MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Muziek / Toplijsten en favorieten / Gyzzz reviewt RateYourMusic: de album top-250

zoeken in:
avatar van Gyzzz
Hiep hoi, we zijn 50 albums onderweg

1. Kraftwerk - Trans Europa Express 5*
2. Swans - The Seer 4.5*
3. Jorge Ben - Fôrça Bruta
4. Ornette Coleman - The Shape of Jazz to Come
5. Nick Drake - Bryter Layter
6. Mos Def – Black on Both Sides
7. Boris - Flood
8. John Coltrane - Ascension
9. Tom Waits – Swordfishtrombones 4*
10. Kraftwerk – Die Mensch-Maschine

11. Herbie Hancock - Head Hunters
12. Cocteau Twins – Treasure
13. Wire - Pink Flag
14. Bob Dylan – The Freewheelin’ Bob Dylan
15. D'Angelo - Voodoo
16. Tom Waits - Bone Machine
17. Fishmans - Uchu Nippon Setagaya
18. Boris - Boris At Last: Feedbacker
19. Funkadelic - Maggot Brain
20. Artur Rubinstein - Frédéric Chopin: The Nocturnes 3.5*

21. Michael Jackson - Thriller
22. Chico Buarque – Construção
23. Charles Mingus – Let My Children Hear Music
24. Jimi Hendrix – Axis: Bold as Love
25. Gang Starr - Moment of Truth
26. Death - Human
27. This Heat - Deceit
28. Otis Redding - Otis Blue / Otis Sings Soul
29. Modest Mouse - The Moon & Antarctica
30. Converge - Jane Doe

31. Eric Dolphy - Out to Lunch
32. Steely Dan - Aja 3*
33. Björk – Post
34. Gang of Four - Entertainment!
35. The Kinks - Arthur (Or the Decline and Fall of the British Empire)
36. Genesis - Foxtrot
37. Iron Maiden - Seventh Son of a Seventh Son
38. Led Zeppelin - Physical Graffiti
39. Nick Cave & The Bad Seeds - Let Love In
40. Wilco - Yankee Hotel Foxtrot

41. Duster - Stratosphere
42. Radiohead – The Bends
43. Elliott Smith - XO
44. Bruce Springsteen – Born to Run 2.5*
45. The Who – Who’s Next
46. Yes - Fragile
47. Weezer - Weezer
48. Alice In Chains - Dirt 2*
49. Car Seat Headrest - Twin Fantasy (Face to Face)
50. Opeth - Blackwater Park 1.5*

avatar van ArthurDZ
Lekker bezig Gyzzz, proficiat met de nieuwe mijlpaal. Doet er me aan denken dat ik mijn album-naamgenoot ook weer eens moet draaien, is lang geleden

avatar van Gyzzz
https://www.musicmeter.nl/images/cover/32000/32111.jpg?cb=1559818245

200. Townes van Zandt – Townes van Zandt

Van de vele eenlingen die met gitaar of harmonica liedjes zingen is Townes van Zandt misschien wel mijn favoriet. Townes voelt binnen mijn voorkeuren heel compleet. Hij heeft een prettige net-niet-nonchalante kalmte, een speciale combinatie van koude thematiek in een warme verpakking en een intelligente voordracht zonder in complexiteit te verzanden. Hij kan in zijn discografie variëren van cynische humor als ‘Fraternity Blues’ tot ongeziene niveaus van ellende als ‘Marie’. En vanzelfsprekend alles daar tussenin. Ondertussen spreekt zijn stem: het maakt niet uit wat hij zingt want de rijkdom zit in de stem en het gebruik ervan. En dat alles overladen met een ontroerende tragiek die als rode draad door zijn leven en daarmee verbonden muzikale carriere loopt. Deze self-titled plaat is denk ik zijn bekendste.

Nu hebben we in de RYM-lijst eerder literaire aspiraties en dito pretenties gezien, met recent zelfs een Nobelprijswinnaar in de gelederen, maar als er dan toch muziek recht heeft op die kwalificatie, is het voor mij de doordachte eenvoud van Townes. Zelfs wanneer er geen touw aan vast te knopen is blijft hij dichtbij en zijn ‘down to earth’ houding maakt zijn verre van vlakke emoties geloofwaardig. Ik kan me niet eens zozeer identificeren met wat hij zingt, daarvoor is het me te neerslachtig, maar des te meer met hoe hij zingt. Eenvoudig, subtiel en met heel veel oog voor detail. Zowel vocaal als tekstueel zou ik hem tot de top-5 zangers rekenen.

Ook in de begeleiding van Townes van Zandt zit een zeldzame subtiliteit, van het minimalistische gitaartje op ‘Lungs’ tot het nonchalante trommeltje op ‘Columbine’. Zelfs traditioneel country-achtige klanken in nummers als ‘Don’t take it too bad’, die me eigenlijk nooit liggen en algauw te typisch worden, kan ik goed hebben zolang Townes ze begeleidt. Opeens klinken ze in balans. Hoe ‘kleiner’ de aanpak, des te meer nadruk komt te liggen op wat je zingt en speelt, en in dat licht is het zuivere nihilisme van Townes van Zandt doorlopend raak. De weinige keren dat hij uit zijn slof schiet, op ‘Fare Thee Well, Miss Carousel’, is zijn verbitterde emotie zo allesverzwelgend dat je in vijf minuten een hele albumportie binnen hebt. Van de eindeloze diepte in de stem van Townes krijg ik het koud en warm tegelijk.

Het is begrijpelijk dat Townes als zonderling figuur nooit echt grote successen kende. Zijn aanpak is heel nabij en kleinschalig, en leent zich niet voor grote gebaren. Toch kan ik eindeloos naar hem luisteren: hij maakt muziek die je niet in een keer omverblaast, bij oppervlakkige beluistering zelfs een beetje al te zuidelijk Amerikaans kan klinken, maar bij elke beluistering weer iets naderbij komt en vertrouwder wordt – voorlopig zonder eindstation.

