Muziek / Toplijsten en favorieten / De artiesten top 100 van (herman)!
zoeken in:
2
geplaatst: 13 september 2025, 16:07 uur
Begonnen met Rez en de remixen voor Water from a vine leaf (W.Orbit) en Spooky (Schmoo)
Daarna Second toughest en vooral Beaucoup fish periode.
Cups en Banstyle favs.
The Prodigy heb ik ook nooit als "moeilijk" gezien, en na het 3e album vooral een tribute act van zichzelf met maar heel af en toe iets nieuwerigs
Daarna Second toughest en vooral Beaucoup fish periode.
Cups en Banstyle favs.
The Prodigy heb ik ook nooit als "moeilijk" gezien, en na het 3e album vooral een tribute act van zichzelf met maar heel af en toe iets nieuwerigs
0
geplaatst: 15 september 2025, 22:43 uur
herman schreef:
(afbeelding)
90. Chemical Brothers
Live gezien: ja
Favoriete album(s): Exit Planet Dust (1995), Dig Your Own Hole (1997)
Favoriete nummers: Lionrock - Packet of Peace (Chemical Brothers Remix), Three Little Birdies Down Beats, It Doesn’t Matter, Out of Control, Star Guitar, Swoon (Lindstrom & Prins Thomas Remix), Sometimes I Feel So Deserted, Live Again en Skipping Like A Stone
Deep cuts: Hold Tight London, Electronic Battle Weapon #8
Ook in de lijst van: -
(afbeelding)
90. Chemical Brothers
Live gezien: ja
Favoriete album(s): Exit Planet Dust (1995), Dig Your Own Hole (1997)
Favoriete nummers: Lionrock - Packet of Peace (Chemical Brothers Remix), Three Little Birdies Down Beats, It Doesn’t Matter, Out of Control, Star Guitar, Swoon (Lindstrom & Prins Thomas Remix), Sometimes I Feel So Deserted, Live Again en Skipping Like A Stone
Deep cuts: Hold Tight London, Electronic Battle Weapon #8
Ook in de lijst van: -
Wat zou jij nu de signature track vinden? Hey boy, hey girl of Block rockin' beats.
Bij de Chemicals heb ik hun house kant altijd interessant gevonden, omdat het lekker terugharkt naar eind 80's. Gaandeweg wel steeds meer uit het beeld verdwenen, eigenlijk was mijn laatste opleving Escape velocity van Further.
1
geplaatst: 19 september 2025, 23:39 uur
pureshores schreef:
Wat zou jij nu de signature track vinden? Hey boy, hey girl of Block rockin' beats.
Bij de Chemicals heb ik hun house kant altijd interessant gevonden, omdat het lekker terugharkt naar eind 80's. Gaandeweg wel steeds meer uit het beeld verdwenen, eigenlijk was mijn laatste opleving Escape velocity van Further.
(quote)
Wat zou jij nu de signature track vinden? Hey boy, hey girl of Block rockin' beats.
Bij de Chemicals heb ik hun house kant altijd interessant gevonden, omdat het lekker terugharkt naar eind 80's. Gaandeweg wel steeds meer uit het beeld verdwenen, eigenlijk was mijn laatste opleving Escape velocity van Further.
Oeh, dat vind ik een lastige vraag. Ik denk dat het BRB-beats was, maar daarna hebben ze dat big beat-geluid een beetje losgelaten. Uiteindelijk toch maar Hey boy, hey girl dan.
Die Lionrock-remix is voor mijn gevoel overigens wel het nummer waarop ze hun sound voor het eerst zo lieten horen en eigenlijk de blauwdruk voor later werk, maar dat is niet zo'n bekend nummer verder.
2
geplaatst: 19 september 2025, 23:43 uur
Sandokan-veld schreef:
Prachtige verhalen tot nu toe, Herman. Ga zo door en hou vooral lekker je eigen tempo aan.
Prachtige verhalen tot nu toe, Herman. Ga zo door en hou vooral lekker je eigen tempo aan.
Dank.
Het is erg leuk om te doen, al had ik van tevoren niet gedacht dat ik soms halve essays zou schrijven. Ik wil er wel weer (iets) meer tempo in krijgen. In het begin ging dat prima, maar in de vakantieperiode was het moeilijk in het ritme te blijven. Maar de komende 2 weken zijn redelijk normaal, dus dan moet ik wel weer een stuk verder kunnen komen.
10
geplaatst: 20 september 2025, 00:06 uur
https://www.keyimagazine.com/wp-content/uploads/2025/01/Roisin-Murphy-editorial9.jpeg
35. Róisín Murphy (en een beetje Moloko)
Favoriete albums: Ruby Blue (2005), Róisín Machine (2020)
Favoriete nummers: The Time Is Now (Moloko), Forever More (Moloko), You Know Me Better, Simulation, Exploitation, All My Dreams, Jacuzzi Rollercoaster, The Rumble, Narcissus
Deep cuts: Sing It Back (Moloko, albumversie), Night of the Living Flame, Leviathan (met Freeform Five), Ancora Tu, Ancora, Ancora, Ancora, Gone Fishing, Jealousy (House Mix)
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: Brunniepoo (46)
Róisín Murphy brak in 1995 door met Moloko, het duo dat zij vormde met producer en liefdespartner Mark Brydon. Eerste hitje was Fun For Me, dat een beetje aanvoelde als novelty-triphop. Ook de albumtitel was opmerkelijk: Do You Like My Tight Sweater? was namelijk de openingszin die Murphy gebruikte toen ze Brydon voor het eerst tegenkwam in een club. Muzikaal kon Moloko mij nooit helemaal bekoren, al vind ik achteraf het origineel van Sing It Back (de hitversie is een remix van Boris Dlugosch) wel een spannende, sensuele plaat. Eigenlijk vond ik de band per album interessanter worden, met de fantastische single Forever More als kroon op het oeuvre, tot ze er ineens mee ophielden. Juist op dat kruispunt van Róisíns band- en solocarrière zag ik haar twee keer live: in 2004 op Pinkpop met Moloko en in 2005 op het North Sea Jazz Festival. Die eerste show was letterlijk groots, met een liveband met blazers en alles erop en eraan. De tweede veel intiemer, voor een paar honderd mensen op een achterafpodium.
Ik ben eigenlijk lang niet wild geweest van Róisín, maar sinds ze solo is gegaan, is ze wel een constante gebleven en in de hitparade die ik sinds 2012 bijhoud, veruit de succesvolste artiest. En als je dan op een gegeven moment de eindsom opmaakt, hoort zij toch wel thuis in een lijst als deze — en vrij hoog. In de twintig jaar dat ze solo is, heeft ze zoveel goede platen gemaakt (ook buiten de albums om) en zoveel muzikale uithoeken verkend, maar altijd haar artsy signatuur weten te behouden. Dat dwarse, excentrieke maakt haar speciaal, vind ik. Haar albums zijn niet per se allemaal meesterwerkjes, maar wel dusdanig intrigerend dat je ze kunt blijven draaien.
Opvallend aan haar carrière is dat zij altijd interessante producers om zich heen heeft weten te verzamelen. Haar solodebuut Ruby Blue is geproduceerd door Matthew Herbert, een houseproducer die het experiment niet schuwt. Zo verbouwde hij eens een symfonie van Gustav Mahler, nam platen op met een bigband en liet zich inspireren door musique concrète, een experimentele stroming in de elektronische muziek die niet uitgaat van gecomponeerde noten, maar van omgevingsgeluiden. Herbert maakte in de jaren ’90 al een housealbum met samples van huishoudelijke apparaten en die benadering gebruikte hij ook voor Ruby Blue. Veel maffe percussie en beats, die goed passen bij het dwarse karakter van Murphy. Hoogtepunt is Night of the Dancing Flame, dat een cabaretachtige nachtclubvibe heeft, terwijl de beats en percussie klinken alsof er gebruik is gemaakt van allerhande serviesgoed en een lekkende waterkraan.
Opvolger Overpowered uit 2007 is iets conventioneler, meer reguliere disco-house, maar bevat met You Know Me Better wel een topfavoriet. Hierna brak een wat rustigere periode aan, zonder grote releases. Wel verschenen diverse losse singles, waaronder het fantastische Simulation, dat pas acht jaar later op een album terechtkwam. Verder waren er veel samenwerkingen, waarvan ik vooral Leviathan met Freeform Five erg goed vind. Het leek een moment waarop je zou kunnen denken dat de carrière langzaam uitdooft, maar in 2014 verscheen ineens een mini-album met covers van Italiaanse muziek uit de jaren ’60 en ’70, geïnspireerd door haar Italiaanse partner. De muziek is een stuk minimalistischer en intiemer dan eerder werk, maar wel erg fraai. Hoogtepunt is wellicht Ancora Tu, een cover van Lucio Battisti. Via dit album heb ik ook Patty Pravo’s Pensiero Stupendo leren kennen, misschien wel het mooiste Italiaanse nummer dat ik ken.
Hairless Toys uit 2015 heb ik niet zo vaak gedraaid, al staan er met Gone Fishing en Exploitation wel twee steengoede nummers op. In die tijd was het echter vooral de losse single Jealousy die er voor mij bovenuit stak. Hierna werd het sowieso vooral het non-albumwerk waardoor ik echt Róisín Murphy-liefhebber werd. In 2018 sloeg ze de handen ineen met Maurice Fulton, een uitstekende houseproducer die vooral bekend is van de electroclash-knaller Paris Hilton van Mu, ergens uit de 00’s. De samenwerking leverde vier 12”s op, waarvan de eerste drie echt fantastisch zijn en stuk voor stuk tot haar beste werk behoren: Plaything, Jacuzzi Rollercoaster en The Rumble. Vooral All My Dreams heb ik compleet stukgedraaid: die swingt als de neten met een heerlijke slapbass en heeft genoeg wendingen en dwarsheid om te blijven intrigeren. In 2020 werd een deel van de singles van 2012 t/m 2020 gecompileerd op een naar haarzelf vernoemd album, maar meestal geef ik de voorkeur aan de originele versies.
Haar laatste werk dat ik veel heb geluisterd is gemaakt met DJ Koze, een artiest die op eigen kracht wellicht ook mijn top 100 zou kunnen halen. Ik ben benieuwd wie haar volgende samenwerkingspartner wordt. Op de een of andere manier weet Róisín Murphy altijd de juiste mensen om zich heen te verzamelen, waardoor haar muziek steeds weer anders klinkt, maar toch haar eigen signatuur behoudt: excentriek, eigenzinnig en experimenteel, maar ook groovend en poppy. Waarschijnlijk is dat precies waarom Murphy voor mij zo duurzaam relevant is gebleven.
