Muziek / Toplijsten en favorieten / De artiesten top 100 van (herman)!
zoeken in:
1
geplaatst: 24 augustus 2025, 16:04 uur
herman schreef:
Met haar latere werk ben ik minder vertrouwd, al springen de samenwerkingen met de Pet Shop Boys er wél uit.
Met haar latere werk ben ik minder vertrouwd, al springen de samenwerkingen met de Pet Shop Boys er wél uit.
Dan ken je misschien Sandra nog niet, herman. Prachtige ballad, aangrijpende tekst en Dusty die het zo doorvoeld zingt als was ze zelf het hoofdpersonage in het nummer.
0
geplaatst: 24 augustus 2025, 16:53 uur
Allemaal leuk die Engelstalige nummers, maar wat vind je van haar Nederlanstalige werk Herman?
0
geplaatst: 24 augustus 2025, 18:57 uur
Poek schreef:
Allemaal leuk die Engelstalige nummers, maar wat vind je van haar Nederlanstalige werk Herman?
Allemaal leuk die Engelstalige nummers, maar wat vind je van haar Nederlanstalige werk Herman?
Ze heeft een keer in het Nederlands gezongen in 1 nummer staat me bij (bericht van jou), maar welke was het ook alweer...
Wist jij dan weer dat ze vanwege haar liefde voor katten naar Amsterdam is verhuisd?
0
geplaatst: 24 augustus 2025, 18:58 uur
Kronos schreef:
Dan ken je misschien Sandra nog niet, herman. Prachtige ballad, aangrijpende tekst en Dusty die het zo doorvoeld zingt als was ze zelf het hoofdpersonage in het nummer.
(quote)
Dan ken je misschien Sandra nog niet, herman. Prachtige ballad, aangrijpende tekst en Dusty die het zo doorvoeld zingt als was ze zelf het hoofdpersonage in het nummer.
Die ken ik nog niet inderdaad. Helaas staan haar albums uit die tijd niet op Spotify.
Maar ik zal hem eens opzoeken.
2
geplaatst: 24 augustus 2025, 19:09 uur
herman schreef:
Ze heeft een keer in het Nederlands gezongen in 1 nummer staat me bij (bericht van jou), maar welke was het ook alweer...
Wist jij dan weer dat ze vanwege haar liefde voor katten naar Amsterdam is verhuisd?
(quote)
Ze heeft een keer in het Nederlands gezongen in 1 nummer staat me bij (bericht van jou), maar welke was het ook alweer...
Wist jij dan weer dat ze vanwege haar liefde voor katten naar Amsterdam is verhuisd?
Wist ik nog niet! Inmiddels gelezen: Het vergeten Amsterdamse jaar van Dusty Springfield – Maarten Slagboom - maartenslagboom.nl
Topvrouw

12
geplaatst: 31 augustus 2025, 01:47 uur
https://images.squarespace-cdn.com/content/v1/593070a42994cad2710a6439/1583864553334-1LYGZ1Y9X6MZ3AYQE0KA/image-asset.jpeg?format=2500w
39. Madonna
Favoriete albums: Confessions on a Dance Floor
Favoriete nummers: Borderline, La Isla Bonita, Like A Prayer, Oh Father, Vogue, Deeper and Deeper, Bedtime Story, Drowned World / Substitute for Love, Hung Up, Get Together, Give It 2 Me
Deep cuts: Oh Father, Amazing, Hollywood (Jacques lu Cont remix), I Don’t Search I Find
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: aERodynamIC (12)
Over het algemeen is het toch een komen en gaan van artiesten, maar er zijn er ook die praktisch mijn hele leven aanwezig waren. Soms wat meer op de voorgrond, soms wat minder. Madonna is er duidelijk zo eentje: als kind zag ik haar altijd als een van de grote 4 uit de jaren ‘80, samen met Michael Jackson, Prince en George Michael. Mijn eerste muzikale herinnering aan haar muziek was in de lente van 1987, toen er op mijn basisschool een playbackshow was. Madonna was gigantisch populair: werkelijk élk meisje wilde haar wel playbacken. Uiteindelijk viel de keus op La Isla Bonita en mochten zo’n 20 meisjes allemaal één regel van La Isla Bonita playbacken. Ik vond het vooral aandoenlijk; het liedje zelf maakte toen nog weinig indruk. Inmiddels is dat bijgedraaid: nu vind ik het een heerlijke latin-ballad waar ik altijd een beetje week van word.
Een volgende kennismaking volgde via het True Blue-album, dat ik van mijn moeder cadeau kreeg toen we in Leiden langs de kleine Free Record Shop op de Haarlemmerstraat liepen. Ik had wel een cadeautje verdiend, vond ze. We kwamen net van de tandarts die herstelwerkzaamheden had verricht nadat ik over een iets te hoog muurtje was gesprongen en vol op mijn mond was geland… een pijnlijke en bloederige bedoening. Grappig genoeg draai ik de plaat tegenwoordig vaker dan toen, want ik vond mijn cassettebandje met Michael Jackson’s Bad op de ene kant en George Michael’s Faith op de andere een stuk boeiender.
Als jonge puber vond ik Madonna uiteindelijk ook vooral interessant vanwege haar opwindende imago. Ik keek herhaaldelijk naar de documentaire In Bed With Madonna, die zich afspeelt tijdens de Blonde Ambition Tour in 1990. Daarin zien we hoe vrij ze omgaat met seksualiteit, homoseksualiteit en religie. Tijdens deze tour haalde ze de woede van de christelijke gemeenschap op de hals door tijdens Like a Virgin seksuele handelingen te simuleren met een jezuskruis. Zelfs de paus sprak er schande van. In de film zien we dat de politie dreigt een concert te verbieden en Madonna te arresteren, maar zij wijkt niet en voert de show uit zoals ze wil. Het is precies deze combinatie van schaamteloze provocatie en zelfbewuste regie over haar imago die haar tot een cultureel icoon maakte — haar grootsheid ging veel verder dan alleen de muziek. Tegelijkertijd toont de documentaire ook haar kwetsbaarheid: het verdriet om haar overleden moeder, de moeizame relatie met haar vader en de warme omgang met haar crew en dansers. Eigenlijk zou ik hem wel weer eens willen zien, het liefst op groot scherm.
Muzikaal werd ik jaren later pas echt begeesterd door Madonna. Dat was in 2005, toen ik een enorme fan was van producer Stuart Price, die ik had leren kennen via zijn groep Les Rythmes Digitales en zijn Fabriclive-mixalbum onder het pseudoniem Jacques lu Cont. Hij was door Madonna gevraagd haar aankomende album Confessions on a Dancefloor te produceren. De samenwerking met Madonna kwam niet helemaal uit de lucht vallen: een paar jaar eerder had hij een zalige remix gemaakt van Hollywood. Die remix hoorde ik voorafgaand aan een concert van Vive La Fête in het toenmalige LVC. Het was echt de perfecte plaat voor zo’n moment: opgewekt en met de nodige suspense. Sindsdien is dat altijd een topfavoriet gebleven en gelukkig bleek ook de samenwerking op Confessions on a Dancefloor een voltreffer. Dat begon al met de single Hung Up, voor mij toen zonder twijfel de song van het jaar. Alleen het intro al is magnifiek: de manier waarop de bekende ABBA-sample langzaam naar binnen sluipt is echt een gelukzalig moment.
Uiteraard kocht ik na de single ook de cd, en die heeft eindeloos vaak opgestaan — zowel op de dansvloer, waar ik destijds regelmatig draaide als dj, als thuis. Ik deelde een kleine 2 jaar een anti-kraak appartement met een vriendin en als ik de cd niet opzette, deed zij het wel. Hij heeft maandenlang toch minstens een keer per dag opgestaan. Enerzijds was het gewoon een heerlijke discoplaat met een mooie flow waarin de nummers fijn in elkaar overlopen (vooral de overgang van Forbidden Love naar Jump vind ik prachtig), anderzijds vond ik ook alle muzikale knipogen naar bv. Donna Summer, Pet Shop Boys, Bee Gees en zelfs The Stooges erg leuk.
Sindsdien had Madonna’s muziek meer mijn interesse en ben ik haar wat actiever blijven volgen, al kwam er nooit meer zo’n sterk album helaas. Uiteraard ben ik ook terug in de tijd gegaan en heb ik diverse albums en hits (her)ontdekt. Vrijwel al haar hits zijn leuk, maar een paar wil ik er specifiek uitlichten:
Like A Prayer heb ik eigenlijk 25 jaar na dato pas echt goed leren kennen toen het langskwam in het topic ‘1989 - singles, eigen hitlijsten en besprekingen’ (dat inmiddels in het jaar 2000 is beland). Misschien dat ik het sowieso wel een van de beste popsingles van de jaren ‘80 vind. De opbouw is echt magnifiek, met dank aan het productiewerk van Patrick Leonard worden donkere stukken met gitaar (de iconische riff wordt gespeeld door Prince!) fraai afgewisseld met hoopvolle gospelzang. Mijn vriendin gaf ooit een dansfeest voor haar verjaardag en daar kwam dit nummer ook voorbij en het was prachtig en ontroerend om te zien hoe extatisch zij en enkele vriendinnen (waaronder een hele grote Madonna-fan) uit hun dak gingen. Het is dan ook een nummer met een enorme levenskracht.
Vanaf Vogue ging Madonna wat meer de housekant op, in samenwerking met Shep Pettibone. In retrospect vind ik dat een van haar interessantste periodes. Sowieso wel de vroege jaren ‘90 waarin mainstream-artiesten steeds meer gingen experimenteren met house, wat briljante crossovers opleverde (George Michael’s Too Funky is er ook zo een). Deeper and Deeper was een hele fijne houseplaat met een opvallende rol voor een flamenco-gitaar. En de openingsregel “When you know the notes to sing, you can sing most anything” is een prachtig citaat uit The Sound of Music en een verwijzing naar haar op 30-jarige leeftijd overleden moeder, met wie ze de film ooit gekeken had.
