Muziek / Toplijsten en favorieten / De artiesten top 100 van (herman)!
zoeken in:
0
Casartelli (moderator)
geplaatst: 15 september 2024, 09:34 uur
31. Kansas
(Proto~Kaw)

Favoriet album: Masque
(Before Became After)
Favoriet nummer: Miracles out of Nowhere
(Quantum Leapfrog)
Live gezien: Ja
Hoogtijdagen: 1997-heden
Ook in de lijst van: -
Zoals ik in de openingspost al schreef, houd ik sinds ergens vroeg in 1999 bij welke albums ik draai. Een beetje lijstjesfreak kan daar aan het eind van het jaar dan een mooie toplijst van maken. Vroeger maakte ik een lijst van meest gedraaide albums én meest gedraaide artiesten, maar die eerste is al jaren niet interessant meer, dus houd ik het nu bij die laatste. Dat heeft inmiddels 25 jaarlijsten opgeleverd. Een select gezelschap van 4 artiesten heeft in al die 25 jaargangen in de Top 100 gestaan. Kansas is daarvan de eerste die we tegenkomen, de andere 3 volgen nog.
Het liep langs de geijkte lijnen: Dust in the Wind stond in de Top 100 Allertijden. Of op een verzamel-cd daarvan. Of op een vergelijkbare verzamel-cd. Hij ging er als rustieke rock ballad in elk geval goed in en op zeker moment was daar de aanschaf van The Best of Kansas. Achteraf gezien een twijfelachtige verzamelaar, maar indertijd lustte ik wel pap van de heldere AOR (en dat anderhalve lange nummer) dat daarop stond. Sterker nog: het eerste echte album wat ik van ze leerde kennen was, een aantal jaar later, de nagenoeg pure AOR van Power (andermaal getriggerd door een ballad: All I Wanted). Pas later kwamen Leftoverture en Point of Know Return, nog een paar jaar later de oudjes en nog weer wat later een handzaam boxje dat de gaten vulde.
Zo was er langdurig altijd wel wat recent verworven Kansas, maar zo heeft het ook lang geduurd voor ik echt tot de essentie van deze bij vlagen toch wel fantastische band doordrong: de eerste vier albums. Op Kansas, Song for America en Masque wordt de unieke vioolprogporno ruimschoots over het voetlicht gebracht, afgewisseld met kortere, simpeler nummers. De scheidslijn tussen "het is een mooie mix zo" en "die boogienummers zijn toch wel wat sullig" is dun; op derdeling Masque is het eindplaatje in mijn oren nipt het gebalanceerdst, maar ook die plaat zal herinnerd worden om Icarus, All the World en het tweeluik Mysteries and Mayhem / The Pinnacle, zoals de eerdere albums toch vooral draaien om Journey from Mariabronn, Aperçu, Song for America en Incomudro. Leftoverture is vervolgens het schakelalbum waarop de transitie naar AOR ingezet wordt (Carry on Wayward Son, What's on My Mind), terwijl er ook nog volbloed prog-epics op staan (Cheyenne Anthem, Magnum Opus) en een nummer dat het beste van beide in zich verenigt (Miracles Out of Nowhere). Na dat eerste kwartet zit de rest in 3,0-3,5*-territorium, inclusief het album met die hitballad met die karakteristieke vioolsolo, die in retrospectief toch wel wat kitscherig naast de eerdere bijdragen van wijlen Robbie Steinhardt staat.
Ten slotte: voordat Kansas in 1974 het Kansas werd zoals we het allemaal kennen, vormde Kerry Livgren met een aantal gelijkgestemden een jazzrock-band onder dezelfde naam. Een en ander ging indertijd jammerlijk ter ziele, maar reüneerde een kleine dertig jaar later onder de naam Proto~Kaw. Eerst werd een plaat met werk uit die tijd uitgebracht en later kwamen nog drie studioalbums met nieuw werk. Een en ander zit ingeklemd tussen het lang laatste Kansasalbum Somewhere to Elsewhere en de prima comeback The Prelude Implicit en hoewel het niet helemaal als Kansas klinkt, is het op zijn minst een richting die Kansas had kunnen nemen: organische melodieuze popmuziek, gemaakt door een grote band, met een lichte progtoets. Vooral op The Wait of Glory hopeloos on-hip. En bovenal, vooral met het klimmen van mijn eigen jaren, erg prettig.
Uitgelicht nummer: Miracles out of Nowhere
(Proto~Kaw)

Favoriet album: Masque
(Before Became After)
Favoriet nummer: Miracles out of Nowhere
(Quantum Leapfrog)
Live gezien: Ja
Hoogtijdagen: 1997-heden
Ook in de lijst van: -
Zoals ik in de openingspost al schreef, houd ik sinds ergens vroeg in 1999 bij welke albums ik draai. Een beetje lijstjesfreak kan daar aan het eind van het jaar dan een mooie toplijst van maken. Vroeger maakte ik een lijst van meest gedraaide albums én meest gedraaide artiesten, maar die eerste is al jaren niet interessant meer, dus houd ik het nu bij die laatste. Dat heeft inmiddels 25 jaarlijsten opgeleverd. Een select gezelschap van 4 artiesten heeft in al die 25 jaargangen in de Top 100 gestaan. Kansas is daarvan de eerste die we tegenkomen, de andere 3 volgen nog.
Het liep langs de geijkte lijnen: Dust in the Wind stond in de Top 100 Allertijden. Of op een verzamel-cd daarvan. Of op een vergelijkbare verzamel-cd. Hij ging er als rustieke rock ballad in elk geval goed in en op zeker moment was daar de aanschaf van The Best of Kansas. Achteraf gezien een twijfelachtige verzamelaar, maar indertijd lustte ik wel pap van de heldere AOR (en dat anderhalve lange nummer) dat daarop stond. Sterker nog: het eerste echte album wat ik van ze leerde kennen was, een aantal jaar later, de nagenoeg pure AOR van Power (andermaal getriggerd door een ballad: All I Wanted). Pas later kwamen Leftoverture en Point of Know Return, nog een paar jaar later de oudjes en nog weer wat later een handzaam boxje dat de gaten vulde.
Zo was er langdurig altijd wel wat recent verworven Kansas, maar zo heeft het ook lang geduurd voor ik echt tot de essentie van deze bij vlagen toch wel fantastische band doordrong: de eerste vier albums. Op Kansas, Song for America en Masque wordt de unieke vioolprogporno ruimschoots over het voetlicht gebracht, afgewisseld met kortere, simpeler nummers. De scheidslijn tussen "het is een mooie mix zo" en "die boogienummers zijn toch wel wat sullig" is dun; op derdeling Masque is het eindplaatje in mijn oren nipt het gebalanceerdst, maar ook die plaat zal herinnerd worden om Icarus, All the World en het tweeluik Mysteries and Mayhem / The Pinnacle, zoals de eerdere albums toch vooral draaien om Journey from Mariabronn, Aperçu, Song for America en Incomudro. Leftoverture is vervolgens het schakelalbum waarop de transitie naar AOR ingezet wordt (Carry on Wayward Son, What's on My Mind), terwijl er ook nog volbloed prog-epics op staan (Cheyenne Anthem, Magnum Opus) en een nummer dat het beste van beide in zich verenigt (Miracles Out of Nowhere). Na dat eerste kwartet zit de rest in 3,0-3,5*-territorium, inclusief het album met die hitballad met die karakteristieke vioolsolo, die in retrospectief toch wel wat kitscherig naast de eerdere bijdragen van wijlen Robbie Steinhardt staat.
Ten slotte: voordat Kansas in 1974 het Kansas werd zoals we het allemaal kennen, vormde Kerry Livgren met een aantal gelijkgestemden een jazzrock-band onder dezelfde naam. Een en ander ging indertijd jammerlijk ter ziele, maar reüneerde een kleine dertig jaar later onder de naam Proto~Kaw. Eerst werd een plaat met werk uit die tijd uitgebracht en later kwamen nog drie studioalbums met nieuw werk. Een en ander zit ingeklemd tussen het lang laatste Kansasalbum Somewhere to Elsewhere en de prima comeback The Prelude Implicit en hoewel het niet helemaal als Kansas klinkt, is het op zijn minst een richting die Kansas had kunnen nemen: organische melodieuze popmuziek, gemaakt door een grote band, met een lichte progtoets. Vooral op The Wait of Glory hopeloos on-hip. En bovenal, vooral met het klimmen van mijn eigen jaren, erg prettig.
Uitgelicht nummer: Miracles out of Nowhere
1
geplaatst: 15 september 2024, 09:48 uur
Mijn Kansas 
In de 2e helft van de jaren '70 was ik echt idolaat van Kansas en ik begon nog wel net kennis met punk en New wave te maken.
Steve Walsh was de beste zanger van de wereld en geen betere songsmid dan Kerry Livgren.
Livgren beschouw ik nu niet meer als beste componist ( maar nog steeds wel een grote) maar de Steve Walsh uit met name de jaren ' 70 blijft wel overeind als favoriete zanger.
Zeker de eerste 5 albums zijn bij mij nog steeds favoriet met de koppositie voor Song for America op de voet gevolgd door Point of Know Return,.
Tja Kansas zou bij mij een flink stuk hoger staan.