Ik dacht dat ik deze lang en breed op 4.5* had, maar blijkbaar niet. Bij dezen rechtgezet – dicht bij 5* zelfs.

avatar van Johnny Marr
Volmondig mee eensch met deze recensie, Townes Van Zandt is een artiest van zeldzame klasse en één die muziek brengt dat mooier en mooier wordt naarmate de jaren verstrijken. Een echte groeier dus. Een beetje à la Nick Drake voor sommigen maar ik heb echt nog veel meer met ome Townes dan met ome Drake.

Wat kun je het goed zeggen/schrijven trouwens! Weer met open mond van verbazing deze prachtige recensie zitten lezen

avatar van Edgar18
Eigenlijk precies wat mijn bovenbuurman zegt. Dank voor deze mooie recensie van mijn misschien wel meest geliefde artiest allertijden.

avatar van Gyzzz
https://www.musicmeter.nl/images/cover/3000/3441.jpg

199. Dead Kennedys – Fresh Fruit for Rotting Vegetables

Punk begon ik te verkennen op basis van musicmeter, nadat ik er in veel andere en meer voor mijn hand liggende genres al relatief warmpjes bijzat – zo rond 2008. Zoals het gaat in de internet-era volgde ik daarvoor niet de traditionele route van commerciele-punkrock-op-the-box via punk-klassiekers naar uithoeken van het genre. Ik startte daarentegen met Gatefold het onvolprezen Orchid, dat een schot in de roos bleek, en Minor Threat, waar ik wat minder mee had - hoewel ook zeker niet verkeerd. Toch leerde ik te genieten van de kort-korter-kortst esthetiek en het verpakken van niet alleen maximale energie, maar ook maximale contrasten per vierkante seconde. Omdat het voor mij geen dagelijks luistervoer is, had ik er – buiten nog enkele stijlverwanten – wel voldoende aan, en dus had ik oerpunkclassic Fresh Fruit for Rotten Vegetables nooit opgezet. En dat terwijl de hoes met z’n contrasterende gele typografie op rauwe zwartwit ellende midden op mijn smaakpalet ligt.

Het eerste dat me opvalt is hoe veel dichter Dead Kennedys bij veel rock uit die tijd ligt dan bij de punk die ik gewend was. Ik heb af en toe het gevoel naar een activistische en energieke variant op Joy Division te luisteren, en zeker in thematiek is ook Gang of Four’s Entertainment, dat in deze lijst eerder de revue passeerde, niet ver weg. Overigens allemaal muziek uit ’79 en ’80 – en daarmee voelt ook dit weer een bijzonder tijdsgebonden document. Muzikaal is dat hier echter helemaal geen punt: puntige brokjes energie die worden gedreven door strak drumwerk dat zorgt voor een hele doordachte invulling van de ook hier vaak nog geen twee minuten per track – echt lekker to the point allemaal. Die gitaarlijntjes op ‘Chemical Warfare’ zijn heerlijk: donker activisme met de eenvoud en toegankelijkheid van de vroege Beach Boys. Voor protestmuziek is het bijna komisch licht verteerbaar, en dat is ook precies waar de kracht zit. Iets meer moest ik wennen aan zanger Jello, die me – vergeef me de absurditeit – op de minste momenten haast aan een soort cynische Andre van Duin doet denken, zo dik als alles er bovenop ligt. De maniertjes in zijn zang, de over-the-top lyrics direct vanaf ‘Kill the Poor’, de overamerikaanse uitspraak van ‘California Uber Alles’ – ik krijg regelmatig het idee dat ik naar slapstick van een komiek zit te luisteren. Toch is dit een dunne lijn, want ondertussen zit het veel te knap en spitsvondig in elkaar om daar echt aanstoot aan te nemen.

Hoewel de thematiek wel erg eenzijdig en gimmicky is en de sound af en toe wat over-Amerikaans, wordt die eenzijdigheid mooi gematcht met een plaat vol frisse rockmotiefjes waar de rem er amper opgaat en die toch lekker licht verteerbaar is. Een plaat die de benodigde eenvoud van het label ‘punk’ helemaal waarmaakt, en ondertussen hitparadetoegankelijk is, dat is knap en maakt dat ik vaker naar deze plaat teruggrijp dan ik na eerste beluistering verwacht had.

Voorzichtige 4*

avatar van Gyzzz
https://www.musicmeter.nl/images/cover/4000/4637.jpg?cb=1575160558

198. Songs: Ohia – The Magnolia Electric Co.

Jason Molina is een zanger die mij al zeker 15 jaar na aan het hart ligt. Ik ben dan ook blij om te zien dat hij een notering in de RYM-lijst heeft, echter is dat wat mij betreft wel met de ‘verkeerde’ plaat. En natuurlijk is The Magnolia Electric Co. helemaal geen verkeerde plaat, best een sterke zelfs, maar hij blijft in mijn herinnering wel lichtjaren achter op het waanzinnig sterke Didn’t It Rain en al helemaal op meesterwerk Ghost Tropic die hier op 5* staat. Dus nu ben ik een beetje verwonderd: op MuMe staat met ‘Lioness’ regelmatig een nummer in de Ladderfinale dat ik niet tot Molina’s 30 beste nummers reken en op RYM is zijn enige top-250 albumnotering een plaat die niet in mijn SO-top-5 zou staan (naast eerdergenoemde platen vind ik ook The Lioness, Axxess & Ace en Pyramid Electric Co beter, terwijl ik zijn vroegste werk nog niet eens ken).