Bedtime Story uit 1994 was destijds wel een verrassende single, zo diep sensueel en volwassen als het klinkt. Het is bepaald geen mainstream pop, maar wel bloedmooi. Het werd geschreven door Björk en doet denken aan de elektronischere nummers van haar Debut-album. Björk had in eerste instantie helemaal geen zin een nummer voor Madonna te schrijven, omdat ze bepaald geen fan was. Maar uiteindelijk deed ze het toch en liet ze Madonna het nummer beginnen met de tekst "today is the last day, i'm using words" om toch nog iets van kritiek te leveren. Het nummer is een fijne mengeling van zachte ambienthouse en broeierige triphop en hoe dichter je het tegen de nachtrust aan draait, hoe beter het klinkt.
Dezelfde Björk zorgde er wel weer voor dat ik in 1998 behoorlijk afknapte op Madonna, toen Frozen uitkwam. Het voelde als een wat goedkope kopie van de sound van Homogenic en in het bijzonder nummers als Joga en Bachelorette. Achteraf zie ik de gelijkenis wat minder, maar ik ben nooit meer een fan van Frozen geworden, terwijl het over het algemeen toch een van haar meest gewaardeerde nummers is. Met de rest van het album is het wel goed gekomen en liefhebbers ervan zou ik William Orbit’s Strange Cargo III willen aanraden. Meer klanklandschappen en minder popsongs, maar duidelijk hoorbaar dat hier dezelfde producer aan het werk is.
Concluderend is Madonna net als bv. David Bowie zo’n artiest die de tijdsgeest goed aanvoelt en precies weet wanneer zij welke muziek moet maken met welke muzikanten en producers. Uiteraard begeeft zij zich puur in het popdomein, maar ik vind het mooi dat zij altijd haar eigen weg is blijven gaan. Zelfs al leverde dat niet altijd de beste muziek op. De samenwerking met Timbaland op Hard Candy viel me bijvoorbeeld tegen. Zijn samenwerkingen met Nelly Furtado en Justin Timberlake zijn misschien wel het beste aan commerciële popmuziek in de jaren ‘00, maar eigenlijk haalt alleen Give It 2 Me een heel hoog niveau.
Hoe dan ook, ik blijf benieuwd wat er nog komt. En eigenlijk zou ik haar toch nog wel eens live willen zien, na al die jaren waarin haar muziek altijd aanwezig was en voor zoveel herinneringen heeft gezorgd.
39. Madonna
Favoriete albums: Confessions on a Dance Floor
Favoriete nummers: Borderline, La Isla Bonita, Like A Prayer, Oh Father, Vogue, Deeper and Deeper, Bedtime Story, Drowned World / Substitute for Love, Hung Up, Get Together, Give It 2 Me
Deep cuts: Oh Father, Amazing, Hollywood (Jacques lu Cont remix), I Don’t Search I Find
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: aERodynamIC (12)
Over het algemeen is het toch een komen en gaan van artiesten, maar er zijn er ook die praktisch mijn hele leven aanwezig waren. Soms wat meer op de voorgrond, soms wat minder. Madonna is er duidelijk zo eentje: als kind zag ik haar altijd als een van de grote 4 uit de jaren ‘80, samen met Michael Jackson, Prince en George Michael. Mijn eerste muzikale herinnering aan haar muziek was in de lente van 1987, toen er op mijn basisschool een playbackshow was. Madonna was gigantisch populair: werkelijk élk meisje wilde haar wel playbacken. Uiteindelijk viel de keus op La Isla Bonita en mochten zo’n 20 meisjes allemaal één regel van La Isla Bonita playbacken. Ik vond het vooral aandoenlijk; het liedje zelf maakte toen nog weinig indruk. Inmiddels is dat bijgedraaid: nu vind ik het een heerlijke latin-ballad waar ik altijd een beetje week van word.
Een volgende kennismaking volgde via het True Blue-album, dat ik van mijn moeder cadeau kreeg toen we in Leiden langs de kleine Free Record Shop op de Haarlemmerstraat liepen. Ik had wel een cadeautje verdiend, vond ze. We kwamen net van de tandarts die herstelwerkzaamheden had verricht nadat ik over een iets te hoog muurtje was gesprongen en vol op mijn mond was geland… een pijnlijke en bloederige bedoening. Grappig genoeg draai ik de plaat tegenwoordig vaker dan toen, want ik vond mijn cassettebandje met Michael Jackson’s Bad op de ene kant en George Michael’s Faith op de andere een stuk boeiender.
Als jonge puber vond ik Madonna uiteindelijk ook vooral interessant vanwege haar opwindende imago. Ik keek herhaaldelijk naar de documentaire In Bed With Madonna, die zich afspeelt tijdens de Blonde Ambition Tour in 1990. Daarin zien we hoe vrij ze omgaat met seksualiteit, homoseksualiteit en religie. Tijdens deze tour haalde ze de woede van de christelijke gemeenschap op de hals door tijdens Like a Virgin seksuele handelingen te simuleren met een jezuskruis. Zelfs de paus sprak er schande van. In de film zien we dat de politie dreigt een concert te verbieden en Madonna te arresteren, maar zij wijkt niet en voert de show uit zoals ze wil. Het is precies deze combinatie van schaamteloze provocatie en zelfbewuste regie over haar imago die haar tot een cultureel icoon maakte — haar grootsheid ging veel verder dan alleen de muziek. Tegelijkertijd toont de documentaire ook haar kwetsbaarheid: het verdriet om haar overleden moeder, de moeizame relatie met haar vader en de warme omgang met haar crew en dansers. Eigenlijk zou ik hem wel weer eens willen zien, het liefst op groot scherm.
Muzikaal werd ik jaren later pas echt begeesterd door Madonna. Dat was in 2005, toen ik een enorme fan was van producer Stuart Price, die ik had leren kennen via zijn groep Les Rythmes Digitales en zijn Fabriclive-mixalbum onder het pseudoniem Jacques lu Cont. Hij was door Madonna gevraagd haar aankomende album Confessions on a Dancefloor te produceren. De samenwerking met Madonna kwam niet helemaal uit de lucht vallen: een paar jaar eerder had hij een zalige remix gemaakt van Hollywood. Die remix hoorde ik voorafgaand aan een concert van Vive La Fête in het toenmalige LVC. Het was echt de perfecte plaat voor zo’n moment: opgewekt en met de nodige suspense. Sindsdien is dat altijd een topfavoriet gebleven en gelukkig bleek ook de samenwerking op Confessions on a Dancefloor een voltreffer. Dat begon al met de single Hung Up, voor mij toen zonder twijfel de song van het jaar. Alleen het intro al is magnifiek: de manier waarop de bekende ABBA-sample langzaam naar binnen sluipt is echt een gelukzalig moment.
Uiteraard kocht ik na de single ook de cd, en die heeft eindeloos vaak opgestaan — zowel op de dansvloer, waar ik destijds regelmatig draaide als dj, als thuis. Ik deelde een kleine 2 jaar een anti-kraak appartement met een vriendin en als ik de cd niet opzette, deed zij het wel. Hij heeft maandenlang toch minstens een keer per dag opgestaan. Enerzijds was het gewoon een heerlijke discoplaat met een mooie flow waarin de nummers fijn in elkaar overlopen (vooral de overgang van Forbidden Love naar Jump vind ik prachtig), anderzijds vond ik ook alle muzikale knipogen naar bv. Donna Summer, Pet Shop Boys, Bee Gees en zelfs The Stooges erg leuk.
Sindsdien had Madonna’s muziek meer mijn interesse en ben ik haar wat actiever blijven volgen, al kwam er nooit meer zo’n sterk album helaas. Uiteraard ben ik ook terug in de tijd gegaan en heb ik diverse albums en hits (her)ontdekt. Vrijwel al haar hits zijn leuk, maar een paar wil ik er specifiek uitlichten:
Like A Prayer heb ik eigenlijk 25 jaar na dato pas echt goed leren kennen toen het langskwam in het topic ‘1989 - singles, eigen hitlijsten en besprekingen’ (dat inmiddels in het jaar 2000 is beland). Misschien dat ik het sowieso wel een van de beste popsingles van de jaren ‘80 vind. De opbouw is echt magnifiek, met dank aan het productiewerk van Patrick Leonard worden donkere stukken met gitaar (de iconische riff wordt gespeeld door Prince!) fraai afgewisseld met hoopvolle gospelzang. Mijn vriendin gaf ooit een dansfeest voor haar verjaardag en daar kwam dit nummer ook voorbij en het was prachtig en ontroerend om te zien hoe extatisch zij en enkele vriendinnen (waaronder een hele grote Madonna-fan) uit hun dak gingen. Het is dan ook een nummer met een enorme levenskracht.
Vanaf Vogue ging Madonna wat meer de housekant op, in samenwerking met Shep Pettibone. In retrospect vind ik dat een van haar interessantste periodes. Sowieso wel de vroege jaren ‘90 waarin mainstream-artiesten steeds meer gingen experimenteren met house, wat briljante crossovers opleverde (George Michael’s Too Funky is er ook zo een). Deeper and Deeper was een hele fijne houseplaat met een opvallende rol voor een flamenco-gitaar. En de openingsregel “When you know the notes to sing, you can sing most anything” is een prachtig citaat uit The Sound of Music en een verwijzing naar haar op 30-jarige leeftijd overleden moeder, met wie ze de film ooit gekeken had.
Bedtime Story uit 1994 was destijds wel een verrassende single, zo diep sensueel en volwassen als het klinkt. Het is bepaald geen mainstream pop, maar wel bloedmooi. Het werd geschreven door Björk en doet denken aan de elektronischere nummers van haar Debut-album. Björk had in eerste instantie helemaal geen zin een nummer voor Madonna te schrijven, omdat ze bepaald geen fan was. Maar uiteindelijk deed ze het toch en liet ze Madonna het nummer beginnen met de tekst "today is the last day, i'm using words" om toch nog iets van kritiek te leveren. Het nummer is een fijne mengeling van zachte ambienthouse en broeierige triphop en hoe dichter je het tegen de nachtrust aan draait, hoe beter het klinkt.
