MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Muziek / Toplijsten en favorieten / Gyzzz reviewt RateYourMusic: de album top-250

zoeken in:
avatar van Gyzzz
https://www.musicmeter.nl/images/cover/0/265.jpg

234. Tom Waits – Bone Machine

Bone Machine was het eerste album dat ik van Tom Waits aanschafte, op cd. Hij was in de aanbieding, en met de mp3’tjes van Rain Dogs en Closing Time in het achterhoofd was dat voldoende info om tot een blinde koop over te gaan. En van die aankoop heb ik geen moment spijt gehad. Inmiddels had ik hem alweer jaren niet gehoord – want voor Tom Waits moet je even goed gaan zitten, en met een oeuvre vol hoogtepunten, kom je aan een Bone Machine minder snel toe. Maar dat neemt niet weg dat als je de komende maand nog maar 1 album zou mogen luisteren, je aan dit album best een goeie hebt.

Want dit is - anders dan 95% van mijn collectie, inclusief mijn favorieten - een volkomen tijdloos album. Uitgebracht in 1992, maar dat had net zo goed 1972 of 2012 kunnen zijn. Niets aan klankkleuren of composities verraadt enige vorm van tijdsgeest. Weinig albums doen het dat na. Dit valt totaal niet binnen de mode of welke hype dan ook - het trekt zich van zulke dingen niets aan. Waits gedraagt zich zoals gebruikelijk doorlopend als een bezopen idioot, waardoor hij binnen 1 album een veel groter bereik van sferen en emoties heeft dan de meeste zangers gedurende hun hele loopbaan. Door niet te proberen een specifieke stijl aan te nemen maar als een onderontwikkelde wildeman zijn emoties en melodieën op tafel te smijten, hoeft hij nooit een herkenbare houding aan te nemen om de juiste sfeer over te brengen.

Nu ben ik in muziek meestal niet zo op zoek naar toegankelijkheid, maar juist hier is het wel een verademing en rustpunt als ‘Who Are You This Time’, ‘A Little Rain’, en later op de plaat ‘Black Wings’ aanbreken. Nu ik er over nadenk houd ik sowieso erg van de toegankelijke Tom Waits, maar dat komt vooral door de contrasten met de rest van zijn albums. Als een film zijn zijn platen opgebouwd, en voor Bone Machine geldt dat misschien nog wel het meest van allemaal binnen zijn niet bepaald kleine discografie. We horen rock, pop, jazz en blues door elkaar, versmolten tot een uniform geheel als een kaasfondue van naargeestige sfeer. En nu zijn die rustpunten weliswaar respectievelijk neerslachtig en duister, ze klinken heel aards naast de maniakale gekte die in het overige doorklinkt.

Tom Waits klinkt op Bone Machine meer primair dan ooit tevoren of erna. Mede daardoor is dit nooit een plaat geweest die hier in de heavy rotation heeft gestaan en dat zal ook nu niet gaan gebeuren, omdat je voor deze drie kwartier wel in de stemming moet zijn. De hoes leidt je, want die geeft de sfeer alvast precies weer. En als je daarvoor openstaat stelt Waits weer eens geen moment teleur.

4* blijft makkelijk staan

avatar van Gyzzz
https://www.musicmeter.nl/images/cover/1000/1889.jpg

233. Opeth – Blackwater Park

Een review schrijven voor deze Opeth-plaat voelt alsof ik in mijn paarse ANWB-regenjas de keet van de Hells Angels binnenloop en aan de bar vraag of ze ook ranja verkopen. Om vervolgens bij de vraag wat ik hier te zoeken heb tevreden naar mijn elektrische tourfiets met waterdichte fietstassen te wijzen.

Als ik op deze site kijk naar de paar metalplaten waar ik een hoge score aan geef liggen die allemaal aan de randen van het genre - of dat nou is omdat ze een knalgroene of -roze hoes hebben, een wisselwerking met ambient aangaan of eigenlijk meer Punk dan Metal zijn. Het genre heeft me al regelmatig verbaasd, met als meest recent voorbeeld Burzum, wier 'Filosofem' plaat tot mijn eigen verwarring goed landde bij mij. Nu zie ik mezelf hier evengoed al in de rondte consumeren en recenseren als die vervelende hipster die eigenlijk niets met metal heeft maar wel graag Deafheaven en Nadja luistert (overigens twee acts die zich in ieder geval nadrukkelijk onttrekken aan de metal-standaarden - of clichés, zo u wilt). Daarom wil ik proberen te duiden hoe ik dit album ervaar.

Sommige mensen lezen graag 700-pagina-dikke fantasyboeken die spelen in een wereld waarin door een individu (de schrijver) alles verzonnen is. De losse elementen voelen voor mij daardoor per definitie dun en weinig geaard, hoeveel moeite je er als lezer/luisteraar ook in stopt. Zo voelt deze muziek voor mij ook: er is wekenlang geoefend om een bepaalde sfeer en compositie te creëren, maar die voelt ondertussen zo bedacht en gekunsteld aan dat ik er haast niet naar kan luisteren. Grunts of schreeuwen vind ik prima – althans, die stoten me als kunstvorm an sich niet af, maar het is boven alles juist de cleane zang, zoals op ‘Bleak’, die eerder op de lachspieren werkt dan dat ik er op enige manier serieus naar kan luisteren. Wat die zanger ook zingt, ik geloof hem niet omdat het me belachelijk en fantastisch (in de verkeerde zin van het woord) in de oren klinkt. Zelfs de rustmomenten zijn vreselijk opgeblazen en theatraal, waardoor er feitelijk geen rustmomenten zijn en de contrasten allemaal bovenop de zwaar opgeblazen productie plaatsvinden en zo helemaal niet contrastrijk aanvoelen. Vrijwel elke gitaarsolo wordt van zoveel pathos voorzien dat het haast onmogelijk wordt om er nog normaal naar te luisteren. Nergens word je eens op het verkeerde been gezet, en de broodnodige knipoog ontgaat me hier dan ook volledig.

