Hier kun je zien welke berichten ForMusicOnly als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
John Carrie and Moor Green - Clearing Air (2010)

4,0
0
geplaatst: 14 maart 2010, 13:57 uur
De Iers/Amsterdamse formatie John Carrie and Moor Green kreeg in 2007 alle lof voor hun debuutalbum Folk Is Not Happy. Ook in daden was dat te zien, want ze traden op in Nederland, Ierland, Frankrijk en Amerika en stonden zelfs in het voorprogramma van Kings Of Leon. Nu zijn ze terug met een tweede album, Clearing Air, dat opent met het titelnummer. Iets wat je direct opvalt is de klaagstem van John Carrie. Als die stem een vliegtuig voorstelt, dan is Carrie zeker weten een stuntpiloot. Zonder dat het onzuiver wordt laat hij zijn stem omhoog en omlaag schieten om soms het stuur helemaal los te laten, zonder te crashen%u2026 Een prachtige luisterervaring. In Green Think Tank komt er een orgel aan te pas, en maakt de melancholiek van het openingsnummer langzaam plaats voor een energiek popnummer.
Sewn Up opent met een mondharmonica, een instrument dat ik heel een lange tijd niet meer heb gehoord, maar wat ik zeker weer vaker wil horen, zoveel emotie heeft alleen dat instrument alleen al. Afgaande op het intro lijkt het een rustig nummer te worden, maar gaandeweg komt er een lekker ritme in, waar de luisteraar niet meer bij stil kan zitten of staan. Heal The Scrapes is een introvert nummer met enkele uitspattingen en elementen die me aan Radiohead (in de jaren '90) doen denken.
Ik ben ze helaas vergeten te tellen, maar het valt me op hoeveel verschillende instrumenten op dit album worden gebruikt. In The Best en Leaving Now speelt de piano een grotere rol, en in het laatstgenoemde nummer is ook een accordeon te horen en dan heb ik het nog niet gehad over de instrumenten waar ik niet eens de naam van weet.
Dat psychedelica John Carrie and Moor Green niet vreemd is bewijzen ze met Fists Can Fly. Het mellow intro wordt vervolgens afgelost door explosies van electronica. Piano en percussie vormen de basis van Easy Chew en de electronische experimenten aan het eind van Past The Point blijken een opmaat te zijn voor een korte ambient onderbreking dat Aquarium Management heet%u2026 Hierop volgt het Zuid-Europees aandoende intro van Ease My Mind, waarvan de titel waarschijnlijk slaat op de nachtmerrie die John had in het vorige nummer. De bas en accordeon sluiten het album af in het volledig instrumentale The Last Waggle Dance.
Een zeer gevarieerd album van John Carrie and Moor Green. Niet alleen is het een mix van folk, rock, pop en zelfs bij vlagen psychedelica en electronica, maar ook bevat het een groot aantal instrumenten waarvan sommigen heel manifest, maar anderen pas opvallen na een zoveelste luisterbeurt. De kans dat dit album het grote publiek zal bereiken is niet zo groot, maar omdat hitlijsten en kwaliteit vaak mijlenver uit elkaar liggen zal de band dit ook niet erg vinden. John Carrie and Moor Green geven ook dit album uit in eigen beheer, waardoor het (nog) niet overal te verkrijgen. In de meeste Amsterdamse platenzaken ligt die al wel en binnenkort is het album ook te downloaden via iTunes. Verder is er de mogelijkheid om via de officiële website van de band de CD te kopen en te beluisteren.
For Music Only
Sewn Up opent met een mondharmonica, een instrument dat ik heel een lange tijd niet meer heb gehoord, maar wat ik zeker weer vaker wil horen, zoveel emotie heeft alleen dat instrument alleen al. Afgaande op het intro lijkt het een rustig nummer te worden, maar gaandeweg komt er een lekker ritme in, waar de luisteraar niet meer bij stil kan zitten of staan. Heal The Scrapes is een introvert nummer met enkele uitspattingen en elementen die me aan Radiohead (in de jaren '90) doen denken.
Ik ben ze helaas vergeten te tellen, maar het valt me op hoeveel verschillende instrumenten op dit album worden gebruikt. In The Best en Leaving Now speelt de piano een grotere rol, en in het laatstgenoemde nummer is ook een accordeon te horen en dan heb ik het nog niet gehad over de instrumenten waar ik niet eens de naam van weet.
