MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Muziek / Toplijsten en favorieten / De artiesten top 100 van (herman)!

zoeken in:
avatar van herman
Johnny Marr schreef:
See Emily Play is geen deep cut, lijkt me?

(quote)

Zondagochtend, zul je bedoelen? Of ben jij al brak voor je uitgaat?

Nee, ik ging altijd vrijdag uit en moest zaterdag meestal weer vroeg op in die tijd. Dus dan was het na het avondeten pas dat er niets meer hoefde.

En See Emily Play en Point Me At Sky staan niet op een album en worden daardoor denk ik vaak over het hoofd gezien. Maar het onderscheid favoriete nummers en deep cuts is soms ook wat willekeurig.

avatar van Dim
Dim
Tof hoor, GusGus in je lijst. Ik zou deze muziek ook niet snel vergelijken met Dead Can Dance.

avatar van Vince vega
Zo even bij gelezen in dit topic. Heerlijke lijst tot zover herman, met uiteraard veel herkenbare verhalen en overlappende muzieksmaak (maar dat wist ik natuurlijk al lang ).

Verder zeer goede herinneringen aan onze gezamenlijke GusGus concerten waar aERodynamIC uiteraard werd gemist
Ik denk dat Gusgus de afgelopen jaren tot mijn top 10 gedraaide artiesten behoort, erg fijne band.

avatar van herman
Vince vega schreef:
Zo even bij gelezen in dit topic. Heerlijke lijst tot zover herman, met uiteraard veel herkenbare verhalen en overlappende muzieksmaak (maar dat wist ik natuurlijk al lang ).

Verder zeer goede herinneringen aan onze gezamenlijke GusGus concerten waar aERodynamIC uiteraard werd gemist
Ik denk dat Gusgus de afgelopen jaren tot mijn top 10 gedraaide artiesten behoort, erg fijne band.

Ja, was echt tof ze een paar keer te zien. Mooie herinneringen ook aan. Wie weet een volgende keer met aERodynamIC erbij.

avatar van herman
https://www.theupcoming.co.uk/wp-content/uploads/2022/07/Primal-Scream-at-Alexandra-Palace-Mike-Garnell-The-Upcoming-1.jpg-1024x620.jpg

50. Primal Scream

Favoriete albums: Screamadelica, Vanishing Point
Favoriete nummers: Loaded, Slip Inside This House, Higher Than the Sun (A Dub Symphony in Two Parts), Come Together, (I'm Gonna) Cry Myself Blind, Kowalski, Stuka, Trainspotting, Wise Blood, Swastika Eyes, Some Velvet Morning (singleversie)
Deep cuts: Struttin’, Stuka, Accelerator, Shoot Speed/Kill Light, Detroit, Where The Light Gets In (met Sky Ferreira), 2013, Deep Dark Waters
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: -

Van Primal Scream kende ik Loaded en vooral Rocks al, omdat die in die tijd ook doorsijpelden naar de Nederlandse hitparades. Rocks was bovendien typisch zo’n radiohit die je overal op 3FM hoorde, ook bij de voorloper van Kink FM waar ik destijds graag naar luisterde: Outlaw Radio van Rob Stenders. Toch werd Vanishing Point uit 1997 mijn echte kennismaking met de band. Ik werd getriggerd door een artikel in OOR waarin stond dat Primal Scream vond dat de gelijknamige cultfilm uit 1971 een betere soundtrack verdiende. Ironisch genoeg werd die film destijds juist lauw ontvangen, terwijl de originele soundtrack als een van de weinige pluspunten gold.

De film volgt koerier Kowalski, die binnen 15 uur een auto van Denver naar San Francisco moet brengen – zo’n 2.000 kilometer. Al snel mondt dat uit in een grootschalige klopjacht, waarbij hij als een bezetene door het westen van de VS scheurt om uit de handen van de autoriteiten te blijven. Het album voelt als een eigenzinnige mix van rock, dub, elektronica en dance, een geluid dat voor mijn gevoel alleen in het Verenigd Koninkrijk gemaakt had kunnen worden. Uptempo-tracks als Kowalski en If They Move Kill ’Em zijn hoogtepunten, naast de acht minuten durende dubtrip Trainspotting en de ballad Star, met daarop de legendarische 70’s dub-/reggae-producer Augustus Pablo op melodica, die kort hierop zou overlijden.

Primal Scream stond hiermee stevig op mijn muzikale kaart en ik bleef ze volgen. In de jaren erna zag ik ze een hard en duister concert geven in Nighttown en sprongen muzikaal vooral Swastika Eyes en Some Velvet Morning eruit. Swastika Eyes was eind jaren ’90 vaste prik op de alternatieve dansvloer, vooral in de Jagz Kooner-remix. Kooner, bekend van Sabres of Paradise met Andrew Weatherall, gaf het nummer een strakke, elektronische drive à la The Chemical Brothers. Some Velvet Morning was daarentegen een dijk van een electroclash-single – de albumversie is wat tammer. Ondanks deze twee klappers en enkele minder bekende favorieten, was het vooral het oudere Screamadelica waarin ik later écht verdween. Dat werd uiteindelijk mijn favoriete Primal Scream-album.