In de 2e helft van de jaren '70 was ik echt idolaat van Kansas en ik begon nog wel net kennis met punk en New wave te maken.
Steve Walsh was de beste zanger van de wereld en geen betere songsmid dan Kerry Livgren.
Livgren beschouw ik nu niet meer als beste componist ( maar nog steeds wel een grote) maar de Steve Walsh uit met name de jaren ' 70 blijft wel overeind als favoriete zanger.
Zeker de eerste 5 albums zijn bij mij nog steeds favoriet met de koppositie voor Song for America op de voet gevolgd door Point of Know Return,.
Tja Kansas zou bij mij een flink stuk hoger staan.
3
Casartelli (moderator)
geplaatst: 15 september 2024, 22:53 uur
30. IQ

Favoriet album: The Wake
Favoriet nummer: The Wake
Live gezien: Ja
Hoogtijdagen: 2004-heden
Ook in de lijst van: -
Martin Orford kwam eerder al solo en met Jadis langs en hier is hij dan met zijn hoofdband (tot 2007 dan toch). IQ kan, met (oorspronkelijk) zijn Genesis-echo's en zijn slepende gitaar- en toetsensolo's, goed voor de ultieme neoprogband doorgaan. Weliswaar in de jaren '80 hooguit als eerste onder gelijken (waarvan er enkele nog komen, maar bijvoorbeeld Abel Ganz, Pallas en Pendragon niet meer), maar meer dan de concurrentie wisten ze zich in de jaren '90 en '00 binnen de eigen niche door te ontwikkelen.
Aanvankelijk was het maar een kort avontuur: twee albums werden in de min-of-meer oorspronkelijke bezetting opgenomen, maar dat zijn dan ook twee neoprogklassiekers. De eerste leunt op het twintig minuten klokkende The Last Human Gateway, terwijl The Wake meer in de breedte overtuigt. Het is neoprog volgens het boekje, al zijn de punkinvloeden erg beperkt. Productioneel houdt het niet over en de stem van Peter Nicholls is ook een wel erg scharrige versie van die van Peter Gabriel. Bij nummers als Outer Limits, The Wake, Widow's Peak en Headlong ligt in de krakkemikkigheid echter juist een deel van de charme.
Met nieuwe zanger Paul Menel worden vervolgens twee albums gemaakt die deels een poppier richting volgen, met de kennelijke bedoeling een hit te scoren (ook geen uitzonderlijk gegeven). En hoewel ik uiteindelijk in het reine gekomen ben met de over the top single Promises (As the Years Go By), zullen ook deze albums vooral herinnerd worden om nummers als Human Nature, Nostalgia / Falling Apart at the Seams en vooral Common Ground.
Het had hier einde verhaal kunnen zijn, maar Peter Nicholls keert terug op het oude nest, neemt in de loop der tijd wat extra zanglessen, het productiebudget gaat omhoog en in de ogen van velen begint de echte bloei van de band hier pas. Het lijkt IQ soepel af te gaan om albums met hoge herkenbaarheid, maar ook een doorgaans hoog niveau (al moet hun eerste album helemaal zonder minpunten nog gemaakt worden) af te leveren. Opmerkelijk zijn in mijn oren de nummers van een minuut of tien die zo natuurlijk als epic bestaan dat je achteraf het gevoel hebt gewoon naar een nummer van een minuut of vier, vijf te hebben geluisterd (The Darkest Hour, The Wrong Side of Weird, Sacred Sound, Frequency - ja, ze openen er vaak mee). Ook dubbelaar Subterranea is net niet topzwaar; het duurt tot het uit 2014 stammende The Road of Bones dat voor mij de herkenbaarheid overgaat in "ik heb dit eerder en beter gehoord". Tot daar staat er een fraai repertoire.
Uitgelicht nummer: The Wake

Favoriet album: The Wake
Favoriet nummer: The Wake
Live gezien: Ja
Hoogtijdagen: 2004-heden
Ook in de lijst van: -
Martin Orford kwam eerder al solo en met Jadis langs en hier is hij dan met zijn hoofdband (tot 2007 dan toch). IQ kan, met (oorspronkelijk) zijn Genesis-echo's en zijn slepende gitaar- en toetsensolo's, goed voor de ultieme neoprogband doorgaan. Weliswaar in de jaren '80 hooguit als eerste onder gelijken (waarvan er enkele nog komen, maar bijvoorbeeld Abel Ganz, Pallas en Pendragon niet meer), maar meer dan de concurrentie wisten ze zich in de jaren '90 en '00 binnen de eigen niche door te ontwikkelen.
Aanvankelijk was het maar een kort avontuur: twee albums werden in de min-of-meer oorspronkelijke bezetting opgenomen, maar dat zijn dan ook twee neoprogklassiekers. De eerste leunt op het twintig minuten klokkende The Last Human Gateway, terwijl The Wake meer in de breedte overtuigt. Het is neoprog volgens het boekje, al zijn de punkinvloeden erg beperkt. Productioneel houdt het niet over en de stem van Peter Nicholls is ook een wel erg scharrige versie van die van Peter Gabriel. Bij nummers als Outer Limits, The Wake, Widow's Peak en Headlong ligt in de krakkemikkigheid echter juist een deel van de charme.
Met nieuwe zanger Paul Menel worden vervolgens twee albums gemaakt die deels een poppier richting volgen, met de kennelijke bedoeling een hit te scoren (ook geen uitzonderlijk gegeven). En hoewel ik uiteindelijk in het reine gekomen ben met de over the top single Promises (As the Years Go By), zullen ook deze albums vooral herinnerd worden om nummers als Human Nature, Nostalgia / Falling Apart at the Seams en vooral Common Ground.
Het had hier einde verhaal kunnen zijn, maar Peter Nicholls keert terug op het oude nest, neemt in de loop der tijd wat extra zanglessen, het productiebudget gaat omhoog en in de ogen van velen begint de echte bloei van de band hier pas. Het lijkt IQ soepel af te gaan om albums met hoge herkenbaarheid, maar ook een doorgaans hoog niveau (al moet hun eerste album helemaal zonder minpunten nog gemaakt worden) af te leveren. Opmerkelijk zijn in mijn oren de nummers van een minuut of tien die zo natuurlijk als epic bestaan dat je achteraf het gevoel hebt gewoon naar een nummer van een minuut of vier, vijf te hebben geluisterd (The Darkest Hour, The Wrong Side of Weird, Sacred Sound, Frequency - ja, ze openen er vaak mee). Ook dubbelaar Subterranea is net niet topzwaar; het duurt tot het uit 2014 stammende The Road of Bones dat voor mij de herkenbaarheid overgaat in "ik heb dit eerder en beter gehoord". Tot daar staat er een fraai repertoire.
Uitgelicht nummer: The Wake
1
geplaatst: 16 september 2024, 05:46 uur
Ja, dat is me wel weer een mooi rijtje. Weinig tijd, dus ik kan er slechts kort bij stilstaan, maar Talk Talk, Pink Floyd en vooral Kansas zijn all-time favorieten van me. Talk Talk vond ik - zoals zovelen in de jaren tachtig - aanvankelijk een smaakvolle hitparadegroep, meeliftend op de trend van pop- en synthbandjes die erg dominant waren in die tijd (niet geheel toevallig waren ze bij EMI geïntroduceerd door de leden van Duran Duran). De band viel me positief op door het inzetten van ook akoestische instrumenten, ongewone (dieren)geluiden en de klagende zangstem van Mark Hollis.
Toch bevatte The colour of spring naast twee hitsingles ook een tweetal nummers die al een goede indicatie vormden van waar deze band heen zou gaan qua ontwikkeling. En uiteindelijk zijn ze muzikaal op een heel ander spoor uitgekomen dan waar ze begonnen. Ik ben ze blijven volgen, en misschien is de ontwikkeling van de band ook wel van invloed geweest op de verbreding en verdieping van mijn muzikale smaak, want die liep in die jaren aardig gelijk op. Gek genoeg heb ik nooit zoveel gehad met hun debuutalbum; dat heb ik pas jaren later - ergens in de 90's - aangeschaft.
Pink Floyd, tja, what to say? Helden zijn het. Ook zo'n band die ik altijd ben blijven volgen, al kwamen ze pas echt mijn leven binnen ten tijde van The Wall. Dark side of the moon was zo'n plaat die 'iedereen' in huis had en die je bij oudere muziekvrienden overal kon horen. Daar was ik dus al enigszins vertrouwd mee, net als Wish you were here. Vooral die laatste was midden jaren zeventig echt nog niet besteed aan mijn ontluikende muzikale oortjes, die zich rond die tijd voornamelijk op de Top 40 toespitsten.
Dat veranderde allemaal met The wall. Die dubbelaar leverde een joekel van een hitsingle op, dus Pink Floyd was daarmee definitief onontkoombaar. Ik kocht de plaat vrij kort na verschijnen, medio 1980 en draaide 'm dusdanig grijs dat ik 'm nog nog vrijwel uit het hoofd ken. Dark side of the moon en wishing you were here volgden korte tijd later en naderhand heb ik vrijwel de gehele discografie, inclusief solowerk van Waters en Gilmour, in huis gehaald. Hun psychedelische begin spreekt me minder aan; voor mij begint het pas echt met Atom heart mother. Maar ik vind het wel interessant om van daaruit hun muzikale ontwikkeling vanaf het begin te volgen en te begrijpen.
Porcupine Tree: tja, de band is een 'critics darling' en geniet inmiddels ook bij veel symfo-fans een grote aanhang. Maar ik heb het er niet zo op. Op aanraden van vrienden wel geprobeerd (ik heb alleen In absentia en Fear of a blank planet, alsmede het fraaie The raven van Steven Wilson - naar mijn idee de platen die ik het beste kan 'hebben'). Maar het kwartje is nog niet echt gevallen. Ik erken de kwaliteiten, maar de band neigt me met iets teveel naar de kant van de alternatieve rock en invloeden van Radiohead. En daar heb ik het door de bank genomen nooit zo op. Misschien verandert het ooit nog eens, maar de animo om er weer eens naar te gaan luisteren staat op een laag pitje.
Bij Kansas wil ik wat uitgebreider stilstaan, en ook op IQ wil ik nog wel even inhaken. Wordt dus vervolgd.
Toch bevatte The colour of spring naast twee hitsingles ook een tweetal nummers die al een goede indicatie vormden van waar deze band heen zou gaan qua ontwikkeling. En uiteindelijk zijn ze muzikaal op een heel ander spoor uitgekomen dan waar ze begonnen. Ik ben ze blijven volgen, en misschien is de ontwikkeling van de band ook wel van invloed geweest op de verbreding en verdieping van mijn muzikale smaak, want die liep in die jaren aardig gelijk op. Gek genoeg heb ik nooit zoveel gehad met hun debuutalbum; dat heb ik pas jaren later - ergens in de 90's - aangeschaft.
Pink Floyd, tja, what to say? Helden zijn het. Ook zo'n band die ik altijd ben blijven volgen, al kwamen ze pas echt mijn leven binnen ten tijde van The Wall. Dark side of the moon was zo'n plaat die 'iedereen' in huis had en die je bij oudere muziekvrienden overal kon horen. Daar was ik dus al enigszins vertrouwd mee, net als Wish you were here. Vooral die laatste was midden jaren zeventig echt nog niet besteed aan mijn ontluikende muzikale oortjes, die zich rond die tijd voornamelijk op de Top 40 toespitsten.
Dat veranderde allemaal met The wall. Die dubbelaar leverde een joekel van een hitsingle op, dus Pink Floyd was daarmee definitief onontkoombaar. Ik kocht de plaat vrij kort na verschijnen, medio 1980 en draaide 'm dusdanig grijs dat ik 'm nog nog vrijwel uit het hoofd ken. Dark side of the moon en wishing you were here volgden korte tijd later en naderhand heb ik vrijwel de gehele discografie, inclusief solowerk van Waters en Gilmour, in huis gehaald. Hun psychedelische begin spreekt me minder aan; voor mij begint het pas echt met Atom heart mother. Maar ik vind het wel interessant om van daaruit hun muzikale ontwikkeling vanaf het begin te volgen en te begrijpen.
Porcupine Tree: tja, de band is een 'critics darling' en geniet inmiddels ook bij veel symfo-fans een grote aanhang. Maar ik heb het er niet zo op. Op aanraden van vrienden wel geprobeerd (ik heb alleen In absentia en Fear of a blank planet, alsmede het fraaie The raven van Steven Wilson - naar mijn idee de platen die ik het beste kan 'hebben'). Maar het kwartje is nog niet echt gevallen. Ik erken de kwaliteiten, maar de band neigt me met iets teveel naar de kant van de alternatieve rock en invloeden van Radiohead. En daar heb ik het door de bank genomen nooit zo op. Misschien verandert het ooit nog eens, maar de animo om er weer eens naar te gaan luisteren staat op een laag pitje.
Bij Kansas wil ik wat uitgebreider stilstaan, en ook op IQ wil ik nog wel even inhaken. Wordt dus vervolgd.
2
Casartelli (moderator)
geplaatst: 17 september 2024, 23:12 uur
29. Anathema

