MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten ForMusicOnly als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Scouting for Girls - Everybody Wants to Be on TV (2010)

poster
3,0
In 2007 was Scouting For Girls de meest succesvolle nieuwkomer. Hun self titled debuutalbum werd meer dan één miljoen keer verkocht. Zelf hield ik destijds niet zo van dat gladde wat hun muziek, maar de laatste tijd schrikt dat mij niet meer af. Everybody Wants To Be On TV wordt voor mij dus het eerste album van deze Londense band.

This Ain't A Love Song heeft genoeg potentie om een hit te gaan worden. Erg catchy, komt gevoelig over, gladde achtergrondzang, een bombastisch gedeelte, en tot slot een jankend over the top "You'll never keep me down". Zolang je niet cynisch bent en het gewoon over je heen laat komen zonder erbij na te denken een prima nummer. Een titel als Little Miss Naughty voorspelt niet veel goeds, het intro al helemaal niet. Gelukkig overheerst de vocoder voor foute R&B en dance dat in het intro/refrein gebruikt wordt niet het hele nummer, want voor de rest loopt de tekst lekker en is het dansbaar, zelfs de vocoder went een beetje.

Goodtime Girl heeft een ingetogen intro, maar veranderd later in ook weer een dansbaar nummer met catchy elementen. Famous begint met een tune die veel weg heeft van foute zomerhits uit de jaren '90 en daar verandert het refrein met de NANANA-achtergrondzang natuurlijk helemaal niets aan. Maar dit nummer - dat gaat over al die figuren die bekend willen worden ongeacht of ze 'iets kunnen' of niet - weet dankzij dit foute geluid wel weer een beetje te boeien.

Misschien is het allemaal een beetje te gelikt. Slecht kan ik het namelijk niet noemen, maar het boeit ook niet. Origineel zijn als band is heel lastig, en dat is slechts een pre, maar wat wel mag is originaliteit binnen het album. Dat mist op Everybody Wants To Be On TV, waar de structuren en aankleding erg op elkaar lijken, waardoor er geen enkele verrassingen op staan. Silly Song heeft de drama van Snow Patrol, maar net iets te veel, leuk voor wie er van houdt, maar mij valt dan direct de echoënde achtergrondzang op en vervolgens wordt dat ook nog eens drie keer herhaalt%u2026 Dat valt mij op en dan is het gewoon irritant.

On The Radio is ook weer een erg leuk nummer als je het een beetje langs je heen laat gaan, maar wie dat niet doet zal zich snel storen aan de twee zinnen terug beschreven achtergrondzang. Blue As Your Eyes heeft een lekker hyper ritme in het couplet en een catchy refrein en ook dit heeft elementen die erg over the top zijn, maar voor de verandering stoort dit mij toch iets minder. Posh Girls beviel me erg goed en ik heb zo'n vermoeden dat fans van The Jam, net als ik, bij dit nummer zullen opkijken%u2026 Wat een gelijkenis heeft dit nummer met dat van de jaren '70 band van Paul Weller die - toevallig of niet - op dezelfde dag als Scouting For Girls zijn soloalbum releasede. Hierna volgt 1+1 dat zich onderscheidt van de rest omdat het veel minder gelikt klinkt, om af te sluiten met een passend saai nummer: Take A Chance.

'Saai' is het sleutelwoord van Everybody Wants To Be On TV. Misschien had het geholpen als ze 1+1 wat eerder op het album plaatsten, maar het voorspelbare verdwijnt daarmee niet. Mogelijk bevalt het me niet vanwege mijn smaak, want ook dit album verkoopt weer goed in Engeland, maar ik kan me niet voorstellen dat er mensen zijn die dit album wel gevarieerd vinden. Als je door de stad fietst en je bent nauwelijks op de muziek gefocused is dit album best aangenaam en er staan ook een paar nummers die het los prima kunnen doen. Maar als geheel is het gewoon een matig album van een band die volgens mij wel veel beter kan.