35. Róisín Murphy (en een beetje Moloko)
Favoriete albums: Ruby Blue (2005), Róisín Machine (2020)
Favoriete nummers: The Time Is Now (Moloko), Forever More (Moloko), You Know Me Better, Simulation, Exploitation, All My Dreams, Jacuzzi Rollercoaster, The Rumble, Narcissus
Deep cuts: Sing It Back (Moloko, albumversie), Night of the Living Flame, Leviathan (met Freeform Five), Ancora Tu, Ancora, Ancora, Ancora, Gone Fishing, Jealousy (House Mix)
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: Brunniepoo (46)
Róisín Murphy brak in 1995 door met Moloko, het duo dat zij vormde met producer en liefdespartner Mark Brydon. Eerste hitje was Fun For Me, dat een beetje aanvoelde als novelty-triphop. Ook de albumtitel was opmerkelijk: Do You Like My Tight Sweater? was namelijk de openingszin die Murphy gebruikte toen ze Brydon voor het eerst tegenkwam in een club. Muzikaal kon Moloko mij nooit helemaal bekoren, al vind ik achteraf het origineel van Sing It Back (de hitversie is een remix van Boris Dlugosch) wel een spannende, sensuele plaat. Eigenlijk vond ik de band per album interessanter worden, met de fantastische single Forever More als kroon op het oeuvre, tot ze er ineens mee ophielden. Juist op dat kruispunt van Róisíns band- en solocarrière zag ik haar twee keer live: in 2004 op Pinkpop met Moloko en in 2005 op het North Sea Jazz Festival. Die eerste show was letterlijk groots, met een liveband met blazers en alles erop en eraan. De tweede veel intiemer, voor een paar honderd mensen op een achterafpodium.
Ik ben eigenlijk lang niet wild geweest van Róisín, maar sinds ze solo is gegaan, is ze wel een constante gebleven en in de hitparade die ik sinds 2012 bijhoud, veruit de succesvolste artiest. En als je dan op een gegeven moment de eindsom opmaakt, hoort zij toch wel thuis in een lijst als deze — en vrij hoog. In de twintig jaar dat ze solo is, heeft ze zoveel goede platen gemaakt (ook buiten de albums om) en zoveel muzikale uithoeken verkend, maar altijd haar artsy signatuur weten te behouden. Dat dwarse, excentrieke maakt haar speciaal, vind ik. Haar albums zijn niet per se allemaal meesterwerkjes, maar wel dusdanig intrigerend dat je ze kunt blijven draaien.
Opvallend aan haar carrière is dat zij altijd interessante producers om zich heen heeft weten te verzamelen. Haar solodebuut Ruby Blue is geproduceerd door Matthew Herbert, een houseproducer die het experiment niet schuwt. Zo verbouwde hij eens een symfonie van Gustav Mahler, nam platen op met een bigband en liet zich inspireren door musique concrète, een experimentele stroming in de elektronische muziek die niet uitgaat van gecomponeerde noten, maar van omgevingsgeluiden. Herbert maakte in de jaren ’90 al een housealbum met samples van huishoudelijke apparaten en die benadering gebruikte hij ook voor Ruby Blue. Veel maffe percussie en beats, die goed passen bij het dwarse karakter van Murphy. Hoogtepunt is Night of the Dancing Flame, dat een cabaretachtige nachtclubvibe heeft, terwijl de beats en percussie klinken alsof er gebruik is gemaakt van allerhande serviesgoed en een lekkende waterkraan.
Opvolger Overpowered uit 2007 is iets conventioneler, meer reguliere disco-house, maar bevat met You Know Me Better wel een topfavoriet. Hierna brak een wat rustigere periode aan, zonder grote releases. Wel verschenen diverse losse singles, waaronder het fantastische Simulation, dat pas acht jaar later op een album terechtkwam. Verder waren er veel samenwerkingen, waarvan ik vooral Leviathan met Freeform Five erg goed vind. Het leek een moment waarop je zou kunnen denken dat de carrière langzaam uitdooft, maar in 2014 verscheen ineens een mini-album met covers van Italiaanse muziek uit de jaren ’60 en ’70, geïnspireerd door haar Italiaanse partner. De muziek is een stuk minimalistischer en intiemer dan eerder werk, maar wel erg fraai. Hoogtepunt is wellicht Ancora Tu, een cover van Lucio Battisti. Via dit album heb ik ook Patty Pravo’s Pensiero Stupendo leren kennen, misschien wel het mooiste Italiaanse nummer dat ik ken.
Hairless Toys uit 2015 heb ik niet zo vaak gedraaid, al staan er met Gone Fishing en Exploitation wel twee steengoede nummers op. In die tijd was het echter vooral de losse single Jealousy die er voor mij bovenuit stak. Hierna werd het sowieso vooral het non-albumwerk waardoor ik echt Róisín Murphy-liefhebber werd. In 2018 sloeg ze de handen ineen met Maurice Fulton, een uitstekende houseproducer die vooral bekend is van de electroclash-knaller Paris Hilton van Mu, ergens uit de 00’s. De samenwerking leverde vier 12”s op, waarvan de eerste drie echt fantastisch zijn en stuk voor stuk tot haar beste werk behoren: Plaything, Jacuzzi Rollercoaster en The Rumble. Vooral All My Dreams heb ik compleet stukgedraaid: die swingt als de neten met een heerlijke slapbass en heeft genoeg wendingen en dwarsheid om te blijven intrigeren. In 2020 werd een deel van de singles van 2012 t/m 2020 gecompileerd op een naar haarzelf vernoemd album, maar meestal geef ik de voorkeur aan de originele versies.
Haar laatste werk dat ik veel heb geluisterd is gemaakt met DJ Koze, een artiest die op eigen kracht wellicht ook mijn top 100 zou kunnen halen. Ik ben benieuwd wie haar volgende samenwerkingspartner wordt. Op de een of andere manier weet Róisín Murphy altijd de juiste mensen om zich heen te verzamelen, waardoor haar muziek steeds weer anders klinkt, maar toch haar eigen signatuur behoudt: excentriek, eigenzinnig en experimenteel, maar ook groovend en poppy. Waarschijnlijk is dat precies waarom Murphy voor mij zo duurzaam relevant is gebleven.
1
geplaatst: 20 september 2025, 12:35 uur
Ik zal altijd onthouden dat Roisin een bloem op at tijdens het Moloko concert in de HMH in 2003, dat was een rare gewaarwording (maar past wel bij haar).
Forever more inderdaad een toptrack maar Familiar feeling vind ik ook perfectie.
Forever more inderdaad een toptrack maar Familiar feeling vind ik ook perfectie.
0
geplaatst: 22 september 2025, 01:21 uur
pureshores schreef:
Ik zal altijd onthouden dat Roisin een bloem op at tijdens het Moloko concert in de HMH in 2003, dat was een rare gewaarwording (maar past wel bij haar).
Forever more inderdaad een toptrack maar Familiar feeling vind ik ook perfectie.
Ik zal altijd onthouden dat Roisin een bloem op at tijdens het Moloko concert in de HMH in 2003, dat was een rare gewaarwording (maar past wel bij haar).
Forever more inderdaad een toptrack maar Familiar feeling vind ik ook perfectie.
Ha, dat is wel bizar inderdaad.
Familiar Feeling is inderdaad ook geweldig. Gelijk nog even opgezet als laatste liedje van de dag.
17
geplaatst: 22 september 2025, 01:27 uur
https://www.africanliberty.org/wp-content/uploads/2020/05/fela_kuti_and_the_politics_of_remembering.jpg
34. Fela Kuti
Favoriete albums: Gentleman (1973), Confusion (1974), Expensive Shit (1975)
Favoriete nummers: Water No Get Enemy, Gentleman, Fefe Naa Efe, Confusion, Zombie
Deep cuts: Gbagada Gbagada Gbogodo Gbogodo, Igbe (Na Shit), Ikoyi Mentality Versus Mushin Mentality
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: Brunniepoo (19)
‘The Black President’ Olufela Olusegun Oludotun Ransome-Kuti, kortweg Fela Kuti, ontdekte ik in mijn studietijd via een vriend die als een van de weinigen al een auto had. Hij chauffeurde regelmatig bij verhuizingen, kampeerweekenden en dergelijke, en uiteraard kwam daar ook veel muziek langs. Dat was vaak raak, want deze vriend kwam (en komt) altijd met goede tips. Destijds was dat Fela Kuti, en eigenlijk viel die muziek meteen al in de smaak, al heeft het nog wel een paar jaar geduurd voordat ik dieper in zijn discografie ben gedoken. In eerste instantie waren het vooral de onwaarschijnlijk heerlijke grooves die me grepen, zonder enige notie van de rest van de muziek.
Gentleman, Zombie en Confusion waren de eerste albums die ik beluisterde en jarenlang is dat mijn heilige drie-eenheid van Kuti-albums gebleven. De laatste jaren heeft Expensive Shit zich daarbij gevoegd. Daaromheen zijn er nog een stuk of tien à vijftien albums die ik erg goed vind en zo’n twintig die ik nog moet horen. Kuti was een bezige baas, vooral in de tweede helft van de jaren zeventig, toen hij periodes kende met wel zes albums per jaar. Muzikaal vond hij begin jaren zeventig zijn vorm met lange, uitgesponnen Afrobeat-grooves en nummers die al gauw tien à vijftien minuten duren of zelfs een hele plaat beslaan. De band om Kuti heen was groot, met blazers, percussie en een koor. De basis was echter vooral de ritmesectie, met onder meer Tony Allen op drums en een (wisselende) bassist die een onverstoorbaar ostinato neerlegt. De speelse maar complexe drums van Allen en de continu herhaalde baslijnen leverden de herkenbare Afrobeat-grooves waarop gezongen en gesoleerd kon worden, bijvoorbeeld door Kuti op orgel of saxofoon. Qua zang is het vaak een wisselwerking tussen Kuti en het dameskoor, meestal in een vraag- en antwoordspel.
Voor mij draaide de muziek van Kuti lange tijd vooral om dat muzikale, ook al wist ik dat hij serieus in de clinch lag met de Nigeriaanse regering—iets dat zijn moeder uiteindelijk zelfs haar leven kostte. Hijzelf werd ook niet oud: op 58-jarige leeftijd overleed hij aan de gevolgen van aids. Meer over zijn leven kwam ik pas te weten toen ik in 2019 op het IFFR de documentaire My Friend Fela zag, gemaakt met medewerking van zijn officiële biograaf. Wat me vooral trof, was hoe Kuti’s persoonlijke geschiedenis in een bredere pan-Afrikaanse context werd geplaatst. Als student in Londen kwam hij al in aanraking met Caribische en andere Afrikaanse studenten, en pikte hij pan-Afrikaanse ideeën op over antikolonialisme, Afrikaanse trots en onafhankelijkheid. Tijdens een verblijf in de VS in 1969 werd dat verder verdiept, toen hij via activiste Sandra Izsadore kennismaakte met de burgerrechtenbeweging en de retoriek van onder meer de Black Power-beweging en de Black Panthers. Ook politieke gebeurtenissen als de moord op Patrice Lumumba, de Congolese premier, en de door het Westen gesteunde val van de Ghanese president Kwame Nkrumah versterkten zijn besef dat muziek een wapen kon zijn. Zo vond hij zijn eigen Afrobeat-idioom en verbond hij zich openlijk met het politieke strijdtoneel.
Door de documentaire begon ik ook de activistische kant van Kuti’s muziek beter te begrijpen en luister ik inmiddels vanuit een ander perspectief naar zijn werk. In den beginne schreef hij nog over gangbare onderwerpen als vrouwen, liefde en seks; al snel gebruikte hij muziek om politieke statements te maken. Niet alleen over pan-Afrikanisme en kolonialisme, maar ook over de corrupte Nigeriaanse politiek en de elite die zich in zijn ogen verrijkte over de rug van de gewone man. Dat ging vaak nog metaforisch, zoals op Gentleman, dat niet alleen een muzikaal feestje is, maar ook een aanklacht tegen de koloniale mentaliteit van veel Afrikanen, die zich sterk richtten op bijvoorbeeld Europese kledingstijl in plaats van trots te zijn op hun afkomst en dat ook zo uit te dragen. Later zou dat radicaler worden.
