Hier kun je zien welke berichten Poles Apart als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Blondie Chaplin - Blondie Chaplin (1977)

3,0
0
geplaatst: 12 april 2009, 12:50 uur
De uit Zuid-Afrika afkomstige gitarist Blondie Chaplin werd vooral bekend als kortstondig lid van The Beach Boys. Samen met maatje Ricky Fataar (drums) maakte hij een aantal jaren deel uit van de legendarische popband (om precies te zijn van 1971 tot en met 1973, Fataar zou nog een jaartje langer blijven). Daarvoor zaten de twee in de band The Flame, ook bekend als The Flames. Het album "The Flame" is een fraai staaltje powerpop, met een Beatlesachtig geluid.
Tegenwoordig maakt hij regelmatig deel uit van de live band van The Rolling Stones, en werkte hij daarvoor ook samen met Rick Danko (en andere leden van The Band), Gene Clark e.a.
Dit solo album uit 1977 ligt qua geluid een beetje in het verlengde van het album van The Flame, al liggen de Beatles invloeden er een stuk minder bovenop dit keer. Chaplin is een uitstekend zanger, met een prachtige stem (luister bijvoorbeeld maar eens naar het Beach Boys nummer "Sail On Sailor"), en de songs zitten allemaal goed in elkaar, met voldoende afwisseling, er staan een paar ballads tussen maar op het merendeel van de tracks wordt behoorlijk door gerocked, de hoesfoto spreekt wat dat betreft voor zich.
Tegenwoordig maakt hij regelmatig deel uit van de live band van The Rolling Stones, en werkte hij daarvoor ook samen met Rick Danko (en andere leden van The Band), Gene Clark e.a.
Dit solo album uit 1977 ligt qua geluid een beetje in het verlengde van het album van The Flame, al liggen de Beatles invloeden er een stuk minder bovenop dit keer. Chaplin is een uitstekend zanger, met een prachtige stem (luister bijvoorbeeld maar eens naar het Beach Boys nummer "Sail On Sailor"), en de songs zitten allemaal goed in elkaar, met voldoende afwisseling, er staan een paar ballads tussen maar op het merendeel van de tracks wordt behoorlijk door gerocked, de hoesfoto spreekt wat dat betreft voor zich.
Bob Mosley - Bob Mosley (1972)

4,0
0
geplaatst: 13 december 2009, 16:32 uur
Bob Mosley zat in Moby Grape (als bassist/zanger) en speelde ook nog even kortstondig met Neil Young in een bandje genaamd The Ducks (van wie overigens alleen live materiaal circuleert).
Voor Moby Grape schreef hij o.a. nummers als "Mr. Blues", "City Lights", "Come in the Morning" en "Bitter Wind". Hij verliet de band, werd marinier en later zwerver, speelde op straat en in kleine cafeetjes/clubs, keerde weer terug bij Moby Grape en bracht langzaam z'n leven weer op de rails. Ook nam hij in de tussentijd een paar solo albums op, waarvan deze uit 1972 de eerste is, en, naast een EP-tje uit 1986 genaamd "Wine & Roses", ook de enige die ik ken, en het is een uitstekende rock & roll plaat met behoorlijk wat rhythm & blues/soul invloeden (bijvoorbeeld op "Let the Music Play" en "Squaw Valley Nils (Hocked Soul)").
De geweldig rockende opener "The Joker" knalt er gelijk lekker in, vooral ook door de krachtige en ruige stem van Bob, het is meteen een hoogtepunt, dat nummer had zo op een Moby Grape plaat gekund (net als het Cream-achtige "Hand In Hand"), "Gypsy Wedding" stond in een andere uitvoering al op "20 Granite Creek" uit 1971. "Thanks" is dan weer pure country rock, "Where Do The Birds Go" opnieuw een stevige en strakke rocksong.
"Gone Fishin'" is een vrij simpel en luchtig, maar ook aanstekelijk nummer dat nog meer variatie aan de plaat toevoegt.
De vaak bejubelde Alexander "Skip" Spence voegde het dromerige, zweverige en psychedelische toe aan Moby Grape, en zijn enige solo werk "Oar" geldt als geniaal en onovertroffen, dit sterke solo album van Mosley laat zien dat ook hij goed op eigen benen kon staan en dan iets moois kon afleveren. Vier sterren, want het is 36 minuten lang genieten voor de liefhebber en Grape-fan.