Dezelfde Björk zorgde er wel weer voor dat ik in 1998 behoorlijk afknapte op Madonna, toen Frozen uitkwam. Het voelde als een wat goedkope kopie van de sound van Homogenic en in het bijzonder nummers als Joga en Bachelorette. Achteraf zie ik de gelijkenis wat minder, maar ik ben nooit meer een fan van Frozen geworden, terwijl het over het algemeen toch een van haar meest gewaardeerde nummers is. Met de rest van het album is het wel goed gekomen en liefhebbers ervan zou ik William Orbit’s Strange Cargo III willen aanraden. Meer klanklandschappen en minder popsongs, maar duidelijk hoorbaar dat hier dezelfde producer aan het werk is.
Concluderend is Madonna net als bv. David Bowie zo’n artiest die de tijdsgeest goed aanvoelt en precies weet wanneer zij welke muziek moet maken met welke muzikanten en producers. Uiteraard begeeft zij zich puur in het popdomein, maar ik vind het mooi dat zij altijd haar eigen weg is blijven gaan. Zelfs al leverde dat niet altijd de beste muziek op. De samenwerking met Timbaland op Hard Candy viel me bijvoorbeeld tegen. Zijn samenwerkingen met Nelly Furtado en Justin Timberlake zijn misschien wel het beste aan commerciële popmuziek in de jaren ‘00, maar eigenlijk haalt alleen Give It 2 Me een heel hoog niveau.
Hoe dan ook, ik blijf benieuwd wat er nog komt. En eigenlijk zou ik haar toch nog wel eens live willen zien, na al die jaren waarin haar muziek altijd aanwezig was en voor zoveel herinneringen heeft gezorgd.
17
geplaatst: 3 september 2025, 01:33 uur
https://www.billboard.com/wp-content/uploads/media/the-doors-1968-billboard-1548.jpg?w=942&h=628&crop=1
38. The Doors
Favoriete albums: The Doors, L.A. Woman
Favoriete nummers: The Crystal Ship, The End, Hyacinth House, L.A. Woman
Deep cuts: Five to One, L’America, The Soft Parade, Soul Kitchen, Alabama Song, Peace Frog, Love Her Madly, When The Music’s Over, Ghost Song
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: aERodynamIC (90), dazzler (33), Casartelli (85)
The Doors, wie kent ze niet? Zelf ontdekte ik ze rond 1998/1999. Heel veel muziek uit de jaren ’60 kende ik nog niet: hooguit de derde van The Velvet Underground en misschien iets van The Beatles. Een collega van mijn bijbaan leende me de cd en ik was gelijk verkocht. Met name Alabama Song vond ik geweldig — ik had nog nooit zoiets gehoord, laat staan dat ik weet had van Brecht en Weill.
Toch zakte mijn interesse langzaam weg, tot op het punt dat ik The Doors zelfs wat clichématig begon te vinden. Eigenlijk beschouwde ik ze een tijdlang als een vervelend standaardmuziekje dat je hoorde als je te lang in de kroeg bleef hangen. Maar gelukkig kunnen voorkeuren veranderen, afhankelijk van je referentiekader: opgedane levenservaring, muzikale bagage, een bepaalde levensfase, of simpelweg het juiste nummer op het juiste moment horen. En zo geschiedde ook met The Doors.
In 2007 waren er twee gebeurtenissen kort na elkaar die een enorme Doors-fase bij me losmaakten. De eerste was het herzien van Apocalypse Now, een film die ik als zestienjarige al eens had gezien aan het eind van een filmmarathon, na een nacht zonder slaap. Toen probeerde ik vooral wakker te blijven; nu kwam de film keihard binnen en sloeg The End op de aftiteling in als een bom. Opmerkelijk trouwens dat Coppola juist The Doors gebruikte, gezien Morrisons familiegeschiedenis ten aanzien van de Vietnamoorlog. Morrison’s vader was als admiraal direct betrokken bij het incident dat de formele aanleiding vormde voor de Vietnamoorlog.
De tweede gebeurtenis draaide om een meisje op wie ik die zomer tot over mijn oren verliefd werd. We hadden een geweldige klik, maar het was kansloos: ze had al vergevorderde emigratieplannen. De laatste keer dat ik haar zag was op tv, bij Joris Linssens Hello Goodbye. Toen hoorde ik ergens Love Her Madly en dat werd even de soundtrack of my life:
"Don't you love her madly when she's walking out the door…"
Genoeg aanleiding om weer in de muziek te duiken en dus werkte ik in chronologische volgorde de discografie door. Eerst een tijdlang het debuut, dat ineens helemaal op zijn plaats viel. Waar ik het eerder vooral een lekkere liedjesplaat vond, leek ik nu een extra zintuig te hebben ontwikkeld waarmee ik de dramatiek perfect aanvoelde. Het voelde allemaal volstrekt logisch, alsof de band de muziek was overkomen en ze het alleen maar uit de lucht hadden hoeven plukken. Van het overrompelende openingssalvo Break on Through — een heerlijke meebruller trouwens — tot aan het mystieke The End, het was allemaal even mooi. Dat laatste nummer was voor die tijd volstrekt uniek: bijna twaalf minuten lang, met invloeden uit de Indiase klassieke muziek. Destijds waren zulke oosterse invloeden nog schaars in de popmuziek. Dat begon eigenlijk pas net met Ticket to Ride en Eight Miles High, maar The Doors tapten uit een ander vaatje door de invloeden compleet in de compositie te integreren. Later las ik dat Robby Krieger les had gevolgd bij raga-grootmeester Ravi Shankar, wat zijn gitaarstijl hier verklaart. Net als in traditionele raga’s speelt hij nauwelijks akkoorden, maar improviseert hij rondom een grondtoon, waardoor The End die hypnotische, trance-achtige sfeer krijgt. Een ander hoogtepunt dat ik nog specifiek wil benoemen: de bloedmooie pianosolo in The Crystal Ship.
Destijds werkte ik naast mijn studie als postbode en waardoor ik veel muziek kon luisteren. Mijn mp3-speler kon grofweg tien albums bevatten, waardoor ik tijdens het postbezorgen vaak dezelfde platen draaide en goed leerde kennen. In die tijd stond er eigenlijk altijd wel een album van The Doors op. Ik begon met Strange Days en na een paar maanden volgde het volgende album in de chronologie. Alle albums hebben stuk voor stuk hun momenten. Zo is The Universal Soldier op Waiting for the Sun prachtig, evenals Touch Me op The Soft Parade, dat door de blazers en strijkers klinkt alsof het de opener van een Las Vegas-show is. En dan is er Morrison Hotel, met Peace Frog — een van hun meest groovende nummers. Het staat bekend om de break waarin Jim Morrison verwijst naar een traumatische gebeurtenis uit zijn vroege jeugd:
"Indians scattered on dawn’s highway bleeding
Ghosts crowd the young child’s fragile eggshell mind"
Tijdens een autorit met zijn ouders zagen ze een ongeluk waarbij een vrachtwagen vol Native Americans was gecrasht. Morrison zei later dat het voelde alsof "de geesten van de stervende Indianen" zijn lichaam binnendrongen, alsof hij een spirituele inwijding onderging. Uiteindelijk zou hij uit deze ervaring zijn "Lizard King"-identiteit ontlenen, een persona die symbool stond voor zijn spirituele transformatie en rebelse karakter.
Toch is het pas met L.A. Woman dat The Doors voor mij weer een album lang het niveau van het debuut halen. Dat begint al met het heerlijk smerige orgel in opener The Changeling, maar mijn favoriete nummer is sinds jaar en dag Hyacinth House — ook weer met prachtig orgelspel, maar vooral een Morrison die wanhopiger klinkt dan ooit. Het laatste couplet — "And I’ll say it again, I need a brand new friend" — voelt voor mij op de een of andere manier als een vooraankondiging van zijn overlijden. Na de opnamesessies liet hij, zoals bekend, ook het leven.
Nu ik erover nadenk, is het bijzonder om muziek van een band die ver voor mijn geboorte uit elkaar viel, zo intens te kunnen beleven. Net als Apocalypse Now een inkijkje geeft in de ziel van de hoofdpersoon, doet Jim Morrison dat op L.A. Woman. Het album voelt als een afscheid: rauw, losgeslagen, maar ook introspectief — alsof hij zijn eigen einde al zag aankomen.
38. The Doors
Favoriete albums: The Doors, L.A. Woman
Favoriete nummers: The Crystal Ship, The End, Hyacinth House, L.A. Woman
Deep cuts: Five to One, L’America, The Soft Parade, Soul Kitchen, Alabama Song, Peace Frog, Love Her Madly, When The Music’s Over, Ghost Song
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: aERodynamIC (90), dazzler (33), Casartelli (85)
The Doors, wie kent ze niet? Zelf ontdekte ik ze rond 1998/1999. Heel veel muziek uit de jaren ’60 kende ik nog niet: hooguit de derde van The Velvet Underground en misschien iets van The Beatles. Een collega van mijn bijbaan leende me de cd en ik was gelijk verkocht. Met name Alabama Song vond ik geweldig — ik had nog nooit zoiets gehoord, laat staan dat ik weet had van Brecht en Weill.
Toch zakte mijn interesse langzaam weg, tot op het punt dat ik The Doors zelfs wat clichématig begon te vinden. Eigenlijk beschouwde ik ze een tijdlang als een vervelend standaardmuziekje dat je hoorde als je te lang in de kroeg bleef hangen. Maar gelukkig kunnen voorkeuren veranderen, afhankelijk van je referentiekader: opgedane levenservaring, muzikale bagage, een bepaalde levensfase, of simpelweg het juiste nummer op het juiste moment horen. En zo geschiedde ook met The Doors.
In 2007 waren er twee gebeurtenissen kort na elkaar die een enorme Doors-fase bij me losmaakten. De eerste was het herzien van Apocalypse Now, een film die ik als zestienjarige al eens had gezien aan het eind van een filmmarathon, na een nacht zonder slaap. Toen probeerde ik vooral wakker te blijven; nu kwam de film keihard binnen en sloeg The End op de aftiteling in als een bom. Opmerkelijk trouwens dat Coppola juist The Doors gebruikte, gezien Morrisons familiegeschiedenis ten aanzien van de Vietnamoorlog. Morrison’s vader was als admiraal direct betrokken bij het incident dat de formele aanleiding vormde voor de Vietnamoorlog.