De plaat is heel makkelijk beluisterbaar door de duidelijk identificeerbare melodieen en rechttoe-rechtaan structuren, maar er wordt hier toch een enorme lading opgeblazen dramatiek over me uitgestort. Het meest storend wordt dat als er "epische" gitaarstukken worden ingegooid zoals op 'Dirge for November’ vanaf 2:40. Bij zoveel opgeklopte dramatiek krijg ik een gevoel van Bassie en Adriaan die in een UFO worden achternagezeten door Vlugge Japie in een Lord of the Rings kitschdecor. Het voelt allemaal zo verschrikkelijk arbitrair en daardoor nergens urgent aan. Het is technisch ongetwijfeld briljant maar welbeschouwd gebeurt er voor mijn gevoel vrijwel niets relevants op deze plaat vol stadionrock on steroids.

Nou las ik op eerdere albumpagina’s alhier dat progliefhebbers deze plaat saai en eentonig vinden. Ik wist werkelijk niet wat ik zag: deze plaat gaat juist ten onder aan een gebrek aan eentonigheid. De krankzinnige geldingsdrang van zowel zanger als instrumenten maakt dat beiden vrijwel permanent “aan” staan. Maar het is uiteindelijk vooral de esthetiek waar ik niets mee kan. Die hooguit op mijn lachspieren werkt terwijl de plaat ondertussen geen enkele vorm van ironie of zelfspot toont.

Ik heb een beetje getwijfeld of ik hier nu een score aan zou toekennen, maar zonder negatieve kritiek worden positieve verhalen mijns inziens ook betekenisloos – dus bij dezen: 1.5*

avatar van ArthurDZ
Mijn complimenten voor het hoge tempo en de hoge kwaliteit van de schrijfels, Gyzzz!

avatar van Gyzzz
Dank! Ik hoop de kwaliteit te kunnen behouden, maar het hoge tempo sowieso niet, want dat is gevolg van twee weken met veel vrije tijd die bijna op hun eind lopen

avatar van ArthurDZ
Dat valt te begrijpen!

avatar van Johnny Marr
Ai, Opeth stadionrock on steroids noemen!

Maar wel een heel fijn topic ja, vandaag alles even lekker bijgelezen en een aantal reviews een welverdiende like gegeven. Momenteel staat The Shape of Jazz to Come op en ik zit me af te vragen of m'n 3,5* niet wat laag is

avatar van bennerd
”Opgeblazen dramatiek” is wel heel raak.

avatar van Koenr
Fraaie bespiegelingen Gyzzz, ik lees met plezier mee. Ik vond vooral dit heel mooi en treffend omschreven.

Gyzzz schreef:

Hoe meer ik naar deze plaat luister, hoe meer ik me realiseer dat ik zozeer niet in harmonie moet zijn met jazzstructuren, met een experimentele aanpak of met drukte. Maar dat ik vooral in harmonie moet zijn met mezelf, met de huidige tijd en met de huidige omgeving. Als dat eenmaal het geval is, en ik mezelf heb toegestaan om er goed voor te gaan zitten, lukt het eigenlijk niet meer om de plaat tussentijds af te zetten. Met name in Part II maakt de mentale beleving dan plaats voor een haast lichamelijke ervaring.

avatar van Don Cappuccino
Erg interessante bespreking van Blackwater Park, Gyzzz. Ik denk er compleet anders over, maar je geeft weer op een fantastische wijze weer waarom de plaat compleet niet naar je gading is. Er moet wel gezegd worden dat ik Blackwater Park een geweldige plaat vind (niet voor niets 4,5*), maar zeker niet het magnum opus zoals het te boek staat. Daarvoor vind ik de plaat net wat te netjes en misschien inderdaad ook aan de afgemeten kant. De voorganger Still Life is ambitieuzer en minder afgemeten, en met Ghost Reveries in 2005 perfectioneert Opeth de balans tussen (progressieve) deathmetal, folk en progrock voor mij. Als je Opeth ooit nog een kans wil geven, zou ik voor Ghost Reveries gaan, aangezien deze qua sfeer een stuk onheilspellender is, met ook meer verstilling in de rustigere passages.

avatar van Gyzzz
https://www.musicmeter.nl/images/cover/2000/2402.jpg?cb=1571745154

232. Iron Maiden - Seventh Son of a Seventh Son

In de periode dat ik me meer in verschillende genres muziek begon te verdiepen, zo rond einde middelbare school en begin studietijd, vond ik de hoezen van Iron Maiden zo ongeveer het belachelijkste wat er bestond. Wie had deze quasi-stoerheid verzonnen? Moest dit afschrikwekkend overkomen? Ik besloot in ieder geval om er nooit naar te gaan luisteren. Op de een of andere manier nam ik het allemaal veel te serieus, en was niet in staat het te zien voor de cartoon die het is. Mede daardoor had ik tot vorige week nooit meer dan een los nummer van Iron Maiden gehoord.

Inmiddels kan ik de hoezen juist wel waarderen: ze hebben zo’n uitgesproken, coherente en eigen (anti-)esthetiek. En nu is zowaar het moment gekomen dat ik hun muziek mocht gaan luisteren. En eigenlijk is die me alleen maar meegevallen. De muziek heeft namelijk ook iets cartoonesks, precies in lijn met de hoezen. Grote delen van de plaat voelen alsof ik op een Harley Davidson door Vice City rijd met aan mijn linkerhand een gangoorlog in volle gang en aan mijn rechterhand een club waar Tony Montana met Elvira Hancock staat te dansen op Paul Engemanns ‘Push It To The Limit’. En daartussen cruise ik richting de mansion met bijbehorende golfbaan op een eilandje. De snelheid gaat omhoog, waarna alles steeds sneller voorbij begint te vliegen. Ik waan me op de basisschool, waar ik bij een vriendje thuis eindeloos op de Nintendo64 speel; spelletjes als ‘F Zero X’ of ‘Wipeout’, waar de fictieve snelheid 700 kmh was en je werd opgezweept door eindeloze psytrance. De soundtrack had evengoed van Iron Maiden kunnen komen.

