Hier kun je zien welke berichten Thatorchie als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Ashnikko - Smoochies (2025)

3,5
0
geplaatst: 19 oktober 2025, 20:06 uur
Ashnikko ontdekte ik dankzij haar Halloweenies, singles die ze ieder jaar uitbrengt in het kader van Halloween. Na enkele van haar spookachtige, maar seksueel getinte nummers bleken ook delen van haar ‘normale’ discografie bij mij in de smaak te vallen. Hierbij moet je ‘normaal’ niet te zwaar opvatten, aangezien Ashton Nicole Casey het gewend is om een heel blik open te trekken aan verwijzingen naar popcultuur, niet vies is van seks en graag speelt met feministische thema’s. En op Smoochies is dit niet veel anders.
Toen de eerste single ‘Itty Bitty’ werd uitgebracht, moest ik even slikken. Hoewel het nummer erg catchy is en de cover creatief gevonden, een soort geïntegreerd minirokje aan het menselijk lichaam (pin me er niet op vast), hoopte ik dat de nieuwe plaat wel iets meer te bieden zou hebben dan teksten à la “Can you see my pussy? Can you see my ass when I bend over?”. Na het beluisteren van Smoochies in zijn geheel kan ik zeggen dat ik er nu minder over val. Smoochies biedt namelijk genoeg variatie.
Zo heeft het ‘Liquid’ van Ashnikko iets weg van Lindsay Lohans single 'Rumors' en Britney’s self-titled album. De clip doet mij zelfs denken aan Britneys 'Overprotected'. Daarentegen doet ‘Microplastics’, waarin Ashnikko bezingt dat zij je in haar lichaam wil zoals microplastics, mij eerder denken aan Gwen Stefani’s solomuziek door de '"uh-uhs” en soundbites.
Bij de titel ‘Skin Cleared’ moest ik eerst denken aan de veelgebruikte uitdrukking “my skin is cleared”, die op social media wordt gebruikt voor een gebeurtenis die zeer positief wordt ontvangen. Ashnikko verwijst met ‘Skin Cleared’ in het gelijknamige nummer naar de positieve ontwikkeling waarbij haar huid weer zuiver is na een break-up. Schijnbaar was een bepaalde relatie toch van stressvolle en ongezonde aard.
Als "little trinket girl" verzamelt Ashnikko in ‘Trinkets’ eigenlijk mannen als prulletjes, waarmee de Amerikaanse de spot drijft met de objectificatie waar vrouwen normaal gesproken mee te maken hebben. Dit keer worden de rollen echter omgedraaid: mannen worden gereduceerd tot objecten die enkel dienen voor genot. “Looking for something shiny for my nest? […] I collect them all, trinkets, souvenirs. Pretty princess boys, they're my found objects.”
En in de popsong ‘Smoochie Girl’ wordt het gevoel van verliefd worden beschreven door Ashnikko en gespeeld met vervreemding in de passage: “Just wanna see your childhood bedsheets and be friends with your mom”. Waarbij ik mij direct afvroeg of dit iets typisch Amerikaans is, van die kinderlijke dekbedovertrekken waar de ouders geen afstand kunnen doen en je waarschijnlijk mee wordt ingestopt als je daar onverhoopt blijft overnachten als volwassene.
Mijn persoonlijke favoriet op Smoochies is ‘Lip Smackers’, door de licht oosterse invloeden en omdat het muzikaal soms iets wegheeft van het Russische duo IC3PEAK. Geen genregenoten, maar beiden wel bekend om hun absurdistische teksten.
Verder is ‘Baby Teeth’ een nummer dat niet had misstaan op de vorige langspeler, Weedkiller. En met ‘IT Girl’ laat Ashnikko zien ook een serieuzere kant te hebben. ‘IT Girl’ is misschien wel het meest gelaagde nummer dat Ashnikko ooit heeft uitgebracht, waarin ze blootlegt dat er van vrouwen generatie op generatie andere dingen in de maatschappij worden verwacht dan van mannen en het vooral om schoonheid draait:
You could buy a whole world with a face like that
I cried lookin' in my mom's makeup bag
I'm hollowed out, I look good, treat me like termite wood
Mother, daughter, daisy chain
I was born to fan the flame
Why can't you treat me like my brothers?
Later wil Ashnikko het IT-Girl-gedeelte van haarzelf doden, zodat er meer ruimte komt voor wie ze daadwerkelijk is. En niet eindigen als lid van de Club van 27, getalenteerde muzikanten die nooit ouder hebben mogen worden.
Smoochies -met of zonder minirokje - heeft meer om het lijf dan je op het eerste gezicht zou denken, zeker als je alleen de eerste single ‘Itty Bitty’ hebt gehoord. Het is vooral een lekker in het gehoor liggende electropopplaat met gewaagde teksten en vele verwijzingen naar het popcultuurdiscours, waarmee Ashnikko laat zien dat ze het leven gelukkig nog steeds niet zo serieus neemt.
Toen de eerste single ‘Itty Bitty’ werd uitgebracht, moest ik even slikken. Hoewel het nummer erg catchy is en de cover creatief gevonden, een soort geïntegreerd minirokje aan het menselijk lichaam (pin me er niet op vast), hoopte ik dat de nieuwe plaat wel iets meer te bieden zou hebben dan teksten à la “Can you see my pussy? Can you see my ass when I bend over?”. Na het beluisteren van Smoochies in zijn geheel kan ik zeggen dat ik er nu minder over val. Smoochies biedt namelijk genoeg variatie.
Zo heeft het ‘Liquid’ van Ashnikko iets weg van Lindsay Lohans single 'Rumors' en Britney’s self-titled album. De clip doet mij zelfs denken aan Britneys 'Overprotected'. Daarentegen doet ‘Microplastics’, waarin Ashnikko bezingt dat zij je in haar lichaam wil zoals microplastics, mij eerder denken aan Gwen Stefani’s solomuziek door de '"uh-uhs” en soundbites.
Bij de titel ‘Skin Cleared’ moest ik eerst denken aan de veelgebruikte uitdrukking “my skin is cleared”, die op social media wordt gebruikt voor een gebeurtenis die zeer positief wordt ontvangen. Ashnikko verwijst met ‘Skin Cleared’ in het gelijknamige nummer naar de positieve ontwikkeling waarbij haar huid weer zuiver is na een break-up. Schijnbaar was een bepaalde relatie toch van stressvolle en ongezonde aard.
Als "little trinket girl" verzamelt Ashnikko in ‘Trinkets’ eigenlijk mannen als prulletjes, waarmee de Amerikaanse de spot drijft met de objectificatie waar vrouwen normaal gesproken mee te maken hebben. Dit keer worden de rollen echter omgedraaid: mannen worden gereduceerd tot objecten die enkel dienen voor genot. “Looking for something shiny for my nest? […] I collect them all, trinkets, souvenirs. Pretty princess boys, they're my found objects.”
En in de popsong ‘Smoochie Girl’ wordt het gevoel van verliefd worden beschreven door Ashnikko en gespeeld met vervreemding in de passage: “Just wanna see your childhood bedsheets and be friends with your mom”. Waarbij ik mij direct afvroeg of dit iets typisch Amerikaans is, van die kinderlijke dekbedovertrekken waar de ouders geen afstand kunnen doen en je waarschijnlijk mee wordt ingestopt als je daar onverhoopt blijft overnachten als volwassene.
Mijn persoonlijke favoriet op Smoochies is ‘Lip Smackers’, door de licht oosterse invloeden en omdat het muzikaal soms iets wegheeft van het Russische duo IC3PEAK. Geen genregenoten, maar beiden wel bekend om hun absurdistische teksten.
Verder is ‘Baby Teeth’ een nummer dat niet had misstaan op de vorige langspeler, Weedkiller. En met ‘IT Girl’ laat Ashnikko zien ook een serieuzere kant te hebben. ‘IT Girl’ is misschien wel het meest gelaagde nummer dat Ashnikko ooit heeft uitgebracht, waarin ze blootlegt dat er van vrouwen generatie op generatie andere dingen in de maatschappij worden verwacht dan van mannen en het vooral om schoonheid draait:
You could buy a whole world with a face like that
I cried lookin' in my mom's makeup bag
I'm hollowed out, I look good, treat me like termite wood
Mother, daughter, daisy chain
I was born to fan the flame
Why can't you treat me like my brothers?
Later wil Ashnikko het IT-Girl-gedeelte van haarzelf doden, zodat er meer ruimte komt voor wie ze daadwerkelijk is. En niet eindigen als lid van de Club van 27, getalenteerde muzikanten die nooit ouder hebben mogen worden.
Smoochies -met of zonder minirokje - heeft meer om het lijf dan je op het eerste gezicht zou denken, zeker als je alleen de eerste single ‘Itty Bitty’ hebt gehoord. Het is vooral een lekker in het gehoor liggende electropopplaat met gewaagde teksten en vele verwijzingen naar het popcultuurdiscours, waarmee Ashnikko laat zien dat ze het leven gelukkig nog steeds niet zo serieus neemt.
Deftones - Private Music (2025)

4,0
1
geplaatst: 30 augustus 2025, 13:34 uur
Als tiener luisterde ik vooral Europese metal en had ik maar beperkt interesse in de Amerikaanse nu-metalhype, waardoor ik Deftones aan mij voorbij had laten gaan. Het was Diamond Eyes waarmee ik als jonge twintiger in aanraking kwam en dat mij deed inzien dat ik een band met een zeer solide discografie (die inmiddels tien langspelers telt) onterecht links had laten liggen. Gelukkig was ik niet meer de koppige tiener, maar inmiddels een jongvolwassene die wel openstond voor verandering en het herzien van haar mening.
En ook de Deftones, die inmiddels al meer dan 30(!) jaar actief zijn, stonden open voor verandering. Waar ze vroeger meer een standaard nu-metal-sound hadden, hebben ze hun geluid echt wel ontwikkeld, waarvan andere bands het zeker geen straf vinden om in één adem genoemd te worden met deze Amerikaanse alternatieve grootheden.
Waar ik Ohms en Gore een stuk minder sterk over de gehele linie vond, vind ik private music (ja, met kleine letters) eigenlijk op alle fronten van bovengemiddelde kwaliteit als we de volledige discografie van Deftones in het achterhoofd houden.
Neem nou bijvoorbeeld de eerste single, 'My Mind is A Mountain'. Als opener van private music word je direct het ruige, ongetemde landschap ingezogen, terwijl je je tekstueel begeeft in een beklemmende ruimte: 'We've been waiting here patiently / Locked in this state, clocking our time' en 'Negative space in cycles / Destroying our mental / Remains in our conscious / Constant.'
Dit nummer weet perfect de sfeer neer te zetten waarom ik graag naar de Deftones luister, maar het gevaar schuilt erin dat de kans op herhaling op de loer ligt. Menig muziekrecensent vond 'My Mind is A Mountain' daarom ook geen sterke leadsingle, omdat het niets nieuws onder de zon is. 'Mountain' voelt als een combinatie van Around the Fur en Koi No Yokan.
De tweede single, 'Milk of the Madonna', kon echter wel op enthousiasme rekenen van de pers en behoort ook na vijf volledige luisterbeurten van private music tot een van mijn grootste favorieten. Waarschijnlijk omdat dit nummer mij op enkele momenten doet denken aan het geweldige 'Bodies' van The Smashing Pumpkins, maar dan met de dynamiek van de Deftones. Wederom een nummer dat direct inslaat, maar doordrenkt is van christelijke symboliek.