Kuti had al eerder de Kalakuta Republic gesticht, een zelfverklaarde vrijstaat die diende als woonplek voor zijn band, dansers en familie, en ook een opname- en repetitiestudio omvatte. Het leger tolereerde dit niet en bestormde de compound, waarna alles in vlammen opging. Kuti’s moeder, Funmilayo Ransome-Kuti, werd daarbij uit een raam gegooid en overleed uiteindelijk aan haar verwondingen. Deze aanval maakte Kuti’s strijd nog radicaler. Zombie is het bekendste voorbeeld van zijn frontale aanval op de macht: fascinerend hoe heftige statements samengaan met muziek die onverminderd de pan uit swingt. Een ander voorbeeld is Coffin for Head of State, geïnspireerd door de tocht die Kuti met de doodskist van zijn moeder naar het regeringshoofdkwartier maakte. Hier klinkt de muziek grimmiger, al blijven de dansbare grooves ook hier onverminderd aanwezig.
Uiteindelijk is Fela Kuti voor mij het voorbeeld van een artiest op wie je vrij snel kunt vallen, maar waarin je je steeds verder kunt verdiepen en telkens nieuwe lagen ontdekt. Achter die onweerstaanbare grooves schuilt een hele wereld van strijd, cultuur en geschiedenis. Zijn muziek is voor mij zo niet alleen een bron van energie en plezier, maar ook een toegangspoort tot een bredere culturele en politieke context - en juist dat maakt haar van blijvende waarde.
Overigens hoop ik deze boxset ooit nog eens aan te schaffen, als het goed is zou je hiermee wel behoorlijk compleet moeten zijn:
Fela Kuti – Complete Released Works Of Fela Anikulapo Kuti (October 1938 - August 1997) - discogs.com
34. Fela Kuti
Favoriete albums: Gentleman (1973), Confusion (1974), Expensive Shit (1975)
Favoriete nummers: Water No Get Enemy, Gentleman, Fefe Naa Efe, Confusion, Zombie
Deep cuts: Gbagada Gbagada Gbogodo Gbogodo, Igbe (Na Shit), Ikoyi Mentality Versus Mushin Mentality
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: Brunniepoo (19)
‘The Black President’ Olufela Olusegun Oludotun Ransome-Kuti, kortweg Fela Kuti, ontdekte ik in mijn studietijd via een vriend die als een van de weinigen al een auto had. Hij chauffeurde regelmatig bij verhuizingen, kampeerweekenden en dergelijke, en uiteraard kwam daar ook veel muziek langs. Dat was vaak raak, want deze vriend kwam (en komt) altijd met goede tips. Destijds was dat Fela Kuti, en eigenlijk viel die muziek meteen al in de smaak, al heeft het nog wel een paar jaar geduurd voordat ik dieper in zijn discografie ben gedoken. In eerste instantie waren het vooral de onwaarschijnlijk heerlijke grooves die me grepen, zonder enige notie van de rest van de muziek.
Gentleman, Zombie en Confusion waren de eerste albums die ik beluisterde en jarenlang is dat mijn heilige drie-eenheid van Kuti-albums gebleven. De laatste jaren heeft Expensive Shit zich daarbij gevoegd. Daaromheen zijn er nog een stuk of tien à vijftien albums die ik erg goed vind en zo’n twintig die ik nog moet horen. Kuti was een bezige baas, vooral in de tweede helft van de jaren zeventig, toen hij periodes kende met wel zes albums per jaar. Muzikaal vond hij begin jaren zeventig zijn vorm met lange, uitgesponnen Afrobeat-grooves en nummers die al gauw tien à vijftien minuten duren of zelfs een hele plaat beslaan. De band om Kuti heen was groot, met blazers, percussie en een koor. De basis was echter vooral de ritmesectie, met onder meer Tony Allen op drums en een (wisselende) bassist die een onverstoorbaar ostinato neerlegt. De speelse maar complexe drums van Allen en de continu herhaalde baslijnen leverden de herkenbare Afrobeat-grooves waarop gezongen en gesoleerd kon worden, bijvoorbeeld door Kuti op orgel of saxofoon. Qua zang is het vaak een wisselwerking tussen Kuti en het dameskoor, meestal in een vraag- en antwoordspel.
Voor mij draaide de muziek van Kuti lange tijd vooral om dat muzikale, ook al wist ik dat hij serieus in de clinch lag met de Nigeriaanse regering—iets dat zijn moeder uiteindelijk zelfs haar leven kostte. Hijzelf werd ook niet oud: op 58-jarige leeftijd overleed hij aan de gevolgen van aids. Meer over zijn leven kwam ik pas te weten toen ik in 2019 op het IFFR de documentaire My Friend Fela zag, gemaakt met medewerking van zijn officiële biograaf. Wat me vooral trof, was hoe Kuti’s persoonlijke geschiedenis in een bredere pan-Afrikaanse context werd geplaatst. Als student in Londen kwam hij al in aanraking met Caribische en andere Afrikaanse studenten, en pikte hij pan-Afrikaanse ideeën op over antikolonialisme, Afrikaanse trots en onafhankelijkheid. Tijdens een verblijf in de VS in 1969 werd dat verder verdiept, toen hij via activiste Sandra Izsadore kennismaakte met de burgerrechtenbeweging en de retoriek van onder meer de Black Power-beweging en de Black Panthers. Ook politieke gebeurtenissen als de moord op Patrice Lumumba, de Congolese premier, en de door het Westen gesteunde val van de Ghanese president Kwame Nkrumah versterkten zijn besef dat muziek een wapen kon zijn. Zo vond hij zijn eigen Afrobeat-idioom en verbond hij zich openlijk met het politieke strijdtoneel.
Door de documentaire begon ik ook de activistische kant van Kuti’s muziek beter te begrijpen en luister ik inmiddels vanuit een ander perspectief naar zijn werk. In den beginne schreef hij nog over gangbare onderwerpen als vrouwen, liefde en seks; al snel gebruikte hij muziek om politieke statements te maken. Niet alleen over pan-Afrikanisme en kolonialisme, maar ook over de corrupte Nigeriaanse politiek en de elite die zich in zijn ogen verrijkte over de rug van de gewone man. Dat ging vaak nog metaforisch, zoals op Gentleman, dat niet alleen een muzikaal feestje is, maar ook een aanklacht tegen de koloniale mentaliteit van veel Afrikanen, die zich sterk richtten op bijvoorbeeld Europese kledingstijl in plaats van trots te zijn op hun afkomst en dat ook zo uit te dragen. Later zou dat radicaler worden.
Kuti had al eerder de Kalakuta Republic gesticht, een zelfverklaarde vrijstaat die diende als woonplek voor zijn band, dansers en familie, en ook een opname- en repetitiestudio omvatte. Het leger tolereerde dit niet en bestormde de compound, waarna alles in vlammen opging. Kuti’s moeder, Funmilayo Ransome-Kuti, werd daarbij uit een raam gegooid en overleed uiteindelijk aan haar verwondingen. Deze aanval maakte Kuti’s strijd nog radicaler. Zombie is het bekendste voorbeeld van zijn frontale aanval op de macht: fascinerend hoe heftige statements samengaan met muziek die onverminderd de pan uit swingt. Een ander voorbeeld is Coffin for Head of State, geïnspireerd door de tocht die Kuti met de doodskist van zijn moeder naar het regeringshoofdkwartier maakte. Hier klinkt de muziek grimmiger, al blijven de dansbare grooves ook hier onverminderd aanwezig.
Uiteindelijk is Fela Kuti voor mij het voorbeeld van een artiest op wie je vrij snel kunt vallen, maar waarin je je steeds verder kunt verdiepen en telkens nieuwe lagen ontdekt. Achter die onweerstaanbare grooves schuilt een hele wereld van strijd, cultuur en geschiedenis. Zijn muziek is voor mij zo niet alleen een bron van energie en plezier, maar ook een toegangspoort tot een bredere culturele en politieke context - en juist dat maakt haar van blijvende waarde.
Overigens hoop ik deze boxset ooit nog eens aan te schaffen, als het goed is zou je hiermee wel behoorlijk compleet moeten zijn:
Fela Kuti – Complete Released Works Of Fela Anikulapo Kuti (October 1938 - August 1997) - discogs.com
1
geplaatst: 22 september 2025, 07:08 uur
herman schreef:
Overigens hoop ik deze boxset ooit nog eens aan te schaffen, als het goed is zou je hiermee wel behoorlijk compleet moeten zijn:
Fela Kuti – Complete Released Works Of Fela Anikulapo Kuti (October 1938 - August 1997) - discogs.com
Overigens hoop ik deze boxset ooit nog eens aan te schaffen, als het goed is zou je hiermee wel behoorlijk compleet moeten zijn:
Fela Kuti – Complete Released Works Of Fela Anikulapo Kuti (October 1938 - August 1997) - discogs.com
Klopt, daar ontbreekt alleen Perambulator in. Het is wel een beetje 'overdaad schaadt', maar het is natuurlijk een gigantische hoeveelheid fantastische muziek. Ik probeer dan ook af en toe een cd'tje met wat minder bekende albums op te zetten, maar merk toch ook wel dat ik vaak terugval op de klassiekers.
Overigens: Underworld, Roísín Murphy en nu Fela

1
geplaatst: 22 september 2025, 20:35 uur
herman schreef:
Gentleman, Zombie en Confusion waren de eerste albums die ik beluisterde en jarenlang is dat mijn heilige drie-eenheid van Kuti-albums gebleven.
Toevallig, voor mij zijn dit ook de absolute parels in zijn oeuvre.Gentleman, Zombie en Confusion waren de eerste albums die ik beluisterde en jarenlang is dat mijn heilige drie-eenheid van Kuti-albums gebleven.
1
geplaatst: 22 september 2025, 22:15 uur
Voor mij blijft Open & Close de absolute topper. Vlak daarna Gentleman en Afrodisiac.
20
geplaatst: 1 oktober 2025, 00:20 uur
https://static.stereogum.com/uploads/2019/04/1966-6FB-005-press-1555442969-1000x671.jpg
33. Bob Dylan
Favoriete albums: The Freewheelin' Bob Dylan (1963), Bringing It All Back Home (1965), Highway 61 Revisited (1965), Blonde on Blonde (1966)
Favoriete nummers: Masters of War, Girl from the North Country, Love Minus Zero / No Limit, My Back Pages, Desolation Row, I Want You, One of Us Must Know (Sooner or Later)
Deep cuts: The Lonesome Death of Hattie Carroll, Visions of Johannah, I Pity The Poor Immigrant, Political World, All The Tired Horses, Lily of the West
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: dazzler ((91) en Brunniepoo ((36)
Och, hoe moet je een verhaal over Bob Dylan beginnen? Er is zoveel te vertellen dat ik al snel het gevoel heb dat ik hem tekort doe. Laat ik dan maar bij het prilste begin beginnen. Robert Allen Zimmerman werd geboren op 24 mei 1941. Zijn eerste opnames stammen uit de jaren ‘50 en zijn gelijknamige debuut uit 1962. Sindsdien heeft hij eigenlijk nooit meer gas teruggenomen — behalve misschien in 1966, toen hij een motorongeluk kreeg. Na dit ongeluk verdween hij jaren uit de openbaarheid; pas in 1974 ging hij weer echt op tour. Zijn muzikale output werd er echter niet minder om. Anno 2025 is hij op 84 jarige leeftijd nog steeds alive and kicking. Begin november treedt hij weer een paar keer op in Nederland.
