Muziek / Toplijsten en favorieten / De artiesten top 100 van (herman)!
zoeken in:
1
geplaatst: 25 juni 2025, 12:16 uur
Johnny Marr schreef:
Tortoise
Mijn favoriet is misschien wel Glass Museum. Helende klanken, kan wel janken
Tortoise
Mijn favoriet is misschien wel Glass Museum. Helende klanken, kan wel janken
Als ik me niet vergis had jij destijds ook de greatest hits van Tortoise georganiseerd. Heerlijke luisterweekje was dat.
8
geplaatst: 28 juni 2025, 01:22 uur
https://kinkystarcesoir.wordpress.com/wp-content/uploads/2024/06/image-17.png
82. Swell
Live gezien: nee
Favoriete album(s): ...Well? (1992), Too Many Days Without Thinking (1997)
Favoriete nummers: At Long Last, Is That Important?, What I Always Wanted, (I Know) The Trip, Sunshine Everyday
Deep cuts: eigenlijk het hele oeuvre, maar laat ik Forget About Jesus noemen
Ook in de lijst van:
Ooit doopte John Peel Swell “the next thing to watch out for” na Nirvana en Pavement, maar we kunnen wel stellen dat ze die belofte nooit helemaal hebben ingelost. Achteraf is dat ook wel logisch, want na hun debuut heeft Swell precies dat gedaan waarmee je niet doorbreekt: hoe grootser en commerciëler Amerikaanse alternative rock ging klinken, hoe kleiner en ingetogener de muziek van Swell juist werd. Swell klinkt nooit hard, speelt nooit snel, maar zoekt eerder de vervreemding en uiteraard de melancholie.
Logisch dus dat ze praktisch de hele jaren ‘90 compleet langs me heen gingen, totdat ik in 1999 een meisje van mijn studentenvereniging leerde kennen dat veel dieper in allerlei alternatieve muziek zat. Bij haar thuis hoorde ik voor het eerst Everyday Sunshine, een uitgesponnen gitaarnummer dat ondanks de dromerige sfeer over iets heftigs gaat: verongelukken in een auto. Ik was op slag verkocht en kreeg het album cadeau.
De collectie groeide snel met meer werk, waaronder …Well?, hun eerste écht goede album wat mij betreft. Die kocht ik voor één dollar via eBay — nog steeds een van mijn aankopen met de hoogste prijs-kwaliteitsverhouding.
De band bleef altijd een beetje mysterieus voor me. Ik heb ze nooit live gezien, maar een vriend wel, ooit in 013. Hij vertelde dat hij vooraf een leuk gesprek had met een Amerikaanse man die net als hij naar het voorprogramma stond te kijken. Na afloop van dat voorprogramma verdween de man, waarschijnlijk om bier te halen, dacht mijn vriend. Maar toen Swell begon, bleek het ineens de zanger en enige vaste bandlid van de band waarvoor hij was gekomen: David Freel van Swell.
Drie jaar geleden is Freel helaas overleden, en daarmee hield Swell op te bestaan. De overgebleven bandleden hebben nog wel enkele postume concerten gegeven om hem te eren. Pas toen ontdekte ik meer over hem: dat hij naar Oregon verhuisde, trouwde, een huis opknapte en een tijdlang vinyl sneed voor anderen. Dat hij geen zin meer had in de muziekindustrie, maar tot het eind bleef opnemen — in zijn eentje, op zijn voorwaarden.
…Well? eindigt met een stem (Freel zelf?) die zegt “I hope that you all enjoyed the cassette. Thank you very much and have a pleasant evening.
Nou, dat is wel gelukt. Dank heer Freel.
82. Swell
Live gezien: nee
Favoriete album(s): ...Well? (1992), Too Many Days Without Thinking (1997)
Favoriete nummers: At Long Last, Is That Important?, What I Always Wanted, (I Know) The Trip, Sunshine Everyday
Deep cuts: eigenlijk het hele oeuvre, maar laat ik Forget About Jesus noemen
Ook in de lijst van:
Ooit doopte John Peel Swell “the next thing to watch out for” na Nirvana en Pavement, maar we kunnen wel stellen dat ze die belofte nooit helemaal hebben ingelost. Achteraf is dat ook wel logisch, want na hun debuut heeft Swell precies dat gedaan waarmee je niet doorbreekt: hoe grootser en commerciëler Amerikaanse alternative rock ging klinken, hoe kleiner en ingetogener de muziek van Swell juist werd. Swell klinkt nooit hard, speelt nooit snel, maar zoekt eerder de vervreemding en uiteraard de melancholie.
Logisch dus dat ze praktisch de hele jaren ‘90 compleet langs me heen gingen, totdat ik in 1999 een meisje van mijn studentenvereniging leerde kennen dat veel dieper in allerlei alternatieve muziek zat. Bij haar thuis hoorde ik voor het eerst Everyday Sunshine, een uitgesponnen gitaarnummer dat ondanks de dromerige sfeer over iets heftigs gaat: verongelukken in een auto. Ik was op slag verkocht en kreeg het album cadeau.
De collectie groeide snel met meer werk, waaronder …Well?, hun eerste écht goede album wat mij betreft. Die kocht ik voor één dollar via eBay — nog steeds een van mijn aankopen met de hoogste prijs-kwaliteitsverhouding.
De band bleef altijd een beetje mysterieus voor me. Ik heb ze nooit live gezien, maar een vriend wel, ooit in 013. Hij vertelde dat hij vooraf een leuk gesprek had met een Amerikaanse man die net als hij naar het voorprogramma stond te kijken. Na afloop van dat voorprogramma verdween de man, waarschijnlijk om bier te halen, dacht mijn vriend. Maar toen Swell begon, bleek het ineens de zanger en enige vaste bandlid van de band waarvoor hij was gekomen: David Freel van Swell.
Drie jaar geleden is Freel helaas overleden, en daarmee hield Swell op te bestaan. De overgebleven bandleden hebben nog wel enkele postume concerten gegeven om hem te eren. Pas toen ontdekte ik meer over hem: dat hij naar Oregon verhuisde, trouwde, een huis opknapte en een tijdlang vinyl sneed voor anderen. Dat hij geen zin meer had in de muziekindustrie, maar tot het eind bleef opnemen — in zijn eentje, op zijn voorwaarden.
…Well? eindigt met een stem (Freel zelf?) die zegt “I hope that you all enjoyed the cassette. Thank you very much and have a pleasant evening.
Nou, dat is wel gelukt. Dank heer Freel.
2
geplaatst: 28 juni 2025, 07:31 uur
18
geplaatst: 28 juni 2025, 16:23 uur
https://cf-cdn.beggars.com/fourad/site/images/artists/Cocteau%20Twins/ctwins031%20small.jpg
81. Cocteau Twins
Live gezien: nee
Favoriete album(s): Head over Heels (1983), Treasure (1984)
Favoriete nummers: Sugar Hiccup, Musette and Drums, Lorelei, Pandora (for Cindy), The Thinner the Air
Deep cuts: alle EPs uit de periode 1982-1986. En ook Robin Guthrie’s versie van Ulrich Schnaus’ On My Own, had zo van CT kunnen zijn.
Ook in de lijst van: aERodynamIC (55), dazzler (4) en Kronos (40)
Hoe ik precies met Cocteau Twins in aanraking ben gekomen, kan ik me niet meer zo goed herinneren. Waarschijnlijk had ik over de band gelezen in OOR, dat ik grofweg van 1994 tot 2002 actief las. De eerste kennismaking was in ieder geval met Treasure, dat ik leende bij de plaatselijke bibliotheek en kopieerde naar een cd-r (nog zo’n tijdsbeeld
). Ik vond het meteen al betoverend – zoiets had ik op dat moment nog nooit gehoord. Het was wel muziek waar mijn ouders echt helemaal niets mee konden, vooral vanwege de in hun ogen onnavolgbare zang van Elizabeth Fraser.