Voor Moby Grape schreef hij o.a. nummers als "Mr. Blues", "City Lights", "Come in the Morning" en "Bitter Wind". Hij verliet de band, werd marinier en later zwerver, speelde op straat en in kleine cafeetjes/clubs, keerde weer terug bij Moby Grape en bracht langzaam z'n leven weer op de rails. Ook nam hij in de tussentijd een paar solo albums op, waarvan deze uit 1972 de eerste is, en, naast een EP-tje uit 1986 genaamd "Wine & Roses", ook de enige die ik ken, en het is een uitstekende rock & roll plaat met behoorlijk wat rhythm & blues/soul invloeden (bijvoorbeeld op "Let the Music Play" en "Squaw Valley Nils (Hocked Soul)").
De geweldig rockende opener "The Joker" knalt er gelijk lekker in, vooral ook door de krachtige en ruige stem van Bob, het is meteen een hoogtepunt, dat nummer had zo op een Moby Grape plaat gekund (net als het Cream-achtige "Hand In Hand"), "Gypsy Wedding" stond in een andere uitvoering al op "20 Granite Creek" uit 1971. "Thanks" is dan weer pure country rock, "Where Do The Birds Go" opnieuw een stevige en strakke rocksong.
"Gone Fishin'" is een vrij simpel en luchtig, maar ook aanstekelijk nummer dat nog meer variatie aan de plaat toevoegt.
De vaak bejubelde Alexander "Skip" Spence voegde het dromerige, zweverige en psychedelische toe aan Moby Grape, en zijn enige solo werk "Oar" geldt als geniaal en onovertroffen, dit sterke solo album van Mosley laat zien dat ook hij goed op eigen benen kon staan en dan iets moois kon afleveren. Vier sterren, want het is 36 minuten lang genieten voor de liefhebber en Grape-fan.
Brian Wilson - Playback (2017)
Alternatieve titel: The Anthology

2,0
0
geplaatst: 12 september 2017, 16:23 uur
Na een ontelbare hoeveelheid Beach Boys verzamelaars is hier dan eindelijk de eerste solo-verzamelaar van de inmiddels 75-jarige Brian WIlson, en het is een beetje een natte vinger uitgave, er zit niet echt een gedachte achter de songkeuzes, de willekeur regeert.
Solo hits heeft Brian eigenlijk nooit gehad, "Love and Mercy" zal het bekendste nummer op deze collectie zijn (z'n versies van Beach Boys nummers als "Surf's Up" even niet meegeteld). Helaas zijn de samenstellers niet "all the way" gegaan, waarom bijvoorbeeld niet de beste albumtracks bundelen met onuitgebracht materiaal (er zijn bijvoorbeeld heel wat home demo's van Wilson die zeer interessant zouden kunnen zijn) op een dubbel-CD? Een gemiste kans.
"Some Sweet Day" en "Run James Run" zijn onuitgebrachte nummers die zijn toegevoegd om de fans toch nog iets 'nieuws' te bieden.
Geen aan te raden verzameling derhalve, zelfs niet als instapper, er staat bijvoorbeeld niet eens iets op van z'n meest recente album "No Pier Pressure", dat best geslaagd te noemen is, en als geheel prettiger in het gehoor ligt dan de ietwat geforceerd klinkende Beach Boys reünie/zwanenzang "That's Why God Made the Radio".
Z'n solo debuut, "Orange Crate Art" (met "Smile"-buddy Van Dyke Parks), "That Lucky Old Sun", "Brian Wilson Presents SMiLE" en dus ook "No Pier Pressure" kunnen met een gerust hart aangeschaft/beluisterd worden, de rest van 's man's solo werk is hit-and-miss, net als deze Anthology.
Solo hits heeft Brian eigenlijk nooit gehad, "Love and Mercy" zal het bekendste nummer op deze collectie zijn (z'n versies van Beach Boys nummers als "Surf's Up" even niet meegeteld). Helaas zijn de samenstellers niet "all the way" gegaan, waarom bijvoorbeeld niet de beste albumtracks bundelen met onuitgebracht materiaal (er zijn bijvoorbeeld heel wat home demo's van Wilson die zeer interessant zouden kunnen zijn) op een dubbel-CD? Een gemiste kans.
"Some Sweet Day" en "Run James Run" zijn onuitgebrachte nummers die zijn toegevoegd om de fans toch nog iets 'nieuws' te bieden.
Geen aan te raden verzameling derhalve, zelfs niet als instapper, er staat bijvoorbeeld niet eens iets op van z'n meest recente album "No Pier Pressure", dat best geslaagd te noemen is, en als geheel prettiger in het gehoor ligt dan de ietwat geforceerd klinkende Beach Boys reünie/zwanenzang "That's Why God Made the Radio".
