Muziek / Toplijsten en favorieten / De top 100 van... (Shaky)
zoeken in:
10
geplaatst: 31 mei 2021, 00:16 uur
42. Bert Jansch – Needle of Death
Moment: De overslaande stem van Jansch wanneer hij het één-na-laatste refrein inzet in 2:19.
Ik denk niet dat ik jullie zal verrassen als ik vertel dat Needle of Death is geschreven als herdenking aan een vriend die is overleden aan een drugsoverdosis. De rouw van Jansch is immers vrij ondubbelzinnig aanwezig in dit nummer. Maar ik kan me goed voorstellen (gelukkig nog niet goed genoeg) dat rouw lastig in poëtische benoemingen te vatten is, zoals Phil Elverum ook in Death Is Real zingt. "Death is real/someone’s there and then they’re not/And it’s not for singing about/It’s not for making into art". Net zoals bij de muziek van Elverum is het ook juist die directheid van de tekst van Needle of Death die het nummer zo aangrijpend maakt. “Your troubled young life had made you turn/To a needle of death” zingt Jansch, en juist omdat hij er geen franje om windt is het een oneindige bron van kippenvel. Een even belangrijke factor hierin is het gitaarwerk. Ook hier druipt de droefenis vanaf, deels door die akkoordenprogressie waar meerdere standbeelden voor opgericht moeten worden, en deels door de bezield getokkelde uitvoering ervan. Jansch is een icoon voor de folkmuziek en verdient even veel erkenning als de grote namen ervan.
Moment: De overslaande stem van Jansch wanneer hij het één-na-laatste refrein inzet in 2:19.
Ik denk niet dat ik jullie zal verrassen als ik vertel dat Needle of Death is geschreven als herdenking aan een vriend die is overleden aan een drugsoverdosis. De rouw van Jansch is immers vrij ondubbelzinnig aanwezig in dit nummer. Maar ik kan me goed voorstellen (gelukkig nog niet goed genoeg) dat rouw lastig in poëtische benoemingen te vatten is, zoals Phil Elverum ook in Death Is Real zingt. "Death is real/someone’s there and then they’re not/And it’s not for singing about/It’s not for making into art". Net zoals bij de muziek van Elverum is het ook juist die directheid van de tekst van Needle of Death die het nummer zo aangrijpend maakt. “Your troubled young life had made you turn/To a needle of death” zingt Jansch, en juist omdat hij er geen franje om windt is het een oneindige bron van kippenvel. Een even belangrijke factor hierin is het gitaarwerk. Ook hier druipt de droefenis vanaf, deels door die akkoordenprogressie waar meerdere standbeelden voor opgericht moeten worden, en deels door de bezield getokkelde uitvoering ervan. Jansch is een icoon voor de folkmuziek en verdient even veel erkenning als de grote namen ervan.
0
geplaatst: 31 mei 2021, 00:20 uur
Lol, de puntentelling verloopt weer verschrikkelijk trouwens. Gefixt wat ik fixen kon, excuus.
1
geplaatst: 31 mei 2021, 11:38 uur
Oeh wat een fraai duo, Aesop en Bert Jansch naast elkaar. Ook hier 2 helden. 
Needle of Death had uiteraard de Jordy voor beste folknummer van 1965 in de wacht moeten slepen afgelopen weekend.

Needle of Death had uiteraard de Jordy voor beste folknummer van 1965 in de wacht moeten slepen afgelopen weekend.
6
geplaatst: 2 juni 2021, 00:32 uur
41. Vampire Weekend – Diplomat’s Son
Moment: Wanneer die sprankelende Vampire Weekend-gitaartjes weer hun intrede mogen doen in het heldere laatste couplet, 5:07.
In het bewogen proces dat als tiener uit de kast komen heet, zoeken verschillende mensen hun uitvlucht in andere zaken. Voor mij betekende het dat ik één van de minder bekende liedjes van een indierockband als lijflied ben gaan omarmen. In het op zoek gaan naar media waarin ik me kon herkennen, vond ik me altijd vooral in de wat meer “achteloze” homoseksuele representatie (iets wat achteraf natuurlijk makkelijk te problematiseren valt, maar goed, probeer het een jongen die zichzelf probeert te overtuigen dat hij niet anders is dan anderen maar eens aan te rekenen). Als gay liefdesliedje van een band die normaal gesproken nou niet echt op Pride optreedt is Diplomat’s Son daar een voorbeeld van. Zo kan het dus gebeuren dat ik wekenlang in de avond met dit liedje op naar het plafond heb gestaard, zwelgend in dezelfde twijfelende hunkering als degene die hier zo treffend verwoord wordt door Ezra Koenig en Rostam Batmanglij. Ieder woord leek over mij te gaan, zo denk je als dramatische angstige puinhoop, en zo put je een beetje hoop uit zo’n bezongen verhaal.
Nu, best een paar jaar later, moet ik opbiechten dat ik dit nummer vooral vaak hoor omdat het in mijn “chill”-afspeellijst met algemeen sociaal acceptabele muziek is beland. Maar dat wil niet zeggen dat het me niet even dierbaar is. De hunkering in de tekst vertaalt zich gewoon heel goed in de op de oppervlakte vrolijke melodieën die samengaan met triestere details zoals die prachtige violen en achtergrondzang. Ook qua geluid blijft dit een heel speciaal popliedje, met een perfecte balans tussen elektronica, klassiek en een beetje wereldmuziek. Los van mijn sentimentele herinneringen houd ik dus nog steeds vol dat dit een unieke, uitnodigende popparel is. En stiekem valt er natuurlijk wel wat symboliek te vinden in het feit dat een liedje dat me zes jaar geleden alleen op momenten van worsteling vergezelde, nu iedere keer langskomt als ik met mensen een avondje drinken ben.
Moment: Wanneer die sprankelende Vampire Weekend-gitaartjes weer hun intrede mogen doen in het heldere laatste couplet, 5:07.
In het bewogen proces dat als tiener uit de kast komen heet, zoeken verschillende mensen hun uitvlucht in andere zaken. Voor mij betekende het dat ik één van de minder bekende liedjes van een indierockband als lijflied ben gaan omarmen. In het op zoek gaan naar media waarin ik me kon herkennen, vond ik me altijd vooral in de wat meer “achteloze” homoseksuele representatie (iets wat achteraf natuurlijk makkelijk te problematiseren valt, maar goed, probeer het een jongen die zichzelf probeert te overtuigen dat hij niet anders is dan anderen maar eens aan te rekenen). Als gay liefdesliedje van een band die normaal gesproken nou niet echt op Pride optreedt is Diplomat’s Son daar een voorbeeld van. Zo kan het dus gebeuren dat ik wekenlang in de avond met dit liedje op naar het plafond heb gestaard, zwelgend in dezelfde twijfelende hunkering als degene die hier zo treffend verwoord wordt door Ezra Koenig en Rostam Batmanglij. Ieder woord leek over mij te gaan, zo denk je als dramatische angstige puinhoop, en zo put je een beetje hoop uit zo’n bezongen verhaal.