Screamadelica is misschien nog wel meer een favoriete plaat vanwege het muzikale statement dan om de muziek an sich. Het vormt een duidelijk breekpunt ten opzichte van hun eerdere werk, waarin ze nog heel erg in de hoek zaten van C86-rock met janglepop à la The Stone Roses en bluesrock à la The Rolling Stones. Op dit album wordt er een brug geslagen tussen gospel, soul, dub en vooral rock en dance. Cruciaal hierin was Andrew Weatherall, de producer/dj die het nummer I’m Losing More Than I’ll Ever Have transformeerde tot Loaded: hij nam het slotstuk, voegde een beat van Edie Brickell & The New Bohemians toe, zang van The Emotions en een sample van Peter Fonda. Zo ontstond een van de ultieme Madchester-hits – en de nieuwe richting voor de band.

Weatherall groeide uit tot een soort ‘groove curator’ met een grote artistieke rol. Het album opent nog Stones-achtig met Movin’ On Up, maar slaat daarna alle kanten op. Slip Inside This House, een cover van de 60’s garagerockband The 13th Floor Elevators, werd verbouwd tot een acid house-trip. Vervolgens duiken we de rave-sfeer in met Don’t Fight It, Feel It, waarin beat, percussie, piano en fluitriff samen precies de hedonistische energie oproepen die ik me bij houseparties uit die tijd voorstel. Bij house hoort ook een chill-out of comedown, en die is hier te vinden in de twee versies van Higher Than the Sun, gemaakt samen met The Orb. Vooral A Dub Symphony in Two Parts is een heerlijke wegdroomtrack.

Jaren na het concert in Nighttown zag ik Primal Scream nog eens, in Paradiso dit keer, tijdens de ‘Screamadelica bestaat 20 jaar’-tour. En wat een avond was dat. Ik waande me op een houseparty waar ik in 1991 toch echt te jong voor was, al kreeg ik de vibes wel mee via de hitlijsten en de smiley-stickers die je overal zag. In die tijd verwoordde voorman Bobby Gillespie het zelf als volgt: "I was looking for the steering wheel of the Sydney Opera House to drive it to Atlantis." Die magie voelde ik ook – alsof ik even zelf deel uitmaakte van die kleurrijke, grensverleggende wereld waar rock, dance en droombeelden samenkomen.

avatar van Dance Lover
herman Ik haak net aan, maar wat een fantastische lijst!

Instant liefde voor o.a. Four Tet, GusGus & Dead Can Dance.

avatar van herman
https://cdn1.faroutmagazine.co.uk/uploads/1/2023/04/Os-Mutantes-How-Os-Mutantes-fused-psychedelia-and-radicalism-to-create-a-masterpiece-Far-Out-Magazine.jpg

49. Os Mutantes

Favoriete albums: Os Mutantes, Mutantes
Favoriete nummers: A Minha Menina, Bat Macumba, Dois Mil E Um, Caminhante Noturno
Deep cuts: Le Premier Bonheur du Jour (cover van Francoise Hardy), Banho de Lua (cover van Mina)
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: -

Volgens mij was het door een oude Pitchfork-toplijst – The 200 Best Songs of the 1960s – dat ik Panis et Circenses ontdekte. Ik was meteen verkocht, zocht het album online op en er ging een wereld voor me open. Dit kon moeiteloos wedijveren met de beste jaren ’60-platen die ik tot dan toe gehoord had. Het klonk psychedelisch en onstuimig en schoot alle kanten op – ook bekende richtingen, want er zaten duidelijk westerse invloeden in dat debuut. Ik leerde dat Os Mutantes een van de vaandeldragers was van de Tropicalia-beweging, waarover ik al eerder schreef bij het stuk over Caetano Veloso. Achteraf bleek dit album vooral muzikaal een enorme eye-opener: het werd mijn toegangspoort tot de Braziliaanse muziek uit de jaren ’50, ’60 en ’70. Tropicalia, maar ook samba, Música Popular Brasileira (MPB) en bossa nova. Eigenlijk alles wat ik sindsdien in dat spectrum heb ontdekt – inmiddels grofweg honderd albums – begon hier.

Los daarvan zijn de eerste twee albums simpelweg waanzinnig goed. Het debuut is een kleurrijke mix van psychedelische pop en Braziliaanse ritmes, het ene liedje nog aanstekelijker dan het andere. A Minha Menina verdient het om apart genoemd te worden. In de basis is het een zorgeloos jaren ’60-popliedje over de liefde, maar dankzij de exotische percussie, het doo-wopritme, de fuzzgitaar, het handgeklap en de uitbundig tweestemmige refreinen krijgt het een onweerstaanbare extra laag. Vijf minuten pure popperfectie. Het nummer is geschreven door Jorge Ben, die ook het immens populaire Mas Que Nada op zijn naam heeft staan (naast zo’n twintig soloalbums, waaronder het schitterende A Tábua de Esmeralda). De opener Panis et Circenses noemde ik al even. In de context van het Brazilië van de jaren ’60 kan het prima gelezen worden als een statement tegen de politieke situatie van dat moment. “Brood en spelen” staat immers voor zoethoudertjes voor het volk in ruil voor politieke macht, zoals de Romeinse dichter Juvenalis het ooit verwoordde.