Mijn eerste herinnering is waarschijnlijk Blowin’ in the Wind, dat bij elk scoutingkamp in mijn tienerjaren wel langskwam bij het kampvuur. De tekst, daar kon eigenlijk niemand wat mee; hoogstens een Beavis & Butthead-imitatie (“huhuhuhuh — blowing”). Enig begrip kwam veel later pas (How many roads must a man walk down before you call him a man? is een mooie existentiële vraag), al zal het voor een aantal van ons ook wel bij de kampvuurversies zijn gebleven. Het origineel moet ik ook pas jaren later voor het eerst gehoord hebben. Het zou zelfs zomaar kunnen zijn dat Love Sick uit 1997 het eerste Dylan-nummer was dat ik in de originele versie heb leren kennen, want hiervoor had ik echt geen idee wie die Dylan was, behalve de man van het origineel van Guns N’ Roses’ Knockin’ on Heaven’s Door. Maar ook dat origineel leerde ik pas vele jaren later kennen.
De eerste serieuze kennismaking met de muziek van Bob Dylan kwam in de jaren ’00; enerzijds via een van mijn beste vrienden, die ik in die jaren leerde kennen. Die was, als zoon van een van de nozems die ooit het Kurhaus op stelten zette, grootgebracht met een muzikaal dieet van alle klassieke namen uit de jaren ’60 en ’70. En daar hoorde Dylan zeker bij. Anderzijds via MusicMeter, waar ik net was aangemonsterd en op het spoor van Highway 61 Revisited werd gezet. Die plaat klonk eigenlijk gelijk vertrouwd en herkenbaar; op de een of andere manier riep het herinneringen op aan café De Taverne in Bergen, waar ik een paar jaar regelmatig kwam toen ik een vriendin had met roots aldaar. Dat café had zo’n prettige sfeer met goede muziek (en wellicht nog steeds hoor, maar ik ben er na 2002 niet meer geweest); ik voelde me er gelijk thuis. Ik draaide Highway 61 Revisited ook een keer toen mijn kameraad en ik ’s nachts huiswaarts liepen na een dj-avond, en toen kwam Tombstone Blues op de een of andere manier heel goed binnen. Highway 61 Revisited, met de snerpende mondharmonica, werd een muzikale vriend voor het leven, zo gezegd, en bleek de aanzet voor een flinke Dylan-fase, want in de daaropvolgende periode luisterde ik chronologisch de hele discografie door tot aan Desire.
Daarna had ik er wel even genoeg van, wat ook kwam door een biografie die ik las. Daarin werden vraagtekens gezet bij Dylans ontmoetingen met Woody Guthrie, zijn grote held, en werd hij geschetst als iemand die verhalen aandikte om zijn eigen persona interessanter neer te zetten. Het maakte dat ik hem wat onsympathiek ging vinden. In zijn liedjes kwam hij ook niet echt over als iemand die liefde gaf aan zijn partners. En dat motorongeluk midden jaren ’60, daar had ik ineens ook zo mijn twijfels bij of dat wel echt gebeurd was — wellicht was hij al het gedoe rondom zijn persoon zat en wilde hij rust aan zijn hoofd.
Ik begon me af te vragen in hoeverre ik nu eigenlijk naar Bob Dylan luisterde, of naar iemand die het personage Bob Dylan speelt. Het album Nashville Skyline — dat net zo goed door iemand anders ingezongen zou kunnen zijn — hielp daar ook niet echt bij. Of was dit juist de echte zangstem van Dylan? Niet zeker weten hoe authentiek hij was, stond mijn waardering een tijd in de weg. Later begon ik dat spelen met zijn mythe juist wel interessant te vinden.
De albums uit de eerste helft van de jaren ’60 bleef ik periodiek draaien, maar het vuurtje laaide pas weer verder op toen ik via mijn historische hitlijstenhobby op de singles van Blonde on Blonde stuitte. Die draaide ik maandenlang regelmatig, en het album daardoor ook weer. Nummers als I Want You en One of Us Must Know (Sooner or Later) zijn echt klassenummers over de liefde. Ik merkte dat Dylan niet per se alleen maar vervelend is, maar ook gewoon een mens van vlees en bloed die zijn hunkering mooi kan bezingen en tussendoor heus wel zijn eigen onvolkomendheden (I didn’t mean to treat you so bad) erkent. Sindsdien is Blonde on Blonde mijn favoriete Dylan-plaat, waarbij ik het kolderieke openingsnummer maar voor lief neem — al verrijkt het koperwerk de Dylan-sound wel ten opzichte van zijn eerdere werk.
Het Dylan-verhaal houdt hier niet op, want de laatste tijd ben ik wat dieper in zijn teksten gedoken en dan wordt het wel heel interessant. De liefde wordt regelmatig fraai bezongen, zoals in het origineel van Girl from the North Country en Don’t Think Twice, It’s All Right. Liedjes van ruim zestig jaar oud, waarvan ik het altijd fascinerend vind dat gedachten en emoties over de liefde ook na zo’n lange periode nog zo universeel kunnen klinken. Helaas is dat niet het enige thema in Dylans teksten waar dat voor geldt.
Zijn muziek heeft vaak ook een duidelijke politieke inslag. Je kunt veel (Amerikaanse) geschiedenislessen opdoen als je je in sommige teksten verdiept. Interessant wordt het als je hoort dat Dylan niet gerust is op de toekomst, zoals in A Hard Rain’s A-Gonna Fall, waarin hij zingt: I saw guns and sharp swords in the hands of young children. Of wanneer hij fel van leer trekt tegen oorlogszuchtige wereldleiders: You fasten all the triggers / For the others to fire / Then you sit back and watch / When the death count gets higher. Als Dylan zingt I’ll stand over your grave / ’Til I’m sure that you’re dead, dan weet je dat het hem menens is.
Beangstigend wordt het voor mij pas echt in Desolation Row, de lange, dystopische slottrack van Highway 61 Revisited. Dit is een soort muzikaal schilderij waarin Dylan een wereld vol chaos, hypocrisie en vervreemding schetst. De regels At midnight all the agents and the superhuman crew come out and round up everyone that knows more than they do zijn beangstigend en roepen bij mij beelden op van de huidige politieke situatie in Dylans thuisland — en mogelijk ons voorland. De angst voor kennis, het wantrouwen jegens intellect en het inzetten van macht om controle te houden — het zijn patronen die nog altijd niet verdwenen zijn.
De liefde en politiek zijn thema’s die uiteraard terug zijn blijven komen, maar ik moet zeggen dat ik nog niet heel diep in het werk van Dylan van de jaren ’70 en daarna ben gedoken. Planet Waves en Desire vind ik fijne platen, maar er valt nog een wereld te ontdekken. Zo vond ik Blood on the Tracks nooit zo’n bijzondere plaat, op enkele nummers na, maar misschien luister ik er nu — meer gepokt en gemazeld in de muziek en het leven — ook wel weer anders naar dan vijftien à twintig jaar geleden. En dan zijn er nog de spirituele albums zoals Slow Train Coming, waarin Dylan “in de Here” is. Op voorhand vond ik dat niet zo’n interessant thema, maar het zou niet de eerste keer zijn dat Dylan oude vooroordelen weet om te buigen.
33. Bob Dylan
Favoriete albums: The Freewheelin' Bob Dylan (1963), Bringing It All Back Home (1965), Highway 61 Revisited (1965), Blonde on Blonde (1966)
Favoriete nummers: Masters of War, Girl from the North Country, Love Minus Zero / No Limit, My Back Pages, Desolation Row, I Want You, One of Us Must Know (Sooner or Later)
Deep cuts: The Lonesome Death of Hattie Carroll, Visions of Johannah, I Pity The Poor Immigrant, Political World, All The Tired Horses, Lily of the West
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: dazzler ((91) en Brunniepoo ((36)
Och, hoe moet je een verhaal over Bob Dylan beginnen? Er is zoveel te vertellen dat ik al snel het gevoel heb dat ik hem tekort doe. Laat ik dan maar bij het prilste begin beginnen. Robert Allen Zimmerman werd geboren op 24 mei 1941. Zijn eerste opnames stammen uit de jaren ‘50 en zijn gelijknamige debuut uit 1962. Sindsdien heeft hij eigenlijk nooit meer gas teruggenomen — behalve misschien in 1966, toen hij een motorongeluk kreeg. Na dit ongeluk verdween hij jaren uit de openbaarheid; pas in 1974 ging hij weer echt op tour. Zijn muzikale output werd er echter niet minder om. Anno 2025 is hij op 84 jarige leeftijd nog steeds alive and kicking. Begin november treedt hij weer een paar keer op in Nederland.
Mijn eerste herinnering is waarschijnlijk Blowin’ in the Wind, dat bij elk scoutingkamp in mijn tienerjaren wel langskwam bij het kampvuur. De tekst, daar kon eigenlijk niemand wat mee; hoogstens een Beavis & Butthead-imitatie (“huhuhuhuh — blowing”). Enig begrip kwam veel later pas (How many roads must a man walk down before you call him a man? is een mooie existentiële vraag), al zal het voor een aantal van ons ook wel bij de kampvuurversies zijn gebleven. Het origineel moet ik ook pas jaren later voor het eerst gehoord hebben. Het zou zelfs zomaar kunnen zijn dat Love Sick uit 1997 het eerste Dylan-nummer was dat ik in de originele versie heb leren kennen, want hiervoor had ik echt geen idee wie die Dylan was, behalve de man van het origineel van Guns N’ Roses’ Knockin’ on Heaven’s Door. Maar ook dat origineel leerde ik pas vele jaren later kennen.
De eerste serieuze kennismaking met de muziek van Bob Dylan kwam in de jaren ’00; enerzijds via een van mijn beste vrienden, die ik in die jaren leerde kennen. Die was, als zoon van een van de nozems die ooit het Kurhaus op stelten zette, grootgebracht met een muzikaal dieet van alle klassieke namen uit de jaren ’60 en ’70. En daar hoorde Dylan zeker bij. Anderzijds via MusicMeter, waar ik net was aangemonsterd en op het spoor van Highway 61 Revisited werd gezet. Die plaat klonk eigenlijk gelijk vertrouwd en herkenbaar; op de een of andere manier riep het herinneringen op aan café De Taverne in Bergen, waar ik een paar jaar regelmatig kwam toen ik een vriendin had met roots aldaar. Dat café had zo’n prettige sfeer met goede muziek (en wellicht nog steeds hoor, maar ik ben er na 2002 niet meer geweest); ik voelde me er gelijk thuis. Ik draaide Highway 61 Revisited ook een keer toen mijn kameraad en ik ’s nachts huiswaarts liepen na een dj-avond, en toen kwam Tombstone Blues op de een of andere manier heel goed binnen. Highway 61 Revisited, met de snerpende mondharmonica, werd een muzikale vriend voor het leven, zo gezegd, en bleek de aanzet voor een flinke Dylan-fase, want in de daaropvolgende periode luisterde ik chronologisch de hele discografie door tot aan Desire.
