MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Muziek / Toplijsten en favorieten / De artiesten top 100 van (herman)!

zoeken in:
avatar van GrafGantz
herman schreef:
Je wilt Nico geen Son of a Preacher Man horen zingen, maar Dusty Springfield ook geen All Tomorrow’s Parties.


Nooit over nagedacht, maar nu ik dit zo lees wil ik dat eigenlijk wel heel graag horen moet ik bekennen

avatar van Johnny Marr
Onlangs bij een popquiz deze interessante box set gewonnen, en ik heb 'm afgelopen zomer ook live gezien op Down the Rabbit Hole. Wat een held!!! Of niet dan, ArthurDZ?

Fun House is één van de allerbeste albums die ooit is neergekotst op deze aardkloot. Ik hield het niet meer toen ie z'n set op DTRH aftrapte met het schuimbekkende T.V. Eye:

LOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOOORD *instant ik-wil-alles-kapot-maken modus*

avatar van herman
https://static.independent.co.uk/s3fs-public/thumbnails/image/2019/12/11/12/the-clash.jpg?quality=75&width=1368&crop=3%3A2%2Csmart&auto=webp

43. The Clash

Favoriete albums: London Calling, Sandinista!
Favoriete nummers: (White Man) in Hammersmith Palais, London Calling, Spanish Bombs, The Guns of Brixton, The Card Cheat, The Magnificent Seven, One More Time / One More Dub, The Call Up
Deep cuts: The Clash & Ranking Roger - Rock The Casbah (beter dan de bekende versie wat mij betreft), Overpowered by Funk, Ghetto Defendant
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: dazzler (87) en itchy (73)

The Clash is voor mij een intrigerende band die eigenlijk staat voor iets groters dan alleen de muziek. Ik realiseerde me dat ik datzelfde gevoel heb bij navolgers als Mano Negra, Gogol Bordello, Los Fabulosos Cadillacs en Dubioza Kollektiv. Hun kracht zit in de mengvorm van de muziek in combinatie met (links) sociaal engagement: punk, ska, reggae en rock smelten samen met een boodschap van solidariteit en rebellie. Er wordt gezongen over outsiders, migranten, onderdrukten, en over thema’s die raken aan saamhorigheid. Ik kan me geen band voor de geest halen die al vóór The Clash iets dergelijks deed, laat staan zo goed.

The Clash begon als punkband, maar omarmde al gauw meer genres. In 1978 brengen ze de losse single (White Man) in Hammersmith Palais uit, geïnspireerd op een reggaeconcert dat Joe Strummer bezocht en waar hij als blanke man een outsider was. De muziek start nog punkachtig, maar bevat een duidelijk reggaeritme – wat mij betreft hun sterkste song tot dan toe.

Een jaar later verschijnt London Calling en vanaf dat moment is de beer los. Vanaf de geweldige opener tot de afsluiter Train in Vain is het een muzikaal avontuur zonder zwakke plekken.

Een van mijn topfavorieten is Spanish Bombs, dat gaat over de Spaanse Burgeroorlog en de aanslagen in Andalusië. Ik draaide het veel rond kort op elkaar volgende vakanties in Andalusië, en het was aanvankelijk de hoofdreden om de plaat vaak op te zetten – waardoor uiteindelijk nog veel meer kwartjes zouden vallen.

Over het slotnummer Train in Vain ontdekte ik een paar jaar terug een leuk weetje: Mick Jones schreef het na zijn breuk met Slits-gitariste Viv Albertine en het wordt vaak gezien als een reactie op hun Typical Girls, dat ik destijds helemaal grijs heb gedraaid. In dat nummer bespotten The Slits clichés over vrouwen, waaronder het idee dat “typical girls stand by their man.” Jones voelde zich juist niet gesteund – “You didn’t stand by me” – en de titel verwijst zowel naar zijn vergeefse treinritten naar haar huis als naar een liefde “in vain”.