For Music Only

Shearwater - The Golden Archipelago (2010)

poster
4,5
Ook op eerdere albums liet Jonathan Meiburg merken dat hij een obsessie heeft voor het milieu, hier doet hij het weer. De titel van het album The Golden Archipelago doet dat al vermoeden, en door het openingsnummer Meridian is het direct duidelijk wat er met de ‘gouden archipel’ bedoeld wordt. Hier hoor je namelijk een volk zingen, het doet Afrikaans aan, maar het schijnt het volkslied te zijn van het eilandje Bikini, een atol in de Grote Oceaan. Dit eilandje is inderdaad de naamgever van de zwemkleding, maar hier werden ook in totaal twintig kernproeven gehouden wat ten koste ging van het plaatselijke milieu. Dit is dan ook de achterliggende gedachte van het album.

Maar mij gaat het uiteindelijk om de muziek zelf. Dit volkslied wordt vervolgens overstemd door een slag op de gong waarna onheilspellende drums en gitaar de zang van Jonathan Meiburg voorgaan. Het hieropvolgende Black Eyes begint met haastig pianospel en waar Meiburg in het eerste nummer een heel gevoelig stemgeluid heeft is dat hier juist heel krachtig. Een prachtig dramatisch nummer dat iets weg heeft van de Bikiniaanse (vergelijkbaar met de Afrikaanse) volkszang.

Landscape At Speed begint met een intro van wat lijkt het slaan op potten en pannen, wat volgt is een traag, enigszins monotoon nummer dat nergens echt op gang komt, maar wel een hele mooie sfeer schept. In Corridors komt de krachtige stem weer terug en na het enigszine sprookjesachtige Hidden Lakes zorgt dit noisy nummer voor de juiste afwisseling. Ook het hieropvolgende God Made Me kent korte momenten van noise in een verder melodieus nummer.

Na de terugkerende vioolgedeeltes in Runners Of The Sun volgt het prachtige hoopvolle Castaways. Weer een nummer waarin de zang Jonathan Meiburg lijkt beïnvloedt door de Afrikaanse volksmuziek. Na het eveneens prachtige An Insular Life vind ik de twee afsluitende nummers van iets mindere kwaliteit.

Met de vorige albums van Shearwater ben ik nog niet heel bekend, maar dit album heeft me er zeker benieuwd naar gemaakt. De variatie aan instrumenten en de manier waarop ze de Pacifische volksmuziek (als ik het zo kan noemen) op The Golden Archipelago gebruiken zonder dat dit het album overheerst, maken het tot een zeer geslaagd album.

For Music Only

Smile Smile - Truth on Tape (2010)

poster
3,0
Ze bestaan al een paar jaar en hun debuutalbum stamt uit 2006, Blue Roses, maar ik heb het duo uit Dallas nu ze Truth On Tape, hun tweede album, uitbrengen pas ontdekt. Dat het zolang duurde heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat hun relatie over is. Toch hebben gitarist Ryan Hamilton en pianist Jencey Hirunrusme, die ook beiden zingen, besloten door te gaan met Smile Smile. Onder voorwaarde dat dit een break-up album wordt waar beide kanten van het verhaal belicht worden.

Het openingsnummer Tempo Bledsoe is de vrolijkheid zelf, een sterk popliedje met een catchy refrein dat door iedereen meegezongen kan worden. Dit is tevens hun eerste single waarmee ze de aandacht zullen trekken. Beg You To Stay is een typisch liefdesnummer, het bevat tragiek, maar is verder zo lichtzinnig als een popliedje. Ook vind ik de hese stem van Jencey wel mooi. Dat de band uit Texas komt en opgegroeid is met countrymuziek wordt wel duidelijk met het nummer Cancer. Het is een catchy nummer waar de boodschap is: “You better live your life like I’ve got cancer” gezongen met een vet Texaans accent.