Nu, best een paar jaar later, moet ik opbiechten dat ik dit nummer vooral vaak hoor omdat het in mijn “chill”-afspeellijst met algemeen sociaal acceptabele muziek is beland. Maar dat wil niet zeggen dat het me niet even dierbaar is. De hunkering in de tekst vertaalt zich gewoon heel goed in de op de oppervlakte vrolijke melodieën die samengaan met triestere details zoals die prachtige violen en achtergrondzang. Ook qua geluid blijft dit een heel speciaal popliedje, met een perfecte balans tussen elektronica, klassiek en een beetje wereldmuziek. Los van mijn sentimentele herinneringen houd ik dus nog steeds vol dat dit een unieke, uitnodigende popparel is. En stiekem valt er natuurlijk wel wat symboliek te vinden in het feit dat een liedje dat me zes jaar geleden alleen op momenten van worsteling vergezelde, nu iedere keer langskomt als ik met mensen een avondje drinken ben.
7
geplaatst: 2 juni 2021, 00:35 uur
40. Mirrorring – Mirror of Our Sleeping
Moment: De secondenlange stilte na de strofe in 1:15.
Ik wilde het eigenlijk bij één liedje houden voor vanavond, maar ik denk toch dat deze een paar keer draaien alleen maar beter voor me is in termen van nachtrust; net zoals bij Steve Roach is dat het grootste compliment. Je hebt rustige muziek, je hebt stille ambient en dan heb je de onmetelijke kalmte van Mirror of Our Sleeping. In zijn stilte is het liedje ontzagwekkend: het klinkt alsof je in een uitgestorven Sint-Pieterskerk ligt, met tientallen meters verder alleen Liz Harris aan het orgel. Net zoals in een kerk vervult het me ook van een vreemd soort rust door de tegenstelling tussen complete verstildheid en monumentale pracht. Dit is regelmatig het laatste wat ik hoor voordat ik slaap vanwege het bedwelmende effect ervan; ik gun jullie dezelfde werking.
Moment: De secondenlange stilte na de strofe in 1:15.
Ik wilde het eigenlijk bij één liedje houden voor vanavond, maar ik denk toch dat deze een paar keer draaien alleen maar beter voor me is in termen van nachtrust; net zoals bij Steve Roach is dat het grootste compliment. Je hebt rustige muziek, je hebt stille ambient en dan heb je de onmetelijke kalmte van Mirror of Our Sleeping. In zijn stilte is het liedje ontzagwekkend: het klinkt alsof je in een uitgestorven Sint-Pieterskerk ligt, met tientallen meters verder alleen Liz Harris aan het orgel. Net zoals in een kerk vervult het me ook van een vreemd soort rust door de tegenstelling tussen complete verstildheid en monumentale pracht. Dit is regelmatig het laatste wat ik hoor voordat ik slaap vanwege het bedwelmende effect ervan; ik gun jullie dezelfde werking.
3
geplaatst: 3 juni 2021, 23:27 uur
40. Holden – Lump
Moment: 5:06, als de climax eigenlijk al geweest is begint Holden af te bouwen op een manier die nog stééds zinderend spannend is. Als je het na je climax nog echt interessant weet te maken weet je dat je iets goed doet.
Ik zat rond nummer 65 volgens mij een beetje op te scheppen over hoeveel dance we tot dan toe hadden gehad, maar daarna was het even stil. Ik zal het jullie ook maar vertellen: gezellige dance gaan we ook niet meer krijgen. Zo leuk op feestjes ben ik nou ook weer niet. Waar we wel nog een paar van gaan zien is spectaculaire gruizige dance-avonturen zoals Lump. Uiteindelijk, als ik dit genre voor mezelf opzet, vind ik het toch het fijnst als er genoeg is om aan te vergapen in het nummer. Dat is hier zeker het geval – Lump is een soort constant evoluerend labratorium-organisme dat van aaibaar naar krijsend gaat en weer terug. Het hoofdmotief is bijna geen enkele keer in dezelfde vorm terug te horen, krijgt constant nieuwe hoekjes; ondertussen gooit James verschillende net-niet-menselijke geluidjes naar ons toe, terwijl alles wat op een melodie lijkt naarmate het nummer vordert steeds verder distorted raakt. Het maakt het geheel tot een achtbaanrit van een nummer, en laat me ondanks de geniale latere worpen van Holden afvragen wat deze man nog allemaal had gecreëerd als ‘ie zich nog wat langer rondom de grenzen van het dancegenre had begeven.
Moment: 5:06, als de climax eigenlijk al geweest is begint Holden af te bouwen op een manier die nog stééds zinderend spannend is. Als je het na je climax nog echt interessant weet te maken weet je dat je iets goed doet.
Ik zat rond nummer 65 volgens mij een beetje op te scheppen over hoeveel dance we tot dan toe hadden gehad, maar daarna was het even stil. Ik zal het jullie ook maar vertellen: gezellige dance gaan we ook niet meer krijgen. Zo leuk op feestjes ben ik nou ook weer niet. Waar we wel nog een paar van gaan zien is spectaculaire gruizige dance-avonturen zoals Lump. Uiteindelijk, als ik dit genre voor mezelf opzet, vind ik het toch het fijnst als er genoeg is om aan te vergapen in het nummer. Dat is hier zeker het geval – Lump is een soort constant evoluerend labratorium-organisme dat van aaibaar naar krijsend gaat en weer terug. Het hoofdmotief is bijna geen enkele keer in dezelfde vorm terug te horen, krijgt constant nieuwe hoekjes; ondertussen gooit James verschillende net-niet-menselijke geluidjes naar ons toe, terwijl alles wat op een melodie lijkt naarmate het nummer vordert steeds verder distorted raakt. Het maakt het geheel tot een achtbaanrit van een nummer, en laat me ondanks de geniale latere worpen van Holden afvragen wat deze man nog allemaal had gecreëerd als ‘ie zich nog wat langer rondom de grenzen van het dancegenre had begeven.
2
geplaatst: 3 juni 2021, 23:29 uur
39. Mount Eerie – Ravens
Moment: Het hele couplet vanaf 1:08 is te ongemakkelijk om te citeren, maar dus wel één van de meest indringende vertalingen van emoties naar muziek die ik ken.
Wat Ravens zo goed maakt is dezelfde reden als dat ik het niet zo vaak opzet, en dat is dat het echt compleet onverbloemde rouw is. Het voelt achteraf een beetje lullig bijna dat ik Elverum heb geciteerd bij Needle of Death, want de directheid waar ik de tekst van dat nummer om prijs verbleekt natuurlijk compleet bij wat we hier horen. Toch plaats ik het hier, en hoog ook, om twee redenen. De eerste is dat Elverum hier door geen enkel filter voor zijn rouw te plaatsen voor mijn gevoel de grenzen opzoekt van de kunst van muziek maken. Meestal is het zo, lijkt me, dat een muzikant zich op een bepaalde manier voelt, en dan een liedje maakt om die gevoelens zo goed mogelijk te vatten. Hier is het anders: Ravens voelt aan als communicatie in zichzelf, alsof Elverum rechtstreeks door de muziek spreekt. Het is ook heel lastig om hier over de melodieën te beginnen, omdat die voor mijn gevoel niet los te zien zijn van de tekst, en niet van de zang. Dat brengt me op de tweede reden: ik word hier heel erg door geraakt, meer dan bijna alle muziek die ik ken. Het is fucking voyeuristisch en raar, maar ik vind dit dus toch zo goed om de lichamelijke reactie die het bij me teweegbrengt, namelijk oprecht een knoop in m'n maag als ik ernaar luister. Ik ben in ieder geval blij om te horen dat het beter lijkt te gaan met Elverum, als ik zijn net zo stream-of-consciousness werk van vorig jaar hoor. Een ongelooflijke geest heeft deze man.