Waarschijnlijk is London Calling ook hun beste plaat, al heb ik ook een zwak voor de 12” Black Market Clash met rarities, waaronder Armagideon Time, een sublieme Clash-reggae cover van Willie Williams (het origineel is overigens ook fantastisch).

Een duidelijk mindere plaat dan London Calling is opvolger Sandinista!, maar op de een of andere manier vind ik dat wel hun intrigerendste album. Een driedubbelelpee die werd verkocht voor de prijs van een enkel album; daar wilden de bandleden best financieel voor inleveren. Het is hun White Album: een explosie van creativiteit met liefst 36 nummers verdeeld over zes plaatkanten. Soms ronduit geniaal, soms ook rommelig en chaotisch. Ooit wil ik daar nog mijn ultieme enkel-lp uit destilleren.

Hierna was het wel een beetje klaar met The Clash, al is Combat Rock nog een leuke plaat – al was het maar vanwege Rock The Casbah, het eerste nummer dat ik van ze leerde kennen via MTV’s Greatest Hits of the 80’s. Toch bleef het altijd een sympathieke band met muzikanten die met hun poten in de klei stonden: sociaal bewogen types die evengoed mijn vrienden hadden kunnen zijn, maar toevallig wereldberoemd werden.

Als band waren ze duidelijk een collectief, met een belangrijke rol voor elk lid. Zo bracht bassist Paul Simonon de reggae-invloeden in. Joe Strummer was uiteraard de ideologische motor – zijn stem, teksten en visie gaven The Clash hun gezicht. Hij overleed helaas al in 2002 en zijn afwezigheid voelt nog altijd onwerkelijk.

avatar van vigil
Deze band werd "pas" bij mij bekend door de heruitgave van Should I Stay or Should I Go welke in 1991 een dikke hit was. Rock the Casbah kreeg als follow-up iets minder airplay maar was in Engeland nog steeds een aardige hit.

Op één of andere manier is The Clash niet helemaal mijn band ondanks dat er genoeg ingrediënten zijn die mij moeten aanspreken. Bands als The Alarm die overduidelijk inspiratie vinden in de barricaderockkant van The Clash kan ik bv wel heel erg waarderen.
Ach, zo gaat dat wel eens.

avatar van herman
Oja, dat was zelfs een top 10 hit. Tof nummer ook. Barricaderock is ook wel een mooie term voor het genre.

avatar van GrafGantz
vigil schreef:
Deze band werd "pas" bij mij bekend door de heruitgave van Should I Stay or Should I Go welke in 1991 een dikke hit was.


Was dat niet een van die vele 'spijkerbroekenreclamehits' die we in die tijd hadden? Leuk woord voor galgje overigens.

avatar van vigil
GrafGantz schreef:
(quote)


Was dat niet een van die vele 'spijkerbroekenreclamehits' die we in die tijd hadden? Leuk woord voor galgje overigens.

Klopt als een bus mijn waarde!

avatar van MarkS73
vigil schreef:


Op één of andere manier is The Clash niet helemaal mijn band ondanks dat er genoeg ingrediënten zijn die mij moeten aanspreken. Bands als The Alarm die overduidelijk inspiratie vinden in de barricaderockkant van The Clash kan ik bv wel heel erg waarderen.
Ach, zo gaat dat wel eens.


Ik heb precies hetzelfde met The Clash, ik probeer het altijd heel leuk te vinden aangezien het precies in mijn straatje zou moeten passen maar de klik komt maar niet. Na meer dan dertig jaar zal dat ook vast niet meer geburen...

Should I Stay Or Should I Go is daarentegen wel weer een lekker meezinger...

avatar van vigil
Ja, dat is het ook! London Calling vind ik ook wel geweldig, fantastische drive.

Maar verder...

avatar van GrafGantz
vigil schreef:
(quote)

Klopt als een bus mijn waarde!