Had ik al verteld dat ze ook beïnvloed zijn door Bob Dylan. Somebody Else lijkt heel sterk op Knocking On Heavens Door en is wederom een mooi nummer waar de piano voor het eerst een belangrijke rol speelt op dit album. Het tweede deel van dit nummer, dat met zijn 3:43 minuten het langste nummer is van dit album doet me mede daarom een beetje denken aan Belle & Sebastian. Ook andere nummers en bijvoorbeeld het daaropvolgende titelnummer heeft wat weg van dit Schotse duo. Het grootste verschil is echter dat de producer heel veel met dit nummer is bezig geweest en het tekstueel weinig voorstelt.

Move Along Folks… is een erg donker nummer met een prachtig refrein, maar duurt veels te kort. Het lijkt nu wel snel minder te worden. Days Go By komt gewoon niet over, en The Attic is een tsunami van emo, die op het hele album wel aanwezig maar lang niet zo sterk als hier. In Sleepwalking ligt de emo er ook wel ik op, maar dit nummer blijft wel je aandacht vasthouden, bevat Dylanesque boosheid en een Twarres-achtig refrein. Vervolgens volgt er een Goodbey Caroline dat mij iets te zoetsappig is, maar mensen die hier van houden, kunnen dit nummer vast en zeker heel erg waarderen. Bob Dylan heb ik aan twee nummer gerelateerd, maar in vrijwel elk nummer is zijn invloed te horen. Toch is het nergens zo sterk als in het afsluitende nummer Labor Love. Ryan Hamilton’s uiterlijk heeft veel weg van deze folkzanger, maar in het meest rauwe nummer van dit album doet ook zijn stem aan de bekende protestzanger denken.

Dit brengt me tot de conclusie dat Jencey de schuldige was in de relatie, maar bovenal dat dit een folkPop album was, waarbij ik pop niet per ongeluk met een hoofdletter heb geschreven. De eerste vier nummer vind ik erg goed, hierna haalt het slechts bij vlagen dat niveau en vooral het doorschieten in de emo vind ik erg jammer. Ander punt is de houdbaarheid van dit album. Die is echt heel kort, net als de lengte van het album overigens, dat krap een half uur duurt. Ondanks al mijn kritiekpunten raad ik dit album iedereen aan. Inventief is het niet, maar met een guilty pleasure op zijn tijd is ook niets mis.

For Music Only

Spoon - Transference (2010)

poster
3,5
Spoon viert dit jaar al zijn zeventiende verjaardag, en doet dat met hun zevende album, Transference. In 2002 braken ze door. Hun album Kill The Moonlight werd een groot succes en de daaropvolgende albums Gimme Fiction (2005) en Ga Ga Ga Ga Ga (2007) zetten die trend voort. Niet iedereen is even enthousiast over Spoon, want hoewel ze het niet zullen haten, vinden sommige het een beetje te veel van hetzelfde. Met Transference is misschien voor hen ook een verschil te horen. Het is namelijk wat donkerder en ruiger. Alleen al de titels van de nummers hebben al iets pessimistisch wat voorgaande albums niet hadden. Het is niet zo dat wat Spoon Spoon maakt is verdwenen, maar bijvoorbeeld de eerste single Written in Reverse is toch iets ruiger dan wat we gewend zijn van deze band uit Austin, Texas.

De grungeliefhebbers zullen direct enthousiast zijn over dit album. Het openingsnummer Before Destruction is namelijk onverbloemde grunge! Vervolgens stelt Britt Daniel zich in een echoënde tunnel de vraag: Is Love Forever? Dit begint even plotseling als het is afgelopen, en is verder niet heel bijzonder. Vervolgens is er een zit van vijf minuten met het nummer The Mystery Zone. Een beetje onbevredigend is dit nummer wel. Je verwacht iets na het refrein dat niet komt. Het komt niet echt op gang, al wordt dit wel geprobeerd met kleine veranderingen in de melodie, maar ik kan me niet aan de gedachte onttrekken dat er iets mist.