‘The Clairvoyant’ heeft van alle tracks het meest die snelheid en drive over zich. Het geeft de track een ongeremde vrolijkheid, als Kuifje die een avontuur beleeft. Het ultra-melodieuze en supertoegankelijke geluid draagt daar alleen maar aan bij. Ook het titelnummer heeft zo’n sfeertje. Echt jammer van de lachwekkende solo die er vanaf 7 minuten inkomt. Met zijn misplaatste willekeur en bizar clichématige gitaargeluid haalt die me helemaal uit de sfeer van het nummer. Idem voor ‘The Prophecy’ en ‘The Clairvoyant’ halverwege, al heeft het daar nog enige functie. Evengoed kan ik de instrumentale afsluiting van laatstgenoemde juist wel waarderen: die volgt mooi uit de context en de teneur, in plaats van uit geldingsdrang van iemand met een gitaar.

Zo wisselen plezier en ergernis elkaar doorlopend af – ook daarin doet het me denken aan computerspelletjes op de basisschool. Op de beste momenten wordt een mooi geluid geboetseerd en voorzien van vermakelijke jaren ‘80 dramatiek. Ik word helemaal nostalgisch naar een tijd die ik enkel in de vorm van eindeloze herhalingen op Veronica of RTL7 ken – de muziek heeft een sfeer alsof McGyver onderweg is en me in een helikopter komt redden waar ook nog een verdoofde BA Baracus achter in ligt. Het is heerlijk over the top, maar hier ervaar ik tenminste wel een grote knipoog. Iron Maiden neemt een hele duidelijke, eigen en afgebakende plaats in het muziek landschap in, alsof deze muziek wel moet bestaan.

Dit is nog steeds niet mijn muziek, en de plaat is een dubbeltje met “legendarisch” en “belachelijk” op beide kanten dat doorlopend wordt opgegooid. Maar er straalt zo’n spelvreugde vanaf dat die ook op mij wel overslaat. Ik heb oprecht veel plezier beleefd aan deze plaat en kan daardoor moeilijk een onvoldoende geven. De muziek is oneindig veel toegankelijker en puntiger dan ik gedacht had en heeft me op verschillende manieren verrast – zo kun je er zelfs prima op dansen. Dat gezegd hebbende is het voor mij ook wel te ‘camp’ en te grotesk voor een hoge score.

3* lijkt me wel op zijn plaats

avatar van Casartelli
Casartelli (moderator)
Je schrijft er in elk geval onderhoudend over, Gyzzz

't Is wel een curieuze lijst. Na de eerste 19 noteringen lijkt-ie toch wel een maatje snobistischer dan onze eigen Top 250. Nu zullen er vast mensen beweren dat dat komt door de ruimere blik van de internationale community, maar lijsten als deze zijn allicht ook nogal gevoelig voor de onderliggende methodiek. Dat is evident in onze eigen Top 250 (in de onderste regionen staan albums die hun notering aan een luizige 15 hogere toptiennoteringen te danken hebben), maar als ik het me goed herinner is de formule bij RYM zelfs staatsgeheim.

Van de mij onbekende albums (en dat zijn er een stuk meer dan in de MuMe-lijst) krijg ik vaak wel de indruk dat het een 'verantwoorde' notering is (wat dat ook moge zijn). Waar het wel in mijn straatje past:
- Opeth: begrijpelijke notering, wel met Don Cappuccino eens dat ze eigenlijk beter / minder gestroomlijnd gemaakt hebben
- Genesis: topper. Als Selling England by the Pound ook nog komt, is hun Blackwater Park ook present
- Yes: nee, deze is niet goed (maar dat heb ik bij het album al afdoende gedocumenteerd). Maar ik weet wel dat deze buiten de progcommunity dan wel weer relatief hoge ogen gooit, dus ik kan hem plaatsen

Dat was de tussenstand een beetje... en toen kwam deze Iron Maiden en daar zit ik vooral verbaasd naar te kijken. In de vorming van zoiets als progmetal is dit best een legendarische plaat, maar als groot prog- en redelijk metalliefhebber hoor ik toch vooral een band die een brug probeert te slaan, met als resultaat een album dat het allebei net niet is: te repeterend en te weinig subtiel om een goede progplaat te zijn en muzikaal te tam om een goede metalplaat te zijn. Ik zal toch de enige niet zijn die dat zo hoort...?

Op een of andere manier verwacht ik niet meer Iron Maiden in de RYM-toplijst. Onze eigen lijst heeft een wel erg royale 3 albums van ze, maar daarvan zijn er toch minstens 2 een stuk essentiëler dan deze zevende zoon.

avatar van Gyzzz
Leuk dat je meeleest Casartelli! En heel leuk om jouw perspectief op de lijst te lezen: voor mij had bijvoorbeeld elk Iron Maiden album wel voorgeschoteld kunnen worden - ik had het onderscheid niet kunnen maken. Dat gezegd hebbende: ik heb even gespiekt en verwacht 'Powerslave' ook nog in de lijst terug te gaan zien.