Moment: Het hele couplet vanaf 1:08 is te ongemakkelijk om te citeren, maar dus wel één van de meest indringende vertalingen van emoties naar muziek die ik ken.
Wat Ravens zo goed maakt is dezelfde reden als dat ik het niet zo vaak opzet, en dat is dat het echt compleet onverbloemde rouw is. Het voelt achteraf een beetje lullig bijna dat ik Elverum heb geciteerd bij Needle of Death, want de directheid waar ik de tekst van dat nummer om prijs verbleekt natuurlijk compleet bij wat we hier horen. Toch plaats ik het hier, en hoog ook, om twee redenen. De eerste is dat Elverum hier door geen enkel filter voor zijn rouw te plaatsen voor mijn gevoel de grenzen opzoekt van de kunst van muziek maken. Meestal is het zo, lijkt me, dat een muzikant zich op een bepaalde manier voelt, en dan een liedje maakt om die gevoelens zo goed mogelijk te vatten. Hier is het anders: Ravens voelt aan als communicatie in zichzelf, alsof Elverum rechtstreeks door de muziek spreekt. Het is ook heel lastig om hier over de melodieën te beginnen, omdat die voor mijn gevoel niet los te zien zijn van de tekst, en niet van de zang. Dat brengt me op de tweede reden: ik word hier heel erg door geraakt, meer dan bijna alle muziek die ik ken. Het is fucking voyeuristisch en raar, maar ik vind dit dus toch zo goed om de lichamelijke reactie die het bij me teweegbrengt, namelijk oprecht een knoop in m'n maag als ik ernaar luister. Ik ben in ieder geval blij om te horen dat het beter lijkt te gaan met Elverum, als ik zijn net zo stream-of-consciousness werk van vorig jaar hoor. Een ongelooflijke geest heeft deze man.
0
geplaatst: 3 juni 2021, 23:38 uur
Ik zet dit dus ook eigenlijk nooit op, omdat het haast té intens is. Ooit live gezien, tijden Le Guess Who? in de Jacobikerk, en dat was een van de indrukwekkendste muziekervaringen die ik heb meegemaakt.
4
geplaatst: 4 juni 2021, 00:02 uur
38. Chico Buarque – Construção
Moment: Naast de laatste minuut: hoe de stemmen zich over elkaar leggen in het laatste couplet om vervolgens rond 4:32 weer met één stem die grimmige boodschap van het laatste couplet te brengen.
Kut, ik heb het woord spectaculair al gebruikt vanavond he? In dat geval zijn ‘adembenemend’, ‘opzienbarend’ en ‘sensationeel’ de woorden die ik zal gebruiken om Construção te omschrijven. Dit nummer is geschreven als aanklacht tegen het Braziliaanse militaire regime, en vooral tegen het lot van de arbeider eronder. Dit doet Buarque door drie verhalen te vertellen – twee lange, één korte – waarin iedere keer een arbeider seks heeft met zijn vrouw, naar zijn werk als bouwvakker gaat, in een delirisch moment zijn evenwicht verliest en sterft. In deze drie verhalen recyclet Buarque constant het eerste gedeelte van zijn zinnen; alleen het laatste woord van iedere zin wordt afgewisseld tussen de verhalen. Ik had het geprezen om zijn originaliteit, maar dan zou ik tekort doen aan het feit dat deze wisseltruc ongelooflijk indringend werkt. Neem de verschillende manieren waarop Buarque het woord 'machina' gebruikt: eerst om de bevreemding van de arbeider tot zijn werk aan te duiden, vervolgens om te beschrijven hoe de hoofdpersoon drinkt en jankt bovenop een gebouw, en tot slot om te beschrijven hoe hij seks heeft met zijn vrouw. Drie totaal andere manieren om het woord te gebruiken, maar juist door het woord in zulke verschillende contexten te plaatsen krijgt het bijzonder veel emotionele kracht. En dan heb ik het nog niet over de verschillende dingen die de dood van de hoofdpersoon in de drie verschillende verhalen verstoort: het verkeer, het publiek en de zaterdag, respectievelijk.
Goed, je weet dat de tekst van een nummer speciaal is als iemand er zo lang over kan lullen terwijl die de taal niet eens spreekt. Dan de muziek, die ieder vooroordeel van Braziliaanse muziek als gezellige sambadeuntjes wegzet. In deze coupletten van verschillende lengte bouwt de orkestrale instrumentatie rondom Buarque langzaam op tot een snijdend hoogtepunt in het tweede couplet totdat het plots stil valt. Je verwacht als luisteraar vervolgens dan echt de grote climax, maar Buarque en co gooien er dan dus nog een half couplet tegenaan, een geniale zet in termen van spanningsopbouw. Hierna slaat het nummer op melodieus én tekstueel vlak plotseling compleet linksaf: Buarque richt zich rechtstreeks tot de machthebbers, in een legendarisch outro waar de woede vanaf druipt. “For this bread to eat, for this ground to sleep/The birth certificate and the license to smile/For letting me breathe, for letting me exist/God shall reward you”, zingt Buarque met van woede trillende stem, en ik voel zelf ook iedere keer tintelingen in mijn buik opkomen als Nederlandse jongen die tot een jaar geleden niet wist dat Brazilië een militair regime had. Echt een strontgeniaal nummer dat ik waarschijnlijk wat hoger had moeten zetten – niet voor niets door velen gezien als het beste Braziliaanse nummer ooit.
De Googleschuwe meelezer kan overigens de vertaling van de tekst vinden bij het klikken op het filmpje.
Moment: Naast de laatste minuut: hoe de stemmen zich over elkaar leggen in het laatste couplet om vervolgens rond 4:32 weer met één stem die grimmige boodschap van het laatste couplet te brengen.
Kut, ik heb het woord spectaculair al gebruikt vanavond he? In dat geval zijn ‘adembenemend’, ‘opzienbarend’ en ‘sensationeel’ de woorden die ik zal gebruiken om Construção te omschrijven. Dit nummer is geschreven als aanklacht tegen het Braziliaanse militaire regime, en vooral tegen het lot van de arbeider eronder. Dit doet Buarque door drie verhalen te vertellen – twee lange, één korte – waarin iedere keer een arbeider seks heeft met zijn vrouw, naar zijn werk als bouwvakker gaat, in een delirisch moment zijn evenwicht verliest en sterft. In deze drie verhalen recyclet Buarque constant het eerste gedeelte van zijn zinnen; alleen het laatste woord van iedere zin wordt afgewisseld tussen de verhalen. Ik had het geprezen om zijn originaliteit, maar dan zou ik tekort doen aan het feit dat deze wisseltruc ongelooflijk indringend werkt. Neem de verschillende manieren waarop Buarque het woord 'machina' gebruikt: eerst om de bevreemding van de arbeider tot zijn werk aan te duiden, vervolgens om te beschrijven hoe de hoofdpersoon drinkt en jankt bovenop een gebouw, en tot slot om te beschrijven hoe hij seks heeft met zijn vrouw. Drie totaal andere manieren om het woord te gebruiken, maar juist door het woord in zulke verschillende contexten te plaatsen krijgt het bijzonder veel emotionele kracht. En dan heb ik het nog niet over de verschillende dingen die de dood van de hoofdpersoon in de drie verschillende verhalen verstoort: het verkeer, het publiek en de zaterdag, respectievelijk.
