MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Muziek / Toplijsten en favorieten / De artiesten top 100 van (herman)!

zoeken in:
avatar van herman
https://www.billboard.com/wp-content/uploads/2024/05/04-Paused-Cosmic-billboard-1240.jpg

90. Chemical Brothers

Live gezien: ja
Favoriete album(s): Exit Planet Dust (1995), Dig Your Own Hole (1997)
Favoriete nummers: Lionrock - Packet of Peace (Chemical Brothers Remix), Three Little Birdies Down Beats, It Doesn’t Matter, Out of Control, Star Guitar, Swoon (Lindstrom & Prins Thomas Remix), Sometimes I Feel So Deserted, Live Again en Skipping Like A Stone
Deep cuts: Hold Tight London, Electronic Battle Weapon #8
Ook in de lijst van: -

The Chemical Brothers waren onmiskenbaar vaandeldragers van de alternatieve dance, en in het bijzonder van de big beat-stroming die midden jaren ’90 razend populair werd. Voor mij begint hun glorietijd in 1993, wanneer ze Packet of Peace compleet verbouwen tot een nieuwe vorm: aangedreven door door hiphop beïnvloede breakbeats en een sample van Dead Can Dance. Dat moment voelt als het ontstaan van hun blauwdruk — een geluid waarop ze verder zouden bouwen op hun eerste twee albums, die nog altijd (ruimschoots) hun beste zijn, wat mij betreft. Daarna werd het grotendeels een herhalingsoefening. Maar wel een met flinke uitschieters, en precies daarom zijn ze hier alsnog terug te vinden.

Hoogtepunten van die beginperiode zijn voor mij vooral Three Little Birdies Down Beats en It Doesn’t Matter. Die eerste zit prachtig ingeklemd tussen de omliggende nummers, waardoor het voelt alsof je naar een naadloos mixalbum luistert — iets wat The Chemical Brothers beter begrepen dan de meeste van hun genregenoten. Het nummer begint bedrieglijk rustig, tot er na een minuut een schurende synth binnenkomt en je je plots in een geweldige rave in 1994 waant. Echt zo’n track waarop je compleet kunt losgaan. Extra leuk: mijn vriendin heeft ooit aan een dans- / theatervoorstelling meegedaan, waarbij dit nummer steevast als warming-up achter de coulissen werd gebruikt. It Doesn’t Matter is nog directer: een ongecompliceerde beuktrack waarvan het moment dat de beat valt me nooit is gaan vervelen.

Als ik aan The Chemical Brothers denk — en aan big beat — denk ik automatisch terug aan de nazomer van 1996. Misschien wel het absolute hoogtepunt van het genre: in een paar weken tijd verschenen Setting Sun van The Chemical Brothers en Breathe van The Prodigy. Ik was compleet verslaafd aan beide, maar met de jaren is Setting Sun voor mij de duidelijke winnaar gebleven.
In 1999 was er nog altijd geen ontkomen aan: Hey Boy, Hey Girl knalde werkelijk overal door de speakers. Ik heb zelfs meegemaakt dat een DJ ’m op één avond twee keer achter elkaar draaide, puur vanwege 'popular request'. Daarna werden de hits kleiner, maar zeker niet minder goed. Zelf ben ik nooit echt gevallen voor hun latere albums, maar de goede tracks bleven komen — mede dankzij hun feilloze keuze voor vocalisten.

Hierboven staat een rijtje topnummers die voor mij moeiteloos kunnen wedijveren met de grote hits die je misschien zou verwachten. The Chemical Brothers blijven, ondanks een wat grillige discografie, een vaste waarde in mijn muzikale universum.

avatar van ArthurDZ
Goed bezig herman! Fijne verhalen bij fijne artiesten!

avatar van jordidj1
Mooie verhaaltjes hoor van de redactie

avatar van ArthurDZ
jordidj1 schreef:
Mooie verhaaltjes hoor van de redactie


Deze editors > de Britse Editors

avatar van luigifort
Goed bezig herman! Mooie artiesten en mooie verhalen.