Dank u, amice.

avatar van ArthurDZ
The Clash Altijd goed tot briljant (die laatste plaat vergeten we voor het gemak even). Sandinista is volgens mij de enige driedubbelplaat die ik op 5* heb staan, zelfs van de kul en spielereitjes op die plaat geniet ik met volle teugen.

avatar van herman
https://media.ouest-france.fr/v1/pictures/MjAyMzA3Njc3YjI3NGY2YzMwNTIwYmMwN2IyNmRkMTMyNDg5ZDU?width=630&height=354&focuspoint=50%2C25&cropresize=1&client_id=bpeditorial&sign=3987cd7f7211f53c682ef86475da14d0a857bd3cce1f847cada754593038904b

42. Yann Tiersen

Favoriete albums: Rue des Cascades, Le Phare, Kerber
Favoriete nummers: Mouvement Introductif, J’y Suis Jamais Allé, La Dispute, La Chute, Sur le Fil, Comptine d’un autre été: l’après-midi
Deep cuts: Kedrall, Ker al Loch en ook nog maar eentje van Tiny Feet: At the End
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: -

Over Yann Tiersen heb ik zelden iets geschreven op deze site, maar eigenlijk valt mijn relatie met zijn muziek in drie hoofdstukken uiteen.

1. Amélie Poulain en Goodbye Lenin
Zoals zovelen maakte ik voor het eerst kennis met Yann Tiersens muziek via Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain, de arthouseklassieker uit 2001 die zowat een jaar onafgebroken in de bioscoop draaide. Een film die ik sindsdien meerdere keren heb teruggezien, en die alleen maar mooier is geworden. Regisseur Jean-Pierre Jeunet was onder de indruk van eerdere muziek van Tiersen en gebruikt er veel van in zijn film. Ook vraagt hij Tiersen nog wat extra stukken te componeren, waaronder het uiteindelijke thema van de film. De muziek levert een onmisbare bijdrage aan de magie van de film; Montmartre heeft er nog nooit zo sprookjesachtig uitgezien.

Vooral Comptine d’un autre été: L'après-midi groeide uit tot een nummer dat je overal hoorde: in reclames, documentaires, trailers. Kort daarna volgde Goodbye, Lenin!, opnieuw een filmhuishit met muziek van Tiersen. Minder zwierig dit keer, ingetogener: de accordeon bleef ditmaal opgeborgen. Jusqu’ici pour maintenant.

2. Rotterdam 2015 – Tiny Feet, flinke crush
Avance rapide naar 2015. Ik ben aan het werk als een vriendin belt:
“Ik ga vanavond naar Yann Tiersen in de Rotterdamse Schouwburg, maar mijn gezelschap kan niet. Heb jij zin?” Inmiddels had ik Tiersen al jaren niet meer gevolgd en dacht ik dat hij nog steeds vooral pianomuziek maakte, maar spontaan naar een concert op maandagavond… waarom ook niet? Onderweg lees ik echter dat hij net een album heeft uitgebracht met de titel (Infinity), dat helemaal niets meer heeft te maken met de muziek van weleer. Een soort progressieve rock met filosofische inslag en zang in vijf, zes verschillende talen. Klinkt ambitieus, maar ik laat me graag verrassen.

Eerst is er een voorprogramma: een dame die zich Tiny Feet noemt. Suffe naam, maar de muziek bevalt me wel. Intiem, elektronisch, met folkinvloeden. En een mooie stem. Daarna volgt Tiersens eigen optreden met flinke band, waaronder ook weer Tiny Feet: onderhoudend, maar eerlijk gezegd staat me er weinig meer van bij.

Na afloop belanden we in de foyer. De zangeres van het voorprogramma staat daar ook, en even later komt Tiersen zelf aanlopen. Ik knoop een praatje aan met haar om aan te geven dat ik haar muziek leuk vond, maar gaandeweg raakte ik ook onder de indruk van haarzelf. Tot het weer tijd is om te gaan. Die week nog wat vluchtig Facebookcontact, en toen… niets meer.

De show van Tiersen was inmiddels alweer uit mijn gedachten, in tegenstelling tot mevrouw Quinquis zoals ik inmiddels heb begrepen. Ter verdediging: het album uit die periode staat nog altijd bekend als zijn minst geslaagde en scoort ook bij ons niet best.