Van een oudere collega (en wave-liefhebber) van het bijbaantje dat ik toen had, kreeg ik Garlands te leen. Dat was een flinke teleurstelling. Ik kon echt helemaal niets met de – in mijn oren – lelijke sound. Het was alsof ik luisterde naar demo’s van een band die nog lang niet tot wasdom was gekomen. Ergens was dat natuurlijk ook zo: het album zit qua sound dichter bij de gothische wave van bijvoorbeeld Siouxsie and the Banshees dan bij het etherische Treasure. Ik heb het album vervolgens jarenlang niet meer beluisterd, tot ik merkte dat het op deze site best wel gewaardeerd werd. Eerst dacht ik nog dat ik destijds misschien een ander album had gehoord, maar dat bleek toch ook weer niet het geval. Af en toe probeerde ik het weer eens, en gaandeweg ben ik Garlands wel meer gaan waarderen – al blijven de albums daarna mijn favoriet.
Tussen Garlands en Treasure zit Head Over Heels, dat inderdaad een grote stap voorwaarts is ten opzichte van Garlands en de tussenliggende EP’s. Uiteindelijk is Head Over Heels uitgegroeid tot mijn favoriete album van de band. De gotische mist van Garlands is grotendeels opgetrokken en verruild voor weelderige klanklandschappen – soms feeëriek (Sugar Hiccup), dan weer stormachtig (In Our Angelhood). Lange tijd bleef het voor mij ook bij die eerste drie albums en wat EP’s daaromheen, mede omdat ik wel eens later werk had gehoord dat me niet echt kon bekoren. Dat is later wel bijgedraaid: inmiddels kan ik ook Blue Bell Knoll en Victorialand meer waarderen.
Met Heaven or Las Vegas wil het helaas nog niet zo lukken. Ik mis daar toch een beetje de ongrijpbaarheid van de liedjes – het voelt allemaal wat gewoner, op de een of andere manier. Maar misschien heb ik het gewoon nog niet in de juiste omstandigheden en/of stemming gedraaid. Ik heb in ieder geval gemerkt dat het oeuvre van Cocteau Twins een schatkist is waar je een leven mee vooruit kunt. Sommige juwelen blinken je vanaf de oppervlakte toe, andere moet je even oppoetsen – en weer anderen liggen verscholen onderin, wachtend tot ze ontdekt worden.
81. Cocteau Twins
Live gezien: nee
Favoriete album(s): Head over Heels (1983), Treasure (1984)
Favoriete nummers: Sugar Hiccup, Musette and Drums, Lorelei, Pandora (for Cindy), The Thinner the Air
Deep cuts: alle EPs uit de periode 1982-1986. En ook Robin Guthrie’s versie van Ulrich Schnaus’ On My Own, had zo van CT kunnen zijn.
Ook in de lijst van: aERodynamIC (55), dazzler (4) en Kronos (40)
Hoe ik precies met Cocteau Twins in aanraking ben gekomen, kan ik me niet meer zo goed herinneren. Waarschijnlijk had ik over de band gelezen in OOR, dat ik grofweg van 1994 tot 2002 actief las. De eerste kennismaking was in ieder geval met Treasure, dat ik leende bij de plaatselijke bibliotheek en kopieerde naar een cd-r (nog zo’n tijdsbeeld
). Ik vond het meteen al betoverend – zoiets had ik op dat moment nog nooit gehoord. Het was wel muziek waar mijn ouders echt helemaal niets mee konden, vooral vanwege de in hun ogen onnavolgbare zang van Elizabeth Fraser.Van een oudere collega (en wave-liefhebber) van het bijbaantje dat ik toen had, kreeg ik Garlands te leen. Dat was een flinke teleurstelling. Ik kon echt helemaal niets met de – in mijn oren – lelijke sound. Het was alsof ik luisterde naar demo’s van een band die nog lang niet tot wasdom was gekomen. Ergens was dat natuurlijk ook zo: het album zit qua sound dichter bij de gothische wave van bijvoorbeeld Siouxsie and the Banshees dan bij het etherische Treasure. Ik heb het album vervolgens jarenlang niet meer beluisterd, tot ik merkte dat het op deze site best wel gewaardeerd werd. Eerst dacht ik nog dat ik destijds misschien een ander album had gehoord, maar dat bleek toch ook weer niet het geval. Af en toe probeerde ik het weer eens, en gaandeweg ben ik Garlands wel meer gaan waarderen – al blijven de albums daarna mijn favoriet.
Tussen Garlands en Treasure zit Head Over Heels, dat inderdaad een grote stap voorwaarts is ten opzichte van Garlands en de tussenliggende EP’s. Uiteindelijk is Head Over Heels uitgegroeid tot mijn favoriete album van de band. De gotische mist van Garlands is grotendeels opgetrokken en verruild voor weelderige klanklandschappen – soms feeëriek (Sugar Hiccup), dan weer stormachtig (In Our Angelhood). Lange tijd bleef het voor mij ook bij die eerste drie albums en wat EP’s daaromheen, mede omdat ik wel eens later werk had gehoord dat me niet echt kon bekoren. Dat is later wel bijgedraaid: inmiddels kan ik ook Blue Bell Knoll en Victorialand meer waarderen.
Met Heaven or Las Vegas wil het helaas nog niet zo lukken. Ik mis daar toch een beetje de ongrijpbaarheid van de liedjes – het voelt allemaal wat gewoner, op de een of andere manier. Maar misschien heb ik het gewoon nog niet in de juiste omstandigheden en/of stemming gedraaid. Ik heb in ieder geval gemerkt dat het oeuvre van Cocteau Twins een schatkist is waar je een leven mee vooruit kunt. Sommige juwelen blinken je vanaf de oppervlakte toe, andere moet je even oppoetsen – en weer anderen liggen verscholen onderin, wachtend tot ze ontdekt worden.
1
geplaatst: 28 juni 2025, 18:56 uur
herman Het is genieten van de verhalen bij de artiesten. Swell was voor mij tot op heden onbekend, maar jouw stuk maakt dat ik nu naar Forget About Jesus zit te luisteren. Cocteau Twins ken ik wel, maar zou ik ook eens wat vaker moeten aanslingeren.
15
geplaatst: 28 juni 2025, 22:03 uur
https://cdn.artphotolimited.com/images/652574abbd40b862c676a918/1000x1000/depeche-mode-black-celebration.jpg
80. Depeche Mode
Live gezien: ja
Favoriete album(s): Music for the Masses (1987), Violator (1990), Ultra (1997)
Favoriete nummers: Blasphemous Rumours, Never Let Me Down, Personal Jesus, Enjoy the Silence, I Feel You, It’s No Good, Where’s The Revolution
Deep cuts: Rush, The Darkest Star
Ook in de lijst van: aERodynamIC (13), vigil (04), dazzler (17), Casartelli (12)
Depeche Mode noemde ik al even in het stuk over The Stone Roses. Tussen al het reguliere hitparade-werk viel naast Fools Gold ook Enjoy The Silence op als een opmerkelijke top 40-klant. Een intrigerend geluid, maar vooral een mysterieuze videoclip – die figuur met kroon en ligstoel ergens in de bergen bleef me bij. Het nummer keerde steeds terug: op de radio, op feestjes, thuis. Voor mij hoort het bij die zeldzame reeks serieuze popnummers die ik als kind al mooi vond en die me nog altijd even sterk raken.