'Infinite Source' heeft meer een dromerige invalshoek waarbij de luisteraar zowel qua geluid als tekst blijft zweven: 'All of these times, all of our dreams, all of your cheers / I’m releasing, we are afloat.' Terwijl het onheilspellende 'Departing the Body' je soms door de onverwachte baritonachtige Peter Steele-stem van Chino Moreno weer met beide benen op de grond zet. Of eigenlijk nog een stapje erger: je valt met een harde klap op de grond. Dit nummer zou naar mijn mening een perfecte toevoeging zijn aan het laatste seizoen van Stranger Things dat nog moet verschijnen. Bijvoorbeeld in een horrorscène waarin Eleven het wederom moet opnemen tegen Vecna, maar door het angstaanjagende monster wordt vastgehouden.
En om nog even bij een visueel schouwspel te blijven: '~Metal Dream' is de natte droom voor iedere producer die nog een nummer nodig heeft om de soundtrack te vullen van een 90s-achtige actie/horrorfilm à la Underworld.
Voorlopig is de ballad 'I Think About You All the Time' voor mij het nummer waarvan ik verwacht dat het het minst wordt opgezet. Het nummer zou niet hebben misstaan op Diamond Eyes, alhoewel ik daar de softere nummers toch net iets sterker vind. Misschien omdat de Deftones hier weer hetzelfde trucje doen. En hoewel 'Cut Hands' weinig vernieuwend is, en ook had kunnen staan op Around the Fur, verwacht ik dat dit nummer toch vaker beluisterd zal worden. Simpelweg omdat dit nummer mijn nostalgische gevoelens sterker weet aan te wakkeren.
Maar ook met twee minder sterke nummers behoort private music nu al tot de top drie van mijn favoriete Deftones-platen, samen met Diamond Eyes en Koi No Yokan. En dat is niet zo verwonderlijk, gezien het feit dat voor private music Nick Raskulinecz ook weer achter de knoppen zit. Hij haalt echt altijd het beste bij de Deftones naar boven.
private music kan deze herfst op veel draaibeurten rekenen en heeft mij doen inzien waarom ik nog steeds niet uitgekeken raak op de heren uit Sacramento. Een band die heer en meester is in het afwisselen van onheilspellende passages met dreamscapes is ideaal om te luisteren in zowel goede als slechte tijden. Wel hoop ik dat we Chino’s baritonstem in de toekomst vaker mogen horen, want op die manier kan de Deftones ervoor zorgen dat ze niet te veel in herhaling gaan vallen.
En ook de Deftones, die inmiddels al meer dan 30(!) jaar actief zijn, stonden open voor verandering. Waar ze vroeger meer een standaard nu-metal-sound hadden, hebben ze hun geluid echt wel ontwikkeld, waarvan andere bands het zeker geen straf vinden om in één adem genoemd te worden met deze Amerikaanse alternatieve grootheden.
Waar ik Ohms en Gore een stuk minder sterk over de gehele linie vond, vind ik private music (ja, met kleine letters) eigenlijk op alle fronten van bovengemiddelde kwaliteit als we de volledige discografie van Deftones in het achterhoofd houden.
Neem nou bijvoorbeeld de eerste single, 'My Mind is A Mountain'. Als opener van private music word je direct het ruige, ongetemde landschap ingezogen, terwijl je je tekstueel begeeft in een beklemmende ruimte: 'We've been waiting here patiently / Locked in this state, clocking our time' en 'Negative space in cycles / Destroying our mental / Remains in our conscious / Constant.'
Dit nummer weet perfect de sfeer neer te zetten waarom ik graag naar de Deftones luister, maar het gevaar schuilt erin dat de kans op herhaling op de loer ligt. Menig muziekrecensent vond 'My Mind is A Mountain' daarom ook geen sterke leadsingle, omdat het niets nieuws onder de zon is. 'Mountain' voelt als een combinatie van Around the Fur en Koi No Yokan.
De tweede single, 'Milk of the Madonna', kon echter wel op enthousiasme rekenen van de pers en behoort ook na vijf volledige luisterbeurten van private music tot een van mijn grootste favorieten. Waarschijnlijk omdat dit nummer mij op enkele momenten doet denken aan het geweldige 'Bodies' van The Smashing Pumpkins, maar dan met de dynamiek van de Deftones. Wederom een nummer dat direct inslaat, maar doordrenkt is van christelijke symboliek.
'Infinite Source' heeft meer een dromerige invalshoek waarbij de luisteraar zowel qua geluid als tekst blijft zweven: 'All of these times, all of our dreams, all of your cheers / I’m releasing, we are afloat.' Terwijl het onheilspellende 'Departing the Body' je soms door de onverwachte baritonachtige Peter Steele-stem van Chino Moreno weer met beide benen op de grond zet. Of eigenlijk nog een stapje erger: je valt met een harde klap op de grond. Dit nummer zou naar mijn mening een perfecte toevoeging zijn aan het laatste seizoen van Stranger Things dat nog moet verschijnen. Bijvoorbeeld in een horrorscène waarin Eleven het wederom moet opnemen tegen Vecna, maar door het angstaanjagende monster wordt vastgehouden.
En om nog even bij een visueel schouwspel te blijven: '~Metal Dream' is de natte droom voor iedere producer die nog een nummer nodig heeft om de soundtrack te vullen van een 90s-achtige actie/horrorfilm à la Underworld.
Voorlopig is de ballad 'I Think About You All the Time' voor mij het nummer waarvan ik verwacht dat het het minst wordt opgezet. Het nummer zou niet hebben misstaan op Diamond Eyes, alhoewel ik daar de softere nummers toch net iets sterker vind. Misschien omdat de Deftones hier weer hetzelfde trucje doen. En hoewel 'Cut Hands' weinig vernieuwend is, en ook had kunnen staan op Around the Fur, verwacht ik dat dit nummer toch vaker beluisterd zal worden. Simpelweg omdat dit nummer mijn nostalgische gevoelens sterker weet aan te wakkeren.
Maar ook met twee minder sterke nummers behoort private music nu al tot de top drie van mijn favoriete Deftones-platen, samen met Diamond Eyes en Koi No Yokan. En dat is niet zo verwonderlijk, gezien het feit dat voor private music Nick Raskulinecz ook weer achter de knoppen zit. Hij haalt echt altijd het beste bij de Deftones naar boven.
private music kan deze herfst op veel draaibeurten rekenen en heeft mij doen inzien waarom ik nog steeds niet uitgekeken raak op de heren uit Sacramento. Een band die heer en meester is in het afwisselen van onheilspellende passages met dreamscapes is ideaal om te luisteren in zowel goede als slechte tijden. Wel hoop ik dat we Chino’s baritonstem in de toekomst vaker mogen horen, want op die manier kan de Deftones ervoor zorgen dat ze niet te veel in herhaling gaan vallen.
Demi Lovato - It’s Not That Deep (2025)

3,0
0
geplaatst: 25 oktober 2025, 18:21 uur
Demi Lovato is een vrouw met een geweldig stemgeluid, maar nauwelijks een eigen muzikale identiteit. Uit nieuwsgierigheid had ik toch maar haar nieuwste plaat opgezet, vooral omdat ik onder de indruk was van de albumhoes van It’s Not That Deep.
Op de cover houdt Mrs. Lovato in een studio, naakt, een jurk voor haar lichaam te midden van andere mensen die uiteenlopende activiteiten doen, zoals schaken of spelen met een hond. Maar niemand heeft duidelijk belangstelling voor haar terwijl ze poseert. Is dit hoe Demi zich voelt als zij zich ‘blootgeeft’ aan de luisteraar? Na twee luisterbeurten is wel duidelijk dat de plaat haar naam It’s Not That Deep waarmaakt, dus laat ik ook niet te diep ingaan op de albumcover.
It’s Not That Deep is met een speelduur van een halfuur vooral een album waarop Lovato verschillende elektronische genres naar haar hand probeert te zetten, maar nergens echt diepe indruk maakt.
Op ‘Here All Night’ doet Demi een disco-Dua Lipaatje ten tijde van Future Nostalgia. ‘Frequency’ is gewoon een lekkere banger waarvan het aantal luisterbeurten zeker nog wel omhooggaat in het kader van “fuck up the vibe”.
‘Sorry to Myself’ klinkt gedateerd en erg Katy Perry-coded ten tijde van Teenage Dream (Katy zou willen dat ze dit nummer op haar laatste flopplaat had staan). Sorry, Katy! En ‘Little Bit’ had zo een collab kunnen zijn met Clean Bandit.
Op ‘In My Head’ lift Lovato juist mee op de triphoprevival die nu gaande is en dit doet ze niet onverdienstelijk. Dit nummer is samen met ‘Frequency’ een van de hoogtepunten van deze plaat.
Verder is ‘Kiss’ ook wel een lekker nummer dat het goed zal doen, vooral in queertenten. Dit nummer zou ook niet misstaan hebben op Heat, de samenwerking van Tove Lo en SG Lewis.
‘Ghost’ daarentegen is zo’n ballad waarvan Lovato er al vele heeft afgeleverd. Een niemendalletje om net boven de dertig minuten te komen.
It’s Not That Deep is een makkelijk in het gehoor liggende electroplaat die nergens spannender wordt dan op ‘Kiss’. Maar misschien was dat ook de bedoeling.
Op de cover houdt Mrs. Lovato in een studio, naakt, een jurk voor haar lichaam te midden van andere mensen die uiteenlopende activiteiten doen, zoals schaken of spelen met een hond. Maar niemand heeft duidelijk belangstelling voor haar terwijl ze poseert. Is dit hoe Demi zich voelt als zij zich ‘blootgeeft’ aan de luisteraar? Na twee luisterbeurten is wel duidelijk dat de plaat haar naam It’s Not That Deep waarmaakt, dus laat ik ook niet te diep ingaan op de albumcover.
It’s Not That Deep is met een speelduur van een halfuur vooral een album waarop Lovato verschillende elektronische genres naar haar hand probeert te zetten, maar nergens echt diepe indruk maakt.
Op ‘Here All Night’ doet Demi een disco-Dua Lipaatje ten tijde van Future Nostalgia. ‘Frequency’ is gewoon een lekkere banger waarvan het aantal luisterbeurten zeker nog wel omhooggaat in het kader van “fuck up the vibe”.
‘Sorry to Myself’ klinkt gedateerd en erg Katy Perry-coded ten tijde van Teenage Dream (Katy zou willen dat ze dit nummer op haar laatste flopplaat had staan). Sorry, Katy! En ‘Little Bit’ had zo een collab kunnen zijn met Clean Bandit.
Op ‘In My Head’ lift Lovato juist mee op de triphoprevival die nu gaande is en dit doet ze niet onverdienstelijk. Dit nummer is samen met ‘Frequency’ een van de hoogtepunten van deze plaat.
Verder is ‘Kiss’ ook wel een lekker nummer dat het goed zal doen, vooral in queertenten. Dit nummer zou ook niet misstaan hebben op Heat, de samenwerking van Tove Lo en SG Lewis.
‘Ghost’ daarentegen is zo’n ballad waarvan Lovato er al vele heeft afgeleverd. Een niemendalletje om net boven de dertig minuten te komen.
It’s Not That Deep is een makkelijk in het gehoor liggende electroplaat die nergens spannender wordt dan op ‘Kiss’. Maar misschien was dat ook de bedoeling.
Die Spitz - Something to Consume (2025)

4,0
0
geplaatst: 13 september 2025, 12:36 uur
Al jarenlang klaag ik dat ik nauwelijks nog nieuwe muzikale acts leer kennen die mij echt bekoren. Vroeger leverde last.fm nog wel leuke aanbevelingen op en soms ontdekte ik nog een pareltje in een Spotify-playlist van iemand, maar daar bleef het bij. En heel soms heb ik het geluk dat een YouTube-thumbnail mijn aandacht trekt en ik een muzikaal fuik wordt ingezogen met allemaal fijne nummers die stuk voor stuk een schot in de roos zijn, en dat geldt ook voor Die Spitz.