Ik zou zelf overigens niet de kwalificatie 'snobistischer' gebruiken, omdat dat veronderstelt dat de luisteraars/stemmers op RYM iets pretenderen te horen dat er niet is. En daarvoor heb je als eenzame stemmer op een slaapkamertje volgens mij toch te weinig zichtbaarheid; dat lijkt me de moeite niet waard. Maar in zijn breedte van jazz tot metal en alles ertussenin zou ik het er wel mee eens zijn om te lijst iets meer 'elitair' te noemen dan zijn MuMe tegenhanger.

avatar van Gyzzz
https://www.musicmeter.nl/images/cover/0/711.jpg?cb=1552222730

231. Nick Drake – Bryter Layter

Het is bon ton om Bryter Layter als het mindere album van Nick Drake te zien: hij is te georkestreerd, te aangekleed en daarom minder puur. Te poppy, te glad en te onpersoonlijk in verhouding tot het debuut en Pink Moon. Al is het maar omdat Drake zelf zijn ontevredenheid met de sound heeft uitgesproken en je daarmee als kritische luisteraar altijd het gelijk aan je zijde hebt. Die kwalificaties maakten mij jaren geleden in ieder geval huiverig om aan deze plaat te starten nadat ik die andere twee al had leren kennen. Normaalsgesproken houd ik juist van minimalisme en de “less is more” aanpak – ook in discografieen waar dit niet de ‘popular opinion’ is. Niettemin kan ik er, al sinds mijn eerste beluistering niet omheen: dit is Nick Drakes allerbeste album.

Bryter Layter is een compact pakketje van nagenoeg perfecte liedjes. Ja, de plaat is behoorlijk aangekleed en georkestreerd, maar Nick Drake verliest in het volle geluid niets van zijn breekbaarheid. De muziek en instrumentenkeuze zijn op zijn breekbare stem afgestemd en doen hem hier en daar floreren. Dat geeft de plaat zijn rijkdom: er is niet alleen plaats voor teneergeslagen en nihilistisch gemijmer, maar wordt ruimte gemaakt voor een breder spectrum aan emoties. Meer dan zijn andere platen kiest hij hier voor pure liedjes, waar hij bij uitstek goed in is. Nergens overstemt de muziek hem of verzandt deze in aandachttrekkerij: het is kleurrijk en functioneel bij Nick Drake's teksten en zijn manier van zingen.

Nu reed ik laatst over de Veluwe met Bryter Layter op de autoradio en dat klopte precies. Deze muziek is zo in evenwicht met de wereld, met de natuur en heeft zo'n rustige energie en aardse sfeer. De beste werken van artiesten als Vashti Bunyan en Mariee Sioux hebben dat ook, maar onder de mannen ken ik geen niemand die zo'n breekbaarheid aan de dag kan leggen als Nick Drake. De muziek heeft iets heel klassieks en braafs, maar zit zo goed in elkaar dat het niet uitmaakt. 'Northern Sky' is exemplarisch: er zijn weinig nummers zo makkelijk beluisterbaar en zo 'veilig' en ondertussen toch zo sterk. Heel vaak wordt makkelijke muziek gauw saai. Maar net zoals makkelijk voetballen het moeilijkste is, moet je wel een hele briljante songwriter zijn om een ‘makkelijk’ klinkende track te maken die na honderden keren briljant blijft. Nick Drake is dat. Mooie move ook om met klein instrumentaal fluitliedje te eindigen - het is precies de juiste rustieke uitgeleide uit het album vol pure bezinning verpakt in mooie liedjes.

Nick Drake werd naar verluid moedeloos van het niet opgepikt worden van zijn muziek. En hoewel ik in de meeste gevallen geneigd ben te denken "dan ga je toch wat anders doen", kan ik me de moedeloosheid wel begrijpen als je net Bryter Layter hebt afgeleverd. Toch is het ook begrijpelijk: het album is niet hip, experimenteert weinig, en Nick Drake is ook al niet stoer, uitdagend of een sexsymbool. In het licht van imago's die zeker in de tijd van beperkte muziekbeschikbaarheid relevant moeten zijn geweest, is zijn korte carriere onder de radar wel begrijpelijk. Er zijn gewoonweg amper haakjes om zijn muziek aan op te hangen. Die staat namelijk op zichzelf en heeft geen haakjes nodig. Het verklaart wel waarom pas in de tijd van downloads de weg naar zijn albums gevonden werd. Weinig artiesten hebben de sensitiviteit van Nick Drake, en deze wordt voor mij juist heel mooi gematcht in de volle, kleurrijke maar ook echt wel subtiele arrangementen die hem op Bryter Layter ondersteunen.

4.5* blijft makkelijk overeind.

avatar van Gyzzz
Daarmee heb ik 20 platen bestudeerd - tijd voor een tussenstand!

1. Ornette Coleman - The Shape of Jazz to Come 4.5*
2. Nick Drake - Bryter Layter
3. Boris - Flood
4. John Coltrane - Ascension
5. Wire - Pink Flag 4*
6. D'Angelo - Voodoo
7. Fishmans - Uchu Nippon Setagaya
8. Tom Waits - Bone Machine
9. Gang Starr - Moment of Truth 3.5*
10. This Heat - Deceit

11. Otis Redding - Otis Blue / Otis Sings Soul
12. Eric Dolphy - Out to Lunch
13. Steely Dan - Aja 3*
14. Genesis - Foxtrot
15. Iron Maiden - Seventh Son of a Seventh Son
16. Nick Cave & The Bad Seeds - Let Love In
17. Elliott Smith - XO
18. Yes - Fragile 2.5*
19. Car Seat Headrest - Twin Fantasy (Face to Face) 2*
20. Opeth - Blackwater Park 1.5*

Valt me zeker niet tegen tot nu toe. Lang niet alles is mijn ding, maar als je me vooraf had verteld dat er tegenover drie onvoldoendes in de eerste 20 ook vier 4.5* platen zouden staan, had ik daarvoor getekend

avatar van Don Cappuccino
Seventh Son of a Seventh Son is samen met Somewhere In Time mijn favoriete Maiden-plaat, juist vanwege de reden dat Maiden hierop de brug slaat tussen (heavy)metal en prog, en daarbij niet specifiek voor een hoofdstijl kiest. Het album heeft een opvallend warme sound voor metalbegrippen (een glansrol voor de baspartijen van Steve Harris, smaakvolle gitaarsynthesizers) en heeft een prachtige mix van krakers en langere tracks.

