Hier kun je zien welke berichten Toon1 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Blues Magoos - Psychedelic Lollipop (1966)

4,5
1
geplaatst: 17 december 2006, 16:15 uur
The Blues Magoos (een misleidende naam, want ze hadden meer te maken met psychedelische muziek dan blues) kwamen uit Greenwich Village, New York. Hun eerste single voor het label Mercury, We Ain't Got Nothing Yet haalde eind 1966 de top-5 van de Amerikaanse hitparade. Op dat moment waren ze één van de hipste bands in heel de VS. Ze werden zelfs aanzien als pioniers van de nieuwe richting die rock/popmuziek zou uitgaan. Maar in het voorjaar van 1967, toen er weer een nieuwe lading bands opkwamen, waaronder The Doors, werden ze aanzien als meelopers, en dat terwijl zij zich al 'psychedelisch' noemden voordat de meeste West-Coast bands dat deden. Op het podium droegen ze speciale psychedelische kostuums en gebruikten ze lichtgevende lava-lampen en speelden ze lange nummers met feedback, echo's en andere geluidseffecten.
Vandaag worden de Blues Magoos jammerlijk onderschat. Ze passen moeilijk in een hokje (garage? psychedelische rock? folk-rock?), ze hebben spijtig genoeg ook geen cult-status zoals andere bands (bijvoorbeeld the Electric Prunes), ze worden vaak ten onrechte aanzien als one-hit-wonders. Hun sound was nochtans modern and anders dan de rest, maar ze waren geen underground-band want daarvoor waren ze teveel te zien op TV en in magazines. Maar voor een paar maanden waren ze de coolste band in de VS.
De sleeve notes van deze LP:
"Here is the debut of the newest and most exciting group in the last five years. the Blues Magoos represent the biggest single departure of conventional music form today. Thousands of you who have seen them perform and who have made this album possible, know very well that the Blues Magoos are the foundation of the new music revolution. For those who have not as yet experienced the 'psychedelic' sounds, we invite you to listen and become a part of the re-creation."
Erg pretentieus maar het geeft een goed beeld van waar de band voor stond.
Psychedelic Lollipop was de debuutplaat van the Blues Magoos. Het bereikte net niet de top-20 in de VS. De plaat opent met de grote hit We Ain't Got Nothing Yet, een fantastisch nummer, gebouwd rond Ronnie Gilbert's basslijn. Het volgende nummer, Love Seems Doomed is een troosteloze maar prachtige liefdesballad, compleet met theremin-geluiden. Fans merkten al snel de verborgen boodschap in de initialen op (maanden voor 'Lucy in the Sky with Diamonds'). D. Loudermilk's Tobacco Road is het nummer dat The Blues Magoos het beste weergeeft, het was vaak de afsluiter op hun optredens en duurde dan ook meestal drie maal zo lang als de studio-opname. Mike Esposito steelt hier de show, met zijn gitaareffecten (hij hield er van om te experimenteren met zijn gitaar en echoplex). Syd Barrett zou veel van die dingen gebruiken voor the Pink Floyd. Queen of My Nights is het volgende nummer, dat gedragen wordt door Ralph Scala's zang. De song werd geschreven door David Blue, een folkzanger uit Greenwich Village. Peppy Thielhelm neemt de zang voor zijn rekening in hun versie van James Brown's I'll Go Crazy, een uistekende cover. Het zesde nummer is Gotta Get Away, dat door de zang van Ronnie en de waanzinnige "Hey-hey, hey-hey" switch-offs een grote punk-attitude meekrijgt. 60s garage op z'n best! Sometimes I Think About is dan weer een oude traditionele blues-song (ook bekend als 'Willie Jean'), waarin Mike's echoplex het nummer een space-achtig gevoel geeft. Peppy neemt de zang voor zijn rekening en zingt als 16-jarige punk uit de Bronx over "dem good ol' days down on the ol' cotton farm". One by One, een persoonlijke favoriet, toont dan weer dat de band meer dan in staat was om zeer catchy popnummers te schrijven. Het zou later nog uitgebracht worden op single en een kleine hit worden. Worried Life Blues is dan weer een erg goed blues-nummer in de stijl van The Animals, met Peppy weer als zanger. She's Coming Home met zijn climax en typische Blues Magoos-sound, is de afsluiter van dit geweldig album. Een plaat die ik zeer graag en zeer regelmatig draai.
Vandaag worden de Blues Magoos jammerlijk onderschat. Ze passen moeilijk in een hokje (garage? psychedelische rock? folk-rock?), ze hebben spijtig genoeg ook geen cult-status zoals andere bands (bijvoorbeeld the Electric Prunes), ze worden vaak ten onrechte aanzien als one-hit-wonders. Hun sound was nochtans modern and anders dan de rest, maar ze waren geen underground-band want daarvoor waren ze teveel te zien op TV en in magazines. Maar voor een paar maanden waren ze de coolste band in de VS.
De sleeve notes van deze LP:
"Here is the debut of the newest and most exciting group in the last five years. the Blues Magoos represent the biggest single departure of conventional music form today. Thousands of you who have seen them perform and who have made this album possible, know very well that the Blues Magoos are the foundation of the new music revolution. For those who have not as yet experienced the 'psychedelic' sounds, we invite you to listen and become a part of the re-creation."
Erg pretentieus maar het geeft een goed beeld van waar de band voor stond.
Psychedelic Lollipop was de debuutplaat van the Blues Magoos. Het bereikte net niet de top-20 in de VS. De plaat opent met de grote hit We Ain't Got Nothing Yet, een fantastisch nummer, gebouwd rond Ronnie Gilbert's basslijn. Het volgende nummer, Love Seems Doomed is een troosteloze maar prachtige liefdesballad, compleet met theremin-geluiden. Fans merkten al snel de verborgen boodschap in de initialen op (maanden voor 'Lucy in the Sky with Diamonds'). D. Loudermilk's Tobacco Road is het nummer dat The Blues Magoos het beste weergeeft, het was vaak de afsluiter op hun optredens en duurde dan ook meestal drie maal zo lang als de studio-opname. Mike Esposito steelt hier de show, met zijn gitaareffecten (hij hield er van om te experimenteren met zijn gitaar en echoplex). Syd Barrett zou veel van die dingen gebruiken voor the Pink Floyd. Queen of My Nights is het volgende nummer, dat gedragen wordt door Ralph Scala's zang. De song werd geschreven door David Blue, een folkzanger uit Greenwich Village. Peppy Thielhelm neemt de zang voor zijn rekening in hun versie van James Brown's I'll Go Crazy, een uistekende cover. Het zesde nummer is Gotta Get Away, dat door de zang van Ronnie en de waanzinnige "Hey-hey, hey-hey" switch-offs een grote punk-attitude meekrijgt. 60s garage op z'n best! Sometimes I Think About is dan weer een oude traditionele blues-song (ook bekend als 'Willie Jean'), waarin Mike's echoplex het nummer een space-achtig gevoel geeft. Peppy neemt de zang voor zijn rekening en zingt als 16-jarige punk uit de Bronx over "dem good ol' days down on the ol' cotton farm". One by One, een persoonlijke favoriet, toont dan weer dat de band meer dan in staat was om zeer catchy popnummers te schrijven. Het zou later nog uitgebracht worden op single en een kleine hit worden. Worried Life Blues is dan weer een erg goed blues-nummer in de stijl van The Animals, met Peppy weer als zanger. She's Coming Home met zijn climax en typische Blues Magoos-sound, is de afsluiter van dit geweldig album. Een plaat die ik zeer graag en zeer regelmatig draai.
Bob Dylan & The Band - The Basement Tapes (1975)

5,0
0
geplaatst: 4 juli 2007, 02:58 uur
Toon1 schreef:
"Some of the greatest American music ever made" zeggen de mensen van allmusic.com. Wel van mij mag die "some of" en die "American" weg. 5/5
"Some of the greatest American music ever made" zeggen de mensen van allmusic.com. Wel van mij mag die "some of" en die "American" weg. 5/5
Ik had de afgelopen twee jaar nog altijd niet verteld waarom ik dit album zo geweldig vind. Wel, nu het opnieuw in mijn top-10 staat wordt het dus tijd. Bij deze:
Zomer van 1967. Bob Dylan had een motorongeval gehad en was amper in het openbaar te zien. Ondertussen had zijn backingband, the Band, een huis in de staat New York gehuurd, genaamd "Big Pink". Dylan en the Band zouden daar die zomer samenkomen om muziek te spelen.