Dat psychedelica John Carrie and Moor Green niet vreemd is bewijzen ze met Fists Can Fly. Het mellow intro wordt vervolgens afgelost door explosies van electronica. Piano en percussie vormen de basis van Easy Chew en de electronische experimenten aan het eind van Past The Point blijken een opmaat te zijn voor een korte ambient onderbreking dat Aquarium Management heet%u2026 Hierop volgt het Zuid-Europees aandoende intro van Ease My Mind, waarvan de titel waarschijnlijk slaat op de nachtmerrie die John had in het vorige nummer. De bas en accordeon sluiten het album af in het volledig instrumentale The Last Waggle Dance.
Een zeer gevarieerd album van John Carrie and Moor Green. Niet alleen is het een mix van folk, rock, pop en zelfs bij vlagen psychedelica en electronica, maar ook bevat het een groot aantal instrumenten waarvan sommigen heel manifest, maar anderen pas opvallen na een zoveelste luisterbeurt. De kans dat dit album het grote publiek zal bereiken is niet zo groot, maar omdat hitlijsten en kwaliteit vaak mijlenver uit elkaar liggen zal de band dit ook niet erg vinden. John Carrie and Moor Green geven ook dit album uit in eigen beheer, waardoor het (nog) niet overal te verkrijgen. In de meeste Amsterdamse platenzaken ligt die al wel en binnenkort is het album ook te downloaden via iTunes. Verder is er de mogelijkheid om via de officiële website van de band de CD te kopen en te beluisteren.
For Music Only
Jónsi - Go (2010)

4,5
0
geplaatst: 24 april 2010, 13:44 uur
Liefhebbers van het IJslandse Sigur Rós zullen hem zeker kennen, daarin nam Jónsi namelijk de zang en de gitaar voor zijn rekening. Afgelopen jaar bracht hij met zijn vriend (Jónsi is homo) een album uit, maar Riceboy Sleeps sloeg bij mij niet zo aan. Na het faillissement van het IJslandse Landsbanki en de as-spuwende IJslandse vulkaan wat leidde tot veel gedupeerden, wordt het tijd voor iets positiefs van dat eigenzinnige eiland. Deze aan één oog blinde vegetariër kan dat doen met zijn nieuwe album Go.
IJsland zit dan in een diepe crisis, Jónsi lijkt zich daar maar weinig van aan te trekken. Een vrolijk lente gevoel geven de eerste klanken van Go Do mij. Hoewel Jónsi bijna alle nummers van Go in het Engels zingt is zijn engelenzang soms nauwelijks te verstaan waardoor het toch lijkt alsof het een andere taal is. Helemaal niets mis mee, want net als bij Sigur Rós maakt het ook voor de muziek van Jónsi niet heel erg uit wat hij precies zingt, omdat de muziek zelf al genoeg 'vertelt'. Animal Arithmetic is ook weer een prachtig nummer, het komt chaotisch over en eindigt ook in een chaos van stemmen en geluiden, maar is prima te verteren. Hierna volgen een hemels Tornado en het sprookjesachtige Boy Lilikoi met het geluid van een fluit en belletjes. Mensen die niet bekend zijn met Jónsi zullen door mijn beschrijving denken dat het één of ander kitscherige kamermuziek is, maar dat is het helemaal niet, het is gewoon erg lastig te omschrijven!
In eerste instantie denk je dat er iets mis is met je muziekinstallatie, maar ik kan je geruststellen: dat haperen in het nummer Sinking Friendships hoort er gewoon bij. Dit is het eerste nummer waar ik een melancholisch sausje bij ontdek en dat vind ik ook direct het minste nummer. Kolnidur (dat zal wel IJslands zijn) is zwaar te noemen. Dat komt misschien ook omdat Jónsi's stem in eerste instantie laag is, want zodra zijn stem weer de hoogte opzoekt klinkt het ook direct een stuk minder zwaar. Around Us is een nummer dat - hoewel het niet slecht is - misschien vanwege het dromerige karakter de neiging heeft om langs me heen te gaan.