avatar van konijnmuziek
Dag herman, ik wilde even kwijt dat ik door je mooie verhalen begonnen ben met luisteren van Big Thief en Mazzy Star. Vooral Big Thief vind ik een zeer aangename verrassing. We zijn pas 10 artiesten onderweg, dus ik vermoed dat ik nog wel meer uit jouw lijst ga proberen.

avatar van herman
Leuk te horen, konijnmuziek! Kan ik gelijk zeggen dat de hoes van jouw avatar nog een tijdje bij mij aan de muur heeft gehangen.

avatar van herman
https://lh3.googleusercontent.com/D-BODlu5HPQ8ZKLo5H1yGD0FD0DeoxHYwUk1PNTdMzXOJNCm42EuWpVdrTsoddu8RyZQLGlzvXOlvB4=w1080-h450-p-l90-rj

89. Tricky

Live gezien: ja
Favoriete album(s): Maxinquaye (1995)
Favoriete nummers: Black Steel, Aftermath, Ponderosa, Suffocated Love, Bad Dreams
Deep cuts: Nearly God - I Be The Prophet
Ook in de lijst van: -

Ik kan me nog goed herinneren dat ik in de zomer van 1995 op vakantie ging naar de Alpen. Lange tochten maken door de bergen – en ook: twee weken afzien, omdat ik geen muziek bij me had. We vertrokken heel vroeg, dus vlak voor vertrek zette ik nog even MTV aan. Opeens belandde ik – het was een uur of vier 's nachts – in de videoclip van Tricky's Hell Is Round the Corner. Ik wist niet wat me overkwam. Die vakantie kreeg ik die clip maar niet van mijn netvlies; zo vreemd en duister. Totaal anders dan alle andere muziek die ik op dat moment ooit gehoord had.

Jaren later zag ik een optreden van Tricky op Lowlands. Met zijn rug naar het publiek gekeerd danste hij als een bezetene op – als ik me goed herinner – de opener van dit album. Het was alsof hij zijn eigen exorcist speelde en wij toevallige deelgenoten waren. Voor mij zijn dit de twee sleutelmomenten als ik aan Tricky denk. Dit is niet zomaar een artiest, maar een getroebleerde ziel die soms briljante muziek maakte, en op andere momenten nauwelijks te doorgronden was.

Als lid van het eerste uur van Massive Attack was Tricky betrokken bij hun eerste twee albums. Op Blue Lines doet hij mee op Daydreaming, maar op Protection wordt zijn bijdrage duidelijker hoorbaar. Vooral op het magistrale Karmacoma, dat volgens hem grotendeels uit zijn koker kwam. De andere leden dachten daar anders over, en toen de credits hem tegenvielen, besloot Tricky zijn eigen weg te gaan. Op zijn solodebuut Maxinquaye – vernoemd naar zijn moeder Maxine Quaye, die zelfmoord pleegde toen hij nog jong was – bracht hij Karmacoma opnieuw uit onder de titel Overcome. En hij ging verder: ook Eurochild, oorspronkelijk van de Bristol-band The Insects, werd hergebruikt. Met exact dezelfde tekst als Hell Is Round the Corner, maar in een andere sfeer. Maxinquaye is rijk aan onverwachte samples en invloeden: Bollywood-percussie in Ponderosa, een Public Enemy-cover in Black Steel, en een gedeelde Isaac Hayes-sample met Portishead in Hell Is Round the Corner. Tricky keert regelmatig terug naar eerder materiaal, maar telkens in een andere vorm. Zijn solodebuut voelt daardoor niet als een breuk met het verleden, maar als een heruitvinding ervan – op zijn voorwaarden deze keer.

Na Maxinquaye bleef Tricky muzikaal nog wel een tijdje interessant. Op Pre-Millennium Tension koos hij voor een ruwere, donkerdere koers, met tracks als Bad Things die nog steeds dreigend en meeslepend klinken. Het viel me laatst op hoe abrupt veel nummers eindigen, alsof Tricky zijn zegje doet en dan gewoon stopt. Dat fragmentarische werkte soms verfrissend, maar het leverde ook minder samenhang op. Nearly God, uitgebracht onder het gelijknamige pseudoniem, voelde nog experimenteler: een duister, broeierig zijproject met spoken word-achtige zang en nachtelijke klanktapijten. Geen makkelijke kost, maar wel een plaat die blijft intrigeren – al was het maar door een nummer als Poems.