Songs of Faith and Devotion was het eerste volledige Depeche Mode-album dat ik echt leerde kennen, halverwege de jaren ’90. Ik had het op tape (gekopieerd uit de bibliotheek) en leende het uit aan een klasgenootje dat het nooit heeft teruggegeven... De eerste nummers zijn ijzersterk – I Feel You, Walking in My Shoes, Condemnation – en ook In Your Room en Rush zijn indrukwekkend. Toch viel het me bij latere beluistering enigszins tegen; als geheel voelt het wat geforceerd alternatief.
Mijn interesse werd pas echt aangewakkerd dankzij Kink FM, een topzender in de jaren ’90. Zij draaiden geregeld de singles van Ultra, waardoor ik tijdens een vakantie de verzamelaar The Singles 86–98 kocht – een plaat die ik grijs draaide. Ultra zelf voelde wat afstandelijker, maar Barrel of a Gun en vooral It’s No Good vond ik ijzersterk – misschien wel hun beste single. Die donkere, introspectieve sfeer – een band die zichzelf opnieuw probeert uit te vinden – sprak me aan.
In aanloop naar hun concert in Ahoy in 2006 begon ik opnieuw intensief te luisteren, vooral naar Playing the Angel. De singles kende ik al, maar ook andere nummers begonnen me te raken, met name Damaged People met z’n theatrale ondertoon. Ik was ook gecharmeerd van remixes uit die periode, zoals James Holdens versie van The Darkest Star. Het elektronische aspect van Depeche Mode heeft me sowieso altijd aangesproken, bijvoorbeeld ook bij Delta Machine, met als hoogtepunt My Little Universe. De link naar dancemuziek loopt ook sterk via Martin Gore volgens mij – voorafgaand aan het concert in Ahoy draaide hij zelfs een eigen technoset. Veel DM-fans moesten niets hebben van dansmuziek, merkte ik, maar ik vond het juist een mooie combinatie. Misschien omdat ik zelf altijd tussen die werelden in heb gehangen.
Dat concert was overigens briljant. Depeche Mode had toen, voor zover ik weet, al zeker tien jaar niet in Nederland opgetreden – en dat was te merken. Ik zit normaal nooit op het balkon, maar dit keer wel. Daardoor kon ik perfect zien hoe de band moeiteloos een vol Ahoy plat speelde.
Wat Depeche Mode voor mij zo bijzonder maakt, is hun vermogen om melancholie, kracht en mysterie te verenigen in een geluid dat tijdloos aanvoelt – soms elektronisch, soms rauw, soms duister, soms troostend. Het overlijden van Andy Fletcher heeft daar nog een extra laag aan gegeven. Ghosts Again is daarvan een prachtig voorbeeld: rouwverwerking in muzikale vorm. De band bestaat al zo’n 45 jaar, maar mijn indruk is dat Gahan en Gore er voorlopig nog niet klaar mee zijn.
80. Depeche Mode
Live gezien: ja
Favoriete album(s): Music for the Masses (1987), Violator (1990), Ultra (1997)
Favoriete nummers: Blasphemous Rumours, Never Let Me Down, Personal Jesus, Enjoy the Silence, I Feel You, It’s No Good, Where’s The Revolution
Deep cuts: Rush, The Darkest Star
Ook in de lijst van: aERodynamIC (13), vigil (04), dazzler (17), Casartelli (12)
Depeche Mode noemde ik al even in het stuk over The Stone Roses. Tussen al het reguliere hitparade-werk viel naast Fools Gold ook Enjoy The Silence op als een opmerkelijke top 40-klant. Een intrigerend geluid, maar vooral een mysterieuze videoclip – die figuur met kroon en ligstoel ergens in de bergen bleef me bij. Het nummer keerde steeds terug: op de radio, op feestjes, thuis. Voor mij hoort het bij die zeldzame reeks serieuze popnummers die ik als kind al mooi vond en die me nog altijd even sterk raken.
Songs of Faith and Devotion was het eerste volledige Depeche Mode-album dat ik echt leerde kennen, halverwege de jaren ’90. Ik had het op tape (gekopieerd uit de bibliotheek) en leende het uit aan een klasgenootje dat het nooit heeft teruggegeven... De eerste nummers zijn ijzersterk – I Feel You, Walking in My Shoes, Condemnation – en ook In Your Room en Rush zijn indrukwekkend. Toch viel het me bij latere beluistering enigszins tegen; als geheel voelt het wat geforceerd alternatief.
Mijn interesse werd pas echt aangewakkerd dankzij Kink FM, een topzender in de jaren ’90. Zij draaiden geregeld de singles van Ultra, waardoor ik tijdens een vakantie de verzamelaar The Singles 86–98 kocht – een plaat die ik grijs draaide. Ultra zelf voelde wat afstandelijker, maar Barrel of a Gun en vooral It’s No Good vond ik ijzersterk – misschien wel hun beste single. Die donkere, introspectieve sfeer – een band die zichzelf opnieuw probeert uit te vinden – sprak me aan.
In aanloop naar hun concert in Ahoy in 2006 begon ik opnieuw intensief te luisteren, vooral naar Playing the Angel. De singles kende ik al, maar ook andere nummers begonnen me te raken, met name Damaged People met z’n theatrale ondertoon. Ik was ook gecharmeerd van remixes uit die periode, zoals James Holdens versie van The Darkest Star. Het elektronische aspect van Depeche Mode heeft me sowieso altijd aangesproken, bijvoorbeeld ook bij Delta Machine, met als hoogtepunt My Little Universe. De link naar dancemuziek loopt ook sterk via Martin Gore volgens mij – voorafgaand aan het concert in Ahoy draaide hij zelfs een eigen technoset. Veel DM-fans moesten niets hebben van dansmuziek, merkte ik, maar ik vond het juist een mooie combinatie. Misschien omdat ik zelf altijd tussen die werelden in heb gehangen.
Dat concert was overigens briljant. Depeche Mode had toen, voor zover ik weet, al zeker tien jaar niet in Nederland opgetreden – en dat was te merken. Ik zit normaal nooit op het balkon, maar dit keer wel. Daardoor kon ik perfect zien hoe de band moeiteloos een vol Ahoy plat speelde.
Wat Depeche Mode voor mij zo bijzonder maakt, is hun vermogen om melancholie, kracht en mysterie te verenigen in een geluid dat tijdloos aanvoelt – soms elektronisch, soms rauw, soms duister, soms troostend. Het overlijden van Andy Fletcher heeft daar nog een extra laag aan gegeven. Ghosts Again is daarvan een prachtig voorbeeld: rouwverwerking in muzikale vorm. De band bestaat al zo’n 45 jaar, maar mijn indruk is dat Gahan en Gore er voorlopig nog niet klaar mee zijn.
1
geplaatst: 28 juni 2025, 22:20 uur
Depeche
Ik was bij dat concert in Ahoy...Anton Corbijn ook, die kwam even de band voorstellen.
Ik was bij dat concert in Ahoy...Anton Corbijn ook, die kwam even de band voorstellen.
1
geplaatst: 28 juni 2025, 22:41 uur
Cocteau Twins
Voor mij is toch Heaven or Las Vegas de favoriet, een album dat ook in mijn top 10 terug komt. Wat betreft ideale luisteromstandigheden, associeer ik dat album altijd sterk met de zomer, vooral de warme, zwoele dagen en nachten...een beetje de tijd waar we nu ingaan dus! Geen idee of je het album wel eens onder die omstandigheden hebt beluisterd, misschien helpt het voor de waardering... 
Voor mij is toch Heaven or Las Vegas de favoriet, een album dat ook in mijn top 10 terug komt. Wat betreft ideale luisteromstandigheden, associeer ik dat album altijd sterk met de zomer, vooral de warme, zwoele dagen en nachten...een beetje de tijd waar we nu ingaan dus! Geen idee of je het album wel eens onder die omstandigheden hebt beluisterd, misschien helpt het voor de waardering... 