Wat mij zo aantrekt aan dit album is het feit dat de muziek zo oprecht en tijdloos is, maar dat het het ook allemaal zo mysterieus is. Het is zo vreemd, op het moment dat Dylan en The Band deze tapes opnamen vond ondertussen een muzikale revolutie plaats, psychedelia en hippie-gekte was verspreid over het hele land en het was de summer of love. Dylan, op dat moment de grootste artiest op de wereld mag je wel zeggen, had al een jaar niets meer uitgebracht, en mensen dachten zelfs dat Dylan gestopt was, omdat hij zich amper nog liet zien. En op dat moment zaten Dylan en zijn backing band dan deze verzameling nummers te spelen (voor hun plezier!), een ode aan pre-WOII blues en folk. De muziek is dus helemaal niet te plaatsen in zijn tijd. Het is een vreemde gedachte dat Dylan met zijn maten daar in dat huisje op de buiten zat, in de kelder, oude muziek te spelen, opgenomen door een tape recordertje, terwijl daarbuiten het land in rep en roer stond.
De teksten zijn zo bizar als het maar kan zijn. Vaak is er geen touw aan vast te knopen. Ze roepen wel beelden op van het oude Amerika dat je ook hoort in van die oude folksongs. Maar Ik heb geen idee welke nummers hier precies beinvloed zijn door welke oude folksongs. Enkele lijnen uit de verschillende lyrics: "A man must swim if he expects to live off the fat of the land", "What's the matter, Molly, dear, What's the matter with your mound?", "Nothing is better, nothing is best, take heed of this and get plenty of rest". Er kan alleen maar geraden worden naar wat ze betekenen (volgens mij hebben ze zelfs geen enkele betekenis
). Dat maakt het zo mysterieus allemaal. Maar ik vind het alleszins echt geniaal. De muziek lijkt ook nog eens erg klungelig gespeeld en gezongen te worden. Maar het wordt met een groot hart gespeelt. Je hoort een grote kameraadschap tussen Dylan en de leden van The Band. Ze hebben duidelijk veel plezier in het maken van deze muziek en er wordt veel emotie ingelegd ("Tears of Rage" bijvooreeld, Dylan's meest emotionele nummer vind ik!). Benieuwd hoeveel biertjes of jointjes ze ophadden tijdens het maken ervan
. Oh, en dat orgeltje
. De hoes van deze plaat geeft trouwens ook erg goed de sfeer weer.In 1975 werden deze tapes dus gereleased, tegen Dylan's zin overigens. Maar er moet wel in gedachte worden gehouden dat dit lang niet alle nummers zijn. Er is een bootleg serie genaamd "The Genuine Basement Tapes" die vijf delen bevat dacht ik, dus die bevat nog veel meer nummers. Ook komen maar zestien nummers van deze plaat daadwerkelijk uit de Basement Tapes. Acht andere nummers zijn zonder Dylan en zijn outtakes van The Band. Toch klinken deze nummers ook zéér goed en sluiten ze zeer goed aan bij de andere songs. En tenslotte ook nog: deze tracks werden alen geremixt/remastered door Robbie Robertson. Op de bootlegs zijn ze in 'normale' versie te horen.
De drie dingen die me dus zo aantrekken in "The Basement Tapes" zijn dus tijdloosheid (wat wel bij meer Dylan-albums is, maar deze plaat past echt helemaal niet in de context van zijn tijd), mysterie (o.a. uiterst bizarre lyrics), oprechtheid en emotie (ik heb Dylan op geen enkele plaat met meer emotie en plezier horen spelen en zingen!). Dat maakt dat het mijn favoriete Dylan-album is en het ook in mijn top tien staat. Ik zou het zelfs het ultieme Amerikaanse album aller tijden durven noemen, nog meer dan andere favorieten van mij, zoals bijvoorbeeld "The Velvet Underground & Nico", omdat het typisch Amerikaanse muziek is: folk en blues, en omdat deze vierentwintig nummertjes voor mij zo tijdloos en uniek op deze wereld zijn.
5*
Far East Family Band - Parallel World (1976)

5,0
0
geplaatst: 25 januari 2008, 00:10 uur
Ik had 'Parallel World' ooit in mijn top tien staan, maar helaas is een top tien zo klein dat hij plaats heeft moeten ruimen, maar hij staat er nog altijd net onder. Spacerock was nog nooit zo mooi als op dit album... Opgenomen in Londen met Klaus Schulze als producer. De grootste invloeden komen (vanzelfsprekend) van de krautrockbands zoals Ash Ra Tempel en Tangerine Dream en progrockbands zoals Pink Floyd. Het heeft misschien niet de innovativiteit die de grote krautrockbands bieden, maar ik vind het wel mooier! Een bovenaardse trip naar een andere wereld voorbij tijd en ruimte! Genieten...
5*
5*
Lee Hazlewood - Cowboy in Sweden (1970)

5,0
0
geplaatst: 11 oktober 2007, 01:29 uur
Tja wat kan ik nog over deze plaat zeggen? Unieke sfeer, wel zeer melancholisch en nostalgisch. De productie is typisch voor 1970, maar wel zo ongeloofelijk prachtig. Vrijwel alle nummertjes zijn pareltjes, vijf sterren lijkt me dan ook op zijn plaats. Een plaat waar ik sinds de laatste maanden niet meer zonder kan. Helaas is deze LP maar moeilijk te vinden op vinyl (als iemand 'em goedkoop vindt, let me know
).
Dit was de soundtrack voor een of andere ultra-obscure Zweedse film heb ik begrepen, die indertijd zeer populair was op de Zweedse televisie. De nummers van Lee zouden precies vertellen waar de film over gaat. De korte videoclipjes van 'Hey Cowboy' en 'No Train to Stockholm' komen trouwens uit deze - tot nu toe nog - onvindbare film...
).Dit was de soundtrack voor een of andere ultra-obscure Zweedse film heb ik begrepen, die indertijd zeer populair was op de Zweedse televisie. De nummers van Lee zouden precies vertellen waar de film over gaat. De korte videoclipjes van 'Hey Cowboy' en 'No Train to Stockholm' komen trouwens uit deze - tot nu toe nog - onvindbare film...
The Beatles - Let It Be (1970)

4,5
0
geplaatst: 28 mei 2007, 01:06 uur
Sinds de dood van manager Brain Epstein in augustus 1967 bepaalde Paul eigenlijk vaak de richting die de band uitging. Hij zette het Magical Mystery Tour project op en hij kwam ook met het idee voor de "Get Back" LP. De bedoeling was dat de Beatles in de studio een album zouden opnemen en dat dit gefilmd werd. Het hoogtepunt van de film moest een spectaculair optreden worden. Voorstellen van Paul waren een optreden in Stonehenge of in een amfitheater. Uiteindelijk werd het een optreden op het dak van de Savile Row studio's (bekend als de Rooftop Concert).
Glyn Johns werd in januari 1969, amper anderhalve maand nadat The White Album was uitgekomen, ingehuurd als producer voor de sessies van dit album, bekend als de Get Back sessies. George Martin weigerde na de vele ruzies tijdens de opnames van de Witte LP weer te producen.
Van 2 januari tot en met 30 januari gingen de Beatles werken aan hun nieuwe plaat. De eerste helft van de maand zaten ze in de onaangename, koude Twickenham Studios. John had, sinds de White Album sessies, Yoko Ono meegebracht naar de studios. Zij was voortdurend aanwezig. Daarnaast voelde Ringo zich niet meer 100% gelukkig in de band (hij was in de zomer van 1968 veertien dagen uit de band gegaan), en George vond dat er te weinig van zijn materiaal werd gespeeld. Ik denk dat niemand in de band precies wist welke richting men uit moest. Volgens mij volgden de andere Beatles alleen maar Paul, omdat ze zelf steeds meer hun interesse in de band verloren. Getuige daarvan het feit dat vooral George en John regelmatig afwezig waren bij de Get Back sessies. De maand januari bleek een kille maand, vol verwarring en ruzie. Dit werd nog eens pijnlijk op film vastgelegd door de crew van regisseur Michael Lindsay-Hogg, wat de stemming er niet op verbeterde. Legendarisch zijn de woorden van George die gefrustreerd en sarcastisch tegen Paul antwoordt: "I'll play whatever you want me to play or I won't play at all if you don't want me to play. Whatever it is that'll please you, I'll do it." Hij stapte zelfs uit de band op 10 januari en kwam terug op 22 januari. De tweede helft van januari verhuisden de Beatles naar de meer gezellige studio's van Savile Row, waar ze beter konden functioneren.