Niet veel later volgde ook het tweede album, dat maar een fractie minder goed is. Het opent verrassend met een stuk klassieke marsmuziek die ik kende van voetbalwedstrijden, maar waarvan ik later leerde dat het uit Verdi’s opera Aida komt. Ook in het oog springen voor mij het onstuimige Não Vá Se Perder Por Aí (waarvan Marc Bolan twee jaar later de riff sterk liet lijken op die van T. Rex’ Jeepster), Dois Mil e Um, dat nog wat teruggrijpt naar de stijl van het debuut, Mágica met een knipoog naar de Rolling Stones’ Satisfaction, en als absoluut hoogtepunt Caminhante Noturno. Dat nummer is meesterlijk opgebouwd – eigenlijk een minisymfonie van zes minuten – melodieus groots en qua structuur magnifiek. Er zit van alles in: drama, melodie, avontuur en een productie die bij elke luisterbeurt nieuwe details prijsgeeft. Het voelt alsof de band hun volledige ambitie in één track heeft geperst – van Braziliaanse warmte tot Londense psychedelia, en van mini-opera tot popsong. Het loont om bij elke luisterbeurt op iets anders te letten: de strijkers, de percussie, de vocale harmonieën.

Caminhante Noturno is voor mij een van de beste nummers ooit gemaakt, maar – helaas – voor zover ik heb ontdekt ook het laatste echt meesterlijke nummer van de band. Het derde album is een prima plaat, maar haalt nergens meer de hoge toppen van de eerste twee. De platen daarna scoren voor mij nog een stuk lager, dus daar heb ik me nooit aan gewaagd. Misschien komt dat nog, maar ik ben al enorm blij met die eerste twee onvergetelijke platen en hun rol als wegbereider naar wat ooit voor mij een compleet nieuwe muzikale wereld was.

avatar van Rudi S
herman ik weet dat het een download en spotify tijdperk is maar check van Primal Scream ook eens de albumhoezen erg goed

avatar van GrafGantz
Oh ja, bijna vergeten dat ik Pink Floyd live heb gezien. Prima Scream helaas niet.

avatar van herman
Rudi S schreef:
herman ik weet dat het een download en spotify tijdperk is maar check van Primal Scream ook eens de albumhoezen erg goed

Ja nu je het zegt, die Screamadelica hoes kwam me wel bekend voor. En toevallig kwam ik gisteren ook deze hoes uit 1996 tegen:

https://www.musicmeter.nl/images/cover/169000/169226.jpg?cb=1754301911

ongetwijfeld inspiratie voor deze plaat van een jaar later:

https://www.musicmeter.nl/images/cover/1000/1037.jpg

avatar van herman
GrafGantz schreef:
Oh ja, bijna vergeten dat ik Pink Floyd live heb gezien. Prima Scream helaas niet.

Vergeten? Lang geleden of niet zo indrukwekkend?

Had ze best willen zien, maar dat had dan in 1994 in de Kuip moeten zijn... daarna hebben ze niet meer zo vaak opgetreden.

Mijn schoonvader heeft Pink Floyd in 1967 nog gezien op de Hippy Happy Beurs in Rotterdam, op de plek waar nu Heliport is.

avatar van herman
https://pm1.aminoapps.com/6795/f98710492b463f2b73fc8a633d190dedb204eb5bv2_hq.jpg

48. Nick Cave & The Bad Seeds

Favoriete albums: Let Love In, Push The Sky Away
Favoriete songs: Saint Huck, Tupelo, The Carny, Do You Love Me?, Stagger Lee, Fifteen Feet of Pure White Snow, Nature Boy, Higgs Boson Blues, Bright Horses
Deep cuts: Wanted Man, Jack’s Shadow, Mercy, The Good Son, Far From Me, The Sorrowful House
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: aERodynamIC (7), dazzler (82), Kronos (70)

Nick Cave was lang een artiest waar ik niet echt iets mee had, op een enkel nummer na. Zo’n 15 jaar geleden begon het balletje te rollen toen ik muziek ging uitwisselen met een collega op wie ik een oogje had. Zij leende me een paar albums van Nick Cave en die vielen in de smaak, zonder dat ik er meteen echt wild van was. Een paar jaar later kwam Push the Sky Away uit en zag ik Cave live op Primavera Sound. Het was stervensdruk, dus ik stond ergens achteraan in het veld, maar alsnog raakte ik onder de indruk van het gebodene: vooral de voordracht van Stagger Lee was waanzinnig, alsook een Cave die een heel nummer lang een vrouw op de eerste rij toezong. En dat alles met een band die speelde alsof hun leven ervan afhing, met o.a. violist Warren Ellis als opzweper van het geboefte. Van Ellis was ik eerder fan dan van Cave — met zijn eigen postrockgezelschap Dirty Three had ik hem een paar jaar eerder nog op een doordeweekse avond in de bovenzaal van Paradiso gezien. Lang vond ik het wel jammer dat zijn successen met Cave zo’n beetje het einde van The Dirty Three betekenden, maar dat sentiment begon hier te keren.

Het balletje werd pas echt een lawine toen de (inmiddels ex-)collega en ik samen naar een concert van Cave gingen. Een zitconcert (Den Haag, 2015) nota bene. We zaten bijna helemaal vooraan, maar hadden van doorgewinterde Cave-concertbezoekers al begrepen dat na een paar nummers iedereen gaat staan en het vanaf dat moment een staconcert is. Ik had dit in mijn oren geknoopt en veerde op een gegeven moment als een van de eersten op uit mijn stoel. Een paar tellen later stond Cave ineens op mijn leuning en zong heel even mijn collega toe. Zij had het niet meer. Vanaf dat moment was ik compleet om, en zeker toen hij Tupelo inzette. Vanaf dat moment 'begreep' ik de muziek en ervaar ik de albums ook op een wat dieper niveau.