Favoriet album: Alternative 4
Favoriet nummer: Regret
Live gezien: Ja
Hoogtijdagen: 2005-heden
Ook in de lijst van: -
Anathema volgde grofweg de route die eerder in deze lijst Green Carnation aflegde en die misschien verderop nog wel eens terugkomt: van doom metal via meer melodieuze alternatieve nog steeds stevige progrock naar een welhaast familievriendelijke eindfase.
Die middelste fase is hier favoriet. 't Is overigens ook de fase waarin ik instapte, maar het is in dit geval toch wel lastig daar een sterk causaal verband in te zien. Na een enigszins valse start met A Natural Disaster, maakte Judgement een veel betere eerste indruk en met Alternative 4 en A Fine Day to Exit waren de hoogtijdagen compleet. Op dat moment was de band al enige tijd gestopt, dus toen er op zeker moment toch een optreden in Het Patronaat was, ging ik daar verheugd heen - nota bene met een Progwereld-gastenlijstplek. Volgens de begeleidende tekst (met tags "atmosferisch" en "beuken") zou de band ook altijd nog de nodige heftige oude nummers spelen. Dat viel wel wat mee; de Roy Harper-cover Hope van het derde album was ook toen al het oudste nummer, maar er kwam een aardige dwarsdoorsnede van het toen recente Anathemawerk langs... en ook één nieuw nummer dat wat vreemd opgewekt klonk tussen de natuurlijke doom en gloom van de band. Het werd - ook door mij - wat lauw ontvangen.
Dat de bandleden in een andere levensfase hun muziek niet meer vol adolescente angst en droefenis stopten, valt te billijken en op de eerste twee nieuwe albums (We're Here Because We're Here en Weather Systems) valt nog best het nodige te genieten, maar met de nieuwe grondtoon van de band kwam ik toch moeilijk helemaal in het reine. Een concert waarin zangeres Lee Douglas ineens een hoofdrol in de band bleek te hebben gekregen, hielp niet mee. Des te contenter ben ik dat ik de band net op tijd ontdekt heb om dat Patronaatconcert mee te maken.
Overigens is Regret dus het beste nummer dat Anathema gemaakt heeft. Het beste nummer dat ze niet gemaakt hebben is Second Life Syndrome van Riverside. Omdat die band voor de rest overwegend gewogen en te licht bevonden is, beperk ik me tot deze zijdelingse vermelding.
Uitgelicht nummer: Feel

Favoriet album: Alternative 4
Favoriet nummer: Regret
Live gezien: Ja
Hoogtijdagen: 2005-heden
Ook in de lijst van: -
Anathema volgde grofweg de route die eerder in deze lijst Green Carnation aflegde en die misschien verderop nog wel eens terugkomt: van doom metal via meer melodieuze alternatieve nog steeds stevige progrock naar een welhaast familievriendelijke eindfase.
Die middelste fase is hier favoriet. 't Is overigens ook de fase waarin ik instapte, maar het is in dit geval toch wel lastig daar een sterk causaal verband in te zien. Na een enigszins valse start met A Natural Disaster, maakte Judgement een veel betere eerste indruk en met Alternative 4 en A Fine Day to Exit waren de hoogtijdagen compleet. Op dat moment was de band al enige tijd gestopt, dus toen er op zeker moment toch een optreden in Het Patronaat was, ging ik daar verheugd heen - nota bene met een Progwereld-gastenlijstplek. Volgens de begeleidende tekst (met tags "atmosferisch" en "beuken") zou de band ook altijd nog de nodige heftige oude nummers spelen. Dat viel wel wat mee; de Roy Harper-cover Hope van het derde album was ook toen al het oudste nummer, maar er kwam een aardige dwarsdoorsnede van het toen recente Anathemawerk langs... en ook één nieuw nummer dat wat vreemd opgewekt klonk tussen de natuurlijke doom en gloom van de band. Het werd - ook door mij - wat lauw ontvangen.
Dat de bandleden in een andere levensfase hun muziek niet meer vol adolescente angst en droefenis stopten, valt te billijken en op de eerste twee nieuwe albums (We're Here Because We're Here en Weather Systems) valt nog best het nodige te genieten, maar met de nieuwe grondtoon van de band kwam ik toch moeilijk helemaal in het reine. Een concert waarin zangeres Lee Douglas ineens een hoofdrol in de band bleek te hebben gekregen, hielp niet mee. Des te contenter ben ik dat ik de band net op tijd ontdekt heb om dat Patronaatconcert mee te maken.
Overigens is Regret dus het beste nummer dat Anathema gemaakt heeft. Het beste nummer dat ze niet gemaakt hebben is Second Life Syndrome van Riverside. Omdat die band voor de rest overwegend gewogen en te licht bevonden is, beperk ik me tot deze zijdelingse vermelding.
Uitgelicht nummer: Feel
4
Casartelli (moderator)
geplaatst: 18 september 2024, 23:08 uur
28. Magazine

Favoriet album: Secondhand Daylight
Favoriet nummer: The Light Pours Out of Me
Live gezien: Nee
Hoogtijdagen: 2011-heden
Ook in de lijst van: -
Bij deze nog een hoge notering die nagenoeg volledig op slechts twee albums leunt. En voor mij een echte MusicMeterband.
Ergens tussen het mystieke van Roxy Music en de vermeende Sturm und Drang van de punk had oud-Buzzcock Howard Devoto zijn band Magazine. Het wat puntiger Real Life en het meer gelaagde Secondhand Daylight zijn samen goed voor een kleine anderhalf uur volstrekt tijdloze muziek. Getriggerd door enkele noteringen in de MuMeLadder (met The Light Pours Out of Me als ultiem vlaggenschip), alwaar het aantal Magazine-noteringen 15 jaar geleden nog wat terechter was dan heden ten dage, begon ik bij Play, maar de heilige twee kwamen er snel achteraan. Op Real Life beklijven de uptempo nummers het meest (naast de 'hit' ook Definitive Gaze (je hoort gewoon meteen dat het goed zit) en Shot by Both Sides), terwijl op Secondhand Daylight het plaatje wat gemengder is, met het epische Back to Nature, het luchtige Talk to the Body, het onderschatte Cut Out Shapes en - goede wijn behoeft geen krans - opener en afsluiter Feed the Enemy en Permafrost.
En toen was de koek verkruimeld. The Correct Use of Soap klinkt veel aardser, meer rechttoe-rechtaan en meer gedateerd. Wat daar nog na kwam... ik kan er beslist naar luisteren en dat doe ik ook af en toe. Er is alleen nagenoeg niks van blijven hangen.
Uitgelicht nummer: Cut Out Shapes

Favoriet album: Secondhand Daylight
Favoriet nummer: The Light Pours Out of Me
Live gezien: Nee
Hoogtijdagen: 2011-heden
Ook in de lijst van: -
Bij deze nog een hoge notering die nagenoeg volledig op slechts twee albums leunt. En voor mij een echte MusicMeterband.
Ergens tussen het mystieke van Roxy Music en de vermeende Sturm und Drang van de punk had oud-Buzzcock Howard Devoto zijn band Magazine. Het wat puntiger Real Life en het meer gelaagde Secondhand Daylight zijn samen goed voor een kleine anderhalf uur volstrekt tijdloze muziek. Getriggerd door enkele noteringen in de MuMeLadder (met The Light Pours Out of Me als ultiem vlaggenschip), alwaar het aantal Magazine-noteringen 15 jaar geleden nog wat terechter was dan heden ten dage, begon ik bij Play, maar de heilige twee kwamen er snel achteraan. Op Real Life beklijven de uptempo nummers het meest (naast de 'hit' ook Definitive Gaze (je hoort gewoon meteen dat het goed zit) en Shot by Both Sides), terwijl op Secondhand Daylight het plaatje wat gemengder is, met het epische Back to Nature, het luchtige Talk to the Body, het onderschatte Cut Out Shapes en - goede wijn behoeft geen krans - opener en afsluiter Feed the Enemy en Permafrost.
En toen was de koek verkruimeld. The Correct Use of Soap klinkt veel aardser, meer rechttoe-rechtaan en meer gedateerd. Wat daar nog na kwam... ik kan er beslist naar luisteren en dat doe ik ook af en toe. Er is alleen nagenoeg niks van blijven hangen.
Uitgelicht nummer: Cut Out Shapes
1
Casartelli (moderator)
geplaatst: 20 september 2024, 09:28 uur
27. Black Mountain