1
geplaatst: 28 juni 2025, 23:03 uur
luigifort schreef:
Depeche
Ik was bij dat concert in Ahoy...Anton Corbijn ook, die kwam even de band voorstellen.
Depeche
Ik was bij dat concert in Ahoy...Anton Corbijn ook, die kwam even de band voorstellen.
Ah dat wist ik niet meer. Wel dat Corbijn de decors had ontworpen, die zagen er ook wel erg tof uit.
Ben Corbijn nog wel een keer bij een concert van Nick Cave tegengekomen in de foyer, wel mooi dat hij ook wel echt een band heeft met die artiesten los zijn fotografiewerk.
1
geplaatst: 29 juni 2025, 09:08 uur
Cocteau Twins. Eerlijk gezegd vond ik destijds hun live optreden maar saai.
Je kon net zo goed hun 1e twee albums draaien.
Je kon net zo goed hun 1e twee albums draaien.
2
geplaatst: 29 juni 2025, 14:47 uur
Om te beseffen dat we nog 80 artiesten langs gaan is bizar, want het is nu al een fantastisch lekkere lijst! Realiseer me wel dat ik meer naar deze bands moet luisteren, maar er is zoveel met zo weinig tijd 

2
geplaatst: 29 juni 2025, 14:55 uur
Kondoro0614 schreef:
Om te beseffen dat we nog 80 artiesten langs gaan is bizar, want het is nu al een fantastisch lekkere lijst!
Om te beseffen dat we nog 80 artiesten langs gaan is bizar, want het is nu al een fantastisch lekkere lijst!
Ja ik denk ook dat vanaf nu het niveau alleen nog maar naar beneden gaat

1
geplaatst: 29 juni 2025, 22:46 uur
Rufus schreef:
Cocteau Twins. Eerlijk gezegd vond ik destijds hun live optreden maar saai.
Je kon net zo goed hun 1e twee albums draaien.
Cocteau Twins. Eerlijk gezegd vond ik destijds hun live optreden maar saai.
Je kon net zo goed hun 1e twee albums draaien.
Dat zou prima kunnen, ik heb ze nooit gezien. Maar live-optredens geven is ook weer iets heel anders. Er zijn ook bands die ik live geweldig vond en op plaat niets aan.
Overigens wel opvallend dat Cocteau Twins na de VK en de VS het meest in Nederland heeft opgetreden. Alleen in 1983 al 16 optredens, waaronder 1 keer samen met Dead Can Dance in het Leidse LVC.. Als ik toch eens terug in de tijd kon gaan...
Cocteau Twins Concert Setlist at LVC, Leiden on November 4, 1983 | setlist.fm
13
geplaatst: 29 juni 2025, 23:15 uur
https://www.billboard.com/wp-content/uploads/media/elliott-smith-1998-fea-billboard-1500.jpg?w=942&h=623&crop=1
79. Elliott Smith
Live gezien: ja
Favoriete album(s): Elliott Smith (1995), Either / Or (1997)
Favoriete nummers: Southern Belle, Pictures of Me, Angeles, Bottle Up and Explode!
Deep cuts: Plainclothes Man (Heatmiser), Last Call
Ook in de lijst van:
Er zijn eigenlijk twee fasen in mijn band met Elliott Smith. De eerste begon eind jaren ’90, toen ik hem ontdekte via OOR, dat ineens vol lof over hem schreef. Either/Or werd mijn kennismaking, en groeide snel uit tot een persoonlijke favoriet. Die plaat draaide ik eindeloos: melancholisch, melodieus en intiem – alles wat ik op dat moment zocht. Pictures of Me was meteen een uitschieter: scherp, verbeten, met die rake regel “everybody’s dying just to get the disease.” Een prachtige balans tussen schoonheid en bitterheid. Ook XO en Figure 8 vond ik erg goed, al voelde de magie voor mij iets minder sterk bij die latere platen. Toch bevat XO met Bottle Up and Explode een van mijn absolute favorieten – Elliott heeft meer nummers waarin hij op driekwart het volle register opentrekt, maar in deze wordt dat subliem ondersteund door prachtige strijkers.
Ik had destijds het geluk Elliott twee keer live te zien. Zijn soloconcert in de Melkweg op 5 april 2000 was een absoluut hoogtepunt: een ontspannen, spraakzame Elliott, een volle zaal, en akoestisch gebracht werk dat in alle kwetsbaarheid overeind bleef. Hij sloot af met Angeles – een fenomenaal nummer waarin zowaar nog wat joie-de-vivre doorklinkt. Dat stond in schril contrast met zijn optreden een paar maanden later op Rock Werchter, waar hij er vermoeid uitzag en met band een afstandelijk en rommelig optreden gaf. Figure 8 was toen net uit; ik kocht de plaat direct, maar het is de enige uit zijn catalogus die ik minder vaak draaide. Son of Sam blijft wel een sterke single, ondanks het zware onderwerp (Son of Sam was de bijnaam van een Amerikaanse seriemoordenaar die overigens ook nog werd geportretteerd in de uitstekende serie Mindhunter). De tekst “I’m a little like you, more like Son of Sam” is typerend voor hoe Elliott zichzelf niet spaarde.
De tweede fase kwam veel later, tijdens een burn-out in 2019. Ik wandelde veel om tot rust te komen, en begon onderweg weer vaker naar singer-songwriters te luisteren – onder wie Elliott Smith. In die tijd groeide zijn tweede album uit tot mijn favoriet, zelfs boven Either/Or. Via die herontdekking verdiepte ik me ook in zijn beginjaren bij Heatmiser, zijn oude band. Ik zocht alle nummers op die hij daar schreef en zag duidelijk hoe hij zich ontwikkelde: van gruizige grungerock naar melodiegedreven, breekbare liedjes. The Fix Is In, Everybody Has It en Plainclothes Man zijn prachtige tussenstappen richting zijn solowerk – vooral Plainclothes Man klinkt al helemaal als Elliott solo.
Wat me bij Elliott Smith altijd is bijgebleven, is hoe hij schoonheid wist te vinden in somberte – melancholie verpakt in melodieën die blijven hangen, met een stem, gitaar en teksten die steeds net genoeg afstand hielden om niet sentimenteel te worden, hoewel zijn vroege overlijden uiteraard diep tragisch was. Hij is een artiest die met me is meegegroeid – van tienerheld tot wandelgenoot – en wiens werk ik tot ver na zijn dood blijf koesteren.
79. Elliott Smith
Live gezien: ja
Favoriete album(s): Elliott Smith (1995), Either / Or (1997)
Favoriete nummers: Southern Belle, Pictures of Me, Angeles, Bottle Up and Explode!
Deep cuts: Plainclothes Man (Heatmiser), Last Call
Ook in de lijst van:
Er zijn eigenlijk twee fasen in mijn band met Elliott Smith. De eerste begon eind jaren ’90, toen ik hem ontdekte via OOR, dat ineens vol lof over hem schreef. Either/Or werd mijn kennismaking, en groeide snel uit tot een persoonlijke favoriet. Die plaat draaide ik eindeloos: melancholisch, melodieus en intiem – alles wat ik op dat moment zocht. Pictures of Me was meteen een uitschieter: scherp, verbeten, met die rake regel “everybody’s dying just to get the disease.” Een prachtige balans tussen schoonheid en bitterheid. Ook XO en Figure 8 vond ik erg goed, al voelde de magie voor mij iets minder sterk bij die latere platen. Toch bevat XO met Bottle Up and Explode een van mijn absolute favorieten – Elliott heeft meer nummers waarin hij op driekwart het volle register opentrekt, maar in deze wordt dat subliem ondersteund door prachtige strijkers.