3. 2020 – silence, s’il vous plaît
Avance rapide naar 2020. In de COVID-periode werk ik veel thuis, mijn hoofd zoekt rust, en ik stof mijn Nils Frahm- en Peter Broderick-verzameling af. Ineens denk ik ook weer aan Yann Tiersen. Ik luister vooral zijn recente platen en zijn vroege werk uit de jaren ’90, de albums waaruit hij veel materiaal voor Amélie haalde. Speelse muziek, veel piano, veel kleine instrumenten — precies wat ik nodig heb. Het is eigenlijk voor het eerst dat ik er diep in duik en erdoor betoverd raak. Voorheen bleef het bij de twee genoemde soundtracks.

En dan, ergens online, ontdek ik het onverwachte: de zangeres van Tiny Feet, mijn voorprogramma-crush van toen, blijkt inmiddels getrouwd met Tiersen. Of er in 2015 al iets speelde weet ik niet; je zag er niks van. Het is in ieder geval een vreemde gewaarwording: beseffen dat ik ooit stond aan te pappen met de (toekomstige) partner van een muzikant die ik bewonder.

Tot zover dit anekdotische uitstapje, want muzikaal blijkt Tiersen zich inmiddels ook hervonden te hebben. Van zijn recente albums vind ik bijvoorbeeld Kerber erg mooi. Hierop zijn piano, elektronica en stilte de hoofdingrediënten; het geheel is een haast meditatieve trip. Kerber is vernoemd naar een dorpje op het Bretonse eiland Ushant, waar de familie Tiersen woont. Voor mij weerspiegelt het precies de rust die daar te vinden is.

avatar van Dim
Dim
Wat een bijzondere anekdote bij Yann Tiersen - en wat een mooie notering voor deze veelzijdige muzikant.

avatar van vigil
Goed verhaal Herman!

Als we nu vragen naar haar herinneringen van die specifieke avond in de foyer, het concert en het vluchtige FB-contact heeft ze het dan over "oh ja, die stalker"?

avatar van Gretz
Schitterende anekdote Herman

avatar van Poek
vigil schreef:
Goed verhaal Herman!

Als we nu vragen naar haar herinneringen van die specifieke avond in de foyer, het concert en het vluchtige FB-contact heeft ze het dan over "oh ja, die stalker"?


“I married the wrong guy.”

avatar van herman
vigil schreef:
Goed verhaal Herman!

Als we nu vragen naar haar herinneringen van die specifieke avond in de foyer, het concert en het vluchtige FB-contact heeft ze het dan over "oh ja, die stalker"?

Haha, nee hoor. Maar het was maandagavond, waren niet zo heel veel mensen en een praatje maken was zo gedaan.

avatar van herman
https://imgs.smoothradio.com/images/220984?crop=16_9&width=660&relax=1&format=webp&signature=RTYGTxL-RToohASR9uS9vRJGA_I=


41. Daft Punk

Favoriete albums: Homework, Discovery, Alive 2007
Favoriete nummers: Rollin’ & Scratchin’ (Alive 1997-versie), Alive, Superheroes, Something About Us, Veridis Quo, Face to Face, Too Long, The Game of Love, Touch
Deep cuts: Musique, Thomas Bangalter - Outrun, Colossus, Ian Pooley - Chord Memory (Daft Punk Remix), Together - Together, Daft Punk, Nile Rodgers, Stevie Wonder & Pharrell Williams - Get Lucky/Another Star (Grammys optreden)
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: -

Soms besef je pas hoe erg je een artiest hebt gewaardeerd als ze ermee ophouden. In 2021 kondigden Thomas Bangalter en Guy-Manuel de Homem-Christo het afscheid van Daft Punk aan. Acht jaar na hun laatste studioalbum, maar het voelde toch als het einde van een tijdperk. Een tijdperk dat liep van mijn late middelbare schooltijd tot in mijn veertiger jaren. Dit was een duo dat ik niet alleen bewust heb zien opkomen, groeien en stoppen, maar ook een groep waarmee ik ben meegegroeid. Ze waren trendsettend, maar hun albums hadden vaak tijd nodig om te landen — en juist daardoor zijn ze me zo dierbaar geworden.