Zoals meer kwetsbare muzikanten die met hun ziel onder hun arm lopen, is Molina op zijn best als hij op zijn breekbaarst en minimaalst is. Het is de ironie van gedeprimeerde en zwaarmoedige muzikanten: ze kunnen het beste connecten met de luisteraar omdat hun gemoed zo tastbaar is en ze de diepte van hun eigen gedachtenkronkels voelbaar kunnen maken. The Magnolia Electric Co. wordt daarentegen gedomineerd door een nogal traditionele en slepende instrumentatie, die de spanning van eerdere platen goeddeels ontbeert: zo’n ‘The Old Black Hen’ wordt enerzijds gedomineerd door een nogal traditionele landelijk Amerikaanse sound en anderzijds door een nogal oninteressante Lawrence Peters, die de vocalen opeist maar weinig impact heeft. Wat doet hij daar? En waar is onze hoofdpersoon zelf gebleven? Zelfde geldt voor de ‘Peoria Lunch Box Blues’, al is Scout Niblett een waardiger vervanger dan eerdergenoemde Lawrence. Los van die invallers klinkt ook Molina zelf langs die traditionele begeleiding bij vlagen een beetje als een Neil Young achtige rocker – niet iets wat mij ligt.

Vind ik dit dan een zwakke plaat? Nee, helemaal niet eigenlijk – zo zijn ‘Farewell Transmission’ en met name ‘Hold On Magnolia’ gewoon hele mooie liedjes, die de grote meerderheid van de eenzame liedjesschrijvers überhaupt niet in hun mars hebben. Zeker in laatstgenoemde neemt Molina ouderwets de tijd om je gestaag naar binnen te trekken in zijn gelaagde gemoed en benut hij de traditionele muzikale ondergrond volledig, alsof hij op de instrumentale onderlaag steunt om vocaal op verkenningstocht te kunnen gaan. En daarin zowel in datering als speelduur de tijdloosheid te bereiken van pure en grenzeloze muzikale verkenning. Schitterend nummer dat me doet afvragen of de rest van de plaat niet eigenlijk ook gewoon briljant is.

Een mindere doch bejubelde plaat van een favoriete artiest bespreken – altijd lastig. Ook bij nieuwe beluistering is dit verre van Songs:Ohia’s beste plaat, maar de pieken zijn ouderwets hoog. Toch zit het countryrock-dekentje hem wat mij betreft niet echt als gegoten en voegen de nogal dominante en centraal geplaatste gastoptredens weinig toe. Molina bereikt zijn potentiele diepte en grootse verwondering eigenlijk alleen op de opener en afsluiter – voor de rest vind ik dit een prima maar weinig spectaculaire en nogal traditionele plaat.

Nog steeds wel een ruime 3.5*

avatar van Johnny Marr
Ik ga eigenlijk helemaal akkoord met je oordeel, de opener en afsluiter zijn meer dan fantastisch en de twee duidelijke hoogtepunten. Alleen kom ik in het totaal uit op een half puntje hoger: een lichte 4* is mijn verdict.

avatar van Rufus
Een dikke 4,5* voor mij.
Farewell Transmission en Hold on Magnolia de volle 5 sterren, de andere nummers zijn hoewel
iets minder toch minimaal 4 sterren.

avatar van Gyzzz
https://www.musicmeter.nl/images/cover/2000/2458.jpg?cb=1617034249

197. Rolling Stones – Let It Bleed

Van The Rolling Stones heb ik jaren geleden een pakketje platen gekregen toen mijn pa zijn collectie de deur uit deed – waaronder ook deze. Ik heb er echter nooit echt naar geluisterd: Aftermath draaide regelmatig rondjes naar aanleiding van het speelse ‘Paint It Black’. Goats Head Soup heb ik hier en daar gedraaid omdat de hoes me intrigeerde. Allebei leuke platen, maar ze deden me niet op zoek gaan naar meer - dus had ik mijn portie Rolling Stones alweer gehad. Ik zie dat ik daarmee precies heb overgeslagen wat in MuMe-scores toch een soort ‘grote vier’ lijken te zijn – waarvan er nota bene drie hier in de kast staan. En dat terwijl ik in ‘Gimme Shelter’ toch een mooi haakje had. Deze track heeft de voorbije jaren vaak in de MuMeLadder gestaan, en ondanks concurrentie van een berg toppers aldaar altijd wel linkerrijtje gescoord in mijn lijst. Ik vind het een lekker geluidssoepje – die rammelige sound met z’n zwierige en broeierige productie, die de wat zware thematiek een luchtige verpakking geven en daardoor mooi laten landen. Prachtig nummer dat me direct doet begrijpen waarom deze plaat, in tegenstelling tot de eerder genoemde albums, een ware Stones-klassieker moet zijn.

Toch zit ik na enkele beluisteringen van de hele plaat met een gemengd gevoel. En dat is vooral omdat zoveel nummers erna zo ongelofelijk Amerikaans proberen te klinken. Op ‘Love in Vain’ krijg ik dat gevoel al met zijn “suitcase in my heeeaaand”. Als Mick Jagger zoiets zingt klinkt het me nogal ongeloofwaardig en bedacht in de oren. Bij zulk soort tracks waan ik me graag in de Amerikaanse middle of nowhere waar een keer per dag een 140-wagon lange goederentrein langstuft. Maar uit de monden en gitaren van dit reeds lang en breed gearriveerde gezelschap klinkt het gekunsteld. En dan hebben we ‘Country Honk’ nog niet eens gehad – want wat hiervoor ongeloofwaardig was, is hier ronduit karikaturaal. ”I'm sittin' in a bar tippling a jar in Jackson” … serieus? Als een verlopen oude man uit Alabama dit zou zingen, was het al een beetje too much geweest, maar uit de mond van Mick Jagger is het helemaal absurd. Nu snap ik dat het album met een legertje Amerikanen gemaakt is, maar de hele thematiek wordt er daarmee voor mij niet geloofwaardiger op.

