Weinig artiesten hebben een zo fel bejubeld oeuvre bij elkaar gevlochten als Nick Cave. Wat ie ook doet, het uiteindelijke eindproduct blijkt bijna altijd puur goud te zijn. Of het nu zijn filmmuziek is, zijn werk met The Birthday Party en zijn rauwe vroege platen, of zijn balladalbums. Onder de noemer Nick Cave & The Bad Seeds heeft deze klasbak het meeste roem vergaard.
Sinds de vorige plaat onder die naam, ‘Dig, Lazarus, Dig!!!’ zijn er enkele veranderingen opgetreden. Zo is Mick Harvey niet langer lid van The Bad Seeds, en heeft Cave met Warren Ellis, Martyn P. Casey en Jim Sclavunos een opvolger gemaakt voor het debuut van Grinderman. Geen bijzondere plaat, in mijn optiek, maar Grinderman is geen collectief dat in het leven is geroepen om bijzondere platen te maken, volgens mij. Het is eerder een uiterst handig vehikel om een keertje harder voort te denderen. Maar wat Nick Cave doet op zijn nieuwe plaat, ‘Push the Sky Away’, dat kan ie als de beste. En dat hoor ik ‘m dan ook het liefst van al doen.
Als we de cover van het album gaan bestuderen, zien we Nick Cave die – in zwart pak – zijn, overigens verrukkelijke, naakte eega (Susie Bick, die vroeger model voor Vivienne Westwood was, maar haar job opgaf toen ze met Cave trouwde) de deur lijkt te wijzen, al is het eerder een soort raam dat hij openhoudt, denk ik. Er zal een hele filosofie achter zitten, of net niet, maar ik vind het in ieder geval een beklijvend en begeesterend zicht. Een prima opmaat voor het album zelve, zoals later zou blijken.
‘Push the Sky Away’ is op het moment van dit schrijven het enige album van 2013 dat ik in huis heb. Dat is erg weinig, maar ik ben dit ook bewust gaan doen. De nieuwe Cave moest ik echter hebben, al zou de wereld ontploffen. Ik was na twee luisterbeurten al helemaal verkocht, en sinds ik het album in huis heb, lijken de puzzelstukjes, die al zo goed als inch perfect pasten, nog beter in te schuiven. Het plaatje klopt gewoon voor de volle 100 procent, de sfeer is onovertroffen, en dat maak je niet vaak mee. Dit is dan ook een plaat om voor eeuwig en altijd te koesteren.
Laat ik dan nu beginnen met wat tekst en uitleg te verschaffen over de bijzondere status die ik deze plaat toedicht. ‘Push the Sky Away’ is een tour de force waarvan ik nooit meer had gedacht dat Cave het nog in zich had. Oké, de beste kerel is een vakman, maar er lopen talloze artiesten rond die hun vak tot in de puntjes beheersen. Nu is dit nog wel wat anders; Nick Cave heeft zichzelf niet heruitgevonden, maar na het in mijn ogen wat mindere ‘Dig, Lazarus, Dig!!!’ en de tweede van Grinderman is dit weer een geweldig schot in de roos. Negen nummers, niks geen fillers of mindere momentjes, geen sfeerbreuken. Het is van begin tot eind één coherente sound, een mengeling tussen Cave’s eigen bekende stokpaardjes en de weemoed en relatieve zwaarte van het allerbeste van Tindersticks.
De eerste twee vrijgegeven nummers, ‘We No Who U R’ en het majestueuze ‘Jubilee Street’ ontlokten bij menig MuMe-user de naam Tindersticks. De meningen daaromtrent waren natuurlijk wel verdeeld, maar ik hoorde dit geluid er toch ook wel in terug. Ik wist meteen dat het goed zat, toen het hemelse ‘We No Who U R’ voor het eerst mijn oren bereikte. Een rustig, ietwat bevreemdend nummer, op die manier dat je dingen anders gaat bekijken, structuren, emoties, etc. Je kan het lome muziek vinden, maar het is net die loomheid die er zo’n speciaal karakter aan geven.
Het tempo ligt inderdaad niet hoog. Hoeft ook niet. Heel graag zelfs, dit festijn der traagheid. Nick Cave en kornuiten nemen er echt de tijd voor, en zo geven de songs zichzelf niet al te gauw prijs. Bij de veel popmuziek van tegenwoordig is het consumeren, consumeren, consumeren; niet bij ‘Push the Sky Away’. Het is een plaat die tijd nodig heeft, maar wel meteen een weinig van zijn pracht laat zien. Wie veel troeven in z’n hand heeft, laat ook niet meteen zijn kaarten zien.