De tweede gebeurtenis draaide om een meisje op wie ik die zomer tot over mijn oren verliefd werd. We hadden een geweldige klik, maar het was kansloos: ze had al vergevorderde emigratieplannen. De laatste keer dat ik haar zag was op tv, bij Joris Linssens Hello Goodbye. Toen hoorde ik ergens Love Her Madly en dat werd even de soundtrack of my life:
"Don't you love her madly when she's walking out the door…"
Genoeg aanleiding om weer in de muziek te duiken en dus werkte ik in chronologische volgorde de discografie door. Eerst een tijdlang het debuut, dat ineens helemaal op zijn plaats viel. Waar ik het eerder vooral een lekkere liedjesplaat vond, leek ik nu een extra zintuig te hebben ontwikkeld waarmee ik de dramatiek perfect aanvoelde. Het voelde allemaal volstrekt logisch, alsof de band de muziek was overkomen en ze het alleen maar uit de lucht hadden hoeven plukken. Van het overrompelende openingssalvo Break on Through — een heerlijke meebruller trouwens — tot aan het mystieke The End, het was allemaal even mooi. Dat laatste nummer was voor die tijd volstrekt uniek: bijna twaalf minuten lang, met invloeden uit de Indiase klassieke muziek. Destijds waren zulke oosterse invloeden nog schaars in de popmuziek. Dat begon eigenlijk pas net met Ticket to Ride en Eight Miles High, maar The Doors tapten uit een ander vaatje door de invloeden compleet in de compositie te integreren. Later las ik dat Robby Krieger les had gevolgd bij raga-grootmeester Ravi Shankar, wat zijn gitaarstijl hier verklaart. Net als in traditionele raga’s speelt hij nauwelijks akkoorden, maar improviseert hij rondom een grondtoon, waardoor The End die hypnotische, trance-achtige sfeer krijgt. Een ander hoogtepunt dat ik nog specifiek wil benoemen: de bloedmooie pianosolo in The Crystal Ship.
Destijds werkte ik naast mijn studie als postbode en waardoor ik veel muziek kon luisteren. Mijn mp3-speler kon grofweg tien albums bevatten, waardoor ik tijdens het postbezorgen vaak dezelfde platen draaide en goed leerde kennen. In die tijd stond er eigenlijk altijd wel een album van The Doors op. Ik begon met Strange Days en na een paar maanden volgde het volgende album in de chronologie. Alle albums hebben stuk voor stuk hun momenten. Zo is The Universal Soldier op Waiting for the Sun prachtig, evenals Touch Me op The Soft Parade, dat door de blazers en strijkers klinkt alsof het de opener van een Las Vegas-show is. En dan is er Morrison Hotel, met Peace Frog — een van hun meest groovende nummers. Het staat bekend om de break waarin Jim Morrison verwijst naar een traumatische gebeurtenis uit zijn vroege jeugd:
"Indians scattered on dawn’s highway bleeding
Ghosts crowd the young child’s fragile eggshell mind"
Tijdens een autorit met zijn ouders zagen ze een ongeluk waarbij een vrachtwagen vol Native Americans was gecrasht. Morrison zei later dat het voelde alsof "de geesten van de stervende Indianen" zijn lichaam binnendrongen, alsof hij een spirituele inwijding onderging. Uiteindelijk zou hij uit deze ervaring zijn "Lizard King"-identiteit ontlenen, een persona die symbool stond voor zijn spirituele transformatie en rebelse karakter.
Toch is het pas met L.A. Woman dat The Doors voor mij weer een album lang het niveau van het debuut halen. Dat begint al met het heerlijk smerige orgel in opener The Changeling, maar mijn favoriete nummer is sinds jaar en dag Hyacinth House — ook weer met prachtig orgelspel, maar vooral een Morrison die wanhopiger klinkt dan ooit. Het laatste couplet — "And I’ll say it again, I need a brand new friend" — voelt voor mij op de een of andere manier als een vooraankondiging van zijn overlijden. Na de opnamesessies liet hij, zoals bekend, ook het leven.
Nu ik erover nadenk, is het bijzonder om muziek van een band die ver voor mijn geboorte uit elkaar viel, zo intens te kunnen beleven. Net als Apocalypse Now een inkijkje geeft in de ziel van de hoofdpersoon, doet Jim Morrison dat op L.A. Woman. Het album voelt als een afscheid: rauw, losgeslagen, maar ook introspectief — alsof hij zijn eigen einde al zag aankomen.
1
geplaatst: 3 september 2025, 09:15 uur
The Doors, besteooit natuurlijk
Wel een aantal vreemde keuzes bij de deep cuts. Hyacinth House zou ik dan eerder als "deep cut" bestempelen.
Wel een aantal vreemde keuzes bij de deep cuts. Hyacinth House zou ik dan eerder als "deep cut" bestempelen.
1
Casartelli (moderator)
geplaatst: 3 september 2025, 09:40 uur
Als voormalig Arrowluisteraar vind ik Love Her Madly in het rijtje deep cuts ook wel een vreemde eend in de bijt. Al maakt de motivatie voor dat nummer wel veel goed natuurlijk.
0
geplaatst: 3 september 2025, 12:56 uur
Johnny Marr schreef:
The Doors, beste ooit natuurlijk
Wel een aantal vreemde keuzes bij de deep cuts. Hyacinth House zou ik dan eerder als "deep cut" bestempelen.
The Doors, beste ooit natuurlijk
Wel een aantal vreemde keuzes bij de deep cuts. Hyacinth House zou ik dan eerder als "deep cut" bestempelen.
Hyacinth House vind ik misschien wel hun beste nummer (zoals ook uit de tekst wel naar voren komt hoop ik), dus logisch voor mij dat 'ie bij mijn favoriete nummers staat. Maar het is tegelijkertijd ook een 'deep cut' inderdaad.
Love Her Madly is net geen topfavoriet (bij het prachtige topic The Doors meter van Simon77 gaf ik hem ook geen 10), ik wist ook niet dat dat nummer airplay kreeg (en een single was geweest). Maar bij een band als The Doors is bijna alles wel redelijk bekend natuurlijk.
2
geplaatst: 3 september 2025, 13:04 uur
Volgens mij heb ik bij de top 100 van Casartelli nog wat onaardigs over The Doors gezegd, maar tegelijkertijd was het wel een aanleiding om het toch weer eens te proberen. Boxje gekocht, alle albums een keer of vijf beluisterd en het viel me goed mee. Mijn favoriete band gaat het niet worden, maar ze hebben absoluut een karakteristiek - en waarschijnlijk zelfs wel uniek - geluid.
3
geplaatst: 3 september 2025, 13:22 uur
Aangezien ik mij ook voor dit topic heb opgegeven ben ik ook mijn top 100 aan het samenstellen, The Doors is een lastige. Ze waren een heel belangrijke band voor mij en mijn muzieksmaakontwikkeling toen ik een jaar of negentien was. Onlangs nog een geweldige biografie over Morrison van Stephen Davis gelezen (aanrader!) en heel af en toe luister ik nog wel eens wat, vooral toen ik dat boek las. Ik word het alleen altijd redelijk snel zat, waar ik vroeger de sfeer van een Doors album geweldig vond begin ik mij nu na een tijdje te ergeren aan al dat Lizard King gedoe. Het klinkt mij nu allemaal wat puberaal. Alleen L.A. Woman blijf ik een prachtig album vinden, ik vraag mij dan ook af hoe ze zich zouden hebben ontwikkeld als Jim Morrison was blijven leven.
In ieder geval zijn ze al een paar keer uit mijn top 100 gekukeld om zich dan toch weer op een gegeven moment naar binnen te wurmen...
In ieder geval zijn ze al een paar keer uit mijn top 100 gekukeld om zich dan toch weer op een gegeven moment naar binnen te wurmen...
1
geplaatst: 3 september 2025, 13:42 uur
Ah, The Doors, waar moet ik beginnen. Voornaamste voor mij was dat m'n oudere broer een heel groot fan was in de vroege 90's. Hij was destijds lid van de fanclub, en ging elk jaar naar Parijs om daar samen met andere fans de bon vivant uit te hangen in z'n leren broek en met z'n lange haar. En waar je mee om gaat raak je mee besmet, dus ik had naast de muziek (op opgenomen cassettebandjes) ook posters, t-shirts en ansichtkaarten van de band. Strijdt met Pink Floyd om de meest gedraaide band in m'n vroege tienerjaren, en hoewel de liefde niet meer zo groot is als destijds is ie absoluut nooit verdwenen. Verre van zelfs, zou bij mij m'n top 10 wel halen denk ik, maar wel nipt achter Floyd.
1
geplaatst: 4 september 2025, 14:47 uur
Interessante lijst van herman. Er zijn heel wat artiesten bij die ook in mijn lijst zullen voorkomen (o.a. The Doors).
7
geplaatst: 10 september 2025, 00:55 uur
https://www.billboard.com/wp-content/uploads/media/smashing-pumpkins-july-1993-billboard-650.jpg?w=650&h=430&crop=1
37. Smashing Pumpkins
Favoriete albums: Gish, Siamese Dream, Mellon Collie and the Infinite Sadness
Favoriete nummers: Rhinoceros, Tristessa, Cherub Rock, Geek U.S.A., Silverfuck, Porcelina of the Vast Oceans, Where Boys Fear to Tread/Bodies (een tweeëenheid voor mij), 1979, Thru The Eyes of Ruby, X.Y.U., By Starlight, Tear, Pug, The Everlasting Gaze, I of the Mourning, Wound
Deep cuts: Destination Unknown, The Boy, Medellia of the Gray Skies, The Aeroplane Flies High (Turns Left, Looks Right), Eye, The End Is The Beginning Is The End, The Celestials, Cyr
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: aERodynamIC (5)
In het begin van de jaren ’90 luisterde ik vooral hitparademuziek, maar gaandeweg ontdekte ik steeds meer uitstekende nummers die helemaal geen hit werden. Iets dat me in eerste instantie oprecht verbaasde. Dat er een veel groter parallel muziekuniversum was, ontdekte ik vooral dankzij Rob Stenders, die op zaterdagochtend een programma op 3FM presenteerde en daar ook wel wat alternatieve plaatjes liet horen. Dat vond ik interessant, en dus luisterde ik ook vaak naar zijn nachtprogramma Shock Radio als het zo uitkwam. In die periode hoorde ik voor het eerst iets van The Smashing Pumpkins, en de interesse werd verder gewekt door Pinkpop 1994. Toen werd dat nog de hele maandag uitgezonden op televisie, en uiteraard was ik daar niet weg te branden. Ik nam alles op met een VHS-recorder en maakte daarna verzamelvideo’s met een tweede recorder. In 1994 waren daar The Smashing Pumpkins, en die bevielen mij wel. Met name Disarm vond ik erg mooi, en ook Today pikte ik ergens op.