Het is op zijn minst verwonderlijk dat een band die zo op splitten stond nog zulke geweldige muziek kon voortbrengen, al produceerden de vele dagen in de Twickenham en Savile Rowstudio's zeer veel - het mag gezegd worden - rommel; van saaie improvisaties tot zwakke covers. Maar vooral George, die zich wilde bewijzen als songwriter, en Paul, die zich nog steeds helemaal engageerde voor zijn, zoals hij het noemde, little band, leverden heel wat mooie nummers af. Lennon schreef eigenlijk alleen, op dit album, "Dig a Pony" en "Across the Universe", maar dat laatste nummer dateerde al van 1967. De sfeer werd wel een beetje beter denk ik in de Savile Row studio's. Dit mondde uit in een concert op het dak van het Savile Row gebouw, het leukste moment van de hele sessies. Want mooie momenten waren er zeker ook; het genoemde Rooftop Concert, Paul die het nummer "Besame Mucho" zingt met zijn grappige Elvis imitatie-stem, John en Yoko die samen dansen op "I Me Mine" van George, ...
Na januari kreeg Glyn Johns dan de - toch wel - ongelukkige taak vind ik om uit die vele uren/dagen aan tapes een album samen te stellen. Ondertussen werden de twee eerste nummers uit de sessies gereleased op single: "Get Back" en "Don't Let Me Down". Een maand later, in mei 1969, had Glyn Johns het album klaar. De plaat heette "Get Back" en de hoes zou een persiflage zijn op die van het eerste Beatlesalbum (Please Please Me). Deze hoes werd later gebruikt voor de Blauwe verzamel-LP.
De tracklist van Glyn Johns' "Get Back" was anders dan "Let It Be". "Don't Let Me Down" stond er op, evenals "Teddy Boy" (terug te vinden op Anthology 3), het instrumentale "Rocker" en de cover "Save the Last Dance For Me". Afsluiter van de LP was een reprise van "Get Back". En de nummers die wel op "Let It Be" staan, waren andere versies.
Maar omwille van allerlei onduidelijke redenen werd de release van de plaat steeds opgehouden. De release zou vertraging hebben omdat er een boek met foto's en tekst zou bij zitten, de release moest samen vallen met de film die nog niet uit was, de Beatles waren niet tevreden met de tracklist, ...
Glyn Johns moest dus opnieuw een andere tracklist samen stellen. Deze keer liet hij "Teddy Boy" er af en voegde "I Me Mine" en "Across the Universe" er aan toe, omdat deze nummers ook te zien waren in de film en "Teddy Boy" niet.
Nog steeds was men niet tevreden en dus kreeg Phil Spector, die net de single '"Instant Karma" van John Lennon had geproduced, de tapes in handen met de opdracht er een album mee samen te stellen. Het was ondertussen al 1970. Spector stapte - tot spijt van Glyn Johns - af van het concept van deze LP (dat de nummers rauw moesten zijn). Vooral zijn theatrale versie van "The Long and Winding Road" kreeg veel kritiek. Toch vind ik dit wel een mooie versie, ik zou niet kunnen kiezen tussen de Spector of de Glyn Johns-versie. Hij orchestreerde ook "I Me Mine" en "Across the Universe" (dat na al die tijd dus eindelijk gereleased werd). "Dig It" kortte hij in tot minder dan een minuut (Glyn Johns' versie duurde vier en een halve minuut, andere versies op bootlegs duren zelfs meer dan acht minuten).
In Mei 1970 kwam "Get Back" dus eindelijk uit, onder de naam "Let It Be", samen met de film. Tegen dan waren de Beatles reeds gesplit. Met de film kreeg het publiek een (pijnlijke) afscheidsdocumentaire te zien van een band die uit elkaar valt en op splitten staat, en met de LP kregen de fans een prachtig afscheidscadeau. De film is trouwens een zeer grote aanrader voor elke Beatlesfan. In de film zitten ook heel wat nummers die niet op het album staan ("Besame Mucho", "Lawdy Miss Clawdy", ...) Ik snap alleen niet wat de release ervan tegenhoudt. Problemen met de rechten neem ik aan?
Voor wie nog wat dieper wil graven in de "ramp" (zoals het boek "The Let It Be disaster" heet), die de Get Back sessies waren, zijn er vele bootlegs uitgegeven ("The Black Album", of de reeks "Thirty Days", of de originele LP van Glyn Johns), van al die uren aan tape die er zijn. Er zijn zeker nog wat leuke nummers te ontdekken; covers, onuitgegeven versies van nummers op "Let It Be" of Abbey Road", of onbekende nummers geschreven door John, Paul of George die na de Get Back sessies nooit meer gespeeld werden. Mijn favoriete nummers daarvan zijn "Suzy Parker", de cover "Mailman Bring Me No More Blues" (ook op Anthology 3 te vinden), "No Pakistanis" (een parodie op "Get Back") "Child of Nature", en anderen.
Glyn Johns werd in januari 1969, amper anderhalve maand nadat The White Album was uitgekomen, ingehuurd als producer voor de sessies van dit album, bekend als de Get Back sessies. George Martin weigerde na de vele ruzies tijdens de opnames van de Witte LP weer te producen.
Van 2 januari tot en met 30 januari gingen de Beatles werken aan hun nieuwe plaat. De eerste helft van de maand zaten ze in de onaangename, koude Twickenham Studios. John had, sinds de White Album sessies, Yoko Ono meegebracht naar de studios. Zij was voortdurend aanwezig. Daarnaast voelde Ringo zich niet meer 100% gelukkig in de band (hij was in de zomer van 1968 veertien dagen uit de band gegaan), en George vond dat er te weinig van zijn materiaal werd gespeeld. Ik denk dat niemand in de band precies wist welke richting men uit moest. Volgens mij volgden de andere Beatles alleen maar Paul, omdat ze zelf steeds meer hun interesse in de band verloren. Getuige daarvan het feit dat vooral George en John regelmatig afwezig waren bij de Get Back sessies. De maand januari bleek een kille maand, vol verwarring en ruzie. Dit werd nog eens pijnlijk op film vastgelegd door de crew van regisseur Michael Lindsay-Hogg, wat de stemming er niet op verbeterde. Legendarisch zijn de woorden van George die gefrustreerd en sarcastisch tegen Paul antwoordt: "I'll play whatever you want me to play or I won't play at all if you don't want me to play. Whatever it is that'll please you, I'll do it." Hij stapte zelfs uit de band op 10 januari en kwam terug op 22 januari. De tweede helft van januari verhuisden de Beatles naar de meer gezellige studio's van Savile Row, waar ze beter konden functioneren.
Het is op zijn minst verwonderlijk dat een band die zo op splitten stond nog zulke geweldige muziek kon voortbrengen, al produceerden de vele dagen in de Twickenham en Savile Rowstudio's zeer veel - het mag gezegd worden - rommel; van saaie improvisaties tot zwakke covers. Maar vooral George, die zich wilde bewijzen als songwriter, en Paul, die zich nog steeds helemaal engageerde voor zijn, zoals hij het noemde, little band, leverden heel wat mooie nummers af. Lennon schreef eigenlijk alleen, op dit album, "Dig a Pony" en "Across the Universe", maar dat laatste nummer dateerde al van 1967. De sfeer werd wel een beetje beter denk ik in de Savile Row studio's. Dit mondde uit in een concert op het dak van het Savile Row gebouw, het leukste moment van de hele sessies. Want mooie momenten waren er zeker ook; het genoemde Rooftop Concert, Paul die het nummer "Besame Mucho" zingt met zijn grappige Elvis imitatie-stem, John en Yoko die samen dansen op "I Me Mine" van George, ...