Bryter Layter is een Nick Drake-plaat die inderdaad lang bij mij ''onderdeed'' voor de andere twee, maar dat is inmiddels heel anders. Bryter Layter is de laatste jaren mijn meest beluisterde Nick Drake-plaat. Dat is waarschijnlijk omdat het gewoon zo waanzinnig goed in het gehoor ligt, het is er een die je op alle momenten kan opzetten.

avatar van ArthurDZ
Bryter Layter

avatar van Gyzzz
https://www.musicmeter.nl/images/cover/12000/12433.jpg?cb=1638128655

230. Boris – Boris At Last - Feedbacker

Boris at Last – Feedbacker was mijn kennismaking met Boris en lange tijd de enige volledige plaat van ze waarin ik me verdiept had. Dat lag allerminst aan Feedbacker zelf, want ik herinner me dat dat vanaf de eerste beluistering best een openbaring was. Maar ik had het gevoel dat ik er wel voldoende aan had voor wat betreft Boris, omdat het relatief zware kost is.

Je zou het gimmicky kunnen noemen om een feedbacker plaat met 3 minuten aan rondzingende gitaarfeedback te starten, maar zo voelt het mij niet aan. Dit is meer een ode aan de gitaartextuur, in de vorm van feedback in een rustig interpreteerbare vorm gegoten. Misschien is de titel daarom maar goed ook, want als een Lou Reed (om maar iemand te noemen…) met zo’n idee aankomt, buitelen de mensen over elkaar heen om te benadrukken hoe ontzettend slecht het wel niet is. Alsof ze genoegzaam zijn eindelijk een ‘slechtste album ooit’ gevonden te hebben waarbij niemand over die kwalificatie zal vallen. Of eindelijk een plaat hebben gevonden om een 0.5*-review aan te wijden. Nou is Feedbacker in de eerste plaats een beter album dan Metal Machine Music, maar het prikkelt de gedachten wel: zou Lou Reed ook beticht zijn van rotzooi als hij met deze plaat op de proppen was gekomen? Zou hij dan niet 2.11* gemiddeld scoren tegenover bijna het dubbele van Boris? Zou zijn MuMe genre-aanduiding dan niet “Avant-garde” (wat dat ook moge zijn) zijn, en die van Boris gewoon “Rock” (wat dit is)? Wat dat betreft heeft Boris een prettig filter: zij mogen wel conceptalbums maken. Want zoals Flood eerder in de RYM-lijst al een duidelijk conceptalbum was, is ook deze plaat een zuivere conceptuele ode aan de elektrische gitaarsound.

Tot zover deze bespiegeling, over naar de muziek: die is log, zwaar en traag en staat net als op Flood in sterke mate in dienst van de opbouw. Geen postrock-cliché-opbouw met aanzwellende gitaren en uitbarstingen, maar hele zuivere, pure en misschien wel doelbewust saaie opbouw. Het maakt dat de plaat vermoedelijk alleen interessant is voor luisteraars die voldoende waardering kunnen opbrengen voor sonische textuur. Boris verkent hun gitaren alsof ze Sonic Youth zijn, maar maakt daarmee meer minimalistische composities dan liedjes. Traagheid wordt bewust ingezet als middel om het pure geluid en de textuur een centralere plaats te geven. In de tweede helft van Feedbacker02 wordt zelfs een typisch schurend hardrockgeluid aangegrepen om als het ware op 20% van de reguliere snelheid binnenstebuiten te keren en te ontleden. Ik ben geen fan van dat geluid (en in het algemeen niet van de gitaar in het bijzonder, sowieso het meest overgebruikte instrument in de muziekwereld), maar kan het erg waarderen in de context waarin het door Boris geplaatst wordt.

Evengoed een mooie plaat dus, in al zijn eenvoud waarbinnen de grote verkenning kan starten. De gitaarfeedback wordt hier volledig uitgespeeld. Soms kun je er lekker op surfen, soms doet het pijn aan de oren. Maar altijd blijft het spannend en staat wat er gebeurt in dienst van de opbouw en het album. De plaat groeit bij mij niet echt, maar staat wel stevig in de grond als een groot metalen beeldhouwwerk.

Kortom - een sterk staaltje metal machine music: 4*

avatar van TornadoEF5
Ondanks dat ik meer dan 100 albums van de RYM top 250 al heb beluisterd, geen enkele hier tegengekomen zo ver die ik al beluisterd heb. Zit ook wel wat tussen die op eerste gezicht niet echt mijn stijl zijn.

EDIT: Neen, ik heb wel 1 beluisterd. Het album van Ornette Coleman. Dat was een 3.5*. Wel maar 1 keer beluisterd.

avatar van Gyzzz
https://www.musicmeter.nl/images/cover/60000/60847.jpg?cb=1642152109

229. Chico Buarque – Construção

Ik heb me regelmatig verwonderd over de positie van Braziliaanse muziek in de wereld. Terwijl je het enerzijds op de radio niet hoort en ook op MuMe de albums in stemmenaantallen ver achter blijven bij usual suspects US en UK, is bij sommige platenwinkels – waaronder b.v. Rush Hour – al sinds jaar en dag een serieus deel van de collectie gereserveerd voor Braziliaanse platen. Ondertussen heb ik, daar of elders, zelden een plaat uit Argentinië of Colombia gezien, om maar lukraak twee andere landen uit hetzelfde continent te noemen. Wordt daar minder muziek gemaakt? Of is die van veel lager niveau? Ik heb geen idee, maar het heeft me altijd wel geïntrigeerd dat er weinig niches zo opvallend en afgebakend zijn als die van Braziliaanse muziek – al is het maar omdat deze, zoals overigens wel meer “wereldmuziek” (absurde term), in de regel op land en niet op stijl wordt gecategoriseerd. Evengoed kwam ik zelf nog niet verder dan een plaat of 5 uit die contreien - overigens allemaal uit de periode ’68-’73 - dus was ik blij om met Chico Buarque in de RYM-lijst mijn ervaring in deze hoek wat verder te verdiepen.