Helaas kom ik er vanaf dat moment niet echt goed meer in: ik vind Jagger een overtuigende zanger die kan varieren met een ontzettend identiteitsvol stemgeluid en houding – ik begrijp dus niet waarom hij hier en daar zo’n weinig eigen sound neerzet en links en rechts alles bij elkaar leent. Soms wordt dat gecompenseerd door een sterke opbouw, zoals op ‘Midnight Rambler’, maar evenzovaak werkt het op mijn zenuwen. De plaat is allerminst vervelend om aan te horen, maar tegelijkertijd ongemakkelijk door zijn gebrek aan eigenheid, vooral in verhouding tot de overdaad aan identiteit die de Rolling Stones van zichzelf al hebben, en hoe weinig daar dus aan is toegevoegd. ‘Gimme Shelter’ blijft op de shortlist, en ‘Midnight Rambler’ zal ook nog wel hier en daar voorbij komen, maar voor de rest had ik hier toch vooral op een eigener geluid gehoopt.

Ruime 3*

avatar van ArthurDZ
Heel leuk aan dit topic vind ik dat ik echt een inkijkje krijg in het hoofd en de oren van iemand die vaak helemaal anders naar muziek lijkt te luisteren dan ik. Let It Bleed staat hier op 4.5* dus vandaar dat ik me toch even geroepen voelde respectvol weerwoord te bieden

De blues- en country-nummers op Let It Bleed lijken me eerder bedoeld als liefdevolle pastiches dan als oprechte pogingen om over te komen als authentieke Amerikaanse cowboys, net daarom is alles ook zo dik aangezet denk ik. Het benadert meer de manier waarop een regisseur als Tarantino omgaat met genres. Hij is ook geen Japanner, maar maakt met Kill Bill alsnog een film vol invloeden uit (onder andere) de samoeraicinema van weleer, waar hij dan zijn eigen ding mee doet. Op albums als Let It Bleed deden The Stones naar mijn gevoel min of meer hetzelfde. Mag je hen dat ontzeggen omdat ze geen Amerikanen zijn en geen onderdeel zijn van die muzikale traditie? Ik vind de manier waarop The Stones die invloeden in hun eigen spel verweven net zo goed authentiek (maar wat is authenticiteit? Is ook voor iedereen anders en een discussie op zich).

Daarbij, een band als The Kinks bleef wel heel dicht bij oerbritse muziektradities als music hall, en dat was ook niet goed als ik het me goed herinner (mopje, mopje)

Helemaal ok als het alsnog je ding niet is natuurlijk, dit blijft een heerlijk topic. Maar jij verwoordt je standpunten altijd zo gedetailleerd (hulde!), dat ik het niet kan nalaten hetzelfde te doen met de mijne

avatar van Gyzzz
Mooi om jouw perspectief te lezen Arthur! Met het eigen maken van bepaalde tradities en kleuren is het inderdaad vaak een dunne lijn - ook voor mij

Ik houd er meestal van als muziek me verwondert, me hier en daar op het verkeerde been zet en ik op verschillende manieren/invalshoeken naar kan luisteren. Inderdaad was dat bij The Kinks en The Stones - om twee totaal uiteenlopende redenen - allebei niet echt het geval. Maar ik ben dan ook opgegroeid met de citaten van Mos Def (zie mijn eerdere review van Black on Both Sides), dus zo begonnen de Stones wellicht al met een 1-0 achterstand

avatar van Gyzzz
https://www.musicmeter.nl/images/cover/541000/541024.jpg?cb=1560053689

196. Radiohead – A Moon Shaped Pool

Ah – daar is de volgende Radiohead al. Zoals ik in mijn review voor The Bends al aangaf, heb ik met Radiohead nooit echt de behoefte gevoeld om de hele discografie door te spitten. Hoewel de groep ontegenzeggenlijk een ontwikkeling heeft doorgemaakt, hoor ik die ontwikkeling enerzijds toch vooral terug in de periode ’93-’00, en is het anderzijds vooral een ontwikkeling binnen dezelfde teneur (vervreemdend, licht deprimerend) en blijft Thom Yorke onmiskenbaar als altijd tussen subtiel en drammerig in. Daarbij begint de discografie ook een omvang aan te nemen die me an sich al een beetje tegenstaat – zo heb ik zelfs van persoonlijke favorieten als David Bowie, Tom Waits en Aphex Twin niet elke afzonderlijke album of EP beluisterd, simpelweg omdat een consistent pakketje favorieten soms voldoende is. A Moon Shaped Pool had ik om een vergelijkbare reden nooit beluisterd, de – zeker voor een plaat uit 2016 – uitzonderlijke combinatie van stemmenaantal en gemiddelde op MuMe ten spijt.

Opener ‘Burn the Witch’ klinkt na 5 beluisteringen al alsof ik het honderden keren gehoord heb. Ondanks zijn ijle, zweverige geluid, heeft de track iets enorm herkenbaars en vertrouwds – alsof hij altijd al bestaan heeft. Dat druilerige is onmiskenbaar Radiohead en begeeft zich voor mij op een dunne lijn tussen zuivere, onvertaalde emotie enerzijds en vermoeiende lethargie anderzijds. Er wordt een vrij salonfahige sound neergezet die mij haast het gevoel geeft alsof ik modern klassiek aan het luisteren ben. De muziek is haast vloeibaar, vriendelijk en behaaglijk – consistent en ontdaan van rafelrandjes. Alsof Radiohead steeds dichter bij zijn eigen essentie komt, en daarbij ook elke vorm van verrassing heeft afgeschud. Prima voor mij – het maakt dit tot een album dat me niet erg prikkelt, maar ook verre van stoort en legio behaaglijke motiefjes bevat. Het is enorm consistent, maar tegelijkertijd leef ik nergens echt op. Ik word zelfs een beetje in slaap gesust. En dat is ook wel prima, want het gebeurt op een gebalanceerde en smaakvolle manier.

Zonder de RYM-lijst had ik dit album zomaar eeuwig links kunnen laten liggen, en dat was voor mij geen enorm gemis geweest. A Moon Shaped Pool klinkt precies zoals je van een Radiohead-plaat anno 2016 zou verwachten. Erg spannend is het allemaal niet, maar je jaagt mij met een album als dit zeker de kamer niet uit, en ik kan me voorstellen dat ik deze op de juiste gelegenheden, zoals een lange autorit, zeker nog wel eens tevoorschijn zal toveren. Behaaglijke plaat.