Z'n solo debuut, "Orange Crate Art" (met "Smile"-buddy Van Dyke Parks), "That Lucky Old Sun", "Brian Wilson Presents SMiLE" en dus ook "No Pier Pressure" kunnen met een gerust hart aangeschaft/beluisterd worden, de rest van 's man's solo werk is hit-and-miss, net als deze Anthology.
Brian Wilson and Van Dyke Parks - Orange Crate Art (1995)

3,0
0
geplaatst: 2 januari 2009, 16:02 uur
Een dikke twee jaar werd er aan dit album, een lofzang aan het Californië van weleer, gewerkt. Eigenlijk was het de bedoeling dat de samenwerking tussen deze twee oude vrienden beperkt zou zijn gebleven tot een nummer (de titeltrack), maar omdat het Parks al snel zo goed beviel en hij van mening was dat hij nog enigszins in het krijt stond bij Wilson (die in 1966 de jonge en nog redelijk onbekende Parks binnenhaalde om de teksten voor The Beach Boys' nooit voltooide opus "SMiLE" te leveren) werd er besloten om het hele album als "Brian Wilson & Van Dyke Parks" te voltooien.
Het is echter muzikaal een echt Van Dyke Parks album. Brian Wilson verzorgt louter de zang, hij schreef geen enkel nummer of tekst, bespeelt geen instrument en bemoeide zich niet met de productie, en omdat hij zich voor een keer eens niet geforceerd hoeft te gedragen als 'Brian Wilson' lukt het hem om ontspannen en wel voor de dag te komen en zich geheel te concentreren op de vocalen. Voor Wilson werkte het bevrijdend, wat ertoe leidde dat hij zelf ook weer zin kreeg in het maken van muziek.
De sfeer die deze plaat weet op te roepen is er een van nostalgie, ontspanning en zwoele zomeravonden.
Niet een nummer steekt er echt bovenuit (al zijn "Sail Away" en het hierboven ook genoemde "Movies Is Magic" zeer fraai), het is een coherent geheel met, zoals op bijna ieder Van Dyke Parks album, heel veel aandacht voor detail en variatie, er wordt zelden tot nooit gekozen voor de gemakkelijke weg.
Dit album gaat trouwens wonderwel samen met Brian's puike "That Lucky Old Sun" (2008), waarvoor Parks enkele teksten schreef, en kan dan ook moeiteloos als 'het oudere broertje van' gezien worden.
"Orange crate art was a place to start
Orange crate art was a world apart"
"Hear the lonesome locomotion roar
Hobo hop on if you dare"
Het is echter muzikaal een echt Van Dyke Parks album. Brian Wilson verzorgt louter de zang, hij schreef geen enkel nummer of tekst, bespeelt geen instrument en bemoeide zich niet met de productie, en omdat hij zich voor een keer eens niet geforceerd hoeft te gedragen als 'Brian Wilson' lukt het hem om ontspannen en wel voor de dag te komen en zich geheel te concentreren op de vocalen. Voor Wilson werkte het bevrijdend, wat ertoe leidde dat hij zelf ook weer zin kreeg in het maken van muziek.
De sfeer die deze plaat weet op te roepen is er een van nostalgie, ontspanning en zwoele zomeravonden.
Niet een nummer steekt er echt bovenuit (al zijn "Sail Away" en het hierboven ook genoemde "Movies Is Magic" zeer fraai), het is een coherent geheel met, zoals op bijna ieder Van Dyke Parks album, heel veel aandacht voor detail en variatie, er wordt zelden tot nooit gekozen voor de gemakkelijke weg.
Dit album gaat trouwens wonderwel samen met Brian's puike "That Lucky Old Sun" (2008), waarvoor Parks enkele teksten schreef, en kan dan ook moeiteloos als 'het oudere broertje van' gezien worden.
"Orange crate art was a place to start
Orange crate art was a world apart"
"Hear the lonesome locomotion roar
Hobo hop on if you dare"
Bruce Johnston - Going Public (1977)

2,0
0
geplaatst: 23 mei 2009, 16:28 uur
Deze heb ik nou niet bepaald toegevoegd omdat het zo'n sterk album is, maar louter om een wat beter beeld te geven van wat de leden van the Beach Boys zoal aan solo materiaal hebben uitgebracht. Dit naar aanleiding van de succesvolle en geslaagde heruitgave van Dennis Wilson's "Pacific Ocean Blue" verleden jaar.
Bruce Johnston trad in 1965 toe tot the Beach Boys, voornamelijk omdat Brian Wilson het touren zat was en zich wilde gaan toeleggen op studiowerk. Daarvoor had Johnston zelf al behoorlijk wat succes gehad samen met Terry Melcher als "Bruce & Terry", zij maakten best aardige poppy surfdeuntjes. En o.a. in 1963 bracht hij al het nu wat flauw klinkende solo album "Surfin' 'Round The World" uit.