Homework (1997)
Het begon in het MTV-tijdperk, met Da Funk en de briljante Spike Jonze-videoclip: de man met het hondenmasker die door New York loopt, ghettoblaster op de schouder, de track door de straten dreunend. En dan Around the World, nóg een briljante clip, dit keer van Michel Gondry. Daarmee heb ik ook meteen de twee beste videoclipmakers van dat tijdperk genoemd.

Around the World is wat mij betreft iconisch; ik word nog steeds blij van dat nummer. In 1997, het jaar van Homework, was ik bovendien in de gelukkige omstandigheid Daft Punk live te zien op Torhout. Ik herinner me hoe ze af en toe alvast wat bliepjes uit Around the World lieten horen en het publiek ontplofte. Toen het nummer aan het einde in volle glorie kwam, was het pure euforie. Sindsdien heb ik het honderden keren gehoord en kan ik het inmiddels wel dromen, maar nog steeds word ik er blij van.

De singles waren meteen raak, maar de rest van Homework had in die tijd wat meer tijd nodig om in te dalen. Ik had toen nog niet veel dance-albums gehoord en veel tracks zijn behoorlijk repetitief. Maar door de jaren heen ben ik het album alleen maar méér gaan waarderen. Oh Yeah is bijvoorbeeld een perfecte dj-tool om een break in een set te creëren. En High Fidelity lijkt op het eerste gehoor misschien rechttoe rechtaan, maar luister eens naar de blazers, de percussie en vooral de hi-hat — het is razend knap in elkaar gezet. Over die hi-hat gesproken: ook in Da Funk speelt die een subtiele, maar heerlijke rol.

Toch zijn mijn absolute favorieten van het album Rollin’ & Scratchin’ en Alive. Rollin’ & Scratchin’ is een meedogenloze beuktrack met schurende synths: fysiek, intens en compromisloos. De liveversie op Alive 1997 is ronduit majestueus; ik krijg er na al die jaren nog steeds kippenvel van. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik dit destijds live heb meegemaakt — als ik een teletijdmachine had, zou ik zó terug willen naar die avond op Torhout.

Mijn andere favoriet is Alive zelf. Er is geen zang, geen melodie, geen funk — alleen een onstuitbare, hypnotiserende puls die komt en gaat als een getijde. Het voelt als een existentiële groove, iets diepers dan dansmuziek alleen: een pure, elementaire energie waar alles om draait. Dit ís Daft Punk in hun Homework-periode, rauw en compromisloos. Geen wonder dat ze niet één, maar twee liveplaten naar dit nummer vernoemden.

Discovery (2001)
Net als bij Homework zijn uiteindelijk de albumtracks mijn favoriet, waaronder de ingetogen pareltjes Veridis Quo en Something About Us. Meer nog dan Homework voelt Discovery als een conceptalbum: je hoort de discomuziek uit de platenkast van Thomas en Guy-Manuels ouders, gefilterd door hun futuristische blik. Inmiddels hadden de heren zichzelf volledig gerobotiseerd — een identiteit die ze zo consequent hebben volgehouden dat bijna niemand meer wist hoe ze er in het echt uitzagen. Dat concept bevalt me wel: het idee van robots die proberen te begrijpen wat het betekent om mens te zijn. Misschien is dat ook waarom het album me zo raakt. Ik ben dol op coming-of-age-melancholie, waarin vreugde en weemoed hand in hand gaan. Zelfs in een pompende track als Superheroes hoor ik dat verlangen nog doorklinken.

Human After All (2005) & Alive 2007
Weer een paar jaar later kwam het derde album, waarin het duo zichzelf volledig gerobotiseerd presenteerde. De treffende titel Human After All dekt de lading: het album voelde als een tegenvaller, te repetitief, te kaal. Maar waar het op zichzelf misschien niet hun sterkste werk is, bleek het wel perfecte bouwstenen te bevatten voor Alive 2007 — misschien wel hun magnum opus.