Na januari kreeg Glyn Johns dan de - toch wel - ongelukkige taak vind ik om uit die vele uren/dagen aan tapes een album samen te stellen. Ondertussen werden de twee eerste nummers uit de sessies gereleased op single: "Get Back" en "Don't Let Me Down". Een maand later, in mei 1969, had Glyn Johns het album klaar. De plaat heette "Get Back" en de hoes zou een persiflage zijn op die van het eerste Beatlesalbum (Please Please Me). Deze hoes werd later gebruikt voor de Blauwe verzamel-LP.
De tracklist van Glyn Johns' "Get Back" was anders dan "Let It Be". "Don't Let Me Down" stond er op, evenals "Teddy Boy" (terug te vinden op Anthology 3), het instrumentale "Rocker" en de cover "Save the Last Dance For Me". Afsluiter van de LP was een reprise van "Get Back". En de nummers die wel op "Let It Be" staan, waren andere versies.
Maar omwille van allerlei onduidelijke redenen werd de release van de plaat steeds opgehouden. De release zou vertraging hebben omdat er een boek met foto's en tekst zou bij zitten, de release moest samen vallen met de film die nog niet uit was, de Beatles waren niet tevreden met de tracklist, ...
Glyn Johns moest dus opnieuw een andere tracklist samen stellen. Deze keer liet hij "Teddy Boy" er af en voegde "I Me Mine" en "Across the Universe" er aan toe, omdat deze nummers ook te zien waren in de film en "Teddy Boy" niet.
Nog steeds was men niet tevreden en dus kreeg Phil Spector, die net de single '"Instant Karma" van John Lennon had geproduced, de tapes in handen met de opdracht er een album mee samen te stellen. Het was ondertussen al 1970. Spector stapte - tot spijt van Glyn Johns - af van het concept van deze LP (dat de nummers rauw moesten zijn). Vooral zijn theatrale versie van "The Long and Winding Road" kreeg veel kritiek. Toch vind ik dit wel een mooie versie, ik zou niet kunnen kiezen tussen de Spector of de Glyn Johns-versie. Hij orchestreerde ook "I Me Mine" en "Across the Universe" (dat na al die tijd dus eindelijk gereleased werd). "Dig It" kortte hij in tot minder dan een minuut (Glyn Johns' versie duurde vier en een halve minuut, andere versies op bootlegs duren zelfs meer dan acht minuten).
In Mei 1970 kwam "Get Back" dus eindelijk uit, onder de naam "Let It Be", samen met de film. Tegen dan waren de Beatles reeds gesplit. Met de film kreeg het publiek een (pijnlijke) afscheidsdocumentaire te zien van een band die uit elkaar valt en op splitten staat, en met de LP kregen de fans een prachtig afscheidscadeau. De film is trouwens een zeer grote aanrader voor elke Beatlesfan. In de film zitten ook heel wat nummers die niet op het album staan ("Besame Mucho", "Lawdy Miss Clawdy", ...) Ik snap alleen niet wat de release ervan tegenhoudt. Problemen met de rechten neem ik aan?
Voor wie nog wat dieper wil graven in de "ramp" (zoals het boek "The Let It Be disaster" heet), die de Get Back sessies waren, zijn er vele bootlegs uitgegeven ("The Black Album", of de reeks "Thirty Days", of de originele LP van Glyn Johns), van al die uren aan tape die er zijn. Er zijn zeker nog wat leuke nummers te ontdekken; covers, onuitgegeven versies van nummers op "Let It Be" of Abbey Road", of onbekende nummers geschreven door John, Paul of George die na de Get Back sessies nooit meer gespeeld werden. Mijn favoriete nummers daarvan zijn "Suzy Parker", de cover "Mailman Bring Me No More Blues" (ook op Anthology 3 te vinden), "No Pakistanis" (een parodie op "Get Back") "Child of Nature", en anderen.
The Beatles - Revolver (1966)

4,5
0
geplaatst: 26 juli 2006, 18:05 uur
De Beatles hebben geen technische innovaties uitgevonden, en zijn ook geen "revolutie" begonnen. Wat ze wel deden waren deze innovaties gebruiken en ze aan het grote publiek bekend maken. Het grote publiek dat deze innovaties daarvoor zag als bizar en alleen bestemd voor een elite. Maar het probleem is dat veel Beatlesfans niet verder dan de Beatles kijken en nog altijd denken dat de Beatles alles hebben uitgevonden... Maar dankzij de Beatles' hun onvermoeidbaar geëxperimenteer zag het "gewone volk" dat popmuziek meer was dan entertainment zonder inhoud.
Want de Beatles zijn niet meer dan popmuziek. Ze zijn nooit iets anders geweest; en dat vergeten velen.
De Beatles hebben nooit zoals de Velvet Underground of Frank Zappa willen zijn. En dat verklaart ook de lage scores van die enkelingen. Het is net hetzelfde als naar Hip Hop luisteren en dan aan jazz gaan denken. Als je niet van popmuziek houdt, dan blijf je beter weg bij dit album...
De "elite" van vandaag kan het niet verkroppen dat de Beatles technische innovaties van anderen populair hebben gemaakt en aan de man hebben gebracht, en dat populaire critici vandaag nog altijd de Beatles als belangrijkste band bestempelen (Waarom laten ze hen niet gewoon doen? Aangezien het toch maar "populair" is?), gewoon omdat ze vies zijn van wat populair is. Zij zijn het ook die onterecht producer George Martin bestempelen als de vernieuwer van the Beatles. Maar het waren the Beatles die de ideeën levereden. Zij waren het die om strijkers vroegen; George Martin bracht ze (Martin's boek "All You Need is Ears" bewijst dit).
Met "Revolver" gaven de Beatles het startschot van een nieuw tijdperk in popmuziek. In de underground van de VS waren er al heel wat seinen gegeven dat er een nieuw tijdperk zat aan te komen, maar ook in de mainstream: The Byrds bijvoorbeeld hadden net "Eight Miles High" gereleased. In Groot-Brittannië hadden de Yardbirds al wat proto-psychedelische singles op hun naam staan en in maart '66 introduceerde het pas gevormde Pink Floyd de eerste psychedelische lichthow in hun optreden. Op het vlak van platen was er dus nog niet al te veel vernieuwends te merken.
Het was op dat moment dat de Beatles begonnen met dit meesterwerk; in april 1966. Vier maanden later zou de LP zelf uitkomen. In juni hadden ze dan ook nog eens "Rain" gereleased, ook een mijlpaal. Maar "Revolver" werd de eerste door LSD-beïnvloedde plaat. Maar het waren vooral George en John die zorgden voor de vernieuwende nummers. Paul zelf hield het bij normale popliedjes, wel geinspireerd door zijn actieve betrokkenheid in de countercultuur van die tijd.
Het lijkt me dus vooral John die verantwoordelijk is voor de beste en belangrijkste nummers op dit album. Hij bleef de technici altijd maar lastig vallen met vragen naar nog meer manieren om zijn stem anders te laten klinken; dit bereikte een hoogtepunt toen hij vroeg of het mogelijk was om zijn stem direct op te nemen zonder teussenkomst van een microfoon. "Ja hoor, je hoeft je alleen maar te laten opereren en een gat voor de plug in je keel te laten maken", antwoordde George Martin.
Het album was gedrenkt in achterwaarts gespeelde tapes, sound effects, sitars, hoorns, strijkers, fanfare en stekende gitaren. En met als kers op de taart natuurlijk "Tomorrow Never Knows", het lijflied van de Britse psychedelische beweging.
Dankzij dit nummer infiltreerde de psychedelische revolutie in de pop én rockmuziek in miljoenen nietsverwachtende huishoudens. Een deel van die luisteraars zou Lennon's advies opvolgen en "lay down their mind, relax, float downstream and surrender to the void" ... En popmuziek werd nooit meer hetzelfde!
"Alle anderen dachten dat het een groep voor tieners was, dat ze het snel zouden begeven. Maar het was me duidelijk dat ze uithoudingsvermogen hadden. Ik wist dat zij de richting aangaven die de muziek uit moest."