Ik had destijds het geluk Elliott twee keer live te zien. Zijn soloconcert in de Melkweg op 5 april 2000 was een absoluut hoogtepunt: een ontspannen, spraakzame Elliott, een volle zaal, en akoestisch gebracht werk dat in alle kwetsbaarheid overeind bleef. Hij sloot af met Angeles – een fenomenaal nummer waarin zowaar nog wat joie-de-vivre doorklinkt. Dat stond in schril contrast met zijn optreden een paar maanden later op Rock Werchter, waar hij er vermoeid uitzag en met band een afstandelijk en rommelig optreden gaf. Figure 8 was toen net uit; ik kocht de plaat direct, maar het is de enige uit zijn catalogus die ik minder vaak draaide. Son of Sam blijft wel een sterke single, ondanks het zware onderwerp (Son of Sam was de bijnaam van een Amerikaanse seriemoordenaar die overigens ook nog werd geportretteerd in de uitstekende serie Mindhunter). De tekst “I’m a little like you, more like Son of Sam” is typerend voor hoe Elliott zichzelf niet spaarde.
De tweede fase kwam veel later, tijdens een burn-out in 2019. Ik wandelde veel om tot rust te komen, en begon onderweg weer vaker naar singer-songwriters te luisteren – onder wie Elliott Smith. In die tijd groeide zijn tweede album uit tot mijn favoriet, zelfs boven Either/Or. Via die herontdekking verdiepte ik me ook in zijn beginjaren bij Heatmiser, zijn oude band. Ik zocht alle nummers op die hij daar schreef en zag duidelijk hoe hij zich ontwikkelde: van gruizige grungerock naar melodiegedreven, breekbare liedjes. The Fix Is In, Everybody Has It en Plainclothes Man zijn prachtige tussenstappen richting zijn solowerk – vooral Plainclothes Man klinkt al helemaal als Elliott solo.
Wat me bij Elliott Smith altijd is bijgebleven, is hoe hij schoonheid wist te vinden in somberte – melancholie verpakt in melodieën die blijven hangen, met een stem, gitaar en teksten die steeds net genoeg afstand hielden om niet sentimenteel te worden, hoewel zijn vroege overlijden uiteraard diep tragisch was. Hij is een artiest die met me is meegegroeid – van tienerheld tot wandelgenoot – en wiens werk ik tot ver na zijn dood blijf koesteren.
1
geplaatst: 30 juni 2025, 05:49 uur
Deze krijgt een oprecht
van mij.
Maar ook
Bottle Up and Explode is mij ook zeer lief.
van mij.Maar ook

Bottle Up and Explode is mij ook zeer lief.
1
geplaatst: 30 juni 2025, 09:11 uur
herman schreef:
Dat stond in schril contrast met zijn optreden een paar maanden later op Rock Werchter, waar hij er vermoeid uitzag en met band een afstandelijk en rommelig optreden gaf.
Dat stond in schril contrast met zijn optreden een paar maanden later op Rock Werchter, waar hij er vermoeid uitzag en met band een afstandelijk en rommelig optreden gaf.
Daar heb ik toen ook een stukje van gezien. Ik kende zijn muziek toen nog niet - en nu nog steeds nauwelijks eigenlijk - vond er niets aan, en ben toen weer doorgegaan naar iets anders...
0
geplaatst: 30 juni 2025, 10:28 uur
Brunniepoo schreef:
Daar heb ik toen ook een stukje van gezien. Ik kende zijn muziek toen nog niet - en nu nog steeds nauwelijks eigenlijk - vond er niets aan, en ben toen weer doorgegaan naar iets anders...
(quote)
Daar heb ik toen ook een stukje van gezien. Ik kende zijn muziek toen nog niet - en nu nog steeds nauwelijks eigenlijk - vond er niets aan, en ben toen weer doorgegaan naar iets anders...
Ja, heel begrijpelijk. Het is dat ik hem al kende..
1
geplaatst: 30 juni 2025, 15:30 uur
Mijn favoriete nummer van Elliott Smith is L.A., ken ik door Guitar Hero. 
9 voorkeursstemmen bij de statistieken vind ik eigenlijk heel verrassend...

9 voorkeursstemmen bij de statistieken vind ik eigenlijk heel verrassend...
1
geplaatst: 30 juni 2025, 17:55 uur
Mooie keus, heb hem gelijk even opgezet. Voor mij een van de betere van Figure 8.
6
geplaatst: 1 juli 2025, 01:21 uur
https://lastfm.freetls.fastly.net/i/u/770x0/7ae402d4bce2c570745757554aab3d00.jpg#7ae402d4bce2c570745757554aab3d00
78. Sebadoh
Live gezien: ja
Favoriete album(s): Bakesale (1994)
Favoriete nummers: On Fire, Soul and Fire, Skull, Flame, Beauty of the Ride, Not Too Amused
Deep cuts: Kingdom of Lies, Insinuation (The Folk Implosion), Modesty (Lou Barlow solo), Prince-S
Ook in de lijst van: itchy (5 (Lou Barlow))
Sebadoh is zo’n band waar ik altijd een zwak voor heb gehad – sinds ik ooit het album Harmacy leende van een vriendin. Ik kende ze toen eigenlijk alleen van Flame, het eerste nummer dat ik van ze hoorde, waarschijnlijk ook weer via Kink FM. Uitstekend nummer, maar de opener van Harmacy – On Fire – was pas echt een voltreffer. Zó’n hartverscheurend mooi nummer, dat ik lange tijd nauwelijks verder kwam dan dat eerste liedje. Gaandeweg kwam dat natuurlijk wel goed; zo volgden later ook Bakesale en Bubble and Scrape, de twee albums daarvoor. Stuk voor stuk heerlijk rommelige platen die nooit gaan vervelen.
Sebadoh begon eind jaren tachtig als uitlaatklep van Lou Barlow, nadat hij was opgestapt (of eruit gezet) bij Dinosaur Jr. Door frontman J Mascis steeds verder naar de zijlijn gedrukt, besloot hij voor zichzelf te beginnen – lo-fi, op cassettes, onder de naam The Sebadoh. Die naam zou een verbastering zijn van een zelfbedacht woord dat nergens echt op slaat – een soort onzinterm die tegelijk iets kinderlijks en eigenzinnigs uitstraalt. En eigenlijk is dat precies wat hun muziek typeert: altrock die rammelt en kraakt, maar eerlijk en puur blijft en soms heerlijk uit de bocht vliegt.
Wat Sebadoh uniek maakt, is de democratische aanpak: verschillende leden leveren songs aan, met elk hun eigen toon. In hun beste jaren draaide het vooral om de wisselwerking tussen Barlow en Jason Loewenstein. Barlow schreef de melancholische, breekbare liedjes; Loewenstein rockte harder en directer. Gemiddeld is het werk van Loewenstein misschien iets minder consistent, maar zijn hoogtepunten – Sister, Careful, Not Too Amused, Prince-S – mogen er zijn. Die schizofrene opbouw van hun albums werkt meestal juist in hun voordeel. Ooit heb ik twee aparte playlists gemaakt van het Sebadoh-werk van beiden – en dat luistert dan toch minder prettig. De spanning zit ‘m voor een deel ook zeker in de afwisseling.