Zoals eerder gezegd, een zwak nummer is hier in geen velden of wegen te bespeuren. Dat neemt niet weg dat er hoogtepunten zijn. De eerder genoemde opener en ‘Jubilee Street’ bijvoorbeeld, maken enorm veel indruk. Het eerste nummer is tekstueel ook een pareltje, zoals Nick Cave dat kan. Simpele tekst, weinig woorden, maar uitermate veelzeggend. In het CD-boekje staan de teksten trouwens geprint, met bijbehorende aanpassingen, zoals geschrapte woorden, haastig gekribbelde woorden en zwart gemarkeerde lijnen. Ook staat bij elke songtekst een stempel met een datum (dat zal de datum van schrijven wel zijn, ongeveer).
Neen, het eerste nummer heeft al meteen één van de mooiste zinsneden van dit jaar in zich: “The trees will stand like pleading hands”. Het is een beeld waarbij men zich een hele wereld kan voorstellen, maar in essentie is het gewoon een sfeerschets. Cave heeft het talent om op directe wijze in te spelen op de gedachten en gevoelen van zijn luisteraars. ‘Jubilee Street’ is dan tekstueel een ander paar mouwen, meer verhalend van aard. Het gaat over een al wat oudere prostituee die haar klanten verliest aan de hele roedel jonge Oost-Europese meisjes. Hier mengt Cave ook humor in zijn teksten, wat hij wel vaker doet.
“The problem was she had a little black book;
And my was written on every page;
A girl’s got to make ends meet, even on Jubilee Street”
Waar deze straat dan wel mag liggen, dat zou ik niet weten, maar de straatnaam zou wel ‘ns een metaforische verwijzing kunnen zijn. De naam heeft iets monumentaals, iets waar je respect voor dient te hebben. Uiteindelijk zijn het ook maar mensen, die, soms zelfs daartoe gedwongen, de eindjes aan elkaar proberen te knopen.
Een ander sterk nummer is het lange, donkere ‘Higgs Boson Blues’. De titel alleen al sprak me meteen aan, nog voor ik het nummer überhaupt had gehoord. Er is een tijdje heel wat ophef geweest wat betreft dit elementaire deeltje. De tekst is ondoorgrondelijk, met nogal wat verwijzingen, naar o.a. Hannah Montana/Miley Cyrus, een ziekte en verderf brengende missionaris en een illuster motel. Maar het boeiendst vind ik de passage over Robert Johnson en de duivel (Robert Johnson haalde de woede van de Kerk op zijn hals omdat hij ooit beweerde zijn ziel aan de duivel te hebben verkocht in ruil voor zijn exceptionele talent, en stierf naar verluidt letterlijk door de gifbeker te hebben gedronken). De toonzetting is aardedonker, grijs en grauw. Maar de drive in de stem van Cave en de dreiging die het ensemble aan instrumenten tentoonspreiden, is erg aanstekelijk. Het is dus een aanstekelijk nummer over duistere onderwerpen.
Ook de afsluitende titeltrack is erg sterk; statig en waardig, het heeft een grootse, plechtige sfeer rondom zich. Duw de lucht weg.. Iets wat in feite onmogelijk is, maar het is dan weer op erg verbeeldende wijze gebruikt, en het tekstuele simplisme van de opener vinden we hier ook in terug. Alsof Cave het zomaar uit zijn mouw schudt, zo natuurlijk komt het ook allemaal over.
De andere nummers zijn ook zeker de moeite. Het met een leuke tekst begiftigde ‘Mermaids’, sterke aanhangsel ‘Finishing Jubilee Street’, het spannende ‘We Real Cool’.. Ik heb de plaat nu toch al zo’n 14 à 15 keer beluisterd, en vind nog steeds bitter weinig punten van kritiek. De plaat gaat ook nergens vervelen, en dat is een hele prestatie, in acht genomen dat het tempo zo laag ligt. Bij menig andere plaat zou ik een plaatselijke geeuw niet kunnen onderdrukken; hier zit ik echter nu nog steeds elke keer als betoverd dik 40 minuten aan mijn CD-speler gekluisterd.
4,5 sterren