- Bob Dylan
Want de Beatles zijn niet meer dan popmuziek. Ze zijn nooit iets anders geweest; en dat vergeten velen.
De Beatles hebben nooit zoals de Velvet Underground of Frank Zappa willen zijn. En dat verklaart ook de lage scores van die enkelingen. Het is net hetzelfde als naar Hip Hop luisteren en dan aan jazz gaan denken. Als je niet van popmuziek houdt, dan blijf je beter weg bij dit album...
De "elite" van vandaag kan het niet verkroppen dat de Beatles technische innovaties van anderen populair hebben gemaakt en aan de man hebben gebracht, en dat populaire critici vandaag nog altijd de Beatles als belangrijkste band bestempelen (Waarom laten ze hen niet gewoon doen? Aangezien het toch maar "populair" is?), gewoon omdat ze vies zijn van wat populair is. Zij zijn het ook die onterecht producer George Martin bestempelen als de vernieuwer van the Beatles. Maar het waren the Beatles die de ideeën levereden. Zij waren het die om strijkers vroegen; George Martin bracht ze (Martin's boek "All You Need is Ears" bewijst dit).
Met "Revolver" gaven de Beatles het startschot van een nieuw tijdperk in popmuziek. In de underground van de VS waren er al heel wat seinen gegeven dat er een nieuw tijdperk zat aan te komen, maar ook in de mainstream: The Byrds bijvoorbeeld hadden net "Eight Miles High" gereleased. In Groot-Brittannië hadden de Yardbirds al wat proto-psychedelische singles op hun naam staan en in maart '66 introduceerde het pas gevormde Pink Floyd de eerste psychedelische lichthow in hun optreden. Op het vlak van platen was er dus nog niet al te veel vernieuwends te merken.
Het was op dat moment dat de Beatles begonnen met dit meesterwerk; in april 1966. Vier maanden later zou de LP zelf uitkomen. In juni hadden ze dan ook nog eens "Rain" gereleased, ook een mijlpaal. Maar "Revolver" werd de eerste door LSD-beïnvloedde plaat. Maar het waren vooral George en John die zorgden voor de vernieuwende nummers. Paul zelf hield het bij normale popliedjes, wel geinspireerd door zijn actieve betrokkenheid in de countercultuur van die tijd.
Het lijkt me dus vooral John die verantwoordelijk is voor de beste en belangrijkste nummers op dit album. Hij bleef de technici altijd maar lastig vallen met vragen naar nog meer manieren om zijn stem anders te laten klinken; dit bereikte een hoogtepunt toen hij vroeg of het mogelijk was om zijn stem direct op te nemen zonder teussenkomst van een microfoon. "Ja hoor, je hoeft je alleen maar te laten opereren en een gat voor de plug in je keel te laten maken", antwoordde George Martin.
Het album was gedrenkt in achterwaarts gespeelde tapes, sound effects, sitars, hoorns, strijkers, fanfare en stekende gitaren. En met als kers op de taart natuurlijk "Tomorrow Never Knows", het lijflied van de Britse psychedelische beweging.
Dankzij dit nummer infiltreerde de psychedelische revolutie in de pop én rockmuziek in miljoenen nietsverwachtende huishoudens. Een deel van die luisteraars zou Lennon's advies opvolgen en "lay down their mind, relax, float downstream and surrender to the void" ... En popmuziek werd nooit meer hetzelfde!
"Alle anderen dachten dat het een groep voor tieners was, dat ze het snel zouden begeven. Maar het was me duidelijk dat ze uithoudingsvermogen hadden. Ik wist dat zij de richting aangaven die de muziek uit moest."
- Bob Dylan
The Beatles - The Beatles (1968)
Alternatieve titel: The White Album

5,0
0
geplaatst: 7 september 2008, 18:52 uur
Een nummer-per-nummer recensie van mijn favoriete Beatles-plaat:
1. Back in the USSR: een betere opener dan dit strak nummer van Paul kan je niet indenken. Toevallig is dit nummer opgenomen op de dag Ringo de Beatles verliet. Twee weken later zou hij terug komen en zou hij zijn drumstel terugvinden volledig bedekt in bloemen.
2. Dear Prudence: is het tweede nummer dat werd opgenomen tijdens Ringo’s afwezigheid en is toevallig ook het track 2 op de plaat. Alsof de Beatles wilden zeggen: we zijn nog steeds een band! Overigens nam Paul de drums voor zijn rekening op de twee songs.
3. Glass Onion: Niet John’s sterkste nummer, maar het onderwerp over mensen die te veel verborgen boodschappen zoeken in Beatles-songs is wel leuk. Het strijkers-einde was een idee van George Martin, hoewel het oorspronkelijke einde allerlei sound effects van John bevatte.
4. Ob-La-Di Ob-La-Da: Niet alleen voor veel mensen een vervelend nummer, maar ook voor The Beatles zelf. Aan dit nummer werd lang gewerkt en veel energie in gestopt omdat Paul nooit tevreden was met het resultaat, tot frustratie van de andere Beatles. Vroege versies klinken beduidend anders. Uiteindelijk werd het nummer uitgebracht met opvallende piano van John. Desondanks had die het nummer naar het schijnt liever niet op het album gezien, omdat hij er een hekel aan had. En ook George spuwde zijn gal; in ‘Savoy Truffle’ zingt hij namelijk ‘We All Know Ob-La-Di’bla-Da/But Can You Show Me Where You Are?’. Ik vind het eigenlijk wel een heel leuk nummer moet ik bekennen
5. Wild Honey Pie: een spontaan tussendoortje van Paul McCartney dat vrij weinig voorstelt, maar omdat het zo kort is ook niet mis staat op dit album.
6. The Continuing Story of Bungalow Bill: mijn minst favoriete nummer van de plaat. Valt vooral op door de (backing)vocals van Yoko en Maureen (Ringo’s vrouw). En het einde waarin John ‘Eh Up!’ roept is een leuke intro voor het geweldige nummer dat er op volgt.
7. While My Guitar Gently Weeps: Het beste nummer van kant één van de eerste LP. Hoewel de oorspronkelijke, akoestische versie ook prachtig is, verkies ik toch de normale versie. Fantastisch piano-introotje van Paul en meesterlijke leadgitaar van Eric Clapton. Ook de eerste Beatles-opname waarbij gebruikt werd gemaakt van de 8-track opnametechniek.
8. Happiness is a Warm Gun: sterk nummer van John, die de inspiratie voor de titel haalde uit een krantenknipsel.
9. Martha My Dear: momenteel mijn favoriete Beatles-song. Prachtige arrangementen.
10. I'm So Tired: Een van John’s beste nummers, die volledig gebruik gebruikte maakte van de 8-track opnametechniek, hoewel John zijn stem bij elke take opnieuw inzong om het ‘live’ gevoel te behouden.
11. Blackbird: Prachtig nummer van Paul dat hij opnam terwijl John aan het werken was aan Revolution No.9. Van contrasten gesproken!
12. Piggies: een van mijn favorieten van de plaat. Goede vocals van George, die zijn stem een nasaal geluid wilde geven.
13. Rocky Raccoon: country & western-achtig nummer van Paul. De lyrics werden nog tijdens het opnemen afgewerkt, en desondanks werd het toch snel opgenomen (in één dag).
14. Don’t Pass Me By: Ringo’s eerste zelfgeschreven nummer. Het zou naar het schijnt al in 1963 gepend zijn maar werd vreemd genoeg vijf jaar later pas opgenomen. Niet de sterkste song van de plaat (wat wel vaker zo is met Ringo-nummers), maar toch wel leuk, vooral omwille van de viool die toch iets toevoegt.
15. Why Don't We Do It in the Road?: Ringo was de enige andere Beatle die hier op meespeelde. Fijn nummertje, vooral door Paul’s indrukwekkende vocals.