3.5*

avatar van Mjuman
Gyzzz schreef:
Mooi om jouw perspectief te lezen Arthur! Met het eigen maken van bepaalde tradities en kleuren is het inderdaad vaak een dunne lijn - ook voor mij

Ik houd er meestal van als muziek me verwondert, me hier en daar op het verkeerde been zet en ik op verschillende manieren/invalshoeken naar kan luisteren. Inderdaad was dat bij The Kinks en The Stones - om twee totaal uiteenlopende redenen - allebei niet echt het geval. Maar ik ben dan ook opgegroeid met de citaten van Mos Def (zie mijn eerdere review van Black on Both Sides), dus zo begonnen de Stones wellicht al met een 1-0 achterstand


Laat ik dan ook meteen mijn perspectief erachteraan jassen: om maar met de deur in huis te vallen - met Gimme Shelter als opener is meteen het beste kruid wel verschoten. Eenieder die Honky Tonk Women als single kent, kreeg een uwtf (u = ultiem) moment bij het aanslingeren van de lp die een paar maanden later verscheen, met Country Honk - gelukkig reikte mijn zakgeld toentertijd niet verder dan single(s).

Zou ik obv klassieke songs een lijst moeten maken van aanschafwaardige Stones-albums, zou deze er echt niet bij zitten. Zou ik eerder denken Aftermath, Beggars Banquet, Sticky Fingers, Exile on Mainstreet, Black and Blue, aangevuld met wat e.p.'s uit de begintijd - was er geld over zou ik gaan voor Their Satanic Majesties Request (vanwege de psychedelica, en vooral met hologram-hoes).

En eerlijk gezegd ArthurDZ is het de vraag in hoeverre een 24-jarige in staat is tot een liefdevolle pastiche - denk eerlijk gezegd dat men meer bezig was met the need to score/shine. Overigens heeft Mick altijd wel haarfijn aangevoeld hoe country & western in elkaar zit: tijdens de eerste (demo-)opname van Wild Horses heeft ie Gram Parsons erbij betrokken en diens Flying Burrito Brothers bracht de song als eerste uit (1970). Mick was wél altijd bezig met mensen in de maling nemen (taking the piss) en dat kan ook een rol gespeeld hebben bij dat Country Honk dat ik ronduit affreus vind en de single kilometers beter (vanwege rol van gitaar en percussie).

Verder geen opmerkingen over Radiohead. Wat mij betreft, creëert men een taakstraf 24 uur achtereen Radiohead beluisteren; denk dat zoiets een louterende werking zal hebben

avatar van Johnny Marr
Ga je nog verder met dit topic, Gyzzz?

avatar van Gyzzz
Goede vraag

Ik heb momenteel nogal weinig tijd, dus dan valt dit even als eerste van de wagen, maar hoop het t.z.t. weer op te pakken!

avatar van GrafGantz
Gyzzz schreef:
Goede vraag

Ik heb momenteel nogal weinig tijd, dus dan valt dit even als eerste van de wagen, maar hoop het t.z.t. weer op te pakken!


Is het al t.z.t.? Ondertussen was het topic al afgezakt naar pagina 2

avatar van Gyzzz
https://www.musicmeter.nl/images/cover/684000/684799.jpg?cb=1559042364

195. Tyler, the Creator – Flower Boy

In mijn middelbare schooltijd, en zeker de eerste helft daarvan, luisterde ik nagenoeg exclusief naar HipHop. Het format van een rapper of groep en een of meerdere producers had op de een of andere manier iets prettig overzichtelijks. Pas rond 2006, niet geheel toveallig parallel met mijn eerste activiteiten op musicmeter, begon ik andere muziekstijlen in meer detail te verkennen. Dus toen Tyler, the Creator rond 2010 kwam bovendrijven – toch alweer 13 jaar geleden, terwijl ik zelf misschien net 21 was – voelt hij als een artiest van ‘na mijn tijd’. Raar eigenlijk. Nou heb ik ‘Yonkers’ ook altijd wel een onwaarschijnlijk succesnummer gevonden: in al zijn abstractie, ongemakkeljkheid en doelbewuste afstoting, heeft het me altijd verrast dat het voor veel non-hiphoppers toch een schot in de roos was. Een favoriet van mij is het dan ook nooit geworden, al intrigeert de track me wel al zolang ik hem ken. Toch ben ik met Tyler nooit verder gekomen dan wat vluchtige beluisteringen, alle positiviteit over zijn recentere albums ten spijt.

Al bij de eerste beluistering wordt me duidelijk waarom Flower Boy een relatieve publiekslieveling is: er wordt een kleurrijk, coherent en waanzinnig toegankelijk landje gesmeed door de hoofdpersoon met zijn karakteristieke, wat verwrongen stem, daarbij doorlopend ondersteund door gasten, hetzij om zijn mijmeringen aan elkaar te knopen, hetzij in nadrukkelijk samenspel. Hoewel Tyler ontegenzeggenlijk een rapper is, en nog wel een van de minder pleasende soort, voelt de plaat aan als pure pop van minstens zoveel kleur als de hoes etaleert. Enerzijds door de aanwezige en warme productie, anderzijds doordat coupletten nooit lang duren en in haast vloeibare overgangen overlopen in nieuwe filmische passages. De plaat luistert wonderlijk eenvoudig en heeft iets haast ongemakkelijk behaaglijks. Mede daardoor beroert hij evengoed niet heel erg en staan er in mijn optiek ook geen memorabele bangers op.