Goed, je weet dat de tekst van een nummer speciaal is als iemand er zo lang over kan lullen terwijl die de taal niet eens spreekt. Dan de muziek, die ieder vooroordeel van Braziliaanse muziek als gezellige sambadeuntjes wegzet. In deze coupletten van verschillende lengte bouwt de orkestrale instrumentatie rondom Buarque langzaam op tot een snijdend hoogtepunt in het tweede couplet totdat het plots stil valt. Je verwacht als luisteraar vervolgens dan echt de grote climax, maar Buarque en co gooien er dan dus nog een half couplet tegenaan, een geniale zet in termen van spanningsopbouw. Hierna slaat het nummer op melodieus én tekstueel vlak plotseling compleet linksaf: Buarque richt zich rechtstreeks tot de machthebbers, in een legendarisch outro waar de woede vanaf druipt. “For this bread to eat, for this ground to sleep/The birth certificate and the license to smile/For letting me breathe, for letting me exist/God shall reward you”, zingt Buarque met van woede trillende stem, en ik voel zelf ook iedere keer tintelingen in mijn buik opkomen als Nederlandse jongen die tot een jaar geleden niet wist dat Brazilië een militair regime had. Echt een strontgeniaal nummer dat ik waarschijnlijk wat hoger had moeten zetten – niet voor niets door velen gezien als het beste Braziliaanse nummer ooit.
De Googleschuwe meelezer kan overigens de vertaling van de tekst vinden bij het klikken op het filmpje.
0
geplaatst: 4 juni 2021, 00:11 uur
En hier nogmaals de Spotifylijst met alle nummers tot nu toe:
top-100 - playlist by roelos66 | Spotify - open.spotify.com
top-100 - playlist by roelos66 | Spotify - open.spotify.com
0
geplaatst: 4 juni 2021, 10:03 uur
hoi123 schreef:
43. Aesop Rock – Daylight
43. Aesop Rock – Daylight
Ben je eigenlijk bekend met de evil twin van dit nummer, Night Light, waarin de tekst als het ware is gespiegeld en al het positieve wordt vervangen door een verwrongen en cynische variant? Zeer cool.
0
geplaatst: 4 juni 2021, 10:09 uur
Ben ik! Op muzikaal vlak iets minder pakkend, maar tekstueel ook weer een prestatie van jewelste van Aesop. 

1
geplaatst: 4 juni 2021, 10:13 uur
Gelukkig maar
En nog even over Vampire Weekend: dit nummer ook veel beluisterd, evenals het hele album, omdat het uitkwam rond de tijd dat ik me actief met muziek ging bezighouden. Net weer eens opgezet, fijn ja, al heeft het wel aan "pakkendheid" ingeboet bij mij. Maar ik heb er dan ook niet zo'n persoonlijk verhaal bij als jij - complimenten nog voor dat stukje.
En nog even over Vampire Weekend: dit nummer ook veel beluisterd, evenals het hele album, omdat het uitkwam rond de tijd dat ik me actief met muziek ging bezighouden. Net weer eens opgezet, fijn ja, al heeft het wel aan "pakkendheid" ingeboet bij mij. Maar ik heb er dan ook niet zo'n persoonlijk verhaal bij als jij - complimenten nog voor dat stukje.
5
geplaatst: 14 juni 2021, 23:18 uur
Weekje vakantie achter de rug, scriptie onder controle, tijd om veel te veel tijd te besteden aan deze stukjes voor mijn anonieme internetvriendjes.
36. A Tribe Called Quest – Jazz (We’ve Got)
Moment: dat fucking trompetje vanaf 1:22.
De Tribe is voor mij een instapje geweest in het hoekje van de alternative hiphop (bleh), maar het heeft wel zo’n vijf jaar geduurd voordat ik er achterkwam dat ze ook soortgenoten hadden. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik alle tijd heb gehad om hun hoogtepunten te koesteren. Op deze plek had dan ook Can I Kick It of Electric Relaxation kunnen staan, maar aangezien deze de iconische één-tweetjes van de eerste combineert met de gloeiende kwaliteit van de beat van de tweede, durf ik wel te stellen dat dit het allerbeste liedje is van ATCQ – iedere andere mening is helaas fout. Ik had ergens opgepikt dat Phife Dawg enigszins onzeker was over zijn rapkunsten tegenover die van Q-Tip, en hoewel dat deels fair is (die verveelde flow waarmee Tip het nummer opent is zó fucking smooth), geniet ik hier toch meer van de schorre manier waarop Phife zijn lines brengt. Na zijn verse te openen met een ode aan zijn Trinidadaanse afkomst, steelt hij hier de show door een krappe anderhalve minuut op die typische 90’s-manier over fuck all te rappen: een goed deel van zijn verse is in principe gewoon reclame voor het album waar het opstaat. Het is geen minpunt, want het laat precies zien waarom op het gebied van moeiteloze laidbackheid de Tribe eigenlijk maar een enkele keer is overtroffen is in hun genre. Het is gewoon zo cool!
36. A Tribe Called Quest – Jazz (We’ve Got)
Moment: dat fucking trompetje vanaf 1:22.
De Tribe is voor mij een instapje geweest in het hoekje van de alternative hiphop (bleh), maar het heeft wel zo’n vijf jaar geduurd voordat ik er achterkwam dat ze ook soortgenoten hadden. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik alle tijd heb gehad om hun hoogtepunten te koesteren. Op deze plek had dan ook Can I Kick It of Electric Relaxation kunnen staan, maar aangezien deze de iconische één-tweetjes van de eerste combineert met de gloeiende kwaliteit van de beat van de tweede, durf ik wel te stellen dat dit het allerbeste liedje is van ATCQ – iedere andere mening is helaas fout. Ik had ergens opgepikt dat Phife Dawg enigszins onzeker was over zijn rapkunsten tegenover die van Q-Tip, en hoewel dat deels fair is (die verveelde flow waarmee Tip het nummer opent is zó fucking smooth), geniet ik hier toch meer van de schorre manier waarop Phife zijn lines brengt. Na zijn verse te openen met een ode aan zijn Trinidadaanse afkomst, steelt hij hier de show door een krappe anderhalve minuut op die typische 90’s-manier over fuck all te rappen: een goed deel van zijn verse is in principe gewoon reclame voor het album waar het opstaat. Het is geen minpunt, want het laat precies zien waarom op het gebied van moeiteloze laidbackheid de Tribe eigenlijk maar een enkele keer is overtroffen is in hun genre. Het is gewoon zo cool!
6
geplaatst: 14 juni 2021, 23:48 uur
35. Adrianne Lenker – Ingydar
Moment: hoe dat tokkeltje wordt neergelegd over het ritmisch geveegde akkoord na acht seconden.