Daarna begon de klad erin te komen. Angels with Dirty Faces had nog sterke momenten, zoals Money Greedy en het lome Broken Homes met PJ Harvey, maar als geheel zakte het album halverwege in. Dat hij daarna met het meer toegankelijke Blowback kwam, voelde ergens logisch: hij klonk losser, soms zelfs opgewekt, al viel niet elk experiment even goed (het nummer met de Peppers voelde vooral als een uitstapje van hen, niet van hem). De latere albums zijn helaas steeds schetsmatiger geworden. Veel nummers duren nauwelijks twee minuten, klinken op zich prima, maar blijven niet hangen. Je hoort flarden van ideeën, maar het ontbreekt aan de diepgang en dreiging van vroeger. Wat resteert is vaak een aardig halfuurtje, maar zonder de impact die zijn eerdere werk zo bijzonder maakte.

avatar van herman
https://scontent-ams2-1.xx.fbcdn.net/v/t39.30808-6/468670574_10162127037348518_8187385727032467875_n.jpg?_nc_cat=108&ccb=1-7&_nc_sid=127cfc&_nc_ohc=kiCauTI8Y6YQ7kNvwHx4wON&_nc_oc=Adlwcn_CE7CJ9ENAYm7i56Kt9Lxu47tmfueBnooh-AczX3AGETyk2YJAHcGjISD27L8YvrQrpgwt7IFke43FWTyu&_nc_zt=23&_nc_ht=scontent-ams2-1.xx&_nc_gid=drqROBXG_201hqQKllwROg&oh=00_AfPJYTAIQmxMHImt2nnNZiPk_ouAiqMue6QSbusJVypUNg&oe=685DBF5B

88. Paul Weller

Live gezien: ja
Favoriete album(s): Wild Wood (1993), More Wood (Little Splinters) (1993), Stanley Road (1995)
Favoriete nummers: Above The Clouds, Sunflower, You Do Something To Me, Aim High
Deep cuts: Shadow of the Sun
Ook in de lijst van: -

De eerste keer dat ik iets van Paul Weller hoorde, was The Changingman – midden jaren ’90, toen ik net begon met het volgen van de Britse hitlijsten. Ik kende toen nog niets van The Jam of The Style Council; voor mij begon zijn verhaal met die broeierige gitaarriff en dat getergde refrein. Een tikje zwaar nummer, maar op een prettige manier – met een middenstuk waarin je heerlijk kunt wegzakken. Weller klonk hier al als iemand die meer had meegemaakt dan mijn meeste britpopdarlings uit die tijd.

Als voormalige frontman van The Jam en The Style Council werd hij – mede dankzij zijn stijlvolle voorkomen – vaak de Modfather genoemd, een bijnaam die ik altijd al mooi vond. Toch dook ik pas echt in zijn solowerk toen ik begin jaren 2000 een vriendin kreeg die fan van hem was. Dankzij haar raakte ik vertrouwd met albums als Stanley Road, Heavy Soul en Heliocentric – ambachtelijke platen met een warme, gelaagde sound die me sindsdien zijn blijven aanspreken. Die eerste vijf soloalbums, aangevuld met Wake Up the Nation, vormen voor mij de kern van zijn werk. Wat daarna kwam, heb ik grotendeels links laten liggen – sowieso zijn er maar weinig artiesten met zo’n enorme discografie waarvan ik het hele oeuvre echt ken.

Live heb ik hem ook een paar keer mogen meemaken – één keer zelfs akoestisch in Paradiso, met een klein groepje gelukkige fans op het podium. En ergens in een doos ligt nog een foto van mijn toenmalige vriendin met Weller, buiten bij Paradiso. Mooie herinneringen. Weller is geen man van grootse gebaren, maar alles wat hij doet is doordrenkt van muzikale overtuiging.