16. I Will: Mooie song, wederom van Paul. Tijdens de opname van dit nummer speelde Paul ook de improvisaties ‘Los Paranoias’, ‘Step Inside Love’ (een song voor Cilla Black) en ‘Down in Havana’. Ook ‘Can You Take Me Back’ komt uit deze sessie en zou aan het einde van ‘Cry Baby Cry’ geplakt worden, bij wijze van intro voor ‘Revolution No.9’
17. Julia: Het laatste nummer dat werd opgenomen voor The White Album, in oktober. Magnifieke afsluiter van de eerste LP. Let ook op de verwijzing naar Yoko (‘Ocean child calls me’, Yoko betekent namelijk ‘kind van de oceaan’).
18. Birthday: De laatste gitaarsnaren van ‘Julia’ zijn net afgelopen of het strakke drumritme van ‘Birthday’ wordt al ingezet. Paul schreef deze song letterlijk in de studio, de dag na de opnames van ‘I Will’. Het toont de veelzijdigheid van Paul aan. Dit is een heerlijk rock ‘n’ roll nummer en zet de toon voor de rest van de kant.
19. Yer Blues: weer een geweldig rock ‘n’ rollnummer, van Lennon die iets schreeuwt over zelfmoordneigingen. Wederom is de tekst ondergeschikt aan de muziek, maar dat vind ik absoluut niet erg. De count-in aan het begin van het nummer komt overigens van Ringo.
20. Mother Nature’s Son: een prachtig akoestisch nummer van Paul, duidelijk geïnspireerd door de ervaringen in India.
21. Everybody’s Got Something to Hide Except Me and My Monkey: ook hier is de tekst, die weinig voorstelt, ondergeschikt aan de muziek. Maar John komt er wederom mee weg
Leuk einde ook, met een hysterisch schreeuwende John – die fade-out had wat mij betreft wat later mogen komen 
22. Sexy Sadie: een nummer met een sterke tekst, die, zoals de meesten wel weten, over de slechte ervaring met de Maharishi gaat. Tijdens de opnamesessies schreeuwde John zijn frustraties uit over de Maharishi. De outro van het nummer duurde oorspronkelijk langer (en vind ik persoonlijk beter).
23. Helter Skelter: Absoluut een van de beste nummers van de plaat die nogmaals de veelzijdigheid van Paul McCartney aantoont. Oorspronkelijk een akoestisch nummer, maar ik ben blij dat ze daar anders over hebben beslist. En wat ben ik benieuwd naar de 27 minuten durende versie, benieuwd of we die überhaupt ooit te horen mogen krijgen.
24. Long, Long, Long: een rustig en veilig landingspunt na Helter Skelter, en net daarom een goed nummer.
25. Revolution No.1: ‘Revolution No.1’ zou opnieuw opgenomen worden in een snellere versie om als single uitgebracht te worden. Welke versie verkies ik? Ik vind beiden evenwaardig. Al vind ik het wel jammer dat ‘Revolution’ maar een b-kantje was in plaats van een a-kant. Al was het geen slechte keuze om ‘Hey Jude’ op de a-kant te zetten, want het zou een van de best verkochte singles ooit worden.
26. Honey Pie: John noemde dit “Paul’s zwak voor oma-muziek”. Ik was aanvankelijk ook geen fan van dit Music-hall nummer, maar het is een groeiertje.
27. Savoy Truffle: persoonlijk zag ik dit nummer liever van de plaat verdwijnen om vervangen te worden door ‘Not Guilty’, al moet ik zeggen dat het zeker geen slecht nummer is.
28. Cry Baby Cry: De minst sterke John-song van de plaat, maar nog steeds erg goed. Een nummer van John dus, al zit er op het einde nog het McCartney-nummer ‘Can You Take Me Back’ aangeplakt…
29. Revolution No.9: De opnamesessies voor The White Album begonnen officiëel op 30 mei 1968 met de opnames van Revolution No.1 (toen nog ‘Revolution’ genaamd). Toch vond er elf dagen eerder al een belangrijke opnamesessie plaats, die ondanks dat het geen Beatles-sessie was, van belang was voor de komende Beatles-plaat. John nam toen samen met Yoko de avant-garde ‘Two Virgins’ LP op. Yoko zou vanaf de eerste dag aanwezig zijn bij de White Album-opnames, en haar invloed laten gelden op John. 4 juni was een dag vol experimenteerdrift. Fragmenten zijn hiervan bewaard gebleven op bootlegs; er zijn al duidelijk elementen te horen die zouden leiden naar Revolution No.9 (bv. John die ‘alriiiiiiiiiiiiiiiiiiight’ schreeuwt, het lange jammen, allerlei bizarre overdubs). De echte ‘opnames’ voor Revolution No.9 zouden twee dagen later beginnen, en alleen John en Yoko (met kleine bijdragen van George) werkten er aan. De toon voor de rest van de White Album-opnames was meteen gezet; het werd een album van vier solo-artiesten, en niet een album van een band. Tegen het einde van de maand was het ‘Revolution No.9’ volledig klaar. Jammer dat zoveel mensen het nummer skippen, want het is toch een bijzonde interessante geluidscollage vind ik. En ik kan me geen White album voorstellen zonder ‘Revolution No.9’, want het voegt iets mysterieus toe aan het album en het maakt de plaat alleen maar gevarieerder. Er is zoveel te ontdekken in dat nummer.
30. Good Night: een prima afsluiter na het bevreemdende ‘Revolution No.9’. De warme stem van Ringo is bijzonder geschikt, en de arrangementen zijn prachtig.
Not Guilty: sterk nummer van George, vind ik, alhoewel er toch iets ontbreekt, waardoor het van de plaat werd gelaten. Wat ik betreur, maar het werd wel gereleased op Anthology 3.
What’s the New Mary Jane: niet 100% een Beatles-nummer, want net als ‘Revolution No.9’ werkten alleen John, Yoko en George hier aan. Toch was dit bedoeld voor The White Album, maar het werd er af gelaten wegens te weinig ruimte. Ondanks dat het nummer erg spontaan klinkt was het geen improvisatie. Toch wel een van de meest bizarre songs uit de Beatles-catalogus. Hoewel ik al een nog vreemdere versie heb gehoord dan die op Anthology 3; met andere geluidseffecten en een schreeuwende Yoko (die doet met haar stem wat Tim Buckley twee jaar later zou doen op ‘Starsailor’) en John (of is het Mal Evans of George?). Dit had ik graag op het album gehoord! (maar in de plaats van wat?
) John zou het in 1969 nog proberen uit te brengen onder de naam van de Plastic Ono Band.
Sour Milk Sea: jammer dat dit nummer van George alleen als demo werd opgenomen, samen met andere songs van The White Album, want ik vind dit een erg goed nummer. Werd waarschijnlijk niet opgenomen omdat het bedoeld was voor Jackie Lomax.
Child of Nature: ook als demo opgenomen voor de start van de White Album-sessies. John zou dit nummer nog eens spelen tijdens de Get Back-sessies in januari 1969. Daarna verdween het nummer, later herschreef John het nummer onder de naam 'Jealous Guy'. Misschien werd dit niet opgenomen voor The White Album omdat Paul al 'Mother Nature's Son' had?
Circles: Prima George-nummer dat eveneens alleen op demo werd opgenomen. Op het internet circuleert een remix van een fan met psychedelische arrangementen (o.a. phasing). Dit had nog een leuk nummer kunnen worden.
Junk: hele mooie song van Paul dat wat mij betreft in de demo-versie op de White Album had gekund. In 1970 wel gereleased op McCartney's eerste solo album.
Kortom, een
plaat 
1. Back in the USSR: een betere opener dan dit strak nummer van Paul kan je niet indenken. Toevallig is dit nummer opgenomen op de dag Ringo de Beatles verliet. Twee weken later zou hij terug komen en zou hij zijn drumstel terugvinden volledig bedekt in bloemen.
2. Dear Prudence: is het tweede nummer dat werd opgenomen tijdens Ringo’s afwezigheid en is toevallig ook het track 2 op de plaat. Alsof de Beatles wilden zeggen: we zijn nog steeds een band! Overigens nam Paul de drums voor zijn rekening op de twee songs.
3. Glass Onion: Niet John’s sterkste nummer, maar het onderwerp over mensen die te veel verborgen boodschappen zoeken in Beatles-songs is wel leuk. Het strijkers-einde was een idee van George Martin, hoewel het oorspronkelijke einde allerlei sound effects van John bevatte.