Die Spitz is een Amerikaans kwartet bestaande uit vier energieke vrouwen uit Austin, Texas. Mijn eerste kennismaking met hen was dankzij de video voor de single ‘Throw Yourself to the Sword’. Schijnbaar hoef je alleen een vrouw een zwaard in haar hand te stoppen en mijn interesse is gewekt. Hoewel Die Spitz een plaat heeft uitgebracht met de naam Teeth, wordt de tweede langspeler met de veelzeggende titel Something to Consume gezien als de officiële debuutplaat. En ik ben waarschijnlijk niet de enige die denkt dat deze jonge band voor opschudding gaat zorgen, aangezien de dames nu onder contract staan bij Jack White’s Third Man Records.
Maar wat dienen de vrouwen op? De dames van Die Spitz zijn niet voor een genre te vangen. Ik hoor vooral een combinatie van sludge, punkrock met wat grunge-invloeden en soms een snufje shoegaze.
De single ‘Throw Yourself to the Sword’ is gewoon een heerlijk sludgenummer met daarbij horende beukende gitaren en opbeurende zang door Ellie Livingston. In de video maken de bandleden onder meer een wasserette en een supermarkt onveilig met een zwaard en hiermee wordt eigenlijk ook wel de DIY-ethiek en originaliteit van deze band onderstreept. Alles net even anders doen, door zowel onmogelijk in een hokje te kunnen worden geplaatst qua sound, maar ook doordat er binnen de band regelmatig van rol wordt gewisseld wat betreft instrumenten en vocalen.
Verder staan er op Something to Consume ook enkele nummers met meer een punksound, waaronder de single ‘Pop Punk Anthem (Sorry for the Delay)’. ‘Pop Punk Anthem’ is geschreven vanuit het perspectief van iemand die dealt met een ongezonde obsessieve verliefdheid die door de ander niet wordt beantwoord. De videoclip is een ode aan de poppunkscene van de 2010s, die waarschijnlijk ook invloed heeft gehad op de muzikale ontwikkeling die de bandleden van Die Spitz hebben doorgemaakt.
‘Down on It’ is eveneens een poppunktrack met een catchy openingsriff dat je direct bij je keel grijpt. Het nummer klinkt in zijn geheel als een soort The Distillers on steroids.
De eerder uitgebrachte single ‘Punisher’ is gewoon een heerlijk rockend nummer, een beetje desert rock-achtig, waarin (af)straffen en het gevoel dat deze manier van ingrijpen oproept: ’Honestly, I just don't mind anticipating / For the moment when you wake up alone’.
Een van mijn andere favoriete rocksongs op Something to Consume is het jaren-90s aandoende ‘Voire Dire’, waarin kritiek wordt geuit op de huidige politieke situatie in Amerika en wat dit doet met de maatschappij: ‘You know it's a shame / Every single one of us will burn inside this game / Find a hideaway / Bury underneath the creature comforts that you crave’. En op ‘Sound to No One’ wordt op zijn Queens of the Stone Age gewerkt naar een groot hoogtepunt.
De afsluiter ‘A Strange Moon / Selenophilia’ doet mij zowel denken aan de muziek die Courtney Love in de jaren 90 maakte als aan hedendaagse bands zoals Wolf Alice. Dit dromerige nummer klinkt bij tijden als een mediterende jamsessie. Een prima nummer om Something to Consume mee af te sluiten.
Something to Consume maakt zeker zijn naam waar. De verschillende genres die de luisteraar krijgt opgediend, zijn eigenlijk al na een luisterbeurt goed te verorberen. Dit dankt deze plaat aan zijn strakke composities en compactheid; slechts één nummer is langer dan vier minuten. Een van de bandleden heeft eerder als serveerster gewerkt en ziet een fulltime carrière voor lange tijd in de muziek wel zitten. Laten we hopen dat Die Spitz een grotere naam in de muziekwereld wordt, want deze debuutplaat met sludge, 90s grunge en punkrockinvloeden smaakt zeker naar meer.
Die Spitz is een Amerikaans kwartet bestaande uit vier energieke vrouwen uit Austin, Texas. Mijn eerste kennismaking met hen was dankzij de video voor de single ‘Throw Yourself to the Sword’. Schijnbaar hoef je alleen een vrouw een zwaard in haar hand te stoppen en mijn interesse is gewekt. Hoewel Die Spitz een plaat heeft uitgebracht met de naam Teeth, wordt de tweede langspeler met de veelzeggende titel Something to Consume gezien als de officiële debuutplaat. En ik ben waarschijnlijk niet de enige die denkt dat deze jonge band voor opschudding gaat zorgen, aangezien de dames nu onder contract staan bij Jack White’s Third Man Records.
Maar wat dienen de vrouwen op? De dames van Die Spitz zijn niet voor een genre te vangen. Ik hoor vooral een combinatie van sludge, punkrock met wat grunge-invloeden en soms een snufje shoegaze.
De single ‘Throw Yourself to the Sword’ is gewoon een heerlijk sludgenummer met daarbij horende beukende gitaren en opbeurende zang door Ellie Livingston. In de video maken de bandleden onder meer een wasserette en een supermarkt onveilig met een zwaard en hiermee wordt eigenlijk ook wel de DIY-ethiek en originaliteit van deze band onderstreept. Alles net even anders doen, door zowel onmogelijk in een hokje te kunnen worden geplaatst qua sound, maar ook doordat er binnen de band regelmatig van rol wordt gewisseld wat betreft instrumenten en vocalen.
Verder staan er op Something to Consume ook enkele nummers met meer een punksound, waaronder de single ‘Pop Punk Anthem (Sorry for the Delay)’. ‘Pop Punk Anthem’ is geschreven vanuit het perspectief van iemand die dealt met een ongezonde obsessieve verliefdheid die door de ander niet wordt beantwoord. De videoclip is een ode aan de poppunkscene van de 2010s, die waarschijnlijk ook invloed heeft gehad op de muzikale ontwikkeling die de bandleden van Die Spitz hebben doorgemaakt.
‘Down on It’ is eveneens een poppunktrack met een catchy openingsriff dat je direct bij je keel grijpt. Het nummer klinkt in zijn geheel als een soort The Distillers on steroids.
De eerder uitgebrachte single ‘Punisher’ is gewoon een heerlijk rockend nummer, een beetje desert rock-achtig, waarin (af)straffen en het gevoel dat deze manier van ingrijpen oproept: ’Honestly, I just don't mind anticipating / For the moment when you wake up alone’.
Een van mijn andere favoriete rocksongs op Something to Consume is het jaren-90s aandoende ‘Voire Dire’, waarin kritiek wordt geuit op de huidige politieke situatie in Amerika en wat dit doet met de maatschappij: ‘You know it's a shame / Every single one of us will burn inside this game / Find a hideaway / Bury underneath the creature comforts that you crave’. En op ‘Sound to No One’ wordt op zijn Queens of the Stone Age gewerkt naar een groot hoogtepunt.
De afsluiter ‘A Strange Moon / Selenophilia’ doet mij zowel denken aan de muziek die Courtney Love in de jaren 90 maakte als aan hedendaagse bands zoals Wolf Alice. Dit dromerige nummer klinkt bij tijden als een mediterende jamsessie. Een prima nummer om Something to Consume mee af te sluiten.
Something to Consume maakt zeker zijn naam waar. De verschillende genres die de luisteraar krijgt opgediend, zijn eigenlijk al na een luisterbeurt goed te verorberen. Dit dankt deze plaat aan zijn strakke composities en compactheid; slechts één nummer is langer dan vier minuten. Een van de bandleden heeft eerder als serveerster gewerkt en ziet een fulltime carrière voor lange tijd in de muziek wel zitten. Laten we hopen dat Die Spitz een grotere naam in de muziekwereld wordt, want deze debuutplaat met sludge, 90s grunge en punkrockinvloeden smaakt zeker naar meer.
Eluveitie - Ànv (2025)

3,0
0
geplaatst: 5 juli 2025, 16:59 uur
In de tijd dat je rondtrekkende indoorfestivals had, zoals Paganfest en Heidenfest, had ik wel oren naar folkmetal. Hoewel dit genre meer op de achtergrond is gekomen en de revival van Paganfest niet veel heeft losgemaakt zijn er nog best redelijk wat bands uit die tijd actief, waaronder het Zwitserse Eluveitie. Deze band combineert sinds hun oprichting deathmetal met folk en dat heeft ze geen windeieren gelegd, gezien het feit dat dit Zwitserse gezelschap met een groot aantal krachten nog steeds actief rond de wereld tourt.
Zelf ben ik grotendeels na het sterke Slania afgehaakt, mede ook omdat op den duur drie vaste leden, waaronder draailierspeler en zangeres Anna Murphy, geen onderdeel meer uitmaakten van de vaste bezetting. Uit deze situatie is wel Cellar Darling geboren, een band waarin de draailier nog steeds centraal staat maar waarin een meer progressieve weg wordt ingeslagen.
Maar wat is er van Eluveitie terechtgekomen? De afgelopen jaren heb ik regelmatig geprobeerd om ook de nieuwere platen op te zetten, maar vaak moest ik gauw concluderen dat het wederom veelal hetzelfde was en dat ik het stemgeluid van de plaatsvervanger van Anna Murphy, Fabienne Erni, minder origineel vond om nog naar de muziek van Eluveitie te luisteren. (Al is een nummer zoals ‘Ambiramus’, van Ategnatos, een lekker catchy nummer waarin Fabienne wel uitblinkt.)
Het nieuwe album Ànv trok mijn aandacht vanwege de mooie groene hoes. Na een luisterbeurt moet ik helaas concluderen dat ik positiever ben ingesteld over de albumhoes dan over de muziek zelf.
Ànv bevat enkele sterke nummers, zoals ‘Premonition’, dat mij enigszins doet terugdenken aan Slania, een van de sterkere platen die Eluveitie heeft geproduceerd. En misschien hadden ze zelf ook wel door dat dit een van de sterkere nummers van de plaat is omdat het ook is uitgekomen als single.
En uiteraard zijn klassieke folksongs weer geweven in de deathmetalnummers, zoals ‘Awen’, dat duidelijk ‘Canticle’ bevat (ik noem het lekker het Scarborough Fair-deuntje).
Een kort nummer, een interlude zoals ‘Anamcara’, vind ik weinig toevoegen aan Ànv. Het helpt weinig met de opbouw van een ander nummer, zoals ‘The Harvest’, dat een typisch rechttoe rechtaan deathmetalnummer is waar iemand een vioolriedeltje meespeelt. Een standaardexercitie waar Eluveitie groot mee is geworden maar die niet meer de aandacht bij mij weet vast te houden. Dan zet ik liever ‘Gray Sublime Archon’ op van Slania.
En verder lijkt Eluveitie op Ànv een nummer gemaakt te hebben dat best de Zwitserse inzending voor het Eurovisie Songfestival zou kunnen zijn vanwege de catchiness, namelijk ‘All Is One’.
Eluveitie is, ondanks de vele veranderingen qua bezetting, nog steeds het Eluveitie waarmee Chrigel Glanzmann is begonnen. Maar enige vernieuwing buiten de zoveelste nieuwe muzikant die gaat of zich aansluit hoef je niet te verwachten. Ànv is een solide toevoeging aan het oeuvre van Eluveitie maar ik ben er geen fan ván.