Favorieten genoeg. Natuurlijk You Do Something To Me, dat me ooit compleet overviel toen ik het na jaren weer hoorde. Zoveel warmte en emotie, zoveel romantiek – zonder ooit zoetsappig te worden. Je hoort dat hij een soul man is. Net als in Above the Clouds, een van zijn eerste solo-singles die zo op een vroege Marvin Gaye-plaat had kunnen staan. Of in het schitterende Aim High, met die weelderige strijkers en blazers recht uit een vergeten James Bond-film. Minder bekend misschien, maar voor mij minstens zo indrukwekkend.

avatar van Rudi S
Paul , top 20 bij mij.

Jouw " mindere broeders " zijn in ieder geval top

avatar van herman
Rudi S schreef:
Paul , top 20 bij mij.

Jouw " mindere broeders " zijn in ieder geval top

Wie weet zien we Paul nog wel een keer terug

avatar van johan de witt
Met z’n bandje vond ik hem beter, ja

avatar van herman
https://www.irishexaminer.com/cms_media/module_img/5493/2746557_10_org_u2.jpg

87. U2

Live gezien: nee
Favoriete album(s): Achtung Baby (1991), Pop (1997)
Favoriete nummers: Two Hearts Beat As One, Even Better Than The Real Thing, The Fly, Lemon, Stay (Far Away, So Close), Discothèque, Mofo
Deep cuts: Love Is Blindness
Ook in de lijst van: dazzler (20), Casartelli (78), aERodynamIC (50), vigil (89)

In oktober 1991 bracht U2 The Fly uit en ik was gelijk verkocht. Ik weet niet zeker of ik daarvoor al bewust van U2 had gehoord — waarschijnlijk wel, maar ze waren me nooit echt positief opgevallen. The Fly veranderde dat volledig: die vervormde, duistere riff, die geweldige energie – het kwam meteen binnen. Kort daarna volgde Mysterious Ways, en ook die vond (en vind) ik geweldig. Eigenlijk begint U2 voor mij pas met Achtung Baby. Met hun jaren ’80-werk heb ik nooit echt iets gehad.

Niet veel later, toen ik veertien was, kwam Zooropa op mijn pad. Ik luisterde toen op zaterdagavond naar Rob Stenders' Shockradio (later Outlaw Radio en nog weer later Kink FM) en volgde de alternatieve hitlijsten in de Oor. U2 paste ineens verrassend goed bij de elektronische en experimentele muziek die ik toen begon te ontdekken. De clip van Numb, waarin The Edge monotoon zijn “don’ts” opsomt terwijl hij voortdurend wordt lastiggevallen door van alles en iedereen, maakte grote indruk. Ook zijn live-optreden bij de MTV Awards staat me nog goed bij.

Ik leende Zooropa bij de bibliotheek en zette hem op een cassette. Geen makkelijke plaat, maar hij bleef intrigeren. Lemon was uiteindelijk jarenlang mijn favoriete U2-nummer: een futuristische disco met Bono in falsetto, gelaagde synths en een repeterende groove. Later ontdekte ik dat het grotendeels is geënt op Brian Eno’s Fractal Zoom — en da’s ook wel logisch: zijn hand en stem zijn hier duidelijk hoorbaar. De melodieën zijn prachtig, en het instrumentale middenstuk met piano en cello is ronduit hemels. Zooropa voelt als een buitenbeentje in hun oeuvre – rommelig, maar avontuurlijk. Liever dit soort imperfecte experimenten dan de veilige albums die later zouden volgen.

Jaren later, ergens in de jaren 2000, ging ik echt naar Achtung Baby luisteren als album. Ik had het tot dan toe altijd gezien als een verzameling sterke singles, maar ineens hoorde ik het als geheel. De donkere toon, de melancholie, de afstand tot hun eigen jaren ’80-zelf – het voelde bijna als een muzikaal antwoord op Bowie’s Berlijn-trilogie. Zelfs Bono wist me hier te raken – in Acrobat klinkt hij oprecht gekweld. Wat mij betreft is dit sindsdien hun beste album.

En dan is er nog Pop – door velen verguisd, maar voor mij altijd intrigerend. Met de fantastische leadsingle Discotheque, fraaie tracks als Last Night on Earth en Staring at the Sun, vol spanning en melancholie. En de absolute klapper Mofo: donker, elektronisch, met een energie die me doet denken aan Swastika Eyes van Primal Scream. Pop klinkt als een band die risico’s neemt in plaats van op veilig te spelen – wat ze helaas daarna wél weer gingen doen, toen ze terugkeerden naar huis-tuin-en-keukenrock.

