MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten King of Dust als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Jeff Buckley - Grace (1994)

poster
5,0
Grace

Ik ontdekte Grace vorige zomer en het was een overweldigende ontdekking. De dag nadat ik de muziek voor het eerst gehoord had schafte ik de cd al aan. Grace bracht me in een staat van verliefdheid. Die zomer kon geen enkele artiest tippen aan Jeff Buckley; geen enkel album was zo goed als Grace. Ik hoefde niks anders meer te horen: aan dit album had ik genoeg. Het was het hoogst haalbare in de muziek. Een ongeëvenaard meesterwerk!

De magie die Grace toen had heeft het niet meer. Het is nu een van de ontzettend goede platen in mijn verzameling, maar toen had het een absolute nummer 1-status. Deels vind ik dat jammer. Natuurlijk wil je als muziekliefhebber verder op je muzikale ontdekkingsreis, maar een deel van me zou willen dat ik Grace voor altijd zou kunnen blijven horen als vorige zomer. Dat deel van me zou daar de kennis van alle andere geweldige muziek voor willen opgeven. Maar dat kan niet en dat is maar goed ook.

Met die sentimentele uitspatting hierboven wil ik absoluut niet zeggen dat Grace als album voor mij niet overeind is gebleven. Het tegenovergestelde is waar. Ik vind het nog steeds een grandioos meesterwerk. De muziek heeft absoluut niks aan kracht ingeboet. En over de muziek gesproken: laten we het daar nu onderhand eens over gaan hebben.

Want wat begint dit album toch mooi.
Het begint alsof de wind de muziek meeneemt over een verlaten vlakte
Naar de plek waar jij je bevindt
En het betovert meteen, je hebt als luisteraar niets meer in te brengen
Je zit stil te luisteren terwijl Jeff Buckley je als een sjamaan in een trance brengt
En wanneer hij je volle aandacht heeft, barst hij los
Want zo subtiel als het intro is, zo hartstochtelijk en ongeremd is het refrein
Je wordt heen en weer geslingerd
Even lekker losgaan in het refrein, maar dan pakt Jeff je weer bij je nekvel met die prachtige stem van hem
En hij zet je weer neer waar hij wil
Het is meteen duidelijk: Jeffs wil is wet
Hij geeft de richting aan en als luisteraar heb je hem maar te volgen
En, de luisteraar zijnde, wil ik niets liever dan dat

Een zweverig gitaarriedeltje zet Grace in
De muziek stroomt, stuwt, als een rivier
Je wordt met die stroom meegesleurd
Terwijl Jeff zingt over de dood
I'm not afraid to die
Luisterend naar hem ben ik inderdaad niet bang om te sterven
Ik wil me absoluut niet tegen die stroom verzetten
Al wacht er aan het eind een dodelijke waterval
Dan nog wil ik mee blijven stromen
En uiteindelijk komt je dan bij het eind, bij de climax
En het voelt niet als naar beneden storten
Nee, in die vrije val voel ik me juist alsof ik vlieg
Zo hoog dat ik de hemel kan aanraken

Tegen de tijd dat het nummer Grace is afgelopen ben je helemaal verkocht. Dan weet je dat je een uniek meesterwerk aan het luisteren bent, en je weet dat je dat moment moet koesteren. Het ontdekken van een echt meesterwerk maak je te weinig mee, maar toen ik Grace een jaar geleden begon te luisteren wist ik dat dit er een was.