Favoriet album: IV
Favoriet nummer: You Can Dream
Live gezien: Ja
Hoogtijdagen: 2015-heden
Ook in de lijst van: -
Black Mountain is lang een beetje onder mijn radar gebleven. Weliswaar hoorde ik In the Future rond het uitkomen (2008), maar de Black Sabbath meets Pink Floyd retro(prog)rock maakte toen een indruk die vrij goed was, maar kennelijk niet goed genoeg. De wat modernere opvolger, Wilderness Heart, was ook leuk, maar ook na aanschaf van beide op cd, ging het in eerste instantie niet echt snel.
Ik kan dan ook niet helemaal reproduceren waarom er, ongeveer een jaartje voor het uitkomen van hun magnum opus, IV, ineens wel al momentum was, zodat ik er bij die legendarische vierdeling ook meteen bovenop zat - het meest waarschijnlijk is dat het kaartje voor het concert in de Melkweg, dat ik een beetje op de gok gekocht had (ik ging indertijd wat meer naar (vooral lokale) concerten, omdat ik nog niet aan festivals deed) al een tijdje binnen was en dat ik daarom de albums wat vaker begon te draaien. Het debuut kwam ook in de collectie en misschien had ik het nieuwe album net één keer gehoord voor het concert... En dat werd een sensatie! De riff van openingsnummer Mothers of the Sun is terecht al veel gememoreerd en het was dan ook een voor de hand liggende concertopener. De rest van de plaat, waar een wat nadrukkelijker jaren '80 saus over de nog steeds klassieke hardrock lag, overdonderde live nauwelijks minder, maar ook voor bepaalde oudjes (Don't Run Our Hearts Around!) was dit concert het definitieve ontdekkingsmoment.
Van Black Mountains vierde is inmiddels het nieuwste ook alweer af, maar voor mij is het nog altijd het meest opwindende album van de afgelopen tien jaar. Dat opvolger Destroyer op zijn zachtst gezegd een stuk minder was, is de band voorzichtig vergeven. Of er ooit nog een goede revanche komt? We hopen er het beste van.
Uitgelicht nummer: You Can Dream

Favoriet album: IV
Favoriet nummer: You Can Dream
Live gezien: Ja
Hoogtijdagen: 2015-heden
Ook in de lijst van: -
Black Mountain is lang een beetje onder mijn radar gebleven. Weliswaar hoorde ik In the Future rond het uitkomen (2008), maar de Black Sabbath meets Pink Floyd retro(prog)rock maakte toen een indruk die vrij goed was, maar kennelijk niet goed genoeg. De wat modernere opvolger, Wilderness Heart, was ook leuk, maar ook na aanschaf van beide op cd, ging het in eerste instantie niet echt snel.
Ik kan dan ook niet helemaal reproduceren waarom er, ongeveer een jaartje voor het uitkomen van hun magnum opus, IV, ineens wel al momentum was, zodat ik er bij die legendarische vierdeling ook meteen bovenop zat - het meest waarschijnlijk is dat het kaartje voor het concert in de Melkweg, dat ik een beetje op de gok gekocht had (ik ging indertijd wat meer naar (vooral lokale) concerten, omdat ik nog niet aan festivals deed) al een tijdje binnen was en dat ik daarom de albums wat vaker begon te draaien. Het debuut kwam ook in de collectie en misschien had ik het nieuwe album net één keer gehoord voor het concert... En dat werd een sensatie! De riff van openingsnummer Mothers of the Sun is terecht al veel gememoreerd en het was dan ook een voor de hand liggende concertopener. De rest van de plaat, waar een wat nadrukkelijker jaren '80 saus over de nog steeds klassieke hardrock lag, overdonderde live nauwelijks minder, maar ook voor bepaalde oudjes (Don't Run Our Hearts Around!) was dit concert het definitieve ontdekkingsmoment.
Van Black Mountains vierde is inmiddels het nieuwste ook alweer af, maar voor mij is het nog altijd het meest opwindende album van de afgelopen tien jaar. Dat opvolger Destroyer op zijn zachtst gezegd een stuk minder was, is de band voorzichtig vergeven. Of er ooit nog een goede revanche komt? We hopen er het beste van.
Uitgelicht nummer: You Can Dream
1
geplaatst: 20 september 2024, 12:27 uur
Even bijbenen, al blijft de categorie "volslagen onbekend" groeien.
BLACK MOUNTAIN: volslagen onbekend.
MAGAZINE: heb de eerste twee in huis maar nog nooit met de volle aandacht beluisterd.
ANATHEMA: deze naam ken ik wel maar een groep die me op basis van hun artwork niet aansprak.
Ik bedoel: op den duur meen je aan de hoezen te kunnen zien of bands wel of niet in je straatje liggen.
IQ: ik ben geabonneerd op het YouTube kanaal van hun voormalige drummer Andy Edwards.
Ik hou van de video's waarin hij diep in de muziek(geschiedenis) duikt maar ben minder fan van zijn humor.
Toch gek: hoewel ik geen progger ben, lijken de proggers mij wel de meest toegewijde YouTubers.
KANSAS: All I need is dust in the wind. (flauw grapje)
Band waar de Amerikaanse melomanen hoog mee oplopen (net als met Blue Oyster Cult).
PORCUPINE TREE: Ik volg The Album Years op YouTube maar vind podcast host Steven Wilson een eikeltje.
TALK TALK: Intrigerende muzikant, die Mark Hollis. Spirit of Eden is zonder twijfel een meesterwerk maar gaat voor mij net één stapje te ver waardoor ik The Colour Of Spring als zijn meesterwerk beschouw. En It's My Life moet daar op een paar tracks van kant 2 na nauwelijks voor onderdoen.
PINK FLOYD: De Syd Barrett periode en daarna van Atom Heart Mother tot The Wall. Dat volstaat.
IRON MAIDEN: Het is nooit wat geworden tussen Iron Maiden en mezelf.
Bij een band als Metallica viel de euro wel, bij Iron Maiden dus niet.
ANEKDOTEN: volslagen onbekend
SUPERTRAMP: goed voor vier geweldige langspelers op een rij.
ULTRAVOX: niet subliem maar de eerste vier Ure platen zijn wel degelijk genoeg om te koesteren.
STRANGLERS: Van Rattus tot Dreamtime gewoon geweldig. 10 was een koude douche.
ECHOLYN: volslagen onbekend
KAYAK: Veel verder dan Ruthless Queen kom ik niet. Ik vroeg me af of Casartelli ooit van Machiavel gehoord heeft? Op haar eerste drie albums progrock uit België. Nadien gitaar gedreven Belpop.
Machiavel - MusicMeter.nl
BLACK MOUNTAIN: volslagen onbekend.
MAGAZINE: heb de eerste twee in huis maar nog nooit met de volle aandacht beluisterd.
ANATHEMA: deze naam ken ik wel maar een groep die me op basis van hun artwork niet aansprak.
Ik bedoel: op den duur meen je aan de hoezen te kunnen zien of bands wel of niet in je straatje liggen.
IQ: ik ben geabonneerd op het YouTube kanaal van hun voormalige drummer Andy Edwards.
Ik hou van de video's waarin hij diep in de muziek(geschiedenis) duikt maar ben minder fan van zijn humor.
Toch gek: hoewel ik geen progger ben, lijken de proggers mij wel de meest toegewijde YouTubers.
KANSAS: All I need is dust in the wind. (flauw grapje)
Band waar de Amerikaanse melomanen hoog mee oplopen (net als met Blue Oyster Cult).
PORCUPINE TREE: Ik volg The Album Years op YouTube maar vind podcast host Steven Wilson een eikeltje.
TALK TALK: Intrigerende muzikant, die Mark Hollis. Spirit of Eden is zonder twijfel een meesterwerk maar gaat voor mij net één stapje te ver waardoor ik The Colour Of Spring als zijn meesterwerk beschouw. En It's My Life moet daar op een paar tracks van kant 2 na nauwelijks voor onderdoen.
PINK FLOYD: De Syd Barrett periode en daarna van Atom Heart Mother tot The Wall. Dat volstaat.
IRON MAIDEN: Het is nooit wat geworden tussen Iron Maiden en mezelf.
Bij een band als Metallica viel de euro wel, bij Iron Maiden dus niet.
ANEKDOTEN: volslagen onbekend
SUPERTRAMP: goed voor vier geweldige langspelers op een rij.
ULTRAVOX: niet subliem maar de eerste vier Ure platen zijn wel degelijk genoeg om te koesteren.
STRANGLERS: Van Rattus tot Dreamtime gewoon geweldig. 10 was een koude douche.
ECHOLYN: volslagen onbekend
KAYAK: Veel verder dan Ruthless Queen kom ik niet. Ik vroeg me af of Casartelli ooit van Machiavel gehoord heeft? Op haar eerste drie albums progrock uit België. Nadien gitaar gedreven Belpop.
Machiavel - MusicMeter.nl
0
Casartelli (moderator)
geplaatst: 21 september 2024, 12:10 uur
dazzler schreef:
Even bijbenen, al blijft de categorie "volslagen onbekend" groeien.
Ik vermoed zomaar dat die laatste categorie in het hoogste kwartiel weer wat krimpt.Even bijbenen, al blijft de categorie "volslagen onbekend" groeien.
Van Machiavel heb ik nog nooit gehoord. Op grond van het stemmenaantal lijk ik daarvoor geëxcuseerd te zijn. Maar een mentale note is gemaakt. Sowieso moest ik na afloop de reacties nog maar eens rustig doorlezen en mentale notes in fysieke notes veranderen.
De abonnering op een Youtube-kanaal van Andy Edwards verrast me dan wel weer - leek me buiten de harde progkern nou ook weer niet zo'n grote meneer. Zo zie je maar weer...
5
Casartelli (moderator)
geplaatst: 21 september 2024, 12:11 uur
26. Steeleye Span