U2 is daardoor nooit echt míjn band geworden. Maar de periode tussen 1991 en 1997, waarin ze hun bakens verzetten, daar blijf ik toch wel groot fan van.


avatar van Johnny Marr
Pop

herman schreef:
waarin ze hun bakens verzetten

"Ik heb mijn bakens weer verzet. Want al mijn lakens zijn bezet." - Bono, 1997

avatar van ArthurDZ
En Zooropa

avatar van Johnny Marr
ArthurDZ schreef:
En Zooropa

Pop is beter in z'n geheel

Lemon is wel één van hun allerbeste nummers though, kapotje van genotje.

avatar van ArthurDZ
Johnny Marr schreef:
(quote)

Pop is beter in z'n geheel


Ik vind van niet

avatar van Johnny Marr
ArthurDZ schreef:
(quote)


Ik vind van niet

Jouw mening is onjuist

avatar van ArthurDZ
Johnny Marr schreef:
(quote)

Jouw mening is onjuist


ArthurDZ schreef:
(quote)


Ik vind van niet

avatar van Barney Rubble
(U2 <1990) > (U2> 1990)


avatar van Barney Rubble
Geef mij maar de U2 uit de jaren 80.

avatar van luigifort
Zooropa > Achtung Baby > Pop

Lemon

avatar van herman
https://cdn-p.smehost.net/sites/005297e5d91d4996984e966fac4389ea/wp-content/uploads/2019/10/8aadc2d9f5479e98ec40ff0c2d0786ae.jpg

86. The Stone Roses

Live gezien: ja
Favoriete album(s): het debuut natuurlijk
Favoriete nummers: I Wanna Be Adored, She Bangs The Drums, Fools Gold, Love Spreads
Deep cuts: Elephant Stone, Full Fathom Five, My Star (Ian Brown solo)
Ook in de lijst van: dazzler (70)

In de zomer van 1989 begon ik actief de Top 40 bij te houden, en 1990 was het eerste jaar dat ik echt van begin tot eind bewust meemaakte. Voor mijn gevoel waren er dat jaar vier nummers die er écht uitsprongen – liedjes die ik toen al goed of fascinerend vond en die de tand des tijds glansrijk hebben doorstaan: Candy, Enjoy the Silence, Way Down Now, en ook Fools Gold – een opvallende, mysterieuze top 10-hit.

Fools Gold intrigeerde me. Ik had geen idee wie de band was of waar die vandaan kwam. Van Madchester had ik als elfjarige nog nooit gehoord. En toch pakte het nummer me meteen: dat hoekige ritme, die repeterende groove… Het klonk anders dan alles wat er verder op de radio was. Pas jaren later, toen Love Spreads uitkwam, hoorde ik mijn tweede Stone Roses-nummer. Fools Gold bleef in de tussentijd gewoon een eigenzinnig liedje dat me bleef boeien – en dat doet het, decennia later, nog steeds. Zeker in de volle tien minuten waarin het nummer zich heerlijk opbouwt.

In 1994 keerde de band – na jarenlange strubbelingen met hun platenmaatschappij – eindelijk terug met de vijfsterren-comebacksingle Love Spreads. De Madchester-vibe had plaatsgemaakt voor een zwaardere, bluesy sound, en die stond ze verrassend goed. Grandioos is het moment waarop het nummer helemaal stilvalt en dan langzaam weer op gang komt – met prachtig pianospel en een subtiele mix van verschillende zanglijnen in de achtergrond. Geschreven door John Squire, die wat mij betreft alleen al om dit nummer een standbeeld verdient. (Wie dit waardeert, moet zeker ook eens luisteren naar Love Is the Law van zijn latere band The Seahorses – opnieuw heerlijk gitaarwerk.)