Daarna had ik er wel even genoeg van, wat ook kwam door een biografie die ik las. Daarin werden vraagtekens gezet bij Dylans ontmoetingen met Woody Guthrie, zijn grote held, en werd hij geschetst als iemand die verhalen aandikte om zijn eigen persona interessanter neer te zetten. Het maakte dat ik hem wat onsympathiek ging vinden. In zijn liedjes kwam hij ook niet echt over als iemand die liefde gaf aan zijn partners. En dat motorongeluk midden jaren ’60, daar had ik ineens ook zo mijn twijfels bij of dat wel echt gebeurd was — wellicht was hij al het gedoe rondom zijn persoon zat en wilde hij rust aan zijn hoofd.
Ik begon me af te vragen in hoeverre ik nu eigenlijk naar Bob Dylan luisterde, of naar iemand die het personage Bob Dylan speelt. Het album Nashville Skyline — dat net zo goed door iemand anders ingezongen zou kunnen zijn — hielp daar ook niet echt bij. Of was dit juist de echte zangstem van Dylan? Niet zeker weten hoe authentiek hij was, stond mijn waardering een tijd in de weg. Later begon ik dat spelen met zijn mythe juist wel interessant te vinden.
De albums uit de eerste helft van de jaren ’60 bleef ik periodiek draaien, maar het vuurtje laaide pas weer verder op toen ik via mijn historische hitlijstenhobby op de singles van Blonde on Blonde stuitte. Die draaide ik maandenlang regelmatig, en het album daardoor ook weer. Nummers als I Want You en One of Us Must Know (Sooner or Later) zijn echt klassenummers over de liefde. Ik merkte dat Dylan niet per se alleen maar vervelend is, maar ook gewoon een mens van vlees en bloed die zijn hunkering mooi kan bezingen en tussendoor heus wel zijn eigen onvolkomendheden (I didn’t mean to treat you so bad) erkent. Sindsdien is Blonde on Blonde mijn favoriete Dylan-plaat, waarbij ik het kolderieke openingsnummer maar voor lief neem — al verrijkt het koperwerk de Dylan-sound wel ten opzichte van zijn eerdere werk.
Het Dylan-verhaal houdt hier niet op, want de laatste tijd ben ik wat dieper in zijn teksten gedoken en dan wordt het wel heel interessant. De liefde wordt regelmatig fraai bezongen, zoals in het origineel van Girl from the North Country en Don’t Think Twice, It’s All Right. Liedjes van ruim zestig jaar oud, waarvan ik het altijd fascinerend vind dat gedachten en emoties over de liefde ook na zo’n lange periode nog zo universeel kunnen klinken. Helaas is dat niet het enige thema in Dylans teksten waar dat voor geldt.
Zijn muziek heeft vaak ook een duidelijke politieke inslag. Je kunt veel (Amerikaanse) geschiedenislessen opdoen als je je in sommige teksten verdiept. Interessant wordt het als je hoort dat Dylan niet gerust is op de toekomst, zoals in A Hard Rain’s A-Gonna Fall, waarin hij zingt: I saw guns and sharp swords in the hands of young children. Of wanneer hij fel van leer trekt tegen oorlogszuchtige wereldleiders: You fasten all the triggers / For the others to fire / Then you sit back and watch / When the death count gets higher. Als Dylan zingt I’ll stand over your grave / ’Til I’m sure that you’re dead, dan weet je dat het hem menens is.
Beangstigend wordt het voor mij pas echt in Desolation Row, de lange, dystopische slottrack van Highway 61 Revisited. Dit is een soort muzikaal schilderij waarin Dylan een wereld vol chaos, hypocrisie en vervreemding schetst. De regels At midnight all the agents and the superhuman crew come out and round up everyone that knows more than they do zijn beangstigend en roepen bij mij beelden op van de huidige politieke situatie in Dylans thuisland — en mogelijk ons voorland. De angst voor kennis, het wantrouwen jegens intellect en het inzetten van macht om controle te houden — het zijn patronen die nog altijd niet verdwenen zijn.
De liefde en politiek zijn thema’s die uiteraard terug zijn blijven komen, maar ik moet zeggen dat ik nog niet heel diep in het werk van Dylan van de jaren ’70 en daarna ben gedoken. Planet Waves en Desire vind ik fijne platen, maar er valt nog een wereld te ontdekken. Zo vond ik Blood on the Tracks nooit zo’n bijzondere plaat, op enkele nummers na, maar misschien luister ik er nu — meer gepokt en gemazeld in de muziek en het leven — ook wel weer anders naar dan vijftien à twintig jaar geleden. En dan zijn er nog de spirituele albums zoals Slow Train Coming, waarin Dylan “in de Here” is. Op voorhand vond ik dat niet zo’n interessant thema, maar het zou niet de eerste keer zijn dat Dylan oude vooroordelen weet om te buigen.
1
geplaatst: 1 oktober 2025, 23:00 uur
herman, ik lees met plezier al je updates mee. Grappig genoeg lijken we muzikaal niet veel gemeen te hebben tot nu toe. Om eerlijk te zijn is jouw nummer 33 - Bob Dylan - pas de eerste artiest uit jouw top 100 die ik zelf ook in mijn eigen lijst zou zetten (wel veel hoger). Eindelijk kan ik dus weer eens meepraten, haha.
Voor mij is Dylan de allergrootste en meest veelzijdige artiest die er bestaat. Hij is een ongrijpbare persoonlijkheid die telkens in een andere gedaante verschijnt. Elke transformatie die hij muzikaal maakte, is voor mij een nieuwe openbaring geweest met een ongekende diepgang en creativiteit. Maar misschien ben ik wel het meest onder de indruk van wat hij live kan brengen door zijn nummers telkens opnieuw uit te vinden en te arrangeren in een andere vorm.
Je schrijft over de vraag of Dylan, Dylan mogelijk speelt. Ik sluit het niet uit. Hij neemt ook graag een loopje met de feiten, zeker als het over historische gebeurtenissen en personen gaat. Maar zijn albums lijken wat betreft thematiek wel in de pas te lopen met de dingen die hij doormaakt in zijn leven: van bijvoorbeeld zijn scheiding tot zijn (oprechte) religieuze bekering, en op zijn meest recente plaat staat o.a. de dood centraal. Daarom denk ik dat we op bijna ieder album een kijkje in de ziel van Dylan krijgen.
Ik lees dat jij bent gestopt met luisteren bij de Dylan van de midden jaren ’70. Mag ik je dan een ongevraagd luisteradvies geven? Probeer eens Oh Mercy (1989) of Time Out of Mind (1997), ik denk dat je versteld zult staan van de emotionele diepgang van oudere Dylan. En aangezien je onder de indruk bent van de jaren 60 Dylan, dan zul je misschien nog veel plezier kunnen beleven met de The Bootleg Series Vol. 1–3.
Voor mij is Dylan de allergrootste en meest veelzijdige artiest die er bestaat. Hij is een ongrijpbare persoonlijkheid die telkens in een andere gedaante verschijnt. Elke transformatie die hij muzikaal maakte, is voor mij een nieuwe openbaring geweest met een ongekende diepgang en creativiteit. Maar misschien ben ik wel het meest onder de indruk van wat hij live kan brengen door zijn nummers telkens opnieuw uit te vinden en te arrangeren in een andere vorm.
Je schrijft over de vraag of Dylan, Dylan mogelijk speelt. Ik sluit het niet uit. Hij neemt ook graag een loopje met de feiten, zeker als het over historische gebeurtenissen en personen gaat. Maar zijn albums lijken wat betreft thematiek wel in de pas te lopen met de dingen die hij doormaakt in zijn leven: van bijvoorbeeld zijn scheiding tot zijn (oprechte) religieuze bekering, en op zijn meest recente plaat staat o.a. de dood centraal. Daarom denk ik dat we op bijna ieder album een kijkje in de ziel van Dylan krijgen.
Ik lees dat jij bent gestopt met luisteren bij de Dylan van de midden jaren ’70. Mag ik je dan een ongevraagd luisteradvies geven? Probeer eens Oh Mercy (1989) of Time Out of Mind (1997), ik denk dat je versteld zult staan van de emotionele diepgang van oudere Dylan. En aangezien je onder de indruk bent van de jaren 60 Dylan, dan zul je misschien nog veel plezier kunnen beleven met de The Bootleg Series Vol. 1–3.
1
geplaatst: 2 oktober 2025, 11:15 uur
Bob Dylan is wellicht de grootste songschrijver ooit. Zal in mijn top-10 terecht komen.
19
geplaatst: 3 oktober 2025, 00:58 uur
https://substackcdn.com/image/fetch/$s_!2jj4!,w_1456,c_limit,f_webp,q_auto:good,fl_progressive:steep/https%3A%2F%2Fbucketeer-e05bbc84-baa3-437e-9518-adb32be77984.s3.amazonaws.com%2Fpublic%2Fimages%2F62894329-3672-451b-9342-af4166f13606_1240x834.jpeg
32. Nick Drake
Beste album: Five Leaves Left
Beste nummers: River Man, Three Hours, Day is Done, Hazey Jane II, Poor Boy, Things Behind The Sun
Deep cuts: Clothes of Sand, Joey
Ook mooi: Molly Drake - I Remember
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: aERodynamIC (48)
Het bijzondere verhaal van Nick Drake is inmiddels bekend: bij leven vrijwel onopgemerkt, postuum bejubeld om zijn drie wonderschone albums. Af en toe werd hij wel genoemd als invloedrijke muzikant – door artiesten als R.E.M., The Cure en Kate Bush – maar pas in 1999 kreeg hij echt bredere bekendheid. Ironisch genoeg was het een Volkswagen-reclame die Pink Moon gebruikte, 25 jaar nadat Drake op slechts 26-jarige leeftijd overleed aan een overdosis antidepressiva.
Kort daarna ontdekte ik hem zelf. Eind jaren ’90 en begin jaren ’00 kocht ik vaak Engelse muziektijdschriften als Q en Uncut, mede vanwege de gratis cd’s die erbij zaten. Op een van die compilaties, Essential Chill Out, stond River Man, naast nummers van onder meer Fairport Convention, Groove Armada, Goldfrapp en John Martyn, met wie Drake bevriend was. Dat nummer pakte me meteen: rustig, dromerig, met prachtig gitaarspel in de voor Drake kenmerkende stijl. Alsof je ’s ochtends door een groen landschap loopt waar de wolken dauwmist nog boven hangen.
Bryter Layter was het eerste album dat ik in zijn geheel hoorde en dat maakte veel indruk. Uitermate fraaie liedjes, rijk gearrangeerd door zijn vriend Robert Kirby met soms ook doeltreffende teksten. In Hazey Jane II zingt Drake: “If songs were lines in a conversation, the situation would be fine.” Dat heb ik altijd een prachtige regel gevonden, misschien juist omdat de introvert in mij zich daar zo in herkent. Muziek kan de ultieme hide-out zijn, een plek om je even af te zonderen of te herijken. Voor Drake zelf was dat vermoedelijk het maken van muziek. Succes was niet voor hem weggelegd: hij weigerde promotiewerk, had enorme podiumangst en gaf daardoor nauwelijks optredens. Naar verluidt is hij tijdens een van zijn spaarzame optredens zelfs weggelopen, omdat hij het niet aankon. Ook zijn liedjes allesbehalve hitgevoelig. Zo bleef hij een grote onbekende. Eeuwig zonde. Maar juist die breekbaarheid leverde misschien wel het mooiste kleine oeuvre ooit op.