Mijn favoriete Sebadoh-plaat is uiteindelijk Bakesale, eigenlijk sinds ik de band live zag in de Effenaar, een kleine vijftien jaar geleden alweer. Daar staan gewoon de meeste écht goede liedjes op. Verder is Barlow ook wel een markant figuur (lees Itchy’s heerlijke verslag van dat Barlow-optreden op een woonboot er maar op na). Zelf zag ik hem ook nog eens solo tijdens een intiem concert in de bovenzaal van Paradiso, rond 2013. Zijn vrouw was ook aanwezig en dat vond ik wel bijzonder, al waren de grapjes die hij over haar maakte opvallend vilein. Niet veel later gingen ze uit elkaar – een ironische wending, als je bedenkt dat het schitterende Soul and Fire (uit 1993) ooit over haar ging, en dat dat nummer hen juist weer had samengebracht na een eerdere break-up.
Inmiddels zie ik dat zelfs The Folk Implosion weer optreedt, ben benieuwd wanneer we Barlow weer in Europa zien…
78. Sebadoh
Live gezien: ja
Favoriete album(s): Bakesale (1994)
Favoriete nummers: On Fire, Soul and Fire, Skull, Flame, Beauty of the Ride, Not Too Amused
Deep cuts: Kingdom of Lies, Insinuation (The Folk Implosion), Modesty (Lou Barlow solo), Prince-S
Ook in de lijst van: itchy (5 (Lou Barlow))
Sebadoh is zo’n band waar ik altijd een zwak voor heb gehad – sinds ik ooit het album Harmacy leende van een vriendin. Ik kende ze toen eigenlijk alleen van Flame, het eerste nummer dat ik van ze hoorde, waarschijnlijk ook weer via Kink FM. Uitstekend nummer, maar de opener van Harmacy – On Fire – was pas echt een voltreffer. Zó’n hartverscheurend mooi nummer, dat ik lange tijd nauwelijks verder kwam dan dat eerste liedje. Gaandeweg kwam dat natuurlijk wel goed; zo volgden later ook Bakesale en Bubble and Scrape, de twee albums daarvoor. Stuk voor stuk heerlijk rommelige platen die nooit gaan vervelen.
Sebadoh begon eind jaren tachtig als uitlaatklep van Lou Barlow, nadat hij was opgestapt (of eruit gezet) bij Dinosaur Jr. Door frontman J Mascis steeds verder naar de zijlijn gedrukt, besloot hij voor zichzelf te beginnen – lo-fi, op cassettes, onder de naam The Sebadoh. Die naam zou een verbastering zijn van een zelfbedacht woord dat nergens echt op slaat – een soort onzinterm die tegelijk iets kinderlijks en eigenzinnigs uitstraalt. En eigenlijk is dat precies wat hun muziek typeert: altrock die rammelt en kraakt, maar eerlijk en puur blijft en soms heerlijk uit de bocht vliegt.
Wat Sebadoh uniek maakt, is de democratische aanpak: verschillende leden leveren songs aan, met elk hun eigen toon. In hun beste jaren draaide het vooral om de wisselwerking tussen Barlow en Jason Loewenstein. Barlow schreef de melancholische, breekbare liedjes; Loewenstein rockte harder en directer. Gemiddeld is het werk van Loewenstein misschien iets minder consistent, maar zijn hoogtepunten – Sister, Careful, Not Too Amused, Prince-S – mogen er zijn. Die schizofrene opbouw van hun albums werkt meestal juist in hun voordeel. Ooit heb ik twee aparte playlists gemaakt van het Sebadoh-werk van beiden – en dat luistert dan toch minder prettig. De spanning zit ‘m voor een deel ook zeker in de afwisseling.
Mijn favoriete Sebadoh-plaat is uiteindelijk Bakesale, eigenlijk sinds ik de band live zag in de Effenaar, een kleine vijftien jaar geleden alweer. Daar staan gewoon de meeste écht goede liedjes op. Verder is Barlow ook wel een markant figuur (lees Itchy’s heerlijke verslag van dat Barlow-optreden op een woonboot er maar op na). Zelf zag ik hem ook nog eens solo tijdens een intiem concert in de bovenzaal van Paradiso, rond 2013. Zijn vrouw was ook aanwezig en dat vond ik wel bijzonder, al waren de grapjes die hij over haar maakte opvallend vilein. Niet veel later gingen ze uit elkaar – een ironische wending, als je bedenkt dat het schitterende Soul and Fire (uit 1993) ooit over haar ging, en dat dat nummer hen juist weer had samengebracht na een eerdere break-up.
Inmiddels zie ik dat zelfs The Folk Implosion weer optreedt, ben benieuwd wanneer we Barlow weer in Europa zien…
1
geplaatst: 1 juli 2025, 11:01 uur
Sebadoh hele mooie pareltjes soms ook aangevuld door vervelende nummers maar de eindsom is altijd zeer goed.
Herman ligt er wel wakker van zie ik
Herman ligt er wel wakker van zie ik

1
geplaatst: 1 juli 2025, 11:54 uur
Sebadoh 
Rommelige platen akkoord, maar Bakesale is de uitzondering: van begin tot eind messcherp.

Rommelige platen akkoord, maar Bakesale is de uitzondering: van begin tot eind messcherp.
0
geplaatst: 2 juli 2025, 00:54 uur
Rommelig houdt het ook boeiend vind ik.
Is ook de warmte.
En ik slaap sowieso nooit echt vroeg.
Al vond ik dit ook wel een lastig stuk om te schrijven op de een of andere manier, de volgende ging een stuk makkelijker.
Is ook de warmte.
En ik slaap sowieso nooit echt vroeg.
Al vond ik dit ook wel een lastig stuk om te schrijven op de een of andere manier, de volgende ging een stuk makkelijker.
21
geplaatst: 2 juli 2025, 01:00 uur
https://miro.medium.com/v2/resize:fit:4800/format:webp/1*unxxm-faSdi9hLOhFUiC8Q.jpeg
77. Portishead
Favoriete album(s): Third (2008)
Favoriete nummers: Mysterons, Roads, Glory Box, Only You, We Carry On, Small, Threads
Deep cuts: Tom The Model (Beth Gibbon & Rustin’ Man), Western Eyes, Tom Jones & Portishead - Motherless Child
Ook in de lijst van: aERodynamIC (65)
Er zijn artiesten die periodiek de archieven afstoffen en weer een bootleg series, anthology reeks of vault release op de wereld loslaten, vaak in aanvulling op toch al een imposant oeuvre. Aan de andere kant heb je dan weer artiesten die rustig 10 jaar de tijd neem voor een album en daar moet je het dan maar mee doen. Geen b-sides, geen rarities, geen anniversary editions. Portishead zit duidelijk in die hoek en dat mag ik wel: een overzichtelijk oeuvre met geen noot teveel. Drie studio-albums, een live-album en eventueel nog één extra schijfje met wat er dan nog over blijft.
De kiem voor Portishead werd gelegd in de jaren ‘80, toen Geoff Barrow zich begaf in de scene rond Massive Attack-voorloper The Wild Bunch. In 1991 ontsproot de kiem, toen Geoff Barrow -een tiener nog altijd- betrokken werd bij de opnames van Massive Attack’s Blue Lines. Hij kreeg van hen ook wat studiotijd om zijn eigen ideeen vorm te geven en ontmoette Beth Gibbons, die naar Bristol was verhuisd om haar muzikale carriere op gang te helpen. Portishead was een feit en nadat ook jazzmuzikant Adrian Utley zich bij de band had gevoegd, werd in 1994 het legendarische Dummy uitgebracht. Destijds vond ik het nog wat lastige muziek, maar het hielp dat de singles regelmatig langskwamen op met name MTV, dat toen zoveel mogelijk aanstond. Opvallend vond ik vooral dat Glory Box precies dezelfde Isaac Hayes sample gebruikte als Tricky’s Hell Is Round the Corner. Later ben ik de soul-invloeden (Nina Simone, Billie Holiday) dan weer veel meer gaan waarderen. In 1997 kocht ik ook opvolger Portishead, dat ik wel heel zwaar en deprimerend vond en daardoor veel minder draaide. Maar als ik er dan eens voor ging zitten… Inmiddels vind ik het wel een beetje Dummy 2.0; heel goed, maar wel duidelijk hun minste worp.