Op Alive 2007 komt alles samen in een waanzinnige, onophoudelijke live-mix waarin tracks van Homework, Discovery en Human After All naadloos in elkaar grijpen. Het album voelt als de absolute piek van hun eigen universum. Ik las ooit dat The KLF de uitvinders waren van “stadionhouse” en dat Daft Punk het heeft geperfectioneerd. Daar zit wel wat in: hun geluid was massaal, collectief en extatisch. Helaas heb ik ze zelf niet gezien tijdens deze tour, wat een geweldige belevenis moet dat geweest zijn.

Random Access Memories (2013)
En toen, na jaren stilte, kwam er nog een prachtige epiloog in de vorm van Random Access Memories. Het openingsnummer, Give Life Back to Music, is meteen het manifesto van de plaat: ergens waren de heren ook wel klaar met de elektronische dance en de EDM-hausse die zij mede hadden aangejaagd. Terug naar de basis, terug naar weleer. Veel softrock, veel analoge disco en in het algemeen een warmer, rijker geluid, met hoofdrollen voor oude helden Nile Rodgers, Giorgio Moroder en Paul Williams. Vooral Touch met Williams is een sleutelmoment: een kleine acht minuten durende reis langs intimiteit, chaos, melancholie en euforie. Het is misschien wel het mooiste nummer van het album — en niet voor niets onderdeel van de video waarmee Daft Punk uiteindelijk afscheid nam.

En dan is er Contact, de afsluiter. Het opent met een geluidsfragment van astronaut Eugene Cernan, de laatste mens die in 1972 op de maan liep. Daarna bouwt het nummer gestaag op, tot de muziek in een allesverzengende climax explodeert… en dan ineens: stilte. Een einde om over te filosoferen. Wat hebben we gehoord? Achteraf voelt het bijna als een afscheidsbrief. Alsof de raket is ontploft. Of misschien zijn de robots eindelijk alsnog mens geworden.

Something About Us
Los van de muziek voelt het alsof Daft Punk mij altijd een stap voor was. Homework was een van mijn eerste pure dance-albums; daarvoor luisterde ik vooral commerciële dance, losse nummers of rockgeoriënteerde acts zoals The Prodigy en The Chemical Brothers. Daarna volgden er nog veel meer. De disco van Discovery kon ik in eerste instantie niet plaatsen, maar uiteindelijk is het een van mijn absolute favorieten geworden. En toen ik in de jaren ‘00 veel schurende elektrohouse luisterde, raakte ik dat — net als het duo zelf — langzaam beu, waardoor RAM precies op het juiste moment kwam.

Gezien de enorme hoeveelheid navolgers, de constante vernieuwing en de visie die ze tussen de regels door lieten zien, zie ik Daft Punk eigenlijk wel als de belangrijkste (populaire) elektronische act sinds Kraftwerk. Hun muziek was niet alleen vernieuwend, maar ook grensverleggend: elk album voelde als een nieuwe ontdekkingstocht, zowel muzikaal als emotioneel. Voor mij markeren ze een tijdperk — een soundtrack bij mijn eigen leven — en misschien is dat wel het grootste compliment dat je een artiest kunt geven.

avatar van herman
Flinke lap tekst geworden Ik zat ook weer 'gevangen' in de muziek... ik kan er zo uren naar luisteren. De komende stukken worden weer wat korter.

avatar van ArthurDZ
Heerlijk juist die lange stukken! Dus vooral geen eindredacteur in dienst nemen!

avatar van Dim
Dim
Van Yann Tiersen naar Daft Punk, wat een heerlijkheid.

avatar van vigil
Nou ja, Jarre...