Who Makes Your Money is een heerlijk 'trippend', ietwat funky nummer... I Saw The Light en Out Go the Lights hebben niet alleen donkere titels, maar zijn dat ook. Beiden hebben ook relatief lange instrumentele solo's (respectievelijk piano en gitaar). Goodnight Laura heeft ook weer zoiets donkers over zich heen, maar is verder wel een 'mooi rustig pianonummer'. Het één na laatste nummer, Got Nuffin, is een lekker rocknummer en één van de betere nummers van het album. Het afsluitende nummer, Nobody Gets Me But You, stelt helaas niets voor, en dat bedoel ik letterlijk, het gaat namelijk geruisloos aan me voorbij.

Nu mijn eindoordeel: laat ik zeggen dat ik het lastig vind. Het is namelijk best anders dan hun vorige albums. Het nummer Written in Reverse vind ik geweldig. Toch staan er ook een aantal nummers die niet slecht klinken, maar ook niet zo goed zijn, dat ze het tot een album maken dat je niet snel vergeet. Misschien komt dit omdat ik toch iets anders gewend ben bij Spoon, of omdat ik het album wat vaker op 'repeat' moet gaan zetten omdat het beter wordt naarmate je het meer luistert... Maar op dit moment is het gewoon niet meer, maar ook niet minder dan een leuk album, waarmee Spoon een donker zijweggetje heeft ingeslagen.

ForMusicOnly

Sufjan Stevens - The BQE (2009)

poster
5,0
Sufjan Stevens heeft mij weer verrast met een uitzonderlijk goed album. Op de cover van het album afgaand verwacht je niet veel, maar het blijkt maar weer dat schijn bedriegt. Op de cover is de The Brooklyn-Queens Expressway (The BQE, vandaar die vreemde titel) afgebeeld, de verkeersader die de inspiratie is van het album, met daarboven een onleesbare tekst in graffiti waar als ik na lang kijken alleen de titel van het album ontmaskerd heb, en er maar van uitga dat de hiërogliefen daarboven die andere naam uitbeeldt.
Zingen doet hij niet op dit album, dus de fans van Sufjan Stevens als singer-songwriter moet ik teleurstellen, tenzij ze natuurlijk net als ik ook kunnen genieten van een door een orkest uitgevoerd meesterwerk van zijn hand. Het doet klassiek aan, maar nergens is het aan 'stoffige' regels onderworpen. Er zitten pianostukken in die mij als leek in de klassieke muziek doen denken aan de nocturnes van Chopin en een strijkorkest alsof het door Debussy is gecomponeerd.
Het album lijkt te beginnen met een monotoon geluid, maar na enkele seconden deed het mij denken aan twee orkesten die in de verte door elkaar spelen. De spanning loopt langzaam op en wordt afgelost door het geschetter van blazers. Zelf luisterde ik dit in een rustige treincoupé en sloot me af van de buitenwereld, wat de volgende trip opleverde. Movement II deed mij in een klassieke sprookjeswereld belanden. Ook Movement III had dat sprookjesachtige, maar daarbij kwam ik in een Amélie-achtige setting terecht, wat misschien wel kwam omdat het bij vlagen iets weg had van de door Yann Tiersen geschreven soundtrack. De droom werd onderbroken door Movement IV. Dit is een elektronische uitvoering van Movement III waarmee hij lijkt te voorkomen dat het album wordt gekaapt door figuren die alleen de klassieke muziek hoog aanslaan, al zullen die waarschijnlijk al zijn verjaagd met de cover en het openingsnummer. Het album bestaat verder uit interludes met aan het begin een prelude en natuurlijk een postlude als afsluiter. In dit laatste nummer sterft het orkest langzaam weg, waarna je tot de conclusie komt dat je naar een briljante compositie hebt geluisterd van alleskunner in de muziek, Sufjan Stevens.

ForMusicOnly