En je wordt na Mojo Pin en Grace ook zeker niet teleurgesteld. Lied na lied grijpt Jeffs stem je naar de keel. Lied na lied wordt je verrast door de geweldige muzikale vondsten en door de kunde waarmee Jeff Buckley en zijn band telkens weer naar een geweldige climax toe werken. Maar ook de rust wordt op Grace zeker niet gemeden: het is een heel afwisselend album. Tijdens het zwoele Lilac Wine kun je heerlijk zwijmelen (en het is een zwijmelnummer van de goede soort) en op Hallelujah is Jeff even alleen te horen. Corpus Christi Carol klinkt bijna middeleeuws en bij Eternal Life spat de energie ervan af alsof het live is. Op het afwisselende Grace is slechts sprake van een constante: Jeffs geweldige stem. Of hij nu losgaat of juist ingetogen zingt: zijn stem is vervuld van een magische schoonheid die me telkens weer in vervoering brengt. Als zanger kun je hier niets anders dan respect voor hebben. Buiten dat hij gewoon een ontzettend goede stem heeft, haalt Jeff er ook echt alles uit wat er in zit. Jeff beperkt zich niet tot het zingen van bepaalde zanglijnen. Hij doet onverwachtse uithalen, rekt noten uit, speelt met de dynamiek en creëert zo de prachtige details die zijn zang zo onvergetelijk maken.

Uiteindelijk worden dan de instrumenten omgestemd voor Dream Brother. Het album krijgt een waardige afsluiter. Nog eenmaal creëren Jeff Buckley en zijn band een droom waar jij als luisteraar in mag wegzinken. Nog eenmaal wordt je vervuld van die hemelse euforie als Jeff de climax van het nummer bereikt. En nog eenmaal mag je genieten van dat verzadigde gevoel wat je krijgt als de climax geweest is en het nummer langzaam afgebouwd wordt. Op mijn versie komt daarna nog Forget Her. Ook dat nummer is zeer genietbaar. Ik vind het wel een mooie toegift na de prachtige climax in Dream Brother. Jeff zingt over hartepijn en doet dat weer vol overgave. Soms ingehouden, soms ongeremd, maar steeds vol overgave. Dan is het echt afgelopen. Grace laat me altijd bezweet achter; en ook gelukkig, omdat ik zoiets moois heb leren kennen en heb mogen ervaren.

Vorige zomer was het perfecte moment om Grace te ontdekken. De brandende zon overdag en de zwoele avonden met hun prachtige sterrenhemel, maakte de muziek nog mooier. Daarnaast werd ook alles om me heen mooier onder invloed van Jeff Buckley. Ik ging wat meer met een gelukzalige, romantische blik tegen het leven aankijken. En ik hoopte dat het nooit zo eindigen. Maar op een gegeven moment loopt de zomer toch af. Dan val je van je roze wolk en krijg je weer je broodnodige portie realiteit binnen. Ik denk dat dat het moment was dat Grace een van de parels in mijn verzameling werd, in plaats van het goddelijkste album dat ik ooit gehoord had. Deels is dat jammer. Maar aan de andere kant hoort het nou eenmaal bij magie dat die maar heel even blijft. Als iets een bepaalde glans verliest, weet je dat die glans er in ieder geval geweest is. En Grace heeft die glans gehad. Voor mij en ongetwijfeld voor velen.

Joy Division - Closer (1980)

poster
5,0
Closer

Vertrek:
Closer begint nog vrij licht (vergeleken met hoe zwaar de plaat later wordt), maar het thema is al aanwezig: de gedoemde buitenstaander. De tekst van Atrocity Exhibition is vervult van cynisme. Curtis kijkt naar de wereld en zit niks positiefs. Alleen een groot weerzinwekkend circus. Atrocity Exhibition lijkt meer een verwoording van Curtis' haat jegens de 'wereld' die anders is dan hij en waar hij zich niet thuis voelt. Maar Curtis reflecteert ook. In Isolation zingt hij: I'm ashamed of the things I've been put through, I'm ashamed of the person I am. Hij walgt van zichzelf vanwege het feit dat hij alles zo inktzwart ziet. Zijn cynische blik is deels ook Curtis' vloek en hij beseft dit. Deels zou hij veel liever, zonder na te denken, deel nemen aan het circus en zich tevreden voelen. Hij zou willen dat hij niet die trieste maan was die ver verwijderd van de aarde alles bekeek, maar dat hij deel uit maakte van die aarde, van die wereld.