Zoals zovelen dacht ik dat het verhaal Portishead wel een gesloten boek was, totdat in 2008 ineens Third verscheen. Ik vond het een lastige plaat – het vertrouwde geluid van donkere triphop vol samples en scratches had plaatsgemaakt voor iets rauwers en experimentelers. Het was een totaal andere sfeer: een analoog, kaal en afstandelijk geluid, met duidelijke invloeden uit de krautrock. Toch werd ik langzaam meegezogen. Het begint al met het briljante Silence, dat abrupt eindigt en zo zijn naam op ijzingwekkende wijze waarmaakt. Machine Gun is het nummer dat ik in het begin het vaakst los draaide – furieuze, mechanische drums, daaroverheen de intense, gebroken zang van Beth Gibbons, afgewisseld met ijle engelenkoortjes. Vrij kaal geproduceerd, maar juist daardoor komt het sinistere karakter scherp naar voren. Small is minstens zo indrukwekkend. Het begint als een gevoelige ballad, maar transformeert al snel tot iets ongemakkelijkers – alsof The Doors de soundtrack voor een Hitchcock-thriller hebben geschreven. In Threads valt vooral op hoe mooi de zanglijn zich door het muzikale landschap weeft; subtiel, maar trefzeker.
Aanvankelijk kon ik er weinig mee, maar na verloop van tijd begon het album te dagen – en dat is inmiddels al vijftien jaar geleden. De geraffineerdheid van de plaat zit niet alleen in de composities, maar ook in de gelaagde details: de bas en doedelzakken in Magic Doors, de krautrock-referenties in We Carry On (Can + Silver Apples + Portishead), en het veelzijdige klankenpalet dat misschien wel culmineert in de kapperszaak-doo-wop van Deep Waters. Het is de getormenteerde stem van Gibbons die alles bij elkaar houdt, en de unieke, feilloze balans tussen krautrock, pop en elektronica die het album zijn kracht geeft. In retrospect vraag ik me af of er in de jaren ’00 een geslaagdere comeback is geweest.
Na Third heeft Portishead nog twee singles uitgebracht: Chase The Tear (Portishead goes Neu!) en S.O.S. (Portishead doet ABBA!). Verder is het stil rond de band, al zijn Barrow en Gibbons wel actief met hun andere (solo)projecten. Of er na 17 jaar nog een comeback in het vat zit, valt te bezien, maar ik heb de hoop nog niet opgegeven…
77. Portishead
Favoriete album(s): Third (2008)
Favoriete nummers: Mysterons, Roads, Glory Box, Only You, We Carry On, Small, Threads
Deep cuts: Tom The Model (Beth Gibbon & Rustin’ Man), Western Eyes, Tom Jones & Portishead - Motherless Child
Ook in de lijst van: aERodynamIC (65)
Er zijn artiesten die periodiek de archieven afstoffen en weer een bootleg series, anthology reeks of vault release op de wereld loslaten, vaak in aanvulling op toch al een imposant oeuvre. Aan de andere kant heb je dan weer artiesten die rustig 10 jaar de tijd neem voor een album en daar moet je het dan maar mee doen. Geen b-sides, geen rarities, geen anniversary editions. Portishead zit duidelijk in die hoek en dat mag ik wel: een overzichtelijk oeuvre met geen noot teveel. Drie studio-albums, een live-album en eventueel nog één extra schijfje met wat er dan nog over blijft.
De kiem voor Portishead werd gelegd in de jaren ‘80, toen Geoff Barrow zich begaf in de scene rond Massive Attack-voorloper The Wild Bunch. In 1991 ontsproot de kiem, toen Geoff Barrow -een tiener nog altijd- betrokken werd bij de opnames van Massive Attack’s Blue Lines. Hij kreeg van hen ook wat studiotijd om zijn eigen ideeen vorm te geven en ontmoette Beth Gibbons, die naar Bristol was verhuisd om haar muzikale carriere op gang te helpen. Portishead was een feit en nadat ook jazzmuzikant Adrian Utley zich bij de band had gevoegd, werd in 1994 het legendarische Dummy uitgebracht. Destijds vond ik het nog wat lastige muziek, maar het hielp dat de singles regelmatig langskwamen op met name MTV, dat toen zoveel mogelijk aanstond. Opvallend vond ik vooral dat Glory Box precies dezelfde Isaac Hayes sample gebruikte als Tricky’s Hell Is Round the Corner. Later ben ik de soul-invloeden (Nina Simone, Billie Holiday) dan weer veel meer gaan waarderen. In 1997 kocht ik ook opvolger Portishead, dat ik wel heel zwaar en deprimerend vond en daardoor veel minder draaide. Maar als ik er dan eens voor ging zitten… Inmiddels vind ik het wel een beetje Dummy 2.0; heel goed, maar wel duidelijk hun minste worp.
Zoals zovelen dacht ik dat het verhaal Portishead wel een gesloten boek was, totdat in 2008 ineens Third verscheen. Ik vond het een lastige plaat – het vertrouwde geluid van donkere triphop vol samples en scratches had plaatsgemaakt voor iets rauwers en experimentelers. Het was een totaal andere sfeer: een analoog, kaal en afstandelijk geluid, met duidelijke invloeden uit de krautrock. Toch werd ik langzaam meegezogen. Het begint al met het briljante Silence, dat abrupt eindigt en zo zijn naam op ijzingwekkende wijze waarmaakt. Machine Gun is het nummer dat ik in het begin het vaakst los draaide – furieuze, mechanische drums, daaroverheen de intense, gebroken zang van Beth Gibbons, afgewisseld met ijle engelenkoortjes. Vrij kaal geproduceerd, maar juist daardoor komt het sinistere karakter scherp naar voren. Small is minstens zo indrukwekkend. Het begint als een gevoelige ballad, maar transformeert al snel tot iets ongemakkelijkers – alsof The Doors de soundtrack voor een Hitchcock-thriller hebben geschreven. In Threads valt vooral op hoe mooi de zanglijn zich door het muzikale landschap weeft; subtiel, maar trefzeker.
Aanvankelijk kon ik er weinig mee, maar na verloop van tijd begon het album te dagen – en dat is inmiddels al vijftien jaar geleden. De geraffineerdheid van de plaat zit niet alleen in de composities, maar ook in de gelaagde details: de bas en doedelzakken in Magic Doors, de krautrock-referenties in We Carry On (Can + Silver Apples + Portishead), en het veelzijdige klankenpalet dat misschien wel culmineert in de kapperszaak-doo-wop van Deep Waters. Het is de getormenteerde stem van Gibbons die alles bij elkaar houdt, en de unieke, feilloze balans tussen krautrock, pop en elektronica die het album zijn kracht geeft. In retrospect vraag ik me af of er in de jaren ’00 een geslaagdere comeback is geweest.