Fuck it, hier stond eerst Cradle en ik spreek mezelf nu rechtstreeks tegen door Rémora een halve lijst geleden mijn favoriete nummer van vorig jaar te noemen, maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om Ingydar hier niet te vermelden. Nog een kleine shoutout naar Cradle dan: dat nummer doet zijn naam eer aan en is één van de kalmerendste omhelzingen van liedjes die ik ken. Doet z’n naam eer aan – luisteren jongens.
Toch heeft Lenker met Ingydar al haar eerdere werk overtroffen, en dat heeft ze op twee vlakken gedaan. Het eerste vlak is het meesterlijke tokkeltapijtje dat ze hier geweven heeft: de hoogste drie snaren speelt ze in koppeltjes van drie na elkaar, terwijl de basnoten deze in koppeltjes van twee vergezellen. Op die manier creëert ze dus steeds andere combinaties van snaren, wat een ritmisch ongelooflijk interessant maar vooral bizar hypnotiserend effect geeft. Het is het type tokkeltje dat ik in mezelf met gemak een uur achter elkaar kan spelen, zonder verveeld te raken, en dat heb ik ook regelmatig gedaan. Het tweede vlak waarop Lenker hier haar eerdere oeuvre naar de kroon steekt moet wel de tekst zijn, waarin ze met een Newsom-achtige welbespraaktheid het ontbinden van haar relatie bespreekt. De kernfilosofie van het nummer, “Everything eats and is eaten, time is fed”, is stukken betekenisvoller dan die op het eerste gehoor klinkt. Voor mij is het is een herinnering aan de constante verandering van alles: relaties die je hebt met anderen slokken andere relaties op, en zullen mettertijd (in ieder geval deels) door banden met anderen worden verzwolgen. De voortgang van de tijd is weinig anders dan dat. De pracht hiervan wordt aangetoond door de manier waarop Lenker dit in het eerste couplet beschrijft (het ontbinden van een dood paard in de schuur is tegelijkertijd fragiel en nietsbetekenend), en hoe ze dit vervolgens aan haar eigen uiteenvallende relatie koppelt (“six years in and no baby”). Dit nummer toont aan dat Lenker op muzikaal én tekstueel vlak op eenzame hoogtes staat; ik wacht nog steeds op de dag dat ze breder wordt erkend als één van de belangrijkste folkartiesten van deze generatie.
Moment: hoe dat tokkeltje wordt neergelegd over het ritmisch geveegde akkoord na acht seconden.
Fuck it, hier stond eerst Cradle en ik spreek mezelf nu rechtstreeks tegen door Rémora een halve lijst geleden mijn favoriete nummer van vorig jaar te noemen, maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om Ingydar hier niet te vermelden. Nog een kleine shoutout naar Cradle dan: dat nummer doet zijn naam eer aan en is één van de kalmerendste omhelzingen van liedjes die ik ken. Doet z’n naam eer aan – luisteren jongens.
Toch heeft Lenker met Ingydar al haar eerdere werk overtroffen, en dat heeft ze op twee vlakken gedaan. Het eerste vlak is het meesterlijke tokkeltapijtje dat ze hier geweven heeft: de hoogste drie snaren speelt ze in koppeltjes van drie na elkaar, terwijl de basnoten deze in koppeltjes van twee vergezellen. Op die manier creëert ze dus steeds andere combinaties van snaren, wat een ritmisch ongelooflijk interessant maar vooral bizar hypnotiserend effect geeft. Het is het type tokkeltje dat ik in mezelf met gemak een uur achter elkaar kan spelen, zonder verveeld te raken, en dat heb ik ook regelmatig gedaan. Het tweede vlak waarop Lenker hier haar eerdere oeuvre naar de kroon steekt moet wel de tekst zijn, waarin ze met een Newsom-achtige welbespraaktheid het ontbinden van haar relatie bespreekt. De kernfilosofie van het nummer, “Everything eats and is eaten, time is fed”, is stukken betekenisvoller dan die op het eerste gehoor klinkt. Voor mij is het is een herinnering aan de constante verandering van alles: relaties die je hebt met anderen slokken andere relaties op, en zullen mettertijd (in ieder geval deels) door banden met anderen worden verzwolgen. De voortgang van de tijd is weinig anders dan dat. De pracht hiervan wordt aangetoond door de manier waarop Lenker dit in het eerste couplet beschrijft (het ontbinden van een dood paard in de schuur is tegelijkertijd fragiel en nietsbetekenend), en hoe ze dit vervolgens aan haar eigen uiteenvallende relatie koppelt (“six years in and no baby”). Dit nummer toont aan dat Lenker op muzikaal én tekstueel vlak op eenzame hoogtes staat; ik wacht nog steeds op de dag dat ze breder wordt erkend als één van de belangrijkste folkartiesten van deze generatie.
2
geplaatst: 15 juni 2021, 07:31 uur
hoi123 schreef:
veel te veel tijd te besteden aan deze stukjes voor mijn anonieme internetvriendjes.
veel te veel tijd te besteden aan deze stukjes voor mijn anonieme internetvriendjes.
Zeiden alle partners van de muzieknerds op dit forum

1
geplaatst: 15 juni 2021, 08:33 uur
Johnny Marr schreef:
Check the Rhime is hun beste.
Check the Rhime is hun beste.
Excursions zegt hallo.
Mooie updates though. Lenker is ook vet tof.
0
geplaatst: 15 juni 2021, 17:25 uur
5
geplaatst: 17 juni 2021, 14:19 uur
34. The Field – Everyday
Moment: Geen ander moment denkbaar dan de drop op 2:37.
We zijn inmiddels op twee derde van de lijst; ik ben benieuwd wat jullie grootste ontdekkingen tot nu toe zijn. De mijne is Everyday. Ik had het nummer zo’n zeven jaar niet geluisterd sinds ik het in deze lijst had gegooid, om er vervolgens opnieuw compleet verliefd op te worden toen ik de afgelopen maanden nog even over alles heen ging. Het feit dat ik in de tussentijd noodgedwongen een hardlooproutine heb opgebouwd hielp daarin mee – met hoe voortstuwend dit nummer is weet ik redelijk zeker dat het een minuut van mijn gemiddelde 5k-tijd heeft afgesnoept. Het fijne is ook dat die opzwependheid al vanaf het begin een feit is. Waar het scheppen van een fantastische opbouw bij veel nummers in dit genre betekent dat liedjes zich opbouwen uit niets naar de volle honderd procent (lees: Lump), pakt Axel Willner het hier wat anders aan: het nummer knalt erin alsof we al op de honderd procent zitten, maar Willner blijft er nieuwe extatische lagen overheen gooien, tot je in de laatste minuut helemaal murw gebeukt wordt door de knallende drums, kneiterstrakke synths en die iconische repetitieve voicesample. Net als je denkt dat de grens is bereikt wordt Everyday weer een beetje meer euforisch, op de meest georganiseerde manier denkbaar.
Moment: Geen ander moment denkbaar dan de drop op 2:37.