Favoriet album: All Around My Hat
Favoriet nummer: Batchelors Hall
Live gezien: Ja
Hoogtijdagen: levenslang
Ook in de lijst van: -
Steeleye Span is er in mijn beleving altijd geweest. In mijn ouderlijk huis stonden drie elpees, "de witte", "de groene" en "de blauwe" en dit drietal is zo integraal onderdeel van mijn muzikale paplepel dat elk betoog over de twijfelachtigheid van traditionals op jaren '70 rock of het selloutgehalte van All Around My Hat (het nummer, het album, of allebei) op voorhand in dorre aarde valt. Dat er een groot verschil zit tussen de door producer Mike Batt ingekleurde bombastische rock van de eerste twee en de meer traditionalistische, epische folk met een hoofdrol voor accordeonist John Kirkpatrick... dat zijn van die details die je veel later pas opvallen. Ik kan me in bochten wringen om favorieten uit alle hoeken en gaten op te sommen, maar als ik mijn hart volg, blijf ik gewoon hangen bij de heavy rock van Sum Waves (Tunes) en The Wife of Usher's Well, het apocalyptische Dance with Me, het überbombastische Batchelors Hall, de fraaie traagheid van Awake Awake, het epische The Victory... en Rocket Cottage is meer een totaalgevoel, met wat minder hoge individuele uitschieters.
Steeleye Span is dus veel jeugdsentiment, wat tot uiting komt in de doorgaans lagere waardering van de diverse albums die ik later leerde kennen, met Parcel of Rogues als grote gunstige uitzondering. De diverse mannelijke vocalen gaan er hier goed in (met het volledig a capella Sweep Chimney Sweep als curieuze blikvanger), maar Maddy Prior steelt de show allicht het meest - zonder of met kritische distantie tot die vroege muzikale herinneringen.
In dezelfde categorie, maar dan van eigen bodem, hoorde ook Fungus ("de groene" en "de blauwe") tot de muzikale paplepel, maar het uitlekgewicht daarvan is toch niet helemaal Top 100-waardig.
Uitgelicht nummer: Batchelors Hall

Favoriet album: All Around My Hat
Favoriet nummer: Batchelors Hall
Live gezien: Ja
Hoogtijdagen: levenslang
Ook in de lijst van: -
Steeleye Span is er in mijn beleving altijd geweest. In mijn ouderlijk huis stonden drie elpees, "de witte", "de groene" en "de blauwe" en dit drietal is zo integraal onderdeel van mijn muzikale paplepel dat elk betoog over de twijfelachtigheid van traditionals op jaren '70 rock of het selloutgehalte van All Around My Hat (het nummer, het album, of allebei) op voorhand in dorre aarde valt. Dat er een groot verschil zit tussen de door producer Mike Batt ingekleurde bombastische rock van de eerste twee en de meer traditionalistische, epische folk met een hoofdrol voor accordeonist John Kirkpatrick... dat zijn van die details die je veel later pas opvallen. Ik kan me in bochten wringen om favorieten uit alle hoeken en gaten op te sommen, maar als ik mijn hart volg, blijf ik gewoon hangen bij de heavy rock van Sum Waves (Tunes) en The Wife of Usher's Well, het apocalyptische Dance with Me, het überbombastische Batchelors Hall, de fraaie traagheid van Awake Awake, het epische The Victory... en Rocket Cottage is meer een totaalgevoel, met wat minder hoge individuele uitschieters.
Steeleye Span is dus veel jeugdsentiment, wat tot uiting komt in de doorgaans lagere waardering van de diverse albums die ik later leerde kennen, met Parcel of Rogues als grote gunstige uitzondering. De diverse mannelijke vocalen gaan er hier goed in (met het volledig a capella Sweep Chimney Sweep als curieuze blikvanger), maar Maddy Prior steelt de show allicht het meest - zonder of met kritische distantie tot die vroege muzikale herinneringen.
In dezelfde categorie, maar dan van eigen bodem, hoorde ook Fungus ("de groene" en "de blauwe") tot de muzikale paplepel, maar het uitlekgewicht daarvan is toch niet helemaal Top 100-waardig.
Uitgelicht nummer: Batchelors Hall
0
Casartelli (moderator)
geplaatst: 21 september 2024, 12:15 uur
Ik val in herhaling, maar dit is best een werkje. Als ik mijn opvolgers op het hart druk "begin op tijd!" voel ik me een beetje als een middelbareschooldocent die net een scriptieopdracht opgegeven heeft. Maar doe ermee wat je wilt...
Met de bovenste 25 nog te gaan, even een overzichtje:
100-51
50 Discipline.
49 Asia
48 Sparks
47 Beardfish
46 Fates Warning
45 Het Goede Doel
44 Nena
43 Paatos
42 Tears for Fears
41 Kayak
40 Echolyn
39 The Stranglers
38 Ultravox
37 Supertramp
36 Anekdoten
35 Iron Maiden
34 Pink Floyd
33 Talk Talk
32 Porcupine Tree
31 Kansas
30 IQ
29 Anathema
28 Magazine
27 Black Mountain
26 Steeleye Span
Met de bovenste 25 nog te gaan, even een overzichtje:
100-51
50 Discipline.
49 Asia
48 Sparks
47 Beardfish
46 Fates Warning
45 Het Goede Doel
44 Nena
43 Paatos
42 Tears for Fears
41 Kayak
40 Echolyn
39 The Stranglers
38 Ultravox
37 Supertramp
36 Anekdoten
35 Iron Maiden
34 Pink Floyd
33 Talk Talk
32 Porcupine Tree
31 Kansas
30 IQ
29 Anathema
28 Magazine
27 Black Mountain
26 Steeleye Span
1
geplaatst: 21 september 2024, 12:19 uur
Steeleye Span 
Ik ben er niet mee opgegroeid en heb dus ook geen albums die zo met de paplepel zijn ingegoten.
Vele luisterbeurten van alle albums in chronologische volgorde om ze hier op de site van een recensie te kunnen voorzien, bevestigde wel het beeld dat de jaren '70-albums favoriet zijn, maar toch ook wel dat het latere werk ook zeer de moeite waard is. Ook de soloalbums van Maddy Prior liggen mij erg goed.
Het zal geen verrassing zijn dat deze ook in mijn lijst voorkomt.

Ik ben er niet mee opgegroeid en heb dus ook geen albums die zo met de paplepel zijn ingegoten.
Vele luisterbeurten van alle albums in chronologische volgorde om ze hier op de site van een recensie te kunnen voorzien, bevestigde wel het beeld dat de jaren '70-albums favoriet zijn, maar toch ook wel dat het latere werk ook zeer de moeite waard is. Ook de soloalbums van Maddy Prior liggen mij erg goed.
Het zal geen verrassing zijn dat deze ook in mijn lijst voorkomt.
3
geplaatst: 21 september 2024, 15:58 uur
best een werkje zegt ie... Man, als ik net zo precies als jij zulke stukken over mijn favoriete bands zou schrijven zou ik een jaar bezig zijn. Petje af.
1
geplaatst: 21 september 2024, 18:06 uur
Casartelli schreef:
De abonnering op een Youtube-kanaal van Andy Edwards verrast me dan wel weer - leek me buiten de harde progkern nou ook weer niet zo'n grote meneer. Zo zie je maar weer...
De abonnering op een Youtube-kanaal van Andy Edwards verrast me dan wel weer - leek me buiten de harde progkern nou ook weer niet zo'n grote meneer. Zo zie je maar weer...
Het kanaal gaat dan ook niet over hem als muzikant. Edwards is muziekhistoricus en -leraar. Hij praat met veel kennis van zaken over prog, jazz fusion, rock en pop in het algemeen.
4
Casartelli (moderator)
geplaatst: 22 september 2024, 10:52 uur
25. Jethro Tull

Favoriet album: Thick as a Brick
Favoriet nummer: Heavy Horses
Live gezien: Nee
Hoogtijdagen: 2006-heden
Ook in de lijst van: Mssr Renard
Dat ze hier na elkaar geprogrammeerd staan is toeval, maar de stap van Steeleye Span naar ten minste een deel van het Jethro Tull repertoire is geen grote.
Met in de periode 1968-1980 elk jaar een album en ook daarna nog een behoorlijke productiviteit is de band rond Ian Anderson weer een typisch gevalletje 'lange discografie'. De charme zit dan ook vooral in de (enigszins) regelmatige duik in die discografie om weer een verloren pareltje op te duiken, want de veelheid aan stijlen en het niet altijd even catchy karakter van de liedjes, maakt dat de band, op Thick as a Brick en een halve Aqualung na, voor mij niet heel ruim in de individueel erkende klassiekers zit.
De bluesy eerste drie albums voelen nog een beetje als een opwarmertje, met A Song for Jeffrey als meest beklijvende nummer. Dan volgen de twee meest klassieke albums. Aqualung (het nummer) hoorde ik, net als eerder Roxy Musics Virginia Plain, voor het eerst in de Arrow Rock 100, wat daarmee toch wel een waardevolle aanvulling op de gangbaardere Top 100 Allertijdens was. Mijn vader bleek de elpee ook te hebben - ik geloof als enige Jethro Tull.
Dan wordt het even wat minder. Hoewel niet zo beroerd als bijvoorbeeld Emerson, Lake & Palmers Works, wordt A Passion Play (je kunt één keer met succes een progconceptalbum als parodie op een progconceptalbum maken, maar de tweede keer is riskant) toch wel terecht tot de excessen van de prog gerekend. Met Minstrel in the Gallery wordt de opwaartse lijn weer ingezet (ook Too Old to Rock'n'Roll, Too Young to Die was bij nadere beschouwing beter dan de eerste indruk suggereerde), maar het is met de folk-rocktrilogie (en dan met name Songs from the Wood en Heavy Horses) dat de band zijn tweede hoogtijperiode beleeft. Ook het jaren '80 werk kan ik, de mispeer Under Wraps daargelaten, prima hebben, vooral de 'heavy metal' (toch, James Hetfield?) van Crest of a Knave. Pas met de jaren '90 is het verval voor mij definitief.
Uitgelicht nummer: Heavy Horses