Zelf ben ik grotendeels na het sterke Slania afgehaakt, mede ook omdat op den duur drie vaste leden, waaronder draailierspeler en zangeres Anna Murphy, geen onderdeel meer uitmaakten van de vaste bezetting. Uit deze situatie is wel Cellar Darling geboren, een band waarin de draailier nog steeds centraal staat maar waarin een meer progressieve weg wordt ingeslagen.
Maar wat is er van Eluveitie terechtgekomen? De afgelopen jaren heb ik regelmatig geprobeerd om ook de nieuwere platen op te zetten, maar vaak moest ik gauw concluderen dat het wederom veelal hetzelfde was en dat ik het stemgeluid van de plaatsvervanger van Anna Murphy, Fabienne Erni, minder origineel vond om nog naar de muziek van Eluveitie te luisteren. (Al is een nummer zoals ‘Ambiramus’, van Ategnatos, een lekker catchy nummer waarin Fabienne wel uitblinkt.)
Het nieuwe album Ànv trok mijn aandacht vanwege de mooie groene hoes. Na een luisterbeurt moet ik helaas concluderen dat ik positiever ben ingesteld over de albumhoes dan over de muziek zelf.
Ànv bevat enkele sterke nummers, zoals ‘Premonition’, dat mij enigszins doet terugdenken aan Slania, een van de sterkere platen die Eluveitie heeft geproduceerd. En misschien hadden ze zelf ook wel door dat dit een van de sterkere nummers van de plaat is omdat het ook is uitgekomen als single.
En uiteraard zijn klassieke folksongs weer geweven in de deathmetalnummers, zoals ‘Awen’, dat duidelijk ‘Canticle’ bevat (ik noem het lekker het Scarborough Fair-deuntje).
Een kort nummer, een interlude zoals ‘Anamcara’, vind ik weinig toevoegen aan Ànv. Het helpt weinig met de opbouw van een ander nummer, zoals ‘The Harvest’, dat een typisch rechttoe rechtaan deathmetalnummer is waar iemand een vioolriedeltje meespeelt. Een standaardexercitie waar Eluveitie groot mee is geworden maar die niet meer de aandacht bij mij weet vast te houden. Dan zet ik liever ‘Gray Sublime Archon’ op van Slania.
En verder lijkt Eluveitie op Ànv een nummer gemaakt te hebben dat best de Zwitserse inzending voor het Eurovisie Songfestival zou kunnen zijn vanwege de catchiness, namelijk ‘All Is One’.
Eluveitie is, ondanks de vele veranderingen qua bezetting, nog steeds het Eluveitie waarmee Chrigel Glanzmann is begonnen. Maar enige vernieuwing buiten de zoveelste nieuwe muzikant die gaat of zich aansluit hoef je niet te verwachten. Ànv is een solide toevoeging aan het oeuvre van Eluveitie maar ik ben er geen fan ván.
Ethel Cain - Willoughby Tucker, I'll Always Love You (2025)

4,0
2
geplaatst: 10 augustus 2025, 23:15 uur
Ik moet eerlijk bekennen dat ik beter bekend ben met het werk van gedeeltelijk genregenoot Chelsea Wolfe dan met dat van Ethel Cain. Hoewel ik de vorige langspeler Preacher’s Daughter heb platgespeeld, heb ik mij eigenlijk altijd weinig beziggehouden met het verhaal dat Hayden Anhedönia met haar geplande drieluik probeert te vertellen. Wel weet ik dat ik Willoughby Tucker, I'll Always Love You moet zien als de plaat die voorafging aan Anhedönia’s debuutplaat, waarin het personage Ethel Cain terugblikt op haar eerste grote liefde – Willoughby Tucker – voordat het noodlot toesloeg.
Aangezien Anhedönia het verhaal ook niet in chronologische volgorde aan de luisteraar presenteert, vind ik dat ik dit net zo goed mag doen.
Voor de release van Willoughby Tucker… werd als eerste de single ‘Nettles’ uitgebracht, een bloedmooie ballade van acht minuten die de aandacht van de luisteraar weet vast te houden. En hoewel het misschien voor een buitenstaander onlogisch lijkt om een van de langere nummers als single uit te brengen, past deze beslissing in het rijtje van eerdere keuzes die Anhedönia heeft gemaakt, zoals het uitbrengen van het drone album Perverts eerder dit jaar.
Als tweede single zag ‘Fuck Me Eyes’ het levenslicht. Dit synthesizergestuurde nummer doet erg jaren tachtig aan en wijkt het meest af van de algemene sfeer die Anhedönia op Willoughby Tucker… probeert neer te zetten. Eerder was ik bang dat dit nummer een voorproefje was van wat wij nog meer zouden kunnen verwachten op de nieuwe plaat. Gelukkig is dit niet het geval en is het eigenlijk een beetje zoals Preacher’s Daughter’s ‘American Teenager’ het meest hitgevoelige, dan wel afwijkende nummer van de plaat.
Na zoet komt zuur. Het nummer dat na één luisterbeurt al volledig beslag had gelegd op mijn gehoorgang, is ‘Tempest’. Het tien minuten durende nummer heeft lichte drone-invloeden en bouwt langzamerhand op naar een climax. In dit nummer gaat de storm juist niet liggen, maar stijgt een kolkende en steeds destructievere wind op die je een beeld geeft van de zelfbeschadiging en het middelengebruik van Willoughby Tucker: “I still dream of violence / Angry at the waiting game / Chain link on your lungs / And sulfuric acid in my brain.” Een beklemmend gevoel van zelfvernietiging.
Als luisteraar daarentegen is er geen sprake van zelfvernietiging of kastijding, aangezien zelfs een instrumentaal nummer met een zekere herhaling, zoals ‘Radio Towers’, een plezier voor het gehoor is. De zieke geest in mij zou dit nummer zeker als wachtmuziekje bij een medische instantie kunnen waarderen, ook met de onheilspellende piepjes in dit nummer.
‘Janie’, de opener, doet mij qua gitaarklanken denken aan het werk van singer-songwriter Emma Ruth Rundle. In dit nummer is het niet de instrumentatie of de tekst die uitblinkt, maar de (engelen)zang van Anhedönia. Heel soms klinkt Anhedönia zelfs als Chelsea Wolfe. En het akoestische ‘A Knock at the Door’ zie ik zelfs nog wel gecoverd worden door Wolfe, omdat dit nummer niet had misstaan op Unknown Rooms: A Collection of Acoustic Songs.
De galmende zang van Anhedönia weet het nummer ‘Dust Bowl’ naar grotere hoogten te brengen. In dit nummer staat wederom de zelfdestructie centraal, maar wordt ook de nadruk gelegd op intergenerationeel trauma, een vast motief in het werk van Anhedönia:
Grew up hard, fell off harder
Cooking our brains smoking that shit your daddy smoked in Vietnam
You'd be a writer
If he didn't leave all his hell for you
Saying if you could, you'd leave it all
De trauma’s hebben ook Willoughby Tucker in hun macht; hij kan zich niet losmaken van het verleden en het noodlot zal toeslaan. En daarmee slaat eigenlijk ook het noodlot toe bij de luisteraar.Willoughby Tucker, I'll Always Love You zit dermate goed in elkaar dat Anhedönia, ondanks de lange speelduur en de lengte van sommige nummers, je blijvend in haar macht heeft. Daarbij komt dat zij je met haar woorden, die op het eerste gezicht simpel van vorm lijken, heeft weten in te pakken omdat ze volstaan met slimme symboliek. Willoughby Tucker (en dan heb ik het over de plaat en niet de man), "I'll Always Love You."
Aangezien Anhedönia het verhaal ook niet in chronologische volgorde aan de luisteraar presenteert, vind ik dat ik dit net zo goed mag doen.
Voor de release van Willoughby Tucker… werd als eerste de single ‘Nettles’ uitgebracht, een bloedmooie ballade van acht minuten die de aandacht van de luisteraar weet vast te houden. En hoewel het misschien voor een buitenstaander onlogisch lijkt om een van de langere nummers als single uit te brengen, past deze beslissing in het rijtje van eerdere keuzes die Anhedönia heeft gemaakt, zoals het uitbrengen van het drone album Perverts eerder dit jaar.
Als tweede single zag ‘Fuck Me Eyes’ het levenslicht. Dit synthesizergestuurde nummer doet erg jaren tachtig aan en wijkt het meest af van de algemene sfeer die Anhedönia op Willoughby Tucker… probeert neer te zetten. Eerder was ik bang dat dit nummer een voorproefje was van wat wij nog meer zouden kunnen verwachten op de nieuwe plaat. Gelukkig is dit niet het geval en is het eigenlijk een beetje zoals Preacher’s Daughter’s ‘American Teenager’ het meest hitgevoelige, dan wel afwijkende nummer van de plaat.
Na zoet komt zuur. Het nummer dat na één luisterbeurt al volledig beslag had gelegd op mijn gehoorgang, is ‘Tempest’. Het tien minuten durende nummer heeft lichte drone-invloeden en bouwt langzamerhand op naar een climax. In dit nummer gaat de storm juist niet liggen, maar stijgt een kolkende en steeds destructievere wind op die je een beeld geeft van de zelfbeschadiging en het middelengebruik van Willoughby Tucker: “I still dream of violence / Angry at the waiting game / Chain link on your lungs / And sulfuric acid in my brain.” Een beklemmend gevoel van zelfvernietiging.
Als luisteraar daarentegen is er geen sprake van zelfvernietiging of kastijding, aangezien zelfs een instrumentaal nummer met een zekere herhaling, zoals ‘Radio Towers’, een plezier voor het gehoor is. De zieke geest in mij zou dit nummer zeker als wachtmuziekje bij een medische instantie kunnen waarderen, ook met de onheilspellende piepjes in dit nummer.
‘Janie’, de opener, doet mij qua gitaarklanken denken aan het werk van singer-songwriter Emma Ruth Rundle. In dit nummer is het niet de instrumentatie of de tekst die uitblinkt, maar de (engelen)zang van Anhedönia. Heel soms klinkt Anhedönia zelfs als Chelsea Wolfe. En het akoestische ‘A Knock at the Door’ zie ik zelfs nog wel gecoverd worden door Wolfe, omdat dit nummer niet had misstaan op Unknown Rooms: A Collection of Acoustic Songs.
De galmende zang van Anhedönia weet het nummer ‘Dust Bowl’ naar grotere hoogten te brengen. In dit nummer staat wederom de zelfdestructie centraal, maar wordt ook de nadruk gelegd op intergenerationeel trauma, een vast motief in het werk van Anhedönia:
Grew up hard, fell off harder
Cooking our brains smoking that shit your daddy smoked in Vietnam
You'd be a writer
If he didn't leave all his hell for you
Saying if you could, you'd leave it all
De trauma’s hebben ook Willoughby Tucker in hun macht; hij kan zich niet losmaken van het verleden en het noodlot zal toeslaan. En daarmee slaat eigenlijk ook het noodlot toe bij de luisteraar.Willoughby Tucker, I'll Always Love You zit dermate goed in elkaar dat Anhedönia, ondanks de lange speelduur en de lengte van sommige nummers, je blijvend in haar macht heeft. Daarbij komt dat zij je met haar woorden, die op het eerste gezicht simpel van vorm lijken, heeft weten in te pakken omdat ze volstaan met slimme symboliek. Willoughby Tucker (en dan heb ik het over de plaat en niet de man), "I'll Always Love You."