Maar goed idd wederom een zeer sterk, enthousiast, gedreven en makkelijk wegleesbaar verhaal

avatar van Pepino
Heel mooi stuk over Daft Punk. Ik ben er volledig akkoord mee!

avatar van vivalamusica
Het is mooi als muziek (en het ontdekken) goed samenvalt met een bepaalde levensfase, het ervaren van niet al te commerciële dansmuziek had ik wat eerder ervaren, voor mij kwam Daft Punk wat te laat.
Het belang van filmcomponisten niet te onderschatten. De latere Yann Tiersen heb ik laten liggen, ik ga nav het stuk eens luisteren naar z'n recentere werk.

avatar van herman
Dank iedereen voor de reacties!

vigil schreef:
Nou ja, Jarre...

Die ligt mij wat minder en komt daarom niet zo snel in mij op, maar die hoort ook wel in het rijtje thuis inderdaad. Grote naam en ik las dat hij in de jaren '70 een keer voor een miljoen mensen heeft opgetreden... Helaas kan ik er buiten Oxygene niet veel mee, maar wellicht komt het nog eens.

avatar van GrafGantz
herman schreef:
41. Daft Punk

Live gezien: ja


Potver, ik niet

avatar van herman
https://scontent-ams2-1.xx.fbcdn.net/v/t1.6435-9/54099058_2548116081897286_6564616499846184960_n.jpg?_nc_cat=108&ccb=1-7&_nc_sid=127cfc&_nc_ohc=oO8ERMsnvpMQ7kNvwHR5yAi&_nc_oc=AdmPUX5tvt_TQeINs79OjejzBs8ExrI0j3q8GC7Cme8FDeyPiXTwn7tUEcbn1b0C8xGdUlev4MLgkORBGbd9o6p_&_nc_zt=23&_nc_ht=scontent-ams2-1.xx&_nc_gid=wuigI6DhWSGErtAY5BiakQ&oh=00_AfURzy4rblpP-g01ryiToCf7QpNdu9E8maAw0a2I8_MbHQ&oe=68D1BF0C

40. Dusty Springfield

Favoriete album: Dusty in Memphis
Favoriete nummers: I Close My Eyes and Count to Ten, You Don’t Have to Say You Love Me, I Just Don’t Know What To Do With Myself, Just a Little Lovin’, Don’t Forget About Me, Breakfast In Bed, Windmills of Your Mind
Deep cuts: Summer is Over, That’s The Kind of Love I’ve Got For You (12”-versie, Dusty goes disco)
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: vigil (43) en Kronos (13)

Van Dusty Springfield wist ik heel lang eigenlijk maar weinig. Toen ik net een vaste Top 40-luisteraar werd, was haar door de Pet Shop Boys geschreven In Private een hit. Ik vond dat destijds een erg leuk nummer, al klonk het wat ouderwets naast de meeste andere hits. Achteraf bleek het haar laatste grote succes in Nederland. Nog geen tien jaar later overleed ze, op 59-jarige leeftijd, aan kanker. Mijn ontdekkingstocht in haar oeuvre moest toen nog beginnen.

Her en der had ik al wat losse nummers gehoord, maar het was dankzij MusicMeter dat ik besloot eens een volledig album te proberen. Dat werd Dusty in Memphis — en die plaat sloeg in als een bom. Het ene nummer nog mooier dan het andere, gezongen met een ontwapenende stem, alsof ze jou persoonlijk toezingt. Pas later ontdekte ik dat veel nummers covers zijn, maar zodra je de originelen hoort, is het duidelijk: Dusty eigent zich die songs volledig toe. Luister maar eens naar Jerry Butler’s I Don’t Want to Hear It Anymore of The DriftersIn the Land of Make Believe — allebei prachtig, maar Dusty zingt ze met zoveel meer intimiteit en spanning dat je de originelen meteen vergeet. Zelfs Son of a Preacher Man, ooit geschreven voor Aretha Franklin, voelt alsof het altijd al van haar is geweest. En The Windmills of Your Mind, voor mij misschien wel het mooiste nummer op het album, vind ik nauwelijks aan te horen in de wat gejaagde versie van Noel Harrison. Dusty maakt er pure magie van — ze brengt mijn hoofd, en zelfs de molentjes daarin, helemaal tot rust.