Favoriet album: Thick as a Brick
Favoriet nummer: Heavy Horses
Live gezien: Nee
Hoogtijdagen: 2006-heden
Ook in de lijst van: Mssr Renard
Dat ze hier na elkaar geprogrammeerd staan is toeval, maar de stap van Steeleye Span naar ten minste een deel van het Jethro Tull repertoire is geen grote.
Met in de periode 1968-1980 elk jaar een album en ook daarna nog een behoorlijke productiviteit is de band rond Ian Anderson weer een typisch gevalletje 'lange discografie'. De charme zit dan ook vooral in de (enigszins) regelmatige duik in die discografie om weer een verloren pareltje op te duiken, want de veelheid aan stijlen en het niet altijd even catchy karakter van de liedjes, maakt dat de band, op Thick as a Brick en een halve Aqualung na, voor mij niet heel ruim in de individueel erkende klassiekers zit.
De bluesy eerste drie albums voelen nog een beetje als een opwarmertje, met A Song for Jeffrey als meest beklijvende nummer. Dan volgen de twee meest klassieke albums. Aqualung (het nummer) hoorde ik, net als eerder Roxy Musics Virginia Plain, voor het eerst in de Arrow Rock 100, wat daarmee toch wel een waardevolle aanvulling op de gangbaardere Top 100 Allertijdens was. Mijn vader bleek de elpee ook te hebben - ik geloof als enige Jethro Tull.
Dan wordt het even wat minder. Hoewel niet zo beroerd als bijvoorbeeld Emerson, Lake & Palmers Works, wordt A Passion Play (je kunt één keer met succes een progconceptalbum als parodie op een progconceptalbum maken, maar de tweede keer is riskant) toch wel terecht tot de excessen van de prog gerekend. Met Minstrel in the Gallery wordt de opwaartse lijn weer ingezet (ook Too Old to Rock'n'Roll, Too Young to Die was bij nadere beschouwing beter dan de eerste indruk suggereerde), maar het is met de folk-rocktrilogie (en dan met name Songs from the Wood en Heavy Horses) dat de band zijn tweede hoogtijperiode beleeft. Ook het jaren '80 werk kan ik, de mispeer Under Wraps daargelaten, prima hebben, vooral de 'heavy metal' (toch, James Hetfield?) van Crest of a Knave. Pas met de jaren '90 is het verval voor mij definitief.
Uitgelicht nummer: Heavy Horses
1
geplaatst: 22 september 2024, 11:00 uur
Casartelli schreef:
Dan wordt het even wat minder. Hoewel niet zo beroerd als bijvoorbeeld Emerson, Lake & Palmers Works, wordt A Passion Play (...) toch wel terecht tot de excessen van de prog gerekend.
Dan wordt het even wat minder. Hoewel niet zo beroerd als bijvoorbeeld Emerson, Lake & Palmers Works, wordt A Passion Play (...) toch wel terecht tot de excessen van de prog gerekend.
En dan zijn er doldwaze zielen die A Passion Play rekenen tot het beste werk van Jethro Tull.

1
geplaatst: 22 september 2024, 11:31 uur
Leuk verhaal bij Kansas, Dust In The Wind staat altijd hoog in mijn allertijdenlijst maar voor de rest ken ik niks van de band.
Na een aantal voor mij mindere namen kan Steeleye Span mij wel helemaal bekoren, ook hier is het jeugdsentiment, want deze en aanverwante folkbands werden vooral in het ouderlijk huis gedraaid.
Na een aantal voor mij mindere namen kan Steeleye Span mij wel helemaal bekoren, ook hier is het jeugdsentiment, want deze en aanverwante folkbands werden vooral in het ouderlijk huis gedraaid.
1
geplaatst: 22 september 2024, 11:57 uur
Leuk, ik ben ook net weer dieper in Jethro Tull gedoken, en met name de platen van de "folkrocktrilogie" kan ik zeer goed waarderen. En als Casartelli dan ook nog eens niet door A passion play heenkomt ben ik het al helemáál met hem eens.
1
geplaatst: 22 september 2024, 12:28 uur
IQ
Tja sommige dingen vind ik prachtig dan wordt het weer veel te theatraal de stem van Nicholls helpt niet maar hij zingt wel weer mijn favoriete nummers.
De Paul Menel periode vind ik sowieso niet zo sterk.
Anathema
De begin periode is niet zo aan mij besteeds maar vanaf het 5e album kwamen zij op mijn rader.
A Natural Disaster is duidelijk mij favoriet met het prijsnummer Are You There? ook de titeltrack is prachtig.
De eerste 2 albums van Magazine heb ik grijs gedraaid duidelijk favoriet is Permafrost van het fraaie 2e album.
In mijn periode dat ik veel hard Rock draaide kwam Black Mountains ook wel eens voorbij maar ik heb nooit gedacht dat is nu een goede tip.
Steeleye Span te weinig van gehoord voor een oordeel maar ik denk dat ik het bij deze band ook bij laat.
Tja sommige dingen vind ik prachtig dan wordt het weer veel te theatraal de stem van Nicholls helpt niet maar hij zingt wel weer mijn favoriete nummers.
De Paul Menel periode vind ik sowieso niet zo sterk.
Anathema
De begin periode is niet zo aan mij besteeds maar vanaf het 5e album kwamen zij op mijn rader.
A Natural Disaster is duidelijk mij favoriet met het prijsnummer Are You There? ook de titeltrack is prachtig.
De eerste 2 albums van Magazine heb ik grijs gedraaid duidelijk favoriet is Permafrost van het fraaie 2e album.
In mijn periode dat ik veel hard Rock draaide kwam Black Mountains ook wel eens voorbij maar ik heb nooit gedacht dat is nu een goede tip.
Steeleye Span te weinig van gehoord voor een oordeel maar ik denk dat ik het bij deze band ook bij laat.
6
Casartelli (moderator)
geplaatst: 22 september 2024, 22:52 uur
24. Opeth

Favoriet album: Blackwater Park
Favoriet nummer: Deliverance
Live gezien: Ja
Hoogtijdagen: 2008-heden
Ook in de lijst van: -
Mijn liefde voor muziek met grunts begint bij Opeth en daar eindigt-ie eigenlijk ook weer.
Als je hier op MusicMeter wat rondleest bij de Opethalbums (vooral de hoger gewaardeerde), kom je diverse getuigenissen tegen in de trant van "ja, muzikaal is het knap, maar die keelklanken...". Soms is het later alsnog goedgekomen tussen deze mensen en Opeth (en kun je dat eveneens hier teruglezen), soms niet... "houd vol!" wil ik soms naar het scherm roepen.
De Arrow Rock 100 kwam al een paar keer ter sprake, maar mijn eerste kennismaking met Opeth vond plaats in de Symfo 25 van ditzelfde radiostation, waar The Drapery Falls en A Fair Judgement toen in stonden. Blackwater Park was de eerste albumverkenning en dat viel in eerste instantie ook mij niet echt mee. Uiteindelijk was het het wat meer rechttoe-rechtane Watershed dat mij over de streep trok.
Inmiddels is Opeth dus overtuigend geland. Dat omvat ook de eerste albums, waar de band nog het dichtst tegen traditionele death metal aan zit, maar waarin Mikael Åkerfeldt ook al laat horen zijn progklassieken (van Camel tot Comus) te kennen. Herkenbare liedjes met een kop en een staart zijn niet het sterkste punt van de band, al komt uit deze periode het wonderschone The Night and the Silent Water een heel eind. Vervolgens is Still Life the opmaat naar de beste periode van de band, gevormd door Blackwater Park, Deliverance en ten slotte Ghost Reveries, het perfecte huwelijk tussen metal-met-gutturalen en klassieke prog-met-hammond.
Achteraf bezien gaf Damnation het eerste inkijkje in wat je krijgt bij Opeth zonder grunts: muziek waarbij je iets mist. Na Watershed gingen de grunts er definitief uit en hoewel dat vast beter is voor Åkerfeldts gezondheid, is Opeths muziek daar ineens een stuk bedaagder en meer dertien-in-een-dozijn geworden; net als min-of-meer muzikale evenknie Steven Wilson: van hemelbestormer tot de verkeerde kant van het establishment. De ene keer dat ik de band live gezien heb, zaten we ook al in deze periode, maar er werd toen nog onderhoudend heen en weer gesprongen tussen oud en nieuw. Dat was dus best nog eens voor herhaling vatbaar. En de albums tot en met Watershed (minus Damnation) pakken ze ons ook niet meer af.
Uitgelicht nummer: The Baying of the Hounds