Van iemand van de scouting leende ik Siamese Dream, maar eerlijk gezegd had ik er in het begin moeite mee. Ik vond het allemaal wat minder toegankelijk dan de rechttoe-rechtaanliedjes van Green Day en Offspring, waar ik toen veel naar luisterde. Ik gaf de cd weer terug, en dat was het dan voorlopig. Echt overstag ging ik pas toen Bullet With Butterfly Wings het anthem werd van mijn vriendengroep en ik de magische dubbelaar Mellon Collie and the Infinite Sadness voor mijn verjaardag kreeg. Ik was compleet verpletterd door de eerste cd (Dawn to Dusk). Zó erg zelfs, dat het bijna een maand duurde voordat ik überhaupt aan de tweede cd toekwam. De veelzijdigheid van het album maakte enorme indruk: het opent met een paar minuten klassiek pianospel, maar bevat ook bloedmooie ballads, intieme luisterliedjes en epische nummers die pas na twee minuten echt beginnen en je vervolgens compleet wegblazen. Nummers als Porcelina of the Vast Oceans en Thru the Eyes of Ruby voelden alsof ze speciaal voor mij gemaakt waren. Ik kende wel klassiekers als Bohemian Rhapsody en Stairway to Heaven uit de Top 100 Aller Tijden, maar daar had ik nooit zo’n persoonlijke connectie mee. Met Mellon Collie wél. Zonder echt naar de teksten te luisteren, voelde ik in Billy Corgan een soort spreekbuis.
In het kielzog van MCIS leerde ik ook het oudere werk van de Pumpkins beter kennen. Uiteraard Siamese Dream, dat ik beetje bij beetje net zo goed ging vinden als Mellon Collie. Uiteindelijk werden nummers als Soma, Silverfuck en Geek USA mijn favorieten. Die laatste heeft echt waanzinnige drums in het laatste deel van het nummer, en op de achtergrond hoor je allerlei grappige details, zoals enkele radiofragmenten. Ook Rocket is heerlijk, met dat prachtige stukje teen-angst: “I torch my soul to show / the world that I am pure / deep inside my heart.” Smashing Pumpkins was destijds één van de eerste gitaarbands waar ik echt voor viel, en ze namen uiteindelijk de plek in van R.E.M. als mijn favoriete band.
Ook Gish hoort natuurlijk bij het oudere werk. Lange tijd zag ik dat als een vingeroefening voorafgaand aan de twee meesterwerken, de plaat waarop de geniale uitspattingen van Billy Corgan (en een beetje van de anderen) nog niet volledig tot wasdom kwamen, maar al wel duidelijk aanwezig waren. Gaandeweg de jaren heb ik die mening steeds meer bijgesteld en zag ik steeds beter hoe bijzonder Gish eigenlijk is: een fantastische debuutplaat van een band blakend van zelfvertrouwen. Dynamisch, fel, mysterieus, melancholisch. Mijn favoriet is waarschijnlijk Rhinoceros, waarin al het goede van deze plaat in één nummer wordt samengebracht: na een traag, dromerig begin breekt het nummer steeds verder open; het gaat van dromerig naar psychedelisch, en dan die hartverscheurende gitaarriffs en vocalen erbij… wauw! Typerend is ook het feedback-outro; de Pumpkins zouden later wel vaker rare in- en outro’s op hun platen zetten, met name op Siamese Dream.
De jaren daarna zou ik de Pumpkins diverse keren live zien. Eigenlijk waren zij de reden dat ik voor het eerst naar een groot meerdaags festival ging: Torhout 1997 (destijds nog een dubbel festival met Werchter — het jaar erop bleef alleen Rock Werchter over). Tot dan toe had ik eigenlijk nog nooit een fatsoenlijk concert bezocht. De line-up op Torhout was meteen fantastisch, met o.a. David Bowie, Daft Punk en Radiohead, maar Smashing Pumpkins maakte de meeste indruk. In dat jaar moesten Pumpkins-fans het qua nieuwe releases vooral hebben van een paar soundtracknummers: Eye voor de soundtrack van Lost Highway en The End Is the Beginning Is the End voor Batman & Robin. Twee schitterende nummers, toevallig afkomstig van zowel de beste als de slechtste film die ik dat jaar in de bioscoop zag. U mag raden welke welke is. The End Is the Beginning Is the End was in ieder geval de oorwurm van het festival en de rest van de zomer.
Een jaar later was daar Adore, dat ik destijds geweldig vond, maar met terugwerkende kracht toch wel een wisselvallige plaat. Ava Adore vind ik nog steeds een sterke single, en Daphne Descends, Tear, Pug en Behold! The Nightmare zijn prachtig, maar de rest kan daar niet echt aan tippen. Het concert op Pinkpop dat jaar vond ik ook lang niet zo goed als op Torhout, al hielp het niet mee dat een crowdsurfer mijn bril sloopte en ik het daarna allemaal wat waziger zag. Weer twee jaar later liep de liefde op zijn einde, al gaf ik nog wel een fortuin uit voor vier kaartjes voor het concert in Vredenburg, nadat ik vergeefs uren in de rij had gestaan bij het postkantoor (ik was de tweede in de rij, maar alleen de eerste persoon — die bij het postkantoor had overnacht — had kaartjes). Het optreden was uiteindelijk gelukkig erg goed, maar later dat jaar in Ahoy viel het me vies tegen. Het album Machina uit dat jaar heb ik altijd wel fascinerend gevonden, maar het is nooit een echte favoriet geworden.
Daarna doofde de liefde verder uit. De band werd nog meer Corgan’s ding. En alhoewel Corgan ook in de jaren ’90 al vrijwel alle muziek schreef, was The Smashing Pumpkins voor mij toch ook de band van James Iha, D’Arcy Wretzky en Jimmy Chamberlin. Zonder hen voelde de band incompleet. Corgan schreef nog steeds mooie dingen, maar het speciale dat de Pumpkins in de eerste helft van de jaren ’90 hadden, is voor mij nooit meer teruggekomen. Toch, als er ergens spontaan een nummer uit de periode 1991–1997 langskomt, dan komt dat gelijk heel erg binnen en ben ik meteen weer zestien.
37. Smashing Pumpkins
Favoriete albums: Gish, Siamese Dream, Mellon Collie and the Infinite Sadness
Favoriete nummers: Rhinoceros, Tristessa, Cherub Rock, Geek U.S.A., Silverfuck, Porcelina of the Vast Oceans, Where Boys Fear to Tread/Bodies (een tweeëenheid voor mij), 1979, Thru The Eyes of Ruby, X.Y.U., By Starlight, Tear, Pug, The Everlasting Gaze, I of the Mourning, Wound
Deep cuts: Destination Unknown, The Boy, Medellia of the Gray Skies, The Aeroplane Flies High (Turns Left, Looks Right), Eye, The End Is The Beginning Is The End, The Celestials, Cyr
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: aERodynamIC (5)
In het begin van de jaren ’90 luisterde ik vooral hitparademuziek, maar gaandeweg ontdekte ik steeds meer uitstekende nummers die helemaal geen hit werden. Iets dat me in eerste instantie oprecht verbaasde. Dat er een veel groter parallel muziekuniversum was, ontdekte ik vooral dankzij Rob Stenders, die op zaterdagochtend een programma op 3FM presenteerde en daar ook wel wat alternatieve plaatjes liet horen. Dat vond ik interessant, en dus luisterde ik ook vaak naar zijn nachtprogramma Shock Radio als het zo uitkwam. In die periode hoorde ik voor het eerst iets van The Smashing Pumpkins, en de interesse werd verder gewekt door Pinkpop 1994. Toen werd dat nog de hele maandag uitgezonden op televisie, en uiteraard was ik daar niet weg te branden. Ik nam alles op met een VHS-recorder en maakte daarna verzamelvideo’s met een tweede recorder. In 1994 waren daar The Smashing Pumpkins, en die bevielen mij wel. Met name Disarm vond ik erg mooi, en ook Today pikte ik ergens op.
Van iemand van de scouting leende ik Siamese Dream, maar eerlijk gezegd had ik er in het begin moeite mee. Ik vond het allemaal wat minder toegankelijk dan de rechttoe-rechtaanliedjes van Green Day en Offspring, waar ik toen veel naar luisterde. Ik gaf de cd weer terug, en dat was het dan voorlopig. Echt overstag ging ik pas toen Bullet With Butterfly Wings het anthem werd van mijn vriendengroep en ik de magische dubbelaar Mellon Collie and the Infinite Sadness voor mijn verjaardag kreeg. Ik was compleet verpletterd door de eerste cd (Dawn to Dusk). Zó erg zelfs, dat het bijna een maand duurde voordat ik überhaupt aan de tweede cd toekwam. De veelzijdigheid van het album maakte enorme indruk: het opent met een paar minuten klassiek pianospel, maar bevat ook bloedmooie ballads, intieme luisterliedjes en epische nummers die pas na twee minuten echt beginnen en je vervolgens compleet wegblazen. Nummers als Porcelina of the Vast Oceans en Thru the Eyes of Ruby voelden alsof ze speciaal voor mij gemaakt waren. Ik kende wel klassiekers als Bohemian Rhapsody en Stairway to Heaven uit de Top 100 Aller Tijden, maar daar had ik nooit zo’n persoonlijke connectie mee. Met Mellon Collie wél. Zonder echt naar de teksten te luisteren, voelde ik in Billy Corgan een soort spreekbuis.