Wat me ook in met name Dusty in Memphis aantrekt, is de combinatie van romantiek met een vleugje ouderwetse charme die ik vaak juist prettig vind (iets soortgelijks hoor ik ook bij The Walker Brothers). Het is nostalgie naar een tijd die ik niet heb meegemaakt, maar ergens toch herkenbaar voelt. Muzikaal houd ik ook van de soms weelderige arrangementen. Uiteraard zijn de meeste nummers ook geschreven door enkele grootheden van the American Songbook: Burt Bacharach & Hal David (In the Land of Make Believe), Gerry Goffin & Carole King (Don’t Forget About Me), Randy Newman (I Don’t Want to Hear It Anymore), en Barry Mann & Cynthia Weil (Just a Little Lovin’). Ooit wil ik die songwriters nog eens stuk voor stuk uitpluizen, maar dan moet ik eerst wat andere muzikale bezigheden afstoten, vrees ik.

Vanuit Dusty in Memphis ben ik verder haar jaren ’60-discografie ingedoken, vooral de albums die ze in Engeland uitbracht. Die zijn stuk voor stuk de moeite waard, al wordt het torenhoge niveau van Dusty in Memphis slechts sporadisch aangetikt. Er is echter één nummer dat voor mij misschien nóg groter is: I Close My Eyes and Count to Ten. Een majestueus hoogtepunt in haar carrière, misschien wel het mooiste nummer dat ze ooit heeft opgenomen. Het is een schitterende, verlangenvolle ballad, maar ook een dynamische compositie waarin de spanning voortdurend opbouwt. De manier waarop het nummer couplettenlang aanzwelt, om dan plots gas terug te nemen en genadeloos uit te halen in het refrein, is ronduit briljant. Na het tweede en laatste refrein kun je mij opvegen. Het voelt bijna als valsspelen: alsof een land op het WK-voetbal in het laatste kwartier ineens drie extra spelers inbrengt om de tegenstander te verpletteren. En dat alles in drie minuten. Bizar.

Na Dusty in Memphis treedt langzaam het verval in, al zijn er nog genoeg hoogtepunten. Willie & Laura Mae Jones is een fijne single met een heel andere, swampy vibe — het origineel van Tony Joe White is duidelijk hoorbaar, maar Dusty’s versie tilt het op. A Brand New Me is een prachtige single, al heb ik met het bijbehorende album nog geen echte klik. See All Her Faces bevat dan weer meerdere hoogtepunten, maar het is merkbaar dat de nummers in verschillende sessies met verschillende producers zijn opgenomen. Een verrassing is haar prachtige cover van Yesterday When I Was Young, een van de mooiste songs van Charles Aznavour.

Met haar latere werk ben ik minder vertrouwd, al springen de samenwerkingen met de Pet Shop Boys er wél uit. What Have I Done to Deserve This? blijft een schitterende single — een onverwachte en waardige reanimatie van een van de mooiste stemmen uit de popgeschiedenis, en daarmee ook een mooie brug naar het nummer dat mij ooit richting Dusty bracht.

avatar van vigil
Halleluja

avatar van GrafGantz
vigil schreef:
Halleluja


Heeft ze die ook al gecoverd?

avatar van vivalamusica
mooie passage herman

Er is echter één nummer dat voor mij misschien nóg groter is: I Close My Eyes and Count to Ten. ...... Na het tweede en laatste refrein kun je mij opvegen. Het voelt bijna als valsspelen: alsof een land op het WK-voetbal in het laatste kwartier ineens drie extra spelers inbrengt om de tegenstander te verpletteren. En dat alles in drie minuten. Bizar.


Typisch uit die tijd, heb dit een een verzamel cd staan, the silver collection. Muzikale acrobatiek van de bovenste plank en ook typisch hoe het nummer ineens abrupt eindigt en 'weg' is.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 22:02 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 22:02 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.