Favoriet album: Blackwater Park
Favoriet nummer: Deliverance
Live gezien: Ja
Hoogtijdagen: 2008-heden
Ook in de lijst van: -
Mijn liefde voor muziek met grunts begint bij Opeth en daar eindigt-ie eigenlijk ook weer.
Als je hier op MusicMeter wat rondleest bij de Opethalbums (vooral de hoger gewaardeerde), kom je diverse getuigenissen tegen in de trant van "ja, muzikaal is het knap, maar die keelklanken...". Soms is het later alsnog goedgekomen tussen deze mensen en Opeth (en kun je dat eveneens hier teruglezen), soms niet... "houd vol!" wil ik soms naar het scherm roepen.
De Arrow Rock 100 kwam al een paar keer ter sprake, maar mijn eerste kennismaking met Opeth vond plaats in de Symfo 25 van ditzelfde radiostation, waar The Drapery Falls en A Fair Judgement toen in stonden. Blackwater Park was de eerste albumverkenning en dat viel in eerste instantie ook mij niet echt mee. Uiteindelijk was het het wat meer rechttoe-rechtane Watershed dat mij over de streep trok.
Inmiddels is Opeth dus overtuigend geland. Dat omvat ook de eerste albums, waar de band nog het dichtst tegen traditionele death metal aan zit, maar waarin Mikael Åkerfeldt ook al laat horen zijn progklassieken (van Camel tot Comus) te kennen. Herkenbare liedjes met een kop en een staart zijn niet het sterkste punt van de band, al komt uit deze periode het wonderschone The Night and the Silent Water een heel eind. Vervolgens is Still Life the opmaat naar de beste periode van de band, gevormd door Blackwater Park, Deliverance en ten slotte Ghost Reveries, het perfecte huwelijk tussen metal-met-gutturalen en klassieke prog-met-hammond.
Achteraf bezien gaf Damnation het eerste inkijkje in wat je krijgt bij Opeth zonder grunts: muziek waarbij je iets mist. Na Watershed gingen de grunts er definitief uit en hoewel dat vast beter is voor Åkerfeldts gezondheid, is Opeths muziek daar ineens een stuk bedaagder en meer dertien-in-een-dozijn geworden; net als min-of-meer muzikale evenknie Steven Wilson: van hemelbestormer tot de verkeerde kant van het establishment. De ene keer dat ik de band live gezien heb, zaten we ook al in deze periode, maar er werd toen nog onderhoudend heen en weer gesprongen tussen oud en nieuw. Dat was dus best nog eens voor herhaling vatbaar. En de albums tot en met Watershed (minus Damnation) pakken ze ons ook niet meer af.
Uitgelicht nummer: The Baying of the Hounds
0
geplaatst: 23 september 2024, 11:54 uur
Fuck ja, Opeth!! Wat baal ik keihard als een stekker dat ik afgelopen zomer niet naar hun optreden op Alcatraz Festival ben geweest, check deze setlist dan gek:
Opeth Concert Setlist at Alcatraz Metal Festival 2024 on August 11, 2024 | setlist.fm
Grunts only, let je op jordidj1?
Opeth Concert Setlist at Alcatraz Metal Festival 2024 on August 11, 2024 | setlist.fm
Grunts only, let je op jordidj1?
0
geplaatst: 23 september 2024, 12:08 uur
Johnny Marr schreef:
Fuck ja, Opeth!! Wat baal ik keihard als een stekker dat ik afgelopen zomer niet naar hun optreden op Alcatraz Festival ben geweest, check deze setlist dan gek:
Opeth Concert Setlist at Alcatraz Metal Festival 2024 on August 11, 2024 | setlist.fm
Grunts only, let je op jordidj1?
Fuck ja, Opeth!! Wat baal ik keihard als een stekker dat ik afgelopen zomer niet naar hun optreden op Alcatraz Festival ben geweest, check deze setlist dan gek:
Opeth Concert Setlist at Alcatraz Metal Festival 2024 on August 11, 2024 | setlist.fm
Grunts only, let je op jordidj1?
Zeg het ze.
1
geplaatst: 23 september 2024, 19:56 uur
Black Mountain. Ik weet nog dat ik meedeed aan de KO en dacht dat ik ook na de KO best eens wat verder in die muziek moest duiken. Het is bij een gedachte gebleven, kunnen we inmiddels concluderen.
IQ en Anathema gooien hier ook hoge ogen. Ook live weet ik uit eigen (Midsummer Prog-)ervaring. Steeleye Span en Magazine gooien dan weer wat lagere ogen bij mij.
Met Jethro Tull heb ik een wat ambivalente verhouding. Fantastische stukken muziek worden afgewisseld met bijna saaie stukken vind ik. Behalve bij Thick as a Brick en in iets mindere mate heeft Ian Anderson mij nooit een geheel album weten te overtuigen. Het enige liveconcert wat ik van hem zag deed dat eerlijk gezegd ook niet.
Opeth overtuigt wel heel regelmatig een album lang wat mij betreft. Maar die heb ik dan helaas weer nog nooit live mogen aanschouwen. Op het nieuwe album zijn de grunts overigens weer terug tot Mikael Åkerfeldt's irritatie gaat het daar dan ook meteen heel erg over. Overigens maken de uitgebrachte nummers wel erg nieuwsgierig. Er zijn dagen dat Blackwater Park erg dicht tegen de 5* bij mij aanschuurt.
IQ en Anathema gooien hier ook hoge ogen. Ook live weet ik uit eigen (Midsummer Prog-)ervaring. Steeleye Span en Magazine gooien dan weer wat lagere ogen bij mij.
Met Jethro Tull heb ik een wat ambivalente verhouding. Fantastische stukken muziek worden afgewisseld met bijna saaie stukken vind ik. Behalve bij Thick as a Brick en in iets mindere mate heeft Ian Anderson mij nooit een geheel album weten te overtuigen. Het enige liveconcert wat ik van hem zag deed dat eerlijk gezegd ook niet.
Opeth overtuigt wel heel regelmatig een album lang wat mij betreft. Maar die heb ik dan helaas weer nog nooit live mogen aanschouwen. Op het nieuwe album zijn de grunts overigens weer terug tot Mikael Åkerfeldt's irritatie gaat het daar dan ook meteen heel erg over. Overigens maken de uitgebrachte nummers wel erg nieuwsgierig. Er zijn dagen dat Blackwater Park erg dicht tegen de 5* bij mij aanschuurt.
1
geplaatst: 25 september 2024, 14:10 uur
Kansas is en blijft een van mijn favoriete bands aller tijden. Afgezien van enkele live-albums denk ik dat ik hun complete discografie wel in huis heb. Ook bij mij begon het met Dust in the wind, dat was ten slotte hun enige hit in Nederland. Maar de singletjesfreak die ik in 1977/1978 nog was kocht kort daarop ook de single Carry on wayward son. Ik kende het nummer niet, gewoon op de gok gekocht (waarschijnlijk in de uitverkoopbakken, want veel geld had ik als tiener natuurlijk niet), in de veronderstelling dat het op basis van die andere single best eens goed kon zijn.
Het was wel heel anders dan Dust in the wind, want dat laatste nummer is op de keper beschouwd natuurlijk niet echt representatief voor het werk van Kansas. Al speelt die fraaie vioolsolo natuurlijk wel een hoofdrol, een aspect dat ook bij ander Kansas-werk terugkeert.
Nee, het was vooral die (overigens sterk ingekorte) single van Carry on wayward son die mij omver blies. In combinatie met de B-kant, Questions of my childhood, wat ik eveneens een fantastisch nummer vond, en de B-kant van Dust in the wind: Paradox. Het leidde rond 1980 tot de aanschaf van zowel Leftoverture als Point of know return, de albums die ik nog steeds als de hoogtepunten beschouw.
Navolgende albums gingen op dat moment nog aan mij voorbij, maar toen ik midden jaren tachtig bij een vriend ook ander plaatwerk te horen kreeg, was ik definitief 'om' en ging ik op zoek naar andere albums. Niet alles was even gemakkelijk te vinden, maar uiteindelijk kreeg ik hun repertoire compleet, alhans tot in het eeerste LP-tijdperk (lees: t/m In the spirit of things. Ik heb de band uiteindelijk ook een flink aantal keren live gezien, al moest ik daarvoor wel steeds de grens over naar Duitsland.
Niet elk album is even sterk, maar ik vind het knap dat ze bijvoorbeeld met Somewhere to elsewhere weer helemaal terug op niveau kwamen. Ook hun laatste twee studioplaten stellen niet teleur, ondanks de inmiddels sterk gewijzigde bezetting. Randverschijnselen in hun biografie bezit ik ook: de albums van Streets en wat solo-materiaal van Kerry Livgren en Steve Walsh. Maar die albums van Proto-Kaw ken ik niet, al heb ik er wel over gelezen. Klinkt interessant genoeg om eens in te duiken.
Het was wel heel anders dan Dust in the wind, want dat laatste nummer is op de keper beschouwd natuurlijk niet echt representatief voor het werk van Kansas. Al speelt die fraaie vioolsolo natuurlijk wel een hoofdrol, een aspect dat ook bij ander Kansas-werk terugkeert.
Nee, het was vooral die (overigens sterk ingekorte) single van Carry on wayward son die mij omver blies. In combinatie met de B-kant, Questions of my childhood, wat ik eveneens een fantastisch nummer vond, en de B-kant van Dust in the wind: Paradox. Het leidde rond 1980 tot de aanschaf van zowel Leftoverture als Point of know return, de albums die ik nog steeds als de hoogtepunten beschouw.
Navolgende albums gingen op dat moment nog aan mij voorbij, maar toen ik midden jaren tachtig bij een vriend ook ander plaatwerk te horen kreeg, was ik definitief 'om' en ging ik op zoek naar andere albums. Niet alles was even gemakkelijk te vinden, maar uiteindelijk kreeg ik hun repertoire compleet, alhans tot in het eeerste LP-tijdperk (lees: t/m In the spirit of things. Ik heb de band uiteindelijk ook een flink aantal keren live gezien, al moest ik daarvoor wel steeds de grens over naar Duitsland.
Niet elk album is even sterk, maar ik vind het knap dat ze bijvoorbeeld met Somewhere to elsewhere weer helemaal terug op niveau kwamen. Ook hun laatste twee studioplaten stellen niet teleur, ondanks de inmiddels sterk gewijzigde bezetting. Randverschijnselen in hun biografie bezit ik ook: de albums van Streets en wat solo-materiaal van Kerry Livgren en Steve Walsh. Maar die albums van Proto-Kaw ken ik niet, al heb ik er wel over gelezen. Klinkt interessant genoeg om eens in te duiken.
1
geplaatst: 25 september 2024, 14:46 uur
Je lijst kent diverse obscure prog-namen waar ik in sommige gevallen werkelijk nog nooit van gehoord heb (Black Mountain). Wel bekend is IQ, een band die ik zo'n beetje vanaf het - relatief poppy - begin ben blijven volgen. Een enkele keer hebben ze een wat minder album, maar ze zijn me tot op heden steeds positief blijven verrassen. Toppers zijn voor mij Subterranea (al lukt het mij nooit om die in één keer volledig uit te luisteren) en The Wake.
Ook bekend - natuurlijk - zijn Jethro Tull, Anathema en Opeth. Die waardeer ik in aflopende mate. Bij Anathema doet vooral de middenperiode het goed, en eigenlijk geldt iets vergelijkbaars voor Opeth. Dat metalgeweld met die grunts hoeft voor mij niet zo, maar ik vind het wel knap hoe beide bands zich hebben ontwikkeld. Door de metal-invloeden grotendeels achter zich te laten, hebben ze een toegankelijker geluid gecreëerd, maar voor beiden geldt dat hun laatste platen het bij mij weer minder goed doen.
Jethro Tull is een geval apart. Natuurlijk ken ik die band al vanaf de jaren zeventig, maar behalve de singletjes (daar heb je ze weer - mijn muzikale smaak wordt nog altijd in hoge mate bepaald door mijn vroege aankopen op 45 toeren) Locomotive Breath en Bourrée vond ik daar tot voor kort nooit zoveel aan. De stem van Ian Anderson vond ik maar saai, en het retro-geluid van hun oudere werk sprak ook niet tot mijn verbeelding. Gek eigenlijk, want in zekere zin zijn ze vergelijkbaar met Kansas, al staat er bij de één (de fluit) een ander geluidsbepalend instrument op de voorgrond dan bij de ander (de viool).
Pas de laatste jaren, in het streamingtijdperk, begint mijn interesse voor Tull wat toe te nemen. Ik heb per saldo al heel wat albums uit hun discografie beluisterd, wat geleid heeft tot fysieke aanschaf van in eerste instantie (natuurlijk) Aqualung Thick as a brick, maar ook van minder voor de hand liggend werk als Crest of a knave, Rock Island en de Steven Wilson-versie van Broadsworth and the beast. Ik vind dat er nog steeds vrij veel ronduit saaie platen in hun discografie zitten - ik denk dat ik minder gecharmeerd ben van hun folk-achtergrond - maar ik sluit zeker niet uit dat ik nog nieuwe ontdekkingen zal doen.
Folk klinkt er natuurlijk ook bij Steeleye Span. Een bijna vergeten naam bij mij, maar ik heb nog wel hun alleraardigste hitsingle en de bijbehorende LP, alsmede een verzamelaar op CD. Aangenaam om zo nu en dan te horen, maar ik heb tot dusver nooit de behoefte gevoeld om me meer in hun werk te verdiepen.
Ook bekend - natuurlijk - zijn Jethro Tull, Anathema en Opeth. Die waardeer ik in aflopende mate. Bij Anathema doet vooral de middenperiode het goed, en eigenlijk geldt iets vergelijkbaars voor Opeth. Dat metalgeweld met die grunts hoeft voor mij niet zo, maar ik vind het wel knap hoe beide bands zich hebben ontwikkeld. Door de metal-invloeden grotendeels achter zich te laten, hebben ze een toegankelijker geluid gecreëerd, maar voor beiden geldt dat hun laatste platen het bij mij weer minder goed doen.
Jethro Tull is een geval apart. Natuurlijk ken ik die band al vanaf de jaren zeventig, maar behalve de singletjes (daar heb je ze weer - mijn muzikale smaak wordt nog altijd in hoge mate bepaald door mijn vroege aankopen op 45 toeren) Locomotive Breath en Bourrée vond ik daar tot voor kort nooit zoveel aan. De stem van Ian Anderson vond ik maar saai, en het retro-geluid van hun oudere werk sprak ook niet tot mijn verbeelding. Gek eigenlijk, want in zekere zin zijn ze vergelijkbaar met Kansas, al staat er bij de één (de fluit) een ander geluidsbepalend instrument op de voorgrond dan bij de ander (de viool).
Pas de laatste jaren, in het streamingtijdperk, begint mijn interesse voor Tull wat toe te nemen. Ik heb per saldo al heel wat albums uit hun discografie beluisterd, wat geleid heeft tot fysieke aanschaf van in eerste instantie (natuurlijk) Aqualung Thick as a brick, maar ook van minder voor de hand liggend werk als Crest of a knave, Rock Island en de Steven Wilson-versie van Broadsworth and the beast. Ik vind dat er nog steeds vrij veel ronduit saaie platen in hun discografie zitten - ik denk dat ik minder gecharmeerd ben van hun folk-achtergrond - maar ik sluit zeker niet uit dat ik nog nieuwe ontdekkingen zal doen.
Folk klinkt er natuurlijk ook bij Steeleye Span. Een bijna vergeten naam bij mij, maar ik heb nog wel hun alleraardigste hitsingle en de bijbehorende LP, alsmede een verzamelaar op CD. Aangenaam om zo nu en dan te horen, maar ik heb tot dusver nooit de behoefte gevoeld om me meer in hun werk te verdiepen.
3
geplaatst: 25 september 2024, 16:46 uur
Johnny Marr schreef:
Fuck ja, Opeth!! Wat baal ik keihard als een stekker dat ik afgelopen zomer niet naar hun optreden op Alcatraz Festival ben geweest
Fuck ja, Opeth!! Wat baal ik keihard als een stekker dat ik afgelopen zomer niet naar hun optreden op Alcatraz Festival ben geweest
Ik ben ook niet geweest maar ik heb ze wel gehoord, vermoed ik. Ik woon een paar kilometer verder.
0
Casartelli (moderator)
geplaatst: 28 september 2024, 22:22 uur
dazzler schreef:
Stilte voor de storm?
Was even een paar dagen uitstedig. De storm komt hierna, eerst nog even dit:Stilte voor de storm?
4
Casartelli (moderator)
geplaatst: 28 september 2024, 22:22 uur
23. Queensrÿche