Titelnummer ‘Construção’ ken ik nu sinds een paar jaar vanuit verschillende spelletjes op deze site en is uitgegroeid tot een favoriet. Je wordt er in het meanderende en zachte sfeertje een beetje meegewiegd tot rond de 2 minuten de blazers je helemaal van je stuk brengen. In het vervolg wordt de teneur ook steeds onrustiger en is hetzelfde ritme dat eerst zo lieflijk leek met een paar kleine nieuwe accenten dat opeens helemaal niet meer. Ik gebruik het woord eigenlijk nooit, maar wat een epische track is dit. Het openingsnummer doet daar amper voor onder: ook hier contrasteert een gejaagde spanning op filmische manier met de wat luizige stem van Chico. Zodanig dat je er als luisteraar bijna zenuwachtig van wordt. Een achtervolgingsscene in audiovorm. Ook de rest van de eerste plaatkant staat bol van de contrasten en kleurrijke geluiden. Alsof je je 60s en 70s muziek altijd in zwart-wit hebt geconsumeerd en nu opeens een album in kleur krijgt voorgeschoteld. Er worden hier hele gewone instrumenten gebruikt die het album een kleur geven die ik in veel classics nog niet tegenkwam. Zo staat de eerste helft van het album bol van de lichtvoetige voltreffers met spannend gebruikte instrumenten.

Met de tweede plaatkant kan ik minder. Met ‘Olha Maria’, dat me te zoet en melodramatisch overkomt, verliest Chico me een beetje. Hier zal mijn beperktere bekendheid met Braziliaanse muziek om de hoek komen, maar opeens klinkt het me allemaal wel erg nadrukkelijk en expliciet dramatisch: van Chico’s stem tot de klankkleuren en de instrumenten, het klinkt allesbehalve universeel. Het samenspel tussen de muziek en Chico’s zang maakt plaats voor een uniforme slepende teneur waardoor het een beetje melodramatisch wordt. Ironisch genoeg vind ik de laatste 15 seconden van het nummer erg sterk. Nu snap ik dat ik als buitenstaander de nuance mis, maar ook ‘Samba de Orly’ klinkt me wel erg typisch, alsof ik alsnog naar een compilatie getiteld ‘Het beste van Brazilië’ zit te luisteren. Hetzelfde geldt voor de gitaartjes op ‘Minha Historia’ en de uitgeleide van het album. Ik verwacht bijna dat na afloop Matthijs van Nieuwkerk in beeld komt om een van quasi-betraande ogen voorziene “veelzeggende” stilte te laten vallen en vervolgens ‘Prachtig!’ uit te roepen. Ik krijg er ondanks de korte speelduur een beetje de kriebels van.

Zo heeft deze plaat voor mij sterk twee gezichten: de eerste helft is super; in de tweede helft wordt het op alle vlakken een beetje te nadrukkelijk – terwijl het album nog geen 32 minuten duurt. Ik sluit niet uit dat laatstgenoemde mijn onbegrip is na een aantal keren luisteren en dat dat gevoel in de toekomst kan wegvallen en ik de hele plaat op waarde kan schatten. Los daarvan ben ik erg blij met deze ontdekking en heb ik met ‘Deus Lhe Pague’ en het titelnummer twee favorieten voor hopelijk de eeuwigheid.

Voor nu houd ik het op een ruime 3.5*

avatar van Don Cappuccino
Dit jaar bij de Kringloper een compilatie-CD (van de Personalidades-serie) van Chico Buarque gevonden voor 50 cent. Ik vind die over het algemeen aan de wisselvallige kant (komt vooral door het jaren '80-werk), al staan er prachtige tracks op (vooral het eind jaren '60 en jaren '70-werk), en Construção in CD-kwaliteit is het bedrag al dubbel en dwars waard.

avatar van Gyzzz
https://www.musicmeter.nl/images/cover/2000/2817.jpg?cb=1633591873

228. Bruce Springsteen – Born to Run

Sommige artiesten hebben iets mysterieus over zich - je vraagt je voortdurend af of ze een loopje met je nemen of bloedserieus zijn, of ze links of rechts zullen gaan. Een David Bowie is daar erg goed in, bij wie je nooit helemaal weet of hij het nou meent of niet, die een enorme belevingswereld opspant door je voortdurend op het verkeerde been te zetten. Bruce Springsteen heeft het omgekeerde: hij heeft een hele duidelijke rode draad en consistentie doorheen al zijn werk, maar is daarbinnen ontzettend voorspelbaar. Nu zijn Bruce-adepten vaak erg toegewijd (op dit forum, maar ik heb ze ook in de familie) in het uitspreken en verdedigen van hun waardering voor “The Boss” (…), en zo had ik Born to Run voorafgaand aan mijn RYM-project reeds verschillende keren gehoord en op 2.5* staan. Maar hoewel mijn waardering niet is veranderd, begrijp ik inmiddels wel beter waarom ik niet meega in de adoratie van Bruce.