Florence + the Machine - Everybody Scream (2025)

4,0
4
geplaatst: 1 november 2025, 13:12 uur
31 oktober begon direct al goed voor liefhebbers van Florence + The Machine. Op YouTube werd een mash-up van ‘Which Witch’ (een bonustrack van de luxe editie van How Big, How Blue, How Beautiful) en Lady Gaga’s ‘Abracadabra’ live gespeeld. ‘Which Witch’ behoort al jaren tot de fanfavorieten terwijl dit nummer tot voor kort nauwelijks live ten gehore was gebracht. Is deze live-uitvoering en het feit dat de nieuwe plaat Everybody Scream op 31 oktober verschijnt een voorbode dat Florence + The Machine vooral een fanservice zal verlenen op de nieuwste langspeler?
Op de albumopener ‘Everybody Scream’ bezingt frontvrouw Florence Welch haar relatie met de coven, de fans, en de positie die zij op het podium aanneemt: “Here, I don't have to be quiet / Here, I don't have to be kind / Extraordinary and normal all at the same time.” Bovendien wordt in de outro van dit nummer eigenlijk al een tweede thema geïntroduceerd: hekserij. Door hekserij en medische wetenschap tegenover elkaar te zetten en te concluderen dat beide je kwetsbaar maken: “The magic and the misery, madness and the mystery / Oh, what has it done to me?”
Florence + The Machine heeft al eerder, namelijk op High As Hope met ‘Patricia’, een eerbetoon gebracht aan Patti Smith, een van de grootste vrouwelijke singer-songwriters aller tijden en een groot voorbeeld voor de frontvrouw van Florence + The Machine. Dit keer doet Florence Welch en consorten dit nog een keer dunnetjes over maar dan vooral op visueel vlak. In de videoclip van de tweede single van Everybody Scream, ‘One of the Greats’, draagt Welch een soortgelijke outfit als het ‘uniform’ van The Godmother of Punk. Daarnaast is Welch, net zoals op Dance Fever, een directere weg ingeslagen wat betreft teksten, want metaforiek wordt vaker afgewisseld met directer taalgebruik. Zo wordt op ‘One of the Greats’ met “I crawled up from under the earth, broken nails and coughing dirt” verwezen naar de bijna-doodervaring die Welch bijna twee jaar geleden heeft gehad na een miskraam. En Welch bekritiseert op ditzelfde nummer op een zeer directe manier het discours dat vooral mannelijke artiesten de hoge noteringen op de albumlijsten van de beste platen aller tijden sieren. Dit terwijl zij, ook met genoeg zelfkennis, weet dat dit ook voor vrouwen weggelegd is:
You'll bury me again, you'll say it's all pretend
That I could never be great being held up against such male tastes
Because who really gets to be one of the greats, one of the greats?
But I've really done it this time (Ah-ah), this one is all mine
I'll be up there with the men and the ten other women (Ah-ah)
In the hundred greatest records of all time (Ah-ah)
Concluderend dat de lat voor haar mannelijke concurrenten een stuk lager ligt: “It must be nice to be a man and make boring music just because you can.”
Ook het energieke ‘Witch Dance’ gaat over de bijna-doodervaring die Welch had, waarbij zij metaforisch de liefde bedrijft met de dood en daarnaast verschillende manieren benoemt waarop je kunt omgaan met rouw en herstel. Duidelijk wordt dat de dood niet kan voortbestaan zonder het leven en andersom.
‘Sympathy Magic’ had qua geluid op Lungs, de debuutplaat van het Engelse gezelschap, kunnen staan door de magische sfeer en instrumentatie (er is immers weer meer ruimte voor de harp die op eerder werk een grotere rol had).
Het akoestisch aandoende ‘Perfume and Milk’ is een van de rustigere nummers op Everybody Scream en voor mij het duidelijkste voorbeeld waaruit blijkt dat Aaron Dessner (van The National) ook deels aan de knoppen heeft gezeten en heeft geholpen met de verdere muzikale aankleding van dit nummer. De ingetogen instrumentatie zorgt ervoor dat Florence Welchs stem echt tot haar recht komt.
Wat betreft de aankleding is ‘Buckle’ toch wel het niemendalletje van de nieuwe plaat. Een simplistisch nummer over een ongezonde relatie waarin tekstueel wordt gespeeld met de verschillende betekenissen van ‘buckle’ (gesp) in het Engels. De hoofdpersoon kan, als de gesp van de riem van degene met wie zij een relatie heeft, niet meer loskomen. Des te makkelijker is het voor mij om mij los te koppelen van een van de slechtste nummers uit de hele discografie van Florence + The Machine.
Een van mijn persoonlijke favorieten op deze plaat naast ‘One of the Greats’ is het opbeurende ‘Kraken’. Water en verdrinken zijn terugkerende thema’s in de muziek van Florence + The Machine. Of zoals Florence Welch ten tijde van Ceremonials zelf zei: “I was obsessed with drowning. It’s about succumbing and being completely overwhelmed by something that’s bigger than everything” (Elle, 2011). Zo ook het nummer ‘What the Water Gave Me’ dat geïnspireerd was door Virginia Woolf, de Engelse schrijfster die omgekomen is door verdrinking. En nu dus ‘Kraken’, waarin Florence Welch een mythologisch zeemonster belichaamt en korte metten maakt met vooral haar mannelijke collega’s: “And all of my peers, they had such potential / The swamp, it took them down / And my love, I have to tell you / I kissed them all and let them drown, oh.” Wederom een episch nummer met een episch einde: de verdrinkingsdood als gevolg. Eigenlijk wordt hier deels dezelfde thematiek bezongen als in ‘One of the Greats’. En ja, dit nummer is wel degelijk een fanservice door de terugkerende thematiek en het feit dat het een Ceremonials-vibe heeft, een van de meest geprezen platen van de Britse band. Maar dat is niet erg, gezien het nummer tot de sterkere van de plaat behoort. Vernieuwend is ‘Kraken’ dus niet.
Op basis van de titel ‘The Old Religion’ verwachtte ik een bombastisch nummer dat niet had misstaan op Ceremonials of op de soundtrack van een fantasieserie. (Florence + The Machine’s muziek is eerder gebruikt voor Game of Thrones en Welch zong ook ‘Jenny of Oldstones’ in voor die serie.) Mijn hoge verwachtingen van ‘The Old Religion’ werden na één luisterbeurt al ingelost. In het nummer beroept Welch zich op oude tijden waarin natuurlijke instincten meer de vrije loop krijgen: “And it's the old religion humming in your veins / Some animal instinct starting up again / And I am wound so tightly, I hardly even breathe / You wonder why we're hungry for some kind of release.” Eigenlijk wordt hier dus gewoon de kunst van het loslaten bezongen.
De echoënde passages in ‘Drink Deep’ - een nummer over zelfopoffering- werken betoverend, alsof iemand te diep in het glaasje heeft gekeken en daar een hoge prijs voor betaalt: “And the cup that they brought / Up to my lips / I realised I drank of myself.” Waar eerst sprake lijkt te zijn van oude volksvertellingen of mythologie (“I went to find the hidden folk”), blijkt uiteindelijk ordinaire zelfopoffering te zijn: “Yes, it came from me / It was made from me.” Anders dan ‘Kraken’ en ‘The Old Religion’ is dit nummer dus wel vernieuwend voor Florence + The Machine en staat het bij mij al geregeld op repeat.
Net zoals in ‘Buckle’ staat ‘Men in Music’ in het teken van een ongezonde relatie. Het hoofdpersonage valt als een blok voor een ander, maar heeft niet geleerd dat het bij een gezonde relatie draait om het sluiten van compromissen. Daarbij komt ook nog kijken dat Welchs relatie vaak uitging na een albumrelease. Zo hoopt ze nu op een andere uitkomst: “Let me put out a record and have it not ruin my life.” De toekomst zal uitwijzen of dit ook in de kaarten staat.
‘You Can Have It All’ gaat eveneens over de miskraam van Florence Welch en de gevoelens van rouw die hierbij komen kijken. Zo wordt er aan het einde van het nummer een schreeuw begraven waaruit een rode boom groeit die deels ook weer staat voor het leven en hartstocht, maar ook voor het verdriet is nog ruimte: “And when the wind blows, you can hear it”. ‘You Can Have It All’ eindigt dus met een optimistische noot. Hetzelfde kan gezegd worden over ‘And Love’ dat qua sfeer veel wegheeft van ‘No Choir’ van High As Hope. “Peace is coming” wordt gezongen. Na veel uitlatingen van woede en pijn is er nu weer hoop aan het einde van de horizon. En daarmee is duidelijk geworden dat Everybody Scream niet het stralende middelpunt is binnen de discografie maar een van de donkerdere platen.
Florence Welch heeft dan wel geen kind op deze wereld mogen zetten, maar de nieuwste telg in haar discografie is er wel een van grote belangrijkheid. Voor Welch is het een stukje therapie om deze traumatische ervaring te overkomen en de emotie een podium te bieden: de wereldstage. Voor haar fans is het een waardige opvolger van Dance Fever en een cadeautje: “So this one's for the ladies / Do I drive you crazy? / Did I get it right?” “Yes, you did” zal men schreeuwen in het koor, zeker ook omdat Florence + The Machine binnenkort weer gaat toeren. Everybody Scream is de meest persoonlijke plaat van Florence + The Machine tot nu toe waar rouw, hekserij, seksisme en (parasociale) relaties op unieke wijze samenkomen. Ik kijk uit naar nieuwe ceremonies waar hopelijk ‘One of the Greats’, ‘Kraken’ en ‘The Old Religion’ live worden gespeeld en hoop dat Florence Welch daarna het nog gegund is om een kind te mogen verwelkomen. Als de muziek vaak een sprookje is laat de realiteit dan ook haar magie doen.
Op de albumopener ‘Everybody Scream’ bezingt frontvrouw Florence Welch haar relatie met de coven, de fans, en de positie die zij op het podium aanneemt: “Here, I don't have to be quiet / Here, I don't have to be kind / Extraordinary and normal all at the same time.” Bovendien wordt in de outro van dit nummer eigenlijk al een tweede thema geïntroduceerd: hekserij. Door hekserij en medische wetenschap tegenover elkaar te zetten en te concluderen dat beide je kwetsbaar maken: “The magic and the misery, madness and the mystery / Oh, what has it done to me?”
Florence + The Machine heeft al eerder, namelijk op High As Hope met ‘Patricia’, een eerbetoon gebracht aan Patti Smith, een van de grootste vrouwelijke singer-songwriters aller tijden en een groot voorbeeld voor de frontvrouw van Florence + The Machine. Dit keer doet Florence Welch en consorten dit nog een keer dunnetjes over maar dan vooral op visueel vlak. In de videoclip van de tweede single van Everybody Scream, ‘One of the Greats’, draagt Welch een soortgelijke outfit als het ‘uniform’ van The Godmother of Punk. Daarnaast is Welch, net zoals op Dance Fever, een directere weg ingeslagen wat betreft teksten, want metaforiek wordt vaker afgewisseld met directer taalgebruik. Zo wordt op ‘One of the Greats’ met “I crawled up from under the earth, broken nails and coughing dirt” verwezen naar de bijna-doodervaring die Welch bijna twee jaar geleden heeft gehad na een miskraam. En Welch bekritiseert op ditzelfde nummer op een zeer directe manier het discours dat vooral mannelijke artiesten de hoge noteringen op de albumlijsten van de beste platen aller tijden sieren. Dit terwijl zij, ook met genoeg zelfkennis, weet dat dit ook voor vrouwen weggelegd is:
You'll bury me again, you'll say it's all pretend
That I could never be great being held up against such male tastes
Because who really gets to be one of the greats, one of the greats?
But I've really done it this time (Ah-ah), this one is all mine
I'll be up there with the men and the ten other women (Ah-ah)
In the hundred greatest records of all time (Ah-ah)
Concluderend dat de lat voor haar mannelijke concurrenten een stuk lager ligt: “It must be nice to be a man and make boring music just because you can.”