4. Ob-La-Di Ob-La-Da: Niet alleen voor veel mensen een vervelend nummer, maar ook voor The Beatles zelf. Aan dit nummer werd lang gewerkt en veel energie in gestopt omdat Paul nooit tevreden was met het resultaat, tot frustratie van de andere Beatles. Vroege versies klinken beduidend anders. Uiteindelijk werd het nummer uitgebracht met opvallende piano van John. Desondanks had die het nummer naar het schijnt liever niet op het album gezien, omdat hij er een hekel aan had. En ook George spuwde zijn gal; in ‘Savoy Truffle’ zingt hij namelijk ‘We All Know Ob-La-Di’bla-Da/But Can You Show Me Where You Are?’. Ik vind het eigenlijk wel een heel leuk nummer moet ik bekennen

5. Wild Honey Pie: een spontaan tussendoortje van Paul McCartney dat vrij weinig voorstelt, maar omdat het zo kort is ook niet mis staat op dit album.
6. The Continuing Story of Bungalow Bill: mijn minst favoriete nummer van de plaat. Valt vooral op door de (backing)vocals van Yoko en Maureen (Ringo’s vrouw). En het einde waarin John ‘Eh Up!’ roept is een leuke intro voor het geweldige nummer dat er op volgt.
7. While My Guitar Gently Weeps: Het beste nummer van kant één van de eerste LP. Hoewel de oorspronkelijke, akoestische versie ook prachtig is, verkies ik toch de normale versie. Fantastisch piano-introotje van Paul en meesterlijke leadgitaar van Eric Clapton. Ook de eerste Beatles-opname waarbij gebruikt werd gemaakt van de 8-track opnametechniek.
8. Happiness is a Warm Gun: sterk nummer van John, die de inspiratie voor de titel haalde uit een krantenknipsel.
9. Martha My Dear: momenteel mijn favoriete Beatles-song. Prachtige arrangementen.
10. I'm So Tired: Een van John’s beste nummers, die volledig gebruik gebruikte maakte van de 8-track opnametechniek, hoewel John zijn stem bij elke take opnieuw inzong om het ‘live’ gevoel te behouden.
11. Blackbird: Prachtig nummer van Paul dat hij opnam terwijl John aan het werken was aan Revolution No.9. Van contrasten gesproken!
12. Piggies: een van mijn favorieten van de plaat. Goede vocals van George, die zijn stem een nasaal geluid wilde geven.
13. Rocky Raccoon: country & western-achtig nummer van Paul. De lyrics werden nog tijdens het opnemen afgewerkt, en desondanks werd het toch snel opgenomen (in één dag).
14. Don’t Pass Me By: Ringo’s eerste zelfgeschreven nummer. Het zou naar het schijnt al in 1963 gepend zijn maar werd vreemd genoeg vijf jaar later pas opgenomen. Niet de sterkste song van de plaat (wat wel vaker zo is met Ringo-nummers), maar toch wel leuk, vooral omwille van de viool die toch iets toevoegt.
15. Why Don't We Do It in the Road?: Ringo was de enige andere Beatle die hier op meespeelde. Fijn nummertje, vooral door Paul’s indrukwekkende vocals.
16. I Will: Mooie song, wederom van Paul. Tijdens de opname van dit nummer speelde Paul ook de improvisaties ‘Los Paranoias’, ‘Step Inside Love’ (een song voor Cilla Black) en ‘Down in Havana’. Ook ‘Can You Take Me Back’ komt uit deze sessie en zou aan het einde van ‘Cry Baby Cry’ geplakt worden, bij wijze van intro voor ‘Revolution No.9’
17. Julia: Het laatste nummer dat werd opgenomen voor The White Album, in oktober. Magnifieke afsluiter van de eerste LP. Let ook op de verwijzing naar Yoko (‘Ocean child calls me’, Yoko betekent namelijk ‘kind van de oceaan’).
18. Birthday: De laatste gitaarsnaren van ‘Julia’ zijn net afgelopen of het strakke drumritme van ‘Birthday’ wordt al ingezet. Paul schreef deze song letterlijk in de studio, de dag na de opnames van ‘I Will’. Het toont de veelzijdigheid van Paul aan. Dit is een heerlijk rock ‘n’ roll nummer en zet de toon voor de rest van de kant.
19. Yer Blues: weer een geweldig rock ‘n’ rollnummer, van Lennon die iets schreeuwt over zelfmoordneigingen. Wederom is de tekst ondergeschikt aan de muziek, maar dat vind ik absoluut niet erg. De count-in aan het begin van het nummer komt overigens van Ringo.
20. Mother Nature’s Son: een prachtig akoestisch nummer van Paul, duidelijk geïnspireerd door de ervaringen in India.
21. Everybody’s Got Something to Hide Except Me and My Monkey: ook hier is de tekst, die weinig voorstelt, ondergeschikt aan de muziek. Maar John komt er wederom mee weg
Leuk einde ook, met een hysterisch schreeuwende John – die fade-out had wat mij betreft wat later mogen komen 
22. Sexy Sadie: een nummer met een sterke tekst, die, zoals de meesten wel weten, over de slechte ervaring met de Maharishi gaat. Tijdens de opnamesessies schreeuwde John zijn frustraties uit over de Maharishi. De outro van het nummer duurde oorspronkelijk langer (en vind ik persoonlijk beter).
23. Helter Skelter: Absoluut een van de beste nummers van de plaat die nogmaals de veelzijdigheid van Paul McCartney aantoont. Oorspronkelijk een akoestisch nummer, maar ik ben blij dat ze daar anders over hebben beslist. En wat ben ik benieuwd naar de 27 minuten durende versie, benieuwd of we die überhaupt ooit te horen mogen krijgen.
24. Long, Long, Long: een rustig en veilig landingspunt na Helter Skelter, en net daarom een goed nummer.
25. Revolution No.1: ‘Revolution No.1’ zou opnieuw opgenomen worden in een snellere versie om als single uitgebracht te worden. Welke versie verkies ik? Ik vind beiden evenwaardig. Al vind ik het wel jammer dat ‘Revolution’ maar een b-kantje was in plaats van een a-kant. Al was het geen slechte keuze om ‘Hey Jude’ op de a-kant te zetten, want het zou een van de best verkochte singles ooit worden.
26. Honey Pie: John noemde dit “Paul’s zwak voor oma-muziek”. Ik was aanvankelijk ook geen fan van dit Music-hall nummer, maar het is een groeiertje.
27. Savoy Truffle: persoonlijk zag ik dit nummer liever van de plaat verdwijnen om vervangen te worden door ‘Not Guilty’, al moet ik zeggen dat het zeker geen slecht nummer is.
28. Cry Baby Cry: De minst sterke John-song van de plaat, maar nog steeds erg goed. Een nummer van John dus, al zit er op het einde nog het McCartney-nummer ‘Can You Take Me Back’ aangeplakt…
29. Revolution No.9: De opnamesessies voor The White Album begonnen officiëel op 30 mei 1968 met de opnames van Revolution No.1 (toen nog ‘Revolution’ genaamd). Toch vond er elf dagen eerder al een belangrijke opnamesessie plaats, die ondanks dat het geen Beatles-sessie was, van belang was voor de komende Beatles-plaat. John nam toen samen met Yoko de avant-garde ‘Two Virgins’ LP op. Yoko zou vanaf de eerste dag aanwezig zijn bij de White Album-opnames, en haar invloed laten gelden op John. 4 juni was een dag vol experimenteerdrift. Fragmenten zijn hiervan bewaard gebleven op bootlegs; er zijn al duidelijk elementen te horen die zouden leiden naar Revolution No.9 (bv. John die ‘alriiiiiiiiiiiiiiiiiiight’ schreeuwt, het lange jammen, allerlei bizarre overdubs). De echte ‘opnames’ voor Revolution No.9 zouden twee dagen later beginnen, en alleen John en Yoko (met kleine bijdragen van George) werkten er aan. De toon voor de rest van de White Album-opnames was meteen gezet; het werd een album van vier solo-artiesten, en niet een album van een band. Tegen het einde van de maand was het ‘Revolution No.9’ volledig klaar. Jammer dat zoveel mensen het nummer skippen, want het is toch een bijzonde interessante geluidscollage vind ik. En ik kan me geen White album voorstellen zonder ‘Revolution No.9’, want het voegt iets mysterieus toe aan het album en het maakt de plaat alleen maar gevarieerder. Er is zoveel te ontdekken in dat nummer.