Na Third heeft Portishead nog twee singles uitgebracht: Chase The Tear (Portishead goes Neu!) en S.O.S. (Portishead doet ABBA!). Verder is het stil rond de band, al zijn Barrow en Gibbons wel actief met hun andere (solo)projecten. Of er na 17 jaar nog een comeback in het vat zit, valt te bezien, maar ik heb de hoop nog niet opgegeven…
2
geplaatst: 2 juli 2025, 18:01 uur
Dan hoop ik voor je dat je tevens ook niet echt vroeg op moet. Ik heb niet veel slaap nodig om te kunnen functioneren, maar die tijdstippen die ik soms bij posts van jou zie moet ik me echt niet aan wagen

0
geplaatst: 3 juli 2025, 00:49 uur
GrafGantz schreef:
Dan hoop ik voor je dat je tevens ook niet echt vroeg op moet. Ik heb niet veel slaap nodig om te kunnen functioneren, maar die tijdstippen die ik soms bij posts van jou zie moet ik me echt niet aan wagen
(quote)
Dan hoop ik voor je dat je tevens ook niet echt vroeg op moet. Ik heb niet veel slaap nodig om te kunnen functioneren, maar die tijdstippen die ik soms bij posts van jou zie moet ik me echt niet aan wagen
Ik begin om half 10 meestal (tenzij ik een eerdere afspraak heb), dus de wekker hoeft niet heel vroeg. Maar vaak word ik na 6 uur slaap toch wel wakker. Idealiter slaap ik liever ook wel wat langer, ben ook niet heel erg een ochtendmens dus als het even kan plan ik dan mijn overleggen zodat ik in de middag lekker door kan werken.

6
geplaatst: 3 juli 2025, 00:55 uur
https://www.snapgalleries.com/wp-content/uploads/2016/03/1436.jpg
76. The Jam
Favoriete album(s): All Mod Cons (1978), Setting Sons (1979)
Favoriete nummers: To Be Someone (Didn't We Have a Nice Time), David Watts, Down in the Tube Station at Midnight, Eton Rifles, Start!, Town Called Malice, Precious
Deep cuts: In the Crowd, Funeral Pyre
Ook in de lijst van:
Bij sommige bands smokkel ik de solocarrière van het voornaamste bandlid er een beetje bij, maar bij Paul Weller en The Jam voelt dat niet nodig. Ze zijn groot genoeg om ieder apart hun plek op te eisen in mijn lijst. (The Style Council heeft het, ik geef het maar meteen toe, niet gehaald.)
Mijn eerste kennismaking met The Jam was via “A Town Called Malice”, dat stond op een verzamelaar die sowieso mijn toegangspoort was tot vrijwel elke artiest erop:
https://www.musicmeter.nl/album/67543]Going Underground (1995) - MusicMeter.nl.
Lange tijd kende ik de band niet veel beter dan dat ene nummer. Toch hing er jarenlang een concertposter van The Jam in mijn kamer in het ouderlijk huis — gekocht bij een optreden van Paul Weller, alsof ik de band al kende. Daar moest nu natuurlijk wel verandering in komen.
Het eerste album waarin ik me echt verdiepte was All Mod Cons. Waarschijnlijk vind ik dat nog steeds hun beste plaat. Er zit een flinke vaart in, maar er is ook ruimte voor gevoel (zoals het ingetogen “English Rose”) en muzikale roots: hun cover van The Kinks’ “David Watts” is ronduit geweldig. Weller & co. kennen hun erfgoed — en dat erfgoed bevat ook soul. Niet alleen via directe covers zoals “Heat Wave” van Martha and the Vandellas, maar ook in hun eigen composities. Denk opnieuw aan “A Town Called Malice”, dat zindert van de energie en tegelijk een Motown-hartslag heeft. Ik heb wel eens opgepikt dat de ritmetrack eigenlijk gewoon van een Supremes-song komt, en ik vind dat idee te mooi om het kapot te factchecken.
Tekstueel is The Jam soms ook fijn bijtend en maatschappijkritisch — iets wat ik wel kan waarderen. De heren (en Weller zeker) zien er altijd onberispelijk uit, maar onder de gesoigneerde maatpakken schuilt genoeg working class-woede.
“Going Underground” heeft wat dat betreft een heerlijke tekstregel, een van mijn Weller-favorieten:
"The public gets what the public wants / But I want nothing this society’s got."
En uit het geweldige “Eton Rifles”:
"All that rugby puts hairs on your chest / What chance have you got against a tie and a crest?"
Momenteel luister ik naar hun laatste album The Gift, dat een kleine anderhalf jaar na de voorganger uitkwam. De ontwikkeling die de band heeft doorgemaakt is echter behoorlijk groot: met een beetje goodwill zou je dit ook het eerste Style Council-album kunnen noemen, zoveel soul zit erin. In die band ben ik nooit echt diep gedoken, maar dat wordt eens tijd.
Ik open het bal alvast met het voor deze dagen toepasselijke Long Hot Summer:
[url=https://www.youtube.com/watch?v=1CAzwewVjZ0]The Style Council - Long Hot Summer
76. The Jam
Favoriete album(s): All Mod Cons (1978), Setting Sons (1979)
Favoriete nummers: To Be Someone (Didn't We Have a Nice Time), David Watts, Down in the Tube Station at Midnight, Eton Rifles, Start!, Town Called Malice, Precious
Deep cuts: In the Crowd, Funeral Pyre
Ook in de lijst van:
Bij sommige bands smokkel ik de solocarrière van het voornaamste bandlid er een beetje bij, maar bij Paul Weller en The Jam voelt dat niet nodig. Ze zijn groot genoeg om ieder apart hun plek op te eisen in mijn lijst. (The Style Council heeft het, ik geef het maar meteen toe, niet gehaald.)
Mijn eerste kennismaking met The Jam was via “A Town Called Malice”, dat stond op een verzamelaar die sowieso mijn toegangspoort was tot vrijwel elke artiest erop:
https://www.musicmeter.nl/album/67543]Going Underground (1995) - MusicMeter.nl.
Lange tijd kende ik de band niet veel beter dan dat ene nummer. Toch hing er jarenlang een concertposter van The Jam in mijn kamer in het ouderlijk huis — gekocht bij een optreden van Paul Weller, alsof ik de band al kende. Daar moest nu natuurlijk wel verandering in komen.
Het eerste album waarin ik me echt verdiepte was All Mod Cons. Waarschijnlijk vind ik dat nog steeds hun beste plaat. Er zit een flinke vaart in, maar er is ook ruimte voor gevoel (zoals het ingetogen “English Rose”) en muzikale roots: hun cover van The Kinks’ “David Watts” is ronduit geweldig. Weller & co. kennen hun erfgoed — en dat erfgoed bevat ook soul. Niet alleen via directe covers zoals “Heat Wave” van Martha and the Vandellas, maar ook in hun eigen composities. Denk opnieuw aan “A Town Called Malice”, dat zindert van de energie en tegelijk een Motown-hartslag heeft. Ik heb wel eens opgepikt dat de ritmetrack eigenlijk gewoon van een Supremes-song komt, en ik vind dat idee te mooi om het kapot te factchecken.
Tekstueel is The Jam soms ook fijn bijtend en maatschappijkritisch — iets wat ik wel kan waarderen. De heren (en Weller zeker) zien er altijd onberispelijk uit, maar onder de gesoigneerde maatpakken schuilt genoeg working class-woede.
“Going Underground” heeft wat dat betreft een heerlijke tekstregel, een van mijn Weller-favorieten:
"The public gets what the public wants / But I want nothing this society’s got."
En uit het geweldige “Eton Rifles”:
"All that rugby puts hairs on your chest / What chance have you got against a tie and a crest?"
Momenteel luister ik naar hun laatste album The Gift, dat een kleine anderhalf jaar na de voorganger uitkwam. De ontwikkeling die de band heeft doorgemaakt is echter behoorlijk groot: met een beetje goodwill zou je dit ook het eerste Style Council-album kunnen noemen, zoveel soul zit erin. In die band ben ik nooit echt diep gedoken, maar dat wordt eens tijd.
Ik open het bal alvast met het voor deze dagen toepasselijke Long Hot Summer:
[url=https://www.youtube.com/watch?v=1CAzwewVjZ0]The Style Council - Long Hot Summer
* denotes required fields.