Veel nummers voor de band schreef hij niet, maar toch, de songs die uit z'n pen kwamen mogen er stuk voor stuk wezen: de twee van "Sunflower" afkomstige nummers "Tears In The Morning" (zowaar een hit hier in Nederland) en "Deirdre", maar ook het prachtige instrumentale "The Nearest Faraway Place" (op "20/20").
Tijdens de opnames voor het Beach Boys album "Carl & The Passions - So Tough" (1972) verliet Bruce de band, om pas in 1978 weer terug te keren voor het album "LA (Light Album)", wat mede door hem geproduceerd werd.
Een jaar daarvoor bracht hij echter dit album uit, en het is teleurstellend zwak. Bruce heeft een mooie, zachte stem, niet zo mooi en veelzijdig als Carl Wilson, maar perfect geschikt voor het balladachtige werk zoals "Tears In The Morning". Een nummer van dat niveau is echter niet op "Going Public" te vinden.
Opener "I Write The Songs" (een ode aan Brian Wilson) was een klein hitje destijds, en is nog wel aardig te noemen. De disco remake van "Deirdre" (wat op "Sunflower" nog een leuk, lief, sfeervol liedje was) raakt eigenlijk kant nog wal.
"Disney Girls" staat in een veel betere uitvoering (met de toevoeging "1957") ook al op het klassieke Beach Boys album "Surf's Up" (1971), en het was al een mierzoet nummer, maar hier wordt het gewoonweg te zoet.
En dat is ook het manco van de rest van de songs hier, ze zijn te glad, te zwak, te makkelijk (zie "Rendezvous"), te slecht (een overlever is hij zeker, maar geen "Rock and Roll Survivor"), vergelijk dat eens met de grandeur van "Pacific Ocean Blue". Het is niet vreemd dat Bruce hierna nooit meer een nieuw album gemaakt heeft, en tegenwoordig met Mike Love de wereld afgaat als "The Beach Boys", het zij zo, z'n stem is nog altijd dik in orde, en dat is ook het enige dat goed genoemd kan worden op deze plaat.
Bruce Johnston trad in 1965 toe tot the Beach Boys, voornamelijk omdat Brian Wilson het touren zat was en zich wilde gaan toeleggen op studiowerk. Daarvoor had Johnston zelf al behoorlijk wat succes gehad samen met Terry Melcher als "Bruce & Terry", zij maakten best aardige poppy surfdeuntjes. En o.a. in 1963 bracht hij al het nu wat flauw klinkende solo album "Surfin' 'Round The World" uit.
Veel nummers voor de band schreef hij niet, maar toch, de songs die uit z'n pen kwamen mogen er stuk voor stuk wezen: de twee van "Sunflower" afkomstige nummers "Tears In The Morning" (zowaar een hit hier in Nederland) en "Deirdre", maar ook het prachtige instrumentale "The Nearest Faraway Place" (op "20/20").
Tijdens de opnames voor het Beach Boys album "Carl & The Passions - So Tough" (1972) verliet Bruce de band, om pas in 1978 weer terug te keren voor het album "LA (Light Album)", wat mede door hem geproduceerd werd.
Een jaar daarvoor bracht hij echter dit album uit, en het is teleurstellend zwak. Bruce heeft een mooie, zachte stem, niet zo mooi en veelzijdig als Carl Wilson, maar perfect geschikt voor het balladachtige werk zoals "Tears In The Morning". Een nummer van dat niveau is echter niet op "Going Public" te vinden.
Opener "I Write The Songs" (een ode aan Brian Wilson) was een klein hitje destijds, en is nog wel aardig te noemen. De disco remake van "Deirdre" (wat op "Sunflower" nog een leuk, lief, sfeervol liedje was) raakt eigenlijk kant nog wal.
"Disney Girls" staat in een veel betere uitvoering (met de toevoeging "1957") ook al op het klassieke Beach Boys album "Surf's Up" (1971), en het was al een mierzoet nummer, maar hier wordt het gewoonweg te zoet.
En dat is ook het manco van de rest van de songs hier, ze zijn te glad, te zwak, te makkelijk (zie "Rendezvous"), te slecht (een overlever is hij zeker, maar geen "Rock and Roll Survivor"), vergelijk dat eens met de grandeur van "Pacific Ocean Blue". Het is niet vreemd dat Bruce hierna nooit meer een nieuw album gemaakt heeft, en tegenwoordig met Mike Love de wereld afgaat als "The Beach Boys", het zij zo, z'n stem is nog altijd dik in orde, en dat is ook het enige dat goed genoemd kan worden op deze plaat.