In het kielzog van MCIS leerde ik ook het oudere werk van de Pumpkins beter kennen. Uiteraard Siamese Dream, dat ik beetje bij beetje net zo goed ging vinden als Mellon Collie. Uiteindelijk werden nummers als Soma, Silverfuck en Geek USA mijn favorieten. Die laatste heeft echt waanzinnige drums in het laatste deel van het nummer, en op de achtergrond hoor je allerlei grappige details, zoals enkele radiofragmenten. Ook Rocket is heerlijk, met dat prachtige stukje teen-angst: “I torch my soul to show / the world that I am pure / deep inside my heart.” Smashing Pumpkins was destijds één van de eerste gitaarbands waar ik echt voor viel, en ze namen uiteindelijk de plek in van R.E.M. als mijn favoriete band.
Ook Gish hoort natuurlijk bij het oudere werk. Lange tijd zag ik dat als een vingeroefening voorafgaand aan de twee meesterwerken, de plaat waarop de geniale uitspattingen van Billy Corgan (en een beetje van de anderen) nog niet volledig tot wasdom kwamen, maar al wel duidelijk aanwezig waren. Gaandeweg de jaren heb ik die mening steeds meer bijgesteld en zag ik steeds beter hoe bijzonder Gish eigenlijk is: een fantastische debuutplaat van een band blakend van zelfvertrouwen. Dynamisch, fel, mysterieus, melancholisch. Mijn favoriet is waarschijnlijk Rhinoceros, waarin al het goede van deze plaat in één nummer wordt samengebracht: na een traag, dromerig begin breekt het nummer steeds verder open; het gaat van dromerig naar psychedelisch, en dan die hartverscheurende gitaarriffs en vocalen erbij… wauw! Typerend is ook het feedback-outro; de Pumpkins zouden later wel vaker rare in- en outro’s op hun platen zetten, met name op Siamese Dream.
De jaren daarna zou ik de Pumpkins diverse keren live zien. Eigenlijk waren zij de reden dat ik voor het eerst naar een groot meerdaags festival ging: Torhout 1997 (destijds nog een dubbel festival met Werchter — het jaar erop bleef alleen Rock Werchter over). Tot dan toe had ik eigenlijk nog nooit een fatsoenlijk concert bezocht. De line-up op Torhout was meteen fantastisch, met o.a. David Bowie, Daft Punk en Radiohead, maar Smashing Pumpkins maakte de meeste indruk. In dat jaar moesten Pumpkins-fans het qua nieuwe releases vooral hebben van een paar soundtracknummers: Eye voor de soundtrack van Lost Highway en The End Is the Beginning Is the End voor Batman & Robin. Twee schitterende nummers, toevallig afkomstig van zowel de beste als de slechtste film die ik dat jaar in de bioscoop zag. U mag raden welke welke is. The End Is the Beginning Is the End was in ieder geval de oorwurm van het festival en de rest van de zomer.
Een jaar later was daar Adore, dat ik destijds geweldig vond, maar met terugwerkende kracht toch wel een wisselvallige plaat. Ava Adore vind ik nog steeds een sterke single, en Daphne Descends, Tear, Pug en Behold! The Nightmare zijn prachtig, maar de rest kan daar niet echt aan tippen. Het concert op Pinkpop dat jaar vond ik ook lang niet zo goed als op Torhout, al hielp het niet mee dat een crowdsurfer mijn bril sloopte en ik het daarna allemaal wat waziger zag. Weer twee jaar later liep de liefde op zijn einde, al gaf ik nog wel een fortuin uit voor vier kaartjes voor het concert in Vredenburg, nadat ik vergeefs uren in de rij had gestaan bij het postkantoor (ik was de tweede in de rij, maar alleen de eerste persoon — die bij het postkantoor had overnacht — had kaartjes). Het optreden was uiteindelijk gelukkig erg goed, maar later dat jaar in Ahoy viel het me vies tegen. Het album Machina uit dat jaar heb ik altijd wel fascinerend gevonden, maar het is nooit een echte favoriet geworden.
Daarna doofde de liefde verder uit. De band werd nog meer Corgan’s ding. En alhoewel Corgan ook in de jaren ’90 al vrijwel alle muziek schreef, was The Smashing Pumpkins voor mij toch ook de band van James Iha, D’Arcy Wretzky en Jimmy Chamberlin. Zonder hen voelde de band incompleet. Corgan schreef nog steeds mooie dingen, maar het speciale dat de Pumpkins in de eerste helft van de jaren ’90 hadden, is voor mij nooit meer teruggekomen. Toch, als er ergens spontaan een nummer uit de periode 1991–1997 langskomt, dan komt dat gelijk heel erg binnen en ben ik meteen weer zestien.
1
geplaatst: 10 september 2025, 09:52 uur
Ik was in de jaren negentig een enorme fan van de Pumpkins, dat begon met de soundtrack van grungefilm Singles waar Drown op stond, een prachtig nummer dat meer dan acht minuten duurde. De hele soundtrack was geweldig maar Drown was voor mij echt het hoogtepunt. Daarna kwam Siamese Dream uit en de Smashing Pumpkins hadden er een nieuwe fan bij. Mellon Collie is uiteraard ook een hoogtepunt uit de jaren negentig. Sowieso waren de jaren negentig een geweldige muziektijd met al die gitaarbands die opkwamen. Sinds mijn dertienjarige dochter steeds meer gitaarbands ontdekt uit mijn jeugd, Kurt Cobain posters boven haar bed hangt en Nirvana shirtjes draagt waardeer ik steeds meer dat ik destijds muzikaal opgroeide.
1
geplaatst: 10 september 2025, 17:53 uur
De Pumpkins 
Pinkpop 1994: intens beleefd vooraan in het publiek. Ik was die jaren een mega-fan (dat begon al bij het debuut Gish dat net was uitgebracht: hoe te gek ik Nirvana, Soundgarden, Pearl Jam en consorten in 1991 ook vond.... het waren vooral de Pumpkins voor mij).

Pinkpop 1994: intens beleefd vooraan in het publiek. Ik was die jaren een mega-fan (dat begon al bij het debuut Gish dat net was uitgebracht: hoe te gek ik Nirvana, Soundgarden, Pearl Jam en consorten in 1991 ook vond.... het waren vooral de Pumpkins voor mij).
0
geplaatst: 10 september 2025, 20:15 uur
Die bands vond ik ook allemaal top, maar de Pumpkins voelden toch meer als iets dat echt bij mij hoorde. Pinkpop 1994 bijwonen dat is wel heel tof.
En Drown had ik ook nog wel kunnen noemen bij de deep cuts, prachtig nummer. Net als Starla overigens. En leuk van je dochter Mark. Mocht ze de Pumpkins nog oppikken dan zou ze die ook nog wel eens live kunnen gaan zien.
En Drown had ik ook nog wel kunnen noemen bij de deep cuts, prachtig nummer. Net als Starla overigens. En leuk van je dochter Mark. Mocht ze de Pumpkins nog oppikken dan zou ze die ook nog wel eens live kunnen gaan zien.
9
geplaatst: 13 september 2025, 02:09 uur
https://media.rnztools.nz/rnz/image/upload/s--_J9OVHOl--/c_scale,f_auto,q_auto,w_1050/v1643649524/4OFZO7Y_copyright_image_104741?_a=BACCd2AD
36. Underworld
Favoriete albums: Dubnobasswithmyheadman (1994), Second Toughest in the Infants (1996), DRIFT Episode 2 (Atom) (2019)
Favoriete nummers: Mmm…Skyscraper I Love You, Dirty Epic, Cowgirl, Juanita / Kiteless / to Dream of Love, Jumbo, Kittens, Appleshine Continuum (met The Necks)
Deep cuts: M.E. (Mother Earth), Dark and Long - Dark Train, Beautiful Burnout, If Rah, I Exhale, Dexters Chalk, Soniamode (Aditya Game Version), Roof Off
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: aERodynamIC (76) en Brunniepoo (44)
Bij het schrijven van deze stukken is het soms diep graven in mijn geheugen om terug te halen hoe bepaalde muzikale ontmoetingen precies tot stand kwamen. En zo moest ik ineens aan Maurits denken.
Maurits was een jaar ouder dan de rest van de klas, want blijven zitten na een mislukt jaar vol halfslachtige rapportcijfers en overmatig sarcasme. Een buitenstaander zou hem misschien gewoon een betweter noemen, maar in onze ogen was hij een culturele snob van het zuiverste soort. Zijn ouders waren ongetwijfeld lid van de VPRO, het soort mensen dat hun tv zorgvuldig afstemde op programma’s die je iets leerden. Zaterdagochtend Telekids kijken? Onmogelijk. Maurits’ ontbijt bestond waarschijnlijk uit filterkoffie, crackers met Tartex en het doorbladeren van oude Vrij Nederland-tijdschriften.
We waren veertien, en als doorsnee pubers keken we naar Uit De School Geklapt en Medisch Centrum West — series die veilig binnen de gezinsnorm vielen. Maar Maurits, nee, Maurits keek Twin Peaks. Een serie die niet alleen op een absurd laat tijdstip werd uitgezonden, maar waarvan de halve schoolpopulatie nog niet eens doorhad dat ze bestond. Terwijl wij de volgende ochtend in de klas de dramatische cliffhanger van GTST doornamen, keek Maurits ons aan met een blik die alles zei: “Jullie snappen er niks van.”
Tot op zekere hoogte was dat ook zo. Hij was de eerste die Underworld’s Dubnobasswithmyheadman noemde. Het zei me toen helemaal niets. De titel alleen al klonk als een soort geheime code, die jaren rond bleef zingen in mijn hoofd. Zonder te weten welke muziek er nu eigenlijk bijhoorde.
Een auditieve kennismaking volgde pas in 1996, toen ik — getriggerd door de OOR-recensie — Second Toughest in the Infants leende bij de cd-uitleen op het Levendaal in Leiden. Die winkel was een ontdekking op zich: rijen met alternatieve muziek, gerund door winkelpersoneel met een Maurits-achtige air. Snobistisch, brutaal en altijd de wijsheid in pacht. Ze hielden er duidelijk een avontuurlijker aankoopbeleid op na dan de openbare bibliotheek, tot dan toe mijn voornaamste bron om albums te vinden. Ik leerde wel dat Underworld niet voor iedereen bedoeld was. Waar ik bij de Chemical Brothers en The Prodigy direct werd meegezogen, was dit veel taaiere kost. Pearl’s Girl vond ik wel gelijk goed, maar lange tijd bleef het daarbij.