Lang bleef het bij mij voor Bryter Layter. Ik vond dat album zo goed dat ik dacht dat ander werk alleen maar kon tegenvallen. Uiteindelijk heb ik ook Pink Moon en Five Leaves Left regelmatig beluisterd en eigenlijk sla ik ze nu allebei hoger aan dan Bryter Layter, al duurde dat bij Pink Moon even. Drake was ontevreden over de volle arrangementen van zijn Bryter Layter en koos voor soberheid. Op Pink Moon horen we nagenoeg alleen zijn stem en kristalheldere gitaarspel. Naast het onvermijdelijke Things Behind the Sun is Road mijn favoriet: prachtige zang- en gitaarlijnen. Ook de kleine miniaturen Horn en Know vind ik bijzonder mooi. Tragisch genoeg trok Drake zich na dit album terug bij zijn ouders, waar hij verder wegzonk in zijn depressie, met het bekende fatale gevolg.
Toch is mijn favoriete plaat zijn debuut, Five Leaves Left. Die ontdekte ik pas als laatste, maar tegenwoordig draai ik die het meest. Vooral het hypnotiserende Three Hours is ongelooflijk mooi, bijna magisch. De klassieke songstructuren zijn hier losgelaten; eigenlijk hoor je steeds hetzelfde stuk, maar word je hier steeds meer in meegezogen door Drake’s fraaie gitaarspel, de oosterse percussie en de spiritueel aandoende tekst. Day is Done is mijn andere favoriet – dit is nu juist weer een klein, somber en heel concreet liedje dat ik zelfs als uitvaartmuziek zou kunnen voorstellen. Opvallend is hoe constant het niveau is: bijna elk nummer is even sterk. Het blijft onbegrijpelijk dat dit album destijds nauwelijks aandacht kreeg. Ik heb wel eens gezocht naar recensies uit die tijd (via de goudmijn www.worldradiohistory.com), maar vrijwel niets gevonden. Onvoorstelbaar.
Een troostende gedachte is dat een dergelijk muzikaal talent tegenwoordig waarschijnlijk wél opgepikt wordt via het internet — de muziekpers hebben we daar niet meer voor nodig. Hoe dan ook leeft de muziek van Drake ruim 50 jaar na zijn dood nog altijd voort via de muziek van anderen en via luisteraars als ikzelf en vele anderen hier.
32. Nick Drake
Beste album: Five Leaves Left
Beste nummers: River Man, Three Hours, Day is Done, Hazey Jane II, Poor Boy, Things Behind The Sun
Deep cuts: Clothes of Sand, Joey
Ook mooi: Molly Drake - I Remember
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: aERodynamIC (48)
Het bijzondere verhaal van Nick Drake is inmiddels bekend: bij leven vrijwel onopgemerkt, postuum bejubeld om zijn drie wonderschone albums. Af en toe werd hij wel genoemd als invloedrijke muzikant – door artiesten als R.E.M., The Cure en Kate Bush – maar pas in 1999 kreeg hij echt bredere bekendheid. Ironisch genoeg was het een Volkswagen-reclame die Pink Moon gebruikte, 25 jaar nadat Drake op slechts 26-jarige leeftijd overleed aan een overdosis antidepressiva.
Kort daarna ontdekte ik hem zelf. Eind jaren ’90 en begin jaren ’00 kocht ik vaak Engelse muziektijdschriften als Q en Uncut, mede vanwege de gratis cd’s die erbij zaten. Op een van die compilaties, Essential Chill Out, stond River Man, naast nummers van onder meer Fairport Convention, Groove Armada, Goldfrapp en John Martyn, met wie Drake bevriend was. Dat nummer pakte me meteen: rustig, dromerig, met prachtig gitaarspel in de voor Drake kenmerkende stijl. Alsof je ’s ochtends door een groen landschap loopt waar de wolken dauwmist nog boven hangen.
Bryter Layter was het eerste album dat ik in zijn geheel hoorde en dat maakte veel indruk. Uitermate fraaie liedjes, rijk gearrangeerd door zijn vriend Robert Kirby met soms ook doeltreffende teksten. In Hazey Jane II zingt Drake: “If songs were lines in a conversation, the situation would be fine.” Dat heb ik altijd een prachtige regel gevonden, misschien juist omdat de introvert in mij zich daar zo in herkent. Muziek kan de ultieme hide-out zijn, een plek om je even af te zonderen of te herijken. Voor Drake zelf was dat vermoedelijk het maken van muziek. Succes was niet voor hem weggelegd: hij weigerde promotiewerk, had enorme podiumangst en gaf daardoor nauwelijks optredens. Naar verluidt is hij tijdens een van zijn spaarzame optredens zelfs weggelopen, omdat hij het niet aankon. Ook zijn liedjes allesbehalve hitgevoelig. Zo bleef hij een grote onbekende. Eeuwig zonde. Maar juist die breekbaarheid leverde misschien wel het mooiste kleine oeuvre ooit op.
Lang bleef het bij mij voor Bryter Layter. Ik vond dat album zo goed dat ik dacht dat ander werk alleen maar kon tegenvallen. Uiteindelijk heb ik ook Pink Moon en Five Leaves Left regelmatig beluisterd en eigenlijk sla ik ze nu allebei hoger aan dan Bryter Layter, al duurde dat bij Pink Moon even. Drake was ontevreden over de volle arrangementen van zijn Bryter Layter en koos voor soberheid. Op Pink Moon horen we nagenoeg alleen zijn stem en kristalheldere gitaarspel. Naast het onvermijdelijke Things Behind the Sun is Road mijn favoriet: prachtige zang- en gitaarlijnen. Ook de kleine miniaturen Horn en Know vind ik bijzonder mooi. Tragisch genoeg trok Drake zich na dit album terug bij zijn ouders, waar hij verder wegzonk in zijn depressie, met het bekende fatale gevolg.
Toch is mijn favoriete plaat zijn debuut, Five Leaves Left. Die ontdekte ik pas als laatste, maar tegenwoordig draai ik die het meest. Vooral het hypnotiserende Three Hours is ongelooflijk mooi, bijna magisch. De klassieke songstructuren zijn hier losgelaten; eigenlijk hoor je steeds hetzelfde stuk, maar word je hier steeds meer in meegezogen door Drake’s fraaie gitaarspel, de oosterse percussie en de spiritueel aandoende tekst. Day is Done is mijn andere favoriet – dit is nu juist weer een klein, somber en heel concreet liedje dat ik zelfs als uitvaartmuziek zou kunnen voorstellen. Opvallend is hoe constant het niveau is: bijna elk nummer is even sterk. Het blijft onbegrijpelijk dat dit album destijds nauwelijks aandacht kreeg. Ik heb wel eens gezocht naar recensies uit die tijd (via de goudmijn www.worldradiohistory.com), maar vrijwel niets gevonden. Onvoorstelbaar.
Een troostende gedachte is dat een dergelijk muzikaal talent tegenwoordig waarschijnlijk wél opgepikt wordt via het internet — de muziekpers hebben we daar niet meer voor nodig. Hoe dan ook leeft de muziek van Drake ruim 50 jaar na zijn dood nog altijd voort via de muziek van anderen en via luisteraars als ikzelf en vele anderen hier.
1
geplaatst: 3 oktober 2025, 01:04 uur
konijnmuziek schreef:
herman, ik lees met plezier al je updates mee. Grappig genoeg lijken we muzikaal niet veel gemeen te hebben tot nu toe. Om eerlijk te zijn is jouw nummer 33 - Bob Dylan - pas de eerste artiest uit jouw top 100 die ik zelf ook in mijn eigen lijst zou zetten (wel veel hoger). Eindelijk kan ik dus weer eens meepraten, haha.
Voor mij is Dylan de allergrootste en meest veelzijdige artiest die er bestaat. Hij is een ongrijpbare persoonlijkheid die telkens in een andere gedaante verschijnt. Elke transformatie die hij muzikaal maakte, is voor mij een nieuwe openbaring geweest met een ongekende diepgang en creativiteit. Maar misschien ben ik wel het meest onder de indruk van wat hij live kan brengen door zijn nummers telkens opnieuw uit te vinden en te arrangeren in een andere vorm.
herman, ik lees met plezier al je updates mee. Grappig genoeg lijken we muzikaal niet veel gemeen te hebben tot nu toe. Om eerlijk te zijn is jouw nummer 33 - Bob Dylan - pas de eerste artiest uit jouw top 100 die ik zelf ook in mijn eigen lijst zou zetten (wel veel hoger). Eindelijk kan ik dus weer eens meepraten, haha.
Voor mij is Dylan de allergrootste en meest veelzijdige artiest die er bestaat. Hij is een ongrijpbare persoonlijkheid die telkens in een andere gedaante verschijnt. Elke transformatie die hij muzikaal maakte, is voor mij een nieuwe openbaring geweest met een ongekende diepgang en creativiteit. Maar misschien ben ik wel het meest onder de indruk van wat hij live kan brengen door zijn nummers telkens opnieuw uit te vinden en te arrangeren in een andere vorm.
Allereerst, leuke reactie.
Wat je hier schrijft over Dylan live herken ik wel. Ik zag hem eens in Ahoy waar hij Ballad of a Thin Man speelde, behoorlijk onherkenbaar voor mij. Je schrijft over de vraag of Dylan, Dylan mogelijk speelt. Ik sluit het niet uit. Hij neemt ook graag een loopje met de feiten, zeker als het over historische gebeurtenissen en personen gaat. Maar zijn albums lijken wat betreft thematiek wel in de pas te lopen met de dingen die hij doormaakt in zijn leven: van bijvoorbeeld zijn scheiding tot zijn (oprechte) religieuze bekering, en op zijn meest recente plaat staat o.a. de dood centraal. Daarom denk ik dat we op bijna ieder album een kijkje in de ziel van Dylan krijgen.
Ik lees dat jij bent gestopt met luisteren bij de Dylan van de midden jaren ’70. Mag ik je dan een ongevraagd luisteradvies geven? Probeer eens Oh Mercy (1989) of Time Out of Mind (1997), ik denk dat je versteld zult staan van de emotionele diepgang van oudere Dylan. En aangezien je onder de indruk bent van de jaren 60 Dylan, dan zul je misschien nog veel plezier kunnen beleven met de The Bootleg Series Vol. 1–3.
Ik lees dat jij bent gestopt met luisteren bij de Dylan van de midden jaren ’70. Mag ik je dan een ongevraagd luisteradvies geven? Probeer eens Oh Mercy (1989) of Time Out of Mind (1997), ik denk dat je versteld zult staan van de emotionele diepgang van oudere Dylan. En aangezien je onder de indruk bent van de jaren 60 Dylan, dan zul je misschien nog veel plezier kunnen beleven met de The Bootleg Series Vol. 1–3.
The Bootleg Series ga ik zeker nog eens uitpluizen. De latere Dylan ook. Sowieso was ik wel van plan als dit project erop zit me ook verder in Dylan te gaan verdiepen, maar ik zal de albums die je noemt wel voorrang geven hierin. De nummers Political World en Love Sick ken ik al, beide schitterende nummers ook.
1
geplaatst: 3 oktober 2025, 07:03 uur
Nick Drake is voor mij toch wel dé singer-songwriter. Ondanks zijn tragische en veel te vroege dood voelt zijn oeuvre heel compleet: Bryter Layter als het meest "volle" album, Pink Moon als de kale essentie, en Five Leaves Left als precies de gulden middenweg tussen die 2 uitersten. Natuurlijk ben ik benieuwd waar hij nog mee op de proppen was gekomen als hij langer had geleefd, maar ik heb nooit het gevoel dat er werk van hem "mist", als je begrijpt wat ik bedoel.