Als ik hierboven zo mijn favoriete Cave-songs op een rij zie, is Tupelo waarschijnlijk nog steeds mijn favoriete Cave-nummer. Zeker zijn jaren ‘80-muziek zindert vaak van de spanning, en Tupelo is daar misschien nog wel het beste voorbeeld van. Een andere topfavoriet is Saint Huck, en terwijl ik dit schrijf, realiseer ik me eigenlijk pas dat beide songs erg vergelijkbaar zijn. Tupelo zet de geboorte van Elvis Presley in een heel ander daglicht: die nacht breekt het onheil los met een flinke storm, overstroming en Bijbelse plagen. Alsof de antichrist geland is. In Saint Huck is het dan weer Mark Twains Huckleberry Finn die een duivels jasje krijgt aangemeten: in het originele verhaal is hij de jongen die per boot wegvlucht van zijn vader, samen met een slaaf. Gaandeweg hun boottocht stelt hij de moraliteit ten aanzien van slavernij aan de kaak — ware het een sociaal geweten dat geboren werd. Cave maakt er echter een gothic-verhaal van, waarin Huck eerder een gevallen heilige is die de wereld nog verder in een morele afgrond stort.

Dit soort verhalen in combinatie met de indringende muziek maakt dat ik van dit soort muziek houd. Nu kan ik er niet zomaar naar luisteren. Het is geen muziek voor de gezelligheid die je zomaar in de huiskamer opzet. Naar Cave luister ik het liefst alleen, via de koptelefoon.

Dat het ook anders kon, ervoer ik ergens in 2020 tijdens een van de vele coronawandelingen door de buurt. Met mijn vriendin liep ik door Bergpolder, tot zij een bekende in de deuropening zag zitten. Een kunstenaarstype, ongeremd en heel aardig. "Ik woon eigenlijk vooral op de stoep en in de tuin", zei hij. Hij vroeg ons binnen. Wij aarzelden nog enigszins, maar vonden het ook wel een leuke spontane actie. Eenmaal binnen zagen we een huis zoals we dat nog nooit eerder gezien hadden: vrijwel leeg (het meeste meubilair stond inderdaad in de tuin), maar bovenal: er was geen stukje muur te vinden dat niet beschilderd was — zelfs niet in het sanitair. En niet zomaar schilderingen: gitzwarte houtskoolschilderingen. Abstract, figuratief, intuïtief. Een pikdonker decor. En wat was de soundtrack? Een jaren ‘80-album van Nick Cave, dat op maximumvolume door het huis schalde. Ik waande me in een ondergrondse kelder in Berlijn of in een kraakpand, hoewel de kraakpanden die ik heb bezocht aanmerkelijk toegankelijker waren dan dit donkere hol. Eenmaal buiten waren we enigszins verbouwereerd zo'n leefomgeving tegen te komen tussen de nette jaren ‘30-benedenwoningen. En ik had enigszins medelijden met de bovenburen. Desalniettemin vond ik het geweldig deze muziek zo te horen: intens en volstrekt onontkoombaar. Cave zoals Cave bedoeld is — zoals hij het ook brengt tijdens zijn concerten.

Inmiddels is de lawine wel tot stilstand gekomen en is Cave toegetreden tot mijn persoonlijke canon van favoriete artiesten. Dat blijft toch wel een mooi iets: dat je artiesten soms al tien, twintig jaar kent voordat je er fan van wordt. Hier komen verderop nog wel een paar voorbeelden van voorbij.

avatar van GrafGantz
herman schreef:
(quote)

Vergeten? Lang geleden of niet zo indrukwekkend?

Had ze best willen zien, maar dat had dan in 1994 in de Kuip moeten zijn... daarna hebben ze niet meer zo vaak opgetreden.


Bijna hier vergeten te vermelden bedoelde ik

Absoluut indrukwekkend, en ook best lang geleden (1994).

avatar van Rudi S
Nick ja die zou bij mij wel top 5 staan

avatar van deric raven
Nick Cave staat bij mij bovenaan

avatar van Casartelli
Casartelli (moderator)
Hoewel ik met enkele recente nummers wel iets van een klik ontwikkel, zou Nick Cave bij mij (voorlopig) niet in de buurt van de Top 100 komen. Wel een van de betere verhaaltjes tot nu toe (en dat zegt oprecht meer over deze dan over de vorige 52 )

avatar van herman
https://images.bauerhosting.com/marketing/sites/16/2024/10/Suede_Kevin-Cummins.jpg?ar=16%3A9&fit=crop&crop=top&auto=format&w=992&q=80

47. Suede

Favoriete album(s): Dog Man Star
Favoriete nummers: Animal Nitrate, Metal Mickey, Pantomime Horse, We Are The Pigs, The Wild Ones, Killing of a Flashboy, Saturday Night, By the Sea, Europe Is Our Playground, She’s in Fashion
Deep cuts: Stay Together, The Living Dead, My Dark Star, Whipsnade, Together, The 2 of Us, Stay (Bernard Butler solo), Frozen Roads (Brett Anderson solo)
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: aERodynamIC (18), vigil (67)

Ik ontdekte Suede, net als veel andere Britse tijdgenoten, via Hitlist UK op MTV. Elke maandagavond keek ik fanatiek naar de Engelse top 40 en schreef ik de lijst mee in mijn schriftje. Het enige probleem: het viel precies tijdens etenstijd. Dus moest ik steeds zorgen dat ik op tijd terug was voor het overzichtsblok van 40 t/m 31 — anders klopte mijn lijst niet. Een enkele keer mocht ik met mijn bord voor de tv. Suede kwam daar in die jaren regelmatig voorbij, maar het duurde tot de Coming Up-singles voor ik echt overstag ging. Trash en The Beautiful Ones vond ik heerlijk, en dat jaar kreeg ik het album voor mijn verjaardag — samen met K van Kula Shaker, trouwens. Ook een leuke plaat, maar die liefde ging nooit zo diep.