We zijn inmiddels op twee derde van de lijst; ik ben benieuwd wat jullie grootste ontdekkingen tot nu toe zijn. De mijne is Everyday. Ik had het nummer zo’n zeven jaar niet geluisterd sinds ik het in deze lijst had gegooid, om er vervolgens opnieuw compleet verliefd op te worden toen ik de afgelopen maanden nog even over alles heen ging. Het feit dat ik in de tussentijd noodgedwongen een hardlooproutine heb opgebouwd hielp daarin mee – met hoe voortstuwend dit nummer is weet ik redelijk zeker dat het een minuut van mijn gemiddelde 5k-tijd heeft afgesnoept. Het fijne is ook dat die opzwependheid al vanaf het begin een feit is. Waar het scheppen van een fantastische opbouw bij veel nummers in dit genre betekent dat liedjes zich opbouwen uit niets naar de volle honderd procent (lees: Lump), pakt Axel Willner het hier wat anders aan: het nummer knalt erin alsof we al op de honderd procent zitten, maar Willner blijft er nieuwe extatische lagen overheen gooien, tot je in de laatste minuut helemaal murw gebeukt wordt door de knallende drums, kneiterstrakke synths en die iconische repetitieve voicesample. Net als je denkt dat de grens is bereikt wordt Everyday weer een beetje meer euforisch, op de meest georganiseerde manier denkbaar.
4
geplaatst: 17 juni 2021, 14:21 uur
33. Milton Nascimento – Clube Da Esquina No. 2
Moment: De falsetto der falsetto’s vanaf 3:24.
Clube da Esquina van Milton Nascimento en Lô Borges is allang niet meer mijn meest geluisterde Braziliaanse album, maar het zal wel altijd één van mijn meest dierbare albums uit het land zijn. Allereerst vanwege het feit dat het mijn instapje is geweest in de muzikale rijkdommen die Brazilië had te bieden in vooral de jaren ’70 van de vorige eeuw; allertweedst vanwege de grenzeloze pracht die het titelnummer te bieden heeft. Haters zullen zeggen dat het slechts een semi-instrumentaal intermezzo is, maar echte spelers snappen dat alle schoonheid van de wereld geconcentreerd is in deze drie minuten aan orkestrale MPB. Zoals je citroen moet happen na een shotje tequila (excuus voor de studentikoze vergelijking, ik kon even geen haute-cuisine metafoor bedenken), moet je dit nummer eigenlijk luisteren na het statige, dertig seconden durende Estrelas. Dan komt de bitterzoete vuist in je gezicht van de gruizige gitaartjes vooral aan, en kan je helemaal meegevoerd worden door hoe de rol van de strijkers zich steeds meer ontwikkelt, en hoe Nascimento’s schitterende geneurie over het hoofdmotief steeds uitzinniger wordt. Gelukkig is een anonieme Youtuber dat helemaal met mij eens, en kan ik de combinatie van beide nummers hierboven voor jullie meelinken. Maar goed, ook in zichzelf is Clube Da Esquina No 2. een voorbeeld van zo’n nummer dat uitblinkt in zijn simpele mooiheid: als je het niet hoort, weet ik ook niet hoe ik je ervan kan overtuigen.
Moment: De falsetto der falsetto’s vanaf 3:24.
Clube da Esquina van Milton Nascimento en Lô Borges is allang niet meer mijn meest geluisterde Braziliaanse album, maar het zal wel altijd één van mijn meest dierbare albums uit het land zijn. Allereerst vanwege het feit dat het mijn instapje is geweest in de muzikale rijkdommen die Brazilië had te bieden in vooral de jaren ’70 van de vorige eeuw; allertweedst vanwege de grenzeloze pracht die het titelnummer te bieden heeft. Haters zullen zeggen dat het slechts een semi-instrumentaal intermezzo is, maar echte spelers snappen dat alle schoonheid van de wereld geconcentreerd is in deze drie minuten aan orkestrale MPB. Zoals je citroen moet happen na een shotje tequila (excuus voor de studentikoze vergelijking, ik kon even geen haute-cuisine metafoor bedenken), moet je dit nummer eigenlijk luisteren na het statige, dertig seconden durende Estrelas. Dan komt de bitterzoete vuist in je gezicht van de gruizige gitaartjes vooral aan, en kan je helemaal meegevoerd worden door hoe de rol van de strijkers zich steeds meer ontwikkelt, en hoe Nascimento’s schitterende geneurie over het hoofdmotief steeds uitzinniger wordt. Gelukkig is een anonieme Youtuber dat helemaal met mij eens, en kan ik de combinatie van beide nummers hierboven voor jullie meelinken. Maar goed, ook in zichzelf is Clube Da Esquina No 2. een voorbeeld van zo’n nummer dat uitblinkt in zijn simpele mooiheid: als je het niet hoort, weet ik ook niet hoe ik je ervan kan overtuigen.
6
geplaatst: 22 juni 2021, 13:12 uur
32. Brian Eno – An Ending (Ascent)
Moment: 0:33, wanneer de melodie voor het eerst de hoogte ingaat, hier nog op een wat ijle manier.
Ik werd vanochtend wakker met een berichtje van een vriend die mij een nummer aanraadde met daarbij de boodschap dat hij het zou willen horen spelen als hij de hemel inkomt. Ben ik even blij dat hij niet op musicmeter punt nl zit, want nu kan ik lekker deze beschrijving stelen om An Ending (Ascent) te beschrijven. Zoals sommige mensen denken dat de Egyptenaren hulp hebben gekregen van aliens om hun pyramides te bouwen, ben ik er soms van overtuigd dat Eno hulp van hogerop heeft gekregen om zo’n tijdloos en eindeloos kalm muziekstuk als dit te creëren. De belangrijkste factor daarin moet denk ik de harmonieuze kracht van het nummer zijn: op ieder moment kan je het pauzeren om een harmonie te vinden die nog mooier is dan de vorige. Dat komt mede door de meanderende synths, die op onvoorspelbare maar toch logische momenten de hoogte en laagte ingaan, en mede door de prachtige klankkleur ervan. Deze houdt het midden tussen instrument en engelenstem, en daarbij zijn we weer terug bij de bewering aan het begin: An Ending (Ascent) is hemels.
Moment: 0:33, wanneer de melodie voor het eerst de hoogte ingaat, hier nog op een wat ijle manier.
Ik werd vanochtend wakker met een berichtje van een vriend die mij een nummer aanraadde met daarbij de boodschap dat hij het zou willen horen spelen als hij de hemel inkomt. Ben ik even blij dat hij niet op musicmeter punt nl zit, want nu kan ik lekker deze beschrijving stelen om An Ending (Ascent) te beschrijven. Zoals sommige mensen denken dat de Egyptenaren hulp hebben gekregen van aliens om hun pyramides te bouwen, ben ik er soms van overtuigd dat Eno hulp van hogerop heeft gekregen om zo’n tijdloos en eindeloos kalm muziekstuk als dit te creëren. De belangrijkste factor daarin moet denk ik de harmonieuze kracht van het nummer zijn: op ieder moment kan je het pauzeren om een harmonie te vinden die nog mooier is dan de vorige. Dat komt mede door de meanderende synths, die op onvoorspelbare maar toch logische momenten de hoogte en laagte ingaan, en mede door de prachtige klankkleur ervan. Deze houdt het midden tussen instrument en engelenstem, en daarbij zijn we weer terug bij de bewering aan het begin: An Ending (Ascent) is hemels.