Wat een stelletje klootzakken zijn die bestuurders ook die geld willen zien van de IJslanders. Tijdens het luisteren van Grow Till Tall is het onbegrijpelijk dat er zo harteloos gedaan kan worden tegen een volk dat zulke prachtige, hoger dan hemelse muziek weet te creëren. Van verveling - dat bij het muzikale project met zijn vriend Alex vaak toesloeg - is op dit album nauwelijks sprake. Zelfs Hengilás - dat muzikaal niet heel flitsend is - weet mij te bekoren omdat het een prachtige sfeer creëert, waardoor Go op een passende manier wordt afgesloten.
Een prachtig album dat een mix vormt van vooral vrolijke, maar ook melancholische nummers. Wat het album ook goed doet is dat Jónsi's experimenteer drift niet doorschiet en dat het grotendeels een lekker tempo heeft. Van verveling of lastig in het gehoor liggende liedjes is dus helemaal geen sprake, sterker nog: het zou mij niet verbazen als dit zou aanslaan bij het grote publiek. IJsland hoeft niet langer te zoeken naar een diplomaat die hun belangen kan verdedigen op het Europese continent. Jónsi weet het verlies van al het geld en de komst van wolken as in veertig minuten goed te maken. Go Jónsi!
For Music Only
IJsland zit dan in een diepe crisis, Jónsi lijkt zich daar maar weinig van aan te trekken. Een vrolijk lente gevoel geven de eerste klanken van Go Do mij. Hoewel Jónsi bijna alle nummers van Go in het Engels zingt is zijn engelenzang soms nauwelijks te verstaan waardoor het toch lijkt alsof het een andere taal is. Helemaal niets mis mee, want net als bij Sigur Rós maakt het ook voor de muziek van Jónsi niet heel erg uit wat hij precies zingt, omdat de muziek zelf al genoeg 'vertelt'. Animal Arithmetic is ook weer een prachtig nummer, het komt chaotisch over en eindigt ook in een chaos van stemmen en geluiden, maar is prima te verteren. Hierna volgen een hemels Tornado en het sprookjesachtige Boy Lilikoi met het geluid van een fluit en belletjes. Mensen die niet bekend zijn met Jónsi zullen door mijn beschrijving denken dat het één of ander kitscherige kamermuziek is, maar dat is het helemaal niet, het is gewoon erg lastig te omschrijven!
In eerste instantie denk je dat er iets mis is met je muziekinstallatie, maar ik kan je geruststellen: dat haperen in het nummer Sinking Friendships hoort er gewoon bij. Dit is het eerste nummer waar ik een melancholisch sausje bij ontdek en dat vind ik ook direct het minste nummer. Kolnidur (dat zal wel IJslands zijn) is zwaar te noemen. Dat komt misschien ook omdat Jónsi's stem in eerste instantie laag is, want zodra zijn stem weer de hoogte opzoekt klinkt het ook direct een stuk minder zwaar. Around Us is een nummer dat - hoewel het niet slecht is - misschien vanwege het dromerige karakter de neiging heeft om langs me heen te gaan.
Wat een stelletje klootzakken zijn die bestuurders ook die geld willen zien van de IJslanders. Tijdens het luisteren van Grow Till Tall is het onbegrijpelijk dat er zo harteloos gedaan kan worden tegen een volk dat zulke prachtige, hoger dan hemelse muziek weet te creëren. Van verveling - dat bij het muzikale project met zijn vriend Alex vaak toesloeg - is op dit album nauwelijks sprake. Zelfs Hengilás - dat muzikaal niet heel flitsend is - weet mij te bekoren omdat het een prachtige sfeer creëert, waardoor Go op een passende manier wordt afgesloten.
Een prachtig album dat een mix vormt van vooral vrolijke, maar ook melancholische nummers. Wat het album ook goed doet is dat Jónsi's experimenteer drift niet doorschiet en dat het grotendeels een lekker tempo heeft. Van verveling of lastig in het gehoor liggende liedjes is dus helemaal geen sprake, sterker nog: het zou mij niet verbazen als dit zou aanslaan bij het grote publiek. IJsland hoeft niet langer te zoeken naar een diplomaat die hun belangen kan verdedigen op het Europese continent. Jónsi weet het verlies van al het geld en de komst van wolken as in veertig minuten goed te maken. Go Jónsi!
For Music Only