Al weken kan ik Flower Boy op ieder moment draaien, maar nog steeds haal ik tracks amper uit elkaar en voelt het als een lekker warm soepje. Zo’n track als ‘Garden Shed’ sleept lekker voort, klopt aan alle kanten, maar voelt ook iets te vloeibaar voor mij om me echt te kunnen grijpen. En als Frank Ocean binnenkomt, klinkt die vooral heel erg als Frank Ocean, maar zonder de tijd om op je in te werken en te varieren die zijn eigen platen zo goed maken. De plaat is nadrukkelijk prettig en klopt aan alle kanten. Dat is bewonderenswaardig en ik begrijp de hoge positie in de RYM-lijst dan ook helemaal. Maar ik blijf na afloop ook enigszins onverzadigd achter.

Typische 3.5*

avatar van Johnny Marr
Idem, Flower Boy is ook nooit blijven hangen bij mij. IGOR (en CALL ME IF YOU GET LOST,z'n laatste) vind ik veel beter.

avatar van Gyzzz
https://www.musicmeter.nl/images/cover/0/485.jpg

194. Van Morrison – Astral Weeks

Met Astral Weeks heb ik al vele jaren een wonderlijke verhouding: ik ben met grote regelmaat geneigd de plaat op te zetten. Minimaal maandelijks, en soms meerdere dagen achtereen. En tegelijkertijd luister ik de plaat vrijwel nooit af nadat ik hem opzet. Ik word dan na een minuut of 20 alweer moe van Van, die in zijn vroege twintiger jaren al als een stokoude man klinkt. Ik ben nu zelf alweer bijna 34, maar als ik naar Astral Weeks luister, krijg ik het gevoel dat ik een zonderlinge, verstrooide oude man luister. Ik bereik dan een soort verzadiging en denk algauw dat het er allemaal wat minder dik bovenop zou mogen liggen. Om de plaat dan de volgende dag ofwel doodleuk opnieuw op te zetten, ofwel verder te gaan waar ik de dag ervoor gebleven was. Omdat er toch een vrijheid, onafhankelijkheid en durf vanaf straalt die ik in de pop/rock/folk hoek verder zelden tegenkom. Het lijkt hem werkelijk niets te interesseren wat de luisteraar ervan denkt: er lopen natuurlijk wel meer oude zielen in jonge lichamen rond, en sommigen verbergen dat meer dan anderen. Maar weinigen gooien het er zo ongeremd uit als Van Morrison op deze plaat.

Juist omdat ik de plaat amper in een keer uitgeluisterd krijg, is dit een kanshebber voor de 10-albums-mee-naar-een-onbewoond-eiland lijst. De plaat heeft simpelweg zoveel content per vierkante minuut muziek, zoveel rijkdom in stem en instrumenten, en zo’n nadrukkelijk uncool geluid dat het geheel bijna los van de maatschappij lijkt te staan. En dat voor een haast naar Soul neigende Folkplaat. Van is duidelijk aan het verkennen, zweven haast, binnen zijn eigen composities, waarvan je al gauw geen idee meer hebt waar ze naartoe gaan en hoelang ze nog gaan duren. Kwaliteiten die ik doorgaans enkel in instrumentale genres terugvind (en waardoor ik veel naar die genres graviteer). De nummers zijn daarmee ook tijdloos, niet alleen in decennia, maar ook in hun eigen speelduur: dat de opener 7 minuten duurt en ‘Sweet Thing’ 4 komt op mij heel willekeurig over, alsof het evengoed andersom had kunnen zijn. En voor de goede orde: dat zie ik als heel positief.

Ook nu ik er voor deze review weer eens goed voor ben gaan zitten wordt het grote gebaar dat Van doorlopend aan de dag legt me op een gegeven moment wat veel en ligt het geheel me wat zwaar op de maag. Deze man lijkt doorlopend aan te staan, alsof hij in een hoog energetische flow is beland en overal een vorm van nadruk op legt. Maar daarentegen ook overal de juiste snaar raakt. De eerste 10 minuten zit ik haast juichend aan de boxen gekluisterd, en halverwege de plaat heb ik alweer vele kilo’s audio-baggage in mijn muzikale kofferbak liggen en ben ik wel tevreden. Dat gezegd hebbende koester ik deze plaat ondanks mijn ambigue verhouding ertoe en versterkt hij zijn plaats als waarschijnlijk enige non-5* plaat op de onbewoond-eiland-lijst.

Bijzondere plaat – 4.25*

avatar van ArthurDZ
Bedankt weer voor het heerlijke leesvoer, Gyzzz! Fijn dat je de draad weer oppakt!

avatar van madmadder
Jaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa, nieuwe stukjes!!!!!! En wat voor stukkies weer.

avatar van niels94
Ik duik hier ook maar eens op, had eerlijk gezegd helemaal gemist wat hier voor fijns gebeurde. Ook wat zaken teruggelezen - grote complimenten nog voor je stukje over Swordfishtrombones. Je beschrijving over de verkleedkist is compleet raak wat mij betreft, ik zie hem ook als een soort muzikale acteur. Nu zijn veel zangers dat in zekere zin, misschien wel allemaal, maar Waits trekt het heel ver door. Met geweldig resultaat.

Flower Boy ga ik nú ook maar weer eens opzetten, uit nieuwsgierigheid wat ik er nu van vind. De vroege Tyler vind ik net als velen erg wisselvallig, maar ook vanaf het moment dat de lof begint aan te zwellen (vanaf Flower Boy) wist hij me nooit echt te grijpen. Ook in IGOR hoor ik niet het meesterwerk dat velen ervan maken. Zijn neosoulkant vind ik toch wat te flauwtjes en vlak, en daar is zeker dat album natuurlijk mee overgoten. Maar ik ben ook gewoon niet zo'n neosoulfanaat, Frank Ocean heeft ook nooit erg veel indruk gemaakt.