3
geplaatst: 22 juni 2021, 14:20 uur
31. Nick Mulvey – Cucurucu
(Geen filmpje hier te vinden - op Youtube staat alleen maar de singleversie waarin het nummer vakkundig verminkt is, en die kan ik natuurlijk niet delen.)
Moment: Wanneer je het refrein op 2:02 verwacht, maar in plaats daarvoor die heerlijk spannende bridge krijgt.
Ik weet niet of jullie er al klaar voor zijn om te accepteren dat de folkpoprevival in het begin van het vorige decennium wat absolute meesterwerken heeft voortgebracht. Zo niet, dan hoop ik jullie alsnog te kunnen overtuigen aan de hand van Cucurucu van Nick Mulvey.
De eerste reden dat dit nummer het label van Absoluut Meesterwerk verdient ligt in de structuur van de compositie. De spanning die Mulvey hierin opbouwt is ongeëvenaard: hij stelt het eerste refrein uit tot het nummer al voor twee derde klaar is, en plaatst zelfs de bridge ervoor. Door de luisteraar op deze manier muzikaal te edgen zorgt Mulvey dan ook voor een ontlading waar je u tegen zegt op het moment dat dat eerste refrein dan eindelijk langskomt. De tweede kracht van de compositie ligt in de akkoorden, en de heerlijk losse manier waarop Mulvey deze brengt. Bij het beluisteren van een makkelijk in het gehoor liggend liedje als dit is het misschien makkelijk te onderschatten, maar het gitaarloopje dat het liedje uitgeleide doet en dat we daarvoor ook enkele keren horen, is best wel fucking lastig om te spelen. Hetzelfde geldt voor de ritmische hoge slagjes waarmee Mulvey zichzelf begeleidt in de coupletten. Natuurlijk zul je mij nooit horen zeggen dat iets goed is omdat het moeilijk is, maar als je iets moeilijks zo moeiteloos kan laten klinken is dat wel een prestatie. Laten we dan meteen schakelen naar het laatste argument in mijn betoog (die horen volgens mij ook altijd de sterkste te zijn): Cucurucu is zo euforisch als je maar krijgen kan. Juist door die geduldige opbouw, en door de opzwependheid van Mulvey’s gitaarspel, zijn er maar weinig liedjes zo’n meezingbare serotoninetrip als Cucurucu. Mijn ervaring wijst uit dat iedere situatie waarin dit nummer opgezet wordt bij mensen die het kennen uitweidt in het uit volle borst meebrullen van de titel in de laatste minuut. De toegankelijke manier waarop dit liedje ongebreidelde blijheid combineert met een indrukwekkende opbouw en gitaarspel valt alleen maar in dit genre te vinden, en daarom zeg ik jullie: lang leve de folkpop!
(Geen filmpje hier te vinden - op Youtube staat alleen maar de singleversie waarin het nummer vakkundig verminkt is, en die kan ik natuurlijk niet delen.)
Moment: Wanneer je het refrein op 2:02 verwacht, maar in plaats daarvoor die heerlijk spannende bridge krijgt.
Ik weet niet of jullie er al klaar voor zijn om te accepteren dat de folkpoprevival in het begin van het vorige decennium wat absolute meesterwerken heeft voortgebracht. Zo niet, dan hoop ik jullie alsnog te kunnen overtuigen aan de hand van Cucurucu van Nick Mulvey.
De eerste reden dat dit nummer het label van Absoluut Meesterwerk verdient ligt in de structuur van de compositie. De spanning die Mulvey hierin opbouwt is ongeëvenaard: hij stelt het eerste refrein uit tot het nummer al voor twee derde klaar is, en plaatst zelfs de bridge ervoor. Door de luisteraar op deze manier muzikaal te edgen zorgt Mulvey dan ook voor een ontlading waar je u tegen zegt op het moment dat dat eerste refrein dan eindelijk langskomt. De tweede kracht van de compositie ligt in de akkoorden, en de heerlijk losse manier waarop Mulvey deze brengt. Bij het beluisteren van een makkelijk in het gehoor liggend liedje als dit is het misschien makkelijk te onderschatten, maar het gitaarloopje dat het liedje uitgeleide doet en dat we daarvoor ook enkele keren horen, is best wel fucking lastig om te spelen. Hetzelfde geldt voor de ritmische hoge slagjes waarmee Mulvey zichzelf begeleidt in de coupletten. Natuurlijk zul je mij nooit horen zeggen dat iets goed is omdat het moeilijk is, maar als je iets moeilijks zo moeiteloos kan laten klinken is dat wel een prestatie. Laten we dan meteen schakelen naar het laatste argument in mijn betoog (die horen volgens mij ook altijd de sterkste te zijn): Cucurucu is zo euforisch als je maar krijgen kan. Juist door die geduldige opbouw, en door de opzwependheid van Mulvey’s gitaarspel, zijn er maar weinig liedjes zo’n meezingbare serotoninetrip als Cucurucu. Mijn ervaring wijst uit dat iedere situatie waarin dit nummer opgezet wordt bij mensen die het kennen uitweidt in het uit volle borst meebrullen van de titel in de laatste minuut. De toegankelijke manier waarop dit liedje ongebreidelde blijheid combineert met een indrukwekkende opbouw en gitaarspel valt alleen maar in dit genre te vinden, en daarom zeg ik jullie: lang leve de folkpop!
6
geplaatst: 22 juni 2021, 15:02 uur
30. Run the Jewels – Blockbuster Night, Pt. 1
Moment: “The fellows at the top are likely rapists/But you like, "Mellow out man, just relax, it's really not that complicated"”, deels vanwege de voorspellende waarde (Epstein), deels vanwege de geweldig verongelijkte manier waarop EL-P deze boodschap brengt.
Ik heb RTJ lange tijd afgedaan als stuurloze hiphopherrie, terwijl ik veel genregenoten in hun hoekje wel kon waarderen. Gigantische fout natuurlijk, want zeker op hun tweede album hebben ze bewezen absolute meesters te zijn in het maken van absolute bangers die druipen van het politieke engagement. Blockbuster Night Pt. 1 is het beste voorbeeld om dit aan te tonen, als je het mij vraagt: van zo’n geniale beatdrop in een nummer als deze wil je niks anders dan de feestelijke/maatschappelijke tent afbreken. Gooi daar bovenop de indringende woede in de raps van Killer Mike en El-P, een hoeveelheid alliteratie waar je leraar Engels het van in zijn broek zou doen, en een kenmerkende sneer naar de machthebbers en als kers op de taart nóg zo’n beatdrop rondom het scherpste moment van het nummer (zie hierboven), en je begrijpt misschien waarom dit tot mijn favorieten behoort. Probeer maar eens cooler te zijn dan deze twee veertigers.
Moment: “The fellows at the top are likely rapists/But you like, "Mellow out man, just relax, it's really not that complicated"”, deels vanwege de voorspellende waarde (Epstein), deels vanwege de geweldig verongelijkte manier waarop EL-P deze boodschap brengt.