Ook het energieke ‘Witch Dance’ gaat over de bijna-doodervaring die Welch had, waarbij zij metaforisch de liefde bedrijft met de dood en daarnaast verschillende manieren benoemt waarop je kunt omgaan met rouw en herstel. Duidelijk wordt dat de dood niet kan voortbestaan zonder het leven en andersom.
‘Sympathy Magic’ had qua geluid op Lungs, de debuutplaat van het Engelse gezelschap, kunnen staan door de magische sfeer en instrumentatie (er is immers weer meer ruimte voor de harp die op eerder werk een grotere rol had).
Het akoestisch aandoende ‘Perfume and Milk’ is een van de rustigere nummers op Everybody Scream en voor mij het duidelijkste voorbeeld waaruit blijkt dat Aaron Dessner (van The National) ook deels aan de knoppen heeft gezeten en heeft geholpen met de verdere muzikale aankleding van dit nummer. De ingetogen instrumentatie zorgt ervoor dat Florence Welchs stem echt tot haar recht komt.
Wat betreft de aankleding is ‘Buckle’ toch wel het niemendalletje van de nieuwe plaat. Een simplistisch nummer over een ongezonde relatie waarin tekstueel wordt gespeeld met de verschillende betekenissen van ‘buckle’ (gesp) in het Engels. De hoofdpersoon kan, als de gesp van de riem van degene met wie zij een relatie heeft, niet meer loskomen. Des te makkelijker is het voor mij om mij los te koppelen van een van de slechtste nummers uit de hele discografie van Florence + The Machine.
Een van mijn persoonlijke favorieten op deze plaat naast ‘One of the Greats’ is het opbeurende ‘Kraken’. Water en verdrinken zijn terugkerende thema’s in de muziek van Florence + The Machine. Of zoals Florence Welch ten tijde van Ceremonials zelf zei: “I was obsessed with drowning. It’s about succumbing and being completely overwhelmed by something that’s bigger than everything” (Elle, 2011). Zo ook het nummer ‘What the Water Gave Me’ dat geïnspireerd was door Virginia Woolf, de Engelse schrijfster die omgekomen is door verdrinking. En nu dus ‘Kraken’, waarin Florence Welch een mythologisch zeemonster belichaamt en korte metten maakt met vooral haar mannelijke collega’s: “And all of my peers, they had such potential / The swamp, it took them down / And my love, I have to tell you / I kissed them all and let them drown, oh.” Wederom een episch nummer met een episch einde: de verdrinkingsdood als gevolg. Eigenlijk wordt hier deels dezelfde thematiek bezongen als in ‘One of the Greats’. En ja, dit nummer is wel degelijk een fanservice door de terugkerende thematiek en het feit dat het een Ceremonials-vibe heeft, een van de meest geprezen platen van de Britse band. Maar dat is niet erg, gezien het nummer tot de sterkere van de plaat behoort. Vernieuwend is ‘Kraken’ dus niet.
Op basis van de titel ‘The Old Religion’ verwachtte ik een bombastisch nummer dat niet had misstaan op Ceremonials of op de soundtrack van een fantasieserie. (Florence + The Machine’s muziek is eerder gebruikt voor Game of Thrones en Welch zong ook ‘Jenny of Oldstones’ in voor die serie.) Mijn hoge verwachtingen van ‘The Old Religion’ werden na één luisterbeurt al ingelost. In het nummer beroept Welch zich op oude tijden waarin natuurlijke instincten meer de vrije loop krijgen: “And it's the old religion humming in your veins / Some animal instinct starting up again / And I am wound so tightly, I hardly even breathe / You wonder why we're hungry for some kind of release.” Eigenlijk wordt hier dus gewoon de kunst van het loslaten bezongen.
De echoënde passages in ‘Drink Deep’ - een nummer over zelfopoffering- werken betoverend, alsof iemand te diep in het glaasje heeft gekeken en daar een hoge prijs voor betaalt: “And the cup that they brought / Up to my lips / I realised I drank of myself.” Waar eerst sprake lijkt te zijn van oude volksvertellingen of mythologie (“I went to find the hidden folk”), blijkt uiteindelijk ordinaire zelfopoffering te zijn: “Yes, it came from me / It was made from me.” Anders dan ‘Kraken’ en ‘The Old Religion’ is dit nummer dus wel vernieuwend voor Florence + The Machine en staat het bij mij al geregeld op repeat.
Net zoals in ‘Buckle’ staat ‘Men in Music’ in het teken van een ongezonde relatie. Het hoofdpersonage valt als een blok voor een ander, maar heeft niet geleerd dat het bij een gezonde relatie draait om het sluiten van compromissen. Daarbij komt ook nog kijken dat Welchs relatie vaak uitging na een albumrelease. Zo hoopt ze nu op een andere uitkomst: “Let me put out a record and have it not ruin my life.” De toekomst zal uitwijzen of dit ook in de kaarten staat.
‘You Can Have It All’ gaat eveneens over de miskraam van Florence Welch en de gevoelens van rouw die hierbij komen kijken. Zo wordt er aan het einde van het nummer een schreeuw begraven waaruit een rode boom groeit die deels ook weer staat voor het leven en hartstocht, maar ook voor het verdriet is nog ruimte: “And when the wind blows, you can hear it”. ‘You Can Have It All’ eindigt dus met een optimistische noot. Hetzelfde kan gezegd worden over ‘And Love’ dat qua sfeer veel wegheeft van ‘No Choir’ van High As Hope. “Peace is coming” wordt gezongen. Na veel uitlatingen van woede en pijn is er nu weer hoop aan het einde van de horizon. En daarmee is duidelijk geworden dat Everybody Scream niet het stralende middelpunt is binnen de discografie maar een van de donkerdere platen.
Florence Welch heeft dan wel geen kind op deze wereld mogen zetten, maar de nieuwste telg in haar discografie is er wel een van grote belangrijkheid. Voor Welch is het een stukje therapie om deze traumatische ervaring te overkomen en de emotie een podium te bieden: de wereldstage. Voor haar fans is het een waardige opvolger van Dance Fever en een cadeautje: “So this one's for the ladies / Do I drive you crazy? / Did I get it right?” “Yes, you did” zal men schreeuwen in het koor, zeker ook omdat Florence + The Machine binnenkort weer gaat toeren. Everybody Scream is de meest persoonlijke plaat van Florence + The Machine tot nu toe waar rouw, hekserij, seksisme en (parasociale) relaties op unieke wijze samenkomen. Ik kijk uit naar nieuwe ceremonies waar hopelijk ‘One of the Greats’, ‘Kraken’ en ‘The Old Religion’ live worden gespeeld en hoop dat Florence Welch daarna het nog gegund is om een kind te mogen verwelkomen. Als de muziek vaak een sprookje is laat de realiteit dan ook haar magie doen.
Hayley Williams - Ego Death at a Bachelorette Party (2025)

4,0
1
geplaatst: 30 augustus 2025, 20:31 uur
Soms zijn er bands waar je samen mee opgroeit, deels omdat je (ongeveer) even oud bent als de bandleden en deels omdat zij zich op muzikaal niveau ook blijven ontwikkelen en de output van dermate hoge kwaliteit blijft dat ze je niet kwijtraken, ook niet wanneer er soms een release is die je iets minder aanspreekt.
Dit gaat voor mij op voor Paramore en in het bijzonder voor frontvrouw Hayley Williams. Hoewel het punkpop-achtige Riot! mij nooit echt heeft weten te bekoren en het kwartje bij mij pas laat viel bij After Laughter, omdat ik moest wennen aan de stijlbreuk met eerder werk (van rock naar depressieve 80’s pop), ben ik de band altijd trouw gebleven bij de release van een nieuwe single of plaat.
Toen Hayley Williams daarna ook nog twee soloalbums uitbracht (Petals for Armor en Flowers for Vases / Descansos) die beide experimenteler werk bevatten, was ik al helemaal om. Vooral ook omdat ze een solotour zou doen, die helaas niet door kon gaan vanwege de coronacrisis. Vervolgens kwam Paramore op de proppen met This Is Why, maar moest een groot deel van Europa het doen zonder eigen tour. Dit omdat Paramore besloten had om alleen op tour te gaan als voorprogramma van Tennessee-genoot Taylor Swift. En helaas was dit pas bekendgemaakt nadat de Swifties alle kaarten al hadden opgekocht.
Geluk bij een ongeluk (op basis van het nieuwe werk van Hayley lijkt haar relatie met Paramores gitarist te zijn beëindigd) hoefden Paramore-fans nu niet lang te wachten op nieuw werk van Hayley. Dit omdat Williams als nieuw experiment even 17 nieuwe singles dropte die onder de noemer Ego Death at a Bachelorette Party later dit jaar op fysieke dragers verschijnen.
Een waarschuwing vooraf: Ego is minder experimenteel dan de twee langspelers van Williams. Verwacht geen vrouwelijke Thom Yorke of Radiohead, maar een leuke rits aan nummers met veel gevarieerde jaren 90-invloeden met soms een vleugje van de jaren net na het millennium.
Zo is ‘Mirtazapine’, de eerste single van Ego, een echte shoegazer. Het nummer heeft een vrij simpele structuur en hierdoor is het nummer over een antidepressivum een verslaving voor de gehoorgang.
Het catchy ‘Disappearing Man’ klinkt daarentegen eerder als een onderonsje met Canadese grootheden zoals Avril Lavigne en Alanis Morissette. ‘Disappearing Man’ is een rocksong waar je je, op basis van de tekst, begint af te vragen of het gedaan is met Hayley Williams’ relatie met Taylor York, de gitaarspeler van Paramore:
Disappearing man
You could really have anyone
And you had me
Why'd you let go? (Why'd you let go?)
You could really have anyone
Except for me, I suppose (So it goes)
Maar op Ego wordt niet alleen over break-ups gezongen; maatschappijkritiek heeft ook een duidelijke plaats op deze plaat. Neem nou bijvoorbeeld ‘True Believer’, waarin Williams tekstueel afrekent met gentrificatie: 'All our best memories / Were bought and then turned into apartments / The club with all the hardcore shows / Now just a greyscale Domino’s.'
En later moet ook de Amerikaanse politiek, en dan met name hoe ze omgaan met het christelijke geloof, het ontgelden: 'They say that Jesus is the way, but then they gave him a white face / So they don't have to pray to someone they deem lesser than them.'
Hoewel Paramore nooit echt een christelijke band is geweest, valt op het debuut All We Know Is Falling nog wel een zekere christelijke inslag te bespeuren. Het is interessant om te zien hoe Williams door de jaren heen minder metaforisch te werk is gegaan en meer kritiek zonder camouflage durft te geven op dingen die zij belangrijk vindt.
Het nummer ‘Discovery Channel’ speelt ook in op de nostalgische jaren 90-gevoelens van de luisteraar, onder meer door de tekstuele verwijzing naar The Bloodhound Gang’s 'The Bad Touch', door het overnemen van het refrein van dit nummer. Terwijl het nummer van The Bloodhound Gang grappig bedoeld is, wordt in ‘Discovery Channel’ juist een serieuze noot aangeslagen, want ook hier lijken er verwijzingen te zijn naar een stukgelopen relatie. Verder bevat Ego nog meer pastiche-achtige nummers zoals ‘Whim’, waar de gebruikte stemeffecten ook bijdragen aan het alternatieve 90’s-gevoel.
Maar sommige nummers op Ego hadden ook niet misstaan op de eerdere soloplaten van Hayley Williams. Een goed voorbeeld hiervan is ‘Ice in My OJ’, dat ook onderdeel had kunnen zijn van Petals for Armor. Dit geldt eveneens voor ‘Kill Me’.