O, enne:
Gyzzz schreef:
De nummers zijn daarmee ook tijdloos, niet alleen in decennia, maar ook in hun eigen speelduur: dat de opener 7 minuten duurt en ‘Sweet Thing’ 4 komt op mij heel willekeurig over, alsof het evengoed andersom had kunnen zijn. En voor de goede orde: dat zie ik als heel positief.


avatar van Johnny Marr
Tja, zegt veel dat je 'm toch naar een onbewoond eiland zou meenemen al scoort ie niet eens 5* bij jou. Astral Weeks, één van de meest bijzondere albums ooit gemaakt wat jij, Koenr?

avatar van Gyzzz
https://www.musicmeter.nl/images/cover/0/774.jpg?cb=1659640942

193. King Crimson – Discipline

Van King Crimson ken ik natuurlijk de klassieker In the Court of the Crimson King. Niet uit prog-interesse, want die heb ik van huis uit nooit echt gehad, maar des te meer omdat het een van de weinige platen is waar de hoes een niet-aflatende nieuwsgierigheid opwekte. Evengoed heb ik die plaat al zeker 10 jaar niet meer gehoord, en kan ik me de nummers ook lang niet allemaal meer voor de geest halen. Hij heeft me in ieder geval niet op zoek doen gaan naar meer King Crimson, tot ik in de RYM-lijst deze plaat uit 1981 tegenkwam – een jaartal dat ik allerminst associeer met de sfeer die King Crimson bij mij oproept. Geen idee wat te verwachten kortom, en want de hoes spreekt zo beperkt tot de verbeelding dat hij diametraal tegenover eerdergenoemde klassieker geplaatst kan worden.

Op de opener is goed te horen dat de Talking Heads inmiddels ook sterren aan het firmament geworden zijn, want ‘Elephant Talk’ doet aan alles denken aan dit eclectische gezelschap. Van de nerveuze praatzang tot de beweeglijke, onvaste, maar toch zwierige onderlaag of de gecontroleerde verkenningsdrang – het is moeilijk om niet te denken aan dat gezelschap van de andere kant van de oceaan. Dat betekent evengoed niet dat het als een kopie klinkt, al is het maar omdat de sound zo verkennend is en binnen de track voldoende verrassende luikjes opentrekt. Voor ‘Frame by Frame’ geldt iets soortgelijks: ik trek het goed omdat de plaat ondanks de hoeveelheid hooi op de vork lichtvoetig aanvoelt en niet verzandt in de megalomanie die de complexe opzet nog wel eens met zich mee kan brengen. Het geanimeerde, haast filmische gepraat, dat op meerdere tracks zijn intrede doet, maakt dat de veelal uitwaaierende sound geaard en consistent aanvoelt.

Ik ken weinig bands die bij zoveel variatie toch spanning zo goed kunnen vasthouden. De plaat voelt als een 40 minuten-lange spanningsboog en is daarmee precies lang genoeg voor mij. Dat ruimte wordt gemaakt voor een absurde, en voor KC-begrippen ook vrij minimalistische, verkenning als ‘The Sheltering Sky’ doet mij deugd. Een bedwelmende en kruidige track, die me in teneur doet denken aan de betere werken van Ashra en Manuel Gottsching. Een ankerpunt bovendien in dit verder vrij wilde album. Juist het lenen van verschillende andere genres lijkt de plaat ervan te weerhouden om over de top te gaan. Discipline heeft mij positief verrast en verliest zich ondanks het virtuoze spel nergens in grootsheid, maar speelt met mij als luisteraar, op een haast plagerige manier, terwijl ondertussen de spanning behouden blijft.

4* met groeipotentie

avatar van niels94
Ja, dit is toch wel een bijzonder plaatje, dat nog altijd zeer fris klinkt. Ga ik ook weer eens in de herhaling doen

Dat heb ik overigens ook bij die van Tyler gedaan, en mijn inschatting is nog ongeveer hetzelfde gebleven: erg lekker, vermakelijk en afwisselend plaatje met fijn productiewerk en onderhoudende teksten door het persoonlijke karakter ervan, maar mede door in mijn oren wat flauwe zangstukjes ook weer geen enorme hoogvlieger. Die 3,5* staat daar dus goed.

avatar van Gyzzz
https://www.musicmeter.nl/images/cover/2000/2099.jpg?cb=1681398068

193. Pixies – Surfer Rosa

Pixies is zo’n groep die me in esthetiek en attitude altijd erg aanstaat, waar ik graag losse tracks van luister. Ik beeld me daarom herhaaldelijk in dat hun albums me erg liggen. Ik denk dan: omdat ik een hele reeks Sonic Youth-platen in de kast heb staan, kan ik voor Pixies, dat vergelijkbare kwaliteiten heeft, ook wel vast een rijtje vrijhouden. Maar ondanks die duidelijk omlijnde aantrekking verloor ik voorheen vroeg of laat mijn interesse gedurende de verder toch niet bijster lange albums. Zodoende heb ik deze plaat in 2007 op 3 sterren getrakteerd, en er na enkele pogingen in de daarop volgende jaren niet echt meer naar omgekeken. Toch heeft de plaat een vreemde aantrekkingskracht: want ook ter ere van de RYM-lijst had ik er weer echt zin in. De titel, Surfer Rosa, is alleen al prachtig, en ook de hoes intrigeert. Echt zo’n plaat die ik graag goed zou vinden. Maar ook anno 2023 is dat nog maar deels het geval.

De plaat duurt 33 minuten, waarvan er geen enkele vervelend is. En toch heb ik na afloop het gevoel dat ik een uur heb zitten luisteren en weet ik niet meer precies waarnaar. ‘Broken Face’ duurt 1:30. En toch denk ik op tweederde van het nummer ‘nu weet ik het wel weer’. De rammelende gitaarsound ligt me wel, maar zowel de zang als de composities brengen me niet echt in beweging. De sound en productie zijn behoorlijk rauw en dynamisch en toch sleept de muziek nogal aan. Ook ‘Gigantic’ voelt als een te lang nummer en had voor mijn gevoel stukken puntiger gemogen. Die verder consistente atmosfeer wordt slechts eenmalig doorbroken, en dat is voor succesnummer ‘Where Is My Mind’ – een track die met zijn gepolijste sound en veel traditionelere opbouw nadrukkelijk breekt met de rest van de plaat. In playlists of op de radio onderscheidt dit zich makkelijk van het gros van de soortgelijke muziek en leef ik op, tussen de roestigere rest van Surfer Rosa landt het niet echt.