Eigenlijk was Beaucoup Fish het eerste Underworld-album dat meteen indruk maakte, wat vooral kwam door Kittens. De eerste keer dat ik dit hoorde was op een privéfeestje: een groepje vrienden die elkaar hun favoriete danceplaten lieten horen op een rustige avond op SSR. De danszaal vol rook, stroboscopisch licht knalde door de ruimte, en toen dat middenstuk kwam… pure euforie. Het nummer begint minimalistisch, neemt nog wat gas terug en dendert vervolgens als een stoomwals onverbiddelijk door — aangejaagd door aanzwellende synths en jakkerende percussie. Eigenlijk was dit moment wel essentieel in mijn Underworld-beleving: ik kocht Beaucoup Fish, het live-album Everything, Everything en bleef ook de eerste twee albums bij tijd en wijlen draaien.
In een Underworld-herwaarderingsperiode die later volgde viel ik ineens als een blok voor het meesterlijke drieluik Juanita / Kiteless / To Dream of Love en bleef ik vervolgens de eerste twee albums maar draaien. Terwijl de muziek hoe langer hoe meer indruk maakte, raakte ik ook gefascineerd door het verhaal van twee Britse popveteranen die het muzikale roer finaal omgooiden en van tweederangs synthpopband in de jaren ’80 uitgroeiden tot misschien wel de belangrijkste en beste danceband van de jaren ’90. Want Karl Hyde en Rick Smith hadden er als Freur en de eerste incarnatie van Underworld al een heel muzikaal leven opzitten toen de jonge dj Darren Emerson bij de groep kwam en alles anders werd.
Uiteindelijk had ik dan toch de geheime code gekraakt, want Dubnobasswithmyheadman, het debuut van Underworld nieuwe stijl, is een perfecte mix tussen techno, house, dub, ambient en popmuziek met een diepgang en intimiteit die de dancemuziek tot dan toe nog niet gezien had. Dirty Epic is misschien wel het beste nummer van het album, mede door de sexy ondertoon en de fascinerende cut ’n paste lyrics.
De laatste kwartjes vielen in 2015, toen ik Underworld twee keer in korte tijd het album integraal zag opvoeren. Eerst in Paradiso op een doordeweekse avond, en later, midden in de laatste nacht, op Primavera Sound. Hoewel Paradiso indrukwekkend was, had Primavera iets magisch. De skyline van Barcelona achter het podium, de zee in zicht. Het was allemaal al heel goed, maar Cowgirl was het hoogtepunt der hoogtepunten. De beat viel even weg (op de studioversie op 6:09) en precies dat moment zorgde voor pure euforie. Dansen onder de sterren, met duizenden anderen om je heen — het werd mijn favoriete halve minuut in het hele oeuvre van Karl en Rick.
Lange tijd daarna dacht ik dat de band gaandeweg wel minder relevant zou worden, zeker na het vertrek van Emerson in 2000. Langzaamaan werden de albums minder, totdat het sfeervolle Oblivion With Bells vormherstel liet zien. Zowel de hoes als de muziek grepen weer terug naar het geluid van weleer, maar dan met een wat volwassener geluid. Daar waar voorganger A Hundred Days Off over het algemeen toch voelt als een geforceerde poging nog jong en energiek te blijven klinken.
Toch kwam de echte verrassing nog weer jaren later, toen de band in 2018 wekelijks nieuw materiaal opnam en uitbracht, wat uiteindelijk resulteerde in de Drift-serie. Daar ben ik eigenlijk nog steeds niet op uitgeluisterd. De muziek is redelijk spontaan tot stand gekomen en is soms grillig en chaotisch, maar uiteindelijk hoor ik toch vooral een creativiteit die ik al lang niet meer had gehoord. En het luistert goed weg, want er zitten zeker stukken tussen die zich met hun beste werk kunnen meten. Appleshine Continuum met The Necks is bijvoorbeeld een geweldige techno meets minimalism meets jazz-improvisatie van dik drie kwartier.
Inmiddels zijn beide heren al voorbij de pensioensgerechtigde leeftijd, maar het voelt alsof ze na een dip zichzelf hervonden hebben en nog jaren mee kunnen. Ik kijk in ieder geval uit naar hun toekomstige muzikale beslommeringen. En wie weet knikt Maurits — ergens in een kamer vol oude tijdschriften en filterkoffie — dan ook nog steeds mee op de beats van Hyde en Smith.
36. Underworld
Favoriete albums: Dubnobasswithmyheadman (1994), Second Toughest in the Infants (1996), DRIFT Episode 2 (Atom) (2019)
Favoriete nummers: Mmm…Skyscraper I Love You, Dirty Epic, Cowgirl, Juanita / Kiteless / to Dream of Love, Jumbo, Kittens, Appleshine Continuum (met The Necks)
Deep cuts: M.E. (Mother Earth), Dark and Long - Dark Train, Beautiful Burnout, If Rah, I Exhale, Dexters Chalk, Soniamode (Aditya Game Version), Roof Off
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: aERodynamIC (76) en Brunniepoo (44)
Bij het schrijven van deze stukken is het soms diep graven in mijn geheugen om terug te halen hoe bepaalde muzikale ontmoetingen precies tot stand kwamen. En zo moest ik ineens aan Maurits denken.
Maurits was een jaar ouder dan de rest van de klas, want blijven zitten na een mislukt jaar vol halfslachtige rapportcijfers en overmatig sarcasme. Een buitenstaander zou hem misschien gewoon een betweter noemen, maar in onze ogen was hij een culturele snob van het zuiverste soort. Zijn ouders waren ongetwijfeld lid van de VPRO, het soort mensen dat hun tv zorgvuldig afstemde op programma’s die je iets leerden. Zaterdagochtend Telekids kijken? Onmogelijk. Maurits’ ontbijt bestond waarschijnlijk uit filterkoffie, crackers met Tartex en het doorbladeren van oude Vrij Nederland-tijdschriften.
We waren veertien, en als doorsnee pubers keken we naar Uit De School Geklapt en Medisch Centrum West — series die veilig binnen de gezinsnorm vielen. Maar Maurits, nee, Maurits keek Twin Peaks. Een serie die niet alleen op een absurd laat tijdstip werd uitgezonden, maar waarvan de halve schoolpopulatie nog niet eens doorhad dat ze bestond. Terwijl wij de volgende ochtend in de klas de dramatische cliffhanger van GTST doornamen, keek Maurits ons aan met een blik die alles zei: “Jullie snappen er niks van.”
Tot op zekere hoogte was dat ook zo. Hij was de eerste die Underworld’s Dubnobasswithmyheadman noemde. Het zei me toen helemaal niets. De titel alleen al klonk als een soort geheime code, die jaren rond bleef zingen in mijn hoofd. Zonder te weten welke muziek er nu eigenlijk bijhoorde.
Een auditieve kennismaking volgde pas in 1996, toen ik — getriggerd door de OOR-recensie — Second Toughest in the Infants leende bij de cd-uitleen op het Levendaal in Leiden. Die winkel was een ontdekking op zich: rijen met alternatieve muziek, gerund door winkelpersoneel met een Maurits-achtige air. Snobistisch, brutaal en altijd de wijsheid in pacht. Ze hielden er duidelijk een avontuurlijker aankoopbeleid op na dan de openbare bibliotheek, tot dan toe mijn voornaamste bron om albums te vinden. Ik leerde wel dat Underworld niet voor iedereen bedoeld was. Waar ik bij de Chemical Brothers en The Prodigy direct werd meegezogen, was dit veel taaiere kost. Pearl’s Girl vond ik wel gelijk goed, maar lange tijd bleef het daarbij.
Eigenlijk was Beaucoup Fish het eerste Underworld-album dat meteen indruk maakte, wat vooral kwam door Kittens. De eerste keer dat ik dit hoorde was op een privéfeestje: een groepje vrienden die elkaar hun favoriete danceplaten lieten horen op een rustige avond op SSR. De danszaal vol rook, stroboscopisch licht knalde door de ruimte, en toen dat middenstuk kwam… pure euforie. Het nummer begint minimalistisch, neemt nog wat gas terug en dendert vervolgens als een stoomwals onverbiddelijk door — aangejaagd door aanzwellende synths en jakkerende percussie. Eigenlijk was dit moment wel essentieel in mijn Underworld-beleving: ik kocht Beaucoup Fish, het live-album Everything, Everything en bleef ook de eerste twee albums bij tijd en wijlen draaien.
In een Underworld-herwaarderingsperiode die later volgde viel ik ineens als een blok voor het meesterlijke drieluik Juanita / Kiteless / To Dream of Love en bleef ik vervolgens de eerste twee albums maar draaien. Terwijl de muziek hoe langer hoe meer indruk maakte, raakte ik ook gefascineerd door het verhaal van twee Britse popveteranen die het muzikale roer finaal omgooiden en van tweederangs synthpopband in de jaren ’80 uitgroeiden tot misschien wel de belangrijkste en beste danceband van de jaren ’90. Want Karl Hyde en Rick Smith hadden er als Freur en de eerste incarnatie van Underworld al een heel muzikaal leven opzitten toen de jonge dj Darren Emerson bij de groep kwam en alles anders werd.
Uiteindelijk had ik dan toch de geheime code gekraakt, want Dubnobasswithmyheadman, het debuut van Underworld nieuwe stijl, is een perfecte mix tussen techno, house, dub, ambient en popmuziek met een diepgang en intimiteit die de dancemuziek tot dan toe nog niet gezien had. Dirty Epic is misschien wel het beste nummer van het album, mede door de sexy ondertoon en de fascinerende cut ’n paste lyrics.