Zijn muziek, en deze plaat in het bijzonder, voelt als muziek voor mensen die verlangen naar een verleden waarin alles beter was. Toen de wereld nog eenvoudig was, de benzine nog goedkoop en de vrouwen nog allemaal als een blok voor je vielen. Waarin ook het zware werk en de ontberingen nog hun charme hadden. Het is knap hoe Bruce zo'n vertrouwd sfeertje weet op te roepen waarin je fijn kunt zwelgen. Het intrigeert me hoe zowel hijzelf als de personages in zijn songs zo'n sterke verpersoonlijking zijn van de anno 2022 boze maar in de ‘70s nog lekker zelfvoldane suburban Amerikaan. De machoman die zich, in een nog beperkt verbonden wereld, lekker ongecompliceerd kon wentelen in verlangen naar auto’s en vrouwen. Die teneur klinkt door in de muziek, maar ook in de aankleding: het leren jasje, de gitaar - het meestgebruikte fallussymbool binnen de ouwelullenrock - quasi-nonchalant maar ondertussen heel erg geposeerd omgehangen. Er gaat verbluffend weinig ironie en zelfspot vanuit. Bruce klinkt als die vriend van je vader die op verjaardagen opschept over zijn nieuwe auto en bij het zien van jouw meewarige blik aangeeft dat je er ook wel een keertje in mag rijden zonder daarin te lezen dat dat wel het laatste is waar je behoefte aan hebt. Die je op belerende toon uit de doeken doet hoe het er aan toegaat in de wereld terwijl hij zelf zelden zijn anonieme suburb uitkomt. Die niet converseert, maar uitlegt. Als het even kan in de vorm van een veel te lang verhaal.

Toegegeven: op lange autoritten, met name over de eindeloze provinciale wegen van New England of door de zwaar vervallen en met junks bezaaide dorpjes van Pennsylvania en Ohio, is het mij al eens prima bevallen om zo nu en dan een Bruce-plaat op te zetten. Daarvoor grijp ik dan algauw naar The River of een compilatie met mijn favoriet Youngstown erop, maar ook op deze plaat kan ik in die context goed wegdromen en net als de stereotype Amerikaan doen alsof buiten mijn wereld niets ertoe doet. Zo heeft deze muziek zeker zijn functie, die een lage score in zekere zin niet rechtvaardigt. Maar bij herbeluistering thuis of in de trein overheerst dan toch weer de knulligheid. Exemplarisch daarvoor is al het titelnummer, of het nu GTST-teksten als "I wanna die with you, Wendy, on the street tonight In an everlasting kiss" zijn of het theatrale afsluitende "whooohooohooo": ik hoor opgeklopte dramatiek van een macho die zichzelf zo centraal zet dat zijn band, die een nogal nadrukkelijke rol speelt in het album, in de artiestennaam niet eens vermeld wordt.

Muziek is voor mij op zijn mooist waar ruimte aan de verbeelding wordt overgelaten, waar dingen impliciet zijn - of het nou teksten zijn, instrumenten, of klankwendingen die worden weggelaten. Waar je als luisteraar ook dingen zelf kunt invullen, en in het beste geval de muziek de gedachten prikkelt. Bruce doet niets van dat al. Zowel instrumentaal als tekstueel kauwt hij alles voor. Zijn teksten en gebaren zijn zo expliciet en theatraal dat je puur moet volgen wat hij je voorlegt. En hoewel Bruce ontegenzeggelijk zo'n Amerikaans icoon is als de Ford F150, is zijn muziek ook net zo opgeblazen en grotesk in verhouding tot zijn waardevolle inhoud.

Ik kan prima volgen dat dit veel mensen aanspreekt maar mij ligt het ook bij herbeluistering niet – 2.5*

avatar van Barney Rubble
De karakterisering van Bruce Springsteen als machoman vind ik nochtans evenzeer stereotiep. Het hart van de thematiek van Springsteen is mijns inziens het contrast tussen de grote idealen en can- do-attitude van de boomergeneratie in theorie en het conformisme en materialisme in de praktijk. Er zit daarmee wel degelijk veel ironie in de muziek van The Boss. Al moet ik wel zeggen dat de focus wat later in zijn carriere steeds meer op het tweede aspect is komen te liggen. Het type dat je hierboven beschrijft, maakt Bruce nota bene zelf belachelijk.

avatar van ArthurDZ
Gyzzz schreef:

Zijn muziek, en deze plaat in het bijzonder, voelt als muziek voor mensen die verlangen naar een verleden waarin alles beter was. Toen de wereld nog eenvoudig was, de benzine nog goedkoop en de vrouwen nog allemaal als een blok voor je vielen. Waarin ook het zware werk en de ontberingen nog hun charme hadden.


Gyzzz schreef:

Bruce klinkt als die vriend van je vader die op verjaardagen opschept over zijn nieuwe auto en bij het zien van jouw meewarige blik aangeeft dat je er ook wel een keertje in mag rijden zonder daarin te lezen dat dat wel het laatste is waar je behoefte aan hebt. Die je op belerende toon uit de doeken doet hoe het er aan toegaat in de wereld terwijl hij zelf zelden zijn anonieme suburb uitkomt. Die niet converseert, maar uitlegt. Als het even kan in de vorm van een veel te lang verhaal.


Gyzzz schreef:
Muziek is voor mij op zijn mooist waar ruimte aan de verbeelding wordt overgelaten, waar dingen impliciet zijn - of het nou teksten zijn, instrumenten, of klankwendingen die worden weggelaten. Waar je als luisteraar ook dingen zelf kunt invullen, en in het beste geval de muziek de gedachten prikkelt. Bruce doet niets van dat al. Zowel instrumentaal als tekstueel kauwt hij alles voor. Zijn teksten en gebaren zijn zo expliciet en theatraal dat je puur moet volgen wat hij je voorlegt.


Hmm ik denk dat de beste man net wat meer ruimte voor interpretatie toelaat dan jij 'm toedicht, want ik ervaar dit album toch echt compleet anders.