Love Spreads kocht ik op single, en bij de cd-uitleen op het Leidse Levendaal haalde ik daarna de verzamelaar Turns Into Stone. Die was tof, maar lang niet zo goed als het debuut – een album dat je als britpopliefhebber nu eenmaal móét horen. En terecht: het is een klassieker van jewelste. Met soulvolle invloeden, een vleugje dance en een wagonlading nostalgie. De sfeer van de florerende dance-scene – de Hacienda in Manchester, maar ook de Summer of Love op Ibiza – is haast voelbaar. Het verbaast me niets dat veel nummers al jaren live gespeeld werden. Alles klinkt alsof er eindeloos aan geschaafd is, maar dat doet niets af aan de intensiteit.

Neem bijvoorbeeld Made of Stone – een nummer dat elke keer weer binnenkomt. Als je Ian Browns schavuitenkop ziet, verwacht je niet meteen zo'n gevoelig liedje. En dan is er She Bangs the Drums, een van mijn favorieten. Vooral het instrumentale stuk van 1:42 tot 2:20 is fantastisch, en het moment waarop "The past is yours, but the future is mine, you're all out of time" wordt gezongen, is ronduit triomfantelijk. Heeft een band ooit zelfverzekerder geklonken?

Uiteindelijk kwam er nog een comebackalbum, maar dat wist me nooit echt te grijpen. Het debuut blijft met afstand mijn favoriet. Toch kun je buiten dat album om een sterke verzamelaar samenstellen – met b-kanten, losse tracks en solo-werk van John Squire en Ian Brown.

Ik heb gelijk maar even een poging gewaagd:
From Cinnamon to F.E.A.R. - The Stone Roses - spotify.com

avatar van herman
https://www.houyhnhnm.jp/wp-content/uploads/2017/05/478956.jpg

85. Tortoise

Live gezien: ja
Favoriete album(s): Millions Now Living Will Never Die (1996), TNT (1998)
Favoriete nummers: Djed, Along the Banks of the Rivers, I Set My Face to the Hillside
Deep cuts: Gigantes
Ook in de lijst van:

Tortoise leerde ik kennen via de Motorpsycho-mailinglist, ergens rond de millenniumwisseling. In die tijd waren interactieve mailinglijsten een beetje wat fora als MusicMeter later werden. Uiteraard werd hier vooral over Motorpsycho gepraat, maar ook andere muziek kreeg aandacht. Post-rock was destijds populair, en zo kwam al snel Tortoise op mijn radar. Ik luisterde wat albums, waarvan Standards me niet echt wist te grijpen, maar Millions Now Living Will Never Die en TNT vond ik meteen fascinerend. En hoe langer ik ze ken, hoe meer ze me waard zijn geworden.

Millions Now Living Will Never Die is zo'n plaat die perfect gedijt onder de volgende omstandigheden: een zwoele avond, ramen open, graad of 25 – dan valt ineens alles op z'n plek. Al dik twintig jaar staat-ie in mijn kast, maar recent landde hij meer als ooit tevoren. Het openingsnummer Djed is een avontuur op zich, met een abrupte omslag halverwege die je ineens een ander terrein op slingert. Ik las dat er een sample van Edgard Varèse’ Ionisation in zit, een percussiewerk uit 1931, geschreven voor dertien slagwerkers. Fascinerend op zichzelf, en mooi hoe Tortoise zich door zulke ongewone bronnen laat beïnvloeden.

Tortoise maakt instrumentale muziek die op papier experimenteel is, maar in de praktijk vaak juist verrassend toegankelijk klinkt. Hun klankenuniversum voelt eigen, consistent en doordacht, maar zonder dat het stijf wordt. Neem TNT – een plaat die ik eerder als rustgevend dan als academische moeilijkdoenerij zou omschrijven. Er zit een mooie flow in, van zacht naar vrijer, met melodieën die soms tegen het oubollige aan leunen. En juist dat – die bijna ouderwetse, brave melodieën – zorgt voor een intrigerend contrast met de rest van de muziek, die ritmisch en compositorisch veel vrijer is. Als liefhebber van zowel pop als muzikaal prikkeldraad is dat voor mij eigenlijk de perfecte combinatie.