Mijn favoriete nummer is denk ik From the Morning met die prachtige tekst, waarvan ook een fragment op Nicks grafsteen staat gegraveerd. Now, we rise / And we are everywhere...
Mijn favoriete nummer is denk ik From the Morning met die prachtige tekst, waarvan ook een fragment op Nicks grafsteen staat gegraveerd. Now, we rise / And we are everywhere...
1
geplaatst: 3 oktober 2025, 16:38 uur
Nick Drake, prachtig. Ik weet zelf eigenlijk niet precies meer waar en wanneer ik deze artiest ontdekte, maar ik heb nog even om dat uit te zoeken voor mijn eigen top-100, want daar hoort-ie wel in.
26
geplaatst: 13 oktober 2025, 00:31 uur
Ik was op vakantie, maar nu weer verder!
31. Joy Division
https://www.metalorgie.com/media/cache/band_hero_webp/images/band/picture/Joy-Division.jpg
Favoriete album: Closer
Favoriete nummers: No Love Lost, Day of the Lords, New Dawn Fades, Heart and Soul, Twenty Four Hours, Decades
Deep cuts: Warsaw, Failures, The Only Mistake, Novelty, Komakino
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: uiteraard dazzler (3 - New Order/Joy Division samen)
Joy Division leerde ik kennen via dezelfde kennis die me op Talking Heads en The Velvet Underground wees. Net als bij die bands was het ook hier geen voor de hand liggende kennismaking: niet een van de klassieke albums, maar Still, een verzamelaar met outtakes uit de beginjaren, aangevuld met een aardige, maar niet opzienbarende live-opname. En ook nog een losse liveversie van VU’s “Sister Ray”. Je had erbij moeten zijn geweest, waarschijnlijk. Misschien dat hij de andere albums niet wilde uitlenen omdat die hem te dierbaar waren, bedacht ik me later. Hoe dan ook, ik vond de studionummers best prima klinken, maar al snel kwam ik Unknown Pleasures en Closer op het spoor, en dat was toch wel andere koek. Ook Substance, een chronologische verzamelaar met singles en b-kanten, belandde alras in de platenkast.
Ik zal niet zeggen dat ik meteen om was bij Unknown Pleasures en Closer. Beide albums hadden wel nummers die me meteen grepen, maar over de jaren heen zijn ze gerijpt als goede flessen wijn – en eigenlijk is dat proces nog steeds gaande. Ik kende de albums al van vóór het MusicMeter-tijdperk, maar de uitvoerige discussies bij de albums, vooral in de jaren ’00, hebben wel bijgedragen aan het tekstbegrip en het luisterplezier. Grote factor is Martin Hannetts productie: veel lucht en echo, klinisch precies, waardoor Peter Hooks melodische bas en Stephen Morris’ strakke drums extra hard binnenkomen. Unknown Pleasures begint al goed met de rake regel “I need a guide to come and take me by the hand” van opener “Disorder”. Daarna duiken we gelijk de duisternis in met “Day of the Lords”. Het “Where will it end” gaat door merg en been, zeker met de ijle synth op de achtergrond. Vanaf nu is het bittere ernst; veel intenser dan dit wordt het niet. Andere nummers bieden wat meer ademruimte, zoals “Candidate” en “Interzone”, die wat meer teruggrijpen op de sound uit de tijd dat de band zichzelf nog Warsaw noemde.
Dat het nog een stuk urgenter en intenser kon, liet de band horen op Closer, dat twee maanden uitkwam na de zelfmoord van zanger en tekstschrijver Ian Curtis. Bij het waarderen van Joy Divisions muziek is het moeilijk de mythe van Curtis te scheiden van de merites van de platen, zeker in het geval van Closer. Ik merk bij mezelf in ieder geval dat het een ‘toegevoegde waarde’ heeft: de muziek klinkt bij vlagen loodzwaar en, wetende hoe het afliep met Curtis, besef je dat hij het volop meende. Curtis kampte ook met epilepsie; de thematiek van controleverlies, vervreemding en berusting krijgt daardoor een extra lading. Er wordt wel gezegd dat je een kunstwerk los moet kunnen zien van zijn maker, maar bij zo’n persoonlijk werk is dat toch niet te doen – en ik vraag me af of je dat ook altijd moet willen.
Zelf was ik niet meteen gewonnen voor Closer, waarvoor de volgende anekdote wellicht illustratief is. Ergens begin jaren ’00 zag ik Primal Scream live in Nighttown. Na afloop klom ik, in een assertieve bui, het podium op om een setlist te pakken; dat vond ik toen nog een leuk souvenir. Blijkbaar stond er echter nog een toegift op de rol, want een van de roadies dirigeerde me vriendelijk doch gedecideerd weer van het podium. Een van mijn concertmaatjes wees me op de indrukwekkende Joy Division-tatoeage op zijn pezige bovenarm. “Heart and soul”, stond er.
Het desbetreffende nummer had me nog niet in zijn greep; ik ging toen meer voor de wat vlottere songs van Joy Division, zoals “Isolation”. Maar de tekst bleef intrigeren: waarom zou iemand juist dát op zijn arm zetten? Wanneer ik tegenwoordig het album luister, begrijp ik het wel. De tekst is duidelijk, maar door de berusting die doorklinkt in Ians zang is het alsof hij zich al vereenzelvigd heeft met zijn reis naar het eeuwige. Het macabere ritme, dat me aan een hartslag doet denken, en de sinistere synth die voortdurend in de onderlaag sluimert, doen de rest. Dit is voor mij het nummer waarop Joy Division het dichtst bij de rauwe essentie komt.
Die conclusie moet de roadie van weleer al veel eerder hebben getrokken, en ik ben blij dat ik daar inmiddels ook aan toe ben. Van het concert van Primal Scream weet ik verder niet zoveel meer, maar ik ben ze dankbaar dat ze me – indirect – dichter bij Joy Division hebben gebracht.
Om terug te komen bij Still: samen met Substance en Warsaw is dat toch een heerlijk alternatief als je zin hebt in Joy Division, maar niet gelijk in een emotioneel neerwaartse spiraal wilt belanden. De niet-opzienbarende live-opname betreft Joy Divisions laatste show (Birmingham, 2 mei 1980); het livegeluid is ruw en minder “Hannett” dan de studio-opnames. De eerste elf nummers van het in 1994 uitgebrachte Warsaw bevatten het eigenlijke debuutalbum, ware het niet dat de band niet blij was met hoe het klonk, waarna de release werd geannuleerd. “Interzone” en “Shadowplay” werden in nieuwere versies alsnog bekend via Unknown Pleasures, en “Transmission” werd als losse single uitgebracht. Substance is dan weer een chronologische verzamelaar met singles en b-kanten van de band. Alles bij elkaar heeft Joy Division grofweg vijftig songs op plaat gezet – een klein oeuvre, dat eindigt waar New Order begint, maar dat tot op de dag van vandaag een ijkpunt blijft voor alles wat ‘post-punk’ wil heten.
31. Joy Division
https://www.metalorgie.com/media/cache/band_hero_webp/images/band/picture/Joy-Division.jpg
Favoriete album: Closer
Favoriete nummers: No Love Lost, Day of the Lords, New Dawn Fades, Heart and Soul, Twenty Four Hours, Decades
Deep cuts: Warsaw, Failures, The Only Mistake, Novelty, Komakino
Live gezien: nee
Ook in de lijst van: uiteraard dazzler (3 - New Order/Joy Division samen)
Joy Division leerde ik kennen via dezelfde kennis die me op Talking Heads en The Velvet Underground wees. Net als bij die bands was het ook hier geen voor de hand liggende kennismaking: niet een van de klassieke albums, maar Still, een verzamelaar met outtakes uit de beginjaren, aangevuld met een aardige, maar niet opzienbarende live-opname. En ook nog een losse liveversie van VU’s “Sister Ray”. Je had erbij moeten zijn geweest, waarschijnlijk. Misschien dat hij de andere albums niet wilde uitlenen omdat die hem te dierbaar waren, bedacht ik me later. Hoe dan ook, ik vond de studionummers best prima klinken, maar al snel kwam ik Unknown Pleasures en Closer op het spoor, en dat was toch wel andere koek. Ook Substance, een chronologische verzamelaar met singles en b-kanten, belandde alras in de platenkast.
Ik zal niet zeggen dat ik meteen om was bij Unknown Pleasures en Closer. Beide albums hadden wel nummers die me meteen grepen, maar over de jaren heen zijn ze gerijpt als goede flessen wijn – en eigenlijk is dat proces nog steeds gaande. Ik kende de albums al van vóór het MusicMeter-tijdperk, maar de uitvoerige discussies bij de albums, vooral in de jaren ’00, hebben wel bijgedragen aan het tekstbegrip en het luisterplezier. Grote factor is Martin Hannetts productie: veel lucht en echo, klinisch precies, waardoor Peter Hooks melodische bas en Stephen Morris’ strakke drums extra hard binnenkomen. Unknown Pleasures begint al goed met de rake regel “I need a guide to come and take me by the hand” van opener “Disorder”. Daarna duiken we gelijk de duisternis in met “Day of the Lords”. Het “Where will it end” gaat door merg en been, zeker met de ijle synth op de achtergrond. Vanaf nu is het bittere ernst; veel intenser dan dit wordt het niet. Andere nummers bieden wat meer ademruimte, zoals “Candidate” en “Interzone”, die wat meer teruggrijpen op de sound uit de tijd dat de band zichzelf nog Warsaw noemde.
Dat het nog een stuk urgenter en intenser kon, liet de band horen op Closer, dat twee maanden uitkwam na de zelfmoord van zanger en tekstschrijver Ian Curtis. Bij het waarderen van Joy Divisions muziek is het moeilijk de mythe van Curtis te scheiden van de merites van de platen, zeker in het geval van Closer. Ik merk bij mezelf in ieder geval dat het een ‘toegevoegde waarde’ heeft: de muziek klinkt bij vlagen loodzwaar en, wetende hoe het afliep met Curtis, besef je dat hij het volop meende. Curtis kampte ook met epilepsie; de thematiek van controleverlies, vervreemding en berusting krijgt daardoor een extra lading. Er wordt wel gezegd dat je een kunstwerk los moet kunnen zien van zijn maker, maar bij zo’n persoonlijk werk is dat toch niet te doen – en ik vraag me af of je dat ook altijd moet willen.
Zelf was ik niet meteen gewonnen voor Closer, waarvoor de volgende anekdote wellicht illustratief is. Ergens begin jaren ’00 zag ik Primal Scream live in Nighttown. Na afloop klom ik, in een assertieve bui, het podium op om een setlist te pakken; dat vond ik toen nog een leuk souvenir. Blijkbaar stond er echter nog een toegift op de rol, want een van de roadies dirigeerde me vriendelijk doch gedecideerd weer van het podium. Een van mijn concertmaatjes wees me op de indrukwekkende Joy Division-tatoeage op zijn pezige bovenarm. “Heart and soul”, stond er.
