. Toch wordt die gitaar minder dragend en verliest het nummer richting. Of beter gezegd: het kiest géén richting. Potpourri is het resultaat – niet mijn favoriet van de plaat.
'Big Louise' opent mysterieus alsof je onzeker op weg bent naar een bestemming met de naam Twin Peaks. Maar dat wordt helaas snel de kop ingedrukt door Almonds kerkgezang. Had ik dit op cd, dan drukte ik hier op 'next' maar met de naald op de originele LP-dubbelaar ben ik voorzichtig in de omgang. In het oeuvre van Scott Walker ben ik niet thuis, maar hij moet toch songs in z'n catalogus hebben die hier gedrenkt in een amandelsausje (sorry) beter tot hun recht zouden komen.
‘Caroline Says’ is een geslaagd eerbetoon aan de fluwelen bendeleider uit NYC. Live waardeer ik Almonds interpretaties van grootmeesters als Reed en Brel enorm, maar op een album vol eigen materiaal komt het wat opvullerig over. Als hij de studio induikt voor covers, zie ik liever een volledig thematisch album en bij voorkeur van minder bekende nummers. Net daarom waardeer ik 'Absinthe' – de plaat, niet de drank - en vind ik 'Strangers in the Night' op Stardom Road een pijnlijke mismatch.
'Margaret' is een instrumentaal pianostuk van Hogan. Bij mij roept het vooral vragen op: "Waarom?", "Gaat dit over Thatcher?" en "Bestaat er een LP-zapper?" Drie keer niks, helaas.
‘If You Go Away’ wijkt meer af van het origineel dan de Reed-cover – mede door de vertaling natuurlijk. Hierdoor voelt het minder als een Brel-cover en meer als een Scott Walker-cover, de artiest waar ik niet zo in thuis ben ... En deze cover bevalt me meer dan dat liedje over dikke Louise. Principes zijn er om af en toe vanaf te wijken. Zo ervaar ik ook bij zijn latere interpretaties van ‘Jacky’ en ‘Pearly’ multi-zintuiglijk genot.
'Terrapin' begint met een wel erg laag gezongen stem ... tot ik besefte dat deze plaat op 45 toeren moet worden afgespeeld. Ik behoor tot die Floyd-fans die alles vóór 'Dark Side of the Moon' als probeersels beschouwen. Toch ben ik aardig vertrouwd met al die probeersels en ook met Barretts solo-werk zoals 'Terrapin'. Ik heb lange tijd gedacht dat dit nummer over therapie ging, begrijpelijk gezien de levensloop van deze zotskapdrager. Maar het blijkt over een soort schildpad te gaan die, zoals amfibieën betaamt, in twee werelden leeft. Goede song, goede keuze. Almond erkent hier zijn schatplichtigheid aan de arty-farty bands van eind jaren ’60 en begin jaren '70. Ik durft te wedden dat hij pakweg 'Arnold Lane' hoger waardeert dan volmaaktheden zoals 'Comfortably Numb' of 'Wish you were here'.
'Twilights and Lowlifes' is onversneden Soft Cell à la 'Art of Falling Apart', al hoor je ook akoestische percussie en een klassieke piano. Een geestig nummer dat ik liever had aangetroffen op de 33-toerenversie in plaats van dat kerkliedje en dat instrumentaaltje. Op de B-kant van de 45-toerenplaat staat nog een alternatieve versie: 'Twilights (Street Walking Soundtrack)'. Door de ellenlange intro zie en hoor ik dit als niet meer dan opvulsel, helaas.
'Untitled' - het album - had wat mij betreft dus beter een gewone 33-toerenplaat geweest onder het beproefde motto 'less is more'. De experimenten zijn vaak gewaagd maar niet altijd even geslaagd. Dit album nu als een probeersel afschilderen op weg naar zijn betere werk, vind ik dan weer te streng geoordeeld. Indien het slotnummer een woordspeling is op 'highlights and lowlights', vat dit de kwaliteit van 'Untitled' mooi samen: een album met hoogtes en laagtes. 3,5 sterren.
» details » naar bericht » reageer