Ego Death at a Bachelorette Party bevat ook enkele missers, singles die ik na de release eigenlijk na twee luisterbeurten links heb laten liggen, waaronder het kinderlijke ‘Brotherly Hate’, dat ook een bepaalde haat bij mij weet te ontketenen.
En bij de bekendmaking van de fysieke release van de derde plaat van Hayley Williams verscheen er nog een extra nummer: ‘Parachute’, dat toevallig ook een van de hardste nummers is, zowel tekstueel als muzikaal. Op dit nummer wordt duidelijk dat veel fans het waarschijnlijk bij het juiste eind hebben m.b.t. Hayleys relatie. 'Yes, I saw her, her spiraled hair / And I could see it, our life in a movie' . Hier zouden de gekrulde haren van een ingebeelde dochter kunnen verwijzen naar de haardracht van Taylor York, de gitarist van Paramore, met wie Williams een toekomst wilde opbouwen.
Ego Death at a Bachelorette Party is een ode aan de jaren 90 en het vroege millennium en bevat veel midtempo rocknummers. Het is daardoor minder experimenteel dan Petals for Armor en Flowers for Vases / Descansos. Niet dat dit erg is, want Ego heeft veel moois te bieden voor de nostalgische rockliefhebber en/of mensen die zelf te maken hebben met liefdesverdriet.
Dit gaat voor mij op voor Paramore en in het bijzonder voor frontvrouw Hayley Williams. Hoewel het punkpop-achtige Riot! mij nooit echt heeft weten te bekoren en het kwartje bij mij pas laat viel bij After Laughter, omdat ik moest wennen aan de stijlbreuk met eerder werk (van rock naar depressieve 80’s pop), ben ik de band altijd trouw gebleven bij de release van een nieuwe single of plaat.
Toen Hayley Williams daarna ook nog twee soloalbums uitbracht (Petals for Armor en Flowers for Vases / Descansos) die beide experimenteler werk bevatten, was ik al helemaal om. Vooral ook omdat ze een solotour zou doen, die helaas niet door kon gaan vanwege de coronacrisis. Vervolgens kwam Paramore op de proppen met This Is Why, maar moest een groot deel van Europa het doen zonder eigen tour. Dit omdat Paramore besloten had om alleen op tour te gaan als voorprogramma van Tennessee-genoot Taylor Swift. En helaas was dit pas bekendgemaakt nadat de Swifties alle kaarten al hadden opgekocht.
Geluk bij een ongeluk (op basis van het nieuwe werk van Hayley lijkt haar relatie met Paramores gitarist te zijn beëindigd) hoefden Paramore-fans nu niet lang te wachten op nieuw werk van Hayley. Dit omdat Williams als nieuw experiment even 17 nieuwe singles dropte die onder de noemer Ego Death at a Bachelorette Party later dit jaar op fysieke dragers verschijnen.
Een waarschuwing vooraf: Ego is minder experimenteel dan de twee langspelers van Williams. Verwacht geen vrouwelijke Thom Yorke of Radiohead, maar een leuke rits aan nummers met veel gevarieerde jaren 90-invloeden met soms een vleugje van de jaren net na het millennium.
Zo is ‘Mirtazapine’, de eerste single van Ego, een echte shoegazer. Het nummer heeft een vrij simpele structuur en hierdoor is het nummer over een antidepressivum een verslaving voor de gehoorgang.
Het catchy ‘Disappearing Man’ klinkt daarentegen eerder als een onderonsje met Canadese grootheden zoals Avril Lavigne en Alanis Morissette. ‘Disappearing Man’ is een rocksong waar je je, op basis van de tekst, begint af te vragen of het gedaan is met Hayley Williams’ relatie met Taylor York, de gitaarspeler van Paramore:
Disappearing man
You could really have anyone
And you had me
Why'd you let go? (Why'd you let go?)
You could really have anyone
Except for me, I suppose (So it goes)
Maar op Ego wordt niet alleen over break-ups gezongen; maatschappijkritiek heeft ook een duidelijke plaats op deze plaat. Neem nou bijvoorbeeld ‘True Believer’, waarin Williams tekstueel afrekent met gentrificatie: 'All our best memories / Were bought and then turned into apartments / The club with all the hardcore shows / Now just a greyscale Domino’s.'
En later moet ook de Amerikaanse politiek, en dan met name hoe ze omgaan met het christelijke geloof, het ontgelden: 'They say that Jesus is the way, but then they gave him a white face / So they don't have to pray to someone they deem lesser than them.'
Hoewel Paramore nooit echt een christelijke band is geweest, valt op het debuut All We Know Is Falling nog wel een zekere christelijke inslag te bespeuren. Het is interessant om te zien hoe Williams door de jaren heen minder metaforisch te werk is gegaan en meer kritiek zonder camouflage durft te geven op dingen die zij belangrijk vindt.
Het nummer ‘Discovery Channel’ speelt ook in op de nostalgische jaren 90-gevoelens van de luisteraar, onder meer door de tekstuele verwijzing naar The Bloodhound Gang’s 'The Bad Touch', door het overnemen van het refrein van dit nummer. Terwijl het nummer van The Bloodhound Gang grappig bedoeld is, wordt in ‘Discovery Channel’ juist een serieuze noot aangeslagen, want ook hier lijken er verwijzingen te zijn naar een stukgelopen relatie. Verder bevat Ego nog meer pastiche-achtige nummers zoals ‘Whim’, waar de gebruikte stemeffecten ook bijdragen aan het alternatieve 90’s-gevoel.
Maar sommige nummers op Ego hadden ook niet misstaan op de eerdere soloplaten van Hayley Williams. Een goed voorbeeld hiervan is ‘Ice in My OJ’, dat ook onderdeel had kunnen zijn van Petals for Armor. Dit geldt eveneens voor ‘Kill Me’.
Ego Death at a Bachelorette Party bevat ook enkele missers, singles die ik na de release eigenlijk na twee luisterbeurten links heb laten liggen, waaronder het kinderlijke ‘Brotherly Hate’, dat ook een bepaalde haat bij mij weet te ontketenen.
En bij de bekendmaking van de fysieke release van de derde plaat van Hayley Williams verscheen er nog een extra nummer: ‘Parachute’, dat toevallig ook een van de hardste nummers is, zowel tekstueel als muzikaal. Op dit nummer wordt duidelijk dat veel fans het waarschijnlijk bij het juiste eind hebben m.b.t. Hayleys relatie. 'Yes, I saw her, her spiraled hair / And I could see it, our life in a movie' . Hier zouden de gekrulde haren van een ingebeelde dochter kunnen verwijzen naar de haardracht van Taylor York, de gitarist van Paramore, met wie Williams een toekomst wilde opbouwen.
Ego Death at a Bachelorette Party is een ode aan de jaren 90 en het vroege millennium en bevat veel midtempo rocknummers. Het is daardoor minder experimenteel dan Petals for Armor en Flowers for Vases / Descansos. Niet dat dit erg is, want Ego heeft veel moois te bieden voor de nostalgische rockliefhebber en/of mensen die zelf te maken hebben met liefdesverdriet.
Kittie - Spit XXV (2025)

4,0
0
geplaatst: 25 oktober 2025, 17:50 uur
Kittie is sinds vorig jaar begonnen aan haar renaissance. Na 13 jaar verscheen er met het door Sumerian Records uitgebrachte Fire eindelijk weer een langspeler van het Canadese viertal.
Sindsdien heeft de band van de zussen Lander weer behoorlijk wat getoerd en blijkbaar smaakte dit naar meer, want sinds kort hebben ze een EP uitgebracht, Spit XXV, met daarop vier heropgenomen nummers van Spit, om ook deels het 25-jarig bestaan van hun debuut Spit te vieren.
Anders dan een band als Lacuna Coil, die ook een oud album heropnam (Comalies XX) en in een nieuw jasje stak, weet Kittie dit toch succesvoller te doen.
Misschien ook wel omdat Kittie er ten opzichte van Lacuna Coil voor heeft gekozen om de heropgenomen nummers geen gebrekkige facelift te geven, maar juist de ervaringen die zij door de jaren heen hebben opgedaan te vieren.
De dames van Kittie zijn namelijk door de decennia betere muzikanten geworden, zowel op het gebied van het beheersen van hun instrument als het uithangen van de brulboei. Zo klinkt 'Spit XXV' een stuk krachtiger en ook de vocalen van ‘Brackish XXV’ klinken een stuk sterker.
‘Charlotte XXV’ vind ik alleen een beetje tegenvallen ten opzichte van het origineel, daarvan prefereer ik duidelijk de normale vocalen van Morgan Lander in het origineel. Het contrast tussen clean en schreeuwvocalen is namelijk nu kleiner geworden, en dat maakte het origineel juist zo interessant.
En ik zou denk ik een andere keuze hebben gemaakt om in plaats van klassieker ‘Do You Think I’m a Whore XXV’ (die wel verdienstelijk is heropgenomen) waarschijnlijk ‘Paperdoll’ opnieuw uit te brengen, zeker ook omdat deze jaren geleden voor een dvd-opname wel live werd gespeeld. “I dress her up, she knocks me down”, maar dit gaat niet op voor Kittie.
Met de release van Fire, Spit XXV en de huidige tours hebben de metalveteranen laten zien nog lang niet klaar te zijn en een stuk beter uit de verf te komen dan veel andere oudgedienden uit het nu-metalcircuit.
Sindsdien heeft de band van de zussen Lander weer behoorlijk wat getoerd en blijkbaar smaakte dit naar meer, want sinds kort hebben ze een EP uitgebracht, Spit XXV, met daarop vier heropgenomen nummers van Spit, om ook deels het 25-jarig bestaan van hun debuut Spit te vieren.
Anders dan een band als Lacuna Coil, die ook een oud album heropnam (Comalies XX) en in een nieuw jasje stak, weet Kittie dit toch succesvoller te doen.
Misschien ook wel omdat Kittie er ten opzichte van Lacuna Coil voor heeft gekozen om de heropgenomen nummers geen gebrekkige facelift te geven, maar juist de ervaringen die zij door de jaren heen hebben opgedaan te vieren.
De dames van Kittie zijn namelijk door de decennia betere muzikanten geworden, zowel op het gebied van het beheersen van hun instrument als het uithangen van de brulboei. Zo klinkt 'Spit XXV' een stuk krachtiger en ook de vocalen van ‘Brackish XXV’ klinken een stuk sterker.
‘Charlotte XXV’ vind ik alleen een beetje tegenvallen ten opzichte van het origineel, daarvan prefereer ik duidelijk de normale vocalen van Morgan Lander in het origineel. Het contrast tussen clean en schreeuwvocalen is namelijk nu kleiner geworden, en dat maakte het origineel juist zo interessant.
En ik zou denk ik een andere keuze hebben gemaakt om in plaats van klassieker ‘Do You Think I’m a Whore XXV’ (die wel verdienstelijk is heropgenomen) waarschijnlijk ‘Paperdoll’ opnieuw uit te brengen, zeker ook omdat deze jaren geleden voor een dvd-opname wel live werd gespeeld. “I dress her up, she knocks me down”, maar dit gaat niet op voor Kittie.
Met de release van Fire, Spit XXV en de huidige tours hebben de metalveteranen laten zien nog lang niet klaar te zijn en een stuk beter uit de verf te komen dan veel andere oudgedienden uit het nu-metalcircuit.