In het kielzog van Coming Up leende ik Dog Man Star en het debuut bij de Leidse bibliotheek, waar ik altijd het maximum aantal boeken en cd’s meenam. Ze zullen wel blij met me zijn geweest. Al snel werd Coming Up overvleugeld door het duistere, weidse Dog Man Star — voor mij samen met Different Class, The Holy Bible en The Bends de heilige vierhoek van de britpop (een breed begrip toen). De toon wordt meteen gezet met Introducing the Band en We Are the Pigs — een glamrockkraker met dystopische tekst, blazers, een kinderkoor en een gitaarsolo van Bernard Butler waar je u tegen zegt. Voeg de b-kanten Whipsnade en Killing of a Flashboy toe, en je hebt een van de sterkste Suede-singles van de jaren ’90.

Ook The Wild Ones is schitterend. Alleen al dat openingscouplet:

“There's a song playing on the radio
Sky high in the airwaves on the morning show
And there's a lifeline slipping as the record plays
As I open the blinds in my mind, I'm believing that you could stay.”


Een prachtballad — en ik ben normaal helemaal niet van de ballads. Suede’s eigen Ne me quitte pas, tekstueel én emotioneel.

Na verloop van tijd groeide vooral het middenstuk van Dog Man Star uit tot favoriet: The Power, New Generation, This Hollywood Life. Vooral New Generation sprankelt — die blazers in het refrein, de laatste minuut, de energie in de clip: pure levenslust. Maar eigenlijk kan ik elk nummer noemen, van het epische The Asphalt World tot de boleroachtige dramatiek van Still Life, met die magistrale regel: "We take the pills to find each other."

Gaandeweg kocht ik de cd en verzamelde alle singles, vooral vanwege de b-kanten — die waren tot en met deze periode van een uitzonderlijk niveau. Daarna doofde de vlam geleidelijk. Elk nieuw album voelde net iets minder urgent dan het vorige, en na A New Morning hield de band het voorlopig voor gezien. By the Sea en Europe Is Our Playground zijn de enige latere nummers die het torenhoge niveau uit de beginjaren nog benaderen.

Achteraf was Coming Up een perfect instappunt: poppy, energiek, vol hits. Vandaaruit Dog Man Star leren kennen werkte goed. En toen kwam ook steeds meer waardering voor het debuut: sensueel, opgefokt en bruisend. Animal Nitrate met dat geweldige intro, Metal Mickey als perfecte britglam-single, Pantomime Horse als heerlijk over-the-top bombast. Brett Anderson en Bernard Butler waren in die tijd een soort Morrissey & Marr, maar dan met meer eyeliner.

Het afhaken voelde lang vanzelfsprekend. De muziek bleef degelijk, maar de magie was weg. De melancholie werd formule. Zelfs de comebackplaten uit de jaren ’10 deden me weinig. Ik hoorde wel dat het goed in elkaar zat, maar het raakte me niet meer. Eigenlijk had ik Suede al afgeschreven als ‘jeugdsentiment’, tot dit jaar Disintegrate uitkwam — hun beste single in vele jaren, misschien wel sinds de jaren ‘90. En dat doet me — tot mijn eigen verbazing — weer uitkijken naar een nieuw album.

avatar van vigil
Ach, zo herkenbaar

Ook ik zat elke maandag rond een uur of 18 a 19 (was de uitzending van 18 tm 21?) volledig klaar voor de UK charts

Sommige clips zag je ook echt alleen daar. Dan stonden ze 1 a 2 weken in de singlescharts en vielen ze verder volledig buiten de programmering van MTV dan was dat eigenlijk de enige mogelijkheid om ze te zien. De clip van Hollow Man van Marillion (van het Brave album uit 1994) was er zo eentje. Kwam binnen op 30 en de week erna er weer uit.

avatar van herman
Het begon om 18 uur weet ik nog, en ik dacht dat het duurde tot 20 uur. Wel tof inderdaad om zo nog zeldzame clips te kunnen zien. En grappig dat je nog de precieze notering weet.

avatar van GrafGantz
Hm, ik ben van hetzelfde bouwjaar als Herman, en al vanaf jonge leeftijd uitgebreid met muziek bezig. Maar Hitlist UK zegt me helemaal niets. Welk jaartal hebben we hier zo ongeveer over?

avatar van herman
Ik keek zo vanaf 1993 / 1994. Volgens mij kwam het op maandagavond.

avatar van herman
https://imagenes.elpais.com/resizer/v2/W3MZBGQ4QFMNJSR2336IB5R2GM.jpg?auth=8f6afd506e4fdff29fb3932c999f370922933a09b789010052b151ab9ef30708&width=980

46. João Gilberto

Favoriete albums: Chega de Saudade, Getz/Gilberto
Favoriete nummers: Chega de Saudade, Desafinado, Samba de Uma Nota Só, Insensatez, The Girl from Ipanema, Corcovado (Quiet Nights of Quiet Stars)
Deep cuts: Maria Ninguém, Doralice, Undiú
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: -

Rond 2010 raakte ik ineens in de ban van Braziliaanse muziek uit de jaren ’60. Al snel kwam ik terecht bij de bossa nova — met name de vroege albums van Elis Regina en Nara Leão draaide ik eindeloos. Hun stemgeluid, die licht melancholische toon, het zachte gitaarspel: het raakte iets in mij dat ik niet meteen kon duiden. Natuurlijk kwam ik daarna ook uit bij het beroemdste bossa nova-album: Getz/Gilberto, waarop de Amerikaanse saxofonist Stan Getz samenwerkt met João Gilberto, de man die het genre mede vormgaf en internationaal op de kaart zette.