Zeker het tweede stukje dat ik hierboven quote snap ik niet helemaal, wat wil je hiermee precies zeggen? Ik bedoel, we kennen allemaal wel zo iemand en soms is het inderdaad een Bruce Springsteen-fan, maar op welke manier geeft de man zelf je hier dat gevoel?

avatar van jordidj1
Ik ben geen Springsteen fan - verre van zelfs - maar op mij komt hij zeker niet belerend over

avatar van Mjuman
Tja - laat ik voorop stellen dat ik geen groot fan ben van Springsteen en daarom voor een deel kan meegaan met Gyzzz.

Springsteen was mij volledig ontgaan, totdat ik in de zomer van '84 met mijn Zweedse maat een roadtrip maakte in de Mercedes Benz 380 SL van diens pa. In de cd-speler zat o.m. Bruce Springsteen. En die Springsteen blended nicely in met het open Zweedse landschap o.m. Dalarna, Värmland en Smaland, maar ook de bruggen van Stockholm.

Zijn muziek heeft een epische kwaliteit (verhalend) die je doet geloven in de maakbaarheid van het leven, de berusting vinden in het leven (The River) en de strijd (Badlands) - net zoals de Amsterdamse Grachten je doet hunkeren naar een Amsterdam waar je nooit hebt gewoond, zie je jezelf al als getuige in het huwelijk dat in The River ("got a union card and a wedding suit") wordt bezongen. Zijn muziek is beeldend, krachtig - maar op sommige momenten zou je willen dat er iets van de existentiële twijfel in door klonk zoals in Decades of The Day of the Lords.

Te sterke verhalen, te veel positiviteit - "geloof in jezelf, willen is een keuze" - brengen mij regelmatig aan het twijfelen. Springsteen brengt zijn verhaal met verve en met kracht - soms zijn zijn 'kleine' liedjes (zoals op The Ghost of Tom Joad) juist zijn meest overtuigende. En staan die power songs - met toeters voor extra effect - je niet aan, slinger je gewoon wat anders aan.

Meermaals (Göteborg, Oslo) vanaf een afstandje het begin van een live concert meegemaakt en dat klonk wel overtuigend. Nogmaals Gyzzz heeft een puntje, maar dat kun je ook parkeren.

avatar van Gyzzz
Hehe - enig commentaar op deze review mocht ik natuurlijk wel verwachten. Dat de meeste mensen het album van Bruce anders ervaren moge gezien de score duidelijk zijn (al zullen de meeste critici geen heel album uitzitten danwel bestemmen).

Ik geloof graag dat de omschrijving van Bruce als machoman stereotiep is. Volgens mij kan zo'n stereotiep alleen maar ontstaan als er op zijn minst een kern van waarheid in zit. Ik luister zonder context, gezien ik zijn albums pas ver ‘na zijn tijd’ ben gaan beluisteren. Ik kende het stereotiep dus niet maar kan het wel plaatsen.

Met het tweede stukje uit ArthurDZ's quote doel ik niet zozeer op het belerende an sich maar meer dat de muziek op mij overkomt als van een relatief laag zelfbewustzijn en zelfrelativering. Er worden hele grootse gebaren gemaakt terwijl de thematiek en opbouw voor mijn gevoel juist heel voorspelbaar zijn. Dat is puur een gevoel op basis van de songs - kan prima zijn dat Bruce in het echt helemaal niet zo is.

Los daarvan heeft een nummer als Youngstown (overigens mijn Bruce favo) wel degelijk een hoog ‘opa vertelt’ gehalte, maar dat valt op Born to Run inderdaad wel mee.

avatar van Barney Rubble
Mjuman schreef:
Zijn muziek heeft een epische kwaliteit (verhalend) die je doet geloven in de maakbaarheid van het leven.

Desalniettemin ben ik van mening dat de kritiek tegen de maakbaarheid van het leven tegenwoordig ietwat doorgeschoten is. Een mens wordt weliswaar beïnvloed door allerhande factoren die buiten de invloedsfeer liggen, maar menigeen is tevens liever lui dan moe. Een ('kortzichtige') can-do-attitude is in dat opzicht mijns inziens een effectiever recept voor een mooi leven dan cynische passitiviteit.

Wellicht dat ik een aantal van de meer activerende elementen van Springsteen's teksten daarom wel kan waarderen. Er zit een "steun in de rug"-element in de muziek, zonder dat de rauwe randjes van de V.S. genegeerd moeten worden.

avatar van Gyzzz
Barney Rubble schreef:
(quote)


Een kortzichtige can-do-attitude is in dat opzicht een effectiever recept voor een mooi leven dan cynische passiviteit
Voor een mooi leven zeker! Maar voor een interessante discografie misschien toch minder…

avatar van ArthurDZ
Gyzzz schreef:
Met het tweede stukje uit ArthurDZ's quote doel ik niet zozeer op het belerende an sich maar meer dat de muziek op mij overkomt als van een relatief laag zelfbewustzijn en zelfrelativering. Er worden hele grootse gebaren gemaakt terwijl de thematiek en opbouw voor mijn gevoel juist heel voorspelbaar zijn.


Oh achzo, dank voor de toelichting. Het zal je wellicht niet verbazen dat ik er het absoluut niet mee eens ben Even goede vrienden verder!

avatar van aerobag
Speaking of Springsteen, ik zat toevallig laatst een video te kijken van een kerel die de beste en slechtste Superbowl Halftime Shows besprak en toen hij bij Bruce aankwam moest ik toch wel toegeven dat die man wel bakken en bakken aan stage presence en charisma aan boord heeft. Ik hou zelf ook nooit zo van die 'opgeblazen' sound, maar die man ademt wel echt muziek en owned die trademark epische sound van hem. En verdorie, in combinatie met een snufje tongue-in-cheek, maakt hij het nog geloofwaardig ook

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 03:16 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 03:16 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.