Dat het echter Ian Curtis zijn vloek is dat hij dit niet kan is op Closer een onomstreden feit. Er wordt niet tegen gevochten. Op Closer klinkt Ian Curtis veelal als iemand die berust in het feit dat hij gedoemd is. Het doet hem wel pijn, maar hij doet er niets tegen omdat hij weet dat het zinloos is. Hij zingt over zijn ervaringen en zijn pijn puur om het te illustreren, maar heeft niet de illusie dat hij er iets mee kan bereiken.

Ian Curtis is als de maan die zich in een elliptische baan steeds verder van de aarde verwijdert en zich daar geheel aan overgeeft. Curtis' stem past geheel bij dit gevoel. Zijn stem is laag, berustend en klinkt soms enigszins emotieloos terwijl dat toch niet zo is. En de muziek past er zeker even goed bij. Dat steeds verder weg raken wordt geweldig weergegeven door de muziek. Isolation klinkt nog enigszins hoopvol. Dit geldt ook voor Colony en A Means To The End. Er is zeker ellende gaande, maar Curtis lijkt nog te redden. Op de tweede kant is dat gevoel geheel verdwenen. Curtis drijft dan te ver af om nog gered te kunnen worden. Hij komt ergens dichter in de buurt, maar dat iets is niet van onze wereld. Het hiernamaals is er misschien een goed woord voor.

Twenty Four Hours is wat dat betreft tekstueel een vreemde eend in de bijt omdat Curtis hier wel zingt over manieren om uit zijn neerwaartse spiraal te komen; het is misschien wel de duidelijkste tekst die hij ooit geschreven heeft. Maar muzikaal sluit het precies aan op de rest en het glimpje levenslust wat in Twenty Four Hours nog doorklinkt, is daarna meteen al weer verdwenen.

The Eternal begint.
Ruisende geluiden, Curtis drijft af naar een andere wereld.
In The Eternal wordt niet meer gezongen over 'zijn leven'. Hier gaat het over 'het bestaan'.
Het bestaan gezien vanuit het universum, de nietigheid ervan, de zinloosheid ervan, de triestheid van het idee dat het bestaan zo nietig en zinloos is.
Als je het leven zo bekijkt is niets meer de moeite waard.
Laat de dood je dan maar meteen meenemen zodat je een der talloze levenlozen wordt.

Het ruisen is misschien wel de dood.
In de muziek klinkt het troostend, verdovend.
Alsof het de dood is die wil zeggen 'Kom maar, maak je maar niet druk. Straks ben je niets meer en hoef je nergens meer op terug te kijken. Dan is alle pijn weg'.

Het leven is slechts een korte pauze tussen twee eeuwigheden.
Ian Curtis drijft verder weg van die eerste eeuwigheid, maar komt dichter bij die andere eeuwigheid.

Aankomst:
Dan begint Decades.
Curtis staat aan het slot.
Hij blikt nog eenmaal terug op zijn leven.
Hij weet dat hij niet te redden valt en verlangt nu alleen nog naar de rust.
De muziek klinkt groots, overweldigend.
Iemand die zelf voor de dood kiest, ziet hem aankomen.
Zo iemand voelt als het ware de nabijheid van die tweede eeuwigheid.
Dat is voor mij wat de muziek verbeeld: de nabijheid van die tweede eeuwigheid, de nabijheid van het einde. Als Decades eindigt hoor ik veel meer eindigen dan alleen het album.
De muziek sterft weg als een ster die langzaam uitdooft.
Met die ster zou ik Ian Curtis kunnen bedoelen, maar ik zie het ook als staande voor al het leven dat ophoudt. Alle reizen die eindigen.

Op 15 juli 1956 vertrok Ian Curtis op zijn reis. Op 18 mei 1980 kwam hij aan.
Al die tijd is hij alleen maar dichter bij gekomen.