Het desbetreffende nummer had me nog niet in zijn greep; ik ging toen meer voor de wat vlottere songs van Joy Division, zoals “Isolation”. Maar de tekst bleef intrigeren: waarom zou iemand juist dát op zijn arm zetten? Wanneer ik tegenwoordig het album luister, begrijp ik het wel. De tekst is duidelijk, maar door de berusting die doorklinkt in Ians zang is het alsof hij zich al vereenzelvigd heeft met zijn reis naar het eeuwige. Het macabere ritme, dat me aan een hartslag doet denken, en de sinistere synth die voortdurend in de onderlaag sluimert, doen de rest. Dit is voor mij het nummer waarop Joy Division het dichtst bij de rauwe essentie komt.
Die conclusie moet de roadie van weleer al veel eerder hebben getrokken, en ik ben blij dat ik daar inmiddels ook aan toe ben. Van het concert van Primal Scream weet ik verder niet zoveel meer, maar ik ben ze dankbaar dat ze me – indirect – dichter bij Joy Division hebben gebracht.
Om terug te komen bij Still: samen met Substance en Warsaw is dat toch een heerlijk alternatief als je zin hebt in Joy Division, maar niet gelijk in een emotioneel neerwaartse spiraal wilt belanden. De niet-opzienbarende live-opname betreft Joy Divisions laatste show (Birmingham, 2 mei 1980); het livegeluid is ruw en minder “Hannett” dan de studio-opnames. De eerste elf nummers van het in 1994 uitgebrachte Warsaw bevatten het eigenlijke debuutalbum, ware het niet dat de band niet blij was met hoe het klonk, waarna de release werd geannuleerd. “Interzone” en “Shadowplay” werden in nieuwere versies alsnog bekend via Unknown Pleasures, en “Transmission” werd als losse single uitgebracht. Substance is dan weer een chronologische verzamelaar met singles en b-kanten van de band. Alles bij elkaar heeft Joy Division grofweg vijftig songs op plaat gezet – een klein oeuvre, dat eindigt waar New Order begint, maar dat tot op de dag van vandaag een ijkpunt blijft voor alles wat ‘post-punk’ wil heten.
1
geplaatst: 13 oktober 2025, 16:14 uur
Mooi opgetekend Herman. Zelf heb ik altijd wat moeite gehad met de mythevorming rond Joy Division, de thematiek, sfeer, alles, m.n. op Closer vond ik loodzwaar, no escape ook gezien de omstandigheden en dus de onvermijdelijke mythe, een verlangen naar iets groter dan….
Joy Division beluister ik nog maar zeer sporadisch, ik stel het al jaren uit.
Hier nog een bijdrage gevonden die het van ‘dichtbij’ heeft meegemaakt, n.a.v. de Anton Corbijn’s Control film.
Anton Corbijn benadert de mythe van Ian Curtis - 3voor12
Joy Division beluister ik nog maar zeer sporadisch, ik stel het al jaren uit.
Hier nog een bijdrage gevonden die het van ‘dichtbij’ heeft meegemaakt, n.a.v. de Anton Corbijn’s Control film.
Anton Corbijn benadert de mythe van Ian Curtis - 3voor12
0
geplaatst: 13 oktober 2025, 21:46 uur
vivalamusica schreef:
Mooi opgetekend Herman. Zelf heb ik altijd wat moeite gehad met de mythevorming rond Joy Division, de thematiek, sfeer, alles, m.n. op Closer vond ik loodzwaar, no escape ook gezien de omstandigheden en dus de onvermijdelijke mythe, een verlangen naar iets groter dan…. Joy Division beluister ik nog maar zeer sporadisch, ik stel het al jaren uit.
Hier nog een bijdrage gevonden die het van ‘dichtbij’ heeft meegemaakt, n.a.v. de Anton Corbijn’s Control film.
Anton Corbijn benadert de mythe van Ian Curtis - 3voor12
Mooi opgetekend Herman. Zelf heb ik altijd wat moeite gehad met de mythevorming rond Joy Division, de thematiek, sfeer, alles, m.n. op Closer vond ik loodzwaar, no escape ook gezien de omstandigheden en dus de onvermijdelijke mythe, een verlangen naar iets groter dan…. Joy Division beluister ik nog maar zeer sporadisch, ik stel het al jaren uit.
Hier nog een bijdrage gevonden die het van ‘dichtbij’ heeft meegemaakt, n.a.v. de Anton Corbijn’s Control film.
Anton Corbijn benadert de mythe van Ian Curtis - 3voor12
Ik luister ook niet heel regelmatig naar Closer, maar als ik dat doe dan ga ik er wel voor zitten en dan geniet ik er toch wel echt van.
Maar mooi stuk dat je deelt, bijzonder die verhalen uit eerste hand te lezen.
“There is no Mystery so great as Misery” is ook wel een hele rake quote van Oscar Wilde.
0
geplaatst: 14 oktober 2025, 12:44 uur
vivalamusica schreef:
Zelf heb ik altijd wat moeite gehad met de mythevorming rond Joy Division
Zelf heb ik altijd wat moeite gehad met de mythevorming rond Joy Division
Dit was trouwens wel de reden waarom ik heb gekozen voor een foto waarop de band er vrij normaaltjes opstaat; alsof je ze ook in de kroeg of op de sportclub tegen zou kunnen komen.
De bekende foto's van Corbijn in de metro zijn prachtig, maar ook wel onheilspellend.
0
geplaatst: 14 oktober 2025, 14:00 uur
herman schreef:
Dit was trouwens wel de reden waarom ik heb gekozen voor een foto waarop de band er vrij normaaltjes opstaat; alsof je ze ook in de kroeg of op de sportclub tegen zou kunnen komen.
De bekende foto's van Corbijn in de metro zijn prachtig, maar ook wel onheilspellend.
(quote)
Dit was trouwens wel de reden waarom ik heb gekozen voor een foto waarop de band er vrij normaaltjes opstaat; alsof je ze ook in de kroeg of op de sportclub tegen zou kunnen komen.
De bekende foto's van Corbijn in de metro zijn prachtig, maar ook wel onheilspellend.
Ja, ja. Dat onheilspellende…
En… Mythevorming, of het creëren ervan is in de kunst rond artiesten m.n. in de populaire muziek een niet te vergeten aspect, een menselijke behoefte…. Vroeger werden componisten pas na hun dood erkend, of waren alleen bekend of beroemd in kleine kring of regio, sinds massamedia, geluidsdragers en internet is dat nu wel even anders. Wanneer wordt het (de mythevorming, heldenstatus, verering) bedenkelijk? Of hoort dit erbij, horend bij de menselijke conditie
Ik heb in mijn directe omgeving wel verhalen gehoord rond Joy Division waarin er wat al te diep werd ingedoken (het duistere, de dood, etc) er niet meer van los konden komen, juist daar in hun leed verlichting zochten.
Bij andere artiesten die er plotseling niet meer waren zie je dat ook, maar Joy Division had al iets duisters m.n. op Closer. Zie ook Jim Morrison, Kurt Cobain.
1
geplaatst: 15 oktober 2025, 16:21 uur
herman schreef:
(afbeelding)
42. Yann Tiersen
1. Amélie Poulain en Goodbye Lenin
Zoals zovelen maakte ik voor het eerst kennis met Yann Tiersens muziek via Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain, de arthouseklassieker uit 2001 die zowat een jaar onafgebroken in de bioscoop draaide. Een film die ik sindsdien meerdere keren heb teruggezien, en die alleen maar mooier is geworden. Regisseur Jean-Pierre Jeunet was onder de indruk van eerdere muziek van Tiersen en gebruikt er veel van in zijn film. Ook vraagt hij Tiersen nog wat extra stukken te componeren, waaronder het uiteindelijke thema van de film. De muziek levert een onmisbare bijdrage aan de magie van de film; Montmartre heeft er nog nooit zo sprookjesachtig uitgezien.
Vooral Comptine d’un autre été: L'après-midi groeide uit tot een nummer dat je overal hoorde: in reclames, documentaires, trailers. Kort daarna volgde Goodbye, Lenin!, opnieuw een filmhuishit met muziek van Tiersen. Minder zwierig dit keer, ingetogener: de accordeon bleef ditmaal opgeborgen. Jusqu’ici pour maintenant.
(afbeelding)
42. Yann Tiersen
1. Amélie Poulain en Goodbye Lenin
Zoals zovelen maakte ik voor het eerst kennis met Yann Tiersens muziek via Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain, de arthouseklassieker uit 2001 die zowat een jaar onafgebroken in de bioscoop draaide. Een film die ik sindsdien meerdere keren heb teruggezien, en die alleen maar mooier is geworden. Regisseur Jean-Pierre Jeunet was onder de indruk van eerdere muziek van Tiersen en gebruikt er veel van in zijn film. Ook vraagt hij Tiersen nog wat extra stukken te componeren, waaronder het uiteindelijke thema van de film. De muziek levert een onmisbare bijdrage aan de magie van de film; Montmartre heeft er nog nooit zo sprookjesachtig uitgezien.
Vooral Comptine d’un autre été: L'après-midi groeide uit tot een nummer dat je overal hoorde: in reclames, documentaires, trailers. Kort daarna volgde Goodbye, Lenin!, opnieuw een filmhuishit met muziek van Tiersen. Minder zwierig dit keer, ingetogener: de accordeon bleef ditmaal opgeborgen. Jusqu’ici pour maintenant.
Al 13 jaar lang mijn favoriete film, inmiddels ook een keer of 5 gezien
De soundtrack leerde ik al in 2008 kennen (vermoedelijk via MuMe), maar vreemd genoeg heb ik tot 2012 gewacht om het filmmonument eindelijk eens te gaan aanschouwen. herman schreef:
(afbeelding)
Over Yann Tiersen heb ik zelden iets geschreven op deze site, maar eigenlijk valt mijn relatie met zijn muziek in drie hoofdstukken uiteen.
(afbeelding)
Over Yann Tiersen heb ik zelden iets geschreven op deze site, maar eigenlijk valt mijn relatie met zijn muziek in drie hoofdstukken uiteen.
Wanneer ik ooit nog eens Artiesten Top (500) ga presenteren kom ik terug op alle drie de hoofdstukken, die inmiddels ook soort van verbonden zijn met mijn eigen leven

Ben je trouwens bekend met deze voorstelling? Keert volgend jaar weer terug in enkele zalen
Amélie Live in Concert
1
geplaatst: 15 oktober 2025, 17:04 uur
Gretz schreef:
Wanneer ik ooit nog eens Artiesten Top (500) ga presenteren kom ik terug op alle drie de hoofdstukken, die inmiddels ook soort van verbonden zijn met mijn eigen leven
Ben je trouwens bekend met deze voorstelling? Keert volgend jaar weer terug in enkele zalen
Amélie Live in Concert
Wanneer ik ooit nog eens Artiesten Top (500) ga presenteren kom ik terug op alle drie de hoofdstukken, die inmiddels ook soort van verbonden zijn met mijn eigen leven

Ben je trouwens bekend met deze voorstelling? Keert volgend jaar weer terug in enkele zalen
Amélie Live in Concert
Ah, ben dan wel benieuwd naar jouw verhalen erbij. The Butterfly Effect heb ik nooit gezien, dus die link begrijp ik nog niet helemaal. Maar dat tzt. wellicht.
Die voorstelling kende ik nog niet. Wel een interessante tip! Denk dat ik daar volgend jaar wel heen gaan, maar dan in Chassé of in R'dam, mochten ze daar nog komen.
* denotes required fields.