Favoriet album: Operation: Mindcrime
Favoriet nummer: Suite Sister Mary
Live gezien: Nee
Hoogtijdagen: 2003-2019
Ook in de lijst van: -
We blijven nog even in de zware metaalbewerking. Of nu ja, zwaar… de productie geeft Queensrÿche in hun belangrijkste periode toch altijd wat lichts.
Verkenning van Queensrÿche (verder dan de ballad die nogal eens als remake van Comfortably Numb gezien wordt) begon met het in korte tijd downloaden van hun twee bekendste albums (Empire kwam eerst). Ik weet niet meer precies wat de aanleiding was; wellicht vond ik de naam stoer klinken, of was me weleens iets van de reputatie van Operation: Mindcrime ter ore gekomen. Hoe het ook zij, de kennismaking met Empire hield niet echt over en die met O:M nog minder. Maar ik had toen nog de tijd om een beetje door te zetten en het kwam vrij snel goed.
Rockopera's zijn doorgaans geen hoogstaande literatuur en O:M is ook niet per se de uitzondering die de regel bevestigt. Wel grijpt-ie je muzikaal bij de kladden en zit er een straffe opbouw in het album. Het is niet alleen het hoogtepunt in de Queensrÿche-discografie; het is het album waar alle progmetal conceptalbums mee vergeleken worden (en van verliezen), terwijl de stroming anno 1988 nog min of meer uitgevonden moest worden. De 23e plek in deze artiestenlijst wordt verder gestut door The Warning (waanzinnig openings- en titelnummer), allicht Empire (jawel, openen konden de mannen; Best I Can
) en (op korte afstand) Promised Land (met in het titelnummer opnieuw een The Wall vibe).
Hoewel ik voor Hear in the Now Frontier ook nog wel enigszins mild ben, is het daarna toch behoorlijk kommer en kwel. Het minst beroerde wat daarna nog kwam, was waarschijnlijk (bij de laatste vier ben ik niet meer bij) de opvolger van Operation: Mindcrime, met wat degelijke old school hardrock en een paar aardige herhalingen van thema's. Toen ik hem onlangs weer eens opzette en me realiseerde dat er intussen meer tijd tussen O:M II en het heden verstreken was dan tussen O:M en O:M II, was de conclusie onontkoombaar: we worden oud.
Uitgelicht nummer: Best I Can

Favoriet album: Operation: Mindcrime
Favoriet nummer: Suite Sister Mary
Live gezien: Nee
Hoogtijdagen: 2003-2019
Ook in de lijst van: -
We blijven nog even in de zware metaalbewerking. Of nu ja, zwaar… de productie geeft Queensrÿche in hun belangrijkste periode toch altijd wat lichts.
Verkenning van Queensrÿche (verder dan de ballad die nogal eens als remake van Comfortably Numb gezien wordt) begon met het in korte tijd downloaden van hun twee bekendste albums (Empire kwam eerst). Ik weet niet meer precies wat de aanleiding was; wellicht vond ik de naam stoer klinken, of was me weleens iets van de reputatie van Operation: Mindcrime ter ore gekomen. Hoe het ook zij, de kennismaking met Empire hield niet echt over en die met O:M nog minder. Maar ik had toen nog de tijd om een beetje door te zetten en het kwam vrij snel goed.
Rockopera's zijn doorgaans geen hoogstaande literatuur en O:M is ook niet per se de uitzondering die de regel bevestigt. Wel grijpt-ie je muzikaal bij de kladden en zit er een straffe opbouw in het album. Het is niet alleen het hoogtepunt in de Queensrÿche-discografie; het is het album waar alle progmetal conceptalbums mee vergeleken worden (en van verliezen), terwijl de stroming anno 1988 nog min of meer uitgevonden moest worden. De 23e plek in deze artiestenlijst wordt verder gestut door The Warning (waanzinnig openings- en titelnummer), allicht Empire (jawel, openen konden de mannen; Best I Can
) en (op korte afstand) Promised Land (met in het titelnummer opnieuw een The Wall vibe).Hoewel ik voor Hear in the Now Frontier ook nog wel enigszins mild ben, is het daarna toch behoorlijk kommer en kwel. Het minst beroerde wat daarna nog kwam, was waarschijnlijk (bij de laatste vier ben ik niet meer bij) de opvolger van Operation: Mindcrime, met wat degelijke old school hardrock en een paar aardige herhalingen van thema's. Toen ik hem onlangs weer eens opzette en me realiseerde dat er intussen meer tijd tussen O:M II en het heden verstreken was dan tussen O:M en O:M II, was de conclusie onontkoombaar: we worden oud.
Uitgelicht nummer: Best I Can
* denotes required fields.