Ik zie dat dit gezelschap zijn oorsprong in Boston heeft en vind dat eigenlijk wel passend: het is een soort verantwoorde, voorname, haast streberige of overdachte punk, geheel in lijn met de atmosfeer die die stad in mijn ervaring domineert. Het rammelt, maar het rammelen lijkt minutieus gepland te zijn: rock ’n roll zoals het heurt. Het voelt hierdoor alsof de eigenschappen van de plaat – die mij los bezien allen precies liggen – elkaar doorlopend uitmiddelen. En daarmee is dit meer een verantwoorde dan een echt goede plaat voor mij. Ik kan eigenlijk voor al Surfer Rosa’s elementen waardering opbrengen, zolang ik hem niet te vaak hoef te luisteren.

3.25*

avatar van Gyzzz
https://www.musicmeter.nl/images/cover/0/249.jpg?cb=1558757949

192. Tool – Lateralus

Voorheen heb ik Tool altijd een beetje gemeden omdat hun hoogdravende esthetiek met monolieten van tracks en albums me van nature niet echt aanspreekt. Ook in het kader van de RYM-lijst heeft me nogal wat tijd gekost om te bedenken wat ik nu eigenlijk van Lateralus vind. Ik ervaar de plaat als een tour de force van ‘zwaar, zwaarder, zwaarst’; als een zee van minutieus uitgewerkte en doordachte ideeen, gemengd met relatieve willekeur, afstandelijkheid en moeilijkdoenerij. Dat de plaat haast unaniem bewierookt wordt verwondert me wel, al hoor ik voldoende elementen die dat gevoel van adoratie nabij brengen.

Om maar met de deur in huis te vallen: de opening met ‘The Grudge’ vind ik geweldig. Alsof de muziek het mes tussen de tanden van de muzieknoten zet, word je direct in je stoel gedrukt - zo drukkend is de sound. Puntig zonder simplistisch te worden. Maar algauw mondt de track uit in een hele hoop theater en pathos – met name in de zang. En net zodra ik het gevoel heb dat ik er niets mee kan, sluit de track intrigerend af, waar ik in de afrondende minuut zowaar weer aan mijn stoel gekluisterd zit. Een vergelijkbaar gevoel heb ik in ‘The Patient’, een track met een geweldige dynamiek waar tegelijkertijd overdadig veel gewicht in de schaal gelegd wordt, wat het tot een nogal uitputtend geheel maakt. Tussendoor worden deze tracks met functionele en sterke interludes aan elkaar verbonden, wat enerzijds voor prettige rustpunten zorgt, maar anderzijds benadrukt hoe overvol ideeen en concepten de meer uitgesponnen tracks zitten.

Het kenmerkt eigenlijk de hele plaat: overal lijkt hard over te zijn nagedacht en juist dat maakt de sound soms zo onnatuurlijk en willekeurig. Alsof de eenvoud door de logica weggedrukt wordt. De pretentieuze kneuterigheid van Fibonaccireeks-teksten, zonder enige speelsheid, is een treffend voorbeeld - alsof deze muziek, die van zichzelf al heel veel gewicht in de schaal legt en overhelt naar het groteske en hoog-complexe, dat soort gimmicky tierelantijntjes nodig heeft. Zo ervaar ik Tool hier als wel erg hard op zoek naar een “briljant” album - rock voor gevorderden. Zoals atleten leven voor hun sport, straalt Tool hier uit te leven voor hun muziek, waardoor het nogal een gewichtige en ironieloze brei wordt. Het is allemaal zo vreselijk zwaar en serieus; met een speelduur van 78 minuten begint de boel in mijn beleving dan over te hellen, haast te bezwijken onder zijn eigen zwaartekracht.

Lastig om een beoordeling te geven aan een album waar je zelden zin in hebt: Lateralus is zo'n logge en zware krachttoer - 78 minuten lang zonder verlichting - dat ik zelden zin heb om hem te draaien. Er wordt erg hard geprobeerd, maar waar dat me meestal gauw gaat tegenstaan, kan ik best veel uit deze plaat halen. Tegelijkertijd sterk en vermoeiend, bij vlagen zelfs uitputtend, is dit in ieder geval geen grauwe plaat, want het is voor mij een aaneenschakeling van briljante passages en misgeslagen planken. Een lange kralenketting van afwisselend meeslepende druk, inventiviteit en het werk van een stel onzekere overpresteerders.

Als ik muziek zuiver objectief moest beoordelen op doordachtheid, complexiteit en ‘skills’ zou dit zo een 5* zijn, maar als kunstvorm vind ik dat het de plank vaak misslaat en vind ik de plaat te vermoeiend om tot meer dan 3* te komen.

avatar van Sandokan-veld
Hoewel ik Lateralus nog wel met 4* beoordeel, kan ik je redenering wel een beetje volgen. Hun plaat daarvoor heb ik altijd sterker gevonden, niet omdat die minder zwaar en pompeus is, maar omdat die nog wel wordt gedreven door echte emoties, en niet door dat gevoel van 'laten we samen een potje heel erg briljante muziek gaan maken'. Daarna is Tool toch wel een beetje te ver in hun eigen hol gekropen, naar mijn mening.

avatar van Kronos
Kan waar zijn maar uiteindelijk blijft alleen de muziek. Wat de emoties en intenties van de makers waren is hun zaak. Ik vind het niet wenselijk dat mijn veronderstellingen daarover tussen de muziek en mijn beleving ervan komen te staan. Ik moet wel toegeven dat het heel veel jaren heeft geduurd tot al mijn weerstand verdwenen was en ik me weerloos kon overgeven aan dit potje heel erg briljante muziek.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 21:55 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 21:55 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.