Getz/Gilberto werd zo’n album waar ik steeds vaker op terugviel. In het begin vooral 's ochtends, als ik langzaam op gang wilde komen. Later ook ‘s avonds, om de dag van me af te laten glijden. The Girl from Ipanema is natuurlijk het bekendste nummer — en terecht. Het is subtiel en ingetogen, met een loom soort verlangen dat me telkens opnieuw raakt. De stem van Astrud Gilberto, die net iets overslaat, de adem die je door Getz’ saxofoon hoort stromen: het zijn van die kleine details waar ik intens van kan genieten.

Gaandeweg ging ik ook het oudere werk van João Gilberto verkennen. Tussen 1959 en 1961 bracht hij elk jaar een album uit, allemaal zo’n half uur lang. Ik luister ze meestal direct achter elkaar — als een soort drieluik waarin de bossa nova letterlijk geboren wordt. Hier hoor je Gilberto zijn kenmerkende stijl ontwikkelen: fluisterzang, percussieve gitaar, alles tot de essentie teruggebracht. Zijn debuut opent met Chega de Saudade, het nummer dat al snel als het beginpunt van een nieuwe muzikale beweging werd gezien. De geboorte van een genre.

Dat album bevat een reeks bossa nova-composities uit de late jaren ’50, waarvan de mooiste zijn geschreven door Antônio Carlos Jobim — een naam die in een stuk over bossa nova niet onvermeld mag blijven. Daarnaast staan er ook enkele traditionele samba’s op uit de jaren ’30 en ’40, die João volledig ontdoet van hun feestelijkheid, tot er alleen nog een ruggengraat van akkoordwisselingen en melancholie overblijft. Geen blazers, geen percussie, alleen João — en toch swingt het.

Wat me later steeds meer begon op te vallen, is hoe João Gilberto zijn muziek in de jaren daarna nóg verder uitkleedt. Op zijn titelloze ‘witte’ album uit 1973 klinkt hij nog minimalistischer dan voorheen: nauwelijks begeleiding, alleen zijn stem en gitaar, met een bijna meditatieve aandacht voor ritme en nuance. De stiltes worden net zo belangrijk als de noten. Muziek waar ik eerlijk gezegd af en toe ook niet het geduld voor heb, maar geleidelijk aan begin ik steeds meer de schoonheid ervan in te zien.

Ook in andere genres merk ik dat ik het waardeer als er veel wordt weggelaten — of juist weerstand voel als er te veel gebeurt en de essentie verloren gaat. Of ze nu Morgan “Metro Area” Geist, Steve Albini of João Gilberto heten: ik ben dankbaar dat er muzikanten zijn die weten hoeveel zeggingskracht er in beperking kan schuilen.

Toch is het misschien vooral de rust in João Gilberto’s muziek die me blijft aantrekken. De kalmte waarmee hij zingt en speelt, het vertrouwen in eenvoud, de afwezigheid van haast. Ook de soms wat oubollige melodieën vind ik mooi: ze hebben iets eerlijks, iets tijdloos, iets dat een zachte weemoed oproept — alsof ze verwijzen naar een verleden dat ik nooit echt heb gekend, maar toch herken. Misschien is dat dan wel mijn definitie van saudade.

avatar van Johnny Marr
herman schreef:
De platen daarna scoren voor mij nog een stuk lager, dus daar heb ik me nooit aan gewaagd.

Huh? Hoe kunnen ze lager scoren als je ze nog nooit hebt gehoord?

avatar van herman
Johnny Marr schreef:
(quote)

Huh? Hoe kunnen ze lager scoren als je ze nog nooit hebt gehoord?

Ha, dat klopt niet helemaal inderdaad. Wat ik bedoelde is dat ze hier op MusicMeter een stuk lager scoren en me daarom niet echt trekken. Fijn dat er (scherp) wordt meegelezen!

avatar van vigil
herman schreef:
Ik keek zo vanaf 1993 / 1994. Volgens mij kwam het op maandagavond.

Ja, klopt elke maandag!
Ik ook rond die periode, ietsjes eerder misschien. Ook keek ik vanaf iets daarvoor ook al op ceefax (de teletekst van BBC) waar elke week de nieuwste singlescharts werd geplaatst op een bepaalde paginanr. En de Smash Hits kocht ik vanaf 1991 ofzo bij de tijdschriften handelaar in Maassluis.

avatar van herman
Ah Ceefax, dat heb ik ook nog even gelezen! Vond het jammer dat de BBC daar ineens mee ophield. De charts daar nooit gevonden helaas.

avatar van herman
https://news.cornell.edu/sites/chronicle.cornell/files/VUcolor460.jpg?itok=vuC3Uw_S

45. The Velvet Underground

Favoriete albums: The Velvet Underground & Nico, The Velvet Underground
Favoriete nummers: Femme Fatale, Venus in Furs, Heroin, There She Goes Again, What Goes On, Pale Blue Eyes, Beginning to See the Light
Deep cuts: Lady Godiva's Operation, Stephanie Says, I’m Sticking With You
Live gezien: nee (wel John Cale solo in Gent in 2016, waar hij 2 VU-nummers speelde)
Ook in de lijst van: dazzler (22), itchy (13)

Het derde album van The Velvet Underground was mijn eerste kennismaking met de band, ergens eind jaren ’90. Ik wisselde muziek uit met een oudere collega van mijn bijbaan, die me opvallend genoeg zelden de gedoodverfde klassiekers van artiesten leende. Zo kreeg ik niet Unknown Pleasures van Joy Division, maar Still, niet Remain in Light van Talking Heads, maar More Songs About Buildings and Food – en dus ook niet de beroemde ‘bananenplaat’ van The Velvet Underground & Nico, maar juist hun derde album.