Soms zitten nummers op het randje, net iets te netjes – maar op het juiste moment kunnen ze keihard binnenkomen. Een tijdje terug nog, toen ik op een zonnige ochtend bijna alleen op kantoor zat met TNT op de oren. Bij I Set My Face to the Hillside ging ik volledig voor de bijl: de geluiden van spelende kinderen, die melancholieke melodie die me terugbracht naar Hawaiiaanse muziek uit mijn jeugd (gelukkig is Tortoise lang geen Kilima Hawaiians), en die algehele exotica-vibe maakten er een nostalgische trip van formaat van.

avatar van herman
https://images.squarespace-cdn.com/content/v1/56b8f8efab48debb2efb2ef5/1515771324069-TUNIQZS14RQTES5CI832/Tindersticks2.jpg?format=2500w

84. Tindersticks

Live gezien: ja
Favoriete album(s): Tindersticks (1995)
Favoriete nummers: Marbles, City Sickness, Patchwork, A Marriage Made in Heaven, Traveling Light, Can We Start Again?, Always A Stranger
Deep cuts: Whiskey & Water, My Sister, The Boughbends
Ook in de lijst van: aERodynamIC (74)

Tindersticks kende ik al sinds de jaren ’90. Via Kink FM en een mixtape van een penvriendin kwam ik o.a. bij Tiny Tears terecht, zo’n nummer dat ik mooi vond zonder precies te snappen waarom. Ook in de Franstalige versie overigens. Ik kocht twee cd’s, maar hield het zelden meer dan een paar nummers vol. Die zware brom van Stuart A. Staples vond ik lastig te verteren. Mooi, ja – maar ook log, en moeilijk om bij te blijven.

Toch bleven ze ergens hangen. Zo’n band die je niet echt luistert, maar waarvan je toch denkt dat er iets in zit. Tijdens een opleving zag ik ze ooit in Paradiso, maar pas veel later – een jaar of vijf geleden – viel het kwartje echt. Ik luisterde op een doordeweekse avond met koptelefoon naar hun titelloze tweede album uit 1995. Een lange zit, zoals wel vaker met albums uit de jaren ‘90, toen men vond dat een CD zo vol mogelijk moest staan. Maar deze keer stoorde dat niet; integendeel. Alles viel op z’n plek: het tempo, de melancholie, de stem. Muziek die pas werkt als je zelf ook wat trager kijkt.

Sindsdien ben ik hun vroege werk opnieuw gaan verkennen. Ook Curtains, dat ik als puber kocht maar nooit echt begreep, begon ik beter te plaatsen. Het album landde nooit goed bij me, maar inmiddels hoor ik beter wat ze ermee probeerden. In vergelijking met de eerste twee platen mist het wat wat uitzonderlijke momenten. My Sister, Patchwork, Marbles, Travelling Light, Tiny Tears – nummers van dat kaliber staan er niet op, maar als geheel kan ik er wel veel meer mee dan toen.

Wat maakt dat Tindersticks me nu ineens wél raakt? Geen idee precies. Misschien meer geduld. Misschien simpelweg de juiste omstandigheden: laat op de avond, koptelefoon, niks anders aan je hoofd. Dan komen nummers als Can We Start Again? ineens binnen, hoewel dat vleugje soul hier ook wel heel fijn is.

Sindsdien ben ik ook de nieuwere platen wat meer gaan volgen. Distractions uit 2021 pakte me direct bij het eerste nummer – iets losser van toon dan ik van ze gewend was, maar raak. Zelfs You’ll Have To Scream Louder, die als losse single een beetje bleef hangen, werkt op het album ineens beter. Het laatste nummer is sowieso prachtig. Vorig jaar kwam Soft Tissue uit en Always a Stranger schopte het direct tot een van mijn favoriete nummers van het jaar. Misschien hielp het dat het even herfstig weer was toen ik het voor het eerste luisterde – dat helpt bij Tindersticks altijd.