30. Good Night: een prima afsluiter na het bevreemdende ‘Revolution No.9’. De warme stem van Ringo is bijzonder geschikt, en de arrangementen zijn prachtig.
Not Guilty: sterk nummer van George, vind ik, alhoewel er toch iets ontbreekt, waardoor het van de plaat werd gelaten. Wat ik betreur, maar het werd wel gereleased op Anthology 3.
What’s the New Mary Jane: niet 100% een Beatles-nummer, want net als ‘Revolution No.9’ werkten alleen John, Yoko en George hier aan. Toch was dit bedoeld voor The White Album, maar het werd er af gelaten wegens te weinig ruimte. Ondanks dat het nummer erg spontaan klinkt was het geen improvisatie. Toch wel een van de meest bizarre songs uit de Beatles-catalogus. Hoewel ik al een nog vreemdere versie heb gehoord dan die op Anthology 3; met andere geluidseffecten en een schreeuwende Yoko (die doet met haar stem wat Tim Buckley twee jaar later zou doen op ‘Starsailor’) en John (of is het Mal Evans of George?). Dit had ik graag op het album gehoord! (maar in de plaats van wat?
) John zou het in 1969 nog proberen uit te brengen onder de naam van de Plastic Ono Band.Sour Milk Sea: jammer dat dit nummer van George alleen als demo werd opgenomen, samen met andere songs van The White Album, want ik vind dit een erg goed nummer. Werd waarschijnlijk niet opgenomen omdat het bedoeld was voor Jackie Lomax.
Child of Nature: ook als demo opgenomen voor de start van de White Album-sessies. John zou dit nummer nog eens spelen tijdens de Get Back-sessies in januari 1969. Daarna verdween het nummer, later herschreef John het nummer onder de naam 'Jealous Guy'. Misschien werd dit niet opgenomen voor The White Album omdat Paul al 'Mother Nature's Son' had?
Circles: Prima George-nummer dat eveneens alleen op demo werd opgenomen. Op het internet circuleert een remix van een fan met psychedelische arrangementen (o.a. phasing). Dit had nog een leuk nummer kunnen worden.
Junk: hele mooie song van Paul dat wat mij betreft in de demo-versie op de White Album had gekund. In 1970 wel gereleased op McCartney's eerste solo album.
Kortom, een
plaat 
The Kinks - Arthur (Or the Decline and Fall of the British Empire) (1969)

4,5
1
geplaatst: 26 juni 2007, 00:14 uur
Vandaag deze plaat nog eens enkele keren beluisterd. Als anglofiel (toch wel) is dit smullen. Waar "The Village Green Preservation Society" nog ging over het lokale, kleinburgerlijke Engeland, gaat dit album over het grote Empire en over Arthur, een man die emigreert naar Australië en nostalgisch terug denkt aan de glorieuze hoogdagen van het Britse Empire, toen het rijk nog één vijfde van de wereld besloeg en Britannia Rules the Waves nog gold.
De nummers op kant één van het album gaan over de triomfen van Groot-Britannië. Eerst krijgen we een nummer over Queen Victoria (met het Rijk op haar hoogtepunt) en de glorieuze veroveringstochten van het Britse leger, onder andere dankzij de ijzeren discipline in het leger ("Yes Sir No Sir"), desalniettemin gevolgd door een duidelijk anti-oorlogsnummer ("Some Mother's Son"). Maar wel een prachtig nummer! "Australia", de afsluiter van deel één, is weer een triomfantelijk nummer, over het Britse dominion.
Kant twee gaat over het verval. Welliswaar gaan alle nummers over verval op kleine schaal; namelijk individuele personen (bijvoorbeeld het mooie "Shangri-La"), maar natuurlijk als verwijzing naar het verval van het Britse Rijk. "Mr.Churchill Says" gaat natuurlijk over de Tweede Wereldoorlog en meerbepaald de Battle of Brittain. Churchill wordt zelfs gequoted in dit nummer (Never in the field of human conflict was so much owed to so few). Verder krijgen we nog wat verwijzingen naar de laatste helden van het Britse Rijk; Mr. Montgomery (de veldmaarschalk uit de Tweede Wereldoorlog) en Mr. Mountbatten (de laatste Britse onderkoning van India), In de nummers "She's Bought a Hat Like Princess Marina" en "Young and Innocent Days" verwijzen The Kinks naar het hoog houden van de schijn en doen alsof Groot-Britannië nog niets aan status heeft ingeboet. Uiteindelijk eindigen we met "Arthur", een man aan wie de wereld voorbijgaat omdat hij maar blijft vasthouden aan vroeger, aan iets dat voorbij is (de verdwenen dagen van het oude Empire):
How is your life and your shangri-la
And your long lost land of hallelujah
And your hope and glory has passed you by
Cant you see what the world is doing to ya
Toch is het een zeer leuk uptempo nummer, en eindigt de plaat zo toch nog optimistisch.
Kortom, "Arthur" is een leuke, satirische kijk op Groot-Britannië en in het bijzonder de anglofielen/chauvinisten. Bovendien is het nog steeds volledig van toepassing op vandaag, aangezien de gemiddelde Brit nog altijd wel eens vergeet dat Groot-Britannië lang niet meer zo machtig is in deze wereld als vroeger en ze hun land meer status toekennen dan het in feite nog heeft.
Maar het is dus bovenal een heerlijk über-Brits album, en naar mijn mening het beste van The Kinks. Yes Sir!
De nummers op kant één van het album gaan over de triomfen van Groot-Britannië. Eerst krijgen we een nummer over Queen Victoria (met het Rijk op haar hoogtepunt) en de glorieuze veroveringstochten van het Britse leger, onder andere dankzij de ijzeren discipline in het leger ("Yes Sir No Sir"), desalniettemin gevolgd door een duidelijk anti-oorlogsnummer ("Some Mother's Son"). Maar wel een prachtig nummer! "Australia", de afsluiter van deel één, is weer een triomfantelijk nummer, over het Britse dominion.
Kant twee gaat over het verval. Welliswaar gaan alle nummers over verval op kleine schaal; namelijk individuele personen (bijvoorbeeld het mooie "Shangri-La"), maar natuurlijk als verwijzing naar het verval van het Britse Rijk. "Mr.Churchill Says" gaat natuurlijk over de Tweede Wereldoorlog en meerbepaald de Battle of Brittain. Churchill wordt zelfs gequoted in dit nummer (Never in the field of human conflict was so much owed to so few). Verder krijgen we nog wat verwijzingen naar de laatste helden van het Britse Rijk; Mr. Montgomery (de veldmaarschalk uit de Tweede Wereldoorlog) en Mr. Mountbatten (de laatste Britse onderkoning van India), In de nummers "She's Bought a Hat Like Princess Marina" en "Young and Innocent Days" verwijzen The Kinks naar het hoog houden van de schijn en doen alsof Groot-Britannië nog niets aan status heeft ingeboet. Uiteindelijk eindigen we met "Arthur", een man aan wie de wereld voorbijgaat omdat hij maar blijft vasthouden aan vroeger, aan iets dat voorbij is (de verdwenen dagen van het oude Empire):
How is your life and your shangri-la
And your long lost land of hallelujah
And your hope and glory has passed you by
Cant you see what the world is doing to ya
Toch is het een zeer leuk uptempo nummer, en eindigt de plaat zo toch nog optimistisch.
Kortom, "Arthur" is een leuke, satirische kijk op Groot-Britannië en in het bijzonder de anglofielen/chauvinisten. Bovendien is het nog steeds volledig van toepassing op vandaag, aangezien de gemiddelde Brit nog altijd wel eens vergeet dat Groot-Britannië lang niet meer zo machtig is in deze wereld als vroeger en ze hun land meer status toekennen dan het in feite nog heeft.
Maar het is dus bovenal een heerlijk über-Brits album, en naar mijn mening het beste van The Kinks. Yes Sir!