Toch pakte het goed uit: de plaat intrigeerde me meteen. Nu ik erover nadenk, valt er een kwartje. Die collega en ik waren allebei onder de indruk van het toen recente Sparklehorse-album Good Morning Spider, waarop Maria’s Little Elbows een compleet couplet leent uit Candy Says. Beide nummers zijn op hun eigen manier hartverscheurend. Vooral de zin “Candy says I’ve come to hate my body / And all that it requires in this world” raakte me direct. Lou Reed zingt het bijna achteloos, zonder nadruk, wat het misschien nog indringender maakt. Destijds had ik geen idee wie Candy was of dat het überhaupt over een bestaand persoon ging (Candy Darling zou later blijken - haar levensverhaal is het opzoeken waard). Eind jaren ’90 was thuisinternet nog traag en schaars – via een inbelmodem die het hele huis telefonisch onbereikbaar maakte – en zelfs als je online was, stond zulke informatie er vaak niet op.

De warme, huiselijke sfeer van het album leverde meer intieme liedjes op, zoals Pale Blue Eyes en het werkelijk poeslieve After Hours. Maar ook het chaotische The Murder Mystery, met twee overlappende teksten en afwisselende zangstemmen, fascineerde me; zo’n ongrijpbaar en gelaagd nummer had ik toen nog nooit gehoord. Het aantal jaren ’60-albums dat ik kende was ook minimaal – volgens mij was dit pas de tweede (na het debuut van The Doors).

Niet veel later vond ik bij Plato de eerste drie VU-albums in de uitverkoopbak: drie cd’s voor vijftien gulden. Zo leerde ik ook het debuut en White Light/White Heat kennen. Het eerste album lag makkelijker in het gehoor dan White Light/White Heat, dat een stuk uitdagender en experimenteler was. Waar het derde album vaak intiem en fluisterzacht klonk, waren de eerdere platen gedrenkt in feedback en soms ronduit experimenteel. Later begreep ik dat die experimenteerdrang vooral van John Cale kwam, terwijl Lou Reed vrijwel alle nummers schreef. Na het tweede album stapte Cale uit de band, waardoor de derde plaat vanzelf toegankelijker werd.

Het debuut had meteen een paar favorieten, al had ik in het begin moeite met Nico’s nasale stem – voor mijn gevoel een model dat toevallig een paar nummers had ingezongen. Jaren later sloeg dat om: alles wat me eerst stoorde, bleek juist te kloppen. Haar stem hoorde bij het karakter van de muziek. Je wilt Nico geen Son of a Preacher Man horen zingen, maar Dusty Springfield ook geen All Tomorrow’s Parties. Het spanningsveld tussen Nico’s zang en de soms dissonante klanken werkt voor mij nu perfect.

Ook White Light/White Heat wist ik later meer te waarderen, al blijft het voor mij de minste van de eerste drie. Na het derde album zette de neergang in. Het geplande vierde album kwam er door gedoe met de platenmaatschappij nooit, al laat de compilatie VU (1985) horen dat er genoeg moois was opgenomen. Daarna volgde nog Loaded, het laatste album met Reed, die al voor de release opstapte en daardoor niet op elk nummer te horen is. Doug Yule nam vervolgens het stokje over, maar zijn VU-plaat heb ik nooit beluisterd.

Hoe klassiek het debuut ook is, ik neig nog steeds naar het derde album. Het rammelende gitaargeluid van What Goes On vind ik onweerstaanbaar: een bijna motorisch ritme, strak maar warm, dat blijft voortrollen alsof het zichzelf aandrijft. Ik hoor het terug bij allerlei geliefde bands als The Modern Lovers, R.E.M., The Feelies en Yo La Tengo, en zelfs bij relatief nieuwe Nederlandse bands als Lewsberg en Nouveau Vélo.

NB. In tegenstelling tot dazzler en Itchy geef ik de Velvet Underground een aparte entry naast bv. Reed/Cale/Nico. Bij The Jam en Paul Weller heb ik het ook zo gedaan, maar ik sluit niet uit dat ik binnenkort hiervan afwijk als het me uitkomt...

avatar van Rudi S
VU/ Lou
(afbeelding)

Mijn nummer 1 album blijft toch die mooie 3e.

avatar van herman
Rudi S schreef:
VU/ Lou (afbeelding)

Mijn nummer 1 album blijft toch die mooie 3e.