Ik heb RTJ lange tijd afgedaan als stuurloze hiphopherrie, terwijl ik veel genregenoten in hun hoekje wel kon waarderen. Gigantische fout natuurlijk, want zeker op hun tweede album hebben ze bewezen absolute meesters te zijn in het maken van absolute bangers die druipen van het politieke engagement. Blockbuster Night Pt. 1 is het beste voorbeeld om dit aan te tonen, als je het mij vraagt: van zo’n geniale beatdrop in een nummer als deze wil je niks anders dan de feestelijke/maatschappelijke tent afbreken. Gooi daar bovenop de indringende woede in de raps van Killer Mike en El-P, een hoeveelheid alliteratie waar je leraar Engels het van in zijn broek zou doen, en een kenmerkende sneer naar de machthebbers en als kers op de taart nóg zo’n beatdrop rondom het scherpste moment van het nummer (zie hierboven), en je begrijpt misschien waarom dit tot mijn favorieten behoort. Probeer maar eens cooler te zijn dan deze twee veertigers.
4
geplaatst: 23 juni 2021, 23:18 uur
29. Young Fathers – Queen Is Dead
Moment: Spotify: de extra snijdende synths die vanaf 2:31 het nummer uitgeleide doen. Youtube: het "Interesting development" over de aanzwellende instrumentatie rond 2:13.
In de tijdspanne sinds mijn vorige lijst ben ik Ichiko-level fanboy van Young Fathers geworden, waarna ik deze liefde heb laten verwateren, om de afgelopen tijd weer te ontdekken hoe verontrustend goed deze zelfbenoemde psychedelische hiphopboyband ook alweer is. Queen Is Dead heeft me aan het begin hun discografie in gesleept, en zal ook altijd hét pronkstuk van hun oeuvre voor me blijven. Het is me een raadsel hoe een nummer tegelijkertijd zo onheilspellend als opzwepend kan zijn. Toegegeven, het is alleen nog dat eerste wanneer Alloysious Massaquoi over loeiende sirenes zijn cryptische boodschap voordraagt wanneer het nummer begint, maar zodra na de eerste minuut de bom ontploft, weet ik nog steeds niet of ik nou even bezeten moet dansen als dat deze mannen aan het schreeuwen zijn, of me in een hoekje moet verstoppen. De sarcastische en nog steeds even cryptische preek van Alloysious Massaquoi over al het synthgeweld maakt het geheel er ook niet minder naargeestig op. In de bijgelinkte singleversie komt dit zeldzaam genoeg beter tot zijn recht: ik keek hem net terug en kreeg zonder overdrijven een brok in mijn keel van de geweldigheid die er over me heen werd gestort. Destijds heeft mijn fanatieke Young Fathers-activisme nooit veel voor elkaar kunnen krijgen, hopen dat dat nu met jullie beter lukt.
Moment: Spotify: de extra snijdende synths die vanaf 2:31 het nummer uitgeleide doen. Youtube: het "Interesting development" over de aanzwellende instrumentatie rond 2:13.
In de tijdspanne sinds mijn vorige lijst ben ik Ichiko-level fanboy van Young Fathers geworden, waarna ik deze liefde heb laten verwateren, om de afgelopen tijd weer te ontdekken hoe verontrustend goed deze zelfbenoemde psychedelische hiphopboyband ook alweer is. Queen Is Dead heeft me aan het begin hun discografie in gesleept, en zal ook altijd hét pronkstuk van hun oeuvre voor me blijven. Het is me een raadsel hoe een nummer tegelijkertijd zo onheilspellend als opzwepend kan zijn. Toegegeven, het is alleen nog dat eerste wanneer Alloysious Massaquoi over loeiende sirenes zijn cryptische boodschap voordraagt wanneer het nummer begint, maar zodra na de eerste minuut de bom ontploft, weet ik nog steeds niet of ik nou even bezeten moet dansen als dat deze mannen aan het schreeuwen zijn, of me in een hoekje moet verstoppen. De sarcastische en nog steeds even cryptische preek van Alloysious Massaquoi over al het synthgeweld maakt het geheel er ook niet minder naargeestig op. In de bijgelinkte singleversie komt dit zeldzaam genoeg beter tot zijn recht: ik keek hem net terug en kreeg zonder overdrijven een brok in mijn keel van de geweldigheid die er over me heen werd gestort. Destijds heeft mijn fanatieke Young Fathers-activisme nooit veel voor elkaar kunnen krijgen, hopen dat dat nu met jullie beter lukt.
10
geplaatst: 23 juni 2021, 23:42 uur
hoi123 schreef:
(ben er achteraf achtergekomen dat ik Sparklehorse - Cow nog ben vergeten, terwijl die wel echt rond plek 20 hoort)
This one goes out to you, 2014-hoi123!(ben er achteraf achtergekomen dat ik Sparklehorse - Cow nog ben vergeten, terwijl die wel echt rond plek 20 hoort)
28. Sparklehorse – Cow
Moment: 2:35, wanneer het mooie meisje een koe melkt.
Het is vreemd: aan de ene kant zou ik mezelf wel meer dan borsten- of billenman als tekstenman wilen bestempelen (oke grapje, billen > teksten > borsten); aan de andere kant kunnen liedjes waar ik tekstueel geen stront van begrijp me nog steeds ongelooflijk raken, zoals Cow. Ik zou mezelf denk ik ook een beetje voor gek zetten als ik jullie lastig zou vallen met een uit de lucht gegrepen poëtische interpretatie achter het meest emotioneel ontladende moment van het nummer, namelijk wanneer er “Pretty girl, milking a cow, oh yeah” wordt gezongen. Ik zal mijn consistente ontroering op dit punt van het liedje maar flauw verklaren door de sprekende kracht van de muziek eromheen. Die is er dan ook nogal. Al voordat het nummer uitbarst overstroomt Cow van de emotionele intensiteit, alleen al door de klaaglijke accordeon, Mark Linkous’ onvaste gemompel en het iconische banjoloopje. Na dat eerdergenoemde moment barst het nummer dan ook nog eens uit, en ik blijf me verbazen over de cathartische kracht van wat op zich een minutenlang langzaam uitrazend instrumentaal outro is. In ieder geval weet ik dat de rammelende gitaarsolo erin ongeveer iedere solo ooit verslaat, en dat het geluid van de banjo in zijn tweehonderdjarige bestaan helaas is gepiekt in 1995. Uiteindelijk kunnen instrumenten soms toch meer zeggen in muziek dan woorden, bewijst Cow.
1
geplaatst: 24 juni 2021, 00:09 uur
Cow
Had nog bijna mijn top 100 gehaald. Ook geen idee waar hij over zingt, maar de muziek klinkt inderdaad zo emotioneel, en ook hoopvol.
Had nog bijna mijn top 100 gehaald. Ook geen idee waar hij over zingt, maar de muziek klinkt inderdaad zo emotioneel, en ook hoopvol.
1
geplaatst: 24 juni 2021, 11:47 uur
Sparklehorse 
Cow is niet mijn favoriet, maar wel die van MusicMeter.
Young Fathers
Heeft de titel nog iets met The Smiths te maken?

Cow is niet mijn favoriet, maar wel die van MusicMeter.
Young Fathers

Heeft de titel nog iets met The Smiths te maken?
Dit topic is gesloten. Alleen moderators kunnen nog berichten plaatsen.
* denotes required fields.