Afgelopen maart heb ik de kroon op mijn hernieuwde kennismaking met Tindersticks gezet. Toevallig zagen we dat ze in de Royal Albert Hall speelden, op de dag van onze geplande terugreis. Gelukkig konden we er een dagje aan vastplakken en de trein kosteloos omboeken. Het werd een schitterend afscheid van een mooie week: een band die me eindelijk echt raakt, alsof je na jarenlang proberen eindelijk de juiste frequentie hebt gevonden.

avatar van herman
https://f4.bcbits.com/img/a2040310324_10.jpg

83. Suzanne Vega

Live gezien: ja
Favoriete album(s): Suzanne Vega (1985), Solitude Standing (1987), 99.9F° (1992)
Favoriete nummers: Marlene on the Wall, Small Blue Thing, Luka, Blood Makes Noise, In Liverpool
Deep cuts: I Never Wear White
Ook in de lijst van: dazzler (https://www.musicmeter.nl/forum/18/11728/780#7778528]52)

Nog zo’n artiest die ik al jaren kende voordat ik haar echt begon te waarderen. En die waardering groeit nog steeds. Mijn kennismaking met haar muziek verliep – zoals bij velen – via de beroemde DNA-remix van Tom’s Diner, die in 1990 een knoeperd van een hit werd (even nagezocht: I’ve Been Thinking About You van Londonbeat hield Vega van de eerste plaats af. Londonbeat staat niet in mijn top 100.). Ook Luka en Marlene on the Wall pikte ik in die jaren op, via Radio West en 3FM, maar jarenlang bleef het daarbij. Mooie nummers, maar ik voelde geen noodzaak om verder te luisteren.

Grofweg de afgelopen tien jaar kwam daar langzaam verandering in. Enerzijds via het forumtopic 2000 – singles, eigen hitlijsten en besprekingen, waar een clubje fanaten al jarenlang elke week een hitlijst samenstelt van singles die precies 25 jaar geleden uitkwamen. Zo ontdekte ik haar jaren ’90-output (opnieuw) – en met veel plezier. Nummers die ik toen gemist had of compleet vergeten was, bleken verrassend sterk.

Rond diezelfde tijd verhuisde ik naar Rotterdam, maar bleef ik op dinsdagavond pubquizzen in Leiden. Een van de quizmasters bleek fan van Suzanne Vega en stopte regelmatig een nummer van haar in de muziekronde. Dat inspireerde me om op de terugweg in de trein naar haar debuutalbum te luisteren. Dat duurt – toevallig – precies even lang als de reis van Leiden naar Rotterdam. Zo raakte ik al snel vertrouwd met dat album en groeide het gaandeweg uit tot een favoriet album.

Zo af en toe luister ik nu haar hele oeuvre opnieuw door. Elke keer kom ik net wat dieper. Soms omdat ik meedoe aan een spelletje hier op de site (The Greatest Hits of...), soms omdat ze weer live speelt – zoals twee jaar geleden nog in de Arminiuskerk hier in Rotterdam. Luka ben ik in de loop der jaren alleen maar mooier gaan vinden. En ik weet dat ik daarin niet alleen sta. De meesten zullen dit briefje wel kennen, maar ik blijf het bijzonder vinden dat Prince het gelijk al zo voelde – en deel het dan ook graag nog eens:

[url=https://ibb.co/svnSbdT7[/url]

avatar van EvilDrSmith
Zo, wat kan jij fraai en beeldend schrijven. Erg smaakvol en rijk aan taal. Zoals "geen lineaire liefde, maar eentje die zich langzaam heeft opgebouwd" bij Duran Duran: dat vind ik erg creatief verwoord.
Er staat tot nu toe in je lijst een band die ik niet kende, terwijl dat nota bene eentje is in een genre waar ik best veel en vaak induik. Dus je maakt mij erg blij met de kennismaking van de neoklassieke postrock van Bell Orchestra. Met name 'Noviembre' van de op deze site nog ontbrekende 'Demo' (2004) van de band is een voltreffer. Ook o.a 'Rajasthan' van die demo vind ik een fascinerend opgebouwd geluidenspel die alle grenzen tussen muziekgenres laat wegvallen en zowel in het Concertgebouw gespeeld kan worden als in een jazzcafé, in een stadsschouwburg, in een Midden-Oosters restaurant en in een popzaal.
Dank!

avatar van Johnny Marr
Tortoise

Mijn favoriet is misschien wel Glass Museum. Helende klanken, kan wel janken

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 03:14 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 03:14 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.