Album nummer twee van de heren is er één die moest bewijzen dat het zeer sterke debuut geen toevalstreffer was. De opener, en kant A nemen die twijfel al meteen weg. Het album schoot destijds naar de hoogste posities in de album charts, en schopte zelfs
The Beatles - Abbey Road (1969) van de nummer 1 positie af. Dan moet je toch wel wat spierballen hebben.
1.Whole Lotta Love (5:34)
Ik denk één van de meest bekende gitaarrifs die dit nummer openen? Alleen al omdat het dit ook de openingstune was voor Top of the pops? Uiteraard ook omdat het simpelweg een fantastische rif is. Lekker overspannen, samen met Plant's zang. Goed opgefokt begin van dit album. Het psychedelische tussenstuk duurt mij wat te lang. Het moment dat Bonham de roffel inzet, en Page zijn gitaar laat spreken in de solo zit ik er weer helemaal in. Fantastische opener!
2.What Is and What Should Never Be (4:46)
Wat een mooi en ingetogen begin heeft dit nummer. Het blijft niet lang rustig, want het refrein wordt al steviger om vervolgens weer in rust te vervallen. Vooral de relaxte deel muziek bevalt me erg goed. De solo wordt er ook in gespeeld voor een deel. De overgang naar het wat steviger deel in die solo is wel om van te snoepen.
3.The Lemon Song (6:19)
Een song met een vrij sexueel getinte tekst.
squeeze me baby, till the juice runs down my leg gaat niet over een lekker potje koken. De start van de song vind ik muzikaal erg lekker. De versnelling vind ik er helaas niet lekker inpassen, en verstoort naar mijn smaak de song enigszins. Wat er na de versnelling volgt is wel weer enorm lekker. Blues achtig, en prachtige vocalen en mooi baswerk. Bonham is (zoals altijd) prachtig aanwezig, en Page duelleert met Plant. Ondanks de versnelling wel een verdomd lekker nummer.
4.Thank You (4:49)
Dit nummer kende ik eerder van
Duran Duran - Thank You (1995). Nu ik het origineel ook ken, blijf ik de Duran Duran cover een hele mooie vinden. Knap in eer gehouden. Toen ik de begin tekst hoorde deed me dat ook meteen terug denken aan de Freddie Mercury tribute, waar Robert Plant de tekst songs alvorens een slecht vertolkte Queen song te zingen (Innuendo) Dit nummer is een liefdesverklaring aan zijn (toen) vrouw. Mooie tekst, mooi nummer. Plant laat zien ook een goede tekstschrijver te zijn. Jones op de orgel geeft me het gevoel bij een kerkdienst te zitten. Past mooi in het nummer.
5.Heartbreaker (4:14)
Weer een lekker pakkende rif. De bas van Jones brult ook lekker mee. De solo in het nummer schijnt een spontane opname te zijn geweest. Mooi hoe de hele band stil valt, en Page het vinyl voor zichzelf heeft om te exceleren in wat hij zo verdomd goed kan. Daarna mag iedereen los, wat ze dan ook met beide handen aanpakken. Het rock feest is losgebarsten. Wat gaat Bonham heerlijk te werk in dit nummer!!
6.Living Loving Maid (She's Just a Woman) (2:39)
Een plotseling einde van voorgaand nummer brengt me naar dit nummer. Vergeleken met het eerder gespeelde materiaal vind ik dit nummer een stuk minder. Het is te makkelijk, en past er eigenlijk niet bij. Ik lees dat dit ook geen favoriet van Page is, en daar ben ik het dus mee eens. Even een terugval.
7.Ramble On (4:34)
Het intro wekt de indruk dat dit een lief liedje lijkt te worden, maar schijn bedriegt. Zodra Plant zijn stem al iets gaat verheffen weet ik hoe laat het is. Het refrein maakt het nummer een stuk boeiender. Mooi samenspel tussen Jones en Bonham! De tekst refereert naar Lord of the Rings, ik hoor Gollum en Mordor voro bij komen. Dat is interessant. Daar ga ik me later eens meer in verdiepen.
8.Moby Dick (4:20)
Het volgende nummer heeft ook een verwijzing naar een verhaal, net als de voorganger. Het betreft hier een instrumentaal nummer. Vooral een speeltje voor Page, totdat Bonham het spreekwoordelijke, maar ook letterlijke stokje overneemt, en ook volledig de ruimte krijgt om zijn kunsten te vertonen. Voor Bonham begrippen vind ik de solo wat mat en ingetogen. Niet slecht, maar juist bij hem zou je verwachten dat hij lekker er op los zal rammen als ie eindelijk eens de kans kreeg. Het laatste deel gebeurt dat toch ook nog wel een beetje, maar de drum sound blijf ik bescheiden vinden. Een aardige toevoeging op het album, maar geen essentiële. Ik had persoonlijk liever nog een nummer met Plant op vocalen er voor in de plaats gehad.
9.Bring It on Home (4:19)
De blues sluit de plaat af. De harmonica geeft een mooie sfeer mee aan het nummer. Dit intro is een kopie van Bring it on home van Sonny Boy Williamson. Ze hebben het als tribute op plaat gezet, maar er een hoop gezeik over gehad. Het rock deel was wel een Page/Plant compositie. Persoonlijk had ik liever gehoord dat ze die één op één cover volledig hadden afgemaakt. Dat klinkt zo enorm sterk. Hun eigen compositie is nog steeds lekker, maar nu er vergelijkingsmateriaal is, kan ik dat wel zeggen. Het eindigt zoals het begon, op de lekkerste manier.
Net als de voorganger valt dit album op door de grote klasse van alle 4 de bandleden. Iedereen valt op door wat ze enorm goed kunnen. De composities op dit album zijn vaak ook erg goed, maar als geheel net iets minder dan de voorganger. Het instrumentale Moby Dick en Living Loving Maid (She's Just a Woman) zorgen voor dit gevoel. Nog steeds wel een ruime voldoende: 4 sterren