De laatste kwartjes vielen in 2015, toen ik Underworld twee keer in korte tijd het album integraal zag opvoeren. Eerst in Paradiso op een doordeweekse avond, en later, midden in de laatste nacht, op Primavera Sound. Hoewel Paradiso indrukwekkend was, had Primavera iets magisch. De skyline van Barcelona achter het podium, de zee in zicht. Het was allemaal al heel goed, maar Cowgirl was het hoogtepunt der hoogtepunten. De beat viel even weg (op de studioversie op 6:09) en precies dat moment zorgde voor pure euforie. Dansen onder de sterren, met duizenden anderen om je heen — het werd mijn favoriete halve minuut in het hele oeuvre van Karl en Rick.
Lange tijd daarna dacht ik dat de band gaandeweg wel minder relevant zou worden, zeker na het vertrek van Emerson in 2000. Langzaamaan werden de albums minder, totdat het sfeervolle Oblivion With Bells vormherstel liet zien. Zowel de hoes als de muziek grepen weer terug naar het geluid van weleer, maar dan met een wat volwassener geluid. Daar waar voorganger A Hundred Days Off over het algemeen toch voelt als een geforceerde poging nog jong en energiek te blijven klinken.
Toch kwam de echte verrassing nog weer jaren later, toen de band in 2018 wekelijks nieuw materiaal opnam en uitbracht, wat uiteindelijk resulteerde in de Drift-serie. Daar ben ik eigenlijk nog steeds niet op uitgeluisterd. De muziek is redelijk spontaan tot stand gekomen en is soms grillig en chaotisch, maar uiteindelijk hoor ik toch vooral een creativiteit die ik al lang niet meer had gehoord. En het luistert goed weg, want er zitten zeker stukken tussen die zich met hun beste werk kunnen meten. Appleshine Continuum met The Necks is bijvoorbeeld een geweldige techno meets minimalism meets jazz-improvisatie van dik drie kwartier.
Inmiddels zijn beide heren al voorbij de pensioensgerechtigde leeftijd, maar het voelt alsof ze na een dip zichzelf hervonden hebben en nog jaren mee kunnen. Ik kijk in ieder geval uit naar hun toekomstige muzikale beslommeringen. En wie weet knikt Maurits — ergens in een kamer vol oude tijdschriften en filterkoffie — dan ook nog steeds mee op de beats van Hyde en Smith.
3
geplaatst: 13 september 2025, 08:12 uur
Ik mis in de laatste alinea de zin laatst kwam ik Maurits weer tegen en toen bleek... maar die kwam niet 
Mijn avatar zou in ieder geval zijn en die van zijn ouders goedkeuring hebben verwacht ik.
In ieder geval begon mijn Underworld avontuur, wat voor wel meer mensen zal gelden, met Born Slippy. Ik kocht de cd-single, dat was een boxje waar nog een 2de deel in kon. Ik vond het een toffe track, mijn moeder overigens niet. Het begin ging nog wel maar de beat was een paar slagen te stevig. Daarna heb ik t eigenlijk nooit echt opgepakt. Het vorige leven van Underworld bij Freur met o.a. het fantastische Doot Doot heb ik dan wel weer vaak gedraaid!

Mijn avatar zou in ieder geval zijn en die van zijn ouders goedkeuring hebben verwacht ik.
In ieder geval begon mijn Underworld avontuur, wat voor wel meer mensen zal gelden, met Born Slippy. Ik kocht de cd-single, dat was een boxje waar nog een 2de deel in kon. Ik vond het een toffe track, mijn moeder overigens niet. Het begin ging nog wel maar de beat was een paar slagen te stevig. Daarna heb ik t eigenlijk nooit echt opgepakt. Het vorige leven van Underworld bij Freur met o.a. het fantastische Doot Doot heb ik dan wel weer vaak gedraaid!
1
geplaatst: 13 september 2025, 11:00 uur
Ik zal vast in herhaling vallen, maar ik heb dan weer het voordeel van een oudere broer met (destijds) een OOR-abonnement, dus mijn Underworld avontuur ging al met Dubnobass van start. Die had ik nog op (grijsgedraaide) cassette, opgenomen van de CD van m'n broer, toen opvolger Second Toughest uitkwam had ik zelf ook een CD-speler dus die werd zo'n beetje op dag 1 aangeschaft. Gelukkig in de 2 CD-versie met Born Slippy + Rez als bonus. Ondertussen meerdere malen live gezien, waarbij ze echt nooit teleurstellen en zelfs mij aan het dansen kunnen krijgen 
Verder eens met de opmerkingen over de uitermate sterke Drift serie, en Dirty Epic is gewoon het allerbeste nummer van de heren

Verder eens met de opmerkingen over de uitermate sterke Drift serie, en Dirty Epic is gewoon het allerbeste nummer van de heren

1
geplaatst: 13 september 2025, 11:35 uur
Underworld deed mij erg veel, ik voelde mij in deze muziek erg thuis, dat filmische, de electronica, zang, de sound etc. alles kwam samen wat mij in muziek in die dagen aantrok en maakten de jaren 90 alsnog goed.
1
geplaatst: 13 september 2025, 12:33 uur
herman schreef:
De laatste kwartjes vielen in 2015, toen ik Underworld twee keer in korte tijd het album integraal zag opvoeren. Eerst in Paradiso op een doordeweekse avond, en later, midden in de laatste nacht, op Primavera Sound. Hoewel Paradiso indrukwekkend was, had Primavera iets magisch. De skyline van Barcelona achter het podium, de zee in zicht. Het was allemaal al heel goed, maar Cowgirl was het hoogtepunt der hoogtepunten. De beat viel even weg (op de studioversie op 6:09) en precies dat moment zorgde voor pure euforie. Dansen onder de sterren, met duizenden anderen om je heen — het werd mijn favoriete halve minuut in het hele oeuvre van Karl en Rick.
De laatste kwartjes vielen in 2015, toen ik Underworld twee keer in korte tijd het album integraal zag opvoeren. Eerst in Paradiso op een doordeweekse avond, en later, midden in de laatste nacht, op Primavera Sound. Hoewel Paradiso indrukwekkend was, had Primavera iets magisch. De skyline van Barcelona achter het podium, de zee in zicht. Het was allemaal al heel goed, maar Cowgirl was het hoogtepunt der hoogtepunten. De beat viel even weg (op de studioversie op 6:09) en precies dat moment zorgde voor pure euforie. Dansen onder de sterren, met duizenden anderen om je heen — het werd mijn favoriete halve minuut in het hele oeuvre van Karl en Rick.
Mooie herinnering, een van de beste optredens die ik op Primavera heb gezien. Kan me alleen niet herinneren waar GrafGantz was die avond?Prachtige verhalen tot nu toe, Herman. Ga zo door en hou vooral lekker je eigen tempo aan.

2
geplaatst: 13 september 2025, 13:24 uur
Mooi verhaal weer, nu bij Underworld. Ik vind/vond overigens Underworld niet veel "zwaarder" dan The Prodigy of Chemical Brothers.
1
geplaatst: 13 september 2025, 13:25 uur
Soms heb je een Maurits nodig. Mijn Maurits heette Mark (thx Mark!).
1
geplaatst: 13 september 2025, 13:44 uur
Sandokan-veld schreef:
Mooie herinnering, een van de beste optredens die ik op Primavera heb gezien. Kan me alleen niet herinneren waar GrafGantz was die avond?
Mooie herinnering, een van de beste optredens die ik op Primavera heb gezien. Kan me alleen niet herinneren waar GrafGantz was die avond? I was busy listening for phone sex. Coming through the back door.
0
geplaatst: 13 september 2025, 15:07 uur
vigil schreef:
Ik mis in de laatste alinea de zin laatst kwam ik Maurits weer tegen en toen bleek... maar die kwam niet
Mijn avatar zou in ieder geval zijn en die van zijn ouders goedkeuring hebben verwacht ik.
In ieder geval begon mijn Underworld avontuur, wat voor wel meer mensen zal gelden, met Born Slippy. Ik kocht de cd-single, dat was een boxje waar nog een 2de deel in kon. Ik vond het een toffe track, mijn moeder overigens niet. Het begin ging nog wel maar de beat was een paar slagen te stevig. Daarna heb ik t eigenlijk nooit echt opgepakt. Het vorige leven van Underworld bij Freur met o.a. het fantastische Doot Doot heb ik dan wel weer vaak gedraaid!
Ik mis in de laatste alinea de zin laatst kwam ik Maurits weer tegen en toen bleek... maar die kwam niet

Mijn avatar zou in ieder geval zijn en die van zijn ouders goedkeuring hebben verwacht ik.
In ieder geval begon mijn Underworld avontuur, wat voor wel meer mensen zal gelden, met Born Slippy. Ik kocht de cd-single, dat was een boxje waar nog een 2de deel in kon. Ik vond het een toffe track, mijn moeder overigens niet. Het begin ging nog wel maar de beat was een paar slagen te stevig. Daarna heb ik t eigenlijk nooit echt opgepakt. Het vorige leven van Underworld bij Freur met o.a. het fantastische Doot Doot heb ik dan wel weer vaak gedraaid!
Ik heb Maurits na de middelbare school nooit meer gezien. En zijn achternaam weet ik niet meer. Maar ik heb nog wel ergens een oude klassenboek, dus dat komt vast wel eens boven water.
Born Slippy heb ik altijd wel leuk gevonden, maar nooit echt een topper in hun oeuvre. Doot Doot was lang dacht ik vooral leuk, 'omdat het eigenlijk van Underworld' was, maar is ook zonder die link gewoon een heel tof nummer inderdaad.
2
geplaatst: 13 september 2025, 15:40 uur
Dim schreef:
Mooi verhaal weer, nu bij Underworld. Ik vind/vond overigens Underworld niet veel "zwaarder" dan The Prodigy of Chemical Brothers.
Mooi verhaal weer, nu bij Underworld. Ik vind/vond overigens Underworld niet veel "zwaarder" dan The Prodigy of Chemical Brothers.
Ik vind Underworld toch wel een stuk ontoegankelijker en experimenteler bij vlagen. Meer ambientstukken, vaak traag, veel introverter ook. Met name The Prodigy is toch wel heel erg toegankelijk; daarbij voelt elke track als een potentiële single.
* denotes required fields.