Voor mij ook, echt niet normaal wat Reed toen allemaal al bij elkaar had geschreven aan mooie muziek.

avatar van herman
https://i.guim.co.uk/img/media/36fdf265886cb15b194bdd23bb96138d1915b34e/0_0_1800_1186/master/1800.jpg?width=1900&dpr=1&s=none&crop=none

44. Iggy Pop

Favoriete albums: Fun House (The Stooges), The Idiot
Favoriete nummers: 1969, I Wanna Be Your Dog, No Fun, Dirt, 1970, Fun House, Search and Destroy, Gimme Danger (Stooges), Sister Midnight, Nightclubbing, Dum Dum Girls, Sixteen, Some Weird Sin, The Passenger, Bang Bang, Candy, Sunday
Deep cuts solo: Kill City, Wild America, Gardenia
Deep cuts met anderen: In The Deathcar (Goran Bregovic), Aisha (Death in Vegas), Punk Rock: (Mogwai), The Pure and the Damned (Oneohtrix Point Never), Get Your Shirt (Underworld)
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: itchy (68)

Mijn eerste kennismaking met Iggy Pop was via Candy, zijn duet met Kate Pierson van de B-52’s. Ik vond het destijds al een van mijn favoriete liedjes – een van de weinige meer verantwoorde stukjes pril jeugdsentiment naast Fools Gold, Way Down Now en Enjoy The Silence – en dat is altijd zo gebleven. Pas bij het schrijven van dit stuk ontdekte ik dat het nummer is gebaseerd op Candy Darling, die ik in mijn vorige stuk ook al noemde. Puur toeval dat twee opeenvolgende verhalen beginnen met een nummer over haar.

Van Iggy Pop wist ik verder helemaal niets, tot ik hem in 1996 in de bioscoop zag in The Crow 2: City of Angels. Ik schrok ervan! Zijn tanige verschijning – ook al versterkt door make-up – deed me toen denken dat hij niet lang meer te leven had. Toch staat hij, bijna dertig jaar later, nog altijd op de festivalpodia, op weg naar zijn tachtigste verjaardag. In diezelfde periode zag ik ook Velvet Goldmine, waarin een van de hoofdpersonen duidelijk op hem gebaseerd is, en beleefde Lust for Life een tweede jeugd dankzij Trainspotting, een film die ik zeker tien keer heb gezien.

Inmiddels had ik ergens een verzamelaar opgedoken met zijn solowerk, waarvan vooral Bang Bang me positief opviel. Toch bleef de echte klik uit, tot ik bij The Stooges terechtkwam. Hun debuut, geproduceerd door John Cale, is meteen raak met 1969, I Wanna Be Your Dog en No Fun. Maar het was Fun House dat me pas echt omverblies: rauwer, energieker, gevaarlijker. Iggy klinkt als een roofdier dat om je heen cirkelt, terwijl hij zijn teksten uitspuwt over heerlijke grooves. Dirt is een zinderende bluesjam waarin gruizige gitaarlijnen en emotioneel geladen zang samensmelten. Daarna dendert 1970 onophoudelijk voort, aangejaagd door een manische saxofoon en Iggy die onophoudelijk “I feel alright!” blaft, kreunt en schreeuwt.

Het uit de hand gelopen drugsgebruik maakte in 1974 een einde aan The Stooges. Iggy probeerde af te kicken en vertrok met David Bowie naar Berlijn, waar zijn solocarrière tot bloei kwam. 1977 werd zijn meest productieve jaar, met liefst drie studioalbums. Kill City, met Stooges-maatje James Williamson, was een paar jaar eerder opgenomen en bleef tot dan op de plank liggen, maar voelt nog als een laatste Stooges-plaat.

De andere albums uit dat jaar zijn echter interessanter, met name het solodebuut The Idiot, samen met Bowie geschreven en geproduceerd: een donker, artrock-album, beïnvloed door de Berlijnse sfeer en de krautrock van bands als Can en Neu! Het heeft iets van een industrieel geluid, met strakke, repetitieve ritmes en een zekere kilte in de productie die vrij uniek was voor die tijd. Aanvankelijk vond ik het een taaie plaat, vooral de rauwe b-kant, maar inmiddels reken ik het tot mijn favorieten uit die periode. Sister Midnight, oorspronkelijk bedoeld als opvolger voor Bowie’s Fame, heeft een opvallend soul/funk-karakter. Bowie zou het later opnieuw opnemen als Red Money op Lodger, maar de kracht van Iggy’s versie blijft onovertroffen. Hierna volgde Lust for Life, opnieuw geproduceerd door Bowie, maar lichter van toon en meer gitaargedreven, met naast het iconische titelnummer ook The Passenger. Maar net zo lief zijn mij het uptempo Some Weird Sin en het origineel van Tonight, later een grote hit voor Bowie.

Hierna was Iggy’s carrière wel op de rit en zijn drugsgebruik onder controle, al werd het nooit meer zo goed als ten tijde van The Idiot. Af en toe komt er nog wel eens een uitschieter langs in zijn muziek, zoals Brick by Brick uit 1990 of Post Pop Depression uit 2016, met Josh Homme als muzikale partner.

Daarnaast duikt Iggy al jarenlang overal op; ik denk dat je per jaar wel een nieuwe verzamelaar kunt vullen met al zijn gastbijdragen. Mijn favorieten zal ik onder deep cuts zetten. Hij zoekt de samenwerking met werkelijk alles en iedereen: zo werkte hij onder meer met Benny Benassi, Lavinia Meijer, Ke$ha, Françoise Hardy en Teddybears Sthlm. Soms zou ik willen dat hij wat kieskeuriger was, maar ergens vind ik het ook wel mooi dat hij nog altijd zo actief is en gewoon doet waar hij zin in heeft.
Mijn eerste beeld van hem via The Crow 2 was wat negatief, maar nu bewonder ik hem juist omdat hij alles doet wat hij wil – of dat nu is als rustige, welbespraakte radiomaker voor BBC Radio 6 Music, of als charismatisch rock-’n-rollbeest op het podium.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 05:40 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 05:40 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.