Wolf Alice - The Clearing (2025)

3,5
1
geplaatst: 30 augustus 2025, 19:09 uur
Ik weet nog als de dag van gisteren dat ik voor de eerste keer ‘Moaning Lisa Smile’ van Wolf Alice hoorde. Ik was direct verkocht door het uitstekende gitaarwerk en na het aanschouwen van enkele energieke liveperformances op YouTube wist ik het zeker: deze band zou een grandioze toekomst tegemoet gaan. En deze voorspelling bleek uit te komen, want later in hun carrière wonnen de dame en heren van Wolf Alice de Mercury Prize, een belangrijke muziekprijs van Groot-Brittannië.
Inmiddels zijn wij tien jaar verder en ik had gehoopt dat het grote publiek had kunnen wennen aan de stijlwijzigingen van Wolf Alice en het brede kleurenpalet van Ellie Roswell en haar mannen. Echter, dit blijkt niet het geval te zijn. Maar ook bij mijzelf heb ik helaas moeten constateren dat Wolf Alice er na het sterke Blue Weekend niet in geslaagd is mijn hoge verwachtingen volledig waar te maken.
Waar ging het fout? Of anders gezegd: hoe komt het dat mijn honger, als de wolf in Roodkapje, niet gestild kon worden? Is het de grootmoeder haar schuld of ligt het toch aan mij?
Het begon allemaal zo goed met de eerste single ‘Boom Baby Bloom’, een energiek nummer dat iets wegheeft van Kate Bush, met een videoclip die mij direct deed denken aan Dirty Dancing. Op het eerste gezicht vond ik dit een gewaagde keuze als single voor een nieuwe plaat, maar nu de volledige langspeler te beluisteren is, snap ik de keuze maar al te goed. ‘Boom Baby Bloom’ is namelijk een van de weinige uptempo nummers op de plaat en daarmee begint ook mijn kritiek: The Clearing staat vol parels van nummers waarin het waanzinnige stemgeluid van Roswell centraal staat, maar af en toe had de ritmesectie wel wat meer gas mogen geven.
Terwijl mijn kritiek vooral over de muziek gaat, heb ik op internet vooral veel negatieve zaken moeten lezen over het uiterlijk van de bandleden en dan met name over de frontvrouw. Zij zou door de meer sex outfits de band in de uitverkoop hebben gedaan. Of het zou de schuld van Sony zijn, die een een 33-jarige vrouw zou hebben gedwongen zich meer bloot te geven ter compensatie van een poppier sound die volgens sommige mannen weinig meer om het lijf heeft? (Dit terwijl de frontvrouw wel vaker op het podium heeft gestaan met een luchtigere outfit.) Hiermee wordt maar weer eens pijnlijk duidelijk dat seksisme nog steeds niet uit de muziekwereld verdwenen is.
Terug naar de muziek, want daar gaat het uiteindelijk om. De tweede single van The Clearing is ‘The Sofa’, een ode aan Noord-Londen. Dit nummer vormt een mooie tegenhanger van Florence + The Machine’s ‘South London Forever’, waarin ook de liefde voor een deel van de Engelse hoofdstad wordt bezongen.
Typerend voor The Clearing is niet alleen de heldere productie, maar ook de transparante, onverbloemde wijze waarop Ellie Roswell reflecteert op het leven en alles wat daarbij komt kijken (ouder worden, de liefde, etc.), zoals op ‘The Sofa’:
I can be happy, I can be sad
I can be a bitch when I get mad
I wanna settle down, oh, to fall in love
But, sometimes, I just want to fuck
Dit zie je ook terug in bijvoorbeeld de albumopener ‘Thorns’: 'I must be a narcissist / God knows that I can't resist / To make a song and dance about it', waarin de gevolgen van een break-up aan bod komen.
En eigenlijk laten ‘The Sofa’ en ‘Thorns’ al direct zien wat het probleem van The Clearing is. Beide nummers hebben een glasheldere productie, bevatten goede introspectieve teksten en er is een glansrijke rol weggelegd voor de zang van Ellie, maar albumbreed kabbelt alles maar door. Ik mis de zogeheten bangers, scheurende gitaren of desnoods ergens een catchy hook. Wat meer afwisseling tussen harde nummers en dromerige, shoegaze-tracks zorgde vroeger voor de nodige variatie en dat ontbreekt op The Clearing.
Dan heb je een zangeres die nog nooit eerder zoveel verschillende facetten van haar stem heeft laten horen, maar dit is voor mij niet genoeg om de nieuwe plaat volledig te doen slagen. Voor de rest springen er voor mij nog maar twee andere nummers uit: de derde single ‘White Horses’ en ‘Bread Butter Tea and Sugar’. Het gitaargeoriënteerde ‘White Horses’ blinkt deels uit doordat drummer Joel Amey de leadvocalen op zich neemt, terwijl Ellie Roswell soms ver weg klinkt als The Cranberries’ Dolores O’Riordan. En dan hebben we nog het swingende ‘Bread Butter Tea and Sugar’, dat iets wegheeft van Elton John in zijn begintijd. Een zoet nummer dat zeker nog vaker op repeat zal staan.
Verder is ‘Midnight Song’ zo’n typisch Wolf Alice-nummer dat eigenlijk op elk album had kunnen staan, omdat er altijd wel een nummer op een Wolf Alice-plaat staat waarin Ellie’s engelenzang de hoofdrol krijgt.
Maar dat is het dan. The Clearing is een album waar zelfs de titels enige passiviteit uitdrukken: ‘Passenger Seat’, ‘Leaning Against the Wall’ en ‘The Sofa’. Het ontbreekt aan meer dynamiek, en dan heb ik het niet over de zangkwaliteiten van Roswell. Op deze plaat heeft zij echt wel haar beste zangprestatie ooit neergezet, maar dit is, samen met het teruggrijpen naar oude tijden (Kate Bush, Fleetwood Mac, Abba en Elton John), niet genoeg om mij volledig tevreden te stellen. Naast muziek uit de jeugd van (groot)moeder heb je namelijk nog meer nodig om het publiek voor je te winnen.
Is The Clearing dan slecht? Nee, maar het is een middelmatige plaat voor een band zoals Wolf Alice. Gelukkig staan ze live altijd als een huis en zijn vaak zelfs de zachtste nummers live een stuk leuker. Ik zie het optreden in 2026 positief tegemoet en don't delete the kisses.
Inmiddels zijn wij tien jaar verder en ik had gehoopt dat het grote publiek had kunnen wennen aan de stijlwijzigingen van Wolf Alice en het brede kleurenpalet van Ellie Roswell en haar mannen. Echter, dit blijkt niet het geval te zijn. Maar ook bij mijzelf heb ik helaas moeten constateren dat Wolf Alice er na het sterke Blue Weekend niet in geslaagd is mijn hoge verwachtingen volledig waar te maken.
Waar ging het fout? Of anders gezegd: hoe komt het dat mijn honger, als de wolf in Roodkapje, niet gestild kon worden? Is het de grootmoeder haar schuld of ligt het toch aan mij?
Het begon allemaal zo goed met de eerste single ‘Boom Baby Bloom’, een energiek nummer dat iets wegheeft van Kate Bush, met een videoclip die mij direct deed denken aan Dirty Dancing. Op het eerste gezicht vond ik dit een gewaagde keuze als single voor een nieuwe plaat, maar nu de volledige langspeler te beluisteren is, snap ik de keuze maar al te goed. ‘Boom Baby Bloom’ is namelijk een van de weinige uptempo nummers op de plaat en daarmee begint ook mijn kritiek: The Clearing staat vol parels van nummers waarin het waanzinnige stemgeluid van Roswell centraal staat, maar af en toe had de ritmesectie wel wat meer gas mogen geven.
Terwijl mijn kritiek vooral over de muziek gaat, heb ik op internet vooral veel negatieve zaken moeten lezen over het uiterlijk van de bandleden en dan met name over de frontvrouw. Zij zou door de meer sex outfits de band in de uitverkoop hebben gedaan. Of het zou de schuld van Sony zijn, die een een 33-jarige vrouw zou hebben gedwongen zich meer bloot te geven ter compensatie van een poppier sound die volgens sommige mannen weinig meer om het lijf heeft? (Dit terwijl de frontvrouw wel vaker op het podium heeft gestaan met een luchtigere outfit.) Hiermee wordt maar weer eens pijnlijk duidelijk dat seksisme nog steeds niet uit de muziekwereld verdwenen is.
Terug naar de muziek, want daar gaat het uiteindelijk om. De tweede single van The Clearing is ‘The Sofa’, een ode aan Noord-Londen. Dit nummer vormt een mooie tegenhanger van Florence + The Machine’s ‘South London Forever’, waarin ook de liefde voor een deel van de Engelse hoofdstad wordt bezongen.
Typerend voor The Clearing is niet alleen de heldere productie, maar ook de transparante, onverbloemde wijze waarop Ellie Roswell reflecteert op het leven en alles wat daarbij komt kijken (ouder worden, de liefde, etc.), zoals op ‘The Sofa’:
I can be happy, I can be sad
I can be a bitch when I get mad
I wanna settle down, oh, to fall in love
But, sometimes, I just want to fuck
Dit zie je ook terug in bijvoorbeeld de albumopener ‘Thorns’: 'I must be a narcissist / God knows that I can't resist / To make a song and dance about it', waarin de gevolgen van een break-up aan bod komen.
En eigenlijk laten ‘The Sofa’ en ‘Thorns’ al direct zien wat het probleem van The Clearing is. Beide nummers hebben een glasheldere productie, bevatten goede introspectieve teksten en er is een glansrijke rol weggelegd voor de zang van Ellie, maar albumbreed kabbelt alles maar door. Ik mis de zogeheten bangers, scheurende gitaren of desnoods ergens een catchy hook. Wat meer afwisseling tussen harde nummers en dromerige, shoegaze-tracks zorgde vroeger voor de nodige variatie en dat ontbreekt op The Clearing.
Dan heb je een zangeres die nog nooit eerder zoveel verschillende facetten van haar stem heeft laten horen, maar dit is voor mij niet genoeg om de nieuwe plaat volledig te doen slagen. Voor de rest springen er voor mij nog maar twee andere nummers uit: de derde single ‘White Horses’ en ‘Bread Butter Tea and Sugar’. Het gitaargeoriënteerde ‘White Horses’ blinkt deels uit doordat drummer Joel Amey de leadvocalen op zich neemt, terwijl Ellie Roswell soms ver weg klinkt als The Cranberries’ Dolores O’Riordan. En dan hebben we nog het swingende ‘Bread Butter Tea and Sugar’, dat iets wegheeft van Elton John in zijn begintijd. Een zoet nummer dat zeker nog vaker op repeat zal staan.
Verder is ‘Midnight Song’ zo’n typisch Wolf Alice-nummer dat eigenlijk op elk album had kunnen staan, omdat er altijd wel een nummer op een Wolf Alice-plaat staat waarin Ellie’s engelenzang de hoofdrol krijgt.
Maar dat is het dan. The Clearing is een album waar zelfs de titels enige passiviteit uitdrukken: ‘Passenger Seat’, ‘Leaning Against the Wall’ en ‘The Sofa’. Het ontbreekt aan meer dynamiek, en dan heb ik het niet over de zangkwaliteiten van Roswell. Op deze plaat heeft zij echt wel haar beste zangprestatie ooit neergezet, maar dit is, samen met het teruggrijpen naar oude tijden (Kate Bush, Fleetwood Mac, Abba en Elton John), niet genoeg om mij volledig tevreden te stellen. Naast muziek uit de jeugd van (groot)moeder heb je namelijk nog meer nodig om het publiek voor je te winnen.
Is The Clearing dan slecht? Nee, maar het is een middelmatige plaat voor een band zoals Wolf Alice. Gelukkig staan ze live altijd als een huis en zijn vaak zelfs de zachtste nummers live een stuk leuker. Ik zie het optreden in 2026 positief tegemoet en don't